Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Luchtvervoersovereenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden en van de Republiek ten Oosten van de Uruguay, 's-Gravenhage, 21-11-1979

Geldend van 02-10-1980 t/m heden

Luchtvervoersovereenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden en van de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Authentiek : NL

Luchtvervoersovereenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden en van de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Preambule

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Regering van de Republiek ten Oosten van de Uruguay,

partijen bij het op 7 december 1944 voor ondertekening opengestelde Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, met het oogmerk een Overeenkomst te sluiten waardoor de geregelde burgerluchtvaartdiensten tussen hun respectieve grondgebieden en verder gelegen punten zullen berusten op een grondslag van gelijke mogelijkheden en zullen worden uitgevoerd op gezonde en economische wijze,

zijn het navolgende overeengekomen:

Algemene begrippen

Artikel I

  • 1 Voor de toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlagen betekent:

    • a) de uitdrukking „Verdrag”, het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, opengesteld voor ondertekening op 7 december 1944, en omvat elke Bijlage, aangenomen op grond van artikel 90 van genoemd Verdrag en elke wijziging van de Bijlagen of van het Verdrag, voorzien in de artikelen 90 en 94 van het Verdrag;

    • b) het woord „grondgebied”, het gebied zoals omschreven in artikel II van het Verdrag;

    • c) de uitdrukking „luchtvaartautoriteiten”:

      • - voor wat betreft de Republiek ten Oosten van de Uruguay, het Ministerie van Nationale Defensie;

      • - voor wat betreft Nederland, de Minister van Verkeer en Waterstaat;

      • - of in beide gevallen elke persoon of instelling die bevoegd is de functie te vervullen die thans door genoemde autoriteiten wordt vervuld;

    • d) de uitdrukkingen „aangewezen luchtvaartmaatschappij” of „aangewezen luchtvaartmaatschappijen”, de luchtvaartmaatschappij of de luchtvaartmaatschappijen die elk der Overeenkomstsluitende Partijen conform artikel III van deze Overeenkomst heeft aangewezen voor de exploitatie van de luchtdiensten als omschreven in de Bijlage van deze Overeenkomst;

    • e) de uitdrukkingen „luchtdienst”, „internationale luchtdienst”, „luchtvaartmaatschappij” en „landing anders dan voor verkeersdoeleinden” hebben de betekenis die aan elke daarvan wordt toegekend in artikel 96 van het Verdrag.

Verlening van rechten

Artikel II

  • 1 Beide Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkander wederzijds de in deze Overeenkomst en haar Bijlagen omschreven rechten voor het instellen van de in de Bijlagen beschreven geregelde internationale luchtdiensten, hierna te noemen „overeengekomen diensten” op de routes als genoemd in de Routetabel in Bijlage II, hierna te noemen „omschreven routes”.

  • 2 Op de voorwaarden als gesteld in deze Overeenkomst en haar Bijlagen genieten de door elke Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen de navolgende voorrechten:

    • a) het recht om over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te vliegen;

    • b) het recht om op genoemd grondgebied te landen anders dan voor verkeersdoeleinden, en

    • c) het recht om op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te landen teneinde in internationaal verkeer passagiers, vracht en postzendingen, afzonderlijk of gecombineerd, op te nemen of af te zetten, gedurende de exploitatie van de overeengekomen diensten op de routes als omschreven in de ingevolge deze Overeenkomst opgestelde Bijlage.

  • 3 De cabotage op het grondgebied van elk der Overeenkomstsluitende Partijen blijft respectievelijk voorbehouden aan de luchtvaartmaatschappijen van hun nationaliteit.

Voorwaarden voor de uitoefening van de verleende rechten

Artikel III

  • 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht, door middel van voorafgaande schriftelijke kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, een of meer luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.

  • 2 Na ontvangst van deze aanwijzing dient de andere Overeenkomstsluitende Partij, onverminderd de bepalingen in het derde en vierde lid van dit artikel, onverwijld de benodigde vergunningen te verlenen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen.

  • 3 De luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij kunnen verlangen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag, aantoont te voldoen aan de in wetten en voorschriften gestelde eisen die gewoonlijk en redelijkerwijze door genoemde autoriteiten worden toegepast.

  • 4 Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de vergunningen als genoemd in het tweede lid van dit artikel te weigeren, wanneer de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen niet aantoont resp. aantonen dat de meerderheid van de eigendom en het daadwerkelijk toezicht op deze luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die deze heeft aangewezen, of bij haar onderdanen.

  • 5 Wanneer een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen op deze wijze is resp. zijn aangewezen en de vergunning heeft resp. hebben verkregen, kan resp. kunnen deze te allen tijde de exploitatie van de overeengekomen diensten aanvangen, op voorwaarde dat een tarief van kracht is overeenkomstig de bepalingen van Artikel XII van deze Overeenkomst.

  • 6 Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een door haar aangewezen luchtvaartmaatschappij door een andere te vervangen, waarvan zij schriftelijk kennis geeft aan de andere Overeenkomstsluitende Partij. De nieuwe aangewezen luchtvaartmaatschappij geniet dezelfde rechten en is onderworpen aan dezelfde verplichtingen als de maatschappij wier plaats zij gaat innemen.

Verboden zones

Artikel IV

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan om redenen van militaire aard of van openbare veiligheid de vluchten der luchtvaartuigen van andere Staten over bepaalde zones van haar grondgebied uniform beperken of verbieden, mits geen onderscheid gemaakt wordt in dit opzicht tussen de luchtvaartuigen van de Overeenkomstsluitende Partij om wier grondgebied het gaat, die gebruikt worden in geregelde internationale luchtdiensten, en de luchtvaartuigen van derde Staten die in dergelijke luchtdiensten worden gebruikt.

Genoemde verboden zones dienen een redelijke oppervlakte en ligging te hebben, zodat de luchtvaart niet onnodig gehinderd wordt. De beschrijving van dergelijke op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij gelegen verboden zones, alsmede alle verdere wijzigingen, dienen zo spoedig mogelijk te worden bekendgemaakt aan de andere Overeenkomstsluitende Partij en aan de internationale Organisatie voor Burgerluchtvaart.

Intrekking, opschorting en beperking van rechten

Artikel V

  • 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich in de volgende gevallen het recht voor de exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening van de aan een, door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen, luchtvaartmaatschappij verleende rechten op te schorten of voor de uitoefening van deze rechten de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden op te leggen:

    • a) wanneer niet is aangetoond dat de meerderheid van de eigendom en het daadwerkelijk toezicht op genoemde luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die haar heeft aangewezen of bij haar onderdanen;

    • b) wanneer deze luchtvaartmaatschappij de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die de rechten verleent, niet naleeft; en

    • c) wanneer de luchtvaartmaatschappij de overeengekomen diensten niet exploiteert overeenkomstig de voorwaarden die in deze Overeenkomst en haar Bijlagen zijn gesteld.

  • 2 Tenzij de onmiddellijke intrekking of opschorting van wezenlijk belang is teneinde verdere schending van wetten en voorschriften te voorkomen, wordt dit recht eerst uitgeoefend nadat met de andere Overeenkomstsluitende Partij overleg is gepleegd.

Gebruik van installaties en diensten en het opleggen van luchthavenrechten

Artikel VI

  • 1 De luchtvaartuigen van beide Overeenkomstsluitende Partijen hebben het recht, gebruik te maken van de installaties en diensten van de luchthavens van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 2 Bij het gebruikmaken van genoemde installaties en diensten die door de ene Overeenkomstsluitende Partij worden aangeboden, behoeft de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij geen hogere rechten te betalen dan die welke de luchtvaartuigen van de overige buitenlandse luchtvaartmaatschappijen betalen die geregelde internationale diensten exploiteren.

Vrijstelling van douanerechten

Artikel VII

  • 1 Luchtvaartuigen die door de, door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen, luchtvaartmaatschappijen op de overeengekomen diensten worden gebruikt, hun normale uitrustingsstukken, motorbrandstoffen, smeermiddelen, reserveonderdelen, boordproviand (met inbegrip van eetwaren, dranken en tabak) zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere rechten of belastingen, op voorwaarde dat deze uitrustingsstukken en proviand aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat de vlucht wordt voortgezet.

  • 2 Eveneens zijn van deze rechten en belastingen vrijgesteld, met uitzondering van betaling voor verleende diensten:

    • a) de boordproviand, ingeladen op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, binnen de beperkingen die gesteld worden door de autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen en bestemd is voor consumptie aan boord van de voor de overeengekomen diensten bestemde luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij;

    • b) de reservedelen die op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn ingevoerd voor het onderhoud of de reparatie van luchtvaartuigen die op de overeengekomen diensten worden gebruikt door de, door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen, luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen; en

    • c) de motorbrandstof en smeermiddelen, bestemd voor de bevoorrading van de luchtvaartuigen die gebruikt worden door de, door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen, luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen en welke bestemd zijn voor de overeengekomen diensten, ook wanneer deze voorzieningen worden verbruikt gedurende de vlucht boven het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij waarop zij zijn ingeladen. Verlangd kan worden dat de goederen als genoemd in deze sub-paragrafen onder toezicht of controle van de douane gesteld worden.

  • 3 De normale boorduitrustingsstukken van de luchtvaartuigen evenals andere goederen en voorzieningen die zich aan boord bevinden van luchtvaartuigen van de ene Overeenkomstsluitende Partij mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet worden uitgeladen zonder toestemming van haar douaneautoriteiten. In dit geval kunnen de goederen onder toezicht van genoemde autoriteiten worden gesteld totdat zij wederom worden ingeladen of daarover na behoorlijk verkregen machtiging op andere wijze wordt beschikt.

  • 4 De aangewezen luchtvaartmaatschappijen kunnen binnen het stelsel van vrijdommen die op grond van sub a), b) en c) van het tweede lid van dit artikel worden verleend, de benodigde hoeveelheden motorbrandstoffen, smeermiddelen, reservedelen, normale uitrustingsstukken en boordproviand die vanaf het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij of vanuit derde Staten zijn ingevoerd en bestemd zijn voor het uitsluitend gebruik door de luchtvaartuigen die gebruikt worden op de overeengekomen diensten, op de luchthaven of luchthavens van de andere Overeenkomstsluitende Partij en onder toezicht van de douane opslaan.

Vrijstelling van belasting op winst uit exploitatie

Artikel VIII

  • 1 De inkomsten of winsten die voortvloeien uit de exploitatie, binnen het internationaal verkeer, van een luchtvaartuig door elke aangewezen luchtvaartmaatschappij die, ten aanzien van de inkomstenbelasting, geacht wordt binnen het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen te zijn gevestigd, zullen zijn vrijgesteld van alle inkomstenbelasting alsmede van elke belasting die op de winst drukt en die door de Regering van de andere Overeenkomstsluitende Partij mocht worden geheven.

  • 2 Elk luchtvaartuig dat geëxploiteerd wordt op de internationale luchtvaartdiensten van een der beide Overeenkomstsluitende Partijen, alsmede alle eigendom welke betrekking heeft op de exploitatie van genoemd luchtvaartuig, zal slechts belastingplichtig zijn in de Staat waarin de zetel van het daadwerkelijke beheer van genoemde maatschappij is gevestigd.

Overmaking van overschotten

Artikel IX

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de aangewezen luchtlijn van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht van vrije overmaking in convertibele valuta van het overschot van inkomsten na aftrek van kosten, verkregen door elke luchtvaartlijn gedurende de normale bedrijfsvoering.

Genoemde overmakingen dienen op normale wijze te worden goedgekeurd en zij dienen als grondslag te hebben de valuta-bepalingen welke op normale betalingen van toepassing zijn.

Op genoemde overmakingen zullen generlei andere lasten drukken dan de normale bankkosten.

Faciliteiten voor passagiers, bagage en vracht in transito

Artikel X

Passagiers, bagage en vracht in het rechtstreeks transitoverkeer door het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen en niet komend buiten de hiervoor bestemde zone van de luchthaven, zijn aan een vereenvoudigde controle onderworpen, behoudens voor wat betreft maatregelen van veiligheid tegen geweld en luchtpiraterij. Bagage en vracht in het rechtstreeks transitoverkeer zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid, vergunningen en bewijzen van bevoegdheid

Artikel XI

  • 1 Bewijzen van luchtwaardigheid, van bevoegdheid en vergunningen verleend of geldig verklaard overeenkomstig de normen van het Verdrag door een der Overeenkomstsluitende Partijen, worden, mits niet verlopen, door de andere Overeenkomstsluitende Partij ten dienste van de exploitatie van de overeengekomen diensten als geldig erkend.

  • 2 Evenwel behoudt elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voor, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door de andere Overeenkomstsluitende Partij of door een derde Staat zijn verleend of geldig verklaard voor de eigen onderdanen, niet als geldig te erkennen voor het overvliegen van haar eigen grondgebied.

Vervoerstarieven

Artikel XII

  • 1 De op de overeengekomen diensten toe te passen tarieven worden op redelijke niveaus vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met alle daarbij in aanmerking komende factoren en in het bijzonder met de exploitatiekosten, een redelijke winst en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen die dezelfde route geheel of gedeeltelijk exploiteren.

  • 2 De door beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen stellen in gezamenlijk overleg de tarieven voor de overeengekomen diensten vast. Hiertoe kunnen genoemde luchtvaartmaatschappijen andere luchtvaartmaatschappijen die de route geheel of gedeeltelijk exploiteren, raadplegen. Zo mogelijk kan gebruik worden gemaakt van de procedure voor het vaststellen van tarieven, ingesteld door de Internationale Luchtvervoersvereniging (IATA).

  • 3 De aldus vastgestelde tarieven worden ten minste dertig dagen voor de voorgestelde datum van hun inwerkingtreding ter goedkeuring voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen. Wanneer de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zulks overeenkomen, kan de termijn van dertig dagen worden bekort.

  • 4 Indien tussen de door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen geen overeenstemming bereikt kan worden of wanneer een luchtvaartautoriteit van een der Overeenkomstsluitende Partijen de voorgestelde tarieven niet goedkeurt, dienen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen de tarieven gezamenlijk vast te stellen. De bestaande tarieven blijven van kracht totdat de genoemde overeenstemming is bereikt.

  • 5 Wanneer de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen niet tot overeenstemming kunnen komen wordt de procedure gevolgd als voorzien in artikel XVIII (Geschillenbeslechting).

Toepassing van wetten en voorschriften

Artikel XIII

  • 1 De wetten, voorschriften en verdere bepalingen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de binnenkomst op, het verblijf binnen en het verlaten van haar grondgebied door de voor de internationale luchtvaart bestemde luchtvaartuigen of met betrekking tot de operatie en navigatie van genoemde luchtvaartuigen zijn, zolang deze zich binnen haar grondgebied bevinden, van toepassing op de luchtvaartuigen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen.

  • 2 De wetten, voorschriften en verdere bepalingen van elk der Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de binnenkomst op, het verblijf binnen en het verlaten van haar grondgebied door passagiers, bagage, postzendingen en vracht, evenals die welke betrekking hebben op de formaliteiten inzake migratie, paspoorten, douane, politie en gezondheid, zijn van toepassing op de passagiers, bagage, postzendingen en vracht die vervoerd worden met de luchtvaartuigen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen.

Overtredingen door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen

Artikel XIV

  • 1 Van de overtredingen der luchtvaartreglementen welke door de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij mochten worden begaan, dient door de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij binnen wier grondgebied de overtreding heeft plaatsgevonden mededeling te worden gedaan aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Indien genoemde overtreding van ernstige aard is, hebben de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij binnen wier grondgebied de overtreding is begaan het recht te verzoeken dat passende maatregelen worden genomen door de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 2 De overige overtredingen waaraan de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zich mocht schuldig maken, worden berecht overeenkomstig de landelijke wet van de plaats waar genoemde overtredingen zijn gepleegd. Onverkort deze berechting en vóór de tenuitvoerlegging van het gewezen vonnis, dienen de luchtvaartautoriteiten binnen wier grondgebied de overtreding is begaan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij van het feit in kennis te stellen.

Statistieken

Artikel XV

De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij dienen aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op verzoek statistische rapporten te verschaffen welke redelijkerwijs nodig geacht kunnen worden voor de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen. Dergelijke rapporten dienen alle gegevens te bevatten welke nodig zijn om de verkeershoeveelheid te bepalen die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen is vervoerd op de overeengekomen diensten.

Gedachtenwisseling

Artikel XVI

In een geest van nauwe samenwerking plegen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen veelvuldig en geregeld overleg, teneinde een bevredigende toepassing te waarborgen van de bepalingen van deze Overeenkomst en haar Bijlagen.

Overleg, wijziging en verbetering van Overeenkomst en Bijlagen

Artikel XVII

  • 1 Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht, enige bepaling van deze Overeenkomst te wijzigen, kan deze om overleg omtrent de voorgestelde wijzigingen tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen verzoeken. Het overleg wordt geopend binnen een termijn van zestig dagen na de datum van ontvangst van het verzoek.

  • 2 Elke wijziging van deze Overeenkomst waartoe gedurende het overleg als bedoeld in lid 1 van dit Artikel wordt besloten, dient schriftelijk tussen de Overeenkomstsluitende Partijen te worden goedgekeurd en treedt in werking op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar hebben bericht dat aan de grondwettelijk vereiste formaliteiten in hun respectieve landen is voldaan.

  • 3 De respectieve luchtvaartautoriteiten hebben het recht schriftelijk elke wijziging van de Bijlagen van deze Overeenkomst goed te keuren waartoe zij gedurende het in lid 1 van dit Artikel vermelde overleg mochten besluiten.

    Genoemde wijzigingen zullen van kracht worden op een datum die door middel van uitwisseling van diplomatieke nota's dient te worden vastgesteld.

Geschillenbeslechting

Artikel XVIII

  • 1 In geval van enig geschil met betrekking tot de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlagen zullen de Overeenkomstsluitende Partijen in rechtstreekse onderhandelingen tot overeenstemming trachten te komen.

  • 2 Indien de Overeenkomstsluitende Partijen door middel van genoemd overleg niet tot een oplossing geraken, zal elk der Overeenkomstsluitende Partijen het geschil kunnen voorleggen aan een scheidsgerecht, waarvan de samenstelling en werkwijze is onderworpen aan de volgende bepalingen:

    • a) Het scheidsgerecht bestaat uit drie leden. Elke Overeenkomstsluitende Partij benoemt een scheidsman en de derde, die geen onderdaan mag zijn van een der Overeenkomstsluitende Partijen, wordt aangewezen bij besluit van de twee genoemde scheidsmannen.

    • b) De benoeming van de eerste twee scheidsmannen geschiedt binnen een termijn van zestig dagen na de datum waarop een der Overeenkomstsluitende Partijen de diplomatieke nota waarbij de andere Overeenkomstsluitende Partij het verzoek om arbitrage doet, heeft ontvangen. De derde scheidsman wordt benoemd binnen dertig dagen na de benoeming van de eerste twee.

    • c) Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen binnen de genoemde termijn geen scheidsman benoemt, of zo de derde niet is benoemd binnen de genoemde termijn, zal elk der Overeenkomstsluitende Partijen de Voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) kunnen verzoeken de ter zake dienende benoemingen te doen. Indien genoemde Voorzitter de nationaliteit bezit van een der Overeenkomstsluitende Partijen ofwel op andere wijze is verhinderd, doet zijn plaatsvervanger de benoemingen.

    • d) Het scheidsgerecht bepaalt zijn eigen reglement en brengt binnen dertig dagen na de datum van zijn instelling zijn bij meerderheid van stemmen aangenomen uitspraak uit. Deze termijn kan bij overeenstemming van beide Overeenkomstsluitende Partijen worden verlengd.

    • e) De uitspraken van het scheidsgerecht zijn voor beide Overeenkomstsluitende Partijen bindend. Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van zijn scheidsman. De kosten van de derde scheidsman worden in gelijke delen door beide Overeenkomstsluitende Partijen gedragen.

Wijziging door een multilateraal Verdrag

Artikel XIX

Indien een multilaterale luchtvaartovereenkomst voor beide Overeenkomstsluitende Partijen van kracht zou worden, worden de bepalingen van de multilaterale overeenkomst automatisch van toepassing op de onderhavige Overeenkomst.

Registratie van de Overeenkomst

Artikel XX

Onverminderd de bepalingen van Artikel 102, lid 1, van het Handvest der Verenigde Naties, dienen deze Overeenkomst en haar Bijlagen te worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Toepassing van de Overeenkomst

Artikel XXI

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, zal deze Overeenkomst alleen gelden voor het Rijk in Europa.

De bepalingen van deze Overeenkomst en haar Bijlagen zullen voorlopig worden toegepast vanaf de dag van ondertekening en zij zullen in werking treden op de dag van de uitwisseling langs diplomatieke weg van de akten van bekrachtiging.

Bij de inwerkingtreding zal deze Overeenkomst, tussen het deel van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa en de Republiek ten Oosten van de Uruguay, het Luchtvaartverdrag tussen Nederland en Uruguay vervangen dat de Montevideo op de twaalfde mei 1947 is getekend.

Opzegging van de Overeenkomst

Artikel XXII

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde deze Overeenkomst opzeggen. De kennisgeving hieromtrent wordt tegelijkertijd aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) gezonden. Indien zulk een kennisgeving wordt gedaan, eindigt deze Overeenkomst twaalf maanden na ontvangst van de kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij genoemde kennisgeving in onderling overleg wordt ingetrokken voor de datum van afloop van deze termijn. Indien de Overeenkomstsluitende Partij aan wie de kennisgeving werd gezonden de ontvangst niet bevestigt, wordt deze geacht te zijn ontvangen veertien dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

GEDAAN te 's-Gravenhage op 21 november 1979, in twee originele exemplaren in de Nederlandse en de Spaanse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) C. A. VAN DER KLAAUW

Por el Gobierno de la República Oriental del Uruguay,

(w.g.) P. R. RIVERO

Bijlage I

  • 1. Met betrekking tot de exploitatie van het regionale luchtvaartverkeer zal elk der Overeenkomstsluitende Partijen redelijke normen mogen vaststellen voor de bescherming van haar belangen, welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij zullen worden gerespecteerd.

    De normen in kwestie zullen de in deze Overeenkomst verleende rechten en voordelen niet beïnvloeden.

  • 2. De overeengekomen diensten zullen als voornaamste doel hebben het aanbieden van een capaciteit die is aangepast aan de in principe voorzienbare behoeften van het internationale luchtverkeer tussen het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en punten op de omschreven routes.

  • 3. Aan de door beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen dient een rechtvaardige en billijke behandeling verzekerd te worden, opdat zij met gelijke mogelijkheden kunnen profiteren van het aanbod van capaciteit, zulks met het oog op de exploitatie der overeengekomen diensten.

  • 4. De door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen dienen bij het exploiteren van hun routes of gemeenschappelijke gedeelten van hun routes, rekening te houden met hun wederzijdse belangen opdat hun respectieve diensten en in het bijzonder de regionale diensten niet ten onrechte worden geschaad.

    Elke Overeenkomstsluitende Partij verplicht zich aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen toe te staan de uitoefening van het recht op verkeer van de Vijfde Vrijheid, dat een complementair karakter dient te dragen ten opzichte van het voornaamste doel, hetwelk bestaat uit het verkeer tussen het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en punten op de omschreven routes.

    Elk recht dat door een Overeenkomstsluitende Partij wordt verleend aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen om verkeer van de Vijfde Vrijheid uit te voeren naar punten die verder gelegen zijn dan enig punt op beider grondgebied, zal laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, om redenen van gelijkheid van mogelijkheden, verplichten dit recht in gelijke vorm te verlenen aan de door de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen.

  • 5. De manier waarop deze principes zullen worden toegepast zal onderwerp zijn van een akkoord tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen.

Bijlage II. ROUTETABEL

  • 1. Omschreven route voor het Koninkrijk der Nederlanden:

    • AMSTERDAM, twee punten in Europa, twee punten in Afrika, Rio de Janeiro, São Paulo, MONTEVIDEO, Buenos Aires en Santiago de Chile.

  • 2. Omschreven route voor de Republiek ten Oosten van de Uruguay:

    • MONTEVIDEO, twee punten in Zuid-Amerika, twee punten in Afrika, twee op te geven punten in Europa, AMSTERDAM en twee op te geven verder gelegen punten.

  • 3. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen zullen een of meer punten op de aangegeven routes bij een of alle vluchten kunnen weglaten, en zij zullen tevens in andere volgorde kunnen opereren.

  • 4. Er zal geen enkel beletsel zijn. dat de aangewezen luchtlijnen andere punten bedienen dan die welke op de routes zijn aangegeven, mits zonder voorafgaande machtiging geen verkeersrechten worden uitgeoefend tussen die punten en het punt op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 5. Aanvullende vluchten kunnen worden uitgevoerd door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen met voorafgaande machtiging van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.