Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg inzake de invordering van sociale verzekeringspremies, Luxemburg, 20-12-1978

Geldend van 05-09-1980 t/m heden

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg inzake de invordering van sociale verzekeringspremies

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg inzake de invordering van sociale verzekeringspremies

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

Het Groothertogdom Luxemburg

Geleid door de wens de bevoegde organen van ieder van de Overeenkomstsluitende Partijen in staat te stellen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij de premies voor de sociale zekerheid in te vorderen,

Ernaar strevend een regeling te treffen ter toepassing van artikel 92 van Verordening (E.E.G.) no. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971, betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

Deze Overeenkomst regelt de invordering van alle premies die ingevolge de in artikel 4 van Verordening (E.E.G.) no. 1408/71 bedoelde stelsels van sociale zekerheid zijn verschuldigd aan organen van een van de Overeenkomstsluitende Partijen door natuurlijke personen of rechtspersonen of door vennootschappen die zich op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij bevinden, daar hun zetel hebben of daar bezittingen hebben.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a) „bevoegde autoriteit”:

    • de in artikel 1, letter 1, van Verordening (E.E.G.) no. 1408/71 bedoelde autoriteit;

  • b) „bevoegd orgaan”:

    • voor Nederland:

      • de Nederlandse organen of autoriteiten aan wie de premies zijn verschuldigd;

    • voor het Groothertogdom Luxemburg:

      • het „Centre d'informatique, d'affiliation et de perception des cotisations de la sécurité sociale” te Luxemburg;

  • c) „aangezocht orgaan”:

    • voor Nederland voor alle premies die zijn verschuldigd aan een Luxemburgs orgaan:

      • de „Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging” te Amsterdam;

    • voor het Groothertogdom Luxemburg voor alle premies die zijn verschuldigd aan de Nederlandse organen of een Nederlandse autoriteit:

      • het „Centre d'informatique, d'affiliation et de perception des cotisations de la sécurité sociale” te Luxemburg;

  • d) „verbindingsorgaan”:

    • voor Nederland:

      • de „Stichting Bureau voor Belgische Zaken, de sociale verzekering betreffende” te Breda;

    • voor het Groothertogdom Luxemburg:

      • de „Inspection générale de la sécurité sociale” te Luxemburg;

  • e) „premies”:

    • de premies, evenals de bedragen wegens verhogingen, boeten, renten en kosten, voor zover deze laatstbedoelde bedragen zijn begrepen in het verzoek om administratieve bijstand bij de invordering van de premies.

Artikel 3

  • 1 De premies die door het bevoegde orgaan van een Overeenkomstsluitende Partij zijn vastgesteld door middel van een beslissing, welke niet of niet meer voor beroep vatbaar is, en die betrekking hebben op een tijdvak na 31 december 1974 zijn invorderbaar op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de schuld niet groter is dan

    • - vijfhonderd gulden in Nederland en

    • - zevenduizend vijfhonderd frank in het Groothertogdom Luxemburg.

    De bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen kunnen zo nodig andere minimumbedragen vaststellen.

  • 3 Voor de omrekening van de in te vorderen bedragen is de wisselkoers van toepassing die geldt op de dag van de ontvangst van het verzoek door het aangezochte orgaan overeenkomstig de bepaling van artikel 107, eerste lid, van Verordening (E.E.G.) no. 574/72.

Artikel 4

  • 1 Het aangezochte orgaan verleent administratieve bijstand bij de invordering. Het bevoegde orgaan richt het verzoek om administratieve bijstand aan het aangezochte orgaan door tussenkomst van de verbindingsorganen.

  • 2 Het bevoegde orgaan legt aan het aangezochte orgaan tevens een afschrift over van de administratieve of gerechtelijke beslissing inzake de vaststelling van de premies. De instantie die bevoegd is ingevolge de wetgeving, van toepassing op het grondgebied waar de beslissing is genomen, dient dit afschrift te waarmerken onder aantekening dat de schuld invorderbaar is.

  • 3 De in het tweede lid bedoelde beslissing wordt op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij, waar het aangezochte orgaan is gevestigd, door de ten aanzien van premievorderingen bevoegde instantie uitvoerbaar verklaard voor zover de wetgeving van deze Overeenkomstsluitende Partij dat vereist.

  • 4 Het aangezochte orgaan kan het verzoek om administratieve bijstand afwijzen indien het bevoegde orgaan op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij, waar het gevestigd is, niet alle middelen tot inning van zijn vordering bij de hoofdschuldenaar heeft uitgeput.

  • 5 Indien de beslissing inzake de vaststelling van de premies nog vatbaar is voor beroep is het orgaan slechts verplicht conservatoire maatregelen te treffen, nodig voor de invordering.

Artikel 5

  • 1 Het aangezochte orgaan verleent administratieve bijstand bij de invordering van de premies als betrof het de invordering van eigen premievorderingen.

  • 2 De administratieve bijstand omvat het verstrekken van alle daartoe in aanmerking komende inlichtingen omtrent de omstandigheden van de schuldenaar, alsmede de invordering en het nemen van executiemaatregelen en conservatoire maatregelen; iedere maatregel van gijzeling is uitgesloten.

  • 3 Op de procedure en de wijze van invordering van de vorderingen evenals op het nemen van de nodige conservatoire maatregelen zijn de voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij, op het grondgebied waarvan het aangezochte orgaan is gevestigd, van toepassing.

  • 4 Het aangezochte orgaan is slechts verplicht die maatregelen te nemen die eveneens zijn voorzien in de wetgeving van de Overeenkomstsluitende Partij, op het grondgebied waarvan het bevoegde orgaan is gevestigd.

  • 5 Het aangezochte orgaan dient de ingevorderde premies aan het bevoegde orgaan over te maken en de verbindingsorganen daarvan op de hoogte te stellen.

Artikel 6

Het aangezochte orgaan neemt de voor de invordering noodzakelijke conservatoire maatregelen, ook indien het voornemens is het verzoek om administratieve bijstand overeenkomstig artikel 4, vierde lid, af te wijzen.

Artikel 7

De ingevolge deze Overeenkomst aan het aangezochte orgaan overgelegde akten en andere documenten mogen alleen worden gebruikt door de met invordering belaste autoriteiten en zulks uitsluitend ten behoeve van de invordering. De inhoud mag niet ter kennis worden gebracht van andere diensten, noch van derden.

Artikel 8

  • 1 De wederzijdse administratieve en gerechtelijke bijstand van de organen, autoriteiten en rechterlijke instanties is in beginsel kosteloos; verschotten worden echter vergoed. De bevoegde autoriteiten kunnen overeenkomen ook andere kosten te vergoeden of af te zien van iedere vergoeding.

  • 2 De bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen kunnen een regeling treffen inzake de vraagstukken, die betrekking hebben op de procedure van de administratieve en gerechtelijke bijstand.

Artikel 9

Deze Overeenkomst treedt in werking een maand na de datum waarop de Regeringen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen elkaar hebben medegedeeld, dat aan de in hun nationale wetgeving neergelegde voorwaarden voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst is voldaan.

Artikel 10

Deze Overeenkomst wordt gesloten voor de tijd van een jaar, te rekenen vanaf het tijdstip van haar inwerkingtreding. Zij wordt stilzwijgend van jaar tot jaar verlengd, behoudens opzegging door één van de Overeenkomstsluitende Partijen; deze opzegging dient vóór het verstrijken van de lopende termijn schriftelijk te worden medegedeeld.

GEDAAN te Luxemburg, de 20e december 1978, in tweevoud in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) COHEN STUART

Voor het Groothertogdom Luxemburg:

(w.g.) GASTON THORN

(w.g.) B. BERG