Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië, Brasilia, 06-07-1976

Geldend van 19-06-1998 t/m heden

Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië

Authentiek : NL

Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

De Regering van de Federatieve Republiek Brazilië,

Besloten hebbende een overeenkomst te sluiten inzake geregeld luchtvervoer tussen hun beide landen, hebben te dien einde hun deugdelijk gemachtigde vertegenwoordigers aangewezen, die overeenstemming hebben bereikt inzake de hieronder volgende bepalingen:

Artikel 1

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar wederkerig de rechten, opgesomd in deze Overeenkomst en de ter uitvoering daarvan opgestelde Bijlage daartoe, teneinde de daarin vermelde internationale luchtdiensten, die hierna zullen worden aangeduid als „overeengekomen diensten”, in te stellen.

Artikel 2

  • 1 Ieder van de overeengekomen diensten mag onmiddellijk worden ingesteld, of op een latere datum, naar keuze van de Overeenkomstsluitende Partij, aan welke de rechten worden verleend, maar niet voordat:

    • a. de Overeenkomstsluitende Partij, aan welke de rechten zijn verleend een luchtvaartmaatschappij van haar nationaliteit heeft aangewezen voor de omschreven route of routes;

    • b. de Overeenkomstsluitende Partij, welke de rechten verleent de benodigde exploitatievergunning heeft uitgereikt aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij, in overeenstemming met de bepalingen van lid 2 van dit Artikel en met die van Artikel 6.

  • 2 Van de door een der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij kan worden verlangd, dat deze tegenover de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij bewijst, in staat te zijn te voldoen aan de eisen, voorgeschreven door de wetten en voorschriften, welke normaal door deze autoriteiten ten aanzien van de werkwijze van internationale luchtvaartmaatschappijen worden toegepast.

  • 3 De Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich het recht voor de aanvankelijk aangewezen luchtvaartmaatschappij te vervangen door andere nationale luchtvaartmaatschappijen, na voorafgaande kennisgeving aan de andere Overeenkomstsluitende Partij. Alle bepalingen van deze Overeenkomst en haar Bijlage zullen van toepassing zijn op de nieuw aangewezen luchtvaartmaatschappij.

Artikel 3

  • 1 Teneinde bevoorrechting te voorkomen, en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen dat:

    • I. De heffingen en andere rechten die ieder van de Overeenkomstsluitende Partijen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij oplegt of doet opleggen voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten, zullen niet hoger zijn dan de heffingen en rechten welke door haar eigen, op soortgelijke internationale diensten gebezigde luchtvaartuigen worden betaald voor het gebruik van bedoelde luchthavens en faciliteiten.

    • II. De motorbrandstoffen, smeeroliën, normale uitrustingsstukken, boordproviand en reservedelen, ingevoerd binnen het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij of op dit grondgebied ingeladen in luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, hetzij rechtstreeks door een luchtvaartmaatschappij aangewezen door de laatstbedoelde Overeenkomstsluitende Partij, hetzij voor rekening van bedoelde luchtvaartmaatschappij en uitsluitend bestemd voor het gebruik door haar eigen luchtvaartuigen op de overeengekomen luchtdiensten, genieten een zelfde behandeling als de nationale luchtvaartmaatschappijen die internationaal vervoer verrichten, voor zover het betreft de heffing van douanerechten, inspectie-kosten en/of andere nationale rechten en belastingen.

    • III. De luchtvaartuigen van een van de Overeenkomstsluitende Partijen gebezigd bij de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten, en motorbrandstoffen, smeeroliën, normale uitrustingsstukken en reservedelen voor onderhoud en herstel van de luchtvaartuigen, evenals de boordvoorraden met inbegrip van voedsel, drank en tabak, welke aan boord blijven, zijn vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten en soortgelijke rechten of kosten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zelfs indien zij worden verbruikt of geconsumeerd bij vluchten boven dat grondgebied.

  • 2 De in het vorige lid vermelde goederen, die de daarin bedoelde vrijstelling genieten, mogen niet uit het luchtvaartuig worden geladen binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij zonder toestemming van diens douane-autoriteiten en zullen, indien zij niet door de luchtvaartmaatschappijen zelf worden gebruikt, onderworpen zijn aan het toezicht van die autoriteiten.

  • 3 Passagiers, bagage en vracht in transito-verkeer via het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, die het daarvoor bestemde gebied van de luchthaven niet verlaten, worden, behoudens met betrekking tot veiligheidsmaatregelen voor het veiligstellen van de Internationale Burgerluchtvaart, ten hoogste onderworpen aan de voor dat gebied geldende controle. Bagage en vracht in direct transito-verkeer zijn vrijgesteld van douane-rechten, heffingen en rechten.

Artikel 4

De bewijzen van luchtwaardigheid, de bewijzen van bevoegdheid en vergunningen uitgereikt of geldig verklaard door de luchtvaartautoriteiten van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, die nog geldig zijn, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij voor de exploitatie van de overeengekomen diensten als geldig erkend. De Overeenkomstsluitende Partijen behouden zich evenwel het recht voor de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen, uitgereikt aan haar eigen onderdanen door de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij of door een andere Staat, te weigeren voor het binnenvliegen van en het vliegen boven haar eigen grondgebied.

Artikel 5

  • 1 De wetten en voorschriften van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende het binnenkomen in, het verblijf op of het vertrek uit haar grondgebied van de luchtvaartuigen, gebezigd in internationaal luchtverkeer, of betreffende exploitatie van en het vliegen met die luchtvaartuigen binnen haar grondgebied, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de luchtvaartmaatschappij, welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen.

  • 2 De wetten en voorschriften van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot, het verblijf op of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning of vracht en betreffende binnenkomst, inklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine, zijn van toepassing op de passagiers, de bemanning en de vracht van luchtvaartuigen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij gedurende het verblijf op het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 6

  • 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor de exploitatievergunning van een luchtvaartmaatschappij welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen niet te verlenen of in te trekken zolang deze niet te haren genoegen heeft aangetoond dat een aanzienlijk deel van de eigendom berust bij onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 2 De aangewezen luchtvaartmaatschappij kan door de autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden beboet ingevolge de bepalingen van haar wettelijke bedrijfsvergunning, of haar exploitatievergunning kan geheel of gedeeltelijk worden opgeschort voor een periode van een tot drie maanden:

    • a) in geval van niet naleving van de in artikel 5 van deze Overeenkomst bedoelde wetten en voorschriften en van andere van overheidswege gegeven richtlijnen voor het functioneren van aangewezen luchtvaartmaatschappijen;

    • b) wanneer de stuurhutbemanningen op de overeengekomen diensten geen onderdanen zijn van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, behoudens wanneer het betreft de opleiding van stuurhutpersoneel door instructeurs die daartoe deugdelijk bevoegd zijn verklaard door de verantwoordelijke instellingen van de Overeenkomstsluitende Partij welke de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en gedurende de opleidingsperiode, of indien bijzondere vergunning is verleend.

  • 3 Bij herhaling van de in het vorige lid bedoelde inbreuken kan de vergunning worden ingetrokken.

  • 4 Tot intrekking van de exploitatie-vergunning als bedoeld in lid 1 en lid 3 van dit Artikel wordt eerst overgegaan na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij. Het overleg moet binnen zestig (60) dagen gerekend van de datum van de betreffende kennisgeving worden aangevangen.

Artikel 7

De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen onderhouden nauw contact teneinde een hechte samenwerking te verzekeren ten aanzien van alle in deze Overeenkomst geregelde aangelegenheden, met het oog op de bevredigende naleving daarvan.

Artikel 7 (bis). Beveiliging van de luchtvaart

  • a. In overeenstemming met hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht bevestigen de Overeenkomstsluitende Partijen nogmaals dat hun verplichting jegens elkander om de veiligheid van de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke belemmering ervan een integrerend deel van deze Overeenkomst vormt. Zonder de algemeenheid van hun rechten en verplichtingen ingevolge het internationale recht te beperken, handelen de Overeenkomstsluitende Partijen in het bijzonder in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te ’s-Gravenhage op 16 december 1970, en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, alsmede van enige andere multilaterale overeenkomst ter zake van de veiligheid van de luchtvaart die bindend is voor beide Overeenkomstsluitende Partijen.

  • b. De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkander op verzoek alle nodige bijstand om het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen en andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van zodanige luchtvaartuigen, hun passagiers en bemanning, luchthavens en voorzieningen voor de luchtvaart, en elke andere bedreiging voor de veiligheid van de burgerluchtvaart, te voorkomen.

  • c. De Partijen handelen in hun onderlinge betrekkingen overeenkomstig de beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart die zijn vastgesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en zijn aangewezen als Bijlagen bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, voor zoverre deze beveiligingsbepalingen op de Partijen van toepassing zijn; zij verlangen dat exploitanten van luchtvaartuigen die hun voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening of hun vaste woon- of verblijfplaats op hun grondgebied hebben, en de exploitanten van luchthavens op hun grondgebied handelen in overeenstemming met deze beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart.

  • d. Elke Overeenkomstsluitende Partij stemt ermede in dat van deze exploitanten van luchtvaartuigen kan worden verlangd dat zij de onder c hierboven bedoelde beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart die de andere Overeenkomstsluitende Partij voorschrijft voor de binnenkomst in, het vertrek uit of het verblijf op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij naleven. Elke Overeenkomstsluitende Partij ziet erop toe dat op haar grondgebied daadwerkelijk toereikende maatregelen worden getroffen om de luchtvaartuigen te beschermen en om de passagiers, de bemanning, handbagage, bagage, vracht en boordproviand aan controle te onderwerpen vóór en tijdens het aan boord gaan of het inladen. Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt tevens elk verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij om redelijke bijzondere veiligheidsmaatregelen tegen een specifieke bedreiging welwillend in overweging.

  • e. Wanneer zich een voorval voordoet van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen, of van andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van zodanige luchtvaartuigen, hun passagiers en bemanning, luchthavens of voorzieningen voor de luchtvaart, of dreigt zich voor te doen, verlenen de Overeenkomstsluitende Partijen elkander bijstand door de verbindingen en andere passende maatregelen die bedoeld zijn om op snelle en veilige wijze aan zulk een voorval of de dreiging daarvan een einde te maken, te vergemakkelijken.

Artikel 8

  • 1 Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht enige bepaling van de Bijlage bij deze Overeenkomst te wijzigen, kan zij om overleg tussen luchtvaartautoriteiten van beide partijen verzoeken, hetwelk dient aan te vangen binnen zestig (60) dagen, te rekenen van de datum van de betreffende kennisgeving.

  • 2 De resultaten van het overleg treden in werking na bevestiging middels notawisseling langs diplomatieke weg.

Artikel 9

  • 1 Geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlage, welke niet door onderhandeling of onmiddellijk overleg kunnen worden opgelost, worden onderworpen aan arbitrage overeenkomstig de procedure voorzien in Artikel 85 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, gesloten te Chicago in 1944, voorzover het betreft de samenstelling en de werkwijze van het betreffende tribunaal. De kosten van het scheidsgerecht worden gelijkelijk door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen

  • 2 De Overeenkomstsluitende Partijen zullen al het mogelijke doen om de scheidsrechterlijke uitspraak na te komen.

Artikel 10

Zodra een multilateraal Verdrag, aanvaard door beide Overeenkomstsluitende Partijen, in werking treedt wordt deze Overeenkomst zodanig gewijzigd dat haar bepalingen aan die van het nieuwe Verdrag voldoen.

Artikel 11

Deze Overeenkomst en haar Bijlage en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 12

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde de andere Overeenkomstsluitende Partij kennisgeven van haar voornemen deze Overeenkomst te beëindigen. Deze mededeling wordt tegelijker tijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. Deze Overeenkomst eindigt twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij: de kennisgeving in onderling overleg tussen de Partijen wordt ingetrokken vóór het verstrijken van deze periode. Indien de ontvangst van de kennisgeving niet door de Overeenkomstsluitende Partij tot welke deze is gericht wordt bevestigd, wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na haar ontvangst door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 13

Deze Overeenkomst treedt in de plaats van alle vergunningen, voorrechten en concessies betreffende aangelegenheden waarin zij voorziet en die op de datum van inwerking treden bestaan en die uit enigerlei hoofde door een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn verleend aan de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 14

Met betrekking tot de toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlage:

  • a. de uitdrukking „Luchtvaartautoriteit” betekent in het geval van het Koninkrijk der Nederlanden, de Minister van Verkeer en Waterstaat en in het geval van de Federatieve Republiek Brazilië, de Minister van Luchtvaart of, in beide gevallen, iedere persoon of instelling die wettig bevoegd is de functies te vervullen die thans door hen worden vervuld;

  • b. de uitdrukking „overeengekomen diensten” betekent geregelde luchtdiensten voor het vervoer van passagiers, vracht en post op de omschreven route;

  • c. de uitdrukking „aangewezen luchtvaartmaatschappij” betekent een luchtvaartmaatschappij welke een van de Overeenkomstsluitende Partijen heeft gekozen om de overeengekomen diensten te exploiteren en betreffende dewelke schriftelijk mededeling is gedaan aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, als voorzien in Artikel 2 lid 1 onder b, van deze Overeenkomst;

  • d. de uitdrukking „tarief” betekent de prijs die moet worden betaald voor het vervoer van passagiers en vracht en de voorwaarden waaronder deze prijs van toepassing is, met inbegrip van prijzen en voorwaarden voor bemiddeling en aanverwante diensten, echter met uitsluiting van vergoeding en voorwaarden voor het vervoer van post;

  • e. de uitdrukking „grondgebied” heeft de betekenis die daaraan is toegekend in Artikel 2 van het Verdrag inzake Internationale Burgerluchtvaart gesloten te Chicago in 1944, met dien verstande dat, voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden, deze Overeenkomst slechts van toepassing is op het Koninkrijk in Europa;

  • f. de betekenis van „luchtvaartmaatschappij”, „nachtdienst”, „internationale luchtdienst” en „landing voor andere dan verkeersdoeleinden” is dezelfde als daaraan toegekend in artikel 96 van het hoger vermelde Verdrag inzake Internationale Burgerluchtvaart.

Artikel 15

Deze overeenkomst wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van haar ondertekening binnen de administratieve bevoegdheid van de luchtvaartautoriteiten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen en treedt in werking door kennisgeving langs diplomatieke weg nadat voldaan is aan de constitutioneel vereiste procedures van elk der Overeenkomstsluitende Partijen vanaf de datum van de laatste zodanige kennisgeving.

GEDAAN te Brasília, de zesde juli negentienhonderd zesenzeventig, in twee originelen, in de Nederlandse, Portugese en Engelse taal, alle teksten gelijkelijk authentiek zijnde. In geval van enige tegenstrijdigheid is de Engelse tekst beslissend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) L. QUARLES VAN UFFORD

Voor de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië:

(w.g.) A. F. AZEREDO DA SILVEIRA

BIJLAGE BIJ DE LUCHTVAARTOVEREENKOMST TUSSEN DE REGERING VAN DE FEDERATIEVE REPUBLIEK BRAZILIË EN DE REGERING VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, VAN 6 JULI 1976

Paragraaf 1. Uitwisseling van rechten

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar het recht om door middel van hun aangewezen luchtvaartmaatschappijen en in overeenstemming met de bepalingen van deze Bijlage de overeengekomen diensten te exploiteren op de routes en punten opgesomd in de Routetabellen die deel uitmaken van deze Bijlage.

Paragraaf 2. Verlening van rechten

  • 1. Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij voor de exploitatie van internationale luchtvaartdiensten door de luchtvaartmaatschappij(en) van de Overeenkomstsluitende Partijen, de volgende rechten:

    • a. het recht haar grondgebied te overvliegen zonder te landen;

    • b. het recht op haar grondgebied te landen zonder verkeersrechten.

  • 2. Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de hierna in deze Bijlage opgesomde rechten, ten behoeve van de exploitatie van internationale luchtvaartdiensten op een omschreven route. De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft voor de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route, naast de in lid 1 van deze paragraaf genoemde rechten:

    • a. het recht om passagiers, bagage, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd, bestemd voor of komend van punten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, op genoemd grondgebied, op de punten van de omschreven routes, op te nemen of af te zetten;

    • b. het recht om passagiers, bagage, vracht en post in internationaal verkeer, afzonderlijk of gecombineerd, bestemd voor of komend van punten op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, op te nemen of af te zetten op het grondgebied van derde landen, op de punten van de omschreven routes.

  • 3. De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van een der Overeenkomstsluitende Partijen ontlenen aan het gestelde in lid 2 van deze paragraaf niet het recht om op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij passagiers, bagage, vracht en post op te nemen, voor vervoer tegen een vergoeding of vrachtprijs, welke bestemd zijn voor een ander punt op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij.

Paragraaf 3. Exploitatie van de overeengekomen diensten

  • 1. Er wordt een billijke en gelijke behandeling gegeven aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elk der Overeenkomstsluitende Partijen om deel te nemen aan het internationale luchtvervoer waarop deze Overeenkomst betrekking heeft.

  • 2. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen zal in haar rechtsmacht alle nodige maatregelen nemen om elke vorm van discriminatie of oneerlijke concurrentie, die de concurrentiepositie van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Overeenkomstsluitende Partij nadelig beïnvloedt, uit te sluiten.

  • 3. Teneinde de exploitatie verder te ontwikkelen, worden de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de Overeenkomstsluitende Partijen door hun luchtvaartautoriteiten aangemoedigd tot brede samenwerking op alle mogelijke gebieden, met inbegrip van „code-sharing”.

  • 4. De overeengekomen diensten die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de Overeenkomstsluitende Partijen worden geleverd hebben tot voornaamste doel een capaciteit te verschaffen die voldoet aan de huidige en redelijkerwijs voorzienbare vraag naar vervoer op de door de beide Overeenkomstsluitende Partijen overeengekomen routes.

  • 5. De aan te bieden capaciteit op de omschreven routes wordt door de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen gezamenlijk vastgesteld.

Paragraaf 4. Tarieven

  • 1. De tarieven te heffen voor het vervoer op de overeengekomen diensten tussen de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen worden vastgesteld op redelijk niveau, waarbij rekening wordt gehouden met alle in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen het belang van de gebruikers, de exploitatiekosten, een redelijke winst, de kenmerkende eigenschappen van de dienst en, voor zover van toepassing, de tarieven geheven door andere luchtvaartmaatschappijen op dezelfde routes of delen daarvan.

  • 2. De in lid 1 van deze paragraaf genoemde tarieven worden, indien mogelijk, overeengekomen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de Overeenkomstsluitende Partijen. Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) legt alleen aan haar eigen luchtvaartautoriteiten verantwoording af met betrekking tot de billijkheid en redelijkheid van de aldus overeengekomen tarieven, behoudens indien deze door toepassing van lid 4 van deze paragraaf anderszins worden bepaald.

  • 3. De aldus overeengekomen tarieven worden tenminste zestig (60) dagen voor de vastgestelde datum van invoering ter goedkeuring aan de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen voorgelegd. In bijzondere gevallen kan dit tijdvak worden verkort, indien genoemde autoriteiten hiermee instemmen. Het tariefvoorstel wordt, na ontvangst, onverwijld door de luchtvaartautoriteiten in behandeling genomen.

    De goedkeuring kan uitdrukkelijk worden verleend of het tarief wordt, indien geen der luchtvaartautoriteiten binnen een termijn van dertig (30) dagen na datum van het voorstel haar afkeuring kenbaar heeft gemaakt, geacht te zijn goedgekeurd. Een tarief wordt niet van kracht indien de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen daarmee niet instemmen. De luchtvaartautoriteiten kunnen de andere luchtvaartautoriteiten kennis geven van uitstel van de voorgestelde datum voor de invoering van het tarief.

  • 4. Indien het niet mogelijk is om overeenkomstig de bepalingen van lid 2 van deze paragraaf een tarief vast te stellen, of indien, gedurende de periode welke krachtens lid 3 van deze paragraaf van toepassing is, een bericht van afkeuring wordt uitgegeven, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen het tarief in onderling overleg vast te stellen. Het overleg tussen de luchtvaartautoriteiten vindt plaats overeenkomstig het gestelde in artikel 7 van de Overeenkomst.

  • 5. Indien de luchtvaartautoriteiten er niet in slagen overeenstemming te bereiken over een tarief dat hun overeenkomstig het gestelde in lid 3 van deze paragraaf is voorgelegd, of indien zij er niet in slagen een tarief vast te stellen volgens lid 4 van deze paragraaf, wordt het geschil opgelost in overeenstemming met de bepalingen van artikel 9 van de Overeenkomst.

  • 6.

    • a. Een tarief wordt niet van kracht indien de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen daarmee niet instemmen, behoudens het gestelde in lid 2 van artikel 9 van de Overeenkomst.

    • b. De tarieven die zijn vastgesteld volgens de bepalingen van deze paragraaf blijven van kracht totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld overeenkomstig deze zelfde bepalingen of volgens artikel 9 van de Overeenkomst.

  • 7. Indien de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen niet langer instemmen met een vastgesteld tarief, maken zij dit kenbaar aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij en trachten de luchtvaartmaatschappij(en), zoals nodig, tot overeenstemming te komen. Indien het niet mogelijk blijkt binnen een termijn van negentig (90) dagen gerekend vanaf de datum van ontvangst van genoemde kennisgeving een nieuw tarief vast te stellen in overeenstemming met de bepalingen in de leden 2 en 3 van deze paragraaf, worden de bepalingen van de leden 4 en 5 van deze paragraaf toegepast.

  • 8. De luchtvaartautoriteiten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen zetten zich ervoor te waarborgen dat:

    • a. de geheven en geïnde tarieven overeenkomen met de tarieven die door de beide luchtvaartautoriteiten zijn aanvaard, en:

    • b. een luchtvaartmaatschappij op generlei wijze enige vorm van korting over een deel van genoemde tarieven verleent.

Paragraaf 5. Gebruikerstarieven

  • 1. Een Overeenkomstsluitende Partij legt de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Overeenkomstsluitende Partij geen hogere gebruikerstarieven op dan de tarieven die worden opgelegd aan haar eigen luchtvaartmaatschappij die soortgelijke internationale luchtvaartdiensten exploiteert, noch staat zij toe dat dergelijke tarieven worden opgelegd.

  • 2. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen bevordert het voeren van overleg over de luchthaventarieven tussen haar bevoegde instantie die de gebruikerstarieven heft en de luchtvaartmaatschappijen die gebruik maken van de door genoemde instantie geleverde diensten en faciliteiten, voor zover mogelijk door tussenkomst van organisaties die deze luchtvaartmaatschappijen vertegenwoordigen. Elk voorstel tot wijziging van de gebruikerstarieven dient tijdig aan de gebruikers kenbaar te worden gemaakt, zodat deze zich daarover kunnen uitspreken voordat de wijziging wordt ingevoerd. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen moedigt haar bevoegde instanties die de gebruikerstarieven heft en genoemde gebruikers aan relevante informatie met betrekking tot de gebruikerstarieven uit te wisselen.

Paragraaf 6. „Extra section” vlucht

De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan (kunnen), overeenkomstig de verkeersbehoeften, de uitvoering van een „extra section” vlucht op de omschreven route aanvragen. Het verzoek om toestemming voor een dergelijke vlucht wordt tenminste drie dagen voor de voorgestelde dag van uitvoering aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij voorgelegd en de vlucht mag slechts worden uitgevoerd nadat genoemde autoriteiten hun goedkeuring hebben verleend.

Paragraaf 7. Reizen van employés en hun gezinsleden

De employés van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen en hun gezinsleden, reizend in dienst van de luchtvaartmaatschappij, mogen in- en uitstappen op de punten omschreven in de routetabel.

Paragraaf 8. Buitenlandse bemanningsleden

Met betrekking tot buitenlandse bemanningsleden die dienst doen op de overeengekomen diensten, als vermeld in de laatste regel van artikel 6 lid 2 sub b) van de Overeenkomst, verstrekken de door Brazilië en door Nederland aangewezen luchtvaartmaatschappijen aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij een volledige lijst, bevattende de naam, nationaliteit, de functie als lid van de bemanning, de soort en het nummer van het bewijs van bevoegdheid en de instantie die het heeft afgegeven. Deze bemanningsleden mogen hun functie op de overeengekomen diensten uitoefenen indien zij daartoe bevoegd zijn verklaard door de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij die de lijst heeft verstrekt danwel indien dit geschiedt onder uitdrukkelijk toezicht en verantwoordelijkheid van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van die Overeenkomstsluitende Partij.

Paragraaf 9. Commerciële activiteiten

  • 1. Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen toegestaan:

    • a. kantoren te vestigen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij voor de bevordering van het luchtvervoer en de verkoop van tickets, alsmede andere faciliteiten die voor de levering van luchtvervoer noodzakelijk zijn;

    • b) zich op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, hetzij rechtstreeks hetzij, zulks ter beoordeling van de luchtvaartmaatschappij, door middel van agenten, bezig te houden met de verkoop van luchtvervoer.

  • 2. Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij toegestaan, in overeenstemming met de behoeften aan levering van luchtvervoer, leidinggevend, commercieel, operationeel en technisch personeel op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te brengen en te houden.

  • 3. In de personeelsbehoefte mag, zulks ter beoordeling van de aangewezen luchtvaartmaatschappij, worden voorzien door eigen personeel of door een beroep te doen op de diensten van elke andere organisatie, bedrijf of luchtvaartmaatschappij, die werkzaam is op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en vergunning heeft om dergelijke diensten op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij te verlenen.

  • 4. Bovengenoemde activiteiten worden in overeenstemming met de wetten en regelingen van de andere Overeenkomstsluitende Partij uitgevoerd.

Paragraaf 10. Overboeking van gelden

  • 1. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen mogen vrijelijk, hetzij rechtstreeks hetzij door middel van een agent, hun diensten op het gebied van luchtvervoer op de grondgebieden van beide Overeenkomstsluitende Partijen verkopen, in elke muntsoort.

  • 2. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen mogen het positief saldo op het grondgebied van verkoop, tussen inkomsten en uitgaven, vrijelijk overboeken van het grondgebied van verkoop naar hun grondgebied van herkomst.

    In dergelijke netto overboekingen zijn begrepen de inkomsten uit, hetzij rechtstreekse hetzij door tussenkomst van agenten gerealiseerde, verkopen van luchtvervoersdiensten en van ondersteunende of aanvullende diensten, alsmede de normale commerciële rente over deze opbrengsten op deposito in afwachting van overboeking.

  • 3. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen krijgen binnen maximaal 30 (dertig) dagen na aanvraag goedkeuring voor een dergelijke overboeking in een vrij converteerbare munt, tegen de officiële wisselkoers van de plaatselijke munt, op de datum van verkoop. De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen mogen de overboekingen vrijelijk uitvoeren na ontvangst van de toestemming.

Paragraaf 11. Operationele flexibiliteit

  • 1. Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij mag, op enige of alle vluchten op de overeengekomen diensten, naar eigen beoordeling, van luchtvaartuig wisselen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of op enig punt langs de omschreven routes, indien:

    • a. het luchtvaartuig dat na het wisselpunt wordt gebruikt zodanig wordt gepland dat dit samenvalt met het luchtvaartuig dat aankomt of vertrekt, al naar gelang het geval;

    • b. ingeval van wissel van luchtvaartuig op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en wanneer er na het wisselpunt meer dan een luchtvaartuig wordt geëxploiteerd, slechts een van de luchtvaartuigen gelijk is in grootte en geen enkele groter is dan het luchtvaartuig dat wordt gebruikt in de sector van de derde en vierde vrijheid.

  • 2. Een aangewezen luchtvaartmaatschappij mag haar eigen materieel gebruiken alsmede, met inachtneming van de binnenlandse regelingen, gehuurd materieel.

  • 3. Een aangewezen luchtvaartmaatschappij mag onder een commercieel akkoord werken, waaronder begrepen „code-sharing” en „interlining”.

  • 4. Een aangewezen luchtvaartmaatschappij mag, voor de sectoren waarin een wisselluchtvaartuig wordt geëxploiteerd, afwijkende of dezelfde vluchtnummers gebruiken.

Paragraaf XII

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan verzoeken om overleg inzake de door de andere Overeenkomstsluitende Partij gehanteerde veiligheidsnormen met betrekking tot luchtvaartvoorzieningen, vliegtuigbemanningen, luchtvaartuigen en de exploitatie van de aangewezen luchtvaartmaatschappij. Indien een Overeenkomstsluitende Partij naar aanleiding van dit overleg van mening is dat de andere Overeenkomstsluitende Partij veiligheidsnormen en -eisen in deze gebieden die ten minste gelijkwaardig zijn aan de in overeenstemming met het Verdrag van Chicago vastgestelde minimumnormen, niet effectief hanteert en toepast, wordt de andere Overeenkomstsluitende Partij in kennis gesteld van deze opvatting en van de stappen die noodzakelijk worden geacht om aan deze minimumnormen te voldoen, en de andere Overeenkomstsluitende Partij neemt adequate maatregelen tot verbetering. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor de exploitatievergunning of technische goedkeuring van een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te weigeren, in te trekken of aan beperkingen te onderwerpen, indien de andere Overeenkomstsluitende Partij binnen een redelijke termijn geen adequate maatregelen tot verbetering neemt.

Routetabel

A – Routes

Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft het recht de volgende routes te exploiteren:

  • I – Voor de in Nederland aangewezen luchtvaartmaatschappij:

    alle punten in Nederland - alle tussenliggende punten - Recife en/of Rio de Janeiro en/of São Paulo - alle verdere gelegen punten, v.v.

  • II – Voor de in de Federatieve Republiek Brazilië aangewezen luchtvaartmaatschappij(en):

    alle punten in Brazilië – alle tussenliggende punten – Amsterdam – alle verdere gelegen punten, v.v.

Noten

  • 1. De tussenliggende en verder gelegen punten mogen in elke volgorde worden bediend en/of worden weggelaten, zulks ter beoordeling van de aangewezen luchtvaartmaatschappij.

  • 2. De diensten dienen een punt te bedienen op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst.

Bijlage 1

Verkeersrechten

  • 1. Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft het recht volledige ‘commingling’ uit te oefenen en eigen stop-over rechten op alle punten in de Routetabel.

  • 2. De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van beide Overeenkomstsluitende Partij heeft (hebben) het recht volledige verkeersrechten van vijfde vrijheid uit te oefenen op alle tussenliggende en verder gelegen punten, met uitzondering van:

    • a. Paramaribo, voor de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van Brazilië;

    • b. Oporto, Lissabon, Madrid, Barcelona, Parijs, Brussel en Londen, voor de aangewezen luchtvaartmaatschappij van Nederland.

Bijlage 2

Capaciteit

  • 1. De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke Overeenkomstsluitende Partij heeft (hebben) het recht om tenminste zeven frequenties per week per Overeenkomstsluitende Partij te exploiteren op de omschreven routes, met elk type luchtvaartuig en elke configuratie.

  • 2. Deze frequenties worden als volgt ingevoerd:

    • a. De aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke Overeenkomstsluitende Partij heeft (hebben) het recht om drie frequenties per week per Overeenkomstsluitende Partij te exploiteren;

    • b. met ingang van 15 januari 1995, heeft (hebben) de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke Overeenkomstsluitende Partij het recht vijf frequenties per week per Overeenkomstsluitende Partij te exploiteren;

    • c. met ingang van 1 oktober 1995 heeft (hebben) de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke Overeenkomstsluitende Partij het recht 7 frequenties per week per Overeenkomstsluitende Partij te exploiteren.

  • 3. Indien de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden instemt met bovengenoemd voorstel, dan vormen deze Nota en de Nota van Antwoord van Uwe Excellentie waarin u uw instemming tot uitdrukking brengt, een wijziging van de bijlage bij de Luchtvaartovereenkomst tussen Brazilië en Nederland, welke in werking zal treden op de datum van ontvangst van genoemd antwoord.

Protocol van ondertekening

Ter gelegenheid van de ondertekening van de Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië zijn de Overeenkomstsluitende Partijen het volgende overeengekomen:

  • 1. De door Nederland aangewezen luchtvaartmaatschappij is bevoegd twee frequenties per week te exploiteren met DC-8/63 of gelijksoortige luchtvaartuigen, met een maximum van 156 op Braziliaans grondgebied te gebruiken stoelen. De gebruikelijke passagiersconfiguratie kan worden benut voor passagiersverkeer opgenomen of afgezet op de andere in de Routetabel vermelde punten.

  • 2. De door Brazilië aangewezen luchtvaartmaatschappij is bevoegd twee frequenties per week te exploiteren met B-707-320 of DC-8/63 of gelijksoortige luchtvaartuigen, met een maximum van 156 op Nederlands grondgebied te gebruiken stoelen. De gebruikelijke passagiersconfiguratie kan worden benut voor passagiersverkeer opgenomen of afgezet op de andere in de Routetabel vermelde punten.

  • 3. De employé’s en hun gezinsleden van de door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen, reizend in dienst van de luchtvaartmaatschappij, mogen instappen en uitstappen op de punten vermeld in de Routetabellen.

  • 4. De luchtvaartmaatschappijen aangewezen door Nederland en Brazilië zullen met betrekking tot buitenlandse leden van de bemanning, die dienst doen op de overeengekomen diensten, als vermeld in de laatste regel van Artikel 6, tweede lid, onder b van de Luchtvaartovereenkomst, bij de betreffende luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij een volledige lijst indienen bevattende de naam, nationaliteit, de functie als lid van de bemanning, de soort en het nummer van het bewijs van bevoegdheid en de Autoriteit die het heeft afgegeven. Behoudens bericht van het tegendeel mogen deze bemanningsleden hun taak vervullen op de overeengekomen diensetn.

GEDAAN te Brasília, de 6e juli 1976.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) L. QUARLES VAN UFFORD

Voor de Regering van de Federatieve Republiek Brazilië:

(w.g.) A. F. AZEREDO DA SILVEIRA