Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst inzake de bescherming van de Rijn tegen verontreiniging door chloriden, Bonn, 03-12-1976

Geldend van 01-11-1994 t/m heden

Overeenkomst inzake de bescherming van de Rijn tegen verontreiniging door chloriden

Authentiek : NL

Overeenkomst inzake de bescherming van de Rijn tegen verontreiniging door chloriden

De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland;

de Regering van de Franse Republiek;

de Regering van het Groothertogdom Luxemburg;

de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

de Regering van de Zwitserse Bondsstaat;

verwijzend naar de Overeenkomst van 29 april 1963 nopens de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging,

in aanmerking nemende de huidige belasting van de Rijn met chloride-ionen,

zich bewust van de schade die daaruit zou kunnen voortvloeien,

verwijzend naar de bevindingen tijdens, en de resultaten van de op 25 en 26 oktober 1972 te ’s-Gravenhage gehouden ministersconferentie over de verontreiniging van de Rijn, bij gelegenheid waarvan de wens is geuit de kwaliteit van het Rijnwater trapsgewijs zodanig te verbeteren dat aan de Nederlands-Duitse grens het gehalte van 200 mg/l chloride-ionen niet wordt overschreden,

zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

  • 1 De Overeenkomstsluitende Partijen versterken hun samenwerking met het oog op de bestrijding van de verontreiniging van de Rijn door chloride-ionen in een eerste stap op grond van de bepalingen van deze Overeenkomst.

  • 2 In Bijlage A bij de Overeenkomst wordt omschreven wat de Overeenkomstsluitende Partijen voor de toepassing van deze Overeenkomst onder „Rijn” verstaan.

Artikel 2

  • 1 De lozingen van chloride-ionen in de Rijn worden verminderd met ten minste 60 kg chloride-ionen per seconde (jaargemiddelde). Dit doel wordt op het grondgebied van de Franse Republiek in fasen verwezenlijkt.

  • 2 Ten dienste van de nakoming van de in het voorgaande lid vervatte verplichting zal de Franse Regering volgens het gestelde in Bijlage I bij deze Overeenkomst een inrichting ten behoeve van de injectie in de diepe ondergrond van de Elzas doen oprichten, teneinde de lozing van de kalimijnen van de Elzas gedurende een periode van 10 jaar met een eerste hoeveelheid ter grootte van 20 kg chloride-ionen per seconde te verminderen. De inrichting wordt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst geïnstalleerd.

    De Franse Regering houdt de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn tegen verontreiniging (hierna te noemen „Internationale Commissie”) terzake regelmatig op de hoogte.

  • 3 De Overeenkomstsluitende Partijen zijn overeengekomen dat de Franse Regering met inachtneming van de resultaten verkregen tijdens de eerste fase zoals bedoeld in het tweede lid, alle maatregelen zal nemen opdat het in het eerste lid vervatte doel vóór 1 januari 1980 door injectie in de ondergrond van de Elzas of op andere wijze wordt bereikt, onder voorbehoud van overeenstemming over de technische modaliteiten van het project en de financiering van de daaraan verbonden kosten.

  • 4 De Franse Regering legt een totaalplan voor inzake de technische modaliteiten en de kosten verbonden aan de maatregelen die krachtens het derde lid genomen dienen te worden.

Artikel 3 [Vervallen per 01-11-1994]

Artikel 4

  • 1 De Franse Regering kan eigener beweging of op verzoek van een andere Overeenkomstsluitende Partij de injectie of het terughouden van chloride-ionen doen onderbreken wanneer zich ernstige gevaren voordoen voor het milieu, en met name voor het grondwater.

  • 2 De Franse Regering, of iedere andere Partij die erom verzoekt, stelt onmiddellijk de Internationale Commissie op de hoogte van de situatie en doet opgave van de omvang en de aard der gevaren.

  • 3 De Franse Regering neemt onmiddellijk de maatregelen die de situatie vereist. Zij stelt de Internationale Commissie hiervan in kennis. Wanneer de situatie niet langer geacht wordt gevaarlijk te zijn, dient de injectie of het terughouden van chloride-ionen onverwijld te worden hervat.

  • 4 De Overeenkomstsluitende Partijen raadplegen elkaar op verzoek van één hunner in de Internationale Commissie teneinde, zonodig, aanvullende maatregelen te treffen.

Artikel 5

Indien de injectie of de inhouding van chloride-ionen schade veroorzaakt waarvan de vergoeding niet geheel of gedeeltelijk op de stichters van het werk of op derden kan worden verhaald, plegen de Overeenkomstsluitende Partijen op verzoek van één van hen overleg over een eventuele bijdrage die aan de Franse Regering zou kunnen worden verleend.

Artikel 6 [Vervallen per 01-11-1994]

Artikel 7

  • 1 De kosten welke voortvloeien uit de in artikel 2, tweede lid, bedoelde injectie en uit de voorbereidende werkzaamheden, neemt men aan Franse zijde op zich.

  • 2 De hieronder vermelde Overeenkomstsluitende Partijen dragen in de vorm van een forfaitair vastgesteld bedrag bij in de totale kosten van honderd twee en dertig miljoen Franse franken, volgens de volgende verdeelsleutel:

    • de Bondsrepubliek Duitsland dertig procent

    • het Koninkrijk der Nederlanden vierendertig procent

    • de Zwitserse Bondsstaat zes procent

    De bijdragen worden uiterlijk drie maanden na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst gestort.

  • 3 Nadat overeenkomstig artikel 2, vierde lid, een totaalplan is voorgelegd, plegen de Overeenkomstsluitende Partijen op verzoek van de Franse Regering overleg over de financiering van de, met het oog op de ten uitvoerlegging van artikel 2, derde lid, te nemen maatregelen, op basis van de in het tweede lid van het onderhavige artikel gebruikte verdeelsleutel. In het financieringsplan worden eveneens verwerkt de kosten van het voorbereidend onderzoek, met name van de studies en exploraties, en bovendien de onvoorziene kosten voor zover deze niet door de financiering van de eerste fase konden worden gedekt.

Artikel 8

De betalingen bedoeld in artikel 7, tweede lid, worden verricht in Franse franken, op rekeningnummer 440-09/ligne 1 bij het Agence Comptable Centrale du Trésor français.

Artikel 9

Wanneer de Commissie na inwerkingtreding van deze Overeenkomst vaststelt dat op één van haar meetpunten de chloride-ionenvracht en -concentratie een stijgende lijn blijft vertonen, verzoekt zij de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied zich de oorzaak van deze ontwikkeling bevindt, de nodige maatregelen te treffen om aan deze toestand een einde te maken.

Artikel 10

  • 1 Indien de toepassing van artikel 9 aanleiding geeft tot moeilijkheden, en zes maanden zijn verstreken nadat de Internationale Commissie deze moeilijkheden heeft vastgesteld, kan zij, teneinde aan de Regeringen terzake rapport uit te brengen op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij de diensten van een onafhankelijk deskundige inroepen.

  • 2 De kosten van het onderzoek, met inbegrip van het honorarium van de deskundige worden over de hieronder vermelde Overeenkomstsluitende Partijen als volgt verdeeld:

    de Bondsrepubliek Duitsland

    de Franse Republiek

    het Koninkrijk der Nederlanden

    de Zwitserse Bondsstaat

    tweezevende

    tweezevende

    tweezevende

    eenzevende

    (2/7)

    (2/7)

    (2/7)

    (1/7)

    De Internationale Commissie kan in bepaalde gevallen tot een andere verdeling besluiten.

Artikel 11

Wanneer één der Overeenkomstsluitende Partijen een plotselinge en aanzienlijke toeneming van chloride-ionen in het water van de Rijn vaststelt, of wanneer zij kennis draagt van een ongeval, waarvan de gevolgen de kwaliteit van dit water ernstig kunnen bedreigen, stelt zij hiervan de Internationale Commissie en de Overeenkomstsluitende Partijen die hierdoor kunnen worden getroffen, onverwijld in kennis volgens een door de Internationale Commissie vast te stellen procedure.

Artikel 12

  • 1 ledere betrokken Overeenkomstsluitende Partij neemt op de overeengekomen meetstations de installatie en het in bedrijf houden van meetapparaten en -systemen voor zijn rekening, die dienen om de concentratie van chloride-ionen in het Rijnwater te controleren.

  • 2 De chloride-ionenvrachten worden bepaald op basis van de metingen, die volgens de aanbevelingen van de Internationale Commissie worden verricht.

  • 3 De Overeenkomstsluitende Partijen stellen de Internationale Commissie regelmatig en tenminste elke zes maanden op de hoogte van de resultaten van de controles die op grond van het bepaalde in het eerste lid worden verricht.

Artikel 13

Ieder geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst dat niet door onderhandelingen kan worden beslecht, wordt, tenzij de partijen bij het geschil anders beslissen, op verzoek van één van hen, voorgelegd aan een scheidsgerecht overeenkomstig de bepalingen vervat in Bijlage B. Deze Bijlage evenals Bijlagen A, I en II vormen een integrerend bestanddeel van deze Overeenkomst.

Artikel 14

Elk der ondertekenende Partijen deelt de Regering van de Zwitserse Bondsstaat mede wanneer aan de vereiste procedures voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst is voldaan. Deze treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de ontvangst van de laatste kennisgeving.

Artikel 15

Na het verstrijken van een tijdvak van drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, kan zij te allen tijde door elk van de Overeenkomstsluitende Partijen worden opgezegd, door middel van een kennisgeving aan de Regering van de Zwitserse Bondsstaat. De opzegging wordt voor de opzeggende Partij van kracht zes maanden na ontvangst van de kennisgeving door de Regering van de Zwitserse Bondsstaat. Geen enkele opzegging kan tot gevolg hebben dat de continuïteit van de taken, waarvoor een internationale financiering heeft plaatsgevonden, in gevaar wordt gebracht.

Artikel 16

De Regering van de Zwitserse Bondsstaat stelt de Overeenkomstsluitende Partijen in kennis van de datum van ontvangst van elke kennisgeving die is ontvangen krachtens de artikelen 14 en 15.

Artikel 17

  • 1 Indien de Overeenkomst van 29 april 1963 nopens de Internationale Commissie ter bescherming van de Rijn tegen verontreiniging wordt opgezegd door één van de Partijen bij die Overeenkomst, treden de Overeenkomstsluitende Partijen onverwijld in overleg betreffende de maatregelen die nodig zijn om de continuïteit te verzekeren bij de uituitvoering van de taken die ingevolge deze Overeenkomst rusten op de Internationale Commissie.

  • 2 Indien binnen zes maanden na het begin van dit overleg geen overstemming is bereikt, kan elk der Overeenkomstsluitende Partijen te allen tijde deze Overeenkomst opzeggen, overeenkomstig artikel 15, zonder te wachten tot er een tijdvak van drie jaar is verstreken.

Artikel 18

Deze Overeenkomst, die is opgesteld in één exemplaar, in de Duitse, de Franse en de Nederlandse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek, zal worden nedergelegd in het archief van de Regering van de Zwitserse Bondsstaat, die daarvan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift zal doen toekomen aan elk van de Overeenkomstsluitende Partijen.

GEDAAN te Bonn op 3 december 1976

Bijlage A

Voor de toepassing van deze Overeenkomst begint de Rijn bij de uitstroming uit het Bodenmeer en omvat de rivierarmen door welke hij vrijelijk in de Noordzee uitstroomt, tot aan de zoetwatergrens, met inbegrip van de IJssel tot aan Kampen.

De zoetwatergrens is de plaats in de waterloop waar bij laagwater en ten tijde van geringe toevloed van zoetwater een aanzienlijke toename van het zoutgehalte is waar te nemen als gevolg van de aanwezigheid van zeewater. Deze plaats bevindt zich voor de Nieuwe Maas bij Rijnkilometer 1000 benedenstrooms van de Rijnbrug bij Konstanz. De andere punten van de zoetwatergrens zullen worden vastgesteld door de Internationale Commissie, rekening houdend met de wijze van vaststelling van de hierboven omschreven grens.

Bijlage B. Scheidsrechtspraak

  • 1. Tenzij de Partijen bij het geschil anders besluiten, wordt de scheidsrechterlijke procedure gevoerd met inachtneming van de bepalingen van deze Bijlage.

  • 2. Het scheidsgerecht bestaat uit drie leden: ieder der Partijen bij het geschil wijst een scheidsman aan; de beide aldus aangewezen scheidsmannen wijzen in onderlinge overeenstemming de derde scheidsman aan, die het voorzitterschap van het gerecht op zich neemt. Indien binnen twee maanden na de aanwijzing van de tweede scheidsman de voorzitter van het scheidsgerecht niet is aangewezen, gaat de President van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, op verzoek van de meest gerede Partij binnen een volgende periode van twee maanden, over tot de benoeming.

  • 3. Indien binnen twee maanden na de ontvangst van het verzoek bedoeld in artikel 13 van de Overeenkomst, één van de Partijen bij het geschil niet is overgegaan tot de door haar te verrichten benoeming van een lid van het gerecht, kan de andere Partij zich wenden tot de President van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, die de Voorzitter van het scheidsgerecht aanwijst binnen een volgende termijn van twee maanden. Zodra de Voorzitter van het scheidsgerecht is aangewezen verzoekt hij de Partij die geen scheidsman heeft benoemd dit te doen binnen een termijn van twee maanden. Na het verstrijken van deze termijn, wendt hij zich tot de President van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, die binnen een volgende termijn van twee maanden overgaat tot de benoeming.

  • 4. Indien in de in de voorgaande leden bedoelde gevallen de President van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens verhinderd mocht zijn of indien hij onderdaan is van één van de Partijen bij het geschil, dient de aanwijzing van de Voorzitter van het scheidsgerecht of de bebenoeming van de scheidsman te geschieden door de Vice-President van het Hof of door het in dienstjaren oudste lid van het Hof dat niet verhinderd is en dat geen onderdaan is van één van de Partijen bij het geschil.

  • 5. De voorgaande bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing om in vacatures te voorzien.

  • 6. Het scheidsgerecht beslist overeenkomstig de regels van het internationale recht en, in het bijzonder, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst.

  • 7. Het scheidsgerecht beslist, zowel ten aanzien van de procedure als van de zaak zelf, met meerderheid van stemmen van zijn leden; wanneer één van de door Partijen aangewezen leden van het gerecht niet aanwezig is of zich van stemming onthoudt, verhindert dit het gerecht niet uitspraak te doen.

    Indien de stemmen staken, is de stem van de Voorzitter doorslaggevend. De beslissingen van het gerecht zijn bindend voor de Partijen. Deze dragen de kosten van de scheidsman die zij hebben aangewezen en verdelen de andere kosten gelijkelijk. Ten aanzien van de andere punten stelt het scheidsgerecht zelf zijn procedureregels vast.

Bijlage I. Technische elementen voor de in artikel 2, tweede lid bedoelde injectie-inrichting

De injectie van oplossingen van afvalzout in de ondergrond vindt plaats in een laag kalkachtig poreus gesteente genaamd „Grande Oolithe”, op een diepte van 1500 tot 2000 meter, ten zuidwesten van Mulhouse.

Rekening houdend met de reeds uitgevoerde studies en proefnemingen wordt de injectie verricht met behulp van een inrichting die beantwoordt aan de volgende beschrijving:

  • 1. Een installatie voor de bereiding van geconcentreerde zoutoplossingen, die zich bevindt op het terrein van het bovengrondse complex van de mijn „Amélie” en die in staat is een hoeveelheid zoutoplossing te leveren overeenkomend met 20 kg chloride-ionen per seconde (jaargemiddelde);

  • 2. Waterdichte bekkens voor de berging van de geconcentreerde zout oplossing en het aan het gesteente onttrokken water;

  • 3. Een leidingnet voor het transport van de zoutoplossing vanaf het bekken naar de injectieputten, over een afstand van ongeveer 10 km, met het bijbehorende pompstation, dat lager gelegen is dan het opslagbekken voor de zoutoplossing;

  • 4. Twee nieuwe injectieputten, die, tezamen met die van Schweighouse, zullen worden toegerust met een dubbel systeem, zodat de zoutoplossing hetzij enkel door zwaartekracht, hetzij met behulp van een pomp kan worden geïnjecteerd;

  • 5. Drie onttrekkingsputten, toegerust met dompelpompen om het water aan het poreuse gesteente te onttrekken;

  • 6. Een leidingnet met een lengte van ongeveer 22 km voor het aan het gesteente onttrokken water, vanaf de onttrekkingsputten naar het spaarbekken voor dit water;

  • 7. Een afstandbedienings- en controlenet, nodig voor de besturing en de bewaking van de bedrijfsvoering.

De bedrijfsvoering van de installatie omvat het injecteren van chloride-ionen volgens de in de Overeenkomst vastgestelde voorwaarden, de levering van energie, de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden en het toezicht op het onderaardse reservoir.

Bijlage II. Nationale vrachten voortkomend uit chloride-ionenlozingen van meer dan 1 kg/s in afzonderlijke riviergedeelten

Riviergedeelte

in Zwitserland

in Frankrijk

in Duitsland

in Nederland

 

Gemidd. waarde1)

Max. waarde2)

Gemidd. waarde1)

Max. waarde2)

Gemidd. waarde1)

Max. waarde2)

Gemidd. waarde1)

Max. waarde2)

Stein a. Rh.-Kembs

10

             

Kembs- Seltz/Maxau

   

1303)

 

4,2

4,2

   

Seltz/Maxau-Mainz

       

15,8

17,5

   

Mainz-Braubach/Koblenz

       

9,9

10,0

   

Braubach/Koblenz-Bimmen/ Lobith

   

384)

 

105

123,6

   

Bimmen/Lobith-Monding

               

Totaal t/m 31-12-1998

10

 

1683)

 

134,9

     

Totaal vanaf 1-1-1999

5

 

1085)

 

134,9

     

1) Onder gemiddelde waarde wordt verstaan het jaarlijks gemiddelde bepaald over lange duur en op grond van metingen bij lozingen.

2) Onder maximumwaarde wordt verstaan de toegestane maximumvracht (die van tijd tot tijd wordt bereikt b.v. bij hogere waterstand).

3) Deze waarde vermindert naargelang van de toepassing van de in artikel 2, lid 2 van de Overeenkomst en artikel 1 van het aanvullend protocol bedoelde maatregelen.

4) De chloride-ionenlozingen worden op zodanige wijze gereguleerd dat de concentraties die ontstaan als gevolg van lozingen met meer dan 1 kg chloride-ionen per seconde, bij het meetstation Hauconcourt aan de Moezel niet meer bevatten dan 400 mg/l chloride-ionen. De aangegeven gemiddelde jaarlijkse vracht mag niet worden overschreden.

5) Op het traject Kembs-Seltz/Maxau dient de waarde van 75 kg/s niet te worden overschreden.