Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Benelux-Overeenkomst houdende eenvormige wet betreffende de dwangsom, 's-Gravenhage, 26-11-1973

Geldend van 01-10-1978 t/m heden

Benelux-Overeenkomst houdende eenvormige wet betreffende de dwangsom

Authentiek : NL

Benelux-Overeenkomst houdende eenvormige wet betreffende de dwangsom

De Regering van het Koninkrijk België,

De Regering van het Groothertogdom Luxemburg,

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

Verlangende in de drie landen de mogelijkheid van een eenvormige wetgeving op het stuk van de dwangsom te openen;

Overwegende, dat deze eenmaking kan bijdragen tot verhoging van de met het oog op de ontwikkeling van de Benelux Economische Unie geboden rechtszekerheid;

Gelet op het door de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad op 16 juni 1972 uitgebrachte advies,

Hebben besloten, te dien einde, een Overeenkomst te sluiten inzake het vaststellen in België, in Luxemburg en in Nederland van een eenvormige wet betreffende de dwangsom en zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verbindt zich de eenvormige wet betreffende de dwangsom, vervat in de bijlage van deze Overeenkomst, in haar wetgeving op te nemen met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst hetzij in een der oorspronkelijke teksten, hetzij in beide teksten.

Artikel 2

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht in haar wetgeving de eenvormige wet aan te vullen met bepalingen waarin aangelegenheden worden geregeld waarvoor geen regeling is voorzien, mits die bepalingen niet strijdig zijn met de Overeenkomst en met voornoemde wet.

Artikel 3

  • 1 Elk der Overeenkomstsluitende Partijen staat het vrij alle of sommige rechtsvorderingen tot nakoming van arbeidsovereenkomsten van het toepassingsgebied van de eenvormige wet uit te sluiten.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan ten aanzien van deze Overeenkomst en de eenvormige wet geen enkel voorbehoud worden gemaakt.

Artikel 4

Ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof worden de bepalingen van deze Overeenkomst en van de eenvormige wet aangewezen als gemeenschappelijke rechtsregels voor de toepassing van de hoofdstukken III en IV van dat Verdrag.

Artikel 5

  • 1 Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt deze Overeenkomst alleen voor het Rijk in Europa.

  • 2 De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden kan de toepasselijkheid van deze Overeenkomst uitbreiden tot Suriname en de Nederlandse Antillen door middel van een verklaring, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie, die daarvan onmiddellijk kennis geeft aan de ondertekenende Regeringen. Deze verklaring wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand, volgende op de datum waarop de Secretaris-Generaal haar heeft ontvangen.

Artikel 6

  • 1 Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging zullen worden neergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie, die de ondertekenende Regeringen kennis geeft van de neerlegging van die akten.

  • 2 De Overeenkomst zal in werking treden op de eerste dag van de tweede maand, volgende op de datum van neerlegging van de tweede akte van bekrachtiging.

  • 3 Ten aanzien van de derde Regering die overgaat tot neerlegging van haar akte van bekrachtiging, zal de Overeenkomst in werking treden op de eerste dag van de tweede maand, volgende op de datum van neerlegging van die akte.

Artikel 7

  • 1 Deze Overeenkomst kan, na overleg tussen de drie ondertekenende Regeringen, te allen tijde door elk van de Overeenkomstsluitende Partijen worden opgezegd na het einde van een termijn van twee jaar te rekenen van de datum van haar inwerkingtreding af.

  • 2 Opzegging geschiedt door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie, die daarvan onmiddellijk mededeling doet aan de ondertekenende Regeringen. De opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de zesde maand volgende op de datum waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving van opzegging heeft ontvangen.

  • 3 De opzegging heeft slechts rechtsgevolg ten aanzien van de Overeenkomstsluitende Partij die haar heeft gedaan.

  • 4 Opzegging door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden kan beperkt worden tot de gebieden of tot een van de gebieden, bedoeld in artikel 5, lid 2.

Artikel 8

  • 1 Ieder der ondertekenende Regeringen kan, na het einde van de in artikel 7, lid 1, genoemde termijn, een nauwkeurig geformuleerd voorstel tot wijziging van een of meer artikelen van de Overeenkomst of van de eenvormige wet doen; dit voorstel zal op dezelfde wijze als een opzegging ter kennis van de beide andere ondertekenende Regeringen worden gebracht. In dat geval zullen de drie Regeringen trachten tot overeenstemming te komen.

  • 2 Indien een jaar na de datum van kennisgeving aan de beide andere ondertekenende Regeringen geen overeenstemming is bereikt, kan de Regering, die het voorstel heeft gedaan, haar wetgeving in de voorgestelde zin wijzigen. De wijziging wordt op dezelfde wijze als het voorstel ter kennis van de beide andere ondertekenende Regeringen gebracht.

    In dat geval is geen der beide andere ondertekenende Regeringen langer gebonden door de bepaling die het voorwerp was van het voorstel tot wijziging. Zelfs kan elk van de Overeenkomstsluitende Partijen de Overeenkomst opzeggen overeenkomstig artikel 7, lid 2. De opzegging zal van kracht worden op de eerste dag van de derde maand volgende op de datum waarop de Secretaris-Generaal de kennisgeving van opzegging heeft ontvangen. Artikel 7, lid 3, is op deze opzegging van toepassing.

Artikel 9

Indien een der ondertekenende Regeringen na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst partij wenst te worden bij een Overeenkomst, waarin bepalingen voorkomen welke afwijken van de onderhavige Overeenkomst of van de eenvormige wet, is artikel 8 van overeenkomstige toepassing.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage op 26 november 1973, in drie exemplaren, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Bijlage Eenvormige wet betreffende de dwangsom

Artikel 1

  • 1 De rechter kan op vordering van een der partijen de wederpartij veroordelen tot betaling van een geldsom, dwangsom genaamd, voor het geval dat aan de hoofdveroordeling niet wordt voldaan, onverminderd het recht op schadevergoeding indien daartoe gronden zijn. Een dwangsom kan echter niet worden opgelegd in geval van een veroordeling tot betaling van een geldsom.

  • 2 De dwangsom kan ook voor het eerst in verzet of in hoger beroep worden gevorderd.

  • 3 De dwangsom kan niet worden verbeurd vóór de betekening van de uitspraak waarbij zij is vastgesteld.

  • 4 De rechter kan bepalen dat de veroordeelde pas na verloop van een zekere termijn de dwangsom zal kunnen verbeuren.

Artikel 2

De rechter kan de dwangsom hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding vaststellen. In de laatste twee gevallen kan de rechter eveneens een bedrag bepalen waarboven geen dwangsom meer verbeurd wordt.

Artikel 3

De dwangsom, eenmaal verbeurd, komt ten volle toe aan de partij die de veroordeling heeft verkregen. Deze partij kan de dwangsom ten uitvoer leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld.

Artikel 4

  • 1 De rechter die een dwangsom heeft opgelegd, kan op vordering van de veroordeelde de dwangsom opheffen, de looptijd ervan opschorten gedurende de door hem te bepalen termijn of de dwangsom verminderen ingeval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen.

  • 2 Voor zover de dwangsom verbeurd was voordat de onmogelijkheid intrad, kan de rechter haar niet opheffen of verminderen.

Artikel 5

  • 1 De dwangsom kan gedurende het faillissement van de veroordeelde niet worden verbeurd.

  • 2 Dwangsommen die vóór de faillietverklaring verbeurd zijn, worden in het passief van het faillissement niet toegelaten.

Artikel 6

  • 1 Na overlijden van de veroordeelde wordt een dwangsom die op een bepaald bedrag per tijdseenheid is vastgesteld, niet verder verbeurd, maar de vóór het overlijden verbeurde dwangsommen blijven verschuldigd. De dwangsom wordt

    (voor België) door erfgenamen en andere rechtverkrijgenden

    (voor Nederland) door erfgenamen

    van de veroordeelde pas opnieuw verbeurd nadat de rechter die haar heeft opgelegd, aldus heeft beslist. De rechter kan het bedrag en de voorwaarden ervan wijzigen.

  • 2 Andere dwangsommen kunnen, op vordering van

    (voor België) de erfgenamen en andere rechtverkrijgenden

    (voor Nederland) de erfgenamen

    door de rechter die ze heeft opgelegd, worden opgeheven of verminderd, hetzij blijvend hetzij tijdelijk, en, in voorkomend geval, met ingang van de dag waarop de veroordeelde overleden is.

Artikel 7

Een dwangsom verjaart door verloop van zes maanden na de dag waarop zij verbeurd is.

  • 2. De verjaring wordt

    (voor België) geschorst

    (voor Nederland) geschorst/verlengd

    door faillissement en ieder ander wettelijk beletsel voor tenuitvoerlegging van de dwangsom.

  • 3. De verjaring wordt ook

    (voor België) geschorst

    (voor Nederland) geschorst/verlengd

    zolang degene die de veroordeling verkreeg met het verbeuren van de dwangsom redelijkerwijs niet bekend kon zijn.

Artikel 8

Voor de bepaling van de rechterlijke bevoegdheid en de vatbaarheid voor hoger beroep wordt geen rekening gehouden met de dwangsom.