Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag betreffende de instelling [...] vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971, Londen, 27-11-1992

Geldend van 01-11-2003 t/m heden

Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971

Authentiek : EN

Protocol of 1992 to amend the International Convention on the Establishment of an International Fund for Compensation for Oil Pollution Damage, 1971

The Parties to the present Protocol,

Having considered the International Convention on the Establishment of an International Fund for Compensation for Oil Pollution Damage, 1971, and the 1984 Protocol thereto,

Having noted that the 1984 Protocol to that Convention, which provides for improved scope and enhanced compensation, has not entered into force,

Affirming the importance of maintaining the viability of the international oil pollution liability and compensation system,

Aware of the need to ensure the entry into force of the content of the 1984 Protocol as soon as possible,

Recognizing the advantage for the States Parties of arranging for the amended Convention to coexist with and be supplementary to the original Convention for a transitional period,

Convinced that the economic consequences of pollution damage resulting from the carriage of oil in bulk at sea by ships should continue to be shared by the shipping industry and by the oil cargo interests,

Bearing in mind the adoption of the Protocol of 1992 to amend the International Convention on Civil Liability for Oil Pollution Damage, 1969,

Have agreed as follows:

Article 1

The Convention which the provisions of this Protocol amend is the International Convention on the Establishment of an International Fund for Compensation for Oil Pollution Damage, 1971, hereinafter referred to as the “1971 Fund Convention”. For States Parties to the Protocol of 1976 to the 1971 Fund Convention, such reference shall be deemed to include the 1971 Fund Convention as amended by that Protocol.

Article 2

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 3

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 4

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 5

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 6

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 7

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 8

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 9

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 10

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 11

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 12

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 13

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 14

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 15

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 16

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 17

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 18

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 19

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 20

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 21

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 22

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 23

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 24

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 25

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 26

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Article 27

  • 1 The 1971 Fund Convention and this Protocol shall, as between the Parties to this Protocol, be read and interpreted as one single instrument.

FINAL CLAUSES

Article 28. Signature, ratification, acceptance, approval and accession

  • 1 This Protocol shall be open for signature at London from 15 January 1993 to 14 January 1994 by any State which has signed the 1992 Liability Convention.

  • 2 Subject to paragraph 4, this Protocol shall be ratified, accepted or approved by States which have signed it.

  • 3 Subject to paragraph 4, this Protocol is open for accession by States which did not sign it.

  • 4 This Protocol may be ratified, accepted, approved or acceded to only by States which have ratified, accepted, approved or acceded to the 1992 Liability Convention.

  • 5 Ratification, acceptance, approval or accession shall be effected by the deposit of a formal instrument to that effect with the Secretary General of the Organization.

  • 6 A State which is a Party to this Protocol but is not a Party to the 1971 Fund Convention shall be bound by the provisions of the 1971 Fund Convention as amended by this Protocol in relation to other Parties hereto, but shall not be bound by the provisions of the 1971 Fund Convention in relation to Parties thereto.

  • 7 Any instrument of ratification, acceptance, approval or accession deposited after the entry into force of an amendment to the 1971 Fund Convention as amended by this Protocol shall be deemed to apply to the Convention so amended, as modified by such amendment.

Article 29. Information on contributing oil

  • 1 Before this Protocol comes into force for a State, that State shall, when depositing an instrument referred to in Article 28, paragraph 5, and annually thereafter at a date to be determined by the Secretary-General of the Organization, communicate to him the name and address of any person who in respect of that State would be liable to contribute to the Fund pursuant to Article 10 of the 1971 Fund Convention as amended by this Protocol as well as data on the relevant quantities of contributing oil received by any such person in the territory of that State during the preceding calendar year.

  • 2 During the transitional period, the Director shall, for Parties, communicate annually to the Secretary-General of the Organization data on quantities of contributing oil received by persons liable to contribute to the Fund pursuant to Article 10 of the 1991 Fund Convention as amended by this Protocol.

Article 30. Entry into force

  • 1 This Protocol shall enter into force twelve months following the date on which the following requirements are fulfilled:

    • a) at least eight States have deposited instruments of ratification, acceptance, approval or accession with the Secretary-General of the Organization; and

    • b) the Secretary-General of the Organization has received information in accordance with Article 29 that those persons who would be liable to contribute pursuant to Article 10 of the 1971 Fund Convention as amended by this Protocol have received during the preceding calendar year a total quantity of at least 450 million tons of contributing oil.

  • 3 For each State which ratifies, accepts, approves or accedes to this Protocol after the conditions in paragraph 1 for entry into force have been met, the Protocol shall enter into force twelve months following the date of the deposit by such State of the appropriate instrument.

  • 4 Any State may, at the time of the deposit of its instrument of ratification, acceptance, approval or accession in respect of this Protocol declare that such instrument shall not take effect for the purpose of this Article until the end of the six-month period in Article 31.

  • 5 Any State which has made a declaration in accordance with the preceding paragraph may withdraw it at any time by means of a notification addressed to the Secretary-General of the Organization. Any such withdrawal shall take effect on the date notification is received, and any State making such a withdrawal shall be deemed to have deposited its instrument of ratification, acceptance, approval or accession in respect of this Protocol on that date.

Article 31. Denunciation of the 1969 and 1971 Conventions

Subject to Article 30, within six months following the date on which the following requirements are fulfilled:

  • a) at least eight States have become Parties to this Protocol or have deposited instruments of ratification, acceptance, approval or accession with the Secretary-General of the Organization, whether or not subject to Article 30, paragraph 4, and

  • b) the Secretary-General of the Organization has received information in accordance with Article 29 that those persons who are or would be liable to contribute persuant to Article 10 of the 1971 Fund Convention as amended by this Protocol have received during the preceding calendar year a total quantity of at least 750 million tons of contributing oil;

each Party to this Protocol and each State which has deposited an instrument of ratification, acceptance, approval or accession, whether or not subject to Article 30, paragraph 4, shall, if Party thereto, denounce the 1971 Fund Convention and the 1969 Liability Convention with effect twelve months after the expiry of the above-mentioned six-month period.

Article 32. Revision and amendment

  • 1 A conference for the purpose of revising or amending the 1992 Fund Convention may by convened by the Organization.

  • 2 The Organization shall convene a Conference of Contracting States for the purpose of revising or amending the 1992 Fund Convention at the request of not less than one third of all Contracting States.

Article 33. Amendment of compensation limits

  • 1 Upon the request of at least one quarter of the Contracting States, any proposal to amend the limits of amounts of compensation laid down in Article 4, paragraph 4, of the 1971 Fund Convention as amended by this Protocol shall be circulated by the Secretary-General to all Members of the Organization and to all Contracting States.

  • 2 Any amendment proposed and circulated as above shall be submitted to the Legal Committee of the Organization for consideration at a date at least six months after the date of its circulation.

  • 3 All Contracting States to the 1971 Fund Convention as amended by this Protocol, whether or not Members of the Organization, shall be entitled to participate in the proceedings of the Legal Committee for the consideration and adoption of amendments.

  • 4 Amendments shall be adopted by a two-thirds majority of the Contracting States present and voting in the Legal Committee, expanded as provided for in paragraph 3, on condition that at least one half of the Contracting States shall be present at the time of voting.

  • 6

    • a) No amendment of the limits under this Article may be considered before 15 January 1998 nor less than five years from the date of entry into force of a previous amendment under this Article. No amendment under this Article shall be considered before this Protocol has entered into force.

    • b) No limit may be increased so as to exceed an amount which corresponds to the limit laid down in the 1971 Fund Convention as amended by this Protocol increased by six per cent per year calculated on a compound basis from 15 January 1993.

    • c) No limit may be increased so as to exceed an amount which corresponds to the limit laid down in the 1971 Fund Convention as amended by this Protocol multiplied by three.

  • 7 Any amendment adopted in accordance with paragraph 4 shall be notified by the Organization to all Contracting States. The amendment shall be deemed to have been accepted at the end of a period of eighteen months after the date of notification unless within that period not less than one quarter of the States that were Contracting States at the time of the adoption of the amendment by the Legal Committee have communicated to the Organization that they do not accept the amendment in which case the amendment is rejected and shall have no effect.

  • 8 An amendment deemed to have been accepted in accordance with paragraph 7 shall enter into force eighteen months after its acceptance.

  • 9 All Contracting States shall be bound by the amendment, unless they denounce this Protocol in accordance with Article 34, paragraphs 1 and 2, at least six months before the amendment enters into force. Such denunciation shall take effect when the amendment enters into force.

  • 10 When an amendment has been adopted by the Legal Committee but the eighteen-month period for its acceptance has not yet expired, a State which becomes a Contracting State during that period shall be bound by the amendment if it enters into force. A State which becomes a Contracting State after that period shall be bound by an amendment which has been accepted in accordance with paragraph 7. In the cases referred to in this paragraph, a State becomes bound by an amendment when that amendment enters into force, or when this Protocol enters into force for that State, if later.

Article 34. Denunciation

  • 1 This Protocol may be denounced by any Party at any time after the date on which it enters into force for that Party.

  • 2 Denunciation shall be effected by the deposit of an instrument with the Secretary-General of the Organization.

  • 3 A denunciation shall take effect twelve months, or such longer period as may be specified in the instrument of denunciation, after its deposit with the Secretary-General of the Organization.

  • 5 Any Contracting State to this Protocol which has not denounced the 1971 Fund Convention and the 1969 Liability Convention as required by Article 31 shall be deemed to have denounced this Protocol with effect twelve months after the expiry of the six-month period mentioned in that Article. As from the date on which the denunciations provided for in Article 31 take effect, any Party to this Protocol which deposits an instrument of ratification, acceptance, approval or accession to the 1969 Liability Convention shall be deemed to have denounced this Protocol with effect from the date on which such instrument takes effect.

  • 6 As between the Parties to this Protocol, denunciation by any of them of the 1971 Fund Convention in accordance with Article 41 thereof shall not be construed in any way as a denunciation of the 1971 Fund Convention as amended by this Protocol.

  • 7 Notwithstanding a denunciation of this Protocol by a Party pursuant to this Article, any provisions of this Protocol relating to the obligations to make contributions under Article 10 of the 1971 Fund Convention as amended by this Protocol with respect to an incident referred to in Article 12, paragraph 2b), of that amended Convention and occurring before the denunciation takes effect shall contiue to apply.

Article 35. Extraordinary sessions of the Assembly

  • 1 Any Contracting State may, within ninety days after the deposit of an instrument of denunciation the result of which it considers will significantly increase the level of contributions for the remaining Contracting States, request the Director to convene an extraordinary session of the Assembly. The Director shall convene the Assembly to meet not later than sixty days after receipt of the request.

  • 2 The Director may convene, on his own initiative, an extraordinary session of the Assembly to meet within sixty days after the deposit of any instrument of denunciation, if he considers that such denunciation will result in a significant increase in the level of contributions of the remaining Contracting States.

  • 3 If the Assembly at an extraordinary session convened in accordance with paragraph 1 or 2 decides that the denunciation will result in a significant increase in the level of contributions for the remaining Contracting States, any such State may, not later than one hundred and twenty days before the date on which the denunciation takes effect, denounce this Protocol with effect from the same date.

Article 36. Termination

  • 1 This Protocol shall cease to be in force on the date when the number of Contracting States falls below three.

  • 2 States which are bound by this Protocol on the day before the date it ceases to be in force shall enable the Fund to exercise its functions as described under Article 37 of this Protocol and shall, for that purpose only, remain bound by this Protocol.

Article 37. Winding up of the Fund

  • 1 If this Protocol ceases to be in force, the Fund shall nevertheless:

    • a) meet its obligations in respect of any incident occurring before the Protocol ceased to be in force;

    • b) be entitled to excercise its rights to contributions to the extent that these contributions are necessary to meet the obligations under subparagraph a), including expenses for the administration of the Fund necessary for this purpose.

  • 2 The Assembly shall take all appropriate measures to complete the winding up of the Fund including the distribution in an equitable manner of any remaining assets among those persons who have contributed to the Fund.

  • 3 For the purposes of this Article the Fund shall remain a legal person.

Article 38. Depositary

  • 1 This Protocol and any amendments accepted under Article 33 shall be deposited with the Secretary-General of the Organization.

  • 2 The Secretary-General of the Organization shall:

    • a) inform all States which have signed or acceded to this Protocol of:

      • (i) each new signature or deposit of an instrument together with the date thereof;

      • (ii) each declaration and notification under Article 30 including declarations and withdrawals deemed to have been made in accordance with that Article;

      • (iii) the date of entry into force of this Protocol;

      • (iv) the date by which denunciations provided for in Article 31 are required to be made;

      • (v) any proposal to amend limits of amounts of compensation which has been made in accordance with Article 33, paragraph 1;

      • (vi) any amendment which has been adopted in accordance with Article 33, paragraph 4;

      • (vii) any amendment deemed to have been accepted under Article 33, paragraph 7, together with the date on which that amendment shall enter into force in accordance with paragraphs 8 and 9 of that Article;

      • (viii) the deposit of an instrument of denunciation of this Protocol together with the date of the deposit and the date on which it takes effect;

      • (ix) any denunciation deemed to have been made under Article 34, paragraph 5;

      • (x) any communication called for by any Article in this Protocol;

    • b) transmit certified true copies of this Protocol to all Signatory States and to all States which accede to the Protocol.

  • 3 As soon as this Protocol enters into force, the text shall be transmitted by the Secretary-General of the Organization to the Secretariat of the United Nations for registration and publication in accordance with Article 102 of the Charter of the United Nations.

Article 39. Languages

This Protocol is established in a single original in the Arabic, Chinese, English, French, Russian and Spanish languages, each text being equally authentic.

DONE AT LONDON this twenty-seventh day of November one thousand nine hundred and ninety-two.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned being duly authorized for that purpose have signed this Protocol.

Resolution 2. Resolution on the Establishment of the International Oil Pollution Compensation Fund, 1992

The Conference,

Having adopted the protocol of 1992 to amend the International Convention on the Establishment of an International Fund for Compensation for Oil Pollution Damage, 1971,

Considering that there is a need, before the Protocol enters into force and for some time thereafter, to prepare certain administrative and organizational measures in order to ensure that the International Oil Pollution Compensation Fund (hereinafter referred to as “the Fund”) to be established under the International Convention on the Establishment of an International Fund for Compensation for Oil Pollution Damage, 1992 (hereinafter referred to as “the Fund Convention”), can operate properly as from the date of entry into force of the said Protocol,

Considering that there is need to provide for a smooth transition of administrative and organizational measures to the regime under the 1992 Fund Convention,

  • 1. Requests the Assembly of the International Oil Pollution Compensation Fund, 1971 (hereinafter referred to as “the 1971 Fund”), established under the International Convention on the Establishment of an International Fund for Compensation for Oil Pollution Damage, 1971 (hereinafter referred to as “the 1971 Fund Convention”), to authorize and instruct its Director, on the basis that all expenses that may be incured would be reimbursed by the Fund:

    • a) to perform, in addition to his functions under the 1971 Fund Convention, duties under the Fund Convention, provided that the interests of Parties to the 1971 Fund Convention are not unduly affected;

    • b) to make all possible efforts, in co-operation with other international organizations concerned such as the International Maritime Organization (IMO), to encourage early entry into force of the said Protocol;

    • c) to provide all necessary assistance for the setting up of the Fund;

    • d) to make the necessary preparations for the first session of the Assembly of the Fund, which is to be convened by the Secretary-General of IMO, in accordance with Article 36 of the Fund Convention;

    • e) to enter into negotiations with IMO with a view to enabling the Fund to reach agreements, as soon as possible, regarding accommodation and supporting services, as appropriate;

    • f) to enter into negotiations with the Fund at the appropriate time with a view to reaching a mutually advantageous arrangement enabling both Funds to share a single Secretariat, headed by the Director;

  • 2. Recommends that regular sessions of the Assemblies, under Article 19, paragraph 1, of the Fund Convention and the 1971 Fund Convention, be held, as far as practicable, during the same period and at the same place;

  • 3. Further recommends that the Fund should:

    • a) ensure, in its Staff Rules and Regulations, that personnel employed by the 1971 Fund on the date when the 1971 Fund Convention ceases to be in force will receive treatment no less favourable, as regards the terms and conditions of their service, as a result of the change of legal personality of the organization;

    • b) enter into negotiations with the host Government so that the question of the privileges, immunities and facilities to be accorded to the Fund can be considered with a view to its being settled in a mutually satisfactory manner, having regard to the privileges, immunities and facilities accorded at present to the 1971 Fund.

Vertaling : NL

Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971

De Partijen bij dit Protocol,

Bestudeerd hebbend het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971, en het daarbij behorende Protocol van 1984,

Vastgesteld hebbend dat het Protocol van 1984 bij dat Verdrag, waarbij wordt voorzien in een ruimere werkingssfeer van het Verdrag en in een verhoging van de vergoeding, niet in werking is getreden,

Het belang bevestigend van de handhaving van de levensvatbaarheid van het internationale stelsel van aansprakelijkheid voor verontreiniging door olie en van vergoeding van schade,

Zich bewust van de noodzaak de zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van de inhoud van het Protocol van 1984 te verzekeren,

Het voordeel voor de Partij zijnde Staten erkennend van een regeling waarbij voor een overgangsperiode het gewijzigde Verdrag bestaat naast en in aanvulling op het oorspronkelijke Verdrag,

Ervan overtuigd dat de economische gevolgen van schade door verontreiniging voortvloeiend uit het vervoer door schepen van olie in bulk over zee dienen te blijven gedeeld door de scheepvaart en door degenen die financiële belangen hebben bij de vervoerde olie,

Indachtig de aanneming van het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

Het Verdrag dat door de bepalingen van dit Protocol wordt gewijzigd is het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971, hierna te noemen het „Fondsverdrag, 1971”. Ten aanzien van Staten die Partij zijn bij het Protocol van 1976 bij het Fondsverdrag, 1971, wordt met deze term bedoeld het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dat Protocol.

Artikel 2

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 3

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 4

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 5

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 6

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 7

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 8

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 9

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 10

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 11

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 12

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 13

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 14

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 15

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 16

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 17

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 18

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 19

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 20

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 21

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 22

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 23

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 24

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 25

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 26

[Red: Wijzigt het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie (ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969); Brussel, 18 december 1971.]

Artikel 27

  • 1 Het Fondsverdrag, 1971, en dit Protocol worden, wat de Partijen bij dit Protocol betreft, gelezen en uitgelegd als één enkel document.

SLOTBEPALINGEN

Artikel 28. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding

  • 1 Dit Protocol staat open voor ondertekening te Londen van 15 januari 1993 tot en met 14 januari 1994 door iedere Staat die het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, heeft ondertekend.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in het vierde lid dient dit Protocol te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de Staten die het hebben ondertekend.

  • 3 Onverminderd het bepaalde in het vierde lid staat dit Protocol open voor toetreding door Staten die het niet hebben ondertekend.

  • 4 Slechts de Staten die het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, hebben bekrachtigd, aanvaard, goedgekeurd of ertoe zijn toegetreden, kunnen dit Protocol bekrachtigen, aanvaarden, goedkeuren of ertoe toetreden.

  • 5 Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

  • 6 Een Staat die Partij is bij dit Protocol maar geen Partij is bij het Fondsverdrag, 1971, is gebonden door de bepalingen van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, met betrekking tot andere Partijen hierbij, maar is niet gebonden door de bepalingen van het Fondsverdrag, 1971, met betrekking tot Partijen daarbij.

  • 7 Akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, die zijn nedergelegd nadat een wijziging van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, in werking is getreden, worden geacht van toepassing te zijn op het aldus gewijzigde Verdrag, zoals gewijzigd door bedoelde wijziging.

Artikel 29. Informatie omtrent bijdragende olie

  • 1 Alvorens dit Protocol ten aanzien van een Staat in werking treedt, moet die Staat bij de nederlegging van een akte bedoeld in artikel 28, vijfde lid, en vervolgens jaarlijks op een door de Secretaris-Generaal van de Organisatie vast te stellen tijdstip, deze de naam en het adres mededelen van de personen die voor die Staat op grond van artikel 10 van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, verplicht zouden zijn aan het Fonds bij te dragen, alsmede gegevens betreffende de in aanmerking komende hoeveelheden bijdragende olie die binnen het grondgebied van die Staat gedurende het voorgaande kalenderjaar door die personen zijn ontvangen.

  • 2 Tijdens de overgangsperiode verstrekt de Directeur, namens de Partijen, jaarlijks aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie gegevens betreffende de hoeveelheden bijdragende olie ontvangen door personen die verplicht zouden zijn aan het Fonds bij te dragen op grond van artikel 10 van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol.

Artikel 30. Inwerkingtreding

  • 1 Dit Protocol treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop aan de volgende eisen is voldaan:

    • a. ten minste acht Staten hebben een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie; en

    • b. de Secretaris-Generaal van de Organisatie heeft overeenkomstig artikel 29 mededeling ontvangen dat de personen in deze Staten die op grond van artikel 10 van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, verplicht zouden zijn bij te dragen gedurende het voorgaande kalenderjaar in totaal een hoeveelheid van ten minste 450 miljoen ton bijdragende olie hebben ontvangen.

  • 3 Ten aanzien van elke Staat die dit Protocol bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt nadat aan de in het eerste lid gestelde eisen voor inwerkingtreding is voldaan, treedt het Protocol in werking twaalf maanden na de datum van nederlegging door die Staat van de daartoe strekkende akte.

  • 4 Iedere Staat kan, op het tijdstip van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot dit Protocol, verklaren dat deze akte voor de toepassing van dit artikel niet eerder van kracht wordt dan aan het einde van het tijdvak van zes maanden bedoeld in artikel 31.

  • 5 Iedere Staat die een verklaring overeenkomstig het voorgaande lid heeft afgelegd, kan deze te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Organisatie. Een zodanige intrekking wordt van kracht op de datum waarop de kennisgeving wordt ontvangen en iedere Staat die een zodanige intrekking doet, wordt geacht zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot dit Protocol op die datum te hebben nedergelegd.

Artikel 31. Opzegging van de Verdragen van 1969 en 1971

Onverminderd het bepaalde in artikel 30 dient, binnen zes maanden na de datum waarop is voldaan aan de eis dat:

  • a. ten minste acht Staten Partij zijn geworden bij dit Protocol of akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie, al dan niet met toepassing van artikel 30, vierde lid, en

  • b. de Secretaris-Generaal van de Organisatie informatie overeenkomstig artikel 29 heeft ontvangen dat de personen die verplicht zijn of zouden zijn bij te dragen ingevolge artikel 10 van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, gedurende het voorgaande kalenderjaar in totaal een hoeveelheid van tenminste 750 miljoen ton bijdragende olie hebben ontvangen;

elke Partij bij dit Protocol en elke Staat die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, al dan niet met toepassing van artikel 30, vierde lid, heeft nedergelegd, indien deze Partij daarbij is, het Fondsverdrag, 1971, en het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, op te zeggen met ingang van twaalf maanden na het verstrijken van de bovengenoemde periode van zes maanden.

Artikel 32. Herziening en wijziging

  • 1 De Organisatie kan een conferentie tot herziening of wijziging van het Fondsverdrag, 1992, bijeenroepen.

  • 2 De Organisatie roept een conferentie van de Verdragsluitende Staten bijeen tot herziening of wijziging van het Fondsverdrag, 1992, op verzoek van ten minste een derde van alle Verdragsluitende Staten.

Artikel 33. Wijziging van de vergoedingsgrenzen

  • 1 Op verzoek van ten minste een vierde van de Verdragsluitende Staten worden voorstellen tot wijziging van de vergoedingsgrenzen neergelegd in artikel 4, vierde lid van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, door de Secretaris-Generaal toegezonden aan alle Leden van de Organisatie en aan alle Verdragsluitende Staten.

  • 2 Elke voorgestelde en zoals hierboven aangegeven toegezonden wijziging wordt voorgelegd aan de Juridische Commissie van de Organisatie ter overweging op een datum tenminste zes maanden na de datum van toezending.

  • 3 Alle Verdragsluitende Staten bij het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, ongeacht of zij lid van de Organisatie zijn, zijn gerechtigd deel te nemen aan de werkzaamheden van de Juridische Commissie ter overweging en aanneming van wijzigingen.

  • 4 Wijzigingen worden aangenomen met een tweederde-meerderheid van de Verdragsluitende Staten die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de Juridische Commissie, welke is uitgebreid zoals bepaald in het derde lid, mits ten minste de helft van de Verdragsluitende Staten aanwezig is op het tijdstip van de stemming.

  • 6

    • a. Er mag geen wijziging van de grenzen ingevolge dit artikel worden overwogen vóór 15 januari 1998 en evenmin binnen vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van een voorgaande wijziging ingevolge dit artikel. Er kan geen wijziging ingevolge dit artikel worden overwogen alvorens dit Protocol in werking is getreden.

    • b. Er mag geen grens zodanig worden verhoogd dat deze een bedrag overschrijdt dat overeenkomt met de grens vervat in het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, verhoogd met zes procent per jaar berekend op samengestelde basis vanaf 15 januari 1993.

    • c. Er mag geen grens zodanig worden verhoogd, dat deze een bedrag overschrijdt dat overeenkomt met de grens vervat in het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, vermenigvuldigd met drie.

  • 7 Elke wijziging aangenomen overeenkomstig het vierde lid wordt door de Organisatie ter kennis gebracht van alle Verdragsluitende Staten. De wijziging wordt geacht te zijn aanvaard aan het einde van een tijdvak van achttien maanden na de datum van kennisgeving, tenzij binnen dat tijdvak niet minder dan een vierde van de Staten die Verdragsluitende Staten waren op het tijdstip van aanneming van de wijziging door de Juridische Commissie de Organisatie hebben medegedeeld dat zij de wijziging niet aanvaarden, in welk geval de wijziging is verworpen en deze niet van kracht wordt.

  • 8 Een wijziging die geacht wordt te zijn aanvaard overeenkomstig het zevende lid, treedt in werking achttien maanden na aanvaarding ervan.

  • 9 Alle Verdragsluitende Staten zijn gebonden door de wijziging, tenzij zij tenminste zes maanden voordat de wijziging in werking treedt dit Protocol opzeggen overeenkomstig artikel 34, eerste en tweede lid. Een zodanige opzegging wordt van kracht wanneer de wijziging in werking treedt.

  • 10 Wanneer een wijziging door de Juridische Commissie is aangenomen, maar het tijdvak van achttien maanden voor de aanvaarding ervan nog niet is verstreken, is een Staat die gedurende dat tijdvak een Verdragsluitende Staat wordt, door de wijziging gebonden indien deze in werking treedt. Een Staat die na dat tijdvak een Verdragsluitende Staat wordt, is gebonden door een wijziging die overeenkomstig het zevende lid is aanvaard. In de gevallen bedoeld in dit lid wordt een Staat gebonden door een wijziging wanneer deze wijziging in werking treedt, of wanneer dit Protocol voor de Staat in werking treedt, indien deze datum later valt.

Artikel 34. Opzegging

  • 1 Een Partij kan dit Protocol, na de datum waarop het voor die Partij in werking is getreden, te allen tijde opzeggen.

  • 2 Opzegging geschiedt door nederlegging van een akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

  • 3 Een opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de nederlegging van de akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie of na een langere termijn wanneer zulks in die akte is bepaald.

  • 5 Een Partij bij dit Protocol die het Fondsverdrag, 1971, en het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, niet heeft opgezegd zoals vereist in artikel 31, wordt geacht dit Protocol te hebben opgezegd met ingang van twaalf maanden na het verstrijken van de periode van zes maanden genoemd in dat artikel. Met ingang van de datum waarop de opzeggingen voorzien in artikel 31 van kracht worden, wordt een Partij bij dit Protocol die een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van, dan wel toetreding tot het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, nederlegt, geacht dit Protocol te hebben opgezegd met ingang van de datum waarop deze akte van kracht wordt.

  • 6 Wat de Partijen bij dit Protocol betreft, wordt opzegging door een van hen van het Fondsverdrag, 1971, overeenkomstig artikel 41 daarvan, niet op enigerlei wijze uitgelegd als een opzegging van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol.

  • 7 Niettegenstaande een opzegging van dit Protocol door een Partij ingevolge dit artikel blijven de bepalingen van dit Protocol welke verband houden met de verplichtingen om bij te dragen op grond van artikel 10 van het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dit Protocol, van toepassing ten aanzien van een voorval zoals bedoeld in artikel 12, tweede lid, onder b, van dat gewijzigde Verdrag dat zich heeft voorgedaan voordat de opzegging van kracht wordt.

Artikel 35. Buitengewone zittingen van de Algemene Vergadering

  • 1 Iedere Verdragsluitende Staat kan binnen negentig dagen na de nederlegging van een akte van opzegging, welke naar zijn mening een belangrijke stijging van de bijdragen voor overblijvende Verdragsluitende Staten ten gevolge zal hebben, de Directeur verzoeken een buitengewone zitting van de Algemene Vergadering bijeen te roepen. De Directeur moet de Algemene Vergadering uiterlijk zestig dagen na ontvangst van het verzoek bijeenroepen.

  • 2 De Directeur kan op eigen initiatief een buitengewone zitting van de Algemene Vergadering bijeenroepen binnen zestig dagen na de nederlegging van een akte van opzegging, indien hij van mening is dat deze opzegging zal leiden tot een belangrijke stijging van de bijdragen voor de overblijvende Verdragsluitende Staten.

  • 3 Indien de Algemene Vergadering, in een buitengewone zitting bijeengeroepen overeenkomstig het eerste of het tweede lid, besluit dat de opzegging zal leiden tot een belangrijke stijging van de bijdragen voor de overblijvende Verdragsluitende Staten, kan ieder van deze Staten, uiterlijk honderdtwintig dagen voor de datum waarop de opzegging van kracht wordt, dit Protocol opzeggen met ingang van dezelfde datum.

Artikel 36. Beëindiging

  • 1 Dit Protocol houdt op van kracht te zijn op de datum waarop het aantal Verdragsluitende Staten minder wordt dan drie.

  • 2 De Staten die door dit Protocol zijn gebonden op de dag voorafgaande aan die waarop dit Protocol ophoudt van kracht te zijn, dienen het Fonds in staat te stellen zijn functies als beschreven in artikel 37 van dit Protocol uit te oefenen en blijven slechts voor dit doel door dit Protocol gebonden.

Artikel 37. Vereffening van het Fonds

  • 1 Indien dit Protocol ophoudt van kracht te zijn, is het Fonds niettemin:

    • a. gehouden zijn verplichtingen na te komen ten aanzien van een voorval dat zich heeft voorgedaan voordat het Protocol ophield van kracht te zijn;

    • b. gerechtigd zijn rechten op bijdragen uit te oefenen in zoverre deze bijdragen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de verplichtingen krachtens dit lid, onder a, met inbegrip van uitgaven ten behoeve van het beheer van het Fonds die noodzakelijk zijn voor dat doel.

  • 2 De Algemene Vergadering dient alle passende maatregelen te nemen voor de vereffening van het Fonds, met inbegrip van de billijke verdeling van eventueel overblijvende activa onder de personen die aan het Fonds hebben bijgedragen.

  • 3 Voor de toepassing van dit artikel blijft het Fonds een rechtspersoon.

Artikel 38. Depositaris

  • 1 Dit Protocol en alle ingevolge artikel 33 aanvaarde wijzigingen worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

  • 2 De Secretaris-Generaal van de Organisatie:

    • a. stelt alle Staten die dit Protocol hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden in kennis van:

      • (i) elke nieuwe ondertekening of nederlegging van een akte en de datum daarvan;

      • (ii) elke verklaring en kennisgeving ingevolge artikel 30, met inbegrip van verklaringen en opzeggingen die geacht worden overeenkomstig dat artikel te zijn gedaan;

      • (iii) de datum van inwerkingtreding van dit Protocol;

      • (iv) de datum waarop de opzeggingen voorzien in artikel 31 dienen te zijn gedaan;

      • (v) alle voorstellen tot wijziging van de vergoedingsgrenzen die zijn gedaan overeenkomstig artikel 33, eerste lid;

      • (vi) alle wijzigingen die zijn aangenomen overeenkomstig artikel 33, vierde lid;

      • (vii) alle wijzigingen die ingevolge artikel 33, zevende lid, worden geacht te zijn aanvaard alsmede de datum waarop die wijzigingen in werking treden overeenkomstig het achtste en het negende lid van dat artikel;

      • (viii) de nederlegging van een akte van opzegging van dit Protocol, de datum van nederlegging en de datum waarop deze van kracht wordt;

      • (ix) alle opzeggingen die geacht worden te zijn gedaan ingevolge artikel 34, vijfde lid;

      • (x) alle mededelingen die ingevolge een artikel van dit Protocol vereist zijn;

    • b. zendt voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van dit Protocol toe aan alle ondertekenende Staten en aan alle Staten die tot het Protocol toetreden.

  • 3 Zodra dit Protocol in werking treedt, wordt de tekst door de Secretaris-Generaal van de Organisatie toegezonden aan het Secretariaat van de Verenigde Naties ter registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

Artikel 39. Talen

Dit Protocol is opengesteld in één oorspronkelijk exemplaar in de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

GEDAAN te Londen, de zevenentwintigste november negentienhonderd tweeënnegentig.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.