Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap inzake de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen, Brussel, 13-11-1991[Regeling wordt (deels) voorlopig toegepast per 09-12-1997.]

Geldend van 09-12-1997 t/m heden

Verdrag tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap inzake de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen

Authentiek : NL

Verdrag tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen inzake de tenuitvoerlegging van buitenlandse strafvonnissen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

Preambule

De Lid-Staten,

Gelet op de nauwe banden tussen hun volken;

In overweging nemende het belang van een versterking van de justitiële samenwerking met het oog op het tot stand brengen van een Europese ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van personen is gewaarborgd overeenkomstig de bepalingen van de Europese Akte;

Overtuigd dat de bestaande vormen van onderlinge internationale samenwerking in strafzaken dienen te worden aangevuld met bepalingen inzake de overdracht van de tenuitvoerlegging van strafvonnissen, in het bijzonder vonnissen waarbij vrijheidsbenemende en geldelijke sancties zijn opgelegd;

Zich bewust van de noodzaak om bij de overdracht van de tenuitvoerlegging van strafvonnissen met de belangen van alle daarbij betrokken personen rekening te houden;

Indachtig de Verdragen van de Raad van Europa inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gesloten te 's-Gravenhage op 28 mei 1970, en inzake de overbrenging van gevonniste personen, gesloten te Straatsburg op 21 maart 1983,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1. Definities [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

  • 1 Ten behoeve van dit Verdrag betekent:

    • a. „rechterlijke beslissing”: de onherroepelijke beslissing van een rechter waarbij een straf wordt opgelegd terzake van een strafbaar feit; dit betekent eveneens de oplegging van een geldelijke sanctie door een bestuurlijke autoriteit terzake van een administratief delict of een overtreding, mits de betrokkene de mogelijkheid heeft gehad de zaak aan de rechter voor te leggen;

    • b. „veroordeling”: de oplegging van een vrijheidsstraf of geldstraf door een rechter of de oplegging van een geldelijke sanctie door een bestuurlijke autoriteit als bedoeld onder a. van dit artikel;

    • c. „Staat van veroordeling”: de Staat waarin de veroordeling ter zake waarvan de overdracht van de tenuitvoerlegging is of kan worden verzocht, werd uitgesproken;

    • d. „Staat van tenuitvoerlegging”: de Staat naar welke de tenuitvoerlegging van de veroordeling is of kan worden overgedragen.

  • 2 Bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, kan elke Lid-Staat in een verklaring de strafbare feiten aangeven die hij van de toepassing van dit Verdrag beoogt uit te sluiten. De andere Lid-Staten kunnen de regel van wederkerigheid toepassen.

Artikel 2. Algemene beginselen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

  • 1 Lid-Staten verbinden zich ertoe elkaar in zo ruim mogelijke mate samenwerking te verlenen met betrekking tot de overdracht van de tenuitvoerlegging van veroordelingen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag.

  • 2 De overdracht van de tenuitvoerlegging kan worden verzocht door hetzij de Staat van veroordeling, hetzij de Staat van tenuitvoerlegging.

Artikel 3. Tenuitvoerlegging van een veroordeling waarbij een vrijheidsstraf is opgelegd [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

De overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling waarbij een vrijheidsstraf is opgelegd, kan worden verzocht indien:

  • a. de veroordeelde zich op het grondgebied van de Staat van tenuitvoerlegging bevindt en onderdaan is van die Staat of op zijn grondgebied zijn vaste woon- of verblijfplaats heeft; of

  • b. de veroordeelde zich bevindt op het grondgebied van de Staat van tenuitvoerlegging, terwijl zijn uitlevering is geweigerd, desgevraagd zou worden geweigerd of niet mogelijk is; of

  • c. veroordeelde zich bevindt op het grondgebied van de Staat van tenuitvoerlegging en daar een vrijheidsstraf ondergaat of moet ondergaan.

Artikel 4. Tenuitvoerlegging van een veroordeling waarbij een geldelijke straf of sanctie is opgelegd [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

De overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling waarbij een geldelijke straf of sanctie is opgelegd, kan worden verzocht indien:

  • a. de veroordeelde een natuurlijke persoon is die zijn vaste woon- of verblijfplaats op het grondgebied van de Staat van tenuitvoerlegging heeft of die op dat grondgebied goederen tot verhaal bezit of inkomen geniet;

  • b. de veroordeelde een rechtspersoon is wiens zetel op het grondgebied van de Staat van tenuitvoerlegging is gevestigd of die op dat grondgebied goederen tot verhaal of vermogen bezit.

Artikel 5. Voorwaarden voor de overdracht van de tenuitvoerlegging [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

De overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling behoeft de overeenstemming tussen de Staat van veroordeling en de Staat van tenuitvoerlegging. De overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling is aan de volgende voorwaarden onderworpen:

  • a. de rechterlijke beslissing is onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar;

  • b. het handelen of nalaten op grond waarvan de veroordeling werd uitgesproken levert naar het recht van de Staat van tenuitvoerlegging een feit op, vallende onder artikel 1, lid 1, onder a), of zou een dergelijk feit opleveren indien dit op zijn grondgebied zou zijn begaan;

  • c. de sanctie is noch naar het recht van de Staat van veroordeling, noch naar dat van de Staat van tenuitvoerlegging verjaard;

  • d. er bestaat geen onherroepelijke rechterlijke beslissing in de Staat van tenuitvoerlegging tegen de veroordeelde terzake van dezelfde feiten;

  • e. zo terzake van dezelfde feiten tegen de veroordeelde in een derde Staat een onherroepelijke rechterlijke beslissing is gewezen, mag de overdracht van de tenuitvoerlegging niet in strijd met het beginsel „ne bis in idem” zijn.

Artikel 6. Wijzen van overdracht [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

  • 1 De verzoeken om overdracht worden schriftelijk gedaan en dienen door het Ministerie van Justitie van de verzoekende Staat aan het Ministerie van Justitie van de aangezochte Staat te worden gericht.

  • 2 De aangezochte Staat dient op dezelfde wijze en op de kortst mogelijke termijn aan de verzoekende Staat zijn beslissing kenbaar te maken het verzoek in te willigen of af te wijzen.

  • 3 Krachtens bijzondere overeenkomsten of, zelfs zonder dergelijke overeenkomsten in geval van spoed, kunnen verzoeken om tenuitvoerlegging en de daarop betrekking hebbende stukken, evenals de antwoorden van de aangezochte Staat rechtstreeks tussen de rechterlijke autoriteiten van de verzoekende en van de aangezochte Staat worden uitgewisseld.

  • 4 Evenzo kunnen in geval van spoed en krachtens bijzondere overeenkomsten verzoeken om tenuitvoerlegging, de daarop betrekking hebbende stukken en de antwoorden van de aangezochte Staat langs elke geschikte weg welke een schriftelijk stuk oplevert, worden gedaan, met inbegrip van de telefax.

  • 5 In de gevallen voorzien in de leden 3 en 4 van dit artikel wordt onverwijld een afschrift van de daarin genoemde stukken toegezonden aan het Ministerie van Justitie van de aangezochte Staat, tenzij deze heeft verklaard een dergelijke toezending niet nodig te achten.

  • 6 De in de voorgaande leden genoemde wijzen van toezending sluiten de diplomatieke weg niet uit.

Artikel 7. Documentatie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

  • 1 Indien de tenuitvoerlegging wordt verzocht door de Staat van veroordeling, dient het verzoek vergezeld te gaan van:

    • a. een gewaarmerkt afschrift van de rechterlijke beslissing;

    • b. de tekst van de toegepaste wettelijke bepalingen;

    • c. een verklaring waaruit de duur blijkt van de ondergane voorlopige hechtenis of van het gedeelte van de veroordeling dat eventueel reeds is tenuitvoergelegd, en waarin elke andere voor de tenuitvoerlegging van de veroordeling belangrijke omstandigheid is vermeld.

  • 2 In alle gevallen dient het verzoek vergezeld te gaan van inlichtingen die de aangezochte Staat in staat stellen een beslissing te nemen over het al of niet aanvaarden van de overdracht van de tenuitvoerlegging van de veroordeling.

  • 3 De Staat van tenuitvoerlegging kan, met het oog op het doen van een verzoek om tenuitvoerlegging, verzoeken een of meer van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde stukken toe te zenden.

  • 4 Indien de aangezochte Staat van oordeel is dat de door de verzoekende Staat verstrekte inlichtingen onvoldoende zijn om hem in staat te stellen aan dit Verdrag toepassing te geven, verzoekt deze om de noodzakelijke aanvullende inlichtingen.

Artikel 8. Bepaling van de vrijheidsstraf [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

  • 1 Indien de overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een vrijheidsstraf is aanvaard, dienen de bevoegde autoriteiten van de Staat van tenuitvoerlegging:

    • a. de tenuitvoerlegging van de in de Staat van veroordeling opgelegde straf onmiddellijk voort te zetten of op grond van een rechterlijke of administratieve beschikking op de in lid 4 van dit artikel vermelde voorwaarden, of

    • b. de veroordeling door middel van een rechterlijke of administratieve procedure in een beslissing van die Staat om te zetten, waarbij voor de straf in de Staat van veroordeling opgelegd, een straf in de plaats wordt gesteld, zoals voorgeschreven voor hetzelfde strafbare feit naar het recht van de Staat van tenuitvoerlegging onder de in lid 5 van dit artikel vermelde voorwaarden.

  • 2 De Staat van tenuitvoerlegging deelt desgevraagd de Staat van veroordeling mede welke van deze procedures door hem zal worden gevolgd.

  • 3 Elke Lid-Staat kan bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door middel van een verklaring aangeven dat hij voornemens is de toepassing van een der in lid 1, onder a) en b), van dit artikel voorziene procedures in zijn betrekkingen met de andere Partijen uit te sluiten.

  • 4 Indien de Staat van tenuitvoerlegging de in lid 1, onder a), van dit artikel voorziene procedure toepast, is hij gebonden aan het rechtskarakter en de duur van de in de Staat van veroordeling uitgesproken straf. Indien deze straf evenwel naar aard en duur onverenigbaar is met de wet van de Staat van tenuitvoerlegging, of indien de wet van die Staat zulks vereist, kan die Staat, door middel van een rechterlijke of administratieve beschikking, de straf aanpassen aan de straf die door zijn eigen wet voor een soortgelijk strafbaar feit is voorgeschreven. Wat de aard betreft, zal de straf zoveel mogelijk overeenstemmen met die welke door de ten uitvoer te leggen veroordeling is opgelegd. De door de Staat van veroordeling opgelegde straf zal hierdoor naar aard en duur niet worden verzwaard en evenmin zal het door de wet van de Staat van tenuitvoerlegging voor hetzelfde feit voorgeschreven maximum hierdoor worden overschreden.

  • 5 Indien de Staat van tenuitvoerlegging de procedure voorzien in lid 1, onder b), van dit artikel toepast:

    • a. is deze Staat gebonden aan de vaststelling van de feiten voor zover deze uitdrukkelijk of impliciet blijken uit de door de Staat van veroordeling uitgesproken rechterlijke beslissing;

    • b. kan die Staat, behoudens een verklaring als bedoeld in lid 6 van dit artikel, een vrijheidsstraf in een geldstraf omzetten, indien de vrijheidsstraf een duur heeft van zes maanden of minder;

    • c. zal die Staat de strafrechtelijke positie van de veroordeelde niet verzwaren en is hij niet gebonden aan een eventueel minimum waarin door zijn eigen wetgeving wordt voorzien voor het begane strafbare feit of de begane strafbare feiten.

  • 6 Elke Lid-Staat kan bij gelegenheid van de ondertekening van dit Verdrag of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding in een verklaring aangeven, dat hij de toepassing van de procedure van omzetting, bedoeld in lid 5, onder b), van dit artikel, aanvaardt voor vrijheidsstraffen van een nadere bepaalde duur, welke minder bedraagt dan zes maanden.

    De andere Lid-Staten kunnen de regel van wederkerigheid toepassen.

Artikel 9. Bepalingen van de geleidelijke straf of sanctie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

  • 1 Indien de overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een geldelijke straf of sanctie is aanvaard, dienen de bevoegde autoriteiten van de Staat van tenuitvoerlegging, eventueel krachtens een rechterlijke of administratieve beschikking, het bedrag van de straf of sanctie uit te drukken in de valuta van die Staat met toepassing van de op het ogenblik waarop de beslissing wordt genomen geldende wisselkoers. In het geval waarin in de Staat van tenuitvoerlegging voor hetzelfde feit een straf of sanctie van een andere, zwaardere aard is voorzien, handhaven de bevoegde autoriteiten van die Staat; het bedrag van de geldelijke straf of sanctie die in de Staat van veroordeling is uitgesproken.

  • 2 Krachtens bilaterale afspraken kan de Staat van tenuitvoerlegging, die niet in staat is om aan het verzoek om. tenuitvoerlegging gevolg te geven omdat het betrekking heeft op een rechtspersoon, zich bereid verklaren om met toepassing van zijn bepalingen van burgerlijk procesrecht inzake de tenuitvoerlegging, over te gaan tot invordering en verhaal van het bedrag van de geldelijke straf of sanctie uitgesproken in de Staat van veroordeling.

Artikel 10. Voorlopige maatregelen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

Zodra de Staat van veroordeling de overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een vrijheidsstraf heeft gevraagd of aanvaard, kan de Staat van tenuitvoerlegging de veroordeelde aanhouden of andere voorlopige maatregelen nemen, indien:

  • a de wet van de Staat van tenuitvoerlegging voorlopige hechtenis of de toepassing van andere maatregelen toelaat uit hoofde van het strafbare feit terzake waarvan de veroordeling is uitgesproken, en

  • b. er redenen bestaan te vrezen dat de veroordeelde zal ontvluchten.

Artikel 11. De op de tenuitvoerlegging toepasselijke wet [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

  • 1 De tenuitvoerlegging van de veroordeling na de overdracht wordt beheerst door de wet van de Staat van tenuitvoerlegging en deze Staat is bij uitsluiting bevoegd de procedures betreffende de tenuitvoerlegging en alle daarop betrekking hebbende maatregelen te bepalen.

  • 2 Delen van de straf of sanctie die op enigerlei wijze reeds in de Staat van veroordeling zijn tenuitvoergelegd worden ten behoeve van de tenuitvoerlegging in de Staat van tenuitvoerlegging in mindering gebracht.

Artikel 12. Vervangende hechtenis [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

Indien een geldelijke straf of sanctie geheel of gedeeltelijk niet kan worden tenuitvoergelegd, kan een vervangende vrijheidssanctie worden toegepast door de bevoegde autoriteiten van de Staat van tenuitvoerlegging indien de wetten van beide Staten daarin voor dergelijke gevallen voorzien, tenzij de Staat van veroordeling zulks uitdrukkelijk heeft uitgesloten.

Artikel 13. Amnestie, gratie, strafvermindering, herziening [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

  • 1 Elk van beide betrokken Lid-Staten kan amnestie, gratie of vermindering van de straf of sanctie verlenen.

  • 2 Slechts de Staat van veroordeling heeft het recht te beslissen op een verzoek tot herziening van de rechterlijke beslissing.

Artikel 14. Beëindiging van de tenuitvoerlegging [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

De Staat van tenuitvoerlegging dient de tenuitvoerlegging van de veroordeling te beëindigen, zodra hij door de Staat van veroordeling in kennis is gesteld van enige beslissing of maatregel ten gevolge waarvan de veroordeling niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar is.

Artikel 15. Bestemming van de gelden afkomstig van de tenuitvoerlegging van geldelijke straffen en sancties [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

De gelden verkregen uit de tenuitvoerlegging van geldelijke straffen en sancties vallen toe aan de Staat van tenuitvoerlegging, tenzij anders overeengekomen tussen die Staat en de Staat van veroordeling.

Artikel 16. Inlichtingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

De Staat van tenuitvoerlegging geeft bericht aan de Staat van veroordeling:

  • a. wanneer eerstgenoemde Staat de veroordeling beschouwt geheel ten uitvoer gelegd te zijn;

  • b. indien de veroordeelde uit detentie ontsnapt is vóór de beëindiging van de tenuitvoerlegging van de veroordeling; of

  • c. terzake van de geheel of gedeeltelijk niet geïnde geldelijke straf of sanctie.

Artikel 17. Gevolgen van de overdracht voor de Staat van veroordeling [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

  • 1 De Staat van veroordeling mag niet verder gaan met de tenuitvoerlegging van de veroordeling zodra hij met de Staat van tenuitvoerlegging tot overeenstemming is gekomen over de overdracht van de tenuitvoerlegging. Indien de veroordeelde evenwel ontvlucht, komt het recht tot tenuitvoerlegging weer aan de Staat van veroordeling toe, tenzij anders is overeengekomen tussen die Staat en de Staat van tenuitvoerlegging.

  • 2 In geval van de overdracht van de tenuitvoerlegging van een veroordeling tot een geldelijke straf of sanctie komt het recht tot tenuitvoerlegging van de veroordeling, ook ten behoeve van de omzetting van de geldelijke straf of sanctie in een vrijheidsbenemende sanctie, weer aan de Staat van veroordeling toe, zodra deze van de Staat van tenuitvoerlegging bericht ontvangt dat de geldelijke straf geheel of gedeeltelijk niet is tenuitvoergelegd en dat hij niet in staat is een vervangende sanctie als bedoeld in artikel 12 toe te passen.

Artikel 18. Taal [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

De over te leggen stukken worden opgesteld in de officiële taal of één der officiële talen van de Staat van veroordeling. Elke Lid-Staat kan bij de ondertekening van dit Verdrag of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, door middel van een verklaring zich het recht voorbehouden te verlangen dat de in artikel 7 genoemde relevante stukken worden vertaald in zijn officiële taal of in één van zijn officiële talen. De andere Lid-Staten kunnen de regel van wederkerigheid toepassen.

Artikel 19. Kosten [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

De Lid-Staten zien over en weer af van de terugvordering van kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit Verdrag.

Artikel 20. Verhouding tot het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gesloten te 's-Gravenhage op 28 mei 1970 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

In de verhoudingen tussen Lid-Staten die Partij zijn bij het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, gesloten te 's-Gravenhage op 28 mei 1970, is het onderhavige Verdrag slechts van toepassing voor zover dit de bepalingen van dat Verdrag aanvult of de toepassing van de daarin vervatte beginselen vergemakkelijkt.

Artikel 21. Ondertekening en inwerkingtreding [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

  • 1 Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de Lid-Staten. Het is onderworpen aan bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. Akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.

  • 2 Dit Verdrag treedt in werking negentig dagen na de datum van nederlegging van de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door alle Staten die lid zijn van de Europese Gemeenschappen op het tijdstip waarop het voor ondertekening is opengesteld.

  • 3 Hangende de inwerkingtreding van dit Verdrag kan iedere Lid-Staat, bij gelegenheid van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring of op enig tijdstip nadien het Verdrag toepasselijk verklaren in zijn verhoudingen tot andere Lid-Staten die een soortgelijke verklaring hebben afgelegd, negentig dagen na de datum van nederlegging van eerstbedoelde verklaring.

  • 4 Een Lid-Staat die geen verklaring heeft afgelegd kan het Verdrag toepassen met andere verdragsluitende Lid-Staten op de grondslag van bilaterale overeenkomsten.

  • 5 Het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden stelt alle Lid-Staten van iedere ondertekening, nederlegging van akten of verklaringen schriftelijk in kennis.

Artikel 22. Toetreding [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip. Wordt voorlopig toegepast per 09-12-1997]

Dit Verdrag staat open voor toetreding door elke Staat die lid wordt van de Europese Gemeenschappen. De akten van toetreding worden nedergelegd bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden. Dit Verdrag treedt in werking ten opzichte van elke toetredende Staat negentig dagen na de datum van nederlegging van zijn akte van toetreding. In geval dit Verdrag nog niet in werking is getreden op het tijdstip van nederlegging van de akte van toetreding, zijn de bepalingen van artikel 21, leden 3 en 4, van toepassing op toetredende Lid-Staten; dit Verdrag treedt te hunnen aanzien in werking op het tijdstip van inwerkingtreding voorzien in lid 2 van artikel 21.

GEDAAN te Brussel op dertien november negentienhonderd een-en-negentig in de Deense, de Nederlandse, de Engelse, de Franse, de Duitse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde alle talen gelijkelijk authentiek, in één enkel exemplaar dat zal worden nedergelegd in de archieven van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden.