Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering [...] verwerking in Frankrijk van bestraalde splijtstofelementen, Parijs, 09-02-2009

Geldend van 01-07-2010 t/m heden

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek houdende wijziging van de Overeenkomst van 29 mei 1979 inzake de verwerking in Frankrijk van bestraalde splijtstofelementen

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek houdende wijziging van de Overeenkomst van 29 mei 1979 inzake de verwerking in Frankrijk van bestraalde splijtstofelementen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds,

en

De Regering van de Franse Republiek, anderzijds,

Gelet op:

  • de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek van 29 mei 1979 inzake de verwerking van verbruikte splijtstoffen afkomstig van Nederlandse kerncentrales;

  • het contract voor de verwerking van Nederlandse verbruikte splijtstoffen van 20 maart 1978 en met name de aanhangsels 3 en 7 die respectievelijk in 1993 en 2004 werden getekend tussen PZEM en COGEMA (thans respectievelijk EPZ en AREVA NC genaamd);

  • de brief van de minister van Industrie van de Franse Republiek van 7 augustus 2006 waarmee de Nederlandse Regering op de hoogte werd gebracht van een recente wijziging van de Franse wetgeving op het gebied van duurzaam beheer van radioactieve stoffen en radioactief afval;

  • het feit dat artikel L.542-2 van het Franse wetboek inzake milieuaangelegenheden voortvloeiend uit de wet nr. 2006-739 van 28 juni 2006 inzake het duurzaam beheer van radioactieve stoffen en radioactief afval als volgt bepaalt:

    „De opslag in Frankrijk van uit het buitenland afkomstig radioactief afval alsmede de opslag van radioactief afval afkomstig van de verwerking van uit het buitenland afkomstige verbruikte splijtstoffen en radioactief afval is verboden”;
  • het feit dat artikel L.542-2-1-I van het Franse wetboek inzake milieuaangelegenheden voortvloeiend uit de wet nr. 2006-739 van 28 juni 2006 inzake het duurzaam beheer van radioactieve stoffen en radioactief afval als volgt bepaalt:

    „Verbruikte splijtstoffen of radioactief afval mogen slechts op het nationale grondgebied worden gebracht ten behoeve van de verwerking ervan, voor onderzoek of voor verzending tussen buitenlandse Staten. Het op het grondgebied brengen voor verwerkingsdoeleinden kan uitsluitend worden toegestaan in het kader van intergouvernementele overeenkomsten en onder de voorwaarde dat het na de verwerking van deze stoffen overblijvend radioactief afval niet langer in Frankrijk opgeslagen zal blijven dan tot een in die overeenkomsten vastgestelde datum. In de overeenkomst worden de voorziene tijdvakken voor de inontvangstneming en verwerking van deze stoffen vermeld alsmede, in voorkomend geval, het beoogde latere gebruik van de tijdens de verwerking gescheiden radioactieve stoffen”.

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

Deze Overeenkomst verwijst naar de verwerking van verbruikte splijtstoffen, zoals genoemd in het hierboven aangehaalde contract en de aanhangsels daarbij, met name de aanhangsels 3 en 7, respectievelijk getekend in 1993 en 2004, die betrekking hebben op aanvullende hoeveelheden. Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan de regelgeving inzake nucleaire veiligheid en stralingsbescherming. Overeenkomstig de artikelen L.542-2 en L.542-2-1-I van het Franse wetboek inzake milieuaangelegenheden zoals voortvloeiend uit de wet nr. 2006-739 van 28 juni 2006, worden Nederlandse splijtstoffen op het Franse grondgebied gebracht ten behoeve van de verwerking ervan door AREVA NC, en is het niet de bedoeling dat uit het buitenland afkomstig radioactief afval of radioactief afval dat na de verwerking van verbruikte splijtstoffen overblijft, op Frans grondgebied wordt opgeslagen.

Het binnenbrengen in Frankrijk van verbruikte splijtstoffen is toegestaan mits de volgende bepalingen worden nageleefd en de nodige vergunningen voor de verwerking ervan uit hoofde van de regelgeving inzake nucleaire veiligheid worden verkregen.

Artikel 2

Voorzien is dat de ingevolge de aanhangsels 3 en 7 te ontvangen en te behandelen verbruikte splijtstoffen worden aangeboden vóór 31 december van het elfde jaar volgend op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

Artikel 3

De verwerking van de verbruikte splijtstoffen vindt volgens planning plaats binnen een tijdsbestek van 6 jaar, te rekenen vanaf elke aflevering van verbruikte splijtstoffen bij de fabriek te La Hague.

Artikel 4

Ingevolge de in artikel 1 van deze Overeenkomst overeengekomen verplichtingen en verbintenissen wordt het na de verwerking van de verbruikte splijtstoffen overblijvend radioactief afval naar Nederland teruggezonden; Nederland verplicht zich ertoe dit afval in de vorm van verpakte afvalpakketten in ontvangst te nemen. De terugzending van het na de verwerking van de verbruikte splijtstoffen overblijvend radioactief afval vindt volgens planning uiterlijk plaats na het verstrijken van een termijn van 8 jaar na de verwerking van de betreffende verbruikte splijtstoffen.

Artikel 5

De laatste terugzendingen van het na de verwerking van de betreffende verbruikte splijtstoffen overblijvend afval dienen uiterlijk vóór 31 december 2034 plaats te vinden. Het afval van de ingevolge aanhangsel 3 reeds ontvangen en verwerkte verbruikte splijtstoffen wordt uiterlijk 31 december 2015 teruggezonden.

Artikel 6

  • a De Franse regering verplicht zich ertoe alle nodige, onder haar bevoegdheid vallende maatregelen te treffen om de uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst mogelijk te maken;

  • b De Nederlandse regering verplicht zich er in het bijzonder toe de in deze Overeenkomst en in de voor de verzending van het radioactief afval naar een opslagplaats in Nederland benodigde autorisatieprocedures, vergunningen en licenties genoemde termijnen te eerbiedigen.

Artikel 7

Het vervoer van het radioactief afval over het grondgebied van de Franse Republiek, van elke Staat van doorvoer en van het Koninkrijk der Nederlanden wordt door de Partijen verzorgd in overeenstemming met de geldende regelgeving.

Artikel 8

Het na de verwerking van de verbruikte splijtstoffen overblijvende uranium wordt gerecycled in de vorm van nieuwe reactorbrandstof in Nederland of in elke andere reactor voor civiel gebruik.

Het na de verwerking van de verbruikte splijtstoffen overblijvende plutonium wordt door AREVA NC gebruikt voor het aanvullen van de lopende ijzeren voorraad grondstoffen van haar MELOX-fabriek, of voor het leveren van MOX-brandstof aan haar cliënten. Daartoe kan AREVA NC de eigendom van het plutonium overnemen om het gebruik ervan in haar fabrieken mogelijk te maken.

Artikel 9

  • a Elk geschil tussen de Regeringen inzake de toepassing en/of uitlegging van deze Overeenkomst wordt geregeld door middel van formeel overleg tussen de Partijen. Dit formeel overleg vindt uiterlijk plaats twee maanden na de ontvangst van het verzoek daartoe door een van de Partijen.

  • b Indien het geschil niet binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf het begin van het in lid a voorziene overleg, naar tevredenheid van beide Partijen wordt geregeld, wordt het geschil, op verzoek van een van de Partijen, ter arbitrage voorgelegd.

  • c De arbitrage wordt uitgevoerd door een scheidsgerecht dat als volgt wordt samengesteld:

    • i. Elk van de Regeringen benoemt een scheidsman. De twee aldus benoemde scheidslieden kiezen een derde scheidsman, die noch de Nederlandse noch de Franse nationaliteit heeft en noch in Nederland noch in Frankrijk woonachtig is, die als voorzitter optreedt.

    • ii. De leden van het scheidsgerecht worden benoemd binnen een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de datum van het arbitrageverzoek.

    • iii. De voorzitter wordt benoemd binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf het einde van de onder ii voorziene termijn.

  • d Indien een benoeming niet binnen de in lid c van dit artikel genoemde termijn heeft plaatsgevonden, kan elk van de Partijen de President van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzoeken om tot de nodige benoeming over te gaan.

    Indien de President ingezetene is van een van de betrokken Staten, of indien hij vanwege een andere reden verhinderd is deze functie te vervullen, gaat de Vicepresident over tot de nodige benoeming.

    Indien de Vicepresident ingezetene is van een van de betrokken Staten, of indien hij eveneens vanwege een andere reden verhinderd is deze functie te vervullen, gaat het oudste lid van het Hof dat ingezetene van geen van beide Staten is over tot de nodige benoeming.

  • e Het scheidsgerecht neemt zijn besluit bij meerderheid van stemmen, op basis van deze Overeenkomst en van het algemene internationale recht. De scheidslieden zijn verplicht een besluit te nemen. De besluiten van het scheidsgerecht zijn onherroepelijk en bindend voor de Partijen; er is geen beroep mogelijk.

  • f Elke Partij deelt op gelijke wijze in de arbitragekosten. Elke Partij draagt de kosten van haar eigen vertegenwoordiging.

Artikel 10

Elk van de Partijen stelt de andere Partij in kennis van de voltooiing van haar grondwettelijke vereisten voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, die van kracht wordt op de datum van ontvangst van de tweede kennisgeving.

Deze Overeenkomst blijft van kracht tot de datum van de laatste terugzending van radioactief afval of nucleair materiaal dat overblijft na de verwerking van verbruikte splijtstoffen die binnen haar werkingssfeer vallen.

TEN BLIJKE WAARVAN de vertegenwoordigers van beide Regeringen, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Parijs, op 9 februari 2009, in twee originele exemplaren, elk in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

H. SIBLESZ

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur

Voor de Regering van de Franse Republiek

B. KOUCHNER

Ministre des affaires étrangères et européennes