Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, Bridgetown, 15-10-2008[Regeling wordt (deels) voorlopig toegepast per 29-12-2008.]

Geldend van 29-12-2008 t/m heden

Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de CARIFORUM-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds

Authentiek : NL

Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Antigua en Barbuda,

het Gemenebest van de Bahama's,

Barbados,

Belize,

het Gemenebest Dominica,

de Dominicaanse Republiek,

Grenada,

de Republiek Guyana,

de Republiek Haïti,

Jamaica,

Saint Christopher en Nevis,

Saint Lucia,

Saint Vincent en de Grenadines,

de Republiek Suriname,

de Republiek Trinidad en Tobago,

hierna de „Cariforum-staten” genoemd,

enerzijds, en

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd,

en

de Europese Gemeenschap,

anderzijds,

Gelet op het Herziene Verdrag van Chaguaramas tot oprichting van de Caribische Gemeenschap, met inbegrip van de gemeenschappelijke markt en economie van de Caricom, het Verdrag van Basseterre tot oprichting van de Organisatie van Oost-Caribische staten en de Overeenkomst tot oprichting van een vrijhandelsgebied tussen de Caribische Gemeenschap en de Dominicaanse Republiek, enerzijds, en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, anderzijds;

Gelet op de Partnerschapsovereenkomst tussen de groep van Staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en herzien op 25 juni 2005, hierna de „Overeenkomst van Cotonou” genoemd;

Opnieuw uitdrukking gevende aan hun engagement voor eerbiediging van de rechten van de mens, de democratische beginselen en de rechtsstaat, die de essentiële elementen van de Overeenkomst van Cotonou vormen, en goed bestuur, dat het fundamentele element van de Overeenkomst van Cotonou is;

Rekening houdende met de noodzaak de economische, culturele en sociale ontwikkeling van de Cariforumstaten te bevorderen, teneinde een bijdrage te leveren tot vrede en veiligheid en een stabiel en democratisch politiek klimaat te stimuleren;

Gezien het belang dat zij hechten aan de op internationaal vlak overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen en aan de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling van de Verenigde Naties;

Zich bewust van de noodzaak de economische en sociale ontwikkeling van hun bevolking te bevorderen op een wijze die verenigbaar is met een duurzame ontwikkeling, door inachtneming van de fundamentele arbeidsrechten in overeenstemming met hun verbintenissen in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie en door bescherming van het milieu in overeenstemming met de Verklaring van Johannesburg van 2002;

Vastbesloten samen te werken om de doelstellingen van de Overeenkomst van Cotonou, waaronder de uitroeiing van armoede, duurzame ontwikkeling en de geleidelijke integratie van de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS-staten) in de wereldeconomie, te verwezenlijken;

Wensende de tenuitvoerlegging van de Ontwikkelingsvisie van de Caricom te vergemakkelijken;

Gelet op hun engagement voor de beginselen en regels voor de internationale handel, en met name die welke zijn opgenomen in de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO);

Rekening houdende met het verschil in de mate van economische en sociale ontwikkeling tussen de Cariforum-staten en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten;

Zich bewust van het belang van de bestaande traditionele relaties, en met name de nauwe historische, politieke en economische banden met elkaar;

Overwegende dat zij deze banden willen versterken en duurzame relaties willen aangaan die zijn gebaseerd op partnerschap en wederzijdse rechten en plichten, ondersteund door een regelmatige dialoog die is gericht op verbetering van kennis van en begrip voor elkaar;

Wensende het kader voor de economische en handelsbetrekkingen met elkaar te versterken door de instelling van een economische partnerschapsovereenkomst die kan dienen als instrument voor de ontwikkeling van de Cariforum-staten;

Strevende naar verruiming van hun economische betrekkingen en, in het bijzonder, hun handels- en investeringsstromen, daarbij voortbouwend op de huidige mate van preferentiële markttoegang tot de Europese Gemeenschap voor de Cariforum-staten en deze verbeterend;

Vastbesloten het regionale integratieproces tussen de Cariforum-staten te steunen, en in het bijzonder de regionale economische integratie te stimuleren als een belangrijk instrument om hun integratie in de wereldeconomie te bevorderen en hen te helpen de uitdagingen van de mondialisering aan te gaan en de economische groei en sociale vooruitgang te bereiken die verenigbaar is met de duurzame ontwikkeling die zij nastreven;

Zich ervan bewust dat de opbouw van capaciteiten en de aanpak van leveringsmoeilijkheden in de Cariforum-staten noodzakelijk zijn om volledig profijt te hebben van de grotere handelsmogelijkheden en de voordelen van hervormingen van de handel te maximaliseren, en

Opnieuw uitdrukking gevend aan de essentiële rol die ontwikkelingshulp, waaronder hulp op handelsgebied, kan hebben voor de ondersteuning van de Cariforum-staten bij de uitvoering en benutting van deze overeenkomst;

Eraan herinnerend dat de Europese Unie (EU) zich ertoe heeft verbonden de ontwikkelingshulp, waaronder hulp voor handel, te vergroten en erop toe te zien dat een aanzienlijk deel van de verbintenissen van de Europese Gemeenschap en van de lidstaten van de EU voor de ACS-landen bestemd wordt;

Vastbesloten ervoor te zorgen dat de ontwikkelingssamenwerking van de Europese Gemeenschap voor regionale economische samenwerking en integratie, zoals voorzien in de Overeenkomst van Cotonou, op zodanige wijze ten uitvoer wordt gelegd dat de verwachte voordelen van deze overeenkomst zo groot mogelijk zijn;

Zich verbindend tot samenwerking, in overeenstemming met de Verklaring van Parijs over de doeltreffendheid van ontwikkelingshulp, de EU-consensus over ontwikkeling en het EU-Caribisch partnerschap voor groei, stabiliteit en ontwikkeling, ter bevordering van de steun van de EU-lidstaten en van andere donoren voor de inspanningen van de Cariforum-staten om de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken;

Ervan overtuigd dat de economische partnerschapsovereenkomst een nieuw, gunstiger klimaat voor hun relaties op het gebied van handel en investeringen tot stand zal brengen en nieuwe, dynamische mogelijkheden voor groei en ontwikkeling zal bieden,

Zijn als volgt overeengekomen1:

DEEL I. HANDELSPARTNERSCHAP VOOR DUURZAME ONTWIKKELING [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 1. Doelstellingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:

  • a. bijdragen aan het terugdringen en uiteindelijk het uitroeien van armoede door de instelling van een handelspartnerschap dat in overeenstemming is met het doel van een duurzame ontwikkeling, de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling en de Overeenkomst van Cotonou;

  • b. bevordering van regionale integratie, economische samenwerking en een goed bestuur om op deze manier een doeltreffend, voorspelbaar en transparant regelgevend kader voor handel en investeringen tussen de partijen en binnen het Cariforum-gebied tot stand te brengen en ten uitvoer te leggen;

  • c. bevordering van de geleidelijke integratie van de Cariforumstaten in de wereldeconomie, in overeenstemming met hun politieke keuzes en ontwikkelingsprioriteiten;

  • d. verbetering van de capaciteit van de Cariforum-staten op het gebied van handelsbeleid en handelsvraagstukken;

  • e. hulp bij het creëren van de voorwaarden voor een toename van de investeringen en van initiatieven van de particuliere sector en verruiming van de leveringscapaciteit, het concurrentievermogen en de economische groei in het Cariforum-gebied;

  • f. versterking van de bestaande relaties tussen de partijen op basis van solidariteit en wederzijdse belangen. Om dit te bereiken, intensiveert de overeenkomst de economische en handelsbetrekkingen, geeft zij steun aan een nieuwe handelsdynamiek tussen de partijen door middel van de geleidelijke, asymmetrische liberalisering van de onderlinge handel en versterkt, verruimt en verdiept zij de samenwerking op alle gebieden die voor de handel en de investeringen van belang zijn, daarbij rekening houdend met het respectieve ontwikkelingspeil van de partijen en in overeenstemming met de WTO-verplichtingen.

Artikel 2. Beginselen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Deze overeenkomst is gebaseerd op de grondbeginselen, de essentiële elementen en het fundamentele element van de Overeenkomst van Cotonou, neergelegd in, respectievelijk, artikel 2 en artikel 9 van die overeenkomst. Deze overeenkomst bouwt voort op de Overeenkomst van Cotonou en op eerdere ACS-EG-partnerschapsovereenkomsten op het gebied van regionale samenwerking en integratie en van economische en commerciële samenwerking.

  • 2 De partijen komen overeen de Overeenkomst van Cotonou en deze overeenkomst zo uit te voeren dat zij elkaar aanvullen en wederzijds versterken.

Artikel 3. Duurzame ontwikkeling [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen bevestigen dat de doelstelling van een duurzame ontwikkeling op elk niveau van hun economisch partnerschap moet worden toegepast, ter uitvoering van de overkoepelende verplichtingen in de artikelen 1, 2 en 9 van de Overeenkomst van Cotonou, en met name van de algemene verplichting armoede terug te dringen en uiteindelijk uit te roeien op een wijze die in overeenstemming is met de doelstellingen van een duurzame ontwikkeling.

  • 2 Voor de toepassing van deze economische partnerschapsovereenkomst vatten de partijen deze doelstelling op als een verplichting om:

    • a. bij de toepassing van deze overeenkomst ten volle rekening te houden met de belangen van hun respectieve bevolking en van toekomstige generaties op menselijk, cultureel, economisch, sociaal, gezondheids- en milieugebied;

    • b. bij de besluitvorming methoden toe te passen die aansluiten bij de grondbeginselen van eigen inbreng, deelneming en dialoog.

  • 3 De partijen komen daarom overeen gezamenlijk te werken aan de verwezenlijking van een duurzame ontwikkeling waarbij de mens als voornaamste begunstigde centraal staat.

Artikel 4. Regionale integratie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen dat regionale integratie een integraal element van hun partnerschap is en een krachtig instrument voor het bereiken van de doelstellingen van deze overeenkomst.

  • 2 De partijen erkennen en bekrachtigen het belang van regionale integratie tussen de Cariforum-staten als mechanisme om hen in staat te stellen grotere economische kansen te benutten, hun politieke stabiliteit te vergroten en hun effectieve integratie in de wereldeconomie te stimuleren.

  • 3 De partijen erkennen de inspanningen van de Cariforumstaten om onderlinge regionale en subregionale integratie te stimuleren door middel van het Herziene Verdrag van Chaguaramas tot oprichting van de Caribische Gemeenschap, met inbegrip van de gemeenschappelijke markt en economie van de Caricom, het Verdrag van Basseterre tot oprichting van de Organisatie van Oost-Caribische staten en de Overeenkomst tot oprichting van een vrijhandelsgebied tussen de Caribische Gemeenschap en de Dominicaanse Republiek.

  • 4 De partijen erkennen verder dat, onverminderd de in deze overeenkomst neergelegde verbintenissen, het tempo en de inhoud van de regionale integratie aangelegenheden zijn die uitsluitend worden bepaald door de Cariforum-staten in de uitoefening van hun soevereine rechten en in het licht van hun huidige en toekomstige politieke ambities.

  • 5 De partijen zijn het erover eens dat hun partnerschap voortbouwt op en gericht is op verdieping van de regionale integratie, en zij verbinden zich ertoe dit partnerschap verder te ontwikkelen, waarbij zij rekening houden met de mate van ontwikkeling van de partijen en met hun behoeften, geografische realiteit en strategieën voor een duurzame ontwikkeling, alsmede met de prioriteiten die de Cariforum-staten voor zichzelf hebben vastgesteld en met de verplichtingen die voortvloeien uit de in lid 3 genoemde bestaande regionale integratieovereenkomsten.

  • 6 De partijen verplichten zich tot samenwerking, teneinde de uitvoering van deze overeenkomst te bevorderen en de regionale integratie in het kader van Cariforum te ondersteunen.

Artikel 5. Monitoring [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen verbinden zich ertoe de functionering van deze overeenkomst voortdurend te volgen door middel van hun respectieve participatieve processen en participerende instellingen en die welke in het kader van deze overeenkomst zijn ingevoerd, teneinde erop toe te zien dat de doelstellingen van de overeenkomst worden verwezenlijkt, de overeenkomst correct wordt uitgevoerd en dit partnerschap mannen, vrouwen, jongeren en kinderen zoveel mogelijk voordelen biedt. De partijen verbinden zich er voorts toe elkaar onverwijld te raadplegen wanneer zich problemen mochten voordoen.

Artikel 6. Samenwerking in internationale fora [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen streven naar samenwerking in alle internationale fora waar aangelegenheden worden besproken die betrekking hebben op dit partnerschap.

Artikel 7. Ontwikkelingssamenwerking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen dat ontwikkelingssamenwerking een uiterst belangrijk element van hun partnerschap is en een essentiële factor voor de verwezenlijking van de in artikel 1 genoemde doelstellingen van deze overeenkomst. Deze samenwerking kan financiële en niet-financiële vormen aannemen.

  • 2 De ontwikkelingssamenwerking ter bevordering van regionale economische samenwerking en integratie, zoals voorzien in de Overeenkomst van Cotonou, wordt zodanig ten uitvoer gelegd dat de verwachte voordelen van deze overeenkomst zo groot mogelijk zijn. In de afzonderlijke hoofdstukken van deze overeenkomst wordt in voorkomend geval uiteengezet op welke gebieden er sprake zal zijn van samenwerking en technische bijstand. De samenwerking vindt plaats op de in dit artikel bedoelde wijze, wordt permanent getoetst en wordt zo nodig herzien overeenkomstig artikel 246 van deze overeenkomst.

  • 3 De financiering door de Europese Gemeenschap van de ontwikkelingssamenwerking tussen Cariforum en de Europese Gemeenschap ter ondersteuning van de uitvoering van deze overeenkomst vindt plaats in het kader van de voorschriften en de desbetreffende procedures die zijn neergelegd in de Overeenkomst van Cotonou, met name de programmeringsprocedures van het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), en in het kader van de desbetreffende instrumenten die uit de algemene begroting van de Europese Unie worden gefinancierd. In dit verband is steun bij de uitvoering van deze overeenkomst een van de prioriteiten.

  • 4 Overeenkomstig hun respectieve rol en verantwoordelijkheden nemen de Europese Gemeenschap en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten alle maatregelen die nodig zijn om de terbeschikkingstelling, de toewijzing en het gebruik van middelen te waarborgen die bestemd zijn voor de bevordering van de in deze overeenkomst bedoelde ontwikkelingssamenwerkingsactiviteiten.

  • 5 De lidstaten van de Europese Unie verbinden zich gezamenlijk tot steun, door middel van hun respectieve ontwikkelingsbeleid en -instrumenten, aan ontwikkelingssamenwerkingsactiviteiten voor regionale economische samenwerking en integratie en voor de uitvoering van deze overeenkomst in Cariforum-staten en op regionaal niveau, in overeenstemming met de beginselen van complementariteit en de doeltreffendheid van de hulp.

  • 6 De partijen werken samen om de deelneming te bevorderen van andere donoren die bereid zijn de in lid 5 bedoelde samenwerkingsactiviteiten en de inspanningen van de Cariforum-staten om de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken, te ondersteunen.

Artikel 8. Samenwerkingsprioriteiten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De in artikel 7 bedoelde ontwikkelingssamenwerking is voornamelijk gericht op de volgende gebieden, die verder worden uitgewerkt in de afzonderlijke hoofdstukken van deze overeenkomst:

    • i. het verlenen van technische hulp om in de Cariforum-staten een menselijke, juridische en institutionele capaciteit op te bouwen, zodat het voor hen gemakkelijker is de in deze overeenkomst neergelegde verbintenissen na te leven;

    • ii. het verlenen van hulp bij de institutionele en capaciteitsopbouw ten behoeve van belastinghervormingen, teneinde de belastingdiensten te versterken en de inning van belastingen te verbeteren, zodat er een verschuiving mogelijk is van tarieven en andere rechten en heffingen naar andere vormen van indirecte belastingen;

    • iii. steunmaatregelen om de ontwikkeling van de particuliere sector en van ondernemingen, en met name van kleine marktdeelnemers, te bevorderen, het internationale concurrentievermogen van Cariforum-bedrijven te vergroten en de Cariforum-economieën meer te diversifiëren;

    • iv. de diversificatie van de uitvoer van goederen en diensten door Cariforum, door nieuwe investeringen en de ontwikkeling van nieuwe sectoren;

    • v. verruiming van de technologische en onderzoekscapaciteiten van de Cariforum-staten, ter bevordering van de ontwikkeling en inachtneming van internationaal erkende sanitaire en fytosanitaire maatregelen en technische normen en internationaal erkende arbeids- en milieunormen;

    • vi. de ontwikkeling van innovatiesystemen binnen Cariforum, met inbegrip van de ontwikkeling van technologische capaciteit;

    • vii. steun bij de ontwikkeling van de voor de handel benodigde infrastructuur in de Cariforum-staten.

  • 2 De prioriteiten van de ontwikkelingssamenwerking, die in lid 1 in grote lijnen zijn uiteengezet en in de afzonderlijke hoofdstukken van deze overeenkomst nader worden gespecificeerd, worden ten uitvoer gelegd volgens de in artikel 7 uiteengezette modaliteiten.

  • 3 De partijen zijn het erover eens dat een regionaal, op de belangen van alle Cariforum-staten gericht ontwikkelingsfonds van voordeel is voor de terbeschikkingstelling en kanalisering van het EOF en eventuele andere donoren afkomstige ontwikkelingsmiddelen die verband houden met de economische partnerschapsovereenkomst. De Cariforum-staten streven ernaar binnen twee jaar na de datum van ondertekening van deze overeenkomst een dergelijk fonds op te richten.

DEEL II. HANDEL EN HANDELSGERELATEERDE VRAAGSTUKKEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

TITEL I. HANDEL IN GOEDEREN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

HOOFDSTUK 1. DOUANERECHTEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 9. Werkingssfeer [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle goederen van oorsprong uit de EG of uit een van de Cariforumstaten.2

Artikel 10. Oorsprongsregels [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als „van oorsprong” beschouwd de goederen die aan de oorsprongsregels in protocol 1 voldoen. Binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst evalueren de partijen de bepalingen van dat protocol in het licht van de ontwikkelingsbehoeften van de Cariforum-staten met het oog op een verdere vereenvoudiging van de begrippen en de methoden die voor de vaststelling van de oorsprong worden gebruikt. Bij deze evaluatie houden de partijen rekening met de ontwikkeling van technologieën en productieprocessen en met alle andere factoren die een wijziging van de bepalingen van protocol I nodig kunnen maken. Dergelijke wijzigingen worden vastgesteld bij besluit van de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG.

Artikel 11. Douanerechten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Onder douanerechten worden verstaan alle rechten en heffingen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen, die worden opgelegd in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met uitzondering van:

  • a. interne belastingen of andere interne heffingen die in overeenstemming met artikel 27 worden opgelegd;

  • b. antidumpingmaatregelen, compenserende maatregelen en vrijwaringsmaatregelen die in overeenstemming met hoofdstuk 2 van deze titel worden toegepast;

  • c. vergoedingen en andere heffingen die in overeenstemming met artikel 13 worden opgelegd.

Artikel 12. Indeling van goederen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Goederen die onder deze overeenkomst vallen, worden ingedeeld overeenkomstig het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (GS), in overeenstemming met de indelingsregels die daarop van toepassing zijn. Alle vraagstukken betreffende de indeling van goederen die in het kader van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst rijzen, worden behandeld door het in artikel 36 genoemde Speciaal Comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering.

Artikel 13. Vergoedingen en andere heffingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De in artikel 11 bedoelde vergoedingen en andere heffingen blijven beperkt tot, bij benadering, de kosten van de verleende diensten en beogen geen indirecte bescherming van binnenlandse producten of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden. Zij gaan de werkelijke waarde van de verleende dienst niet te boven. Voor consulaire diensten worden geen vergoedingen en heffingen verlangd.

Artikel 14. Afschaffing van uitvoerrechten op producten van oorsprong [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Op producten van oorsprong uit de Cariforum-staten die in de EG worden ingevoerd, en vice versa, worden geen uitvoerrechten geheven.

  • 2 In afwijking van lid 1 schaffen de in bijlage I genoemde overeenkomstsluitende Cariforum-staten de uitvoerrechten op de in die bijlage genoemde producten binnen drie jaar na ondertekening van deze overeenkomst af.

Artikel 15. Invoerrechten op producten van oorsprong uit de Cariforum-staten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Producten van oorsprong uit de Cariforum-staten worden vrij van rechten in de EG ingevoerd; dit geldt niet voor de in bijlage II opgenomen producten onder de daar genoemde voorwaarden.

Artikel 16. Invoerrechten op producten van oorsprong uit de EG [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Producten van oorsprong uit de EG worden bij invoer in de Cariforum-staten niet onderworpen aan hogere douanerechten dan die welke zijn vermeld in bijlage III.

  • 2 Producten van oorsprong uit de EG worden bij invoer in de Cariforum-staten vrijgesteld van alle douanerechten in de zin van artikel 11, met uitzondering van die welke zijn vermeld in bijlage III.

  • 3 Tot tien jaar na de ondertekening van deze overeenkomst kunnen de Cariforum-staten douanerechten in de zin van artikel 11, met uitzondering van die welke zijn vermeld in bijlage III, blijven toepassen op de invoer van producten van oorsprong uit de EG, mits deze rechten al op de datum van ondertekening van deze overeenkomst op deze producten van toepassing waren en dezelfde rechten ook gelden voor soortgelijke producten die uit alle andere landen worden ingevoerd.

  • 4 De overeenkomstsluitende Cariforum-staten behoeven in de eerste zeven jaar na de ondertekening van deze overeenkomst nog niet te beginnen met de gefaseerde afschaffing van de in lid 2 bedoelde douanerechten, met uitzondering van die welke worden vermeld in bijlage III. Dit proces gaat gepaard met steun bij de noodzakelijke belastinghervorming als bedoeld in artikel 22.

  • 5 Met het oog op de transparantie worden dergelijke rechten binnen zes maanden na de datum van ondertekening van deze overeenkomst gemeld aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG. Ook de afschaffing ervan wordt onverwijld aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG gemeld.

  • 6 In geval van ernstige problemen in verband met de invoer van een bepaald product, kan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG in gemeenschappelijk overleg het tijdschema voor de vermindering en afschaffing van douanerechten wijzigen. Een wijziging kan er niet toe leiden dat de in het schema voor het betrokken product genoemde tijdsduur waarvan wijziging is gevraagd, wordt verlengd tot na de maximale overgangsperiode voor vermindering of afschaffing van het recht voor dat product, zoals voorzien in bijlage III.

    Indien het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG binnen dertig dagen na een verzoek om wijziging van het tijdschema geen besluit heeft genomen, kunnen de Cariforumstaten het tijdschema voorlopig opschorten voor een periode van maximaal een jaar.

Artikel 17. Wijziging van tariefverbintenissen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

In het licht van de speciale ontwikkelingsbehoeften van Antigua en Barbuda, Belize, het Gemenebest Dominica, Grenada, de Republiek Guyana, de Republiek Haïti, Saint Christopher en Nevis, Saint Lucia en Saint Vincent en de Grenadines kunnen de partijen in het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG besluiten tot wijziging van de hoogte van de in bijlage III neergelegde douanerechten, die bij invoer in de Cariforum-staten op een product van oorsprong uit de EG mogen worden toegepast. De partijen zien erop toe dat een dergelijke wijziging er niet toe leidt dat deze overeenkomst niet meer in overeenstemming is met de eisen van artikel XXIV van de GATT 1994. De partijen kunnen er in voorkomend geval tegelijkertijd ook toe besluiten om de in bijlage 3 neergelegde douanerechtverbintenissen met betrekking tot andere uit de EG ingevoerde goederen aan te passen.

Artikel 18. Goederenverkeer [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen erkennen dat het einddoel is dat op producten van oorsprong die in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten worden ingevoerd, slechts eenmaal douanerechten worden geheven. Zolang de noodzakelijke regelingen om dit doel te bereiken nog niet zijn vastgesteld, spannen de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zich in om dit te verwezenlijken. De EG verleent de technische bijstand die voor het bereiken van dit doel nodig is.

Artikel 19. Gunstiger behandeling als gevolg van vrijhandelsovereenkomsten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Wat de onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden betreft, kent de EG de Cariforum-staten in voorkomend geval een gunstiger behandeling toe wanneer die toepasselijk wordt doordat de EG na de ondertekening van deze overeenkomst partij wordt bij een vrijhandelsovereenkomst met derde partijen.

  • 2 Wat de onder dit hoofdstuk vallende aangelegenheden betreft, kennen de Cariforum-staten of elke overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG in voorkomend geval een gunstiger behandeling toe wanneer die toepasselijk wordt doordat de Cariforum-staten of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat na de ondertekening van deze overeenkomst partij worden/wordt bij een vrijhandelsovereenkomst met een belangrijke handelsmacht.

  • 3 De bepalingen van dit hoofdstuk worden niet zo uitgelegd dat de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat verplicht is tot een uitbreiding tot de andere partij van preferentiële behandelingen die van toepassing zijn als gevolg van het feit dat de EG of een overeenkomstsluitende Cariforumstaat op de datum van ondertekening van deze overeenkomst partij is bij een vrijhandelsovereenkomst met derde partijen.

  • 4 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „belangrijke handelsmacht” verstaan elk ontwikkeld land of elk land of gebied dat in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde vrijhandelsovereenkomst een aandeel van meer dan één (1) procent in de mondiale uitvoer van goederen had, of elke groep landen die individueel, collectief of via een vrijhandelsovereenkomst in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 2 bedoelde vrijhandelsovereenkomst een aandeel van meer dan anderhalf (1,5) procent in de mondiale uitvoer van goederen had3 .

  • 5 Wanneer een overeenkomstsluitende Cariforum-staat partij wordt bij een vrijhandelsovereenkomst met een derde partij, als bedoeld in lid 2, en die vrijhandelsovereenkomst de derde partij een gunstiger behandeling toekent dan die welke de overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG uit hoofde van deze overeenkomst toekent, treden de partijen hierover in overleg. De partijen kunnen beslissen of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG de gunstiger behandeling uit de vrijhandelsovereenkomst mag ontzeggen. De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG kan de nodige maatregelen treffen om de bepalingen van deze overeenkomst aan te passen.

Artikel 20. Speciale bepalingen over administratieve samenwerking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen zijn het erover eens dat administratieve samenwerking essentieel is voor de tenuitvoerlegging van en de controle op de preferentiële behandeling die op grond van deze titel wordt verleend, en zij benadrukken hun vastberadenheid om onregelmatigheden en fraude in douane- en aanverwante aangelegenheden te bestrijden.

  • 2 Wanneer een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat op basis van objectieve informatie tot de conclusie is gekomen dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of gevallen van fraude hebben voorgedaan, kan de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat de preferentiële regeling ten aanzien van de betrokken producten overeenkomstig dit artikel tijdelijk schorsen.

  • 3 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het niet verlenen van administratieve medewerking onder meer verstaan:

    • a. het herhaaldelijk niet nakomen van de verplichting om de oorsprong van het betrokken product of de betrokken producten te controleren;

    • b. het herhaaldelijk weigeren de controle achteraf van het bewijs van oorsprong uit te voeren en/of de resultaten daarvan mee te delen, of onnodige vertraging daarbij;

    • c. het herhaaldelijk weigeren van toestemming voor missies in het kader van de administratieve samenwerking ter controle van de echtheid van documenten of de juistheid van gegevens die van belang zijn voor het verlenen van een preferentiële behandeling, of onnodige vertraging daarbij.

    Voor de toepassing van dit artikel kunnen onregelmatigheden of fraude onder meer worden vastgesteld wanneer de invoer van goederen snel stijgt, zonder dat daarvoor een bevredigende verklaring is, die invoer de gebruikelijke productie- en uitvoercapaciteit van de andere partij te boven gaat, en de stijging in verband kan worden gebracht met objectieve informatie betreffende onregelmatigheden of fraude.

  • 4 Voor een tijdelijke schorsing moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

    • a. de partij of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat die op grond van objectieve informatie tot de conclusie is gekomen dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat zich onregelmatigheden of gevallen van fraude hebben voorgedaan, stelt het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG onverwijld in kennis van zijn conclusies en van de objectieve informatie, en pleegt in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG op basis van alle relevante informatie en objectief vastgestelde conclusies overleg, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden;

    • b. wanneer de partijen als hierboven beschreven overleg hebben gepleegd in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG en het niet binnen drie maanden na de kennisgeving eens zijn geworden over een aanvaardbare oplossing, kan de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat de preferentiële regeling voor het betrokken product of de betrokken producten tijdelijk schorsen. Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG wordt van een tijdelijke schorsing onverwijld in kennis gesteld;

    • c. tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel blijven beperkt tot wat nodig is ter bescherming van de financiële belangen van de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat. Zij zijn beperkt tot zes maanden, waarna verlenging mogelijk is. Tijdelijke schorsingen worden onmiddellijk na goedkeuring ervan gemeld aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG. Binnen het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG vindt hierover periodiek overleg plaats, met name om tot beëindiging ervan te komen zodra de omstandigheden die aanleiding gaven tot toepassing ervan, niet meer gelden.

  • 5 Tegelijk met de kennisgeving aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG overeenkomstig lid 4, onder a), publiceert de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat in haar officiële publicatieblad een kennisgeving voor importeurs. In deze kennisgeving wordt voor het betrokken product aangegeven dat op grond van objectieve informatie is geconcludeerd dat geen administratieve medewerking is verleend en/of dat er sprake is van onregelmatigheden of fraude.

Artikel 20 bis [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Ter bevordering van de inspanningen van de partijen om een aanvaardbare oplossing te vinden voor de in artikel 20, lid 2, bedoelde aangelegenheden, kan de partij of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waartegen een conclusie ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG is gebracht, ook, in overeenstemming met artikel 205, leden 2 tot en met 5, een beroep doen op een bemiddelaar. Het advies van de bemiddelaar wordt binnen de in artikel 20, lid 4, onder b), bedoelde periode van drie maanden gemeld.

Artikel 21. Behandeling van administratieve fouten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Indien de bevoegde autoriteiten bij het beheer van de preferentiële uitvoerregeling fouten hebben gemaakt, en met name indien zij protocol I onjuist hebben toegepast, en deze fouten gevolgen hebben voor de invoerrechten, kan de partij die met deze gevolgen wordt geconfronteerd, het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG verzoeken na te gaan of passende maatregelen te kunnen worden genomen om de situatie te herstellen.

Artikel 22. Samenwerking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen het belang van samenwerking om de belastingdiensten te versterken en de belastinginning te verbeteren.

  • 2 Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

    • a. technische bijstand op het gebied van belastinghervormingen, zodat er een verschuiving mogelijk is van tarieven en andere rechten en heffingen naar andere vormen van indirecte belastingen, en

    • b. institutionele en capaciteitsopbouw ten behoeve van de onder a) bedoelde maatregelen.

HOOFDSTUK 2. HANDELSBESCHERMINGSINSTRUMENTEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 23. Antidumpingrechten en compenserende rechten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Behoudens het bepaalde in dit artikel staat geen enkele bepaling in deze overeenkomst de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, individueel of collectief, in de weg om in overeenstemming met de desbetreffende WTO-overeenkomsten antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen vast te stellen. Voor de toepassing van dit artikel wordt de oorsprong vastgesteld in overeenstemming met de niet-preferentiële oorsprongsregels van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten.

  • 2 Alvorens definitieve antidumpingrechten of compenserende rechten op te leggen voor uit Cariforum-staten ingevoerde producten, overweegt de EG de mogelijkheid van constructieve oplossingen als bedoeld in de desbetreffende WTO-overeenkomsten.

  • 3 Wanneer namens twee of meer overeenkomstsluitende Cariforum-staten door een regionale of subregionale instantie een antidumpingmaatregel of een compenserende maatregel is opgelegd, is er een enkele instantie voor de rechterlijke toetsing, met inbegrip van een hogere voorziening.

  • 4 Een overeenkomstsluitende Cariforum-staat past geen antidumpingmaatregel of compenserende maatregel toe op een product wanneer dit binnen de werkingssfeer van een regionale of subregionale maatregel ten aanzien van hetzelfde product valt.

    Evenzo zien de Cariforum-staten erop toe dat een regionale of subregionale maatregel ten aanzien van een product niet van toepassing is op een overeenkomstsluitende Cariforum-staat die een dergelijke maatregel op hetzelfde product toepast.

  • 5 De EG stelt de overeenkomstsluitende Cariforum-staten van uitvoer in kennis van de ontvangst van een terdege gedocumenteerde klacht voordat zij een onderzoek opent.

  • 6 Dit artikel is van toepassing op alle onderzoeken die na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden geopend.

  • 7 Dit artikel is niet onderworpen aan de bepalingen in deze overeenkomst over geschillenbeslechting.

Artikel 24. Multilaterale vrijwaringsmaatregelen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 3 Lid 2 geldt voor een periode van vijf jaar, te beginnen op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst. Uiterlijk 120 dagen voor het eind van deze periode beoordeelt de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG de werking van deze bepalingen in het licht van de ontwikkelingsbehoeften van de Cariforum-staten, teneinde te kunnen vaststellen of de toepassing ervan moet verlengd.

  • 4 Lid 1 is niet onderworpen aan de bepalingen in deze overeenkomst over geschillenbeslechting.

Artikel 25. Vrijwaringsclausule [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Niettegenstaande artikel 24 kan een partij, na alternatieve oplossingen te hebben onderzocht, vrijwaringsmaatregelen van beperkte duur vaststellen die afwijken van artikel 15 of 16, naargelang van het geval, op de voorwaarden van en in overeenstemming met de procedures in dit artikel.

  • 2 De in lid 1 bedoelde vrijwaringsmaatregelen kunnen worden getroffen wanneer een product dat van oorsprong is uit een van de partijen op het grondgebied van de andere partij wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat:

    • a. zij op het grondgebied van de invoerende partij ernstige schade veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten, of

    • b. zij leiden tot of dreigen te leiden tot verstoring van een economische sector, met name wanneer hierdoor grote sociale problemen of moeilijkheden ontstaan die tot een ernstige verslechtering van de economische situatie van de invoerende partij kunnen leiden, of

    • c. zij verstoring van de markten voor soortgelijke of rechtstreeks concurrerende landbouwproducten4 of van de mechanismen tot regeling van die markten veroorzaken of dreigen te veroorzaken.

  • 3 De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen mogen niet verder reiken dan wat nodig is om de in lid 2 bedoelde ernstige schade of verstoringen te verhelpen of te voorkomen. De vrijwaringsmaatregelen van de invoerende partij mogen alleen uit één of meer van de volgende maatregelen bestaan:

    • a. schorsing van de verdere verlaging van het invoerrecht op het betrokken product, zoals voorzien in deze overeenkomst,

    • b. verhoging van het douanerecht op het betrokken product tot een niveau dat het voor andere WTO-leden geldende recht niet overschrijdt, en

    • c. invoering van tariefcontingenten voor het betrokken product.

  • 4 Onverminderd de leden 1 tot en met 3 kan de EG, wanneer een product van oorsprong uit één of meer overeenkomstsluitende Cariforum-staten wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat hierdoor voor één of meer ultraperifere gebieden van de EG een van de in lid 2, onder a), b) of c), genoemde situaties ontstaat of dreigt te ontstaan, volgens de in de leden 6 tot en met 9 neergelegde procedures toezicht- of vrijwaringsmaatregelen nemen die beperkt zijn tot het gebied of de gebieden in kwestie.

  • 5

    • a. Onverminderd de leden 1 tot en met 3 kan een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, wanneer een product van oorsprong uit de EG wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat hierdoor voor die overeenkomstsluitende Cariforum-staat een van de in lid 2, onder a), b) of c), genoemde situaties ontstaat of dreigt te ontstaan, volgens de in de leden 6 tot en met 9 neergelegde procedures toezicht- of vrijwaringsmaatregelen nemen die beperkt zijn tot zijn grondgebied.

    • b. Een overeenkomstsluitende Cariforum-staat kan vrijwaringsmaatregelen nemen wanneer een product van oorsprong uit de EG op zijn grondgebied wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder zodanige omstandigheden dat hierdoor voor een opkomende industrie die soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten vervaardigt, verstoringen ontstaan of dreigen te ontstaan. Deze bepaling geldt slechts voor een periode van tien jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. Maatregelen moeten worden genomen volgens de in de leden 6 tot en met 9 neergelegde procedure.

  • 6

    • a. De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen worden slechts zolang gehandhaafd als nodig is om ernstige schade of verstoringen als omschreven in de leden 2, 4 en 5 te vermijden of te verhelpen.

    • b. De in dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen worden niet langer dan twee jaar toegepast. Wanneer de omstandigheden die de instelling van vrijwaringsmaatregelen rechtvaardigden, blijven bestaan, kunnen deze maatregelen worden verlengd voor nog eens maximaal twee jaar. Wanneer de Cariforum-staten of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat een vrijwaringsmaatregel toepast, of wanneer de EG een maatregel toepast die beperkt is tot één of meer van haar ultraperifere gebieden, kunnen deze maatregelen evenwel voor een periode van niet meer dan vier jaar worden toegepast en, wanneer de omstandigheden die de instelling van vrijwaringsmaatregelen rechtvaardigden, blijven bestaan, kan deze periode worden verlengd met nog eens vier jaar.

    • c. In dit artikel bedoelde vrijwaringsmaatregelen die langer dan één jaar van kracht blijven, bevatten duidelijke elementen die geleidelijk leiden tot beëindiging van die maatregelen, uiterlijk aan het einde van de vastgestelde periode.

    • d. Ten aanzien van de invoer van een product waartegen al eerder vrijwaringsmaatregelen zijn genomen, mogen gedurende een periode van ten minste één jaar na het verstrijken van deze maatregelen niet opnieuw vrijwaringsmaatregelen als bedoeld in dit artikel worden genomen.

  • 7 Voor de tenuitvoerlegging van de leden 1 tot en met 6 gelden de volgende bepalingen:

    • a. wanneer een partij van oordeel is dat een van de in de leden 2, 4 en 5 bedoelde omstandigheden zich voordoet, verwijst zij de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek naar het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG;

    • b. het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG kan elke aanbeveling doen die nodig is om in de gerezen omstandigheden uitkomst te bieden. Indien het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG daartoe geen aanbeveling heeft gedaan, of indien er binnen 30 dagen nadat de aangelegenheid aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG werd voorgelegd geen bevredigende oplossing is bereikt, kan de invoerende partij overeenkomstig dit artikel passende maatregelen vaststellen om de problemen op te lossen;

    • c. alvorens een in dit artikel bedoelde maatregel te nemen, of, in de gevallen waarin lid 8 van toepassing is, zo spoedig mogelijk, verstrekt de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG alle informatie ter zake die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een oplossing te zoeken die voor alle betrokken partijen aanvaardbaar is;

    • d. bij de keuze van vrijwaringsmaatregelen krachtens dit artikel moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die het functioneren van deze overeenkomst het minst verstoren;

    • e. alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG gebracht en in dat comité op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder met het doel een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.

  • 8 Wanneer wegens uitzonderlijke omstandigheden onmiddellijk actie moet worden ondernomen, kan de betrokken invoerende partij, of dit nu de EG is, de Cariforum-staten of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, voorlopig de in de leden 3, 4 en/of 5 bedoelde maatregelen nemen zonder de eisen van lid 7 in acht te nemen. Een dergelijke actie mag worden gehandhaafd voor een periode van maximaal 180 dagen, wanneer de maatregelen door de EG zijn genomen, of van maximaal 200 dagen, wanneer de maatregelen door de Cariforum-staten of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat zijn genomen of wanneer de door de EG genomen maatregelen beperkt zijn tot het grondgebied van één of meer ultraperifere gebieden. De duur van een voorlopige maatregel wordt meegerekend als deel van de initiële periode en van eventuele verlengingen als bedoeld in de lid 6. Wanneer voorlopige maatregelen worden genomen, wordt rekening gehouden met de belangen van alle betrokken partijen. De betrokken invoerende partij stelt de andere betrokken partij in kennis en verwijst de aangelegenheid onmiddellijk voor onderzoek naar het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG.

  • 9 Indien een invoerende partij de invoer van een product onderwerpt aan een administratieve procedure die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de tendens van handelsstromen die aanleiding kunnen geven tot de in dit artikel bedoelde problemen, stelt zij het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG daarvan onverwijld in kennis.

  • 10 De WTO-bepalingen over geschillenbeslechting zijn niet van toepassing op krachtens dit artikel vaststelde vrijwaringsmaatregelen.

HOOFDSTUK 3. NON-TARIFAIRE MAATREGELEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 26. Verbod op kwantitatieve beperkingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden op producten van oorsprong geen invoer- of uitvoerverboden of invoer- of uitvoerbeperkingen, afgezien van douanerechten en belastingen en de in artikel 13 bedoelde vergoedingen en andere heffingen, gehandhaafd, ongeacht of deze de vorm hebben van contingenten, in- of uitvoervergunningen of andere maatregelen.

Er worden geen nieuwe maatregelen van die aard ingevoerd. Dit artikel doet geen afbreuk aan de artikelen 23 en 24.

Artikel 27. Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Ingevoerde producten van oorsprong worden direct noch indirect aan hogere interne belastingen of andere interne heffingen van die aard onderworpen dan die welke direct of indirect op soortgelijke binnenlandse producten van toepassing zijn. Bovendien passen de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ook anderszins geen interne belastingen of andere interne heffingen toe om soortgelijke binnenlandse producten te beschermen.

  • 2 Ingevoerde producten van oorsprong worden, wat de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en vereisten met betrekking tot hun verkoop, aanbieding tot verkoop, aankoop, vervoer, distributie of gebruik op de interne markt betreft, niet minder gunstig behandeld dan soortgelijke binnenlandse producten. Het bepaalde in dit lid vormt geen beletsel voor de toepassing van differentiële binnenlandse vervoerstarieven die uitsluitend berusten op de economische exploitatie van het vervoersmiddel en niet op de oorsprong van het product.

  • 3 De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voeren geen interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in specifieke hoeveelheden of verhoudingen in die direct of indirect vereisen dat een specifieke hoeveelheid of een specifiek percentage van een onder de regeling vallend product uit het binnenland afkomstig moet zijn; evenmin handhaven zij dergelijke regelingen. Bovendien mag een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat niet op andere wijze interne kwantitatieve regelingen toepassen om de binnenlandse productie te beschermen.

  • 4 Het bepaalde in dit artikel vormt geen beletsel voor de toekenning van subsidies aan uitsluitend nationale producenten, met inbegrip van betalingen aan nationale producenten uit de opbrengsten van interne belastingen of heffingen die overeenkomstig dit artikel worden geheven en van subsidies in de vorm van aankopen van binnenlandse producten door de overheid.

  • 5 Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, procedures of praktijken inzake overheidsopdrachten, die uitsluitend onder de bepalingen in titel IV, hoofdstuk 3, vallen.

Artikel 28. Uitvoersubsidies voor landbouwproducten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voeren geen nieuwe programma's voor uitvoersubsidies in, noch verhogen zij bestaande uitvoersubsidies voor landbouwproducten die voor het grondgebied van de andere partij bestemd zijn5 .

  • 2 Ten aanzien van in lid 3 gedefinieerde producten waarvoor de Cariforum-staten zich hebben verbonden de douanerechten af te schaffen, verplicht de EG zich ertoe alle bestaande subsidies op de uitvoer van de desbetreffende producten naar het grondgebied van de Cariforum-staten geleidelijk af te schaffen. De wijze waarop deze geleidelijke afschaffing plaatsvindt, wordt vastgesteld door het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG.

HOOFDSTUK 4. DOUANE EN HANDELSBEVORDERING [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 29. Doelstellingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen het belang van de douane en van handelsbevordering in het zich ontwikkelende mondiale handelsstelsel en voor de ontwikkeling van de intra-Cariforum-handel en de handel tussen de partijen.

  • 2 De partijen komen overeen de samenwerking op dit gebied te bevorderen teneinde ervoor te zorgen dat de wetgeving en procedures ter zake, alsook de bestuurlijke capaciteit van de desbetreffende diensten, voldoen aan de doelstellingen van een effectieve controle en de stimulering van handelsbevordering en helpen bij de bevordering van de ontwikkeling en de regionale integratie van de Cariforum-staten.

  • 3 De partijen erkennen dat bij de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk legitieme doelstellingen van openbaar beleid, met inbegrip van die met betrekking tot de veiligheid en de fraudebestrijding, op generlei wijze in het gedrang mogen komen.

Artikel 30. Samenwerking op administratief en douanegebied [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Met het oog op de naleving van de bepalingen in deze titel en om doeltreffend in te spelen op de in artikel 29 genoemde doelstellingen, nemen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de volgende maatregelen:

    • a. uitwisseling van informatie over douanewetgeving en -procedures;

    • b. ontwikkeling van gemeenschappelijke initiatieven op onderling overeengekomen gebieden;

    • c. waar mogelijk vaststelling van gemeenschappelijke standpunten over douaneaangelegenheden bij internationale organisaties als de WTO en de Werelddouaneorganisatie (WDO);

    • d. bevordering van samenwerking tussen instanties met vergelijkbare functies.

  • 2 De partijen verlenen elkaar administratieve bijstand op douanegebied overeenkomstig de bepalingen in protocol II.

Artikel 31. Douanewetgeving en -procedures [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn het erover eens dat internationale instrumenten en normen op douane- en handelsgebied, met inbegrip van de materieelrechtelijke elementen van de herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de WDO, het gegevensmodel van de WDO en het GS-verdrag het uitgangspunt voor hun respectieve wet- en regelgeving en procedures op handels- en douanegebied moeten zijn.

  • 2 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn het erover eens dat hun respectieve wet- en regelgeving en procedures op handels- en douanegebied moeten worden gebaseerd op:

    • a. de noodzaak de handel te beschermen en te bevorderen door handhaving en inachtneming van wettelijke vereisten en de noodzaak extra faciliteiten te verlenen aan handelaren die de voorschriften zeer goed naleven;

    • b. de noodzaak erop toe te zien dat de eisen voor de marktdeelnemers redelijk zijn, niet discrimineren, waarborgen tegen fraude bieden en niet leiden tot de toepassing van buitensporige straffen voor geringe inbreuken op douanevoorschriften of procedurele eisen;

    • c. de noodzaak een enkel administratief document of elektronisch equivalent daarvan toe te passen in respectievelijk de EG en Cariforum. De Cariforum-staten blijven inspanningen ter zake doen, teneinde hieraan in een vroeg stadium na de inwerkingtreding van deze overeenkomst te voldoen. Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zal de situatie gezamenlijk worden onderzocht;

    • d. de noodzaak moderne douanetechnieken toe te passen, zoals een risicobeoordeling, vereenvoudigde procedures bij in- en uitvoer, controles na vrijgave van de goederen en objectieve procedures voor toegelaten handelaren. De procedures moeten transparant, doeltreffend en eenvoudig zijn, teneinde de kosten te verminderen en de betrouwbaarheid voor de marktdeelnemers te vergroten;

    • e. de noodzaak erop toe te zien dat de eisen en procedures die van toepassing zijn op de in- en uitvoer en op goederen in doorvoer niet discriminerend zijn, hoewel zendingen wel verschillend mogen worden behandeld op grond van objectieve criteria voor de risicobeoordeling;

    • f. de noodzaak te zorgen voor transparantie. Hiertoe komen de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten overeen een systeem van bindende voorschriften over douaneaangelegenheden, en met name over de tariefclassificatie en de oorsprongsregels, in te voeren, in overeenstemming met de voorschriften die in hun respectieve wetgeving zijn neergelegd;

    • g. de noodzaak systemen, met inbegrip van die welke zijn gebaseerd op informatietechnologie, geleidelijk verder te ontwikkelen, teneinde de elektronische uitwisseling van gegevens tussen handelaren, douanediensten en hiermee verbonden instanties te vergemakkelijken;

    • h. de noodzaak doorvoer te vergemakkelijken;

    • i. transparante en niet-discriminerende voorschriften met betrekking tot het verlenen van vergunningen aan douane-expediteurs, en het niet-verplicht stellen van het beroep op onafhankelijke douane-expediteurs;

    • j. de noodzaak verplichte inspecties vóór verzending of vergelijkbare maatregelen te vermijden, zonder afbreuk te doen aan hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de WTO-overeenkomst inzake inspecties vóór verzending. De partijen bespreken de kwestie binnen het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG en kunnen vervolgens overeenkomen af te zien van de mogelijkheid gebruik te maken van verplichte inspecties vóór verzending of van vergelijkbare maatregelen.

  • 3 Om de werkmethoden te verbeteren en ervoor te zorgen dat hun optreden niet-discriminerend, transparant, doeltreffend, integer en verantwoordelijk is, nemen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de volgende maatregelen:

    • a. verdere stappen op weg naar vermindering, vereenvoudiging en standaardisering van gegevens en documentatie;

    • b. waar mogelijk vereenvoudiging van eisen en formaliteiten, teneinde goederen snel vrij te geven en in te klaren;

    • c. zorgen voor doeltreffende, snelle, niet-discriminerende en gemakkelijk toegankelijke procedures die de uitoefening van het recht van beroep tegen administratieve maatregelen, uitspraken en besluiten van de douane betreffende de in-, uit- en doorvoer van goederen mogelijk maken. Eventuele heffingen moeten in overeenstemming zijn met de kosten van de beroepsprocedures;

    • d. erop toezien dat de strengste normen op het gebied van integriteit worden nageleefd, door toepassing van maatregelen overeenkomstig de beginselen van de desbetreffende internationale overeenkomsten en instrumenten.

Artikel 32. Relaties met het bedrijfsleven [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de ondertekenende Cariforum-staten zijn het erover eens:

  • a. erop toe te zien dat alle wetgeving, procedures, tarieven en vergoedingen, alsmede waar mogelijk de toelichtingen ter zake, algemeen bekend worden gemaakt, voor zover mogelijk langs elektronische weg;

  • b. dat tijdig en regelmatig overleg met de marktdeelnemers over wetgevingsvoorstellen met betrekking tot douane- en handelsprocedures noodzakelijk is;

  • c. dat wanneer nieuwe of gewijzigde wetgeving of procedures worden ingevoerd, de marktdeelnemers hierover waar mogelijk vooraf in kennis moeten worden gesteld. De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geven algemene bekendheid aan administratieve berichten ter zake, met inbegrip van eisen in verband met douaneexpediteurs, procedures bij binnenkomst van de goederen, openingsuren en werkwijzen van douanekantoren in havens en bij grensposten, en adressen voor het inwinnen van informatie, teneinde het voor bedrijven gemakkelijker te maken de douaneverplichtingen na te leven en goederen tijdig te vervoeren;

  • d. samenwerking te stimuleren tussen de marktdeelnemers en de diensten die voor hen van belang zijn, en een eerlijke concurrentie tussen handelaren te bevorderen door niet-arbitraire en algemeen toegankelijke procedures, zoals intentieverklaringen, toe te passen, waarbij een passend gebruik wordt gemaakt van de door de WDO vastgestelde procedures;

  • e. dat deze samenwerking ook gericht moet zijn op bestrijding van illegale praktijken en op de bescherming van de staatsveiligheid en de veiligheid van de burgers, alsmede op de belastinginning;

  • f. erop toe te zien dat bij hun respectieve eisen en procedures op douanegebied en aanverwante gebieden goede praktijken worden gevolgd, waardoor de handel zo weinig mogelijk wordt beperkt.

Artikel 33. Douanewaarde [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 2 De partijen werken samen aan een gemeenschappelijke aanpak van kwesties met betrekking tot de douanewaarde.

Artikel 34. Regionale integratie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen bevorderen waar mogelijk regionale integratie op douanegebied en streven naar de ontwikkeling van regionale douanewetgeving, -procedures en -eisen, in overeenstemming met de internationale normen ter zake.

  • 2 Het in artikel 36 bedoelde Speciaal Comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering houdt permanent toezicht op de tenuitvoerlegging van dit artikel.

Artikel 35. Samenwerking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van maatregelen inzake douane en handelsbevordering, teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken.

  • 2 Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

    • a. toepassing van moderne douanetechnieken, zoals risicobeoordeling, bindende uitspraken vooraf, vereenvoudigde procedures voor de binnenkomst en de vrijgave van goederen, controles na de vrijgave en methoden voor de controle van bedrijfsboekhoudingen;

    • b. invoering van procedures en praktijken die, voor zover dit haalbaar is, in overeenstemming zijn met internationale instrumenten en normen op het gebied van douane en handel, met inbegrip van WTO-voorschriften en instrumenten en normen van de WDO, zoals de herziene Overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures en het „Framework of Standards to Secure and Facilitate Global Trade” van de WDO;

    • c. automatisering van douane- en andere handelsprocedures.

Artikel 36. Speciaal Comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen komen overeen een Speciaal Comité voor douanesamenwerking en handelsbevordering op te richten dat bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. Dit comité komt bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld. Het voorzitterschap van dit comité rouleert jaarlijks tussen de partijen. Het comité brengt verslag uit aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG.

  • 2 Het comité heeft onder meer de volgende taken:

    • a. het uitoefenen van toezicht op de tenuitvoerlegging en het beheer van de bepalingen van dit hoofdstuk;

    • b. het uitvoeren van de in protocol I vermelde taken en functies;

    • c. het bieden van een forum voor overleg tussen de partijen over de in protocol II neergelegde verplichtingen;

    • d. het verbeteren van de samenwerking en de dialoog tussen de partijen op het gebied van de tariefaangelegenheden, douanewetgeving en -procedures, wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken, oorsprongsregels en administratieve samenwerking;

    • e. het bespreken van vraagstukken met betrekking tot technische bijstand.

HOOFDSTUK 5. LANDBOUW EN VISSERIJ [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 37. Doelstellingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen zijn het erover eens dat de basisdoelstelling van deze overeenkomst de duurzame ontwikkeling en de uitroeiing van armoede in de Cariforum-staten is, alsmede de geleidelijke, harmonieuze integratie van deze economieën in de wereldeconomie. Op het gebied van landbouw en visserij draagt deze overeenkomst bij aan een toename van het concurrentievermogen van de productie en verwerking van en de handel in landbouw- en visserijproducten, zowel in de traditionele als in de niet-traditionele sector, tussen de partijen, in overeenstemming met het duurzame beheer van natuurlijke hulpbronnen.

  • 2 De partijen erkennen het economische en sociale belang voor de Cariforum-staten van activiteiten die verband houden met de visserij en het gebruik van de levende rijkdommen van de zee, en de noodzaak die voordelen zoveel mogelijk te benutten voor factoren als voedselzekerheid, werkgelegenheid, verlichting van armoede, inkomsten aan deviezen en sociale stabiliteit van de visserijgemeenschappen.

  • 3 De partijen erkennen dat de visserij en de mariene ecosystemen van de Cariforum-staten een rijke biologische diversiteit hebben, maar complex en fragiel zijn, en dat daarmee bij de exploitatie ervan rekening moet worden gehouden door een doeltreffende instandhouding en een doeltreffend beheer van de visbestanden en de daarmee verbonden ecosystemen, op basis van gedegen wetenschappelijk advies en op het voorzorgsbeginsel, zoals dat is gedefinieerd in de Gedragscode voor een verantwoorde visserij van de FAO.

  • 4 De partijen erkennen dat het waarborgen van de voedselzekerheid en het bieden van meer middelen van bestaan van essentieel belang zijn voor de uitroeiing van armoede en het streven naar een duurzame ontwikkeling. Bijgevolg erkennen zij de noodzaak belangrijke verstoringen van de markten voor landbouw- en visserijproducten en voedingsmiddelen in de Cariforum-staten te voorkomen.

  • 5 De partijen komen overeen ten volle rekening te houden met de diversiteit van de economische, sociale en milieukenmerken en -behoeften en met de ontwikkelingsstrategieën van de Cariforum-staten.

Artikel 38. Regionale integratie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen erkennen dat de integratie van de sectoren landbouw, voeding en visserij van de Cariforum-staten door de geleidelijke verwijdering van de resterende belemmeringen en het creëren van een passend regelgevend kader zal bijdragen tot de verdieping van het proces van regionale integratie en de verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk.

Artikel 39. Flankerend beleid [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De Cariforum-staten verbinden zich ertoe beleid en institutionele hervormingen vast te stellen en uit te voeren om de verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk mogelijk te maken en te vergemakkelijken.

Artikel 40. Voedselzekerheid [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen dat de verwijdering van belemmeringen van de handel tussen de partijen, zoals beoogd in deze overeenkomst, grote uitdagingen kan meebrengen voor de Cariforum-producenten in de sectoren landbouw, voeding en visserij en voor de consumenten, en zij komen overeen met elkaar over deze onderwerpen te beraadslagen.

  • 2 Wanneer naleving van de bepalingen in deze overeenkomst aanleiding geeft tot problemen met de beschikbaarheid van of de toegang tot voedingsmiddelen en andere producten die van wezenlijk belang zijn voor de voedselzekerheid van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat en wanneer deze situatie tot grote moeilijkheden voor die staat leidt of dreigt te leiden, kan deze in overeenstemming met artikel 25, lid 7, onder b) tot en met d), en de leden 8 en 9, passende maatregelen nemen.

Artikel 41. Uitwisseling van informatie en overleg [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen komen overeen ervaringen, informatie en goede praktijken uit te wisselen en overleg te plegen over alle onderwerpen die verband houden met het nastreven van de doelstellingen van dit hoofdstuk en van belang zijn voor de handel tussen de partijen.

  • 2 De partijen zijn het erover eens dat dialoog bijzonder nuttig is op de volgende gebieden:

    • a. de uitwisseling van informatie over de productie en de consumptie van en de handel in landbouwproducten en over de marktontwikkelingen voor landbouw- en visserijproducten;

    • b. de bevordering van investeringen in de sectoren landbouw, voeding en visserij in de Cariforum-staten, met inbegrip van kleinschalige activiteiten;

    • c. de uitwisseling van informatie over het beleid en de wet- en regelgeving op het gebied van landbouw, plattelandsontwikkeling en visserij;

    • d. een discussie over de veranderingen in het beleid en de institutionele veranderingen die nodig zijn om de omschakeling van de landbouw- en de visserijsector te onderbouwen, en over de opstelling en uitvoering van regionaal beleid op het gebied van landbouw, voedselvoorziening, plattelandsontwikkeling en visserij met het oog op de regionale integratie;

    • e. de uitwisseling van meningen over nieuwe technologieën en over beleid en maatregelen ter bevordering van kwaliteit.

Artikel 42. Traditionele landbouwproducten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen verbinden zich ertoe vooraf overleg te plegen over ontwikkelingen van het handelsbeleid die van invloed kunnen zijn op de concurrentiepositie van traditionele landbouwproducten, zoals bananen, rum, rijst en suiker, op de EG-markt.

  • 2 De EG streeft ernaar om binnen het multilaterale handelssysteem voor deze producten van oorsprong uit de Cariforumstaten zo lang dit haalbaar is een beduidende preferentiële toegang te handhaven en erop toe te zien dat elke onvermijdelijke vermindering van de preferentie over een zo lang mogelijke periode wordt gespreid.

Artikel 43. Samenwerking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen het belang van de sectoren landbouw, voeding en visserij voor de economie van de Cariforum-staten, en van samenwerking ter bevordering van de omschakeling van deze sectoren, met het doel hun concurrentievermogen te verbeteren en hun capaciteit om toegang tot kwalitatief ontwikkelde markten te verkrijgen, te vergroten, en eventueel een bijdrage te leveren aan de duurzame ontwikkeling van de Cariforum-staten. Zij erkennen de noodzaak de aanpassing van de sectoren landbouw, voeding en visserij en de plattelandseconomie aan de geleidelijke veranderingen die deze overeenkomst teweeg zal brengen, te vergemakkelijken en daarbij aandacht te besteden aan kleinschalige activiteiten.

  • 2 Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

    • a. verbetering van het concurrentievermogen van de potentieel levensvatbare productie en verwerking van landbouw- en visserijproducten door innovatie, scholing, bevordering van netwerken en andere ondersteunende activiteiten, zowel voor de traditionele als voor de niet-traditionele exportsector;

    • b. ontwikkeling van de capaciteit voor op de uitvoer gerichte marketing, met inbegrip van marktonderzoek, zowel wat de handel tussen Cariforum-staten als wat de handel tussen de partijen betreft, alsmede vaststelling van mogelijkheden tot verbetering van de marketinginfrastructuur en het vervoer en van de financierings- en samenwerkingsmogelijkheden voor producenten en handelaren;

    • c. naleving en vaststelling van kwaliteitsnormen voor de productie en marketing van voedingsmiddelen, met inbegrip van normen inzake milieuvriendelijke en sociaal verantwoorde landbouwpraktijken en biologische en niet-genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen;

    • d. bevordering van particuliere investeringen in en publiekprivate partnerschappen op het gebied van potentieel levensvatbare productie;

    • e. verbetering van het vermogen van de marktdeelnemers uit de Cariforum-staten om de nationale, regionale en internationale technische, gezondheids- en kwaliteitsnormen voor vis en visserijproducten in acht te nemen;

    • f. opbouw en versterking op regionaal niveau van de wetenschappelijke en technische capaciteiten van personen en instellingen met het oog op een duurzame handel in visserijproducten, met inbegrip van de aquicultuur;

    • g. de in artikel 41 bedoelde dialoog.

HOOFDSTUK 6. TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 44. Multilaterale verplichtingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen bevestigen dat zij vastbesloten zijn om de rechten en verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, hierna „TBT-Overeenkomst van de WTO” genoemd, in acht te nemen.

Artikel 45. Doelstellingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Dit hoofdstuk heeft ten doel:

  • a. het goederenverkeer tussen de partijen te vergemakkelijken en tegelijkertijd de capaciteit van de partijen tot bescherming van de gezondheid, de veiligheid, de consumenten en het milieu, te behouden en te versterken;

  • b. de capaciteit van de partijen te verbeteren om onnodige belemmeringen van de handel tussen de partijen als gevolg van door hen gehanteerde technische voorschriften, normen of conformiteitsbeoordelingsprocedures te signaleren, te voorkomen en uit de weg te ruimen;

  • c. de capaciteit van de partijen te versterken om de naleving van internationale normen en elkaars technische voorschriften en normen te waarborgen.

Artikel 46. Werkingssfeer en definities [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op in de TBT-Overeenkomst van de WTO omschreven technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures, voor zover zij van invloed zijn op de handel tussen de partijen.

Artikel 47. Regionale samenwerking en integratie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen zijn het erover eens dat samenwerking tussen nationale en regionale autoriteiten die bevoegd zijn voor normalisatie, accreditatie en andere technische handelsbelemmeringen, belangrijk is voor de bevordering van de intraregionale handel en de handel tussen de partijen, alsmede voor het algehele proces van regionale integratie in het kader van Cariforum en zij verbinden zich ertoe om met het oog hierop samen te werken.

Artikel 48. Transparantie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen bevestigen dat zij vastbesloten zijn de in de TBT-Overeenkomst van de WTO neergelegde bepalingen inzake transparantie uit te voeren. Voorts streven zij ernaar elkaar in een vroeg stadium in kennis te stellen van voorstellen tot wijziging of invoering van technische voorschriften en normen die in het bijzonder van belang zijn voor de handel tussen de partijen.

Artikel 49. Uitwisseling van informatie en overleg [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen komen overeen bij de voorlopige toepassing van deze overeenkomst contactpunten aan te wijzen ten behoeve van de uitwisseling van informatie in het kader van dit hoofdstuk. Zij komen overeen om hun uitwisseling van informatie zoveel mogelijk via regionale contactpunten te doen plaatsvinden.

  • 2 De partijen komen overeen hun communicatie en uitwisseling van informatie over kwesties die binnen de werkingssfeer van dit hoofdstuk vallen, te verbeteren, met name waar het gaat om mogelijkheden om de naleving van elkaars technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures te bevorderen en om onnodige belemmeringen voor het onderlinge goederenverkeer uit de weg te ruimen.

  • 3 Wanneer er zich in verband met technische voorschriften, normen of conformiteitsbeoordelingsprocedures een bepaald probleem voordoet dat de handel tussen de partijen ongunstig kan beïnvloeden, stellen de partijen elkaar daarvan zo spoedig mogelijk in kennis en plegen zij daarover overleg om tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

  • 4 De partijen komen overeen elkaar schriftelijk in kennis te stellen van maatregelen die zijn of zullen worden getroffen om de invoer van goederen te beletten wegens een probleem in verband met de gezondheid, de veiligheid en het milieu; zij doen dit zodra dit redelijkerwijs mogelijk is nadat het besluit daartoe is genomen.

  • 5 De partijen komen overeen producten aan te geven waarover zij informatie zullen uitwisselen, teneinde er gezamenlijk op toe te zien dat deze producten voldoen aan de vereiste technische voorschriften en normen om tot elkaars markt te kunnen worden toegelaten. Tot dergelijke informatie kunnen ook de vaststelling van de benodigde capaciteit en voorstellen om hierin te voorzien behoren.

Artikel 50. Samenwerking in internationale instellingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen komen overeen om samen te werken in internationale normalisatie-instellingen, onder meer door de deelname van vertegenwoordigers van de Cariforum-staten aan de vergaderingen en de werkzaamheden van deze instellingen te bevorderen.

Artikel 51. Samenwerking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordeling om de doelstellingen van dit hoofdstuk te verwezenlijken.

  • 2 Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

    • a. vaststelling van passende regelingen voor de uitwisseling van expertise, met inbegrip van een passende scholing waardoor wordt voorzien in een adequate en duurzame technische competentie van de instanties voor normalisatie, metrologie, accreditatie, markttoezicht en conformiteitsbeoordeling, met name van die in de Cariforum-regio;

    • b. opbouw van expertisecentra binnen de Cariforum-staten voor de beoordeling van goederen die bestemd zijn voor de EG-markt;

    • c. ontwikkeling van de capaciteit van ondernemingen, met name die uit de Cariforum-staten, om aan de regelgeving en marktvereisten te voldoen;

    • d. ontwikkeling en vaststelling van geharmoniseerde technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures die gebaseerd zijn op de desbetreffende internationale normen.

HOOFDSTUK 7. SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 52. Multilaterale verplichtingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen bevestigen vastbesloten te zijn de rechten en plichten uit hoofde van de WTO-Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, hierna „de SPS-Overeenkomst van de WTO” genoemd, in acht te nemen. De partijen bevestigen ook hun rechten en plichten uit hoofde van het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (IPCC), de Codex Alimentarius en de Wereldorganisatie voor diergezondheid (OIE).

Artikel 53. Doelstellingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Dit hoofdstuk heeft ten doel:

  • a. de handel tussen de partijen te bevorderen en tegelijkertijd de capaciteit van de partijen tot bescherming van de gezondheid van planten en dieren en van de volksgezondheid, te handhaven en te versterken;

  • b. de capaciteit van de partijen te versterken om onbedoelde verstoringen of belemmeringen van de handel tussen de partijen als gevolg van maatregelen die voor de bescherming van de gezondheid van planten en dieren en van de volksgezondheid op het grondgebied van de partijen noodzakelijk zijn, vast te stellen, te voorkomen en tot een minimum te beperken;

  • c. de Cariforum-staten bij de vaststelling van geharmoniseerde intraregionale sanitaire en fytosanitaire, hierna „SPS” genoemd, maatregelen te ondersteunen, mede om de erkenning van de gelijkwaardigheid van deze maatregelen aan in de EG bestaande maatregelen te bevorderen;

  • d. de Cariforum-staten de helpende hand te bieden bij de naleving van SPS-maatregelen van de EG.

Artikel 54. Werkingssfeer en definities [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op SPS-maatregelen in de zin van de SPS-Overeenkomst van de WTO, voor zover zij van invloed zijn op de handel tussen de partijen.

Artikel 55. Bevoegde autoriteiten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen komen overeen om bij de voorlopige toepassing van deze overeenkomst bevoegde autoriteiten aan te wijzen voor de tenuitvoerlegging van de in dit hoofdstuk bedoelde maatregelen. De partijen stellen elkaar tijdig in kennis van alle belangrijke wijzigingen in de structuur, aard en organisatie van hun bevoegde autoriteiten, alsmede van de bevoegdheidsverdeling binnen deze autoriteiten.

  • 2 De partijen komen overeen de informatie betreffende de tenuitvoerlegging van de in dit hoofdstuk bedoelde maatregelen zoveel mogelijk uit te wisselen via een regionale instantie, die de bevoegde autoriteiten vertegenwoordigt.

Artikel 56. Regionale samenwerking en integratie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen zijn het erover eens dat de samenwerking tussen de nationale en regionale SPS-autoriteiten, met inbegrip van de bevoegde autoriteiten, belangrijk is met het oog op de bevordering van zowel de intraregionale handel als de handel tussen de partijen, alsook van het algehele proces van regionale integratie in het kader van het Cariforum.

  • 2 In dit verband zijn de partijen het eens over het belang van de vaststelling van de geharmoniseerde SPS-maatregelen zowel in de EG als tussen de Cariforum-staten, en verbinden zij zich ertoe om met het oog daarop samen te werken. Voorts komen de partijen overeen overleg te plegen over bilaterale afspraken over de erkenning van de gelijkwaardigheid van specifieke SPS-maatregelen.

  • 3 De partijen komen overeen om, zolang de SPS-maatregelen niet zijn geharmoniseerd of de gelijkwaardigheid niet is erkend, overleg te plegen over mogelijkheden om de handel te vergemakkelijken en onnodige administratieve eisen te beperken.

Artikel 57. Transparantie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen bevestigen vastberaden te zijn om de in bijlage B bij de SPS-Overeenkomst van de WTO neergelegde bepalingen inzake transparantie uit te voeren. Voorts streven zij ernaar om elkaar vroegtijdig in kennis te stellen van voorstellen tot wijziging of invoering van voor de handel tussen de partijen bijzonder relevante SPS-regelingen of maatregelen.

Artikel 58. Uitwisseling van informatie en overleg [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen komen overeen om hun communicatie en de uitwisseling van informatie te verbeteren over kwesties die binnen de werkingssfeer van dit hoofdstuk vallen en van invloed kunnen zijn op de handel tussen de partijen.

  • 2 Indien er zich een bijzonder SPS-probleem voordoet dat van invloed kan zijn op de handel tussen de partijen, stellen de bevoegde autoriteiten van de partijen elkaar daarvan zo spoedig mogelijk in kennis en voeren zij daarover overleg, teneinde tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen.

Artikel 59. Samenwerking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen het belang van samenwerking op het gebied van SPS-maatregelen, teneinde de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken.

  • 2 Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

    • a. versterking van de regionale integratie en verbetering van het toezicht op en de uitvoering en handhaving van SPS-maatregelen in overeenstemming met artikel 56, met inbegrip van scholings- en voorlichtingsacties voor met de regelgeving belast personeel. Met het oog op de verwezenlijking van deze doelstellingen kunnen publiekprivate partnerschappen worden ondersteund;

    • b. invoering van passende regelingen voor de uitwisseling van expertise op het gebied van de gezondheid van dieren en planten en van de volksgezondheid, en organisatie van scholings- en voorlichtingsacties voor met de regelgeving belast personeel;

    • c. verbetering van de capaciteit van ondernemingen, met name ondernemingen in de Cariforum-staten, om aan de regelgeving en marktvereisten te voldoen;

    • d. samenwerking in de in artikel 52 genoemde internationale organisaties, waaronder de bevordering van deelname van vertegenwoordigers van de Cariforum-staten aan bijeenkomsten van deze organisaties.

TITEL II. INVESTERINGEN, HANDEL IN DIENSTEN EN E-HANDEL [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 60. Doelstelling, werkingssfeer en dekking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten bevestigen hun verbintenissen in het kader van de WTO-overeenkomst en stellen, met het oog op bevordering van de regionale integratie en een duurzame ontwikkeling van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en hun geleidelijke, harmonieuze integratie in de wereldeconomie, de noodzakelijke regelingen vast voor de gestage, wederzijdse en asymmetrische liberalisering van investeringen en van de handel in diensten en voor samenwerking op het gebied van de e-handel.

  • 2 Geen enkele bepaling in deze titel wordt zo uitgelegd dat de privatisering van overheidsondernemingen vereist is of dat enigerlei verplichting ten aanzien van overheidsopdrachten wordt opgelegd.

  • 3 De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op door de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verleende subsidies.

  • 4 In overeenstemming met de bepalingen van deze titel behouden de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten het recht nieuwe regelingen op te stellen en in te voeren om legitieme beleidsdoelstellingen te bereiken.

  • 5 Deze titel is niet van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang zoeken tot de arbeidsmarkt van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, of op maatregelen aangaande staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.

    Geen enkele bepaling in deze titel belet de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten maatregelen toe te passen om de binnenkomst of het tijdelijke verblijf van natuurlijke personen op hun grondgebied te regelen, met inbegrip van maatregelen die nodige zijn om de integriteit van hun grenzen te beschermen, of om het ordelijke verkeer van natuurlijke personen over hun grenzen te waarborgen, mits deze maatregelen niet zo worden toegepast dat de voordelen die een partij op grond van een specifieke verbintenis toekomen, daardoor worden uitgehold of teniet gedaan.

Artikel 61. Definities [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • a. „maatregel”: elke maatregel van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, in de vorm van een wet, verordening, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;

  • b. „door de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten vastgestelde of gehandhaafde maatregelen”: maatregelen die zijn genomen door:

    • i. centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten,

      en

    • ii. niet-gouvernementele organisaties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

  • c. „natuurlijke persoon uit de EG” of „natuurlijke persoon uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten”: een onderdaan van een van de lidstaten van de Europese Unie of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten overeenkomstig hun respectieve wetgeving;

  • d. „rechtspersoon”: elke juridische eenheid, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • e. „rechtspersoon van een partij”: een rechtspersoon uit de EG of uit een overeenkomstsluitende Cariforum-staat die is opgericht in overeenstemming met respectievelijk de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat en die zijn hoofdkantoor, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit heeft op respectievelijk het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betrekking heeft of het grondgebied van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat;

    Indien de rechtspersoon alleen zijn hoofdkantoor of centrale administratie heeft op het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betrekking heeft of op het grondgebied van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, wordt hij niet als rechtspersoon van respectievelijk de EG of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat beschouwd, tenzij hij betrokken is bij omvangrijke zakelijke transacties6 op respectievelijk het grondgebied waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betrekking heeft of het grondgebied van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat;

    in afwijking van het voorgaande lid zijn de bepalingen van deze overeenkomst ook van toepassing op buiten de EG of de Cariforum-staten gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover onderdanen van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of een overeenkomstsluitende Cariforumstaat zeggenschap hebben, indien de vaartuigen van deze maatschappijen overeenkomstig de respectieve wetgeving in die lidstaat van de Europese Unie of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat geregistreerd zijn en de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat voeren;

  • f. een „overeenkomst inzake economische integratie”: een overeenkomst waarbij investeringen en de handel in diensten conform de WTO-voorschriften aanzienlijk worden geliberaliseerd.

Artikel 62. Toekomstige liberalisering [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze titel voeren de partijen uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst nadere onderhandelingen over investeringen en de handel in diensten met het oog op een versterking van de algemene verbintenissen uit hoofde van de titel.

Artikel 63. Toepassing op het Gemenebest van de Bahama's en de Republiek Haïti [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Teneinde de verbintenissen van het Gemenebest van de Bahama's en de Republiek Haïti – die met de desbetreffende eisen uit hoofde van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten, hierna de „GATS” genoemd, in overeenstemming moeten zijn – in bijlage IV op te nemen, brengen de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten uiterlijk zes maanden na de ondertekening van deze overeenkomst bij besluit van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG wijzigingen in deze bijlage aan. In afwachting van dat besluit is de door de EG ingevolge deze titel toegekende preferentiële behandeling niet van toepassing op het Gemenebest van de Bahama's en de Republiek Haïti.

Artikel 64. Regionale integratie van de Cariforum-staten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen dat economische integratie tussen de Cariforum-staten door de geleidelijke verwijdering van de resterende belemmeringen en de invoering van passende regelgeving voor investeringen en de handel in diensten, zal bijdragen tot de verdieping van het proces van hun regionale integratie en de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

  • 2 De partijen erkennen voorts dat de in hoofdstuk 5 van deze titel opgenomen beginselen met betrekking tot de steun voor de geleidelijke liberalisering van investeringen en de handel in diensten tussen de partijen een nuttig kader vormen voor de verdere liberalisering van investeringen en de handel in diensten tussen de Cariforum-staten in de context van hun regionale integratie.

HOOFDSTUK 2. COMMERCIËLE AANWEZIGHEID [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 65. Definities [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „commerciële aanwezigheid”: elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging door middel van:

    • i. de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon7 , of

    • ii. de oprichting of handhaving van een filiaal of een vertegenwoordiging op het grondgebied van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten met het oogmerk een economische activiteit uit te oefenen;

  • b. „investeerder”: iedere natuurlijke of rechtspersoon die een economische activiteit uitoefent door de vestiging van een commerciële aanwezigheid;

  • c. „investeerder van een partij”: een in de EG of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een economische activiteit uitoefent door de vestiging van een commerciële aanwezigheid;

  • d. „economische activiteit”: omvat geen activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag, d.w.z. activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met één of meer marktdeelnemers worden uitgeoefend;

  • e. „dochteronderneming” van een rechtspersoon: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon daadwerkelijk zeggenschap heeft8 ;

  • f. „filiaal” van een rechtspersoon: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt.

Artikel 66. Dekking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, die van invloed zijn op de commerciële aanwezigheid9 op het gebied van alle economische activiteiten met uitzondering van:

  • a. winning, vervaardiging en verwerking van nucleair materiaal;

  • b. productie van of handel in wapens, munitie en oorlogsmaterieel;

  • c. audiovisuele diensten;

  • d. nationale cabotage in het zeevervoer10 , en

  • e. binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

    • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;

    • ii. verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;

    • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);

    • iv. andere aanverwante diensten die de exploitatie van luchtvaartuigen vergemakkelijken, zoals grondafhandelingsdiensten, verhuur van luchtvaartuigen met bemanning en luchthavenbeheer.

Artikel 67. Markttoegang [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Wat de markttoegang via commerciële aanwezigheid betreft, geven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten elkaars commerciële aanwezigheden en investeerders geen ongunstiger behandeling dan die waarin is voorzien in de in bijlage IV opgenomen specifieke verplichtingen.

  • 2 In sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de volgende maatregelen door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten niet gehandhaafd of genomen, noch op basis van een regionale onderverdeling, noch voor hun gehele grondgebied, tenzij in bijlage IV anders is bepaald:

    • a. beperkingen van het aantal commerciële aanwezigheden in de vorm van numerieke quota, monopolies of exclusieve rechten, dan wel door middel van andere eisen aan de commerciële aanwezigheid, zoals een onderzoek naar de economische behoefte;

    • b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa, in de vorm van een numerieke quota dan wel de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

    • c. beperkingen van het totale aantal transacties of het totale volume van de output, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte11 ;

    • d. beperkingen van de participatie van buitenlands kapitaal, uitgedrukt als een maximumpercentage voor buitenlands aandeelhouderschap of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen;

    • e. maatregelen die specifieke soorten commerciële aanwezigheid (dochteronderneming, filiaal, vertegenwoordiging)12 of joint ventures voor de uitoefening van een economische activiteit door een investeerder van de andere partij vereisen dan wel deze juist beperkingen opleggen.

Artikel 68. Nationale behandeling [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Wat de sectoren betreft waarvoor in bijlage IV verbintenissen inzake de markttoegang zijn opgenomen, en onder voorbehoud van de in die bijlage vermelde voorwaarden en kwalificaties, behandelen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten elkaars commerciële aanwezigheden en investeerders niet ongunstiger dan hun eigen soortgelijke commerciële aanwezigheden en investeerders in verband met alle maatregelen die van invloed zijn op de commerciële aanwezigheid.

  • 2 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen aan de verplichting in lid 1 voldoen door commerciële aanwezigheden en investeerders van de andere partij hetzij formeel op gelijke wijze als de eigen soortgelijke commerciële aanwezigheden en investeerders te behandelen hetzij formeel een verschillende behandeling te geven.

  • 3 Een formeel gelijke of een formeel verschillende behandeling wordt als ongunstiger beschouwd indien deze de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van commerciële aanwezigheden en investeerders van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ten opzichte van soortgelijke commerciële aanwezigheden en investeerders van de andere partij.

  • 4 Specifieke verbintenissen die op grond van dit artikel zijn aangegaan, worden niet zodanig uitgelegd dat de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verplicht zijn compensatie te bieden voor concurrentienadelen die inherent zijn aan de buitenlandse aard van de desbetreffende commerciële aanwezigheden en investeerders.

Artikel 69. Lijst van verbintenissen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ingevolge dit hoofdstuk geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en de nationale behandeling voor commerciële aanwezigheden en investeerders van de andere partij in die sectoren zijn opgenomen in de lijsten van verbintenissen in bijlage IV.

Artikel 70. Meestbegunstigingsbehandeling [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Ten aanzien van alle maatregelen in dit hoofdstuk die van invloed zijn op de commerciële aanwezigheid:

    • a. geeft de EG commerciële aanwezigheden en investeerders van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten een behandeling die niet ongunstiger is dan de meest gunstige behandeling die van toepassing is op soortgelijke commerciële aanwezigheden en investeerders uit derde landen waarmee zij na de ondertekening van deze overeenkomst een overeenkomst inzake economische integratie heeft gesloten;

    • b. geven de overeenkomstsluitende Cariforum-staten commerciële aanwezigheden en investeerders van de EG een behandeling die niet ongunstiger is dan de meest gunstige behandeling die van toepassing is op soortgelijke commerciële aanwezigheden en investeerders uit belangrijke handelsmachten waarmee zij na de ondertekening van deze overeenkomst een overeenkomst inzake economische integratie hebben gesloten.

  • 2 Wanneer een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat een regionale economische integratieovereenkomst sluit, waarbij een interne markt wordt opgericht of waarbij van de partijen wordt vereist dat zij hun wetgeving in belangrijke mate onderling aanpassen teneinde niet-discriminerende belemmeringen voor de commerciële aanwezigheid en de handel in diensten uit de weg ruimen, valt de behandeling die de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat aan commerciële aanwezigheden en investeerders uit derde landen geeft in sectoren waarop de interne markt of de belangrijke onderlinge aanpassing van wetgeving van toepassing is, niet onder de bepalingen van lid 113 .

  • 3 De in lid 1 neergelegde verplichtingen zijn niet van toepassing op de behandeling die wordt gegeven:

    • a. in het kader van maatregelen met betrekking tot de erkenning van kwalificaties, vergunningen of prudentiële maatregelen in overeenstemming met artikel VII van de GATS of de bijlage betreffende financiële diensten daarbij,

    • b. in het kader van een internationale overeenkomst of regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op belastingheffing, of

    • c. in het kader van maatregelen waarop een in de in artikel II, lid 2, van de GATS bedoelde lijst opgenomen uitzondering op het meestbegunstigingsbeginsel van toepassing is.

  • 4 Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder „belangrijke handelsmacht” verstaan elk ontwikkeld land of elk land dat in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde overeenkomst inzake economische integratie een aandeel van meer dan één (1) procent in de mondiale uitvoer van goederen had, of elke groep landen die individueel, collectief of via een overeenkomst inzake economische integratie handelend in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde overeenkomst inzake economische integratie een aandeel van meer dan anderhalf (1,5) procent in de mondiale uitvoer van goederen had.14

  • 5 Wanneer een overeenkomstsluitende Cariforum-staat partij wordt bij een overeenkomst inzake economische integratie met een derde partij als bedoeld in lid 1, onder b), en die overeenkomst erin voorziet dat de derde partij een gunstiger behandeling krijgt dan die welke de overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG uit hoofde van deze overeenkomst geeft, treden de partijen hierover in overleg. De partijen kunnen beslissen of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG de gunstiger behandeling uit hoofde van de overeenkomst inzake economische integratie mag ontzeggen. De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG kan de nodige maatregelen nemen om de bepalingen van deze overeenkomst aan te passen.

Artikel 71. Andere overeenkomsten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Geen enkele bepaling in deze titel wordt geacht het recht van investeerders van de partijen te beperken om een beroep te doen op een gunstiger behandeling uit hoofde van een bestaande of toekomstige internationale overeenkomst inzake investeringen waarbij een lidstaat van de Europese Unie en een overeenkomstsluitende Cariforum-staat partij zijn.

Artikel 72. Gedrag van investeerders [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten werken samen en nemen, voor hun eigen grondgebied, de nodige maatregelen, onder andere door middel van algemeen toepasselijke nationale wetgeving, om ervoor te zorgen dat:

  • a. het investeerders wordt verboden ongepaste geldelijke of andere voordelen aan te bieden, te beloven of te geven, rechtstreeks of via tussenpersonen, aan een ambtenaar of aan leden van zijn of haar familie of zakenpartners of een andere persoon die nauwe betrekkingen met de ambtenaar heeft, voor de betrokkenen zelf of voor een derde, opdat de ambtenaar of een derde handelt of niet handelt in verband met de uitoefening van ambtelijke plichten, dan wel om een gunst met betrekking tot een voorgestelde investering of vergunningen, contracten of andere rechten met betrekking tot een investering te verkrijgen, en zij hiervoor ter verantwoording worden geroepen;

  • b. investeerders handelen in overeenstemming met de fundamentele arbeidsnormen die zijn neergelegd in de Verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) van 1998 inzake de fundamentele principes en rechten met betrekking tot werk, waarbij de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten partij zijn15 ;

  • c. investeerders hun investeringen niet zodanig beheren of exploiteren dat zij internationale arbeidsrechtelijke of milieuverplichtingen uit hoofde van overeenkomsten waarbij de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten partij zijn, ontwijken;

  • d. investeerders in voorkomend geval banden met de plaatselijke gemeenschap aangaan en handhaven, met name bij projecten die betrekking hebben op extensieve activiteiten ten aanzien van natuurlijke hulpbronnen, voor zover zij niet de voordelen voor de andere partij uit hoofde van een specifieke verplichting tenietdoen of daaraan afbreuk doen.

Artikel 73. Handhaving van normen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat buitenlandse directe investeringen niet worden aangemoedigd door afzwakking van de binnenlandse wetgeving en normen inzake milieu, arbeid, veiligheid en gezondheid op het werk of versoepeling van de fundamentele arbeidsnormen of de wetgeving inzake bescherming en bevordering van culturele diversiteit.

Artikel 74. Evaluatie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Met het oog op de geleidelijke liberalisering van investeringen evalueren de partijen de wetgeving inzake investeringen, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en vervolgens met regelmatige tussenpozen in overeenstemming met hun uit internationale investeringsovereenkomsten voortvloeiende verbintenissen.

HOOFDSTUK 3. GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 75. Werkingssfeer en definities [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, die van invloed zijn op de grensoverschrijdende dienstverlening met uitzondering van:

    • a. audiovisuele diensten;

    • b. nationale cabotage in het zeevervoer16 ;

    • c. binnenlandse en internationale luchtvervoerdiensten, ongeacht of het gaat om lijndiensten of niet, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

      • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;

      • ii. verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;

      • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS);

      • iv. andere aanverwante diensten die de exploitatie van luchtvaartuigen vergemakkelijken, zoals grondafhandelingsdiensten, verhuur van luchtvaartuigen met bemanning en luchthavenbeheer.

  • 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk:

    • a. wordt „grensoverschrijdende dienstverlening” gedefinieerd als het verlenen van een dienst:

      • i. vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 1);

      • ii. op het grondgebied van een partij ten behoeve van een dienstafnemer van de andere partij (vorm van dienstverlening 2);

    • b. omvatten „diensten” alle diensten in elke sector behalve bij de uitoefening van overheidsgezag verleende diensten;

    • c. betekent „een bij de uitoefening van overheidsgezag verleende dienst” elke dienst die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met één of meer dienstverleners wordt verleend;

    • d. is een „dienstverlener” een natuurlijke of rechtspersoon die een dienst aanbiedt of verleent;

    • e. wordt onder „dienstverlener van een partij” verstaan een in de EG of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een dienst aanbiedt of verleent;

    • f. omvat „verlening van een dienst” de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst.

Artikel 76. Markttoegang [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Wat de markttoegang via grensoverschrijdende dienstverlening betreft, geven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staat diensten en dienstverleners van de andere partij geen ongunstiger behandeling dan die waarin is voorzien in de in bijlage IV opgenomen specifieke verbintenissen.

  • 2 In sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, worden de volgende maatregelen door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten niet gehandhaafd of genomen, noch op basis van een regionale onderverdeling, noch voor hun gehele grondgebied, tenzij in bijlage IV anders is bepaald:

    • a. beperkingen van het aantal dienstverleners in de vorm van numerieke quota, monopolies, exclusieve dienstverleners dan wel in de vorm van de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

    • b. beperkingen van de totale waarde van transacties of activa in verband met diensten in de vorm van numerieke quota dan wel de eis van een onderzoek naar de economische behoefte;

    • c. beperkingen van het totale aantal dienstentransacties of de totale hoeveelheid geleverde diensten, in bepaalde numerieke eenheden uitgedrukt in de vorm van quota of de eis van een onderzoek naar de economische behoefte.

Artikel 77. Nationale behandeling [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Wat de sectoren betreft waarvoor in bijlage IV verbintenissen inzake de markttoegang zijn opgenomen, en onder voorbehoud van de in die bijlage vermelde voorwaarden en kwalificaties, behandelen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten diensten en dienstverleners van de andere partij niet ongunstiger dan hun eigen soortgelijke diensten en dienstverleners in verband met alle maatregelen die van invloed zijn op de grensoverschrijdende dienstverlening.

  • 2 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen aan de verplichting in lid 1 voldoen door diensten en dienstverleners van de andere partij hetzij formeel op gelijke wijze als de eigen soortgelijke diensten en dienstverleners te behandelen hetzij formeel een verschillende behandeling te geven.

  • 3 Een formeel gelijke of een formeel verschillende behandeling wordt als ongunstiger beschouwd indien deze de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ten opzichte van soortgelijke diensten of dienstverleners van de andere partij.

  • 4 Specifieke verbintenissen die op grond van dit artikel zijn aangegaan, worden niet zodanig uitgelegd dat de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verplicht zijn compensatie te bieden voor aan concurrentienadelen die inherent zijn aan de buitenlandse aard van de desbetreffende commerciële diensten en dienstverleners.

Artikel 78. Lijst van verbintenissen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ingevolge dit hoofdstuk geliberaliseerde sectoren en de beperkingen, door middel van voorbehouden, van de markttoegang en de nationale behandeling voor diensten en dienstverleners van de andere partij in die sectoren zijn opgenomen in de lijsten van verbintenissen in bijlage IV.

Artikel 79. Meestbegunstigingsbehandeling [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Ten aanzien van alle maatregelen in dit hoofdstuk die van invloed zijn op de grensoverschrijdende dienstverlening:

    • a. geeft de EG diensten en dienstverleners van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten een behandeling die niet ongunstiger is dan de meest gunstige behandeling die van toepassing is op soortgelijke diensten en dienstverleners uit derde landen waarmee zij na de ondertekening van deze overeenkomst een overeenkomst inzake economische integratie heeft gesloten;

    • b. geven de overeenkomstsluitende Cariforum-staten diensten en dienstverleners van de EG een behandeling die niet ongunstiger is dan de meest gunstige behandeling die van toepassing is op soortgelijke diensten en dienstverleners uit belangrijke handelsmachten waarmee zij na de ondertekening van deze overeenkomst een overeenkomst inzake economische integratie hebben gesloten.

  • 2 Wanneer een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat een regionale economische integratieovereenkomst sluit, waarbij een interne markt wordt opgericht of waarbij van de partijen wordt vereist dat zij hun wetgeving in belangrijke mate onderling aanpassen teneinde niet-discriminerende belemmeringen voor de handel in diensten uit de weg ruimen, valt de behandeling die de betrokken partij of overeenkomstsluitende Cariforum-staat aan diensten en dienstverleners uit derde landen toekent in sectoren waarop de interne markt of de belangrijke onderlinge aanpassing van wetgeving van toepassing is, niet onder de bepalingen van lid 117 .

  • 3 De in lid 1 neergelegde verplichtingen zijn niet van toepassing op de behandeling die wordt gegeven:

    • a. in het kader van maatregelen met betrekking tot de erkenning van kwalificaties, vergunningen of prudentiële maatregelen in overeenstemming met artikel VII van de GATS of de bijlage betreffende financiële diensten daarbij,

    • b. in het kader van een internationale overeenkomst of regeling die geheel of hoofdzakelijk betrekking heeft op belastingheffing, of

    • c. in het kader van maatregelen waarop een in de in artikel II, lid 2, van de GATS bedoelde lijst opgenomen uitzondering op het meestbegunstigingsbeginsel van toepassing is.

  • 4 Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder „belangrijke handelsmacht” verstaan elk ontwikkeld land of elk land dat in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde overeenkomst inzake economische integratie een aandeel van meer dan één (1) procent in de mondiale uitvoer van goederen had, of elke groep landen die individueel, collectief of via een overeenkomst inzake economische integratie handelend in het jaar vóór de inwerkingtreding van de in lid 1 bedoelde overeenkomst inzake economische integratie een aandeel van meer dan anderhalf (1,5) procent in de mondiale uitvoer van goederen had18 .

  • 5 Wanneer een overeenkomstsluitende Cariforum-staat partij wordt bij een overeenkomst inzake economische integratie met een derde partij als bedoeld in lid 1, onder b), en die overeenkomst erin voorziet dat de derde partij een gunstiger behandeling krijgt dan die welke de overeenkomstsluitende Cariforum-staat de EG uit hoofde van deze overeenkomst geeft, treden de partijen hierover in overleg. De partijen kunnen besluiten of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforumstaat de EG de gunstiger behandeling uit hoofde van de overeenkomst inzake economische integratie mag ontzeggen. De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG kan de nodige maatregelen nemen om de bepalingen van deze overeenkomst aan te passen.

HOOFDSTUK 4. TIJDELIJKE AANWEZIGHEID VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 80. Werkingssfeer en definities [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op maatregelen van de partijen of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten inzake de toegang tot en het tijdelijke verblijf op hun grondgebied van stafpersoneel, afgestudeerde stagiairs, verkopers van zakelijke diensten, dienstverleners op contractbasis, beoefenaars van een vrij beroep en tijdelijke bezoekers voor zaken, in overeenstemming met artikel 60, lid 5.

  • 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

    • a. „stafpersoneel”: natuurlijke personen die werkzaam zijn bij een andere rechtspersoon uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten dan een organisatie zonder winstoogmerk en die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van dan wel een goed toezicht op en een goede administratie en exploitatie van een commerciële aanwezigheid.

      Tot het stafpersoneel behoren ook „zakelijke bezoekers” die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een commerciële aanwezigheid, en „binnen de onderneming overgeplaatste personen”.

      • „Zakelijke bezoekers” zijn natuurlijke personen met een staffunctie die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een commerciële aanwezigheid. Zij verrichten geen directe transacties met het grote publiek en ontvangen geen beloning van een bron die is gevestigd in het gastland (EG of overeenkomstsluitende Cariforum-staat).

      • „Binnen de onderneming overgeplaatste personen” zijn natuurlijke personen uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die ten minste één jaar werknemer of partner zijn bij een rechtspersoon en die tijdelijk zijn overgeplaatst naar een commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij. De betrokken natuurlijke persoon moet tot een van de volgende categorieën behoren:

        • 1. Managers:

          Leden van het hoger leidinggevend personeel van een rechtspersoon die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de commerciële aanwezigheid, onder het algemene toezicht van de raad van bestuur of van de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen vallen en voornamelijk van hen orders krijgen, zoals:

          • i. personen die leiding geven aan een commerciële aanwezigheid of een afdeling of onderafdeling daarvan;

          • ii. personen die belast zijn met het toezicht op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers;

          • iii. personen die persoonlijk bevoegd zijn werknemers in dienst te nemen en te ontslaan, of indienstneming of ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;

        • 2. Specialisten:

          binnen een rechtspersoon werkzame personen die beschikken over uitzonderlijke kennis die van wezenlijk belang is voor de productie, de onderzoeksuitrusting, technische procedés of het management van de commerciële aanwezigheid. Bij de beoordeling van deze kennis wordt niet alleen rekening gehouden met specifieke kennis met betrekking tot de commerciële aanwezigheid, maar ook met de vraag of de betrokkene in hoge mate gekwalificeerd is voor werkzaamheden of voor een beroep waarvoor specifieke technische kennis of het behoren tot een erkende beroepsgroep vereist is;

    • b. „afgestudeerde stagiairs”: natuurlijke personen uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die al ten minste een jaar in dienst zijn bij een daar gevestigde rechtspersoon, een universitaire graad hebben en tijdelijk zijn overgeplaatst naar een commerciële aanwezigheid of naar de moedermaatschappij van de rechtspersoon op het grondgebied van de andere partij, met het oog op de ontwikkeling van hun carrière of om een opleiding te krijgen in zakelijke technieken of methoden19 ;

    • c. „verkopers van zakelijke diensten”: natuurlijke personen uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die als vertegenwoordiger van een daar gevestigde dienstverlener tijdelijk toegang wensen te krijgen tot het grondgebied van de andere partij om onderhandelingen te voeren over de verkoop van diensten of om overeenkomsten aan te gaan over de verkoop van diensten ten behoeve van die dienstverlener. Zij verkopen niet rechtstreeks aan het grote publiek en ontvangen geen beloning van een bron die is gevestigd in het gastland (EG of overeenkomstsluitende Cariforum-staat);

    • d. „dienstverleners op contractbasis”: natuurlijke personen uit de EG of uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die in dienst zijn bij een daar gevestigde rechtspersoon die geen commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij heeft en een bonafide contract (anders dan via een uitzendbureau als bedoeld in CPC 872) heeft gesloten voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker op het grondgebied van laatstgenoemde partij, waarvoor de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers aldaar vereist is om het dienstverleningscontract uit te voeren;

    • e. „beoefenaars van een vrij beroep”: natuurlijke personen uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die daar als zelfstandige dienstverlener gevestigd zijn, geen commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij hebben en een degelijk („bona fide”) contract (anders dan via een uitzendbureau als bedoeld in CPC 872) hebben gesloten voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker op het grondgebied van laatstgenoemde partij, waarvoor de tijdelijke aanwezigheid van zijn werknemers aldaar vereist is om het dienstverleningscontract uit te voeren20 ;

    • f. „kwalificaties”: diploma's, certificaten en andere bewijsmiddelen (van een officiële kwalificatie), afgegeven door een in de wet- of regelgeving of in administratieve bepalingen aangewezen autoriteit, waarbij de succesvolle afsluiting van een beroepsopleiding wordt geattesteerd.

Artikel 81. Stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Voor elke overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel geliberaliseerde sector staan de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, behoudens de in bijlage IV opgenomen voorbehouden, investeerders van de andere partij toe in hun commerciële aanwezigheden natuurlijke personen van die andere partij in dienst te hebben, mits die werknemers behoren tot het stafpersoneel dan wel afgestudeerd stagiair zijn, zoals gedefinieerd in artikel 80. De toegang en het tijdelijke verblijf van stafpersoneel en afgestudeerde stagiairs geldt voor een periode van ten hoogste drie jaar voor binnen de onderneming overgeplaatste personen, negentig dagen binnen een periode van twaalf maanden voor zakelijke bezoekers en één jaar voor afgestudeerde stagiairs.

  • 2 Voor elke overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze titel geliberaliseerde sector worden, tenzij anderszins bepaald in bijlage IV, de maatregelen die de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten niet mogen handhaven of vaststellen voor hetzij een bepaalde regio hetzij hun gehele grondgebied beschreven als beperking van het totale aantal natuurlijke personen dat een investeerder als stafpersoneel of als afgestudeerde stagiair in een bepaalde sector in dienst mag hebben, in de vorm van een maximaal aantal of van een eis van een onderzoek naar de economische behoefte, en als discriminerende beperking.

Artikel 82. Verkopers van zakelijke diensten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Voor elke overeenkomstig hoofdstuk 2 of 3 van deze titel geliberaliseerde sector staan de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, behoudens de in bijlage IV opgenomen voorbehouden, de toegang en het tijdelijke verblijf van verkopers van zakelijke diensten toe voor een periode van ten hoogste negentig dagen gedurende een periode van twaalf maanden.

Artikel 83. Dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten bevestigen hun respectieve verplichtingen in verband met de verbintenissen die zij in het kader van de GATS zijn aangegaan ten aanzien van de toegang en het tijdelijke verblijf van dienstverleners op contractbasis en beoefenaars van een vrij beroep.

  • 2 Onverminderd lid 1 staat de EG, onder de hieronder en in bijlage IV genoemde voorwaarden, toe dat dienstverleners op contractbasis uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten door middel van de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van haar lidstaten diensten verlenen in de volgende subsectoren:

    • 1. juridisch advies op het gebied van internationaal publiekrecht en buitenlands recht (d.w.z. niet-EU-recht);

    • 2. accountants en boekhouders;

    • 3. belastingconsulenten;

    • 4. architecten;

    • 5. stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten;

    • 6. ingenieurs;

    • 7. ingenieurs: geïntegreerde diensten;

    • 8. artsen en tandartsen;

    • 9. dierenartsen;

    • 10. verloskundigen;

    • 11. verpleegkundigen, fysiotherapeuten en paramedisch personeel;

    • 12. diensten in verband met computers;

    • 13. onderzoeks- en ontwikkelingswerk;

    • 14. reclame;

    • 15. markt- en opinieonderzoek;

    • 16. advies op het gebied van bedrijfsbeheer;

    • 17. diensten in verband met advies op het gebied van bedrijfsbeheer;

    • 18. technische testen en toetsen;

    • 19. aanverwante wetenschappelijke en technische adviezen;

    • 20. onderhoud en reparatie van werktuigen en transportmiddelen, met name in het kader van servicecontracten na verkoop of lease;

    • 21. chef-koks;

    • 22. mannequins;

    • 23. vertalers en tolken;

    • 24. inspectie van bouwterreinen;

    • 25. hoger onderwijs (alleen particulier gefinancierde diensten);

    • 26. milieudiensten;

    • 27. reisbureaus en reisorganisatoren;

    • 28. toeristengidsen;

    • 29. amusement, behalve audiovisuele diensten.

    Onverminderd lid 1 staan de overeenkomstsluitende Cariforumstaten onder de hieronder en in bijlage IV genoemde voorwaarden toe dat dienstverleners op contractbasis uit de EG door middel van de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van hun lidstaten diensten verlenen.

    Op de verbintenissen van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

    • a. de natuurlijke personen moeten voor het verlenen van een dienst tijdelijk zijn aangetrokken als werknemer van een rechtspersoon die een dienstencontract heeft gesloten voor een periode van ten hoogste twaalf maanden;

    • b. de natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten de desbetreffende diensten al ten minste gedurende het jaar onmiddellijk voorafgaande aan de datum van indiening van het verzoek om toegang tot dat grondgebied als werknemer van de rechtspersoon die de diensten verleent, aanbieden. Bovendien moeten zij op de datum van indiening van het verzoek om toegang tot het grondgebied van de andere partij ten minste drie jaar beroepservaring21 hebben in de economische sector waarop het contract betrekking heeft;

    • c. met uitzondering in het geval van mannequins, chef-koks en dienstverleners op het gebied van amusement, behalve van audiovisuele diensten, moeten natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, in het bezit zijn van i) een universitaire graad of een kwalificatie waarmee hun kennis op een gelijkwaardig niveau wordt aangetoond22 en ii) kwalificaties voor de uitoefening van het beroep wanneer dit vereist is om een activiteit te kunnen uitoefenen overeenkomstig de wet- of regelgeving of de eisen van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waar de dienst wordt verleend;

    • d. de natuurlijke persoon ontvangt gedurende zijn verblijf op het grondgebied van de andere partij geen andere beloning voor de dienstverlening dan die welke door de dienstverlener op contractbasis wordt betaald;

    • e. de toegang van natuurlijke personen tot en hun tijdelijke verblijf op het grondgebied van de betrokken partij geldt voor een cumulatieve periode van niet meer dan zes maanden of, voor Luxemburg, vijfentwintig weken, gedurende een periode van twaalf maanden of voor de looptijd van het contract, afhankelijk van wat korter is;

    • f. de in het kader van dit artikel verleende toegang betreft uitsluitend de dienst waarop het contract betrekking heeft, en geeft geen recht op het voeren van de beroepstitel van de partij op het grondgebied waarvan de dienst wordt verleend;

    • g. het aantal personen dat bij het dienstverleningscontract betrokken is, mag niet groter zijn dan noodzakelijk voor de uitvoering van het contract, zoals kan worden bepaald door de wet- en regelgeving en de eisen van de partij op het grondgebied waarvan de dienst wordt verleend;

    • h. andere in bijlage IV gespecificeerde discriminerende beperkingen, waaronder die met betrekking tot het aantal natuurlijke personen in de vorm van een onderzoek naar de economische behoefte.

  • 3 Onverminderd lid 1 staat de EG, onder de hieronder en in bijlage IV genoemde voorwaarden, toe dat beoefenaars van een vrij beroep uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten op het grondgebied van haar lidstaten diensten verlenen in de volgende subsectoren:

    • 1. juridisch advies op het gebied van internationaal publiekrecht en buitenlands recht (d.w.z. niet-EU-recht);

    • 2. architecten;

    • 3. stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten;

    • 4. ingenieurs;

    • 5. ingenieurs: geïntegreerde diensten;

    • 6. diensten in verband met computers;

    • 7. onderzoeks- en ontwikkelingswerk;

    • 8. markt- en opinieonderzoek;

    • 9. advies op het gebied van bedrijfsbeheer;

    • 10. diensten in verband met advies op het gebied van bedrijfsbeheer;

    • 11. vertalers en tolken.

    Onverminderd lid 1 staan de overeenkomstsluitende Cariforumstaten onder de hieronder en in bijlage IV genoemde voorwaarden toe dat beoefenaars van een vrij beroep uit de EG op het grondgebied van hun lidstaten diensten verlenen.

    Op de verbintenissen van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

    • a. de natuurlijke personen moeten voor het verlenen van een dienst tijdelijk zijn aangetrokken als op het grondgebied van de andere partij gevestigde zelfstandige en een dienstencontract hebben gesloten voor een periode van ten hoogste twaalf maanden;

    • b. natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten op de datum van indiening van het verzoek om toegang tot dat grondgebied ten minste zes jaar beroepservaring hebben in de economische sector waarop het contract betrekking heeft;

    • c. natuurlijke personen die het grondgebied van de andere partij binnenkomen, moeten in het bezit zijn van i) een universitaire graad of een kwalificatie waarmee hun kennis op een gelijkwaardig niveau wordt aangetoond23 en ii) kwalificaties voor de uitoefening van het beroep wanneer dit vereist is om een activiteit te kunnen uitoefenen overeenkomstig de wet- of regelgeving of de eisen van de EG of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waar de dienst wordt verleend;

    • d. de toegang van natuurlijke personen tot en hun tijdelijke verblijf op het grondgebied van de betrokken partij geldt voor een cumulatieve periode van niet meer dan zes maanden of, voor Luxemburg, vijfentwintig weken, gedurende een periode van twaalf maanden of voor de looptijd van het contract, afhankelijk van wat korter is;

    • e. de in het kader van dit artikel verleende toegang heeft uitsluitend betrekking op de dienst waarop het contract betrekking heeft, en geeft geen recht op het voeren van de beroepstitel van de partij op het grondgebied waarvan de dienst wordt verleend;

    • f. andere in bijlage IV gespecificeerde discriminerende beperkingen, waaronder die met betrekking tot het aantal natuurlijke personen in de vorm van een onderzoek naar de economische behoefte.

Artikel 84. Tijdelijke bezoekers voor zaken [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven, in overeenstemming met hun respectieve wetgeving, naar vergemakkelijking van de toegang van tijdelijke bezoekers voor zaken uit de EG of uit de overeenkomstsluitende Cariforumstaten, naargelang van het geval, tot hun grondgebied en van hun verblijf aldaar wanneer dezen de volgende activiteiten wensen uit te oefenen:

    • a. onderzoek en ontwerp: technische, wetenschappelijke en statistische onderzoekers namens een op het grondgebied van de andere partij gevestigde onderneming;

    • b. marketingonderzoek: personeel dat onderzoek, waaronder marktonderzoek, doet en analyses maakt namens een op het grondgebied van de andere partij gevestigde onderneming;

    • c. opleidingsseminars: personeel van een onderneming in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die het grondgebied van de andere partij binnenkomen om een opleiding te krijgen in technieken en arbeidspraktijken die worden gebruikt door ondernemingen of organisaties op het grondgebied van die partij, mits de ontvangen opleiding beperkt is tot waarneming, het vertrouwd worden en klassikaal onderricht;

    • d. beurzen en tentoonstellingen: personeel dat op een beurs reclame maakt voor zijn onderneming of voor de producten of diensten van die onderneming;

    • e. verkoop: vertegenwoordigers en agenten die bestellingen opnemen of onderhandelen over contracten voor een op het grondgebied van de andere partij gevestigde onderneming, maar die geen goederen afleveren;

    • f. inkoop: inkopers voor een onderneming dan wel bestuurders of toezichthoudend personeel die betrokken zijn bij een handelstransactie op het grondgebied van de andere partij;

    • g. personeel op het gebied van toerisme (vertegenwoordigers van hotels of van reisbureaus, gidsen of reisorganisaties) dat een toerismecongres bijwoont of daaraan deelneemt,

      mits zij geen goederen of diensten aan het grote publiek verkopen of hun goederen en diensten niet zelf leveren, niet op eigen naam een beloning ontvangen van een bron binnen de EG of binnen de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waar zij tijdelijk verblijven, en geen diensten leveren in het kader van een contract dat is gesloten tussen een rechtspersoon zonder commerciële aanwezigheid in de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat waar de tijdelijke bezoekers voor zaken verblijven en een consument in de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat.

  • 2 Wanneer de toegang tot en het tijdelijke verblijf op het desbetreffende grondgebied wordt toegestaan, geldt dit voor ten hoogste 90 dagen gedurende een periode van twaalf maanden.

HOOFDSTUK 5. REGELGEVINGSKADER [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

AFDELING 1. ALGEMENE BEPALINGEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 85. Wederzijdse erkenning [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Geen enkele bepaling in deze titel belet de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten te eisen dat natuurlijke personen de kwalificaties en/of de beroepservaring hebben die op het grondgebied waar de dienst wordt verleend voor de betrokken sector van economische activiteit zijn voorgeschreven.

  • 2 De partijen moedigen de desbetreffende beroepsorganisaties op hun respectieve grondgebied aan gezamenlijk aanbevelingen over wederzijdse erkenning te ontwikkelen en aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG voor te leggen, teneinde ervoor te zorgen dat investeerders en dienstverleners volledig of gedeeltelijk voldoen aan de door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten toegepaste criteria voor het verlenen van vergunningen aan en voor de werkzaamheden en de certificering van investeerders en dienstverleners, in het bijzonder voor beoefenaars van vrije beroepen.

  • 3 Met name moedigen de partijen de desbetreffende beroepsorganisaties op hun respectieve grondgebied aan uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst onderhandelingen aan te knopen om gezamenlijk dergelijke aanbevelingen over wederzijdse erkenning te ontwikkelen en aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG voor te leggen voor onder meer de volgende onderwerpen: accountancy, architectuur, ingenieurswetenschappen en toerisme.

  • 4 Wanneer het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG een aanbeveling als bedoeld in het voorgaande lid ontvangt, beoordeelt het die aanbeveling binnen een redelijke termijn, teneinde vast te stellen of die in overeenstemming is met deze overeenkomst.

  • 5 Wanneer overeenkomstig de procedure van lid 2 wordt vastgesteld dat een in dat lid bedoelde aanbeveling in overeenstemming met deze overeenkomst is en er een voldoende mate van analogie bestaat tussen de desbetreffende regelingen van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, onderhandelen de partijen via hun bevoegde autoriteiten over een overeenkomst inzake de wederzijdse erkenning van eisen, kwalificaties, vergunningen en andere regelingen, teneinde deze aanbeveling ten uitvoer te leggen.

  • 7 Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG bespreekt de op het punt van de wederzijdse erkenning gemaakte vorderingen om de twee jaar.

Artikel 86. Transparantie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Behoudens artikel 235, lid 3, reageren de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten onverwijld op alle verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over hun algemene maatregelen of internationale overeenkomsten die betrekking hebben of van invloed zijn op deze overeenkomst. De partijen richten ook één of meer infomatiepunten in om op verzoek specifieke informatie aan investeerders en dienstverleners van de andere partij te verstrekken over alle aangelegenheden van dien aard. Deze informatiepunten worden vermeld in bijlage V. Wetten en regelingen behoeven niet bij de informatiepunten te worden neergelegd.

Artikel 87. Procedures [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Wanneer voor het verlenen van een dienst of voor een commerciële aanwezigheid waarvoor een specifieke verbintenis is aangegaan, een vergunning vereist is, delen de bevoegde autoriteiten van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de aanvrager binnen een redelijke termijn na de indiening van de volgens de nationale wet- en regelgeving als volledig aangemerkte aanvraag mede welk gevolg zij hieraan hebben gegeven. Op verzoek van de aanvrager verschaffen, naargelang van het geval, de bevoegde autoriteiten van de partijen of van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten onverwijld informatie over de status van de aanvraag.

  • 2 De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten houden gerechtelijke, scheidsrechtelijke of administratieve tribunalen of procedures in stand, of voeren deze in, die op verzoek van een betroffen investeerder of dienstverlener administratieve beslissingen met betrekking tot de commerciële aanwezigheid, de grensoverschrijdende dienstverlening of de tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor zaken terstond onderzoeken en, indien gerechtvaardigd, passende maatregelen nemen.

    Wanneer deze procedures niet onafhankelijk zijn van de instantie die bevoegd is om het betrokken administratieve besluit te nemen, zorgen de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ervoor dat de procedures de facto in een objectief en onpartijdig onderzoek voorzien.

AFDELING 2. DIENSTEN IN VERBAND MET COMPUTERS [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 88. Afspraak over diensten in verband met computers [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Voor zover de handel in diensten in verband met computers in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel geliberaliseerd is, onderschrijven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de in de leden 2, 3 en 4 neergelegde afspraak.

  • 2 CPC 84, de VN-code voor diensten in verband met computers, heeft betrekking op de basisfuncties voor alle diensten met betrekking tot computers: computerprogramma's, gedefinieerd als de instructies waardoor computers kunnen werken of met elkaar kunnen communiceren (met inbegrip van de ontwikkeling en implementatie ervan), gegevensverwerking en -opslag, en aanverwante diensten, zoals het geven van adviezen en opleidingen aan het personeel van de klanten.

    Technologische ontwikkelingen hebben geleid tot een toename van het aanbod van deze diensten als een pakket verwante diensten die alle of een deel van deze basisfuncties kunnen omvatten. Zo bestaan diensten als web- of domeinhosting, datamining en gridcomputing allemaal uit een combinatie van basisfuncties van de diensten in verband met computers.

  • 3 De diensten in verband met computers omvatten, ook indien zij via een netwerk zoals internet worden geleverd, alle diensten op het gebied van:

    • a. advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, ondersteuning, technische hulp of beheer van of voor computers of computersystemen, of

    • b. computerprogramma's, gedefinieerd als de instructies (op zich) waardoor computers kunnen werken of communiceren, plus advies, strategie, analyse, planning, specificatie, ontwerp, ontwikkeling, installatie, implementatie, integratie, testen, debuggen, updaten, aanpassen, onderhoud, ondersteuning, technische hulp, beheer of gebruik van of voor computerprogramma's, of

    • c. diensten in verband met de verwerking, opslag en hosting van gegevens of diensten in verband met databanken, of

    • d. onderhoud en reparatie van kantoormachines, met inbegrip van computers, of

    • e. opleidingen voor het personeel van klanten in verband met computerprogramma's, computers of computersystemen die niet elders zijn ingedeeld.

  • 4 Diensten in verband met computers maken vaak andere diensten (zoals bankieren), elektronisch of anderszins, mogelijk.

    Er is echter een groot verschil tussen de ondersteunende dienst (bv. webhosting of applicatiehosting) en de inhouds- of hoofddienst die elektronisch wordt geleverd (bv. bankieren). In dergelijke gevallen valt de inhouds- of hoofddienst niet onder CPC 84.

AFDELING 3. KOERIERSDIENSTEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 89. Werkingssfeer en definities [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle koeriersdiensten die in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel zijn geliberaliseerd.

  • 2 Voor de toepassing van deze afdeling en van de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel wordt verstaan onder:

    • a. „universele dienst”: het overal op het grondgebied van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten permanent aanbieden van een postdienst met een bepaalde kwaliteit tegen prijzen die voor alle gebruikers betaalbaar zijn;

    • b. „individuele vergunning”: een vergunning die door een regelgevende instantie aan een individuele dienstverlener wordt gegeven en die nodig is om een bepaalde dienst te verlenen.

Artikel 90. Voorkoming van concurrentiebeperkende praktijken bij koeriersdiensten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

In overeenstemming met de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 1, worden door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten passende maatregelen gehandhaafd of ingevoerd om te voorkomen dat dienstverleners die, alleen of samen met anderen, de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) in de desbetreffende markt voor koeriersdiensten door het gebruik van hun eigen marktpositie in belangrijke mate kunnen beïnvloeden, overgaan tot concurrentieverstorende praktijken of deze voortzetten.

Artikel 91. Universele dienst [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en elke overeenkomstsluitende Cariforum-staat hebben elk het recht de aard van de universeledienstverplichtingen vast te stellen die zij in stand wensen te houden. Deze verplichtingen worden niet per se concurrentieverstorend geacht, mits zij op een transparante, niet-discriminerende en uit concurrentieoogpunt neutrale wijze worden uitgevoerd en geen grotere last vertegenwoordigen dan nodig is voor de soort door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten vastgestelde universele dienst.

Artikel 92. Individuele vergunningen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Een individuele vergunning kan alleen worden verlangd voor diensten die binnen de werkingssfeer van de universele dienst vallen.

  • 2 Wanneer een individuele vergunning vereist is, wordt het volgende algemeen bekendgemaakt:

    • a. alle vergunningscriteria en de periode die normaliter nodig is om een besluit over de vergunningsaanvraag te nemen, en

    • b. de voorwaarden voor individuele vergunningen.

  • 3 De redenen voor het afwijzen van een individuele vergunning worden de aanvrager op diens verzoek meegedeeld en er wordt op het niveau van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten een beroepsprocedure bij een onafhankelijke instantie vastgesteld. Deze procedure moet transparant, niet-discriminerend en evenredig zijn en op objectieve criteria berusten.

Artikel 93. Onafhankelijkheid van de regelgevende instanties [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Regelgevende instanties moeten wettelijk gescheiden zijn van en mogen geen verantwoording verschuldigd zijn aan een verlener van koeriersdiensten. De besluiten die de regelgevende instanties nemen en de procedures die zij toepassen, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

AFDELING 4. TELECOMMUNICATIEDIENSTEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 94. Definities en werkingssfeer [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

    • a. „telecommunicatiediensten”: alle diensten bestaande in de transmissie en ontvangst van elektromagnetische signalen, maar niet de economische activiteit bestaande in de levering van inhoud die voor het transport afhankelijk is van telecommunicatie;

    • b. een „regelgevende instantie” in de telecommunicatiesector: de instantie of instanties die belast is/zijn met de in dit hoofdstuk bedoelde regelgeving in verband met de telecommunicatie;

    • c. „essentiële telecommunicatiefaciliteiten”: faciliteiten in het kader van een openbaar telecommunicatienetwerk en een openbare telecommunicatiedienst die:

      • i. uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door één of een beperkt aantal leveranciers, en

      • ii. bij het verlenen van een dienst niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen;

    • d. een „grote leverancier” in de telecommunicatiesector: een leverancier die de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en aanbod betreft) in de desbetreffende markt voor telecommunicatiediensten door zijn controle over essentiële faciliteiten of door zijn marktpositie te gebruiken, in belangrijke mate kan beïnvloeden;

    • e. „interconnectie”: de koppeling met leveranciers die publieke telecommunicatienetwerken of -diensten aanbieden teneinde het gebruikers van een leverancier mogelijk te maken te communiceren met gebruikers van een andere leverancier en toegang te krijgen tot door een andere leverancier geleverde diensten;

    • f. „universele dienst”: het pakket van diensten van een bepaalde kwaliteit dat op het grondgebied van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten tegen een betaalbare prijs beschikbaar moet worden gesteld voor alle gebruikers, ongeacht hun geografische locatie; de omvang en de implementatie van dit pakket worden door de EG en door de overeenkomstsluitende Cariforum-staten vastgesteld.

  • 2 Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor de volgende telecommunicatiediensten, met uitzondering van de omroep, die in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel zijn geliberaliseerd: spraaktelefonie, pakketgeschakelde en circuitgeschakelde datatransmissiediensten, telexdiensten, telegraafdiensten, facsimilediensten, particuliere huurlijnen en mobiele en persoonlijke communicatiediensten en -systemen.

Artikel 95. Regelgevende instantie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Regelgevende instanties voor telecommunicatiediensten zijn juridisch en functioneel onafhankelijk van leveranciers van telecommunicatiediensten.

  • 2 De regelgevende instantie heeft voldoende bevoegdheden om de sector te reguleren. De taken van de regelgevende instantie worden duidelijk en in een gemakkelijk toegankelijke vorm bekendgemaakt, in het bijzonder wanneer meer dan één instantie met die taken belast is.

  • 3 De beslissingen die de regelgevende instanties nemen en de procedures die zij toepassen, zijn voor alle marktdeelnemers gelijk.

  • 4 Een door de beslissing van de regelgevende instantie getroffen leverancier kan beroep tegen die beslissing aantekenen bij een beroepsinstantie die onafhankelijk van de betrokken partijen is. Wanneer de beroepsinstantie geen rechtbank is, motiveert zij haar besluit altijd schriftelijk en kunnen haar beslissingen door een onpartijdige en onafhankelijke gerechtelijke instantie worden herzien. Beslissingen van beroepsinstanties worden daadwerkelijk ten uitvoer gelegd.

Artikel 96. Vergunning voor telecommunicatiediensten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Een vergunning voor het verlenen van diensten wordt zoveel mogelijk verleend op grond van niet meer dan een kennisgeving.

  • 2 Er kan een vergunning vereist zijn voor de aanpak van kwesties betreffende de toekenning van nummers en frequenties. De vergunningsvoorwaarden worden algemeen bekendgemaakt.

  • 3 Wanneer een vergunning vereist is:

    • a. worden alle vergunningscriteria en de periode die normaliter nodig is om een beslissing over de aanvraag van een vergunning te nemen, algemeen bekendgemaakt;

    • b. worden de redenen voor afwijzing van een vergunning de aanvrager op diens verzoek schriftelijk bekendgemaakt;

    • c. kan de aanvrager van een vergunning zich tot een beroepsinstantie wenden wanneer een vergunning ten onrechte wordt geweigerd;

    • d. zijn de door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten verlangde tarieven voor het verlenen van een vergunning niet hoger dan de administratieve kosten die normaliter met het beheer van, het toezicht op en de handhaving van de vergunningen gemoeid zijn.

Artikel 97. Concurrentiewaarborgen ten aanzien van grote leveranciers [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

In overeenstemming met de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 1, worden door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten passende maatregelen gehandhaafd of ingevoerd om te voorkomen dat leveranciers, die, alleen of samen met anderen, een grote leverancier zijn, overgaan tot concurrentieverstorende praktijken of deze voortzetten. Deze concurrentiebeperkende praktijken zijn onder meer:

  • a. het toepassen van kruissubsidiëring op concurrentiebeperkende wijze;

  • b. het gebruiken van informatie van concurrenten op concurrentiebeperkende wijze;

  • c. het niet tijdig aan andere dienstverleners beschikbaar stellen van technische informatie over essentiële faciliteiten en van commercieel relevante informatie die deze dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.

Artikel 98. Interconnectie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Iedere leverancier die vergunning heeft om telecommunicatiediensten te verlenen, heeft het recht met andere leveranciers van algemene telecommunicatienetwerken en -diensten te onderhandelen over interconnectie. In beginsel worden afspraken over interconnectie gemaakt op basis van commerciële onderhandelingen tussen de betrokken ondernemingen.

  • 2 De regelgevende instanties zien erop toe dat leveranciers die bij onderhandelingen over interconnectieregelingen informatie van een andere onderneming ontvangen, die informatie uitsluitend gebruiken voor het doel waarvoor die werd geleverd en dat zij de vertrouwelijkheid van de verstrekte of opgeslagen informatie te allen tijde respecteren.

  • 3 Op elk punt in het netwerk waar dat technisch haalbaar is, moet worden gezorgd voor interconnectie met een grote leverancier. Deze interconnectie moet worden geleverd:

    • a. op niet-discriminerende voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen niet-discriminerende tarieven, en met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor de eigen soortgelijke diensten, voor soortgelijke diensten van niet-verbonden dienstverleners of voor dochterondernemingen of andere verbonden ondernemingen;

    • b. binnen een redelijke termijn, op voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen tarieven24 die transparant, economisch redelijk en voldoende gescheiden zijn, zodat de leverancier niet hoeft te betalen voor netwerkonderdelen of -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft;

    • c. op verzoek, via extra aansluitpunten, in aanvulling op de aan de meeste gebruikers aangeboden netwerkaansluitpunten, tegen een vergoeding die gebaseerd is op de kosten voor het aanleggen van de noodzakelijke aanvullende faciliteiten.

  • 4 De procedures voor interconnectie met een grote leverancier worden algemeen bekendgemaakt.

  • 5 Grote leveranciers maken hun interconnectieovereenkomsten of hun referentie-interconnectieaanbiedingen algemeen bekend.

  • 6 Een dienstverlener die interconnectie met een grote leverancier verlangt, kan te allen tijde dan wel na een algemeen bekendgemaakte redelijke termijn een beroep doen op een onafhankelijke binnenlandse instantie, zoals een in artikel 95 bedoelde regelgevende instantie, voor de oplossing van geschillen over passende voorwaarden en tarieven voor interconnectie.

Artikel 99. Schaarse middelen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Alle procedures voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, worden tijdig toegepast op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze. De stand van zaken met betrekking tot de toegewezen frequentiebanden wordt algemeen bekendgemaakt, maar een gedetailleerde identificatie van de frequenties die voor specifiek gebruik door de overheid zijn toegewezen, is niet vereist.

Artikel 100. Universele dienst [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en elk van de overeenkomstsluitende Cariforumstaten hebben het recht de soort universeledienstverplichtingen vast te stellen die zij in stand wensen te houden.

  • 2 Deze verplichtingen worden op zich niet concurrentieverstorend geacht, mits zij op transparante, objectieve en niet-discriminerende wijze worden uitgevoerd. De uitvoering van dergelijke verplichtingen is ook neutraal met betrekking tot de mededinging en niet belastender dan nodig is voor de soort universele dienst die door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten wordt vastgesteld.

  • 3 Alle leveranciers komen in aanmerking om de universele dienst te verzorgen. De aanwijzing geschiedt door middel van een efficiënt, transparant en niet-discriminerend mechanisme. Zo nodig beoordelen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten of de universele dienst een oneerlijke belasting is voor de organisatie(s) die hiervoor is (zijn) aangewezen. Wanneer dit op grond van een dergelijke berekening gerechtvaardigd is, bepalen de nationale regelgevende instanties, rekening houdend met het eventuele marktvoordeel dat een organisatie geniet die de universele dienst verleent, of er een mechanisme nodig is om de betrokken leverancier(s) te compenseren of de nettokosten van de universeledienstverplichtingen te delen.

  • 4 De EG en de ondertekenende Cariforum-staten zien erop toe dat:

    • a. er voor de eindgebruikers gidsen van de abonnees beschikbaar zijn in een door de nationale regelgevende instantie goedgekeurde vorm, gedrukt of elektronisch of beide, en dat die gids regelmatig en ten minste eenmaal per jaar wordt bijgewerkt;

    • b. organisaties die de onder a) bedoelde diensten verlenen, het beginsel van niet-discriminatie toepassen op de behandeling van informatie die zij van andere organisaties hebben gekregen.

Artikel 101. Vertrouwelijkheid van gegevens [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten waarborgen het vertrouwelijke karakter van het telecommunicatieverkeer dat via een openbaar telecommunicatienetwerk en via openbare telecommunicatiediensten plaatsvindt, alsmede van de gegevens over dat verkeer, zonder daardoor de handel in diensten te beperken.

Artikel 102. Geschillen tussen leveranciers [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Wanneer tussen leveranciers van telecommunicatienetwerken of -diensten een geschil ontstaat in verband met uit dit hoofdstuk voortvloeiende rechten en verplichtingen, geeft de betrokken nationale regelgevende instantie op verzoek van een van de partijen bij het geschil een bindende beslissing om het geschil op zo kort mogelijke termijn op te lossen.

  • 2 Wanneer een dergelijk geschil het grensoverschrijdend verlenen van diensten betreft, coördineren de betrokken nationale regelgevende instanties hun inspanningen teneinde het geschil op te lossen.

AFDELING 5. FINANCIËLE DIENSTEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 103. Werkingssfeer en definities [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle financiële diensten die in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel zijn geliberaliseerd.

  • 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk en van de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel wordt verstaan onder:

    • a. „financiële dienst”: elke dienst van financiële aard die door een verlener van financiële diensten uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten wordt aangeboden. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

      • A. Verzekeringen en aanverwante diensten:

        • 1. directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):

          • i. levensverzekering;

          • ii. schadeverzekering;

        • 2. herverzekering en retrocessie;

        • 3. verzekeringsbemiddeling, zoals makelaars en agentschappen;

        • 4. ondersteunende diensten voor verzekeringen, zoals adviseurs, actuarissen, risicobeoordeling en de regeling van schade-eisen.

      • B. Bankdiensten en andere financiële diensten (behalve verzekeringen):

        • 1. aanvaarding van deposito’s en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;

        • 2. alle soorten leningen, waaronder consumentenkrediet en hypotheken, factoring en financiering van commerciële transacties;

        • 3. financiële leasing;

        • 4. alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder kredietkaarten, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;

        • 5. garanties en verbintenissen;

        • 6. transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs of op de onderhandse markt of anderszins, ten aanzien van:

          • i. geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);

          • ii. deviezen;

          • iii. derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;

          • iv. wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en rentetermijncontracten;

          • v. verhandelbare effecten;

          • vi. andere verhandelbare stukken en financiële activa, met inbegrip van ongemunt goud en zilver;

        • 7. deelneming in de uitgifte van alle soorten effecten, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (publiek dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met deze uitgiften;

        • 8. financiële bemiddeling;

        • 9. beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;

        • 10. betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van effecten, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;

        • 11. verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software;

        • 12. advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder 1 tot en met 11 vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en strategieën;

    • b. „verlener van financiële diensten”: een natuurlijke persoon of een rechtspersoon uit de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten die financiële diensten verleent of aanbiedt, met uitzondering van openbare instanties;

    • c. „openbare instantie”:

      • 1. een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforumstaat of een instantie die het eigendom is van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of onder zeggenschap staat van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis, of

      • 2. een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld;

    • d. „nieuwe financiële dienst”: een dienst van financiële aard, met inbegrip van diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, doch die op het grondgebied van de andere partij wordt verleend.

Artikel 104. Prudentiële uitzonderingsbepaling [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen prudentiële maatregelen vaststellen of handhaven, zoals:

    • a. de bescherming van investeerders, spaarders, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is;

    • b. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van hun financieel systeem.

  • 2 Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt op zodanige wijze uitgelegd dat de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verplicht zijn informatie te verstrekken over de zaken en de rekeningen van individuele cliënten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie bekend te maken die in het bezit is van overheidsinstanties.

Artikel 105. Doeltreffende en transparante regelgeving [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven ernaar alle belanghebbenden vooraf in kennis te stellen van elke algemene maatregel die de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten willen vaststellen, teneinde hen de mogelijkheid te bieden commentaar op de maatregel te leveren.

    Dergelijke maatregelen worden bekendgemaakt:

    • a. door officiële publicatie, of

    • b. in enige andere vorm, schriftelijk of elektronisch.

  • 2 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten stellen belanghebbenden in kennis van hun voorschriften voor het indienen van aanvragen met betrekking tot het verlenen van financiële diensten.

    De EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat stelt de indiener van een aanvraag op diens verzoek in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat aanvullende informatie van de aanvrager nodig heeft, stelt zij of hij de aanvrager daarvan onverwijld in kennis.

    De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven ernaar de tenuitvoerlegging en de toepassing van internationaal overeengekomen normen voor de regelgeving en het toezicht in de financiëledienstensector te bevorderen.

Artikel 106. Nieuwe financiële diensten25 [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten staan verleners van financiële diensten van de andere partij toe nieuwe financiële diensten te verlenen die overeenstemmen met de diensten waarvoor zij hun eigen verleners van financiële diensten krachtens hun interne wetgeving onder soortgelijke omstandigheden toestemming verlenen. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen de rechtsvorm vaststellen waaronder de dienst kan worden verleend en zij kunnen de betrokken dienstverlening aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend om prudentiële redenen worden geweigerd.

Artikel 107. Gegevensverwerking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten staan verleners van financiële diensten van de andere partij toe gegevens in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar hun grondgebied te verzenden, wanneer de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is in het kader van de normale transacties van de betrokken verleners van financiële diensten.

  • 2 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten stellen passende waarborgen vast voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van de fundamentele rechten en vrijheden van natuurlijke personen, in het bijzonder met betrekking tot de overdracht van persoonlijke gegevens.

Artikel 108. Specifieke uitzonderingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Geen enkele bepaling in deze titel wordt uitgelegd als beletsel voor de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten en hun organen om op hun grondgebied bij uitsluiting activiteiten te verrichten of diensten te verlenen die deel uitmaken van een wettelijke pensioenregeling of een wettelijk stelsel van sociale zekerheid, tenzij die activiteiten volgens de interne regelgeving van de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat door financiële dienstverleners in concurrentie met overheidsorganen of particuliere instellingen mogen worden uitgevoerd.

  • 2 Geen enkele bepaling in deze overeenkomst is van toepassing op de activiteiten van een centrale bank of een monetaire autoriteit of van enige andere overheidsinstantie die bevoegd is voor het monetaire beleid of het wisselkoersbeleid.

  • 3 Geen enkele bepaling in deze titel wordt uitgelegd als beletsel voor de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten en hun organen om op hun grondgebied bij uitsluiting activiteiten te verrichten of diensten te verlenen voor rekening van, gegarandeerd door of met financiële middelen van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staat of hun organen.

AFDELING 6. INTERNATIONAAL ZEEVERVOER [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 109. Werkingssfeer, definities en beginselen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Deze afdeling bevat de beginselen met betrekking tot de liberalisering van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel.

  • 2 Voor de toepassing van deze afdeling en van de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel:

    • a. omvat „internationaal zeevervoer” ook vervoer van deur tot deur en multimodaal vervoer, zijnde het vervoer van goederen met behulp van meer dan één wijze van vervoer, waaronder ook vervoer over zee, met een enkel vervoersdocument, en in verband daarmee ook het recht rechtsreeks met ondernemingen op het gebied van andere wijzen van vervoer contracten te sluiten;

    • b. wordt onder „behandeling van zeevracht” verstaan: activiteiten van stuwadoorsbedrijven en terminalexploitanten, maar zonder de activiteiten van dokwerkers, wanneer dezen niet door de stuwadoorsbedrijven of terminalexploitanten zijn tewerkgesteld. De hier bedoelde activiteiten omvatten de organisatie van en het toezicht op:

      • i. het laden en lossen van schepen;

      • ii. het sjorren en losmaken van vracht;

      • iii. het in ontvangst nemen en bewaken van vracht vóór verscheping of na lossing;

    • c. wordt onder „inklaring” verstaan: de afhandeling van douaneformaliteiten namens een derde met betrekking tot de in-, uit- of doorvoer van vracht, ongeacht of deze dienst de hoofdactiviteit van de dienstverlener is of een gebruikelijke aanvulling op de hoofdactiviteit;

    • d. wordt onder „diensten in verband met de opslag van containers” verstaan: de opslag van containers op het haventerrein of verder landinwaarts, om ze te laden of te lossen, te repareren en gereed te maken voor verscheping;

    • e. wordt onder „diensten van scheepsagenten” verstaan: activiteiten waarbij de zakelijke belangen van één of meer scheepvaartlijnen of scheepvaartmaatschappijen binnen een bepaald geografisch gebied door een agent worden behartigd voor de volgende doeleinden:

      • i. marketing en verkoop van zeevervoer en aanverwante diensten, van de prijsopgave tot de facturering, alsmede het afgeven van vrachtbrieven namens de maatschappijen, het contracteren en weer verkopen van de nodige aanverwante diensten, het opstellen van documenten en het verschaffen van bedrijfsinformatie;

      • ii. namens de ondernemingen, het verblijf van een schip in een haven organiseren of, indien nodig, vracht overnemen;

    • f. wordt onder „expediteursdiensten” verstaan: de activiteit waarbij namens een verzender de verscheping wordt georganiseerd en gevolgd, door vervoersdiensten en aanverwante diensten te contracteren, documenten op te stellen en bedrijfsinformatie te verschaffen.

  • 3 Gezien het huidige niveau van de liberalisering tussen de partijen op het gebied van het internationale zeevervoer:

    • a. passen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markten voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminatoire grondslag daadwerkelijk toe;

    • b. geven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten schepen die de vlag van de andere partij of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat voeren, of die geëxploiteerd worden door dienstverleners van de andere partij, geen ongunstiger behandeling dan die welke zij aan hun eigen schepen geven ten aanzien van onder meer de toegang tot havens, het gebruik van de haveninfrastructuur en van aanvullende maritieme havendiensten, de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, de douanefaciliteiten en de toewijzing van ligplaatsen en laad- en losfaciliteiten.

  • 4 Bij de toepassing van deze beginselen zullen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten:

    • a. in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen vrachtverdelingsregelingen met betrekking tot zeevervoerdiensten, met inbegrip van het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen en het lijnverkeer, opnemen en binnen een redelijke termijn dergelijke vrachtverdelingsregelingen beëindigen wanneer deze nog in vroegere bilaterale overeenkomsten voorkomen;

    • b. bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen die een beperkende of discriminerende invloed op het vrij verrichten van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer kunnen hebben, opheffen en afzien van de invoering ervan.

  • 5 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten staan verleners van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer van de andere partij toe een commerciële aanwezigheid op hun grondgebied te hebben, onder voorwaarden ten aanzien van de vestiging en exploitatie die niet ongunstiger zijn dan die welke zij aan haar eigen dienstverleners of aan dienstverleners uit derde landen toekennen, indien deze laatsten betere voorwaarden genieten.

  • 6 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geven de verleners van diensten op het gebied van het internationale zeevervoer van de andere partij op redelijke en niet-discriminerende voorwaarden toegang tot de volgende havendiensten:

    • loodsen, sleepboothulp, bevoorrading met levensmiddelen, brandstof en water, ophalen en verwerken van afval, kapiteinsdiensten, navigatiehulp, diensten vanaf de wal die essentieel zijn voor het functioneren van een schip, waaronder communicatie, water- en elektriciteitsvoorziening, faciliteiten voor noodreparaties, verankering, aan- en afmeren.

AFDELING 7. TOERISME [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 110. Werkingssfeer [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Deze afdeling bevat de beginselen van het regelgevingskader voor alle toeristische diensten die in overeenstemming met de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze titel zijn geliberaliseerd.

Artikel 111. Bestrijding van concurrentiebeperkende praktijken [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

In overeenstemming met de bepalingen van titel IV, hoofdstuk 1, worden door de EG of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten passende maatregelen gehandhaafd of ingevoerd om te beletten dat dienstverleners, met name in de context van distributienetwerken van toeristische producten26 , de voorwaarden voor deelneming in de desbetreffende markt voor toeristische diensten in belangrijke mate kunnen beïnvloeden door over te gaan tot concurrentieverstorende praktijken of deze voort te zetten, onder meer door misbruik te maken van hun dominante marktpositie, door de vaststelling van oneerlijke prijzen, exclusiviteitsclausules, weigering overeenkomsten te sluiten, gebonden verkoop, kwantitatieve beperkingen of verticale integratie.

Artikel 112. Toegang tot technologie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven ernaar de overdracht van technologie op commerciële grondslag naar commerciële aanwezigheden in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten te bevorderen.

Artikel 113. Midden- en kleinbedrijf [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven ernaar de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen aan toeristische dienstverlening te bevorderen.

Artikel 114. Wederzijdse erkenning [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

In overeenstemming met artikel 85 werken de partijen samen op het gebied van de wederzijdse erkenning van eisen, kwalificaties, vergunningen en andere regelingen.

Artikel 115. Grotere impact van het toerisme op de duurzame ontwikkeling [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen stimuleren de deelname van dienstverleners uit de Cariforum-staten aan internationale, regionale, subregionale, bilaterale en particuliere financieringsprogramma's ter ondersteuning van een duurzame ontwikkeling van het toerisme.

Artikel 116. Milieu- en kwaliteitsnormen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten stimuleren de naleving, op redelijke en objectieve wijze en zonder dat dit onnodige handelsbelemmeringen opwerpt, van milieu- en kwaliteitsnormen op toeristisch gebied, en streven ernaar de participatie van de overeenkomstsluitende Cariforumstaten in internationale organisaties die milieu- en kwaliteitsnormen voor het toerisme vaststellen, te bevorderen.

Artikel 117. Ontwikkelingssamenwerking en technische bijstand [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 In verband met de asymmetrie tussen de ontwikkelingsniveaus van de partijen werken de partijen samen bij de bevordering van het toerisme in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten.

  • 2 Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

    • a. verbetering van de systemen van nationale rekeningen, teneinde de invoering van satellietrekeningen voor toerisme op regionaal en plaatselijk niveau te vergemakkelijken;

    • b. opbouwen van capaciteit voor milieubeheer in toeristische gebieden op regionaal en plaatselijk niveau;

    • c. ontwikkeling van marketingstrategieën voor toeristische diensten via internet voor kleine en middelgrote ondernemingen;

    • d. mechanismen om te zorgen voor een effectieve participatie van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten in organen die internationale normen voor duurzaam toerisme ontwikkelen, programma's om de gelijkwaardigheid tussen nationale en regionale normen voor duurzaam toerisme enerzijds en internationale normen ter zake anderzijds te bereiken en te garanderen, en programma's die erop gericht zijn het niveau van naleving van de normen voor duurzaam toerisme door regionale verleners van toeristische diensten te verhogen;

    • e. uitwisselingsprogramma's en opleidingen op toeristisch gebied, waaronder taalopleidingen, voor verleners van toeristische diensten.

Artikel 118. Uitwisseling van informatie en overleg [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen komen overeen ervaringen, informatie en goede praktijken uit te wisselen en elkaar te raadplegen over in deze afdeling genoemde onderwerpen die van belang zijn voor de handel tussen de partijen. Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG ontwikkelt de wijze waarop deze regelmatige dialoog over in deze afdeling genoemde onderwerpen vorm kan worden gegeven.

  • 2 De partijen nodigen particuliere en andere belanghebbenden uit voor deze dialoog, indien dit ter zake dienende is en de partijen het erover eens zijn.

  • 3 De partijen zijn het erover eens dat een regelmatige dialoog nuttig is voor het verstrekken van reisadviezen.

HOOFDSTUK 6. ELEKTRONISCHE HANDEL [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 119. Doelstellingen en beginselen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen dat elektronische handel de handelsmogelijkheden in vele sectoren verruimt en komen overeen de ontwikkeling van hun onderlinge elektronische handel te bevorderen, met name door samenwerking op het gebied van de vraagstukken die in het kader van de bepalingen in deze titel door de elektronische handel worden opgeworpen.

  • 2 De partijen zijn het erover eens dat de ontwikkeling van de elektronische handel volledig in overeenstemming moet zijn met de hoogste internationale normen inzake gegevensbescherming, teneinde ervoor te zorgen dat de gebruikers vertrouwen in de elektronische handel hebben.

  • 3 De partijen komen overeen leveringen via elektronische middelen te beschouwen als leveringen van diensten in de zin van hoofdstuk 3 van deze titel, waarover geen douanerechten verschuldigd zijn.

Artikel 120. Regelgevende aspecten van elektronische handel [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen onderhouden een dialoog over regelgevingskwesties in verband met de elektronische handel, onder meer over de volgende onderwerpen:

    • a. erkenning van aan het grote publiek afgegeven certificaten voor elektronische handtekeningen en bevordering van grensoverschrijdende certificeringsdiensten;

    • b. aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden bij de doorgifte of de opslag van informatie;

    • c. behandeling van ongevraagde elektronische commerciële communicatie;

    • d. consumentenbescherming op het gebied van de elektronische handel;

    • e. andere kwesties die van belang zijn voor de ontwikkeling van de elektronische handel.

  • 2 Deze samenwerking kan de vorm aannemen van de uitwisseling van informatie over de wetgeving van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten met betrekking tot deze kwesties en de tenuitvoerlegging van die wetgeving.

HOOFDSTUK 7. SAMENWERKING [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 121. Samenwerking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen het belang van technische samenwerking en bijstand in aanvulling op de liberalisering van diensten en investeringen, ter ondersteuning van de inspanningen van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten om hun dienstverleningscapaciteit te versterken, ter bevordering van de uitvoering van de verbintenissen die zij in het kader van deze titel zijn aangegaan en om de doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken.

  • 2 Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen samen te werken, onder meer door ondersteuning te verlenen voor technische bijstand, opleiding en opbouw van capaciteit op, onder meer, de volgende terreinen:

    • a. verbetering van het vermogen van dienstverleners uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten om informatie te verzamelen over en zich te houden aan de regelgeving en de normen van de EG op communautair, nationaal en subnationaal niveau;

    • b. verbetering van de uitvoercapaciteit van dienstverleners uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, met speciale aandacht voor de marketing van toeristische en culturele diensten, de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen, franchising en het voeren van onderhandelingen over overeenkomsten over wederzijdse erkenning;

    • c. bevordering van de interactie en de dialoog tussen dienstverleners uit de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten;

    • d. behandeling van kwaliteits- en normkwesties voor de sectoren waarvoor de overeenkomstsluitende Cariforumstaten in het kader van deze overeenkomst verbintenissen zijn aangegaan ten aanzien van hun binnenlandse en regionale markt en van de handel tussen de partijen, teneinde hun deelname aan de ontwikkeling en vaststelling van normen voor duurzaam toerisme te verzekeren;

    • e. ontwikkeling en tenuitvoerlegging van regelgeving voor specifieke dienstensectoren op regionaal Cariforum-niveau en in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voor sectoren waarvoor zij in het kader van deze overeenkomst verbintenissen zijn aangegaan;

    • f. instelling van mechanismen voor de bevordering van investeringen en joint ventures tussen dienstverleners uit de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, en uitbreiding van de capaciteiten van instanties voor investeringsbevordering in de overeenkomstsluitende Cariforumstaten.

TITEL III. LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 122. Lopende betalingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Onder voorbehoud van artikel 124 verbinden de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG zich ertoe alle betalingen in vrij converteerbare valuta voor lopende transacties tussen ingezetenen van de EG en van de Cariforum-staten toe te staan en geen beperkingen dienaangaande vast te stellen.

Artikel 123. Kapitaalverkeer [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Wat de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans betreft, verbinden de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG zich ertoe geen beperkingen vast te stellen voor het vrije kapitaalverkeer in verband met overeenkomstig de wetgeving van het gastland verrichte directe investeringen en overeenkomstig de bepalingen van titel II verrichte investeringen, alsook in verband met de liquidatie en repatriëring van dat kapitaal en van alle opbrengsten daarvan.

  • 2 De partijen plegen overleg teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 124. Vrijwaringsmaatregelen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Wanneer betalingen en kapitaalbewegingen tussen de partijen in uitzonderlijke omstandigheden ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor het monetair beleid of het wisselkoersbeleid van één of meer Cariforum-staten of één of meer lidstaten van de Europese Unie, kunnen de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat of -staten voor ten hoogste zes maanden strikt noodzakelijke vrijwaringsmaatregelen ten aanzien van kapitaalverkeer nemen.

  • 2 De Gezamenlijke Raad Cariforum-EG wordt onverwijld van de vaststelling van vrijwaringsmaatregelen en zo spoedig mogelijk van een tijdschema voor de intrekking ervan in kennis gesteld.

TITEL IV. HANDELSGERELATEERDE VRAAGSTUKKEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

HOOFDSTUK 1. MEDEDINGING [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 125. Definities [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • 1. „mededingingsautoriteit”: voor de EG de Europese Commissie, en voor de Cariforum-staten één of meer van de volgende mededingingsautoriteiten: de mededingingscommissie van de Caricom en de Comisión Nacional de Defensa de la Competencia van de Dominicaanse Republiek;

  • 2. „handhavingsprocedure”: een door de bevoegde mededingingsautoriteit van een partij ingestelde procedure tegen één of meer ondernemingen met het oog op de vaststelling en ondervanging van concurrentieverstorend gedrag;

  • 3. „mededingingsrecht”:

    • a. voor de EG de artikelen 81, 82 en 86 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de uitvoeringsbepalingen of wijzigingen daarvan;

    • b. voor de Cariforum-staten hoofdstuk 8 van het Herziene Verdrag van Chaguaramas van 5 juli 2001, nationaal mededingingsrecht dat voldoet aan het Herziene Verdrag van Chaguaramas en het nationale mededingingsrecht van de Bahama's en de Dominicaanse Republiek. Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt de vaststelling van wetgeving op dit gebied via het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG onder de aandacht van de EG gebracht.

Artikel 126. Beginselen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen erkennen het belang van een vrije en onvervalste mededinging voor hun handelsbetrekkingen. Zij erkennen dat concurrentiebeperkende praktijken de goede werking van de markten kunnen verstoren en in het algemeen de voordelen van de liberalisering van het handelsverkeer ondergraven. Zij komen derhalve overeen dat de volgende concurrentiebeperkende praktijken onverenigbaar zijn met de goede werking van deze overeenkomst, voor zover zij de handel tussen de partijen nadelig kunnen beïnvloeden:

  • a. overeenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen, die tot doel of tot gevolg hebben dat de concurrentie op het gehele grondgebied van de EG of van de Cariforum-staten of op een aanzienlijk deel ervan wordt verhinderd of aanzienlijk wordt beperkt;

  • b. misbruik door één of meer ondernemingen van marktmacht op het gehele grondgebied van de EG of van de Cariforum-staten of op een aanzienlijk deel ervan.

Artikel 127. Tenuitvoerlegging [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zorgen ervoor dat zij binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst over wetgeving ter bestrijding van onder hun rechtsbevoegdheid vallend concurrentiebeperkend gedrag beschikken en de in artikel 125, lid 1, bedoelde instanties hebben opgericht.

  • 2 Bij de inwerkingtreding van de wetgeving en de oprichting van de in lid 1 bedoelde instanties geven de partijen uitvoering aan artikel 128. De partijen komen voorts overeen de werking van dit hoofdstuk te beoordelen na een op de tenuitvoerlegging van artikel 128 volgende periode van zes jaar waarin wederzijds vertrouwen tussen hun mededingingsautoriteiten moet worden opgebouwd.

Artikel 128. Uitwisseling van informatie en samenwerking bij de rechtshandhaving [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Elke mededingingsautoriteit kan de andere mededingingsautoriteiten in kennis stellen van haar bereidheid tot samenwerking bij de rechtshandhaving. Deze samenwerking belet de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten niet om autonoom besluiten te nemen.

  • 2 Om de daadwerkelijke toepassing van hun respectieve mededingingswetgeving te bevorderen, kunnen de mededingingsautoriteiten informatie uitwisselen, voor zover deze niet vertrouwelijk is. Alle uitwisseling van informatie is onderworpen aan de in elke partij en in de overeenkomstsluitende Cariforumstaten toepasselijke vertrouwelijkheidsnormen.

  • 3 Elke mededingingsautoriteit kan de andere mededingingsautoriteiten in kennis stellen van informatie waarover zij beschikt en waaruit blijkt dat op het grondgebied van de andere partij binnen de werkingssfeer van dit hoofdstuk vallende concurrentiebeperkende praktijken plaatsvinden. De mededingingsautoriteit van elke partij beslist in overeenstemming met haar goede praktijken over de vorm waarin informatie wordt uitgewisseld. Elke mededingingsautoriteit kan ook in de volgende gevallen de andere mededingingsautoriteiten in kennis stellen van door haar uitgevoerde rechtshandhavingsprocedures:

    • i. de onderzochte activiteit vindt volledig of voor een aanzienlijk deel plaats binnen de rechtsbevoegdheid van een van de andere mededingingsautoriteiten;

    • ii. de maatregel die waarschijnlijk zal worden vastgesteld, leidt tot een verbod van gedragingen op het grondgebied van de andere partij of de overeenkomstsluitende Cariforumstaten;

    • iii. bij de onderzochte activiteit gaat het om gedragingen waarvan wordt vermoed dat zij door de andere partij of door een van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten worden vereist, aangemoedigd of goedgekeurd.

Artikel 129. Overheidsondernemingen en ondernemingen met speciale of exclusieve rechten, met inbegrip van monopolies [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Geen enkele bepaling van deze overeenkomst belet een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat om in overeenstemming met hun respectieve wetgeving publieke of private monopolies aan te wijzen of te handhaven.

  • 2 Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen met speciale of exclusieve rechten zien de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten erop toe dat na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die de handel in goederen of diensten tussen de partijen in die mate verstoren dat zij in strijd zijn met de belangen van de partijen, en dat de bedoelde ondernemingen zijn onderworpen aan de mededingingsregels, voor zover de toepassing van die regels de jure of de facto geen belemmering vormt voor de uitvoering van de hun opgedragen taken.

  • 3 In afwijking van lid 2 komen de partijen overeen dat overheidsondernemingen die in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten overeenkomstig de respectieve regelgeving onderworpen zijn aan specifieke sectorale voorschriften, niet gebonden zijn door of vallen onder de bepalingen van dit artikel.

  • 4 De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten passen, zonder afbreuk te doen aan hun verplichtingen uit hoofde van de WTO-Overeenkomst, alle commerciële staatsmonopolies geleidelijk aan, zodat er uiterlijk aan het eind van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, wat de voorwaarden voor de aan- en verkoop van goederen en diensten betreft, geen discriminatie meer bestaat tussen goederen en diensten van oorsprong uit de EG en die van oorsprong uit de Cariforum-staten of tussen onderdanen van de lidstaten van de Europese Unie en die van de Cariforum-staten, tenzij een dergelijke discriminatie inherent is aan het bestaan van het desbetreffende monopolie.

  • 5 Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG wordt in kennis gesteld van de vaststelling van sectorale voorschriften in de zin van lid 3 en van de maatregelen die worden genomen ter uitvoering van lid 4.

Artikel 130. Samenwerking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen zijn het eens over het belang van technische bijstand en capaciteitsopbouw om de tenuitvoerlegging van de verbintenissen uit hoofde van dit hoofdstuk te bevorderen en de doelstellingen van dit hoofdstuk te verwezenlijken en in het bijzonder om te waarborgen dat het mededingingsbeleid en de handhaving van de voorschriften doelmatig en degelijk zijn, met name tijdens de in artikel 127 genoemde periode voor het opbouwen van wederzijds vertrouwen.

  • 2 Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

    • a. het efficiënt functioneren van de mededingingsautoriteiten van de Cariforum-staten;

    • b. bijstand bij het opstellen van richtsnoeren, van handleidingen en, zo nodig, van wetgeving;

    • c. terbeschikkingstelling van onafhankelijke deskundigen;

    • d. het aanbieden van opleidingen voor bij de uitvoering en handhaving van het mededingingsbeleid betrokken stafpersoneel.

HOOFDSTUK 2. INNOVATIE EN INTELLECTUELE EIGENDOM [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 131. Context [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen zijn het erover eens dat stimulering van innovatie en creativiteit het concurrentievermogen doet toenemen en een cruciaal element is voor hun economisch partnerschap en voor het bereiken van een duurzame ontwikkeling, het bevorderen van de onderlinge handel en het zorgen voor een geleidelijke integratie van de Cariforum-staten in de wereldeconomie.

  • 2 Zij erkennen dat bescherming en handhaving van intellectuele eigendom een belangrijke rol speelt bij de stimulering van creativiteit, innovatie en het concurrentievermogen, en zijn vastbesloten te zorgen voor een toenemend beschermingsniveau dat past bij hun ontwikkelingsniveau.

Artikel 132. Doelstellingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Dit hoofdstuk heeft ten doel:

  • a. bevordering van innovatie, met inbegrip van milieu-innovatie, door ondernemingen op het grondgebied van de partijen;

  • b. stimulering van het concurrentievermogen van ondernemingen, en met name middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, op het grondgebied van de partijen;

  • c. vereenvoudiging van de productie en commercialisering van innovatieve en creatieve producten tussen de partijen;

  • d. bereiken van een adequaat en doeltreffend beschermings- en handhavingsniveau voor intellectuele-eigendomsrechten;

  • e. bijdragen aan de bevordering van technologische innovatie en aan de overdracht en verspreiding van technologie en knowhow;

  • f. stimulering, ontwikkeling en bevordering van coöperatieve onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van wetenschap en technologie tussen de partijen, alsmede de ontwikkeling van duurzame banden tussen de wetenschappelijke gemeenschappen van de partijen;

  • g. stimulering, ontwikkeling en bevordering van coöperatieve productie- en ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van de creatieve industrieën tussen de partijen, alsmede de ontwikkeling van duurzame banden tussen de creatieve gemeenschappen van de partijen;

  • h. bevordering en versterking van regionale coöperatieve activiteiten waarbij ook de ultraperifere gebieden van de Europese Gemeenschap betrokken zijn, teneinde deze gebieden en de Cariforum-staten de mogelijkheid te bieden van elkaars nabijheid te profiteren door de ontwikkeling van een innovatief en concurrerend regionaal gebied.

AFDELING 1. INNOVATIE [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 133. Regionale integratie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen erkennen dat regionale beleidsmaatregelen noodzakelijk zijn om de doelstellingen van deze afdeling volledig te bereiken. De Cariforum-staten stemmen ermee in meer actie op regionaal niveau te ondernemen teneinde ondernemingen een regelgevend en beleidskader te bieden dat bevorderlijk is voor de stimulering van het concurrentievermogen door innovatie en creativiteit.

Artikel 134. Deelname aan kaderprogramma's [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De deelname van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten aan bestaande en toekomstige kaderprogramma's, specifieke programma's en andere activiteiten van de andere partij zal worden vereenvoudigd en bevorderd, voor zover de interne regels van de desbetreffende partij inzake de toegang tot de betrokken programma's en activiteiten dit toestaan.

  • 2 Het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG kan aanbevelingen doen om de deelname van instellingen en ondernemingen uit de Cariforum-staten aan de in lid 1 bedoelde programma's te bevorderen en het zal zich periodiek een beeld vormen van deze deelname.

Artikel 135. Samenwerking op het gebied van concurrentievermogen en innovatie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen dat de bevordering van creativiteit en innovatie van wezenlijk belang is voor de ontwikkeling van ondernemerschap en van het concurrentievermogen en om de algemene doelstellingen van deze overeenkomst te bereiken.

  • 2 Behoudens de artikelen 7 en 134 van deze overeenkomst komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

    • a. bevordering van innovatie, diversificatie, modernisering, ontwikkeling en product- en proceskwaliteit in het bedrijfsleven;

    • b. bevordering van creativiteit en design, in het bijzonder in middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, en uitwisselingen tussen netwerken van designcentra in de EG en in de Cariforum-staten;

    • c. bevordering van dialoog en uitwisseling van ervaringen en informatie tussen netwerken van marktdeelnemers;

    • d. technische bijstand, conferenties, seminars, uitwisselingsbezoeken, onderzoek naar industriële en technische kansen, deelname aan discussiebijeenkomsten en algemene en sectorale handelsbeurzen;

    • e. bevordering van contacten en industriële samenwerking tussen marktdeelnemers, stimulering van gezamenlijke investeringen en netwerken door middel van bestaande en toekomstige programma's;

    • f. bevordering van partnerschappen voor onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten in de Cariforum-staten teneinde hun innovatiesystemen te verbeteren;

    • g. intensivering van de activiteiten ter bevordering van netwerken, innovatie en de overdracht van technologie tussen partners uit de Cariforum-staten en de Europese Gemeenschap.

Artikel 136. Samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen bevorderen de deelname van hun instanties op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling aan de samenwerkingsactiviteiten, zulks in overeenstemming met hun interne voorschriften. De samenwerkingsactiviteiten kunnen de volgende vorm aannemen:

    • a. gemeenschappelijke initiatieven om belangstelling te wekken voor de capaciteitsopbouwprogramma's van de Europese Gemeenschap op het gebied van wetenschap en technologie, waaronder de internationale dimensie van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling (KP7) en, in voorkomend geval, mogelijke opvolgerprogramma's;

    • b. gezamenlijke onderzoeksnetwerken op gebieden van gemeenschappelijk belang;

    • c. uitwisselingen van onderzoekers en deskundigen teneinde de opstelling van projecten en de deelname aan KP7 en de andere onderzoeksprogramma's van de Europese Gemeenschap te bevorderen;

    • d. bijeenkomsten van wetenschappers teneinde de informatieuitwisseling en interactie te bevorderen en gebieden voor gezamenlijk onderzoek vast te stellen;

    • e. bevordering van geavanceerde studies op wetenschappelijk en technologisch gebied, die bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van beide partijen op de lange termijn;

    • f. totstandbrenging van koppelingen tussen de openbare en de particuliere sector;

    • g. evaluatie van gezamenlijk werk en verspreiding van resultaten;

    • h. beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie en ervaringen op regionaal niveau;

    • i. uitwisseling van informatie op regionaal niveau over regionale wetenschaps- en technologieprogramma's;

    • j. deelname aan kennis- en innovatiegemeenschappen van het Europese Instituut voor innovatie en technologie.

  • 2 Er wordt speciale aandacht besteed aan de ontwikkeling van het menselijke potentieel, als duurzame basis voor wetenschappelijke en technologische topprestaties, en aan de totstandbrenging van duurzame banden tussen de wetenschappelijke en technologische gemeenschappen van de partijen, zowel op nationaal als op regionaal niveau.

  • 3 In voorkomend geval worden onderzoekscentra, hogeronderwijsinstellingen en andere belanghebbenden, waaronder middelgrote, kleine en micro-ondernemingen, die op het grondgebied van de partijen gevestigd zijn, bij deze samenwerking betrokken.

  • 4 In hun streven naar wetenschappelijke topprestaties die voor beide partijen van voordeel zijn, bevorderen de partijen de deelname van hun entiteiten aan elkaars wetenschappelijke en technologische programma's, overeenkomstig hun respectieve bepalingen inzake de deelname van rechtspersonen uit derde landen.

Artikel 137. Samenwerking op het gebied van de informatiemaatschappij en de informatie- en communicatietechnologie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De partijen erkennen dat de informatie- en communicatietechnologie (ICT) in een moderne maatschappij een belangrijke sector is, die van levensbelang is voor de stimulering van creativiteit, innovatie en het concurrentievermogen en voor een soepele overgang naar de informatiemaatschappij.

  • 2 Behoudens de artikelen 7 en 134 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

    • a. de dialoog over de verschillende beleidsaspecten van de bevordering van en het toezicht op de informatiemaatschappij;

    • b. uitwisseling van informatie over regelgeving;

    • c. uitwisseling van informatie over normen en interoperabiliteit;

    • d. bevordering van samenwerking bij onderzoek en ontwikkeling op het gebied van ICT en bij op ICT gebaseerde onderzoeksinfrastructuren;

    • e. ontwikkeling van niet-commerciële inhoud en van proeftoepassingen op gebieden van grote maatschappelijke betekenis;

    • f. de opbouw van ICT-capaciteit, met in het bijzonder de bevordering van netwerken en de uitwisseling en opleiding van specialisten, vooral op het gebied van de regelgeving.

Artikel 138. Samenwerking op het gebied van milieu-innovatie en hernieuwbare energie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Met het oog op de verwezenlijking van een duurzame ontwikkeling en om ertoe bij te dragen dat de positieve milieueffecten van deze overeenkomst zo groot mogelijk zijn en negatieve effecten worden vermeden, erkennen de partijen het belang van het stimuleren van innovatievormen die het milieu in alle sectoren van hun economie ten goede komen. Energie-efficiëntie en hernieuwbare energiebronnen zijn ook dergelijke vormen van milieu-innovatie.

  • 2 Behoudens de artikelen 7 en 134 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

    • a. projecten met betrekking tot milieuvriendelijke producten, technologieën, productieprocessen, diensten, management- en bedrijfsmethoden, met inbegrip van die welke betrekking hebben op geschikte toepassingen van waterbesparing en het mechanisme voor een schone ontwikkeling;

    • b. projecten met betrekking tot energie-efficiëntie en hernieuwbare energie;

    • c. bevordering van netwerken en clusters op het gebied van milieu-innovatie, ook door middel van publiek-private partnerschappen;

    • d. uitwisseling van informatie, knowhow en deskundigen;

    • e. voorlichtings- en opleidingsactiviteiten;

    • f. voorbereiding van studies en verlenen van technische bijstand;

    • g. samenwerking bij onderzoek en ontwikkeling;

    • h. proef- en demonstratieprojecten.

AFDELING 2. INTELLECTUELE EIGENDOM [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

ONDERAFDELING 1. BEGINSELEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 139. Aard en werkingssfeer van verplichtingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 2 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen dat de beginselen in artikel 8 van de TRIPs-overeenkomst van toepassing zijn op deze afdeling. Voorts zijn de partijen het erover eens dat voor een adequate en doeltreffende handhaving van intellectuele-eigendomsrechten rekening moet worden gehouden met de ontwikkelingsbehoeften van de Cariforum-staten en gezorgd moet worden voor een evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de houders van de rechten en die van de gebruikers, terwijl de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de mogelijkheid moeten hebben de volksgezondheid en de voeding te beschermen. Geen bepaling van deze overeenkomst mag worden uitgelegd als beletsel voor de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten om de toegang tot geneesmiddelen te bevorderen.

  • 3 Voor de toepassing van deze overeenkomst omvatten intellectuele-eigendomsrechten ook auteursrechten (met inbegrip van auteursrechten op computerprogramma's en naburige rechten), gebruiksmodellen, octrooien, met inbegrip van die voor biotechnologische uitvindingen, bescherming van plantenrassen, ontwerpen, ontwerpen voor schakelpatronen (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, geografische aanduidingen, handelsmerken voor goederen of diensten, bescherming van databanken, bescherming tegen oneerlijke concurrentie als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom, en bescherming van niet-openbaar gemaakte informatie over knowhow.

  • 4 In aanvulling op en onverminderd hun bestaande en toekomstige internationale verplichtingen geven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten uiterlijk op 1 januari 2014 uitvoering aan de bepalingen in deze afdeling en dragen zij zorg voor een adequate en doeltreffende implementatie ervan, tenzij het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG met inachtneming van de ontwikkelingsprioriteiten en het ontwikkelingsniveau van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten anderszins besluit. Het staat de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten vrij de passende methode voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van deze afdeling binnen hun eigen rechtsstelsel en -praktijk te bepalen.

  • 5 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen in hun wetgeving een uitgebreidere beschermingsregeling opnemen dan in deze afdeling wordt vereist, maar zijn dit niet verplicht, mits die bescherming niet in strijd is met de bepalingen van deze afdeling.

Artikel 140. Minst ontwikkelde landen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

In afwijking van artikel 139, leden 1 en 4, zijn de minst ontwikkelde landen die partij bij deze overeenkomst zijn, slechts verplicht de volgende bepalingen als volgt toe te passen:

  • a. de verplichtingen uit hoofde van de TRIPs-overeenkomst binnen dezelfde termijnen als krachtens de besluiten ter zake van de Raad voor TRIPs of van andere toepasselijke besluiten van de Algemene Raad van de WTO met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de TRIPs-overeenkomst van hen wordt verlangd;

  • b. de verplichtingen uit hoofde van de onderafdelingen 2 en 3 van deze afdeling uiterlijk op 1 januari 2021, tenzij het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG, rekening houdend met de onder a) bedoelde besluiten, een andersluidend besluit neemt.

Artikel 141. Regionale integratie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verbinden zich ertoe binnen hun respectieve regio te blijven streven naar verdieping van de integratie op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten. Dit proces omvat een verdergaande harmonisatie van de wet- en regelgeving op het gebied van intellectuele eigendom, vooruitgang op het gebied van het regionale beheer en de regionale handhaving van nationale intellectuele-eigendomsrechten, alsmede, in voorkomend geval, de invoering en het beheer van regionale intellectuele-eigendomsrechten.

  • 2 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten verbinden zich ertoe te streven naar een geharmoniseerd niveau van bescherming van intellectuele-eigendomsrechten in hun respectieve regio.

Artikel 142. Overdracht van technologie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen ideeën en informatie over hun praktijken en hun beleid met betrekking tot de overdracht van technologie uit te wisselen, zowel binnen hun respectieve regio als met derde landen. Dit betreft in het bijzonder maatregelen ter bevordering van informatiestromen, zakelijke partnerschappen, licenties en uitbesteding. Er wordt speciale aandacht besteed aan de voorwaarden die nodig zijn om passende condities voor de overdracht van technologieën in de gastlanden te creëren, waarin ook plaats is voor onderwerpen als de ontwikkeling van menselijk kapitaal en een rechtskader.

  • 2 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten nemen in voorkomend geval maatregelen om licentiepraktijken of -voorwaarden ten aanzien van intellectuele-eigendomsrechten te beletten of om er toezicht op uit te oefenen, indien deze de internationale overdracht van technologie kunnen schaden en indien het gaat om misbruik van intellectuele-eigendomsrechten door de rechthebbenden of misbruik van duidelijke informatieasymmetrieën bij de onderhandelingen over licenties.

  • 3 De EG vereenvoudigt en bevordert het gebruik van stimuleringsmiddelen voor instellingen en ondernemingen op hun grondgebied om technologie aan instellingen en ondernemingen in de Cariforum-staten over te dragen, teneinde deze staten de mogelijkheid te bieden een levensvatbare technologische basis op te bouwen. De EG streeft ernaar alle haar bekende maatregelen voor discussie en analyse ter kennis van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG te brengen.

ONDERAFDELING 2. NORMEN INZAKE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 143. Auteursrecht en naburige rechten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

A. Internationale overeenkomsten

  • 1. De EG en de ondertekenende Cariforum-staten nemen de volgende verdragen in acht:

    • a. Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom (WIPO) inzake auteursrecht (Genève 1996);

    • b. WIPO-Verdrag inzake uitvoerende kunstenaars en fonogrammen (Genève 1996).

  • 2. De overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome 1961).

B. Samenwerking bij het collectieve rechtenbeheer

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten bevorderen het sluiten van regelingen tussen hun auteursrechtorganisaties teneinde er wederzijds voor te zorgen dat de toegang tot en de afgifte van vergunningen voor het regionale gebruik van inhoud op het gehele grondgebied van de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten wordt vergemakkelijkt, zodat de rechthebbenden passend worden beloond voor het gebruik van die inhoud.

Artikel 144. Handelsmerken [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

A. Registratieprocedure

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zorgen voor een systeem voor de registratie van handelsmerken waarbij elk definitief besluit van de desbetreffende handelsmerkinstantie schriftelijk wordt gegeven en met redenen is omkleed. De indiener van de aanvraag wordt in de gelegenheid gesteld een weigering een handelsmerk te registreren aan te vechten en tegen een definitieve afwijzing in beroep te gaan bij de rechter. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voeren ook de mogelijkheid in om na de publicatie van de aanvragen bezwaar aan te tekenen tegen de registratie van handelsmerken. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten openen openbare elektronische databanken voor aanvragen en voor de registratie van handelsmerken.

B. Algemeen bekende handelsmerken

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten herinneren aan de verplichting in het kader van de TRIPs-overeenkomst om het begrip algemeen bekende merken op dienstenmerken toe te passen. Voor de vaststelling of een handelsmerk algemeen bekend is, streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de WIPO tijdens de 34e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 20-29 september 1999.

C. Internetgebruik

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn het erover eens dat voor houders van een handelsmerk die hun handelsmerk op internet willen gebruiken en deel willen nemen aan de ontwikkeling van de elektronische handel, een duidelijk rechtskader nodig is, dat onder meer bepalingen bevat over de kwestie of het gebruik van een teken op internet heeft bijgedragen tot de verwerving van of de inbreuk op een merk of over de kwestie of er bij een dergelijk gebruik sprake is van oneerlijke mededinging, en waarin rechtsmiddelen zijn vastgelegd. In dit verband streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling betreffende de bescherming van merken en andere industriële eigendomsrechten in tekens op internet, die door de WIPO werd vastgesteld tijdens de 36e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 24 september tot en met 3 oktober 2001.

D. Merklicenties

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling over merklicenties van de vergadering van de Unie van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de algemene vergadering van de WIPO tijdens de 35e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 25 september tot en met 3 oktober 2000.

E. Internationale overeenkomsten

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot het Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (1989) en het herziene Verdrag inzake het merkenrecht (2006).

F. Uitzonderingen op de rechten verbonden aan een handelsmerk

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zorgen voor een eerlijk gebruik van beschrijvende termen, waaronder geografische aanduidingen, als beperkte uitzondering op de rechten verbonden aan een handelsmerk. Bij die beperkte uitzondering wordt rekening gehouden met de legitieme belangen van de houder van het handelsmerk en van derden.

Artikel 145. Geografische aanduidingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

A. Bescherming in het land van oorsprong

  • 1. Geen enkele bepaling in deze overeenkomst verplicht de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten op hun grondgebied geografische aanduidingen te beschermen die in hun land van oorsprong niet worden beschermd.

  • 2. De overeenkomstsluitende Cariforum-staten stellen uiterlijk op 1 januari 2014 een systeem voor de bescherming van geografische aanduidingen op hun respectieve grondgebied vast.

    De partijen werken in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG en in overeenstemming met de bepalingen van artikel 164, lid 2, onder c), samen bij de ontwikkeling van geografische aanduidingen op het grondgebied van de Cariforum-staten. Hiertoe leggen de Cariforum-staten uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst een lijst van potentiële geografische aanduidingen van oorsprong uit de Cariforum-staten ter overweging en bespreking aan het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG voor.

  • 3. De partijen bespreken in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG de tenuitvoerlegging van dit artikel in de praktijk, en zij wisselen informatie uit over de ontwikkelingen op wetgevings- en beleidsgebied met betrekking tot geografische aanduidingen.

B. Duur van de bescherming

  • 1. De bescherming van geografische aanduidingen wordt in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten in overeenstemming met het rechtssysteem van respectievelijk de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat verleend en geldt voor onbepaalde tijd27 .

  • 2. Deze bescherming waarborgt dat het gebruik van geografische aanduidingen voor overeenkomstig lid 1 beschermde goederen, in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten uitsluitend voorbehouden is aan goederen van oorsprong uit het betrokken geografische gebied, die in overeenstemming met de desbetreffende productspecificaties zijn vervaardigd.

  • 3. Wat de bescherming van geografische aanduidingen betreft, verbieden en beletten de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ambtshalve of op verzoek van de belanghebbende:

    • a. ongeacht de productklasse waarvoor de geografische aanduiding wordt gebruikt, het gebruik op hun grondgebied van middelen in de benaming of voorstelling van goederen waarmee wordt aangeduid of gesuggereerd dat de goederen in kwestie hun oorsprong hebben in een ander geografisch gebied dan de werkelijke plaats van oorsprong op een wijze die het publiek misleidt ten aanzien van de geografische oorsprong van de goederen, of elk ander gebruik dat een daad van oneerlijke mededinging vormt in de zin van artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs;

    • b. elk gebruik van de beschermde namen voor goederen in dezelfde productklasse als die met de geografische aanduiding, die niet van oorsprong zijn uit het aangegeven geografische gebied, zelfs indien:

      • i. de werkelijke oorsprong van de goederen is aangegeven,

      • ii. de betrokken geografische aanduiding in een andere taal is vertaald,

      • iii. de benaming vergezeld gaat van uitdrukkingen als „soort”, „type”, „stijl”, „imitatie”, „methode” of soortgelijke uitdrukkingen.

  • 4. Het is mogelijk de registratie van een geografische aanduiding te schrappen. De desbetreffende procedure biedt elke natuurlijke of rechtspersoon met een legitiem belang de mogelijkheid hieraan deel te nemen.

C. Algemene bewoordingen, planten- en dierenrassen

  • 1. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten behoeven de in sectie B bedoelde bescherming van geografische aanduidingen niet toe te passen op goederen waarvoor de desbetreffende aanduiding identiek is aan de term die in het normale taalgebruik op hun respectieve grondgebied de gangbare naam voor dergelijke goederen is.

  • 2. Geen enkele bepaling in deze afdeling verplicht de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ertoe de in sectie B bedoelde bescherming van geografische aanduidingen toe te passen voor voortbrengselen van de wijnstok, planten of dieren waarvan de desbetreffende aanduiding identiek is met de gangbare naam van een druivensoort of een planten- of dierenras die/dat op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst op het grondgebied van de EG of de betrokken overeenkomstsluitende partij voorkomt.

  • 3. Geografische aanduidingen die homoniem zijn, worden door de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten beschermd mits er in de praktijk voldoende onderscheid is tussen de geografische aanduiding die het eerst werd beschermd en het homoniem dat vervolgens bescherming kreeg; het is immers noodzakelijk de betrokken producenten op een onpartijdige manier te behandelen en de consumenten niet te misleiden. Een homoniem dat ertoe leidt dat de consument ten onrechte gelooft dat producten van een ander grondgebied komen, wordt niet door de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforumstaat beschermd.

  • 4. Als een geografische aanduiding van de EG of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat homoniem is aan een geografische aanduiding voor een derde land, is artikel 23, lid 3, van de TRIPs-overeenkomst van overeenkomstige toepassing.

D. Verband tussen geografische aanduidingen en handelsmerken

  • 1. Een geografische aanduiding wordt niet in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geregistreerd wanneer de registratie, gezien de faam en bekendheid van een merk en de tijd die het al in gebruik is, de consument kan misleiden ten aanzien van de werkelijke identiteit van het product.

  • 2. Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt de registratie van een handelsmerk dat identiek is aan, lijkt op of een geografische aanduiding bevat die respectievelijk in de EG of in de overeenkomstsluitende Cariforum-staten ingevolge sectie B is beschermd en dat betrekking heeft op dezelfde productklasse, in respectievelijk de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geweigerd.

    Bovendien wordt de registratie van een handelsmerk onder dergelijke omstandigheden in respectievelijk de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geweigerd indien de aanvraag tot registratie van het handelsmerk was ingediend na de datum waarop de aanvraag tot bescherming van de geografische aanduiding op het betrokken grondgebied werd ingediend, en de geografische aanduiding vervolgens werd beschermd.

  • 3. In strijd met het voorgaande lid geregistreerde handelsmerken worden ongeldig verklaard.

  • 4. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat, behoudens de leden 1 tot en met 3, een handelsmerk waarvan het gebruik overeenkomt met een van de in sectie B, lid 3, bedoelde situaties en dat, vóór de datum van toepassing van de WTO-verplichtingen in de EG of in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, dan wel vóór de datum vanaf welke de geografische aanduiding op de respectieve grondgebieden werd beschermd, te goeder trouw op het grondgebied van de EG of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat werd aangevraagd, werd geregistreerd of, indien de toepasselijke wetgeving in die mogelijkheid voorziet, door gebruik werd verworven, ondanks de registratie van de geografische aanduiding verder kan worden gebruikt, mits er geen redenen voor de ongeldigheid of de herroeping van het handelsmerk als gespecificeerd in de wetgeving van de EG of de betrokken overeenkomstsluitende Cariforum-staat bestaat. In dat geval wordt de geografische aanduiding toegelaten naast het desbetreffende handelsmerk.

E. Toekomstige beschermingsovereenkomst

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten openen uiterlijk op 1 januari 2014 onderhandelingen over een overeenkomst ter bescherming van geografische aanduidingen op hun respectieve grondgebied, onverminderd eventuele individuele verzoeken om bescherming die direct zijn ingediend.

F. Internetgebruik

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zijn het erover eens dat houders van een geografische aanduiding die deze op internet willen gebruiken om deel te nemen aan de ontwikkeling van de elektronische handel, behoefte hebben aan een duidelijk rechtskader dat niet alleen bepalingen bevat over de vraag of het gebruik van een teken op internet heeft bijgedragen aan de wederrechtelijke inbezitneming van, zinspeling op, verwerving te kwader trouw van of inbreuk op een geografische aanduiding of over de vraag of er bij een dergelijk gebruik sprake is van oneerlijke mededinging, maar waarin ook rechtsmiddelen worden vastgesteld, met inbegrip van de eventuele overdracht of intrekking van een domeinnaam. In dit verband streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten naar toepassing van de gezamenlijke aanbeveling betreffende de bescherming van merken, en andere industriële eigendomsrechten in tekens, op internet, die door de WIPO werd vastgesteld tijdens de 36e reeks bijeenkomsten van de vergaderingen van de WIPO-lidstaten van 24 september tot en met 3 oktober 2001.

Artikel 146. Tekeningen en modellen van nijverheid [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

A. Internationale overeenkomsten

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot de Overeenkomst van ’s-Gravenhage betreffende het internationaal depot van tekeningen of modellen van nijverheid (1999).

B. Vereisten voor bescherming

  • 1. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten voorzien in de bescherming van onafhankelijk vervaardigde tekeningen en modellen van nijverheid die nieuw of oorspronkelijk zijn en een eigen karakter hebben.

  • 2. Een tekening of model wordt als nieuw beschouwd, indien geen identieke tekening of geen identiek model voor het publiek beschikbaar is gesteld.

  • 3. Een tekening of model wordt geacht een eigen karakter te hebben, indien de algemene indruk die het bij de geïnformeerde gebruiker wekt, verschilt van de algemene indruk die bij die gebruiker wordt gewekt door tekeningen of modellen die voor het publiek beschikbaar zijn gesteld.

  • 4. In deze bescherming wordt voorzien door registratie, waardoor rechthebbenden ervan exclusieve rechten overeenkomstig het bepaalde in dit artikel krijgen. Niet-geregistreerde tekeningen en modellen geven dezelfde exclusieve rechten, maar alleen indien het aangevochten gebruik voortvloeit uit het namaken van de beschermde tekening of het beschermde model.

    Niet-geregistreerde tekeningen en modellen en tekeningen en modellen op het gebied van textiel kunnen worden beschermd door een recht inzake tekeningen en modellen of door een auteursrecht.

C. Uitzonderingen

  • 1. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen voorzien in beperkte uitzonderingen op de bescherming van tekeningen en modellen van nijverheid, mits deze uitzonderingen niet op onredelijke wijze strijdig zijn met de normale exploitatie van beschermde tekeningen en modellen van nijverheid en niet op onredelijke wijze de legitieme belangen van de eigenaar van de beschermde tekening of het beschermde model schaden, rekening houdend met de legitieme belangen van derden.

  • 2. De bescherming van tekeningen en modellen strekt zich niet uit tot tekeningen en modellen waarvoor hoofdzakelijk technische of functionele overwegingen bepalend zijn.

  • 3. Een tekening of model dat strijdig is met de openbare orde of de goede zeden, is niet vatbaar voor bescherming door een recht inzake tekeningen en modellen.

D. Verleende rechten

  • 1. De eigenaar van een beschermde tekening of een beschermd model van nijverheid heeft het recht derden die daartoe niet zijn toestemming hebben te beletten artikelen te vervaardigen, aan te bieden, te verkopen, in te voeren, op te slaan of te gebruiken, die de beschermde tekening of het beschermde model vertonen of incorporeren, wanneer dit om commerciële redenen gebeurt of wanneer zonder noodzaak afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van de tekening of het model, dan wel wanneer dit niet in overeenstemming is met eerlijke handelspraktijken.

  • 2. Wat niet-geregistreerde tekeningen en modellen betreft, wordt het aangevochten gebruik niet geacht voort te vloeien uit het namaken van de beschermde tekening of het beschermde model indien dit gebruik voortvloeit uit onafhankelijk scheppend werk van een ontwerper van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij de door de rechthebbende openbaar gemaakte tekening of het door hem openbaar gemaakte model niet kende.

E. Duur van de bescherming

  • 1. De aanvankelijke duur van de in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geboden bescherming na registratie bedraagt ten minste vijf jaar. Op verzoek van de rechthebbende wordt de registratie voor één of meer perioden van telkens vijf jaar verlengd, doch niet tot langer dan 25 jaar vanaf de depotdatum, mits het vernieuwingsrecht betaald is.

  • 2. De duur van de in de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten geboden bescherming voor niet-geregistreerde tekeningen en modellen bedraagt ten minste drie jaar vanaf de datum waarop de tekening of het model op het desbetreffende grondgebied voor het publiek beschikbaar werd gesteld.

F. Verband met het auteursrecht

Een tekening of model dat overeenkomstig dit artikel op het grondgebied van een van de partijen of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat is ingeschreven, kan vanaf de datum waarop de tekening of het model is gecreëerd of in vorm is vastgelegd tevens beschermd worden krachtens het auteursrecht van die partij of die overeenkomstsluitende Cariforum-staat.

Artikel 147. Octrooien [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

A. Internationale overeenkomsten

  • 1. De EG neemt de volgende verdragen in acht:

    • a. het Verdrag inzake samenwerking bij octrooien (Washington 1970, laatstelijk gewijzigd in 1984);

    • b. het Verdrag inzake octrooirecht (Genève 2000);

    • c. het Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd in 1980).

  • 2. De overeenkomstsluitende Cariforum-staten treden toe tot:

    • a. het Verdrag inzake samenwerking bij octrooien (Washington 1970, laatstelijk gewijzigd in 1984);

    • b. het Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd in 1980).

  • 3. De overeenkomstsluitende Cariforum-staten streven naar toetreding tot het Verdrag inzake octrooirecht (Genève 2000).

B. Octrooien en volksgezondheid

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten erkennen het belang van de Verklaring van de Doha over de TRIPs-overeenkomst en volksgezondheid, die op 14 november 2001 door de ministersconferentie van de WTO werd aangenomen, en van het besluit van de Algemene Raad van de WTO van 30 augustus 2003 over punt 6 van de Verklaring van de Doha over de TRIPs-overeenkomst en volksgezondheid, en komen overeen de nodige stappen te ondernemen om het protocol tot wijziging van de TRIPs-overeenkomst, dat op 6 december 2005 in Genève werd vastgesteld, te aanvaarden.

Artikel 148. Gebruiksmodellen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

A. Vereisten voor bescherming

  • 1. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen bescherming verlenen voor producten of werkwijzen op alle gebieden van de technologie, mits zij nieuw zijn, niet onmiddellijk voor de hand liggen en industrieel kunnen worden toegepast.

  • 2. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen van bescherming uitsluiten alle producten en werkwijzen waarvan het beletten van de commerciële toepassing op hun grondgebied noodzakelijk is ter bescherming van de openbare orde of de goede zeden of van het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten, dan wel ter vermijding van ernstige schade voor het milieu, mits deze uitsluiting niet slechts plaatsvindt omdat de exploitatie door hun wetgeving is verboden.

  • 3. De EG en de ondertekenende Cariforum-staten sluiten voorts uit van bescherming:

    • a. diagnostische, therapeutische en chirurgische methoden voor de behandeling van mensen of dieren;

    • b. behoudens artikel 150, andere planten en dieren dan micro-organismen en andere werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten of dieren dan niet-biologische en microbiologische werkwijzen.

  • 4. Dit artikel laat bestaande wetgeving van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten onverlet.

B. Duur van de bescherming

De duur van de geboden bescherming bedraagt ten minste vijf jaar, maar niet meer dan tien jaar, te rekenen vanaf de depotdatum, of, wanneer een beroep op voorrang wordt gedaan, vanaf de voorrangsdatum.

C. Verband met octrooien

  • 1. Alle andere voorwaarden en flexibele regelingen die in afdeling 5 van de TRIPs-overeenkomst voor octrooien zijn voorzien, zijn van overeenkomstige toepassing voor gebruiksmodellen, in het bijzonder die welke vereist kunnen zijn in verband met de volksgezondheid.

  • 2. Een octrooiaanvraag kan in een aanvraag voor bescherming van een gebruiksmodel worden omgezet, mits het verzoek daartoe gedaan is voor het octrooi is verleend.

Artikel 149. Plantenrassen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten hebben het recht te voorzien in uitzonderingen op exclusieve kwekersrechten, teneinde landbouwers de mogelijkheid te bieden beschermd, op eigen bedrijf gewonnen zaai- en pootgoed of teeltmateriaal te bewaren, te gebruiken of te ruilen.

Artikel 150. Genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Onder voorbehoud van hun interne wetgeving eerbiedigen en beschermen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforumstaten de kennis, innovaties en gebruiken van autochtone en plaatselijke gemeenschappen, die de uitdrukking zijn van hun traditionele levenswijze en die van belang zijn voor het behouden en duurzaam benutten van biologische diversiteit, houden zij deze in stand, bevorderen zij de toepassing ervan op grotere schaal met de medewerking en goedkeuring van de bezitters van deze kennis, innovaties en gebruiken en moedigen zij de eerlijke verdeling van de voordelen van het gebruik van deze kennis, innovaties en gebruiken aan.

  • 2 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten erkennen het belang van passende maatregelen, onder voorbehoud van de nationale wetgeving, om de traditionele kennis te beschermen, en zij komen overeen te blijven werken aan de ontwikkeling van specifieke internationaal erkende modellen voor de wettelijke bescherming van traditionele kennis.

  • 3 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen dat de octrooibepalingen in deze onderafdeling en het Verdrag inzake biologische diversiteit op een elkaar ondersteunende wijze ten uitvoer worden gelegd.

  • 4 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten mogen in het kader van de administratieve eisen voor een octrooiaanvraag voor een uitvinding waarbij als noodzakelijk onderdeel van de uitvinding biologisch materiaal wordt gebruikt, eisen dat de aanvrager de bronnen van het door hem gebruikte biologische materiaal vermeldt en in de beschrijving van de uitvinding opneemt.

  • 5 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen regelmatig ideeën en informatie uit te wisselen over de volgende multilaterale discussies ter zake:

    • a. in het kader van de WIPO, over onderwerpen die worden behandeld door het Intergouvernementeel Comité voor intellectuele eigendom, genetische hulpbronnen, traditionele kennis en folklore;

    • b. in het kader van de WTO, over onderwerpen inzake het verband tussen de TRIPs-overeenkomst en het Verdrag inzake biologische diversiteit, de bescherming van traditionele kennis en folklore.

  • 6 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten komen overeen om, wanneer de in lid 5 bedoelde multilaterale discussies ter zake zijn afgesloten, dit artikel op verzoek van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten in het kader van het Handels- en ontwikkelingscomité Cariforum-EG te heroverwegen in het licht van de resultaten van die multilaterale discussies.

ONDERAFDELING 3. HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 151. Algemene verplichtingen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Zonder afbreuk te doen aan hun rechten en verplichtingen uit hoofde van de TRIPs-overeenkomst, en in het bijzonder van deel III daarvan, stellen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten de maatregelen, procedures en rechtsmiddelen vast die nodig zijn om de handhaving van de in deze richtlijn bedoelde intellectuele-eigendomsrechten te waarborgen. Deze maatregelen, procedures en rechtsmiddelen dienen eerlijk en billijk te zijn, mogen niet onnodig ingewikkeld of duur zijn en mogen geen onredelijke termijnen of nodeloze vertragingen inhouden.

  • 2 De maatregelen, procedures en rechtsmiddelen, die ook doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn, worden zodanig toegepast dat het scheppen van belemmeringen voor rechtmatig handelsverkeer wordt vermeden en dat wordt voorzien in waarborgen tegen misbruik van deze procedures.

Artikel 152. Rechthebbenden [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten erkennen dat de volgende personen en instanties gerechtigd zijn om toepassing van de in deze afdeling en in deel III van de TRIPs-overeenkomst bedoelde maatregelen, procedures en rechtsmiddelen te verzoeken:

  • a. houders van intellectuele-eigendomsrechten, in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • b. alle andere personen die gemachtigd zijn deze rechten te gebruiken, in het bijzonder licentiehouders, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • c. instanties voor het collectieve beheer van intellectuele-eigendomsrechten die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht;

  • d. organisaties voor de verdediging van beroepsbelangen, die officieel erkend zijn als gerechtigd tot het vertegenwoordigen van houders van intellectuele-eigendomsrechten, voor zover toegestaan door en in overeenstemming met de bepalingen van het toepasselijke recht.

Artikel 153. Bewijsmateriaal [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten treffen de nodige maatregelen teneinde de bevoegde rechterlijke instanties in staat te stellen om, in geval van inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op commerciële schaal, op verzoek in voorkomend geval overlegging te kunnen gelasten van bancaire, financiële of handelsdocumenten die zich in de macht van de tegenpartij bevinden, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd.

Artikel 154. Maatregelen ter bescherming van bewijsmateriaal [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties al vóór de inleiding van de bodemprocedure op verzoek van een entiteit die redelijkerwijs beschikbaar bewijsmateriaal heeft overgelegd ter onderbouwing van haar argumenten dat er inbreuk op haar intellectuele-eigendomsrecht is gemaakt of zal worden gemaakt, onmiddellijk afdoende voorlopige maatregelen kunnen gelasten om het relevante bewijsmateriaal in verband met de vermeende inbreuk te beschermen, mits de bescherming van vertrouwelijke informatie wordt gewaarborgd. Tot deze maatregelen kunnen behoren de gedetailleerde beschrijving, met of zonder monsterneming, dan wel de fysieke inbeslagneming van de litigieuze goederen en, in voorkomend geval, de bij de productie en/of distributie daarvan gebruikte materialen en werktuigen en de desbetreffende documenten.

Artikel 155. Recht op informatie [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties, tijdens een gerechtelijke procedure wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht, op gerechtvaardigd en redelijk verzoek van de eiser kunnen gelasten dat informatie over de herkomst en de distributiekanalen van de goederen of diensten die inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, wordt verstrekt door de inbreukmaker en/of door een andere persoon die:

    • a. de inbreukmakende goederen op commerciële schaal in zijn bezit blijkt te hebben;

    • b. de inbreukmakende diensten op commerciële schaal blijkt te gebruiken;

    • c. op commerciële schaal diensten blijkt te verlenen die bij inbreukmakende handelingen worden gebruikt, of

    • d. door een onder a), b) of c) bedoelde persoon is aangewezen als zijnde betrokken bij de productie, de vervaardiging of de distributie van deze goederen of bij het verlenen van deze diensten.

  • 2 De in lid 1 bedoelde informatie omvat naargelang passend:

    • a. de naam en het adres van de producenten, fabrikanten, distributeurs, leveranciers en andere eerdere bezitters van de goederen of diensten, alsmede van de beoogde groot- en detailhandelaren;

    • b. inlichtingen over de geproduceerde, vervaardigde, geleverde, ontvangen of bestelde hoeveelheden, alsmede over de voor de desbetreffende goederen of diensten verkregen prijs.

  • 3 De leden 1 en 2 gelden onverminderd andere regelgeving waarbij:

    • a. de rechthebbende ruimere rechten op informatie worden toegekend;

    • b. het gebruik van de krachtens dit artikel medegedeelde informatie in burgerlijke of strafzaken wordt geregeld;

    • c. de aansprakelijkheid wegens misbruik van het recht op informatie wordt geregeld;

    • d. de mogelijkheid wordt geboden te weigeren gegevens te verstrekken die de in lid 1 bedoelde persoon zouden dwingen deelname door hemzelf of door naaste verwanten aan een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht toe te geven, of

    • e. de bescherming van de vertrouwelijkheid van informatiebronnen of de verwerking van persoonsgegevens wordt geregeld.

Artikel 156. Voorlopige en conservatoire maatregelen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de rechterlijke instanties, op verzoek van de eiser, een voorlopig bevel kunnen uitvaardigen dat bedoeld is om een dreigende inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te voorkomen of om, indien wenselijk en indien het nationale recht hierin voorziet, op straffe van een dwangsom tijdelijk voortzetting van de vermeende inbreuk op dat intellectuele-eigendomsrecht te verbieden, dan wel om aan deze voortzetting de voorwaarde te verbinden dat zekerheid wordt gesteld voor schadeloosstelling van de rechthebbende wanneer een inbreuk wordt vastgesteld. Onder dezelfde voorwaarden kan een voorlopig bevel worden uitgevaardigd tegen een tussenpersoon wiens diensten door een derde worden gebruikt om inbreuk te maken op een intellectuele-eigendomsrecht.

  • 2 Een voorlopig bevel kan ook worden uitgevaardigd om de inbeslagneming of afgifte te kunnen gelasten van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op een intellectuele-eigendomsrecht, teneinde te voorkomen dat zij in het handelsverkeer worden gebracht of zich daarin bevinden.

  • 3 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat, in het geval van een inbreuk op commerciële schaal, de rechterlijke instanties, wanneer de eiser omstandigheden aantoont die de schadevergoeding in gevaar dreigen te brengen, conservatoir beslag kunnen laten leggen op de roerende en onroerende goederen van de vermeende inbreukmaker, met inbegrip van het blokkeren van zijn bankrekeningen en andere tegoeden. Met het oog daarop kunnen de bevoegde instanties overlegging van bancaire, financiële of commerciële documenten of passende inzage van de desbetreffende informatie gelasten.

Artikel 157. Corrigerende maatregelen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de bevoegde rechterlijke instanties op verzoek van de eiser, onverminderd de aan de rechthebbende wegens de inbreuk verschuldigde schadevergoeding en zonder schadeloosstelling van welke aard ook, de terugroeping of de definitieve verwijdering uit het handelsverkeer dan wel de vernietiging kunnen gelasten met betrekking tot de goederen waarvan zij hebben vastgesteld dat zij een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht vormen.

  • 2 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat deze maatregelen op kosten van de inbreukmaker worden uitgevoerd, tenzij bijzondere redenen dit beletten.

Artikel 158. Rechterlijke bevelen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat, wanneer bij rechterlijke uitspraak een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht is vastgesteld, de bevoegde rechterlijke instanties een bevel tot staking van de inbreuk tegen de inbreukmaker kunnen uitvaardigen. Wanneer het nationale recht erin voorziet, wordt bij niet-naleving van een bevel, indien passend, een dwangsom tot naleving van het verbod opgelegd.

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien er tevens op toe dat de rechthebbenden om een rechterlijk bevel kunnen verzoeken tegen tussenpersonen wier diensten door derden worden gebruikt om inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht te maken.

Artikel 159. Alternatieve maatregelen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen bepalen dat de bevoegde rechterlijke instanties, in passende gevallen en op verzoek van degene aan wie de in deel III van de TRIPs-overeenkomst en in dit hoofdstuk vastgelegde maatregelen kunnen worden opgelegd, kunnen gelasten dat aan de benadeelde partij een geldelijke schadeloosstelling wordt betaald in plaats van toepassing van de maatregelen uit deel III van de TRIPs-overeenkomst en dit hoofdstuk, indien de betrokkene zonder opzet en zonder nalatigheid heeft gehandeld, indien uitvoering van de maatregelen hem onevenredige schade zou berokkenen en indien geldelijke schadeloosstelling van de benadeelde partij redelijkerwijs bevredigend lijkt.

Artikel 160. Schadevergoeding [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de rechterlijke instanties die de schadevergoeding vaststellen:

    • a. rekening houden met alle passende aspecten, zoals de negatieve economische gevolgen, waaronder winstderving, die de benadeelde partij heeft ondervonden, de onrechtmatige winst die de inbreukmaker heeft genoten en, in passende gevallen, andere elementen dan economische factoren, of

    • b. als alternatief voor het bepaalde onder a), in passende gevallen de schadevergoeding kunnen vaststellen als een vast bedrag, op basis van elementen zoals ten minste het bedrag aan royalty's of vergoedingen dat verschuldigd was geweest indien de inbreukmaker toestemming had gevraagd om het desbetreffende intellectuele-eigendomsrecht te gebruiken.

  • 2 De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen bepalen dat de rechterlijke instanties invordering van winsten of betaling van een, eventueel vooraf vastgestelde, schadevergoeding kunnen gelasten wanneer de inbreukmaker niet wist of niet redelijkerwijs had moeten weten dat hij een inbreuk pleegde.

Artikel 161. Gerechtskosten [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat hun interne recht regels voor het verhaal van de kosten bevat die in het algemeen voorschrijven dat de verliezende partij de kosten draagt tenzij de billijkheid vereist dat de kosten op een andere manier worden verhaald.

Artikel 162. Openbaarmaking van rechterlijke uitspraken [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de rechterlijke instanties in het kader van gerechtelijke procedures wegens inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht op verzoek van de eiser kunnen gelasten dat op kosten van de inbreukmaker passende maatregelen tot verspreiding van informatie over de uitspraak worden getroffen, met inbegrip van volledige of gedeeltelijke bekendmaking en publicatie van de uitspraak. De EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten kunnen voorzien in andere bijkomende vormen van bekendmaking die passend zijn in de omstandigheden van het geval, zoals opvallende publiciteit.

Artikel 163. Grensmaatregelen [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 Tenzij in deze afdeling anderszins wordt bepaald, stellen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten procedures28 vast om een houder van een recht, die geldige gronden heeft om te vermoeden dat goederen waarmee een inbreuk op een intellectuele-eigendomsrecht wordt gemaakt29 worden ingevoerd, uitgevoerd, wederuitgevoerd, in of uit het douanegebied worden gebracht, onder een schorsingsregeling worden gebracht of in een douanevrije zone of een vrij entrepot worden geplaatst,

    in staat te stellen bij de bevoegde administratieve of rechterlijke autoriteiten een schriftelijk verzoek in te dienen tot opschorting van het in het vrije verkeer brengen van deze goederen dan wel het tegenhouden ervan door de douaneautoriteiten.

ONDERAFDELING 4. SAMENWERKING [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 164. Samenwerking [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De samenwerking is gericht op steun bij de tenuitvoerlegging van de verbintenissen en verplichtingen uit hoofde van deze afdeling. De partijen komen overeen dat samenwerking vooral belangrijk is tijdens de in de artikelen 139 en 140 bedoelde overgangsperiode.

  • 2 Behoudens artikel 7 komen de partijen overeen op de volgende terreinen samen te werken, onder meer door ondersteuning te bevorderen:

    • a. versterking van regionale initiatieven, organisaties en bureaus op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van de opleiding van personeel en de ontwikkeling van openbare databanken, met het oog op verbetering van de regionale regelgevende capaciteit, de regionale wet- en regelgeving en de tenuitvoerlegging daarvan met betrekking tot de in het kader van deze afdeling aangegane verbintenissen, met inbegrip van de rechtshandhaving. Dit behelst in het bijzonder steun aan landen die geen partij zijn, maar die wensen deel te nemen aan regionale initiatieven en het regionale beheer van auteursrechten en naburige rechten;

    • b. steun bij de opstelling van nationale wet- en regelgeving voor de bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, bij de oprichting en uitbreiding van nationale bureaus en andere instanties op het gebied van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van de opleiding van personeel op het gebied van de rechtshandhaving, en bij de invoering van instrumenten voor samenwerking tussen dergelijke instanties van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, mede teneinde de toetreding tot en de naleving van de in deze afdeling genoemde verdragen en overeenkomsten door de overeenkomstsluitende Cariforum-staten te bevorderen;

    • c. vaststelling van producten die kunnen profiteren van de bescherming van geografische aanduidingen en andere acties die erop gericht zijn deze producten door middel van geografische aanduidingen te beschermen. Daarbij besteden de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten in het bijzonder aandacht aan de bevordering en bescherming van plaatselijke traditionele kennis en biodiversiteit door de vaststelling van geografische aanduidingen;

    • d. de opstelling door handels- of beroepsverenigingen of -organisaties van gedragscodes die bedoeld zijn om bij te dragen tot de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, in overleg met de bevoegde autoriteiten van de partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten.

HOOFDSTUK 3. OVERHEIDSOPDRACHTEN [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Artikel 165. Algemene doelstelling [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

De partijen erkennen het belang van transparante, concurrentiegerichte aanbestedingen voor de economische ontwikkeling, met inachtneming van de speciale situatie van de economieën van de Cariforum-staten.

Artikel 166. Definities [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

Voor de toepassing van dit hoofdstuk:

  • 1. wordt onder „overheidsopdrachten” verstaan: verwerving op enigerlei wijze van goederen, diensten of een combinatie daarvan, met inbegrip van werken, door de in bijlage VI genoemde aanbestedende instanties, voor overheidsdoeleinden en niet voor commerciële wederverkoop of voor gebruik bij de vervaardiging van goederen of de verlening van diensten die bestemd zijn voor commerciële verkoop, tenzij anders bepaald. Het begrip omvat verwerving door middel van aankoop, lease, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie;

  • 2. wordt onder „aanbestedende diensten” verstaan: de in bijlage VI genoemde diensten van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten en de EG, die in overeenstemming met de bepalingen van dit hoofdstuk een aanbesteding uitschrijven;

  • 3. wordt onder „leveranciers” verstaan: iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon, overheidsinstantie of groep van deze personen of instanties uit een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of de EG die goederen of diensten kan verstrekken of werken kan uitvoeren. Onder dit begrip vallen zowel leveranciers van goederen als dienstverleners en aannemers;

  • 4. wordt onder „erkende leverancier” verstaan: een leverancier die door een aanbestedende dienst is erkend als leverancier die aan de voorwaarden voor deelneming voldoet;

  • 5. wordt onder „in aanmerking komende leverancier” verstaan: een leverancier die aan overheidsopdrachten van een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat mag deelnemen, in overeenstemming met het nationale recht en onverminderd de bepalingen in dit hoofdstuk;

  • 6. wordt onder „lijst voor veelvuldig gebruik” verstaan: een lijst van leveranciers die volgens een aanbestedende dienst voldoen aan de voorwaarden om op die lijst te worden opgenomen en van wie de aanbestedende dienst meer dan eens gebruik denkt te maken;

  • 7. wordt onder „rechtspersoon” verstaan: elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, al dan niet met winstoogmerk en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;

  • 8. wordt onder „rechtspersoon van een partij” verstaan: een rechtspersoon die naar het recht van de EG of de overeenkomstsluitende Cariforum-staten opgericht of anderszins georganiseerd is. Wanneer die rechtspersoon alleen zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van een van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten of van de EG heeft, hoeft hij niet te worden beschouwd als rechtspersoon van een partij, tenzij hij omvangrijke zakelijke transacties op een van deze grondgebieden verricht;

  • 9. wordt onder „natuurlijke persoon” verstaan: een onderdaan van een lidstaat van de Europese Unie of van een overeenkomstsluitende Cariforum-staat, volgens hun respectieve wetgeving;

  • 10. omvatten diensten ook bouwwerkzaamheden, tenzij anderszins gespecificeerd;

  • 11. wordt onder „schriftelijk” verstaan: elk vorm van informatie bestaande uit woorden, cijfers of andere symbolen, met inbegrip van elektronische middelen, die kan worden gelezen, gereproduceerd en opgeslagen;

  • 12. wordt onder „bericht van aanbesteding” verstaan: een bekendmaking van een aanbestedende dienst waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd een verzoek om deelname in te dienen, in te schrijven of beide;

  • 13. wordt onder „openbare” aanbestedingsprocedures verstaan: procedures waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;

  • 14. wordt onder aanbestedingsprocedures „met voorafgaande selectie” verstaan: procedures waarbij, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen in dit hoofdstuk, alleen door de aanbestedende dienst uitgenodigde gekwalificeerde leveranciers mogen inschrijven;

  • 15. wordt onder „onderhandse” aanbestedingsprocedures verstaan: procedures waarbij de aanbestedende diensten de leveranciers van hun keuze mogen raadplegen en met één of meer van hen mogen onderhandelen over de aanbestedingsvoorwaarden;

  • 16. wordt onder „technische specificaties” verstaan: een specificatie waarin de kenmerken van de aan te schaffen producten of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties, veiligheid en afmetingen, symbolen, terminologie, verpakking, merktekens en etikettering, dan wel de procedés of methoden voor de productie ervan en de door de in dit hoofdstuk bedoelde aanbestedende diensten voorgeschreven vereisten inzake de procedures voor conformiteitsbeoordeling;

  • 17. wordt onder „bijzondere voorwaarden” in overheidsopdrachten verstaan: alle voorwaarden of verbintenissen die plaatselijke ontwikkelingen aanmoedigen of de betalingsbalans verbeteren, zoals het gebruik van binnenlandse producten, het in licentie geven van technologie, investeringen, compenserende handel en dergelijke.

Artikel 167. Werkingssfeer [Wordt voorlopig toegepast per 29-12-2008]

  • 1 De bepalingen in dit hoofdstuk zijn alleen van toepassing op de in bijlage 6 genoemde aanbestedende diensten voor opdrachten boven de in die bijlage genoemde drempels.

  • 2 De partijen en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten zien erop toe dat de in dit hoofdstuk bedoelde aanbestedende diensten hun opdrachten op transparante wijze en overeenkomstig de bepalingen in dit hoofdstuk en de bijlagen ter zake aanbesteden, waarbij zij elke in aanmerking komende leverancier uit de overeenkomstsluitende Cariforum-staten of de EG op dezelfde wijze en overeenkomstig het beginsel van een open en daadwerkelijke mededinging behandelen.

A. Steun voor de totstandbrenging van regionale aanbestedingsmarkten

  • 1. De partijen erkennen het economische belang van de totstandbrenging van concurrentiegerichte regionale aanbestedingsmarkten.

  • 2.

    • a. Voor alle maatregelen betreffende de hier bedoelde opdrachten streeft elk van de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, met inbegrip van hun aanbestedende diensten, ernaar een in een overeenkomstsluitende Cariforum-staat gevestigde leverancier niet ongunstiger te behandelen dan een andere, ter plaatse gevestigde leverancier.

    • b. Voor alle maatregelen betreffende de hier bedoelde opdrachten:

      • i. streven de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, met inbegrip van hun aanbestedende diensten, ernaar niet tegen een op het grondgebied van een van de partijen gevestigde leverancier te discrimineren omdat de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, afkomstig zijn van het grondgebied van een van de partijen;

      • ii. behandelen de EG en de overeenkomstsluitende Cariforum-staten, met inbegrip van hun aanbestedende diensten, een ter plaatse gevestigde leverancier niet ongunstiger dan een andere ter plaatse gevestigde leverancier wegens de mate waarin deze verbonden is met of eigendom is van marktdeelnemers of onderdanen van een overeenkomstsluitende Cariforumstaat of de EG.

  • 3. Ten aanzien van alle maatregelen betreffende de hier bedoelde opdrachten behandelt elk van de partijen, met inbegrip van hun aanbestedende diensten, behoudens lid 4 goederen en diensten van de andere partij en leveranciers uit de andere partij die goederen of diensten van het grondgebied van een van de partijen aanbieden, niet ongunstiger dan zij binnenlandse goederen, diensten en leveranciers behandelen.

  • 4. De partijen zijn pas verplicht de in lid 3 bedoelde behandeling te geven wanneer de Gezamenlijke Raad Cariforum-EG een besluit ter zake heeft genomen. In dat besluit kan worden gespecificeerd op welke opdrachten van elk van de partijen en onder welke voorwaarden de in lid 3 bedoelde behandeling van toepassing is.

B. Waarderingsregels

Aanbestedende diensten kiezen geen waarderingsmethode of splitsen een opdracht niet op om zich aan de toepassing van dit hoofdstuk te onttrekken. Bij de waardebepaling moet rekening worden gehouden met alle vormen van vergoeding, met inbegrip van alle premies, provisies, commissielonen en rente.

C. Uitzonderingen

  • 1. Geen enkele bepaling in dit hoofdstuk wordt zo uitgelegd dat deze een overeenkomstsluitende Cariforum-staat of de EG belet maatregelen op te leggen of te handhaven ten aanzien van goederen of diensten van personen met een handicap, filantropische instellingen of gedetineerden.

  • 2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:

    • a. de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of de rechten daarop;

    • b. niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van steun die een partij of een overeenkomstsluitende Cariforum-staat verschaft, met inbegrip van samenwerkingsovereenkomsten, subsidies, leningen, kapitaalinjecties, garanties en fiscale stimuleringsmaatregelen;

    • c. de aanbesteding of verwerving van diensten van belastingadviseurs of bewaarnemers, vereffenings- en managementdiensten voor officiële financiële instellingen of van diensten in verband met de verkoop, afbetaling en distributie van de overheidsschuld, met inbegrip van leningen, staatsobligaties, bankbiljetten en andere effecten;

    • d. de verwerving, ontwikkeling, productie of coproductie van programmamateriaal bestemd voor uitzendingen door omroeporganisaties, en overeenkomsten betreffende zendtijd;

    • e. arbitrage- en bemiddelingsdiensten;

    • f. arbeidsovereenkomsten voor werk bij de overheid;

    • g. diensten op het gebied van onderzoek en ontwikkeling;

    • h. de aanschaf van landbouwproducten ter ondersteuning van steunprogramma's voor de landbouw en voedselhulpprogramma's;

    • i. aanbestedingen binnen de overheid;

    • j. opdrachten die worden aanbesteed:

      • i. met het directe doel internationale bijstand, met inbegrip v