Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst betreffende de deelname van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, [...] de Slowaakse Republiek aan de Europese Economische Ruimte, Luxemburg, 14-10-2003

Geldend van 06-12-2005 t/m heden

Overeenkomst betreffende de deelname van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek aan de Europese Economische Ruimte

Authentiek : NL

Overeenkomst betreffende de deelname van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Hongarije, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek aan de Europese Economische Ruimte

De Europese Gemeenschap,

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

hierna de „EG-lidstaten" te noemen

de Republiek IJsland,

het Vorstendom Liechtenstein,

het Koninkrijk Noorwegen,

hierna de „EVA-staten" te noemen

gezamenlijk hierna de „huidige overeenkomstsluitende partijen" te noemen

en

de Tsjechische Republiek,

de Republiek Estland,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

de Republiek Hongarije,

de Republiek Malta,

de Republiek Polen,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

Overwegende dat het Verdrag betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (hierna het „Toetredingsverdrag" te noemen) werd ondertekend te Athene op 16 april 2003;

Overwegende dat, op grond van artikel 128 van de te Porto op 2 mei 1992 ondertekende Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, elke Europese Staat die tot de Gemeenschap toetreedt, moet vragen partij te worden bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna de „EER-Overeenkomst" te noemen);

Overwegende dat de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek gevraagd hebben partij te worden bij de EER-Overeenkomst;

Overwegende dat de voorwaarden voor een dergelijk lidmaatschap dienen te worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de huidige overeenkomstsluitende partijen en de Staten die de aanvraag doen,

Hebben besloten de volgende Overeenkomst te sluiten:

Artikel 1

  • 1 De Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek worden partij bij de EER-Overeenkomst en worden hierna de „nieuwe overeenkomstsluitende partijen" genoemd.

  • 2 Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn de bepalingen van de EER-Overeenkomst, zoals gewijzigd bij de vóór 1 november 2002 vastgestelde besluiten van het Gemengd Comité van de EER, voor de nieuwe overeenkomstsluitende partijen bindend onder dezelfde voorwaarden als voor de huidige overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig de in deze Overeenkomst vastgelegde voorwaarden.

  • 3 De bijlagen bij deze Overeenkomst vormen een integrerend deel van deze Overeenkomst.

Artikel 2

[Red: Wijzigt de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; Oporto, 02-05-1992]

Artikel 3

  • 1 Alle wijzigingen van in de EER-Overeenkomst opgenomen communautaire besluiten, aangebracht in het kader van de akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek en de aanpassingen van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (hierna de „Toetredingsakte van 16 april 2003 genoemd"), worden in de EER-Overeenkomst opgenomen.

  • 2 [Red: Wijzigt de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; Oporto, 02-05-1992]

  • 3 [Red: Wijzigt de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; Oporto, 02-05-1992]

  • 4 [Red: Wijzigt de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; Oporto, 02-05-1992]

  • 5 Wanneer met betrekking tot vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in de EER-Overeenkomst opgenomen besluiten aanpassingen nodig zijn naar aanleiding van het lidmaatschap van de nieuwe partijen bij de Overeenkomst, en bedoelde aanpassingen niet in deze Overeenkomst zijn opgenomen, worden deze aanpassingen overeenkomstig de in de EER-Overeenkomst vastgelegde procedures aangebracht.

Artikel 4

[Red: Wijzigt de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; Oporto, 02-05-1992]

Artikel 5

Alle partijen bij deze Overeenkomst kunnen vraagstukken betreffende de interpretatie of toepassing ervan aan het Gemengd Comité van de EER voorleggen. Het Gemengd Comité van de EER onderzoekt de vraagstukken teneinde een in het kader van het goed functioneren van de EER-Overeenkomst aanvaardbare oplossing te vinden.

Artikel 6

  • 1 Deze Overeenkomst wordt door de huidige en nieuwe partijen bij de Overeenkomst overeenkomstig hun eigen procedures bekrachtigd of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging of goedkeuring worden nedergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie.

  • 2 Zij treedt in werking op dezelfde dag als het Toetredingsverdrag op voorwaarde dat alle akten van bekrachtiging of goedkeuring van deze Overeenkomst vóór die datum zijn nedergelegd, en de volgende ermee verband houdende overeenkomsten en protocollen op dezelfde dag in werking treden:

    • a. de Overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Gemeenschap betreffende een Noors Financieel Mechanisme voor de periode 2004 – 2009,

    • b. het aanvullend protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek IJsland naar aanleiding van de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie,

    • c. het aanvullend protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen naar aanleiding van de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie,

    • d. Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen betreffende bepaalde landbouwproducten.

  • 3 Indien de nieuwe partijen bij de Overeenkomst niet alle tijdig hun akten van bekrachtiging of goedkeuring van de Overeenkomst hebben nedergelegd, treedt deze Overeenkomst in werking voor de Staten die het wel tijdig hebben gedaan. In dat geval neemt de EER-Raad onverwijld een besluit aangaande de in deze Overeenkomst en, eventueel, de EER-Overeenkomst aan te brengen aanpassingen.

Artikel 7

Deze Overeenkomst, opgesteld in één exemplaar in de Tsjechische, de Deense, de Nederlandse, de Engelse, de Estlandse, de Finse, de Franse, de Duitse, de Griekse, de Hongaarse, de IJslandse, de Italiaanse, de Letlandse, de Litouwse, de Maltese, de Noorse, de Poolse, de Portugese, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd bij het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie, dat een voor eensluitend gewaarmerkt afschrift daarvan doet toekomen aan de Regeringen van elk van de partijen bij deze Overeenkomst.

GEDAAN te Luxemburg, de veertiende oktober 2003.

Bijlage A. Lijst bedoeld in artikel 3 van de Overeenkomst

[Red: Wijzigt de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; Oporto, 02-05-1992]

Bijlage B. Lijst bedoeld in artikel 4 van de Overeenkomst

[Red: Wijzigt de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte; Oporto, 02-05-1992]

Slotakte

De gevolmachtigden van:

De Europese Gemeenschap,

hierna "de Gemeenschap" te noemen, en van

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, hierna de "EG-lidstaten" te noemen,

de gevolmachtigden van:

de Republiek IJsland,

het Vorstendom Liechtenstein,

het Koninkrijk Noorwegen,

hierna de "EVA-staten" te noemen,

gezamenlijk partijen bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, gedaan te Porto op 2 mei 1992, hierna de "EER-overeenkomst" te noemen, hierna gezamenlijk de "huidige overeenkomstsluitende partijen" te noemen,

en de gevolmachtigden van:

de Tsjechische Republiek,

de Republiek Estland,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

de Republiek Hongarije,

de Republiek Malta,

de Republiek Polen,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

hierna de "nieuwe overeenkomstsluitende partijen" te noemen, bijeengekomen te Luxemburg de veertiende oktober tweeduizenddrie voor de ondertekening van de Overeenkomst betreffende de deelname van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek aan de Europese Economische Ruimte, hebben de volgende teksten aangenomen:

  • I. de Overeenkomst betreffende de deelname van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek aan de Europese Economische Ruimte, (hierna "de Overeenkomst" te noemen);

  • II. de onderstaande teksten die aan de Overeenkomst zijn gehecht:

    • Bijlage A: Lijst bedoeld in artikel 3 van de Overeenkomst;

    • Bijlage B: Lijst bedoeld in artikel 4 van de Overeenkomst.

De gevolmachtigden van de huidige overeenkomstsluitende partijen en de gevolmachtigden van de nieuwe overeenkomstsluitende partijen hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze slotakte zijn gehecht:

  • 1. Gemeenschappelijke verklaring betreffende de gelijktijdige uitbreiding van de Europese Unie en de Europese Economische Ruimte;

  • 2. Gemeenschappelijke verklaring betreffende de toepassing van de oorsprongsregels na de inwerkingtreding van de Overeenkomst betreffende de integratie van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek in de Europese Economische Ruimte;

  • 3. Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 126 van de EER-overeenkomst.

De gevolmachtigden van de Gemeenschap, de EG-lidstaten, de EVA-staten en de nieuwe overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de hierna genoemde en aan deze slotakte gehechte verklaringen:

  • 1. Algemene gemeenschappelijke verklaring van de EVA-staten

  • 2. Gemeenschappelijke verklaring van de EVA-staten betreffende het verkeer van werknemers

  • 3. Gemeenschappelijke verklaring van de EVA-staten betreffende de interne markt voor elektriciteit

  • 4. Verklaring van de regering van Liechtenstein

  • 5. Verklaring van de Tsjechische Republiek betreffende de eenzijdige verklaring van het Vorstendom Liechtenstein

  • 6. Verklaring van de Slowaakse Republiek betreffende de eenzijdige verklaring van het Vorstendom Liechtenstein

  • 7. Verklaring van Estland, Letland, Malta en Slovenië betreffende artikel 5 van Protocol 38 bis betreffende het financieel mechanisme van de EER

  • 8. Verklaring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen over de oorsprongsregels op het gebied van vis en visserijproducten.

De gevolmachtigden van de huidige overeenkomstsluitende partijen en de gevolmachtigden van de nieuwe overeenkomstsluitende partijen zijn tevens overeengekomen dat de nieuwe overeenkomstsluitende partijen gedurende de periode die voorafgaat aan de integratie van de nieuwe overeenkomstsluitende partijen in de Europese Economische Ruimte op passende wijze zullen worden ingelicht en geraadpleegd over alle relevante onderwerpen die in de EER-Raad en het Gemengd Comité van de EER aan de orde komen.

Bovendien zijn zij overeengekomen dat, uiterlijk bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst, de EER-overeenkomst, zoals gewijzigd bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en de volledige tekst van alle besluiten van het Gemengd Comité van de EER moeten worden opgemaakt in de Estse, de Hongaarse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Poolse, de Sloveense, de Slowaakse en de Tsjechische taal en door de vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen moeten worden bekrachtigd.

Zij nemen nota van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk Noorwegen en de Europese Gemeenschap inzake een Noors financieel mechanisme voor de periode 2004-2009, die ook aan deze slotakte is gehecht.

Zij nemen tevens nota van het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek IJsland naar aanleiding van de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie, dat aan deze slotakte is gehecht.

Zij nemen voorts nota van het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen naar aanleiding van de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie, dat aan deze slotakte is gehecht.

Zij nemen tevens nota van de Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen inzake bepaalde landbouwproducten, die eveneens aan deze slotakte is gehecht.

Zij benadrukken dat de genoemde overeenkomsten en protocollen onderdeel zijn van een algemene oplossing voor de verschillende vraagstukken die in samenhang met de integratie van de nieuwe overeenkomstsluitende partijen in de Europese Economische Ruimte aan de orde dienen te komen, en dat de Overeenkomst en de vier daarmee samenhangende overeenkomsten tegelijkertijd in werking dienen te treden.

GEDAAN te Luxemburg, de veertiende oktober 2003.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE GELIJKTIJDIGE UITBREIDING VAN DE EUROPESE UNIE EN DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

De overeenkomstsluitende partijen onderstrepen dat het van belang is dat de huidige overeenkomstsluitende partijen en de nieuwe overeenkomstsluitende partijen tijdig tot bekrachtiging of goedkeuring overgaan, elk overeenkomstig zijn grondwettelijke vereisten, zodat de uitbreiding van de Europese Unie en de uitbreiding van de Europese Economische Ruimte op 1 mei 2004 gelijktijdig kunnen plaatsvinden.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN DE OORSPRONGSREGELS NA DE INWERKINGTREDING VAN DE OVEREENKOMST BETREFFENDE DE DEELNAME VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK ESTLAND, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, DE REPUBLIEK HONGARIJE, DE REPUBLIEK MALTA, DE REPUBLIEK POLEN, DE REPUBLIEK SLOVENIË EN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK AAN DE EUROPESE ECONOMISCHE RUIMTE

  • 1. Een bewijs van oorsprong dat is afgegeven door een EVA-staat of een nieuwe overeenkomstsluitende partij krachtens een preferentiële overeenkomst tussen de EVA-staten en die nieuwe overeenkomstsluitende partij of krachtens de unilaterale nationale wetgeving van een EVA-staat of een nieuwe overeenkomstsluitende partij geldt als bewijs van preferentiële EER-oorsprong, mits:

    • a. het bewijs van oorsprong en de vervoersdocumenten niet later zijn afgegeven dan op de dag vóór de inwerkingtreding van de Overeenkomst;

    • b. het bewijs van oorsprong binnen vier maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd. Wanneer goederen uit een EVA-staat of een nieuwe overeenkomstsluitende partij vóór de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst ten invoer zijn aangegeven in een nieuwe overeenkomstsluitende partij respectievelijk een EVA-staat in het kader van een preferentiële regeling die op dat tijdstip tussen een EVA-staat en een nieuwe overeenkomstsluitende partij van kracht is, wordt een bewijs van oorsprong dat krachtens die regeling achteraf is afgegeven eveneens in de EVA-staten en de nieuwe overeenkomstsluitende partijen aanvaard, mits dit bewijs binnen vier maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst aan de douaneautoriteiten wordt overgelegd.

  • 2. Vergunningen waarmee de status van „erkend exporteur" is toegekend in het kader van overeenkomsten tussen de EVA-staten, enerzijds, en Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Slovenië en Slowakije, anderzijds, mogen door de EVA-staten, enerzijds, en Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Slovenië en Slowakije, anderzijds, worden gehandhaafd, mits de erkende exporteurs de EER-oorsprongsregels toepassen.

    Deze vergunningen worden door de EVA-staten en door Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Slovenië en Slowakije uiterlijk één jaar na de toetredingsdatum vervangen door nieuwe vergunningen, die worden afgegeven overeenkomstig de voorwaarden van Protocol 4 bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

  • 3. Verzoeken om controle achteraf van bewijzen van oorsprong die krachtens de in de leden 1 en 2 bedoelde preferentiële overeenkomsten en regelingen zijn afgegeven, worden door de bevoegde autoriteiten van de EVA-staten en de nieuwe overeenkomstsluitende partijen aanvaard tot drie jaar na de afgifte van het bewijs van oorsprong; dergelijke verzoeken kunnen door deze autoriteiten worden ingediend tot drie jaar na de aanvaarding van het bewijs van oorsprong.

ANDERE VERKLARINGEN VAN EEN OF MEER OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 126 VAN DE EER-OVEREENKOMST

De overeenkomstsluitende partijen bevestigen dat de verwijzingen in artikel 126 van de EER-overeenkomst naar het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en de in dat verdrag neergelegde voorwaarden tevens betrekking hebben op Protocol nr. 10 over Cyprus, dat aan de Toetredingsakte van 16 april 2003 is gehecht.

ALGEMENE GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE EVA-STATEN

De EVA-staten nemen nota van de voor de EER-overeenkomst relevante verklaringen die gehecht zijn aan de slotakte van het Verdrag betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie.

De EVA-staten onderstrepen dat de voor de EER-overeenkomst relevante verklaringen die aan de slotakte van het in de vorige alinea bedoelde verdrag zijn gehecht, niet mogen worden uitgelegd of toegepast op een wijze die strijdig is met de verplichtingen van de overeenkomstsluitende partijen zoals die uit deze Overeenkomst of uit de EER-overeenkomst voortvloeien.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE EVA-STATEN BETREFFENDE HET VERKEER VAN WERKNEMERS

De EVA-staten onderstrepen de belangrijke aspecten van differentiëring en f.exibiliteit bij de regeling voor het vrije verkeer van werknemers. Zij streven ernaar onderdanen van Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Slovenië en Slowakije overeenkomstig de nationale wetgeving uitgebreider toegang tot hun arbeidsmarkt te verlenen, zulks teneinde de aanpassing aan het acquis te versnellen. De arbeidsmogelijkheden in de EVA-staten voor onderdanen van Tsjechië, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Slovenië en Slowakije zullen daardoor vanaf de toetreding van die staten aanzienlijk verbeteren. De EVA-staten zullen bovendien de voorgestelde regeling zo goed mogelijk benutten, teneinde op het gebied van het vrije verkeer van werknemers zo spoedig mogelijk over te gaan tot volledige toepassing van het acquis. Voor Liechtenstein zal dit geschieden overeenkomstig de specifieke regeling waarin wordt voorzien in de sectorale aanpassingen van bijlage V (vrij verkeer van werknemers) en bijlage VIII (recht van vestiging) bij de EER-overeenkomst.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING VAN DE EVA-STATEN BETREFFENDE DE INTERNE MARKT VOOR ELEKTRICITEIT

Onder verwijzing naar de overgangsregeling voor Estland die is vervat in punt 2 van hoofdstuk 8 van bijlage VI bij de Toetredingsakte van 16 april 2003 en Verklaring nr. 8 betreffende olieschalie, de interne markt voor elektriciteit en Richtlijn 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (elektriciteitsrichtlijn): Estland, merken de EVA-staten op dat het om mogelijke verstoring van de mededinging op de interne markt voor elektriciteit te beperken, noodzakelijk kan zijn vrijwaringsmechanismen toe te passen, zoals de wederkeringsheidsclausule van Richtlijn 96/92/EG.

VERKLARING VAN DE REGERING VAN LIECHTENSTEIN

De regering van Liechtenstein gaat ervan uit dat alle overeenkomstsluitende partijen het Vorstendom Liechtenstein erkennen als een sinds jaar en dag soevereine en erkende staat die gedurende de eerste en de tweede wereldoorlog altijd neutraal was. Het Vorstendom Liechtenstein veronderstelt dat er, op basis van de wederzijdse erkenning als soevereine staten en in de geest van samenwerking in het kader van de EER-overeenkomst, een gemeenschappelijk streven is om tot een voor alle partijen aanvaardbare oplossing te komen voor de onopgeloste eigendomskwesties tussen het Vorstendom Liechtenstein, de Republiek Tsjechië en de Republiek Slowakije, die het gevolg zijn van het niet-erkenningsbeleid dat door het voormalige Tsjechoslowakije werd gevoerd. Voor het vinden van een oplossing voor de onopgeloste geschillen tussen enerzijds de Tsjechische Republiek en de Slowaakse Republiek en anderzijds het Vorstendom Liechtenstein kan onder meer gebruik worden gemaakt van mechanismen voor de vreedzame beslechting van geschillen, zoals de mechanismen waarin de OVSE voorziet, bijvoorbeeld het mechanisme van Valetta.

VERKLARING VAN DE TSJECHISCHE REPUBLIEK BETREFFENDE DE EENZIJDIGE VERKLARING VAN HET VORSTENDOM LIECHTENSTEIN

De Tsjechische Republiek is verheugd over de sluiting van de overeenkomst tussen de kandidaat-lidstaten en de leden van de Europese Economische Ruimte en ziet deze als een belangrijke stap om de voormalige tweedeling van Europa te boven te komen en de politieke en economische ontwikkeling van Europa te bevorderen. De Tsjechische Republiek is bereid tot samenwerking binnen de Europese Economische Ruimte met alle lidstaten, met inbegrip van het Vorstendom Liechtenstein.

De Tsjechische Republiek heeft vanaf haar oprichting duidelijk blijk gegeven van de wens om met het Vorstendom Liechtenstein diplomatieke betrekkingen tot stand te brengen. Reeds in 1992 heeft de Tsjechische Republiek alle landen, met inbegrip van het Vorstendom Liechtenstein, een verzoek gezonden om met ingang van 1 januari 2003 te worden erkend als nieuwe entiteit in het internationale recht. Vrijwel alle regeringen hebben daarop positief geantwoord, tot dusver met uitzondering van het Vorstendom Liechtenstein.

De Tsjechische Republiek verbindt geen rechtsgevolgen aan verklaringen die geen betrekking hebben op het onderwerp en het doel van deze overeenkomst.

VERKLARING VAN DE SLOWAAKSE REPUBLIEK BETREFFENDE DE EENZIJDIGE VERKLARING VAN HET VORSTENDOM LIECHTENSTEIN

De Slowaakse Republiek is verheugd over de sluiting van de overeenkomst tussen de kandidaat-lidstaten en de leden van de Europese Economische Ruimte en ziet deze als een belangrijke stap om de politieke en economische ontwikkeling in Europa te bevorderen.

Reeds sinds de stichting van de Slowaakse Republiek erkent zij het Vorstendom Liechtenstein als soevereine en onafhankelijke staat en is zij bereid met het Vorstendom diplomatieke betrekkingen aan te knopen.

De Slowaakse Republiek verbindt geen rechtsgevolgen aan verklaringen die geen betrekking hebben op het onderwerp en doel van deze overeenkomst.

VERKLARING VAN ESTLAND, CYPRUS, LETLAND, MALTA EN SLOVENIË BETREFFENDE ARTIKEL 5 VAN PROTOCOL 38 BIS BETREFFENDE HET FINANCIEEL MECHANISME VAN DE EER

Estland, Cyprus, Letland, Malta en Slovenië wijzen erop dat de in artikel 5 gebruikte verdeelsleutel uitsluitend opgesteld is ten behoeve van het financieel mechanisme van de EER. Zij zijn van oordeel dat deze verdeelsleutel niet vooruitloopt op eventuele toekomstige voorstellen betreffende verdeelsleutels in het kader van de samenhang en de structurele instrumenten van de Gemeenschap.

VERKLARING VAN DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN OVER DE OORSPRONGSREGELS OP HET GEBIED VAN VIS EN VISSERIJPRODUCTEN

De Commissie van de Europese Gemeenschappen zal onderzoeken of harmonisatie van de oorsprongsregels op 1 mei 2004 te verwezenlijken is.