Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake luchtvervoer tussen Nederland en Canada, Ottawa, 02-06-1989

Geldend van 01-02-1990 t/m heden

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake luchtvervoer tussen Nederland en Canada

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake luchtvervoer tussen Nederland en Canada

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada, hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen,

Partij zijnde bij het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld,

Geleid door de wens de totstandkoming van een doeltreffend internationaal luchtvaartsysteem te bevorderen, zodanig dat aan het reizende publiek en aan de verladers een ruime keuze wordt geboden wat luchtvervoersdiensten betreft,

Geleid door de wens de uitbreiding van de internationale luchtvervoersdiensten tussen en voorbij hun onderscheiden grondgebieden te vergemakkelijken,

Geleid door de wens de grootste mate van veiligheid en beveiliging wat het internationale luchtvervoer betreft, te waarborgen,

Geleid door de wens een nieuwe Overeenkomst inzake Luchtvervoer te sluiten die, wat de luchtvervoersdiensten tussen Nederland en Canada betreft, in de plaats treedt van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada inzake luchtvervoer, gedaan op 17 juni 1974 te Ottawa,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel I

Tenzij anders bepaald, hebben in deze Overeenkomst de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:

  • a) onder „luchtvaartautoriteiten” wordt, wat Nederland betreft, verstaan de Minister van Verkeer en Waterstaat en wat Canada betreft, de Minister van Verkeer en het Nationaal Vervoersbureau (National Transportation Agency) of in beide gevallen iedere andere autoriteit of persoon die bevoegd is de functies te vervullen die thans door genoemde autoriteiten worden vervuld;

  • b) onder „overeengekomen diensten” wordt verstaan geregelde luchtdiensten op de routes omschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst voor het vervoer van passagiers, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd;

  • c) onder „Overeenkomst” wordt verstaan deze Overeenkomst, de ter uitvoering daarvan opgestelde Bijlage, die daaraan is gehecht, alsmede eventuele wijzigingen van de Overeenkomst of van de Bijlage;

  • d) onder „Verdrag” wordt verstaan het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld; deze term omvat mede alle krachtens artikel 90 van dat Verdrag aangenomen Bijlagen en alle wijzigingen van de Bijlagen of van het Verdrag, aangenomen krachtens de artikelen 90 en 94 daarvan, mits die Bijlagen en wijzigingen door beide Overeenkomstsluitende Partijen zijn aanvaard;

  • e) onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” wordt verstaan een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd in overeenstemming met de artikelen IV en V van deze Overeenkomst;

  • f) onder „tarieven” wordt verstaan de voor het vervoer van passagiers, bagage en vracht te betalen prijzen en de voorwaarden waaronder deze prijzen van toepassing zijn, met inbegrip van de prijzen en voorwaarden betreffende andere door de vervoerder in verband met het luchtvervoer verrichte diensten, doch met uitsluiting van de vergoeding en voorwaarden betreffende het vervoer van post;

  • g) de termen „grondgebied”, „luchtdienst”, „internationale luchtdienst”, „luchtvaartmaatschappij” en „landing anders dan voor verkeersdoeleinden” hebben onderscheidenlijk de betekenis die daaraan is toegekend in de artikelen 2 en 96 van het Verdrag;

  • h) onder „verandering van vliegtuigtype onderweg” wordt verstaan de exploitatie van een van de overeengekomen diensten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij op zulk een wijze dat, in overeenstemming met artikel III van deze Overeenkomst, op een of meer delen van de route wordt gevlogen met luchtvaartuigen met een andere capaciteit dan die welke op een ander deel worden gebruikt.

Artikel II

  • 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij in de Bijlage anders is bepaald, de volgende rechten voor het verrichten van internationale luchtdiensten door de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen, aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij:

    • a) om zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;

    • b) om op haar grondgebied te landen anders dan voor verkeersdoeleinden; en

    • c) om op haar grondgebied te landen voor het opnemen en afzetten, tijdens de exploitatie van de routes omschreven in de Bijlage, van internationaal vervoerde passagiers en vracht, met inbegrip van post, afzonderlijk of gecombineerd.

  • 2 Andere luchtvaartmaatschappijen van elke Overeenkomstsluitende Partij dan die aangewezen ingevolge artikel IV van deze Overeenkomst genieten ook de rechten omschreven in het eerste lid, letter a en b, van dit artikel.

  • 3 Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht een aangewezen luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen het recht te geven tot het opnemen van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van passagiers en vracht, met inbegrip van post, vervoerd tegen vergoeding of beloning en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel III

  • 1 Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij kan naar eigen keuze op één of alle vluchten op de overeengekomen diensten van luchtvaartuig veranderen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of op elk willekeurig punt langs de omschreven routes, met dien verstande dat:

    • a) luchtvaartuigen die worden gebruikt voorbij het punt van verandering van luchtvaartuig, naar gelang van het geval, worden ingepast in het vluchtschema van binnenkomende dan wel vertrekkende luchtvaartuigen;

    • b) in het geval van verandering van vliegtuigtype onderweg op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en wanneer meer dan één luchtvaartuig voorbij het punt van verandering wordt geëxploiteerd, niet meer dan één zodanig luchtvaartuig van gelijke grootte mag zijn en geen luchtvaartuig groter mag zijn dan de op de derde- en vierde-vrijheidssector gebruikte luchtvaartuigen.

  • 2 Bij de exploitatie van diensten met verandering van vliegtuigtype onderweg kan een aangewezen luchtvaartmaatschappij haar eigen materiaal gebruiken, en onder voorbehoud van nationale voorschriften, gehuurd materiaal, en kan zij de exploitatie verrichten overeenkomstig commerciële regelingen met een andere luchtvaartmaatschappij.

  • 3 Een aangewezen luchtvaartmaatschappij kan verschillende of dezelfde vluchtnummers gebruiken voor de sectoren van diensten die met verandering van vliegtuigtype onderweg worden geëxploiteerd.

Artikel IV

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht door middel van een diplomatieke nota van luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen voor het exploiteren van luchtdiensten op de in de Bijlage omschreven routes en een reeds eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij door een andere te vervangen. De aanwijzing van meer dan één luchtvaartmaatschappij voor elke Overeenkomstsluitende Partij vindt plaats op eventuele in de Bijlage bij deze Overeenkomst vervatte voorwaarden.

Artikel V

  • 1 Na ontvangst van een kennisgeving van aanwijzing of van vervanging ingevolge artikel IV van deze Overeenkomst, verlenen de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van het bepaalde in artikel VI van deze overeenkomst, onverwijld aan een aldus aangewezen luchtvaartmaatschappij de vereiste vergunningen voor het exploiteren van de luchtdiensten waarvoor de luchtvaartmaatschappij is aangewezen.

  • 2 Na ontvangst van dergelijke vergunningen kan de luchtvaartmaatschappij op ieder tijdstip een aanvang maken met de gehele of gedeeltelijke exploitatie van de luchtdiensten, mits zij de van toepassing zijnde bepalingen van deze Overeenkomst in acht neemt en de tarieven vastgesteld zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel XII van deze Overeenkomst.

Artikel VI

  • 1 De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij hebben het recht de in artikel V vermelde vergunningen betreffende een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij niet te verlenen, deze in te trekken of op te schorten of hieraan tijdelijk of blijvend voorwaarden te verbinden:

    • a) indien een zodanige luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij aan te tonen dat zij voldoet aan de door die autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijze in overeenstemming met het Verdrag toegepaste wetten en voorschriften;

    • b) indien een zodanige luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de gewoonlijk en redelijkerwijze in overeenstemming met het Verdrag toegepaste wetten en voorschriften van die Overeenkomstsluitende Partij, na te leven;

    • c) indien niet te hunnen genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom en het daadwerkelijk toezicht op de luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst of bij haar onderdanen; en

    • d) ingeval de luchtvaartmaatschappij anderszins in gebreke blijft de exploitatie uit te oefenen in overeenstemming met de ingevolge deze Overeenkomst voorgeschreven voorwaarden.

  • 2 De in het eerste lid van dit artikel genoemde rechten worden slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere overeenkomstsluitende Partij, tenzij onmiddellijk optreden noodzakelijk is ten einde inbreuk op bovengenoemde wetten en voorschriften te voorkomen. Tenzij door de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen anders is overeengekomen, vangt een zodanig overleg aan binnen een tijdvak van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het desbetreffende verzoek.

Artikel VII

  • 1 Overeenkomstig hun rechten en verplichtingen uit hoofde van het internationale recht bevestigen de Overeenkomstsluitende Partijen dat hun verplichting jegens elkander om de veiligheid van de burgerluchtvaart te beschermen tegen elke wederrechtelijke belemmering ervan een integrerend deel van deze Overeenkomst uitmaakt.

  • 2 Zonder de algemeenheid van hun rechten en verplichtingen uit hoofde van het internationale recht te beperken, handelen de Overeenkomstsluitende Partijen in het bijzonder in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te 's-Gravenhage op 16 december 1970, en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, alsmede van enige andere multilaterale overeenkomst ter zake van de veiligheid van de luchtvaart die bindend is voor beide Overeenkomstsluitende Partijen.

  • 3 De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkander op verzoek alle nodige bijstand om het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen en andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van zodanige luchtvaartuigen, hun passagiers en bemanning, luchthavens en voorzieningen voor de luchtvaart, en elke andere bedreiging voor de veiligheid van de burgerluchtvaart, te voorkomen.

  • 4 De Overeenkomstsluitende Partijen handelen overeenkomstig de beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart die zijn vastgesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en zijn aangewezen als Bijlagen bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, voor zover deze beveiligingsbepalingen op de Overeenkomstsluitende Partijen van toepassing zijn; zij verlangen dat exploitanten van luchtvaartuigen die bij hen zijn ingeschreven, exploitanten van luchtvaartuigen die hun voornaamste plaats van bedrijfsuitoefening of hun vaste woon- of verblijfplaats op hun grondgebied hebben, en de exploitanten van luchthavens op hun grondgebied handelen in overeenstemming met deze beveiligingsbepaling voor de luchtvaart.

  • 5 Elke Overeenkomstsluitende Partij stemt ermede in dat van haar exploitanten van luchtvaartuigen kan worden verlangd dat zij de in het vierde lid hierboven bedoelde beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart naleven die de andere Overeenkomstsluitende Partij voorschrijft voor de binnenkomst in, het vertrek uit of het verblijf op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij. Elke Overeenkomstsluitende Partij ziet erop toe dat er op haar grondgebied daadwerkelijk toereikende maatregelen worden getroffen om de luchtvaartuigen te beschermen en om de passagiers, de bemanning, handbagage, bagage, vracht en boordproviand aan controle te onderwerpen vóór en tijdens het aan boord gaan en het inladen.

  • 6 Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt elk verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij om redelijke bijzondere veiligheidsmaatregelen tegen een specifieke bedreiging welwillend in overweging.

  • 7 Ook neemt elke Overeenkomstsluitende Partij welwillend in overweging een verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij om onderlinge bestuurlijke regelingen te treffen waarbij de luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij een eigen oordeel kunnen vormen van de veiligheidsmaatregelen die door exploitanten van luchtvaartuigen worden genomen met betrekking tot vluchten bestemd voor het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.

  • 8 Wanneer zich een voorval voordoet van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen, of van andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van zodanige luchtvaartuigen, hun passagiers en bemanning, luchthavens of voorzieningen voor de luchtvaart, of dreigt zich voor te doen, verlenen de Overeenkomstsluitende Partijen elkander bijstand door de verbindingen die bedoeld zijn om op snelle en veilige wijze aan zulk een voorval of de dreiging daarvan een einde te maken, te vergemakkelijken.

  • 9 Wanneer een Overeenkomstsluitende Partij redelijke gronden heeft om aan te nemen dat de andere Overeenkomstsluitende Partij is afgeweken van de bepalingen van dit artikel, kan de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij verzoeken om onmiddellijk overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij. Indien geen bevredigende overeenstemming wordt bereikt, vormt zulks een grond voor de toepassing van artikel VI van deze Overeenkomst.

Artikel VIII

  • 1 De wetten, voorschriften en procedures van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot, het verblijf binnen, of het vertrek uit haar grondgebied van in de internationale luchtvaart gebruikte luchtvaartuigen of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen dienen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij te worden nageleefd bij het binnenkomen in of het verlaten van en gedurende het verblijf binnen genoemd grondgebied.

  • 2 De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende binnenkomst, in- en uitklaring, doortocht, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine dienen door of vanwege de bemanningen en passagiers, alsook met betrekking tot vracht en post te worden nageleefd bij de doortocht door, het binnenkomen in, of verlaten van en gedurende het verblijf binnen het grondgebied van een zodanige Overeenkomstsluitende Partij.

  • 3 Passagiers op doorreis over het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen worden ten hoogste onderworpen aan een vereenvoudigde controle. Bagage en vracht in direct transitoverkeer zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Artikel IX

  • 1 Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die zijn uitgereikt of geldig verklaard door de ene Overeenkomstsluitende Partij en die nog van kracht zijn, worden door de andere Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de in de Bijlage omschreven routes, mits zodanige bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard ingevolge en overeenkomstig de op grond van het Verdrag vastgestelde normen. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en van vergunningen die door de andere Overeenkomstsluitende Partij aan haar eigen onderdanen zijn uitgereikt te weigeren voor vluchten boven haar eigen grondgebied.

  • 2 Indien de voorrechten of voorwaarden verbonden aan de in het eerste lid van dit artikel genoemde bewijzen en vergunningen die door de luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij zijn uitgereikt aan een persoon of aangewezen luchtvaartmaatschappij die of ten behoeve van een luchtvaartuig dat de overeengekomen diensten op de in de Bijlage omschreven routes exploiteert, een afwijking van de krachtens het Verdrag vastgestelde normen mochten toestaan en indien deze afwijking is geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, kunnen de luchtvaartautoriteiten van de ander Overeenkomstsluitende Partij verzoeken om overleg, overeenkomstig artikel XIV van deze Overeenkomst, met de luchtvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij, ten einde zich ervan te vergewissen dat de desbetreffende exploitatie voor hen aanvaardbaar is. Indien geen bevredigende overeenstemming wordt bereikt in aangelegenheden inzake vliegveiligheid, vormt zulks een grond voor de toepassing van artikel VI van deze Overeenkomst.

Artikel X

  • 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij geeft de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Partijen een billijke en gelijke kans te concurreren in het internationale luchtvervoer waarop deze Overeenkomst betrekking heeft.

  • 2 Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt alle passende maatregelen binnen haar rechtsmacht om alle vormen van discriminatie of oneerlijke concurrentiemethoden weg te nemen, die de concurrentiepositie van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij ongunstig beïnvloeden.

  • 3 Elke Overeenkomstsluitende Partij spant zich in om te allen tijde te voorkomen dat situaties ontstaan of voortbestaan die een onredelijke aantasting betekenen van de kansen van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen luchtvervoer ingevolge deze Overeenkomst te verrichten en bij dit vervoer op eerlijke wijze te kunnen concurreren.

  • 4 Geen van beide overeenkomstsluitende Partijen beperkt of beknot met betrekking tot ingevolge deze Overeenkomst verricht luchtvervoer door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zonder instemming van de andere Overeenkomstsluitende Partij, of staat een natuurlijke persoon of rechtspersoon binnen haar rechtsmacht toe, het luchtverkeer, de capaciteit, de frequentie van de luchtdiensten, de regelmaat van de luchtdiensten, het/de type(n) luchtvaartuigen, de cabine-indeling(en), ofwel in deze Overeenkomst omschreven rechten, van die luchtvaartmaatschappij te beperken of te beknotten, behalve voor zover redelijkerwijze noodzakelijk geacht kan worden op grond van overwegingen van technische aard, dan wel overwegingen de douanevoorschriften, de exploitatie of het milieu betreffende, een en ander overeenkomstig de eenvormige voorwaarden als voorzien in artikel 15 van het Verdrag, mits:

    • a) zulke voorwaarden een eerlijke concurrentie als omschreven in het eerste lid van dit artikel niet aantasten,

    • b) zulke voorwaarden zonder onderscheid worden toegepast op de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen bij deze Overeenkomst, en

    • c) de Overeenkomstsluitende Partij die zulke voorwaarden wenst toe te passen, zo spoedig mogelijk op passende wijze aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de noodzaak van zulke voorwaarden aantoont, opdat een vorm van overleg ingevolge artikel XIX van deze Overeenkomst mogelijk is alvorens zulke voorwaarden van kracht worden.

  • 5 Geen Overeenkomstsluitende Partij legt aan de geregelde vluchten van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij enigerlei verplichting of voorwaarde op, of staat een natuurlijke persoon of rechtspersoon binnen haar rechtsmacht toe zulks te doen, waaronder begrepen een verplichte voorrangsverlening („first refusal requirement”), proportionele beperkingen („uplift ratio”), of een vergoeding wegens afzien van bezwaar („no-objection fee”), niet strokend met de doeleinden van deze Overeenkomst.

  • 6 Beide Overeenkomstsluitende Partijen vergemakkelijken zoveel mogelijk het verrichten door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van luchtvervoer ingevolge deze Overeenkomst, met name door de administratieve vereisten en procedures tot een minimum te beperken.

Artikel XI

  • 1 De heffingen die op het grondgebied van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen aan de luchtvaartuigen van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden opgelegd voor het gebruik van luchthavens en andere luchtvaartvoorzieningen mogen niet hoger zijn dan die welke in rekening worden gebracht aan luchtvaartuigen van een nationale luchtvaartmaatschappij die soortgelijke internationale luchtdiensten uitvoert.

  • 2 Elke Overeenkomstsluitende Partij bevordert het overleg tussen haar autoriteiten die bevoegd zijn kosten in rekening te brengen en de aangewezen luchtvaartmaatschappijen die van deze diensten en voorzieningen gebruik maken; waar mogelijk loopt dit overleg via de organisaties die de luchtvaartmaatschappijen vertegenwoordigen. Aan de gebruikers dient binnen een redelijke termijn kennisgeving te worden gedaan van voorstellen tot wijziging van zulke kosten ten einde hen in staat te stellen hun visie kenbaar te maken voordat de wijzigingen worden ingevoerd.

  • 3 Geen van beide Overeenkomstsluitende Partijen mag haar eigen of enige andere luchtvaartmaatschappij begunstigen ten opzichte van een luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij bij de toepassing van haar douane-, immigratie- en quarantainevoorschriften en soortgelijke voorschriften of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen en luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarop zij toezicht uitoefent.

Artikel XII

  • 1

    • a) Elke Overeenkomstsluitende Partij staat de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een der beide Overeenkomstsluitende Partijen toe een prijs of alle prijzen voor het vervoer naar of uit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, daarbij inbegrepen vervoer met gebruikmaking van diensten van verschillende maatschappijen of verschillende diensten van dezelfde maatschappij, hetzij afzonderlijk, hetzij naar keuze van de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen, door middel van coördinatie met andere luchtvaartmaatschappijen, vast te stellen.

    • b) Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij kan hetzelfde tarief bieden als elk wettig openbaar tarief dat wordt geboden door enige andere luchtvaartmaatschappij of chartermaatschappij voor luchtvervoer tussen de grondgebieden van de twee Overeenkomstsluitende Partijen.

    • c) Andere luchtvaartmaatschappijen van elke Overeenkomstsluitende Partij dan aangewezen luchtvaartmaatschappijen kunnen hetzelfde tarief bieden als elk wettig openbaar tarief van elke aangewezen luchtvaartmaatschappij van een der beide Overeenkomstsluitende Partijen voor luchtvervoer tussen de grondgebieden van de twee Overeenkomstsluitende Partijen met gebruikmaking van diensten van verschillende maatschappijen langs vergelijkbare routes, indien er een afwijking is van ten hoogste 20% van de grootcirkel-afstand tussen de punten waarop het tarief dat wordt geboden van toepassing is.

  • 2 Elke Overeenkomstsluitende Partij kan de indiening bij haar luchtvaartautoriteiten verlangen van voor vervoer naar of uit haar grondgebied te berekenen tarieven. De indiening dient te geschieden ten minste dertig (30) dagen vóór de voorgestelde datum van de invoering van de tarieven. De luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij die de indiening van tarieven verlangt, neemt aanvragen om indiening op korte termijn onmiddellijk en welwillend in overweging, met name indien deze worden gedaan met het doel dezelfde tarieven te bieden of indien de wijzigingen van de tarieven hoofdzakelijk het gevolg zijn van omstandigheden waarop de luchtvaartmaatschappij geen invloed heeft.

  • 3 Een tarief wordt niet van kracht indien de luchtvaartautoriteiten van een der beide Overeenkomstsluitende Partijen hebben medegedeeld dat zij er niet mede akkoord gaan, behalve als bepaald in het eerste lid, letter b en c en het negende lid, van dit artikel of ingevolge het bepaalde in het derde lid van artikel XXII van deze Overeenkomst.

  • 4 Indien binnen vijftien (15) dagen na de datum van ontvangst de luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet hebben medegedeeld dat zij niet met de aan hen overgelegde tarieven akkoord gaan, worden deze tarieven geacht te zijn aanvaard of goedgekeurd en worden zij van kracht op de in de voorgestelde tarieven vermelde datum. Indien de luchtvaartautoriteiten een kortere termijn voor de overlegging van een tarief hebben aanvaard, dient een eventuele mededeling dat men niet akkoord gaat onverwijld te worden gedaan.

  • 5 Indien overeenkomstig het derde en vierde lid van dit artikel een mededeling is gedaan dat men niet akkoord gaat, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen het tarief binnen dertig (30) dagen in onderlinge overeenstemming vast te stellen.

  • 6 Indien de luchtvaartautoriteiten niet tot overeenstemming kunnen komen over een tarief dat hun is voorgelegd overeenkomstig het vierde lid van dit artikel of over de vaststelling van een tarief overeenkomstig het vijfde lid van dit artikel, wordt het geschil geregeld overeenkomstig het bepaalde in artikel XXII van deze Overeenkomst.

  • 7 Wanneer er overeenkomstig het bepaalde in dit artikel tarieven zijn vastgesteld, blijven deze van kracht totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in dit artikel of in artikel XXII van deze Overeenkomst.

  • 8 De luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen trachten te verzekeren dat

    • a) de in rekening gebrachte en geïnde tarieven overeenkomen met de door beide luchtvaartautoriteiten aanvaarde tarieven, en

    • b) een luchtvaartmaatschappij op geen enkele wijze korting verleent op enig onderdeel van deze tarieven.

  • 9 Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij kan hetzelfde wettige openbare tarief bieden voor luchtvervoer tussen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en punten in derde landen langs vergelijkbare routes, indien er een afwijking is van ten hoogste 20% van de grootcirkel-afstand tussen de punten waarop het tarief dat wordt geboden van toepassing is.

  • 10 Voor de toepassing van dit artikel betekent de term „hetzelfde tarief bieden” het recht van een luchtvaartmaatschappij om te allen tijde, met gebruikmaking van de bespoedigde indienings- of kennisgevingsprocedure als bepaald in het tweede lid (naar gelang van het geval), voor het vervoer tussen dezelfde punten een tarief (prijs en voorwaarden) vast te stellen dat gelijk is aan dat van een geregelde luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een der beide Overeenkomstsluitende Partijen of de geregelde luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van het betrokken derde land, behalve in geval van verschillen in voorwaarden betreffende de gevolgde route, het gebruikmaken van verschillende diensten van dezelfde luchtvaartmaatschappij of van diensten van verschillende luchtvaartmaatschappijen, ofwel het type luchtvaartuig, dan wel in geval van vrachtvervoer, de wijze van vervoer, en ongeacht het recht van een zodanige luchtvaartmaatschappij zodanig vervoer te verrichten, of een zodanige prijs vast te stellen door middel van gecombineerde prijzen. Tarieven voor geregeld vervoer en prijzen voor chartervluchten mogen niet worden gecombineerd ten behoeve van het bieden van hetzelfde tarief.

  • 11 Een tarief van een luchtvaartmaatschappij dat ingevolge het bepaalde in het eerste lid, letter c, hetzelfde is als dat van een aangewezen luchtvaartmaatschappij, of hetzelfde is ingevolge het bepaalde in het negende lid, houdt op van kracht te zijn tien (10) dagen na de datum waarop het tarief waaraan het gelijk is, is vervallen.

Artikel XIII

  • 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij stelt op basis van wederkerigheid de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij in die mate waarin dit krachtens haar nationale wetgeving mogelijk is, vrij van alle invoerbeperkingen, douanerechten, accijnzen, inspectiekosten en andere nationale rechten en heffingen op vliegtuigen, brandstof, smeermiddelen, technische verbruiksvoorraden, reserveonderdelen met inbegrip van motoren, gebruikelijke uitrustingsstukken van het luchtvaartuig, proviand (daaronder begrepen sterke drank, tabak en andere produkten bestemd om in beperkte hoeveelheden tijdens de vlucht aan de passagiers te worden verkocht) en andere artikelen die uitsluitend worden gebruikt of bestemd zijn voor gebruik in verband met de exploitatie of het onderhoud van luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van deze andere Overeenkomstsluitende partij, die de overeengekomen diensten exploiteert, alsmede voorraden gedrukte vervoersbewijzen, luchtvrachtbrieven, alle gedrukt materiaal waarop het embleem van de maatschappij is gedrukt, alsook het gebruikelijke reclamemateriaal, dat gratis door die aangewezen luchtvaartmaatschappij wordt verspreid.

  • 2 De bij dit artikel verleende vrijstellingen zijn van toepassing op de in het eerste lid van dit artikel genoemde artikelen:

    • a) die worden ingevoerd in het grondgebied van de ene Overeenkomstsluitende Partij door of namens de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij;

    • b) die aan boord worden gehouden van een luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij bij aankomst op of vertrek uit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij;

    • c) die aan boord worden genomen van een luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en die bestemd zijn voor gebruik bij de exploitatie van de overeengekomen diensten;

    ongeacht of zodanige artikelen geheel worden gebruikt of verbruikt binnen het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de vrijstelling verleent, mits zodanige artikelen niet worden vervreemd binnen het grondgebied van genoemde Overeenkomstsluitende Partij.

    Deze bepaling mag niet zodanig worden uitgelegd dat aan een Overeenkomstsluitende Partij de verplichting kan worden opgelegd douanerechten terug te betalen die reeds op de bovenbedoelde materialen zijn geheven.

  • 3 De gewone boorduitrustingsstukken, alsmede de materialen en voorraden die normaal aan boord worden gehouden van een luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van een der beide Overeenkomstsluitende Partijen mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met goedkeuring van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. In zulk een geval kunnen deze onder toezicht van bovengenoemde autoriteiten worden geplaatst, totdat zij wederom worden uitgevoerd of tot er, met inachtneming van de douanevoorschriften op andere wijze over is beschikt.

Artikel XIV

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht van vrije overmaking van tijdens het normale verloop van haar exploitatie door elk verkregen gelden. Deze overmakingen geschieden op basis van de geldende wisselkoersen voor lopende betalingen en zijn uitsluitend onderworpen aan de onderscheiden deviezenbepalingen die voor alle landen in soortgelijke omstandigheden gelden. Voor de overmaking van gelden worden geen kosten in rekening gebracht, behalve die welke gewoonlijk door de banken voor dergelijke transacties worden geïnd.

Artikel XV

Inkomsten of winsten uit de exploitatie van luchtvaartuigen in het internationale luchtverkeer verkregen door een aangewezen luchtvaartmaatschappij die wat de inkomstenbelasting betreft als inwoner van het grondgebied van de ene Overeenkomstsluitende Partij wordt aangemerkt, zijn vrijgesteld van enigerlei inkomstenbelasting en van alle andere belastingen op winsten, die door de Regering van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden geheven.

Artikel XVI

Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft het recht op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partijen rechtstreeks luchtvervoer te verkopen of naar goeddunken zulks te doen door tussenkomst van vertegenwoordigers. Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft het recht luchtvervoer te verkopen in de valuta van dat grondgebied of naar goeddunken in vrij inwisselbare valuta's van andere landen en het staat een ieder vrij dit luchtvervoer te kopen in door die luchtvaartmaatschappij voor de verkoop aanvaarde valuta's.

Artikel XVII

  • 1 Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen van de ene Overeenkomstsluitende Partij toegestaan op basis van wederkerigheid op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vertegenwoordigers en commercieel, operationeel en technisch personeel in dienst te hebben, zoals vereist in verband met de exploitatie van overeengekomen diensten.

  • 2 Aan deze behoefte aan personeel kan naar goeddunken van de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen worden voldaan door eigen personeel, dan wel door gebruik te maken van de diensten van een andere organisatie, maatschappij of luchtvaartmaatschappij die op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij haar bedrijf uitoefent en gemachtigd is deze diensten op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij te verrichten.

  • 3 De vertegenwoordigers en het personeel zijn onderworpen aan de van kracht zijnde wetten en voorschriften van de andere Overeenkomstsluitende Partij en elke Overeenkomstsluitende Partij verleent overeenkomstig zodanige wetten en voorschriften, op basis van wederkerigheid en zo spoedig mogelijk de benodigde werkvergunningen, bezoekersvisa of andere soortgelijke documenten aan de vertegenwoordigers en het personeel bedoeld in het eerste lid van dit artikel.

  • 4 Beide Overeenkomstsluitende Partijen doen afstand van het vereiste van werkvergunningen of bezoekersvisa of andere soortgelijke documenten voor personeel dat bepaalde tijdelijke diensten en werkzaamheden verricht, behalve in bijzondere door de desbetreffende nationale autoriteiten te bepalen omstandigheden. Indien deze vergunningen, visa of documenten vereist zijn, dan dienen deze onmiddellijk gratis te worden afgegeven, zodat de binnenkomst in de Staat van het desbetreffende personeel geen vertraging ondervindt.

Artikel XVIII

De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij verstrekken de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op verzoek de periodieke of andere statistische gegevens die redelijkerwijze nodig zijn om de exploitatie van de overeengekomen diensten te toetsen, of geven de aangewezen luchtvaartmaatschappijen opdracht deze gegevens op verzoek aan bovengenoemde luchtvaartautoriteiten te verstrekken.

Artikel XIX

  • 1 In een geest van nauwe samenwerking plegen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen van tijd tot tijd overleg ten einde de uitvoering en de bevredigende naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst en de Bijlage te verzekeren.

  • 2 Zulk overleg vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van een desbetreffend verzoek, tenzij anderszins door de Overeenkomstsluitende Partijen is overeengekomen.

Artikel XX

  • 1 Het bepaalde in de artikelen VII, VIII, IX, XI, XIII, XIV, XV, XVII, XVIII en XIX van deze Overeenkomst is eveneens van toepassing op chartervluchten die worden geëxploiteerd door een vervoerder van de ene Overeenkomstsluitende Partij naar of uit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, alsook op de vervoerder die dergelijke vluchten exploiteert.

  • 2 Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is niet van invloed op nationale wetten of voorschriften betreffende het recht van vervoerders chartervluchten te exploiteren of op de bedrijfsvoering van vervoerders of andere partijen die betrokken zijn bij de organisatie van de exploitatie.

Artikel XXI

  • 1 Indien een van beide Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht enige bepaling van deze Overeenkomst of de Bijlage te wijzigen, kan zij de andere Overeenkomstsluitende Partij om overleg verzoeken. Dit overleg, dat zowel mondeling als schriftelijk kan worden gepleegd, kan plaatsvinden tussen de luchtvaartautoriteiten, en vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen te rekenen van de datum van het verzoek.

  • 2 Wijzigingen in de Overeenkomst overeengekomen ingevolge een zodanig overleg worden van kracht op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen hiervoor constitutioneel vereiste formaliteiten is voldaan.

  • 3 Een wijziging in de Bijlage overeengekomen ingevolge een zodanig overleg wordt van kracht wanneer deze is bevestigd door middel van een diplomatieke-notawisseling.

Artikel XXII

  • 1 Indien tussen de Overeenkomstsluitende Staten een geschil mocht ontstaan omtrent de uitlegging of toepassing van de Overeenkomst trachten de Overeenkomstsluitende Partijen in de eerste plaats dit geschil te regelen door onderling overleg.

  • 2 Indien de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen door middel van overleg een regeling te treffen, kunnen zij overeenkomen het geschil ter beslissing voor te leggen aan een persoon of instantie, dan wel kan elk van beide Overeenkomstsluitende Partijen het geschil ter beslissing voorleggen aan een scheidsgerecht bestaande uit drie scheidsmannen, van wie er een door elk der Overeenkomstsluitende Partijen wordt aangewezen en de derde door de twee scheidsmannen wordt benoemd. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen wijst binnen zestig (60) dagen na het tijdstip waarop zij van de andere Overeenkomstsluitende Partij langs diplomatieke weg een kennisgeving heeft ontvangen, waarin om voorlegging van het geschil wordt verzocht, een scheidsman aan, en de derde scheidsman wordt binnen het daaraan aansluitende tijdvak van eveneens zestig (60) dagen benoemd. Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen nalaat binnen het aangegeven tijdvak een scheidsman aan te wijzen, of indien de derde scheidsman niet binnen het aangegeven tijdvak wordt benoemd, kan door elk der Overeenkomstsluitende Partijen een verzoek worden gericht tot de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie om een scheidsman of eventueel scheidsmannen te benoemen. In alle gevallen dient hij op te treden als President van het Scheidsgerecht en de plaats te bepalen waar het geschil aan het scheidsgerecht zal worden voorgelegd.

  • 3 De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich iedere ingevolge het tweede lid van dit artikel genomen beslissing na te komen.

  • 4 De kosten voor het Scheidsgerecht zullen gelijkelijk door de Overeenkomstsluitende Partijen worden gedragen.

  • 5 Indien en gedurende de tijd dat een der beide Overeenkomstsluitende Partijen een krachtens het eerste lid van dit artikel genomen beslissing niet nakomt, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij elk recht of voorrecht beperken, intrekken of herroepen dat zij ingevolge deze Overeenkomst aan de in gebreke zijnde Overeenkomstsluitende Partij of aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft verleend.

Artikel XXIII

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk, langs diplomatieke weg mededeling doen van haar besluit deze Overeenkomst te beëindigen; deze mededeling wordt tegelijkertijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. De Overeenkomst eindigt één (1) jaar na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de mededeling van opzegging in onderling overleg vóór het einde van dit tijdvak wordt ingetrokken. Indien de andere Overeenkomstsluitende Partij nalaat de ontvangst te bevestigen, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel XXIV

Deze Overeenkomst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel XXV

Als een algemeen multilateraal luchtvaartverdrag in werking treedt voor beide Overeenkomstsluitende Partijen, prevaleren de bepalingen van een zodanig verdrag.

Er kan overleg worden gepleegd overeenkomstig artikel XIX van deze Overeenkomst ten einde vast te stellen in welke mate de bepalingen van het multilaterale verdrag van invloed zijn op deze Overeenkomst.

Artikel XXVI

  • 1 De Overeenkomst treedt in werking op de datum die wordt bepaald in een diplomatieke-notawisseling, waarin wordt verklaard dat de door de nationale wetgeving van elke Overeenkomstsluitende Partij vereiste formaliteiten zijn vervuld.

  • 2 Wat het Koninkrijk de Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op het Rijk in Europa.

  • 3 Bij haar inwerkingtreding treedt deze Overeenkomst, wat de luchtvervoersdiensten tussen Nederland en Canada betreft, in de plaats van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada inzake luchtvervoer, gedaan te Ottawa op 17 juni 1974.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Ottawa de 2 juni 1989, in tweevoud in de Engelse, de Franse en de Nederlandse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek.

(w.g.) J. BREMAN

(w.g.) N. SMIT-KROES

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) BENOIT BOUCHARD

Voor de Regering van Canada

Bijlage ROUTETABEL

  • A. Nederland

    Routes te exploiteren door een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen aangewezen door de Regering van Nederland:

    • 1. Nederland - Montreal - New York (NY)* - door Nederland te noemen punten in de Verenigde Staten** en Mexico City*** en vice versa

      • * uitsluitend voor vrachtvervoer,

      • ** vijfde-vrijheidsrechten uitsluitend beschikbaar op de diensten tussen Montreal en Houston en tussen Montreal en Orlando,

      • *** vijfde-vrijheidsrechten niet beschikbaar op de diensten tussen Montreal en Mexico City, tenzij anders overeengekomen.

    • 2. Nederland - Montreal en/of Toronto en/of Halifax en/of Ottawa en vice versa.

    • 3. Nederland - Calgary en/of Vancouver en vice versa.

  • B. Canada

    Routes te exploiteren door een luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen aangewezen door de Regering van Canada:

    • 1. Canada - door Canada te noemen tussenliggende punten - Amsterdam en twee andere door Canada te noemen punten in Nederland - door Canada te noemen punten voorbij Nederland in Europa, Afrika ten noorden van de Sahara, het Nabije Oosten en het Midden-Oosten, Azië en verder gelegen punten, en verder naar Canada en vice versa.

      Opmerking 1:

      De genoemde punten kunnen om het half jaar worden gewijzigd, met inachtneming van een termijn van 60 dagen, door middel van een kennisgeving aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

      Opmerking 2:

      Aansluiting van de ene dienst van een aangewezen luchtvaartmaatschappij op de andere dienst van die luchtvaartmaatschappij in Nederland en in Canada is toegestaan, mits de passagier/vracht op doortocht blijft.

      Opmerking 3:

      Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij kan naar keuze op elke vlucht of alle vluchten geregelde vluchten exploiteren in een van beide of beide richtingen, verschillende vluchtnummers binnen één vluchtuitvoering combineren, punten op de routes aandoen in elke willekeurige combinatie of volgorde, zonder een beperking wat richting of geografische ligging betreft, enigerlei punt of punten niet aandoen, zonder het recht te verliezen vervoer op te nemen, af te zetten of te verrichten, mits elke vlucht begint of eindigt op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst.

      Opmerking 4:

      Geen van beide Overeenkomstsluitende Partijen oefent het recht uit ingevolge het bepaalde in artikel IV van de Overeenkomst meer dan twee luchtvaartmaatschappijen aan te wijzen, zonder de voorafgaande toestemming van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

      Opmerking 5:

      Indien uit hoofde van artikel IV van deze Overeenkomst een tweede Canadese luchtvaartmaatschappij wordt aangewezen, zijn de vijfde-vrijheidsrechten die beschikbaar zijn voor de tweede aangewezen luchtvaartmaatschappij beperkt tot twee door Canada te noemen punten. Eenmaal gekozen kunnen bedoelde punten slechts met instemming van de luchtvaartautoriteiten van Nederland worden gewijzigd.

      Opmerking 6:

      Indien uit hoofde van artikel IV van deze Overeenkomst door Nederland een tweede luchtvaartmaatschappij wordt aangewezen, exploiteert de tweede aangewezen luchtvaartmaatschappij slechts de dienst naar/van twee van de punten in Canada genoemd in Routetabel A hierboven.