Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen, Brussel, 23-07-1990

Geldend van 01-01-2015 t/m heden

Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen

Authentiek : NL

Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen

De Hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Geleid door de wens uitvoering te geven aan artikel 220 van het Verdrag, krachtens hetwelk zij zich ertoe hebben verbonden met elkaar in onderhandeling te treden ter verzekering, voor hun onderdanen, van de afschaffing van dubbele belasting,

Gezien het belang, gelegen in de afschaffing van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen,

Hebben besloten het onderhavige verdrag te sluiten, en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

Zijne Majesteit de Koning der Belgen:

Philippe de Schoutheete te Tervarent,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken:

Niels Helveg Petersen,

Minister van Economische Zaken;

de President van de Bondsrepubliek Duitsland:

Theo Waigel,

Minister van Financiën;

Jürgen Trumpf,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

de President van de Helleense Republiek:

Ioannis Palaiokrassas,

Minister van Financiën;

Zijne Majesteit de Koning van Spanje:

Carlos Solchaga Catalán,

Minister van Economische Zaken en Financiën;

de President van de Franse Republiek:

Jean Vidal,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

de President van Ierland:

Albert Reynolds,

Minister van Financiën;

de President van de Italiaanse Republiek:

Stefano de Luca,

Staatssecretaris van Financiën;

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg:

Jean-Claude Juncker,

Minister van Begroting, Minister van Financiën,

Minister van Arbeid;

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

P. C. Nieman,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

de President van de Portugese Republiek:

Miguel Beleza,

Minister van Financiën;

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

David H. A. Hannay KCMG,

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur;

Die, in het kader van de Raad bijeen, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,

Overeenstemming hebben bereikt omtrent de volgende bepalingen:

HOOFDSTUK I. TOEPASSINGSGEBIED VAN HET VERDRAG

Artikel 1

  • 1 Dit Verdrag is van toepassing indien om fiscale redenen winst die is opgenomen in de winst van een onderneming van een verdragsluitende Staat, ook wordt of vermoedelijk zal worden opgenomen in de winst van een onderneming van een andere Verdragsluitende Staat op grond van het feit dat de beginselen van artikel 4, die, hetzij rechtstreeks, hetzij in de overeenkomstige bepalingen van de wetgeving van de betrokken Staat, worden toegepast, niet in acht zijn genomen.

  • 2 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt een vaste inrichting van een onderneming van een Verdragsluitende Staat die gelegen is in een andere Verdragsluitende Staat, geacht een onderneming te zijn van de Staat waarin zij is gelegen.

  • 3 Lid 1 is ook van toepassing, indien een der betrokken ondernemingen verliezen heeft geleden en geen winst heeft gemaakt.

Artikel 2

  • 1 Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen.

  • 2 De bestaande belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, zijn met name:

    • i. in België:

      • a. impôt des personnes physiques/personenbelasting

      • b. impôt des sociétés/vennootschapsbelasting

      • c. impôt des personnes morales/rechtspersonenbelasting

      • d. impôt des non-résidents/belasting der niet-verblijfhouders

      • e. taxe communale et la taxe d'agglomération additionnelles à l'impôt des personnes physiques/aanvullende gemeentebelasting en agglomeratiebelasting op de personenbelasting

    • ii. in Bulgarije:

      • a. данък върху доходите на физическите лица

      • b. корпоративен данък

    • iii. in Tsjechië:

      • a. daň z přijmů fyzických osob

      • b. daň z přijmů právnických osob

    • iv. in Denemarken:

      • a. indkomstskat til staten

      • b. den kommunale indkomstskat

      • c. den amtskommunale indkomstskat

    • v. in Duitsland:

      • a. Einkommensteuer

      • b. Körperschaftsteuer

      • c. Gewerbesteuer, voor zover deze belasting naar de ondernemingswinst wordt berekend

    • vi. in Estland:

      • a. tulumaks

    • vii. in Ierland:

      • a. Cáin Ioncaim

      • b. Cáin Chorparáide

    • viii. in Griekenland:

      • a. φόρος εισοδήματος φυσικών προσώπων

      • b. φόρος εισοδήματος νομικών προσώπων

      • c. εισφορά υπέρ των επιχειρήσεων ύδρευσης και αποχέτευσης

    • ix. in Spanje:

      • a. Impuesto sobre la Renta de las Personas Físicas

      • b. Impuesto sobre Sociedades

      • c. Impuesto sobre la Renta de no Residentes

    • x. in Frankrijk:

      • a. impôt sur le revenu

      • b. impôt sur les sociétés

    • xi. in Kroatië:

      • a. porez na dohodak

      • b. porez na dobit

    • xii. in Italië:

      • a. imposta sul reddito delle persone fisiche

      • b. imposta sul reddito delle società

      • c. imposta regionale sulle attività produttive

    • xiii. in Cyprus:

      • a. Φόρος Εισοδήματος

      • b. Έκτακτη Εισφορά για την Άμυνα της yημοκρατίας

    • xiv. in Letland:

      • a. uzħēmumu ienākuma nodoklis

      • b. iedzīvotāju ienākuma nodoklis

    • xv. in Litouwen:

      • a. Gyventojų pajamų mokestis

      • b. Pelno mokestis

    • xvi. in Luxemburg:

      • a. impôt sur le revenu des personnes physiques

      • b. impôt sur le revenu des collectivités

      • c. impôt commercial, voor zover deze belasting naar de ondernemingswinst wordt berekend

    • xvii. in Hongarije:

      • a. személyi jövedelemadó

      • b. társasági adó

      • c. osztalékadó

    • xviii. in Malta:

      • a. taxxa fuq l-income

    • xix. in Nederland:

      • a. inkomstenbelasting

      • b. vennootschapsbelasting

    • xx. in Oostenrijk:

      • a. Einkommensteuer

      • b. Körperschaftsteuer

    • xxi. in Polen:

      • a. podatek dochodowy od osób fizycznych

      • b. podatek dochodowy od osób prawnych

    • xxii. in Portugal:

      • a. imposto sobre o rendimento das pessoas singulares

      • b. imposto sobre o rendimento das pessoas coletivas

      • c. derrama para os municípios sobre o imposto sobre o rendimento das pessoas coletivas

    • xxiii. in Roemenië:

      • a. impozitul pe venit

      • b. impozitul pe profit

      • c. impozitul pe veniturile obținute din România de nerezidenți

    • xxiv. in Slovenië:

      • a. dohodnina

      • b. davek od dobička pravnih oseb

    • xxv. in Slowakije:

      • a. daň z príjmov právnických osôb

      • b. daň z príjmov fyzických osôb

    • xxvi. in Finland:

      • a. valtion tuloverot/de statliga inkomstskatterna

      • b. yhteisöjen tulovero/inkomstskatten för samfund

      • c. kunnallisvero/kommunalskatten

      • d. kirkollisvero/kyrkoskatten

      • e. korkotulon lähdevero/källskatten på ränteinkomst

      • f. rajoitetusti verovelvollisen lähdevero/källskatten för begränsat skattskyldig

    • xxvii. in Zweden:

      • a. statlig inkomstskatt

      • b. kupongskatt

      • c. kommunal inkomstskatt

    • xxviii. in het Verenigd Koninkrijk:

      • a. Income Tax

      • b. Corporation Tax.

  • 3 Dit Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van dit verdrag naast of in plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten delen elkaar alle wijzigingen mee die in hun onderscheiden nationale wetgevingen zijn aangebracht.

HOOFDSTUK II. ALGEMENE BEPALINGEN

DEEL 1. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 3

  • 1 In dit Verdrag betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:

    • in België:

      • De minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

      • Le ministre des Finances of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Bulgarije:

      Министъра на финансите of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Tsjechië:

      Ministr financí of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Denemarken:

      Skatteministeren of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Duitsland:

      Der Bundesminister der Finanzen of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Estland:

      Rahandusminister of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Ierland:

      The Revenue Commissioners of hun bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Griekenland:

      Ο Υπουργός των Οικονομικών of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Spanje:

      El ministro de Economía y Hacienda of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Frankrijk:

      Le ministre chargé du budget of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Kroatië:

      Ministar financija of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Italië:

      Il Capo del Dipartimento per le Politiche Fiscali of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Cyprus:

      Ο Υπουργός Οικονομικών of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Letland:

      Valsts ieņēmumu dienests,

    • in Litouwen:

      Finansų ministras of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Luxemburg:

      Le ministre des Finances of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Hongarije:

      a pénzügyminiszter of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Malta:

      il-Ministru responsabbli għall-finanzi of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Nederland:

      De minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Oostenrijk:

      Der Bundesminister für Finanzen of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Polen:

      Minister Finansów of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Portugal:

      O Ministro das Finanças of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Roemenië:

      Președintele Agenției Naționale de Administrare Fiscală of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Slovenië:

      Minister za finance of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Slowakije:

      Minister financií of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Finland:

      • Valtiovarainministeriö of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

      • Finansministeriet of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in Zweden:

      Finansministern of zijn bevoegde vertegenwoordiger,

    • in het Verenigd Koninkrijk:

      The Commissioners of Inland Revenue of hun bevoegde vertegenwoordiger.

  • 2 Iedere uitdrukking die in dit Verdrag niet nader is omschreven, heeft, tenzij het zinsverband anders vereist, de betekenis welke zij heeft in het kader van het verdrag tot het vermijden van dubbele belasting dat tussen de betrokken Staten is gesloten.

DEEL 2. BEGINSELEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE WINSTCORRECTIES TUSSEN VERBONDEN ONDERNEMINGEN EN OP DE TOEREKENING VAN WINST AAN EEN VASTE INRICHTING

Artikel 4

De volgende beginselen dienen in acht te worden genomen bij de toepassing van dit Verdrag:

  • 1. Indien:

    • a. een onderneming van een Verdragsluitende Staat onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op, dan wel in het kapitaal van een onderneming van een andere Verdragsluitende Staat, of

    • b. dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een Verdragsluitende Staat en een onderneming van een andere Verdragsluitende Staat,

    en, in het ene of in het andere geval, tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen voorwaarden worden overeengekomen of opgelegd, die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mag winst die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald, maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de winst van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.

  • 2. Indien een onderneming van een Verdragsluitende Staat in een andere Verdragsluitende Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, wordt in elk van de Staten aan die vaste inrichting de winst toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen, indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is.

Artikel 5

Indien een Verdragsluitende Staat het voornemen heeft de winst van een onderneming te corrigeren conform de beginselen van artikel 4, stelt hij de onderneming tijdig in kennis van zijn voornemen en geeft hij haar de gelegenheid de andere onderneming in te lichten, zodat deze de andere Verdragsluitende Staat op haar beurt kan inlichten.

De Verdragsluitende Staat die dergelijke inlichtingen verstrekt, mag niet worden verhinderd de beoogde correctie uit te voeren.

Indien beide ondernemingen en de andere Verdragsluitende Staat na die kennisgeving de correctie aanvaarden, zijn de artikelen 6 en 7 niet van toepassing.

DEEL 3. REGELING VOOR ONDERLING OVERLEG EN ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 6

  • 1 Indien een onderneming van oordeel is dat in een zaak waarop dit Verdrag van toepassing is, de beginselen van artikel 4 niet in acht zijn genomen, kan zij, onverminderd de in de wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Staten geldende rechtsmiddelen, haar zaak voorleggen aan de bevoegde autoriteit van de Verdragsluitende Staat waarvan zij inwoner is of waarin haar vaste inrichting is gelegen. De zaak moet worden voorgelegd binnen 3 jaar na de eerste kennisgeving van de maatregel waarvan dubbele belasting in de zin van artikel 1 het gevolg is of kan zijn.

    De onderneming licht terzelfder tijd de bevoegde autoriteit in van de andere Verdragsluitende Staten die eventueel bij de zaak betrokken zijn. De bevoegde autoriteit licht vervolgens onverwijld de bevoegde autoriteiten van die andere Verdragsluitende Staten in.

  • 2 De bevoegde autoriteit tracht, indien het bezwaar haar gegrond voorkomt en indien zij niet zelf in staat is tot een bevredigende oplossing te komen, de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming met de bevoegde autoriteit van iedere andere betrokken Verdragsluitende Staat te regelen, ten einde dubbele belasting te voorkomen op basis van de in artikel 4 vermelde beginselen. De overeengekomen regeling wordt uitgevoerd ongeacht de termijnen in de nationale wetgeving van de betrokken Verdragsluitende Staten.

Artikel 7

  • 1 Indien de betrokken bevoegde autoriteiten er binnen twee jaar gerekend vanaf de vroegste datum waarop de zaak aan een der bevoegde autoriteiten is voorgelegd overeenkomstig artikel 6, lid 1, niet in slagen tot een regeling te komen waardoor een einde wordt gemaakt aan dubbele belasting, richten zij een raadgevende commissie op die advies moet uitbrengen over de wijze waarop de dubbele belasting in kwestie moet worden afgeschaft.

    De ondernemingen kunnen de nationale rechtsmiddelen van de betrokken Verdragsluitende Staten aanwenden. Wanneer de zaak evenwel aan een rechtbank is voorgelegd, gaat de in de eerste alinea bedoelde termijn van twee jaar in op de datum waarop de beslissing in hoogste instantie volgens de nationale wetgeving definitief is geworden.

  • 2 Het feit dat de zaak aan de raadgevende commissie is voorgelegd vormt geen beletsel voor een Verdragsluitende Staat om voor diezelfde zaak rechtsvervolging of procedures met het oog op de toepassing van administratieve sancties in te stellen of voort te zetten.

  • 3 Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Staat de bevoegde autoriteiten niet de mogelijkheid laat van de beslissing van een rechterlijke instantie af te wijken, geldt lid 1 slechts indien de verbonden onderneming van die Staat de termijn voor het instellen van beroep heeft laten verstrijken, dan wel indien een zodanig beroep is ingetrokken voordat er een uitspraak is gedaan. Deze bepaling is niet van invloed op het beroep, voor zover dat betrekking heeft op andere elementen dan die welke in artikel 6 zijn bedoeld.

  • 4 De bevoegde autoriteiten kunnen van de in lid 1 genoemde termijnen afwijken indien zij zulks overeenkomen en ook de betrokken verbonden ondernemingen daarmee instemmen.

  • 5 Indien en voor zover de leden 1 tot en met 4 niet worden toegepast, blijven de rechten van elk der verbonden ondernemingen, als bedoeld in artikel 6, onverlet.

Artikel 8

  • 1 De bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat is niet verplicht gebruik te maken van de regeling voor onderling overleg of de in artikel 7, lid 1, genoemde commissie op te richten wanneer in een gerechtelijke of administratieve procedure definitief wordt uitgesproken dat een van de betrokken ondernemingen, wegens handelingen die aanleiding geven tot winstcorrectie uit hoofde van artikel 4 ernstig strafbaar is.

  • 2 Wanneer tegelijk met een van de in de artikelen 6 en 7 bedoelde procedures een gerechtelijke of administratieve procedure aanhangig is over de vraag of een van de betrokken ondernemingen, wegens handelingen die aanleiding geven tot winstcorrectie uit hoofde van artikel 4, ernstig strafbaar is, kunnen de bevoegde autoriteiten de afwikkeling van eerstgenoemde procedures schorsen totdat de gerechtelijke of administratieve procedure is voltooid.

Artikel 9

  • 1 De in artikel 7, lid 1, genoemde raadgevende commissie bestaat behalve de Voorzitter uit:

    • - twee vertegenwoordigers van elke betrokken bevoegde autoriteit; dit aantal kan in onderling overleg tussen de bevoegde autoriteiten tot één worden beperkt;

    • - een even aantal onafhankelijke personen die aan de hand van de in lid 4 bedoelde lijst van personen in onderlinge overeenstemming of, bij gebreke van overeenstemming, door loting worden aangewezen door de betrokken bevoegde autoriteiten.

  • 2 Tegelijk met de onafhankelijke personen wordt in overeenstemming met de voor de aanwijzing van deze personen geldende bepalingen voor ieder van hen een plaatsvervanger aangewezen voor het geval dat de onafhankelijke personen verhinderd zijn hun functie uit te oefenen.

  • 3 In het geval van loting kan iedere onafhankelijke persoon door elk der bevoegde autoriteiten worden gewraakt in vooraf tussen de betrokken bevoegde autoriteiten overeengekomen omstandigheden, en voorts indien:

    • - deze persoon behoort tot een van de betrokken belastingdiensten of ten behoeve van een van deze diensten werkzaam is;

    • - deze persoon een belangrijke deelneming in een of in elke van de verbonden ondernemingen heeft of heeft gehad of er werknemer of adviseur van is of is geweest;

    • - deze persoon met het oog op de regeling van de te behandelen zaak of zaken onvoldoende garanties biedt voor de daarbij te betrachten objectiviteit.

  • 4 Er wordt een lijst van onafhankelijke personen opgesteld uit de door de Verdragsluitende Staten aangewezen onafhankelijke personen. Elke Verdragsluitende Staat wijst daartoe vijf personen aan en stelt de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen van die aanwijzing in kennis.

    Deze personen moeten onderdaan zijn van een Verdragsluitende Staat en hun woonplaats hebben op het gebied waar dit Verdrag van toepassing is. Zij moeten bekwaam en onafhankelijk zijn.

    De Verdragsluitende Staten mogen wijzigingen aanbrengen in de in de eerste alinea bedoelde lijst. Zij stellen de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen daarvan onverwijld in kennis.

  • 5 De vertegenwoordigers en onafhankelijke personen die zijn aangewezen overeenkomstig lid 1, wijzen aan de hand van de in lid 4 bedoelde lijst een voorzitter aan, onverminderd het recht van elke betrokken bevoegde autoriteit om de aldus gekozen persoon te wraken in een van de in lid 3 bedoelde situaties.

    De Voorzitter moet voldoen aan de vereisten om in zijn land de hoogste rechterlijke ambten te bekleden of moet bekend staan als een kundig rechtsgeleerde.

  • 6 De leden van de raadgevende commissie zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hun uit hoofde van de procedure ter kennis komt. De Verdragsluitende Staten stellen passende bepalingen vast om elke inbreuk op de geheimhoudingsplicht tegen te gaan. Zij delen de Commissie van de Europese Gemeenschappen onverwijld mee welke bepalingen zij hebben vastgesteld. De Commissie stelt de overige Verdragsluitende Staten daarvan in kennis.

  • 7 De Verdragsluitende Staten doen het nodige opdat de raadgevende commissie, nadat de zaak haar is voorgelegd, onverwijld kan bijeenkomen.

Artikel 10

  • 1 Ten behoeve van de in artikel 7 bedoelde procedure kunnen de betrokken verbonden ondernemingen aan de raadgevende commissie alle inlichtingen, bewijsmiddelen en stukken verschaffen die naar hun mening dienstig kunnen zijn om tot een beslissing te komen. De ondernemingen en de bevoegde autoriteiten van de betrokken Verdragsluitende Staten dienen te voldoen aan elk verzoek van de commissie om inlichtingen, bewijsmiddelen of stukken. Dit legt de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staat evenwel geen verplichting op om:

    • a. administratieve maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of de administratieve praktijk van die of van de andere Verdragsluitende Staat;

    • b. inlichtingen te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in de normale gang van zaken in de administratie van die of van de andere Verdragsluitende Staat;

    • c. inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids-, of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde.

  • 2 Elk van de verbonden ondernemingen kan op eigen verzoek door de raadgevende commissie worden gehoord of zich daar laten vertegenwoordigen. Indien de commissie zulks verlangt, is elk der verbonden ondernemingen gehouden voor haar te verschijnen of zich er te laten vertegenwoordigen.

Artikel 11

  • 1 De in artikel 7 bedoelde raadgevende commissie brengt binnen zes maanden nadat zij hierom werd verzocht, advies uit.

    De commissie dient haar advies te baseren op de bepalingen van artikel 4.

  • 2 De commissie stelt haar advies vast met gewone meerderheid van haar leden. De betrokken bevoegde autoriteiten kunnen aanvullende procedureregels overeenkomen.

  • 3 De kosten van de commissieprocedure worden, voor zover het niet de door de verbonden ondernemingen gemaakte kosten betreft, gelijkelijk over de betrokken Verdragsluitende Staten verdeeld.

Artikel 12

  • 1 De bij de in artikel 7 bedoelde procedure betrokken bevoegde autoriteiten nemen in onderlinge overeenstemming en op basis van de bepalingen van artikel 4, een besluit tot afschaffing van de dubbele belasting binnen een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de commissie haar advies heeft uitgebracht.

    De bevoegde autoriteiten kunnen een van het advies van de commissie afwijkend besluit nemen. Indien zij op dit punt niet tot overeenstemming kunnen komen, zijn zij verplicht zich aan het advies van de commissie te houden.

  • 2 De bevoegde autoriteiten kunnen overeenkomen het in lid 1 bedoelde besluit te publiceren indien de betrokken ondernemingen hiermee instemmen.

Artikel 13

Het definitieve karakter van de beslissingen die de betrokken Verdragsluitende Staten nemen met betrekking tot de belastingheffing van winsten die voortvloeien uit een transactie tussen verbonden ondernemingen, vormt geen beletsel om de in de artikelen 6 en 7 bedoelde procedure toe te passen.

Artikel 14

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt dubbele belastingheffing op winst geacht te zijn afgeschaft, indien ofwel:

  • a. de winst is opgenomen in de fiscale winstberekening in slechts één Staat; of

  • b. de op deze winst te heffen belasting in één Staat wordt verminderd met een bedrag dat gelijk is aan de op deze winst in de andere Staat geheven belasting.

HOOFDSTUK III. SLOTBEPALINGEN

Artikel 15

Dit Verdrag laat onverlet verdergaande verplichtingen met betrekking tot het afschaffen van dubbele belasting in geval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen, voortvloeiend uit andere verdragen waarbij de Verdragsluitende Staten partij zijn of zullen zijn of uit de nationale wetgeving van die Staten.

Artikel 16

  • 2 Dit Verdrag is niet van toepassing op

    • - de Franse gebieden, genoemd in bijlage IV van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap;

    • - de Faeröer-eilanden en Groenland.

Artikel 17

Dit Verdrag wordt door de Verdragsluitende Staten bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen.

Artikel 18

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de ondertekenende Staat die deze handeling als laatste verricht. Het Verdrag is van toepassing op de procedures bedoeld in artikel 6, lid 1, die na de inwerkingtreding zijn ingeleid.

Artikel 19

De Secretaris-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen stelt de ondertekenende Staten in kennis van:

  • a. het nederleggen van iedere akte van bekrachtiging;

  • b. de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag;

  • c. de in artikel 9, lid 4, bedoelde lijst van door de Verdragsluitende Staten aangewezen onafhankelijke personen, alsmede de wijzigingen daarin.

Artikel 20

Dit Verdrag wordt voor vijf jaar gesloten. Het wordt met telkens vijf jaar verlengd, mits geen van de verdragsluitende staten uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de lopende periode daartegen schriftelijk bezwaar maakt bij de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie.

Artikel 21

Iedere Verdragsluitende Staat kan te allen tijde verzoeken om herziening van dit Verdrag. In dat geval roept de Voorzitter van de Raad der Europese Gemeenschappen een conferentie voor de herziening bijeen.

Artikel 22

Dit Verdrag, opgesteld in één exemplaar in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde de tien teksten gelijkelijk authentiek, wordt nedergelegd in het archief van het Secretariaat-Generaal van de Raad der Europese Gemeenschappen. De Secretaris-Generaal zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elke ondertekenende Staat.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit Verdrag hebben gesteld.

GEDAAN te Brussel, de drieëntwintigste juli negentienhonderd negentig.

Slotakte

De gevolmachtigden van de Hoge Verdragsluitende Partijen,

bijeen te Brussel, op drieëntwintig juli negentienhonderd negentig, voor de ondertekening van het Verdrag ter afschaffing van dubbele belasting ingeval van winstcorrecties tussen verbonden ondernemingen,

hebben, bij de ondertekening van voornoemd Verdrag:

  • a. de volgende aan deze slotakte gehechte gemeenschappelijke verklaringen goedgekeurd:

    • - verklaring met betrekking tot artikel 4, punt 1,

    • - verklaring met betrekking tot artikel 9, lid 6,

    • - verklaring met betrekking tot artikel 13;

  • b. akte genomen van de volgende aan deze slotakte gehechte eenzijdige verklaringen:

    • - verklaring van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot artikel 7,

    • - individuele verklaringen van de verdragsluitende Staten met betrekking tot artikel 8,

    • - verklaring van de Bondsrepubliek Duitsland met betrekking tot artikel 16.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden hun handtekening onder deze slotakte hebben gezet.

GEDAAN te Brussel, de drieëntwintigste juli negentienhonderd negentig.

Gemeenschappelijke Verklaringen

Verklaring met betrekking tot artikel 4, punt 1

Artikel 4, punt 1, heeft zowel betrekking op het geval waarin een transactie rechtstreeks tussen twee juridisch onderscheiden ondernemingen tot stand komt, als op het geval waarin een transactie tot stand komt tussen de ene onderneming en de in een derde Verdragsluitende Staat gelegen vaste inrichting van de andere onderneming.

Verklaring met betrekking tot artikel 9, lid 6

De Lid-Staten behouden de volledige vrijheid ten aanzien van de aard en de draagwijdte van de passende bepalingen die zij vaststellen om inbreuken op de geheimhoudingsplicht tegen te gaan.

Verklaring met betrekking tot artikel 13

Wanneer in een of meer betrokken Verdragsluitende Staten de beslissingen betreffende belastingen waarop de procedures van de artikelen 6 en 7 van toepassing zijn, na afsluiting van de procedure van artikel 6 of na de in artikel 12 bedoelde beslissing zijn gewijzigd, en daaruit dubbele belasting in de zin van artikel 1 voortvloeit, mede gelet op de toepassing van het resultaat van deze procedure of beslissing, zijn de artikelen 6 en 7 van toepassing.

Eenzijdige Verklaringen

Verklaring met betrekking tot artikel 7

Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk verklaren dat zij artikel 7, lid 3, zullen toepassen.

Individuele verklaringen van de Verdragsluitende Staten met betrekking tot artikel 8

België

Onder de uitdrukking „ernstig strafbaar” («pénalité grave») moet worden verstaan strafrechtelijke of administratieve sancties in geval van

  • -

    ofwel, misdrijven van gemeen recht die zijn gepleegd met het oog op belastingontduiking,

  • -

    ofwel, overtredingen van de bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen of van de ter uitvoering daarvan genomen besluiten die zijn begaan met bedrieglijke opzet of met het oogmerk om te schaden.”

Denemarken

Van „ernstig strafbaar” is sprake in geval van straffen wegens opzettelijke inbreuken op het gemene strafrecht of de lex specialis in gevallen die niet administratief kunnen worden afgedaan.

Inbreuken op de fiscale wetgeving kunnen in het algemeen administratief worden afgedaan wanneer de inbreuk geacht wordt niet te zullen leiden tot een straf die een boete te boven gaat.

Bondsrepubliek Duitsland

Als „ernstig strafbare” inbreuken op de fiscale voorschriften zijn te beschouwen alle inbreuken op de fiscale wetgeving waarop vrijheidsstraffen, geldstraffen of administratieve boetes zijn gesteld.

Griekenland

Volgens de Griekse belastingwetgeving is een onderneming „ernstig strafbaar”:

  • 1. Wanneer zij geen aangifte doet of onjuiste aangiften doet betreffende belastingen, heffingen of bijdragen die zij overeenkomstig de bestaande bepalingen verplicht is in te houden en aan de Schatkist af te dragen, dan wel betreffende de belasting over de toegevoegde waarde of de omzetbelasting of de speciale heffing op luxe-artikelen, voor zover het totale bedrag van genoemde belastingen, heffingen en bijdragen dat zij gehouden is aan te geven en af te dragen aan de Schatkist wegens transacties of andere handelingen die hebben plaatsgevonden binnen een tijdsbestek van een half kalenderjaar, meer is dan 600 000 drachmen, of meer is dan 1 000 000 drachmen voor een tijdsbestek van een heel kalenderjaar.

  • 2. Wanneer zij geen belastingaangifte doet van inkomsten, voor zover zij over het niet aangegeven inkomstenbedrag een belasting verschuldigd is van meer dan 300 000 drachmen.

  • 3. Wanneer zij geen belastingbescheiden zoals bedoeld in de belastingwetgeving, overlegt.

  • 4. Wanneer zij bescheiden in de zin van het voorgaande punt 3 overlegt die onjuistheden bevatten, wat betreft de hoeveelheid of de eenheidsprijs of de waarde, voor zover uit die onjuistheden een verschil voortvloeit van meer dan 10% van de totale hoeveelheid of de totale waarde van de goederen of de dienstverlening of de transactie in het algemeen.

  • 5. Wanneer zij onjuiste boeken en belastingstukken houdt, voor zover de onjuistheid wordt geconstateerd bij een normale controle waarvan de uitkomst bevestigd wordt, hetzij via een administratieve regeling van het geschil, hetzij ingevolge het verstrijken van de termijn om beroep aan te tekenen, hetzij met een definitieve uitspraak van de administratieve rechtbank, en voorzover er in de gecontroleerde bedrijfsperiode een verschil in de bruto-inkomsten van meer dan 20% blijkt te zijn ten opzichte van die welke zijn aangegeven, welk verschil in ieder geval niet minder dan 1 000 000 drachmen bedraagt.

  • 6. Wanneer zij niet aan de verplichting voldoet boeken en bescheiden als bedoeld in de betreffende bepalingen van de belastingwetgeving te houden.

  • 7. Wanneer zij, voor de verkoop van goederen of voor dienstverlening, valse, fictieve of vervalste facturen c.q. andere belastingbescheiden als bedoeld in bovenstaand punt 3, overlegt.

    Als vervalst wordt met name beschouwd het belastingstuk dat op een of andere manier is geperforeerd of gestempeld, terwijl deze handeling in de desbetreffende boeken van de bevoegde belastinginstantie niet geregistreerd is en voor zover het niet registreren bekend is aan degene die gehouden is het belastingstuk te verifiëren. Ook wordt een belastingstuk als vervalst beschouwd wanneer de inhoud en de overige gegevens van het origineel of de kopie daarvan, afwijken van hetgeen vermeld staat op het strookje van datzelfde stuk.

    Als fictief wordt met name het belastingstuk beschouwd dat verstrekt is voor een transactie, goederenverkeer of elke andere geheel of gedeeltelijk onbestaande reden, of voor een transactie die is verricht door andere personen dan die welke zijn vermeld in het belastingstuk.

  • 8. Wanneer zij willens en wetens handelt en op enigerlei wijze betrokken is bij de vervaardiging van valse belastingbescheiden of kennis draagt van het feit dat de bescheiden vals of fictief zijn, en op enigerlei wijze betrokken is bij het verstrekken daarvan, dan wel de valse of fictieve of vervalste belastingbescheiden aanvaardt met het doel een belastbare materie te verhelen.

Spanje

Onder „ernstige strafbare feiten” worden verstaan feiten waarop administratieve sancties zijn gesteld wegens ernstige fiscale inbreuken, alsmede strafrechtelijke sancties wegens delicten begaan jegens de belastingautoriteiten.

Frankrijk

Als „ernstig strafbaar” worden beschouwd feiten waarop strafrechtelijke sancties zijn gesteld, alsmede fiscale sancties zoals sancties wegens het niet-indienen van een aangifte na aanmaning, kwade trouw, frauduleuze handelingen, verzet tegen fiscale controle, verborgen bezoldigingen of uitkeringen, of rechtsmisbruik.

Ierland

„Ernstige strafbare feiten” omvatten feiten waarop sancties zijn gesteld wegens:

  • a. het niet-indienen van een aangifte,

  • b. het al dan niet opzettelijk indienen van een onjuiste aangifte,

  • c. het niet-bijhouden van een juiste boekhouding,

  • d. het weigeren stukken en bescheiden ter beschikking van de inspectie te stellen,

  • e. het beletten van personen die daartoe bij de wet zijn gemachtigd, om hun taak uit te oefenen,

  • f. het nalaten belastbare feiten aan te geven,

  • g. het afleggen van een valse verklaring om belastingaftrek te verkrijgen.

Per 3 juli 1990 waren deze feiten in de volgende wettelijke bepalingen strafbaar gesteld:

  • -

    deel XXXV van de Income Tax Act van 1967;

  • -

    afdeling 6 van de Finance Act van 1968;

  • -

    deel XIV van de Corporation Tax Act van 1976;

  • -

    afdeling 94 van de Finance Act van 1983.

Alle latere bepalingen die daarvoor in de plaats komen of daarin wijzigingen aanbrengen, behoren eveneens tot deze categorie.

Italië

Onder „ernstige strafbare feiten” worden verstaan onrechtmatige handelingen die in de zin van een nationale wet een fiscaal delict opleveren.

Luxemburg

Luxemburg beschouwt als „ernstige strafbare feiten” die feiten die de andere verdragsluitende Staat als zodanig voor de toepassing van artikel 8 heeft opgegeven.

Nederland

Onder een zware straf wordt verstaan een door de rechter opgelegde straf wegens het opzettelijk begaan van een van de in artikel 68, eerste lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen genoemde feiten.

Portugal

Onder de omschrijving „ernstig strafbaar” vallen strafrechtelijke sancties alsmede de overige fiscale straffen voor strafbare feiten die met fraude gepaard gaan of waarvoor een boete geldt van meer dan 1 000 000 (1 miljoen escudos).

Verenigd Koninkrijk

Voor het Verenigd Koninkrijk zijn feiten „ernstig strafbaar” als daarop strafrechtelijke of administratieve sancties zijn gesteld wegens het bedrieglijk of nalatig indienen met fiscale oogmerken van bescheiden, verzoeken tot vrijstelling, aftrek of terugbetaling, dan wel verklaringen.

Verklaring van de Bondsrepubliek Duitsland met betrekking tot artikel 16

De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland behoudt zich het recht voor om de bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging te verklaren dat het Verdrag ook van toepassing is op het Land Berlijn.