Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst betreffende de bouw en exploitatie van een Europese Synchrotronstralingsinstallatie, Parijs, 16-12-1988

Geldend van 09-07-2004 t/m heden

Overeenkomst betreffende de bouw en exploitatie van een Europese Synchrotronstralingsinstallatie

Authentiek : NL

Overeenkomst betreffende de bouw en exploitatie van een Europese Synchrotronstralingsinstallatie

  • - de Regering van het Koninkrijk België;

  • - de Regering van het Koninkrijk Denemarken;

  • - de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland;

  • - de Regering van de Republiek Finland;

  • - de Regering van de Franse Republiek;

  • - de Regering van de Italiaanse Republiek;

  • - de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • - de Regering van het Koninkrijk Noorwegen;

  • - de Regering van het Koninkrijk Spanje;

  • - de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;

  • - de Regering van het Koninkrijk Zweden;

  • - de Regering van de Zwitserse Bondsstaat,

hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen,

met dien verstande dat de Regeringen van het Koninkrijk Denemarken, van de Republiek Finland, van het Koninkrijk Noorwegen en van het Koninkrijk Zweden gezamenlijk optreden als één Overeenkomstsluitende Partij,

en met dien verstande dat de Regeringen van het Koninkrijk België en van het Koninkrijk der Nederlanden gezamenlijk optreden als één Overeenkomstsluitende Partij;

Verlangend de plaats van Europa in de wereld op het gebied van onderzoek verder te consolideren en de wetenschappelijke samenwerking te intensiveren tussen de verschillende disciplines en over de landsgrenzen heen;

Erkennend dat synchrotronstraling in de toekomst van grote betekenis zal zijn op verschillende gebieden en voor industriële toepassingen;

Hopend dat andere Europese landen zullen meewerken aan de activiteiten die zij voornemens zijn gezamenlijk te ondernemen in het kader van deze Overeenkomst;

Voortbouwend op de vruchtbare samenwerking tussen Europese wetenschappers in het kader van de European Science Foundation en op het voorbereidend werk dat is uitgevoerd onder haar auspiciën en ter uitvoering van het „Memorandum of Understanding” (principe-overeenkomst) ondertekend te Brussel op 10 december 1985 en gelet op het Protocol van 22 december 1987;

Hebbende besloten de bouw en de exploitatie te bevorderen van een Europese installatie voor synchrotronstraling waarin een zeer krachtige röntgen-stralenbron is ondergebracht bestemd om te worden gebruikt door hun wetenschappers;

zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Oprichting van de installatie

De bouw en exploitatie van de Europese Synchrotronstralingsinstallatie worden toevertrouwd aan een Burgerlijke Vennootschap, hierna te noemen „de Vennootschap” naar Frans recht, voor zover hiervan niet wordt afgeweken in de Overeenkomst en de daaraan gehechte Statuten. De Vennootschap verricht uitsluitend activiteiten van vredelievende aard. De toetredende leden van de Vennootschap, hierna te noemen „de Leden”, zijn rechtspersonen, en wel de geëigende instellingen die met dat doel aangewezen worden door elke Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 2. Benaming en maatschappelijke zetel

De Vennootschap draagt de benaming „Europese Synchrotronstralingsinstallatie” (European Synchrotron Radiation Facility), in het kort ESRF, en de maatschappelijke zetel is gevestigd te Grenoble.

Artikel 3. Organen

  • 1 De organen van de Vennootschap zijn de Raad en de Directeur-generaal.

  • 2 Vertegenwoordigers bij de Raad worden benoemd en van hun mandaat ontheven overeenkomstig een procedure die zal worden vastgelegd door elke betrokken Overeenkomstsluitende Partij. Deze procedure moet waarborgen dat de Raad kan optreden als de algemene vergadering van de Leden van de Vennootschap. Elke Overeenkomstsluitende Partij doet het nodige om het Secretariaat van de Raad schriftelijk in kennis te stellen van elke benoeming of ontheffing van mandaat.

  • 3 Een eminent wetenschapper wordt door de Raad benoemd tot Directeur-generaal van de Vennootschap.

Artikel 4. Verkeer van personen en wetenschappelijke uitrusting

  • 1 Met inachtneming van de vereisten inzake openbare orde en veiligheid, verbindt elke Overeenkomstsluitende Partij er zich toe op haar rechtsgebied het verkeer en verblijf te vergemakkelijken van onderdanen uit de landen van de Overeenkomstsluitende Partijen, die zijn tewerkgesteld of gedetacheerd bij de Vennootschap of die voor hun onderzoek gebruik maken van de installaties van de Vennootschap.

  • 2 Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt er zich toe op haar rechtsgebied de aflevering te vergemakkelijken van documenten nodig voor de tijdelijke invoer van wetenschappelijke uitrusting en monsters voor onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van de installaties van de Vennootschap.

Artikel 5. Financiering

  • 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt er zich toe de Leden voor wie ze verantwoordelijk is een jaarlijkse toelage beschikbaar te stellen die hun bijdrage in de uitgaven van de Vennootschap dekt.

  • 2 De bouwkosten, zoals bepaald in punt 3 hieronder, betreffen een installatie met dertig bundellijnen waarvan de specifieke kenmerken worden uiteengezet in Bijlage 2. De bouwperiode is in twee fases verdeeld. Tijdens de eerste fase bouwt en stelt de Vennootschap de synchrotronstralingsbron en minstens zeven bundellijnen in werking. Tijdens de tweede fase exploiteert de Vennootschap de bron en stelt geleidelijk de overige bundellijnen in werking. De eerste fase mag normaal niet meer dan zes en een halfjaar in beslag nemen, te rekenen vanaf de begindatum van de bouwwerken. Ze zal eindigen op de datum vastgelegd door de Raad, overeenkomstig de specificaties die zijn uiteengezet in Bijlage 2, of op de datum waarop de maximum-uitgaven zijn bereikt waarvan sprake is in punt 4(a) hieronder naargelang welke datum het eerst voorkomt. De tweede fase moet normaal nog eens vier en een halfjaar duren, te rekenen vanaf het einde van de eerste fase.

  • 3 De „bouwkosten” vormen de som van

    • a. alle uitgaven tijdens de eerste fase

    • b. dat gedeelte van de uitgaven tijdens de tweede fase die verschuldigd zijn ingevolge de voltooiing van de inwerkingstelling van de bron, de bouw van de overige bundellijnen en de hiermee samenhangende aanpassing van de bron.

  • 4 De bouwkosten mogen, gerekend tegen de op 1 januari 1987 geldende prijzen, niet meer bedragen dan:

    • a. 2,2 miljard Franse franken tijdens de eerste fase

    • b. 400 miljoen Franse franken tijdens de tweede fase.

  • 5 In bijlage 3 is een tabel opgenomen met de begrote jaarlijkse uitgaven.

  • 6 De Raad evalueert tenminste eenmaal per jaar de reële en geplande bouwkosten. Indien op onverschillig welk ogenblik de Raad meent dat de bron en de bundellijnen mogelijkerwijs niet naar behoren zullen zijn voltooid, rekening houdend met de maximumuitgaven gedefinieerd in punt 4 en de specifieke kenmerken uiteengezet in Bijlage 2, moet de Raad, op advies van de Directeur-generaal, kostenbeperkende maatregelen nemen om zeker te zijn dat aldus deze maximumuitgaven niet worden overschreden.

  • 7 In uitzonderlijke omstandigheden mag de Raad eenparig een wijziging goedkeuren van de bouwkosten.

Artikel 6. Bijdragen

  • 1 De Franse Overeenkomstsluitende Partij stelt het terrein in Grenoble, zoals aangegeven op de plattegrond opgenomen in bijlage 4, volledig kosteloos en bouwrijp ter beschikking van de Vennootschap.

  • 2 De Leden dragen bij in de bouwkosten, exclusief BTW, in de volgende verhoudingen:

    • - 33% voor Leden van de Franse Republiek (inclusief een terreinpremie van 10%);

    • - 23% voor Leden van de Bondsrepubliek Duitsland;

    • - 14% voor Leden van de Italiaanse Republiek;

    • - 12% voor Leden van het Verenigd Koninkrijk;

    • - 6% in totaal voor Leden van het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden;

    • - 4% voor Leden van het Koninkrijk Spanje;

    • - 4% in totaal voor Leden van het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Finland, het Koninkrijk Noorwegen en het Koninkrijk Zweden;

    • - 4% voor Leden van de Zwitserse Bondsstaat.

    Verhogingen van bijdragen van de Overeenkomstsluitende Partijen of bijdragen van Regeringen die tot deze Overeenkomst toetreden overeenkomstig artikel 12, worden gebruikt om de bijdrage van Leden van iedere Overeenkomstsluitende Partij die meer bedraagt dan 4%, te verminderen met een bedrag evenredig aan hun bijdrage op dat ogenblik, de terreinpremie van 10% buiten beschouwing gelaten.

  • 3 De Leden dragen bij in de exploitatiekosten, exclusief BTW, in de volgende verhoudingen:

    • - 27,5% voor Leden van de Franse Republiek (inclusief een terreinpremie van 2%);

    • - 25,5% voor Leden van de Bondsrepubliek Duitsland;

    • - 15% voor Leden van de Italiaanse Republiek;

    • - 14% voor Leden van het Verenigd Koninkrijk;

    • - 6% in totaal voor Leden van het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden;

    • - 4% voor Leden van het Koninkrijk Spanje;

    • - 4% in totaal voor Leden van het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Finland, het Koninkrijk Noorwegen en het Koninkrijk Zweden;

    • - 4% voor Leden van de Zwitserse Bondsstaat.

    Verhogingen van bijdragen van de Overeenkomstsluitende Partijen of bijdragen van Regeringen, die tot deze Overeenkomst toetreden overeenkomstig artikel 12, worden gebruikt om gelijkmatig de bijdragen te verminderen van de Franse Leden tot 26% en van de Duitse Leden tot 25% en, wanneer deze niveaus zijn bereikt, de bijdragen van Leden van iedere Overeenkomstsluitende Partij te verminderen met een bedrag evenredig aan hun bijdrage op dat ogenblik, waarbij de bijdrage van Leden van welke Overeenkomstsluitende Partij dan ook niet kleiner mag worden dan 4%.

  • 4 Indien de Raad van oordeel is dat er een permanent en duidelijk gebrek aan evenwicht bestaat tussen de mate van gebruik van de installatie door wetenschappers van een bepaalde Overeenkomstsluitende Partij en de bijdrage van Leden van die Partij, kan de Raad maatregelen nemen om het gebruik van de installatie te beperken, tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen het eens worden over een gepaste bijstelling van de in bovenvermeld punt 3 vastgestelde bijdragen.

Artikel 7. Belastingen

  • 1 De Vennootschap is onderworpen aan het Franse BTW-stelsel. Bijdragen van buiten Frankrijk gevestigde Leden zijn niet onderworpen aan het Franse BTW-stelsel. Deze ontheffing ontzegt de Vennootschap echter het recht op aftrek niet.

  • 2 Goederen door de Vennootschap ingevoerd uit andere landen, genieten vrijstelling van douanerechten overeenkomstig de voorschriften van de Europese Gemeenschap.

Artikel 8. Regelingen met andere gebruikers

Overeenkomsten betreffende het langdurig gebruik van synchrotronstraling door niet tot deze Overeenkomst toetredende Regeringen of groepen van Regeringen of instellingen of organisaties ervan, mogen gesloten worden door de Vennootschap, met de unanieme goedkeuring van haar Raad.

Artikel 9. School

  • 1 De Franse Overeenkomstsluitende Partij richt geleidelijk een school of scholen op en stelt deze gratis ter beschikking en verstrekt hierbij gratis onderwijs aan kinderen „anderen dan Fransen” dat hen in staat moet stellen zich opnieuw te integreren in het onderwijssysteem van hun land van herkomst.

  • 2 Te dien einde zullen de andere betrokken Overeenkomstsluitende Partijen de mogelijkheid hebben om niet-Franse leerkrachten ter beschikking te stellen van de Franse Overeenkomstsluitende Partij.

  • 3 Als de Raad beslist dat bovenvermelde regelingen op onvoldoende wijze in de behoeften van kinderen „andere dan Fransen” voorzien, zullen de Overeenkomstsluitende Partijen de nodige maatregelen treffen om een volledig bevredigend alternatief te vinden.

Artikel 10. Geschillen

  • 1 De Overeenkomstsluitende Partijen streven ernaar om door onderhandelingen elk geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van deze Overeenkomst te beslechten.

  • 2 Als de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen het eens te worden over het oplossen van een geschil, zal ieder van de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen het geschil voor beslissing kunnen voorleggen aan een scheidsgerecht.

  • 3 Elke partij in het geschil stelt een scheidsrechter aan. Als het echter om een geschil gaat tussen een Overeenkomstsluitende Partij en twee of meer andere Overeenkomstsluitende Partijen, zullen deze laatste gezamenlijk een scheidsrechter aanstellen. De aldus aangewezen scheidsrechters kiezen een hoofdscheidsrechter, onderdaan uit een andere Staat dan de Staten van de bij het geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen, om de functie van hoofdscheidsrechter en van Voorzitter van het scheidsgerecht waar te nemen; in geval van staking van stemmen van de scheidsrechters, zal de hoofdscheidsrechter over een beslissende stem beschikken. De scheidsrechters moeten worden aangesteld binnen twee maanden te rekenen vanaf de datum van het neerleggen van het verzoek het geschil te beslechten door arbitrage, en de Voorzitter binnen drie maanden vanaf die datum.

  • 4 Als de in voorgaand punt gepreciseerde termijnen niet worden nageleefd en er geen andere regeling is getroffen, kan elke bij het geschil betrokken partij de Voorzitter van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzoeken de nodige aanstellingen te doen.

  • 5 Het scheidsgerecht beslist bij gewone meerderheid.

  • 6 Het scheidsgerecht neemt zijn beslissingen op basis van paragraaf 1 van Artikel 38 van het Statuut van het Internationaal Hof van Justitie. Zijn beslissingen zijn bindend.

  • 8 Elke partij in het geschil draagt haar eigen kosten en een gelijk deel in de kosten van de arbitrageprocedures.

  • 9 De bepalingen van dit Artikel, behalve die van bovenstaand punt 6, geldende ook voor alle geschillen die rijzen tussen de Leden betreffende de werkzaamheden van de Vennootschap en welke volgens artikel 26 van de Statuten voorgelegd moeten worden aan de Overeenkomstsluitende Partijen. Het scheidsgerecht beslist op basis van de rechtsregels die van toepassing zijn op het aan zijn oordeel onderworpen geschil.

Artikel 11. Inwerkingtreding

  • 1 Deze Overeenkomst treedt in werking één maand nadat alle ondertekenende Regeringen de Regering van de Republiek Frankrijk in kennis hebben gesteld van de beëindiging van de nodige grondwettelijke procedures of twee maanden nadat de ondertekenende Regeringen die samen tenminste 80% van de bouwkosten zoals gespecificeerd in Artikel 5 dragen, de Regering van de Republiek Frankrijk hebben in kennis gesteld van de beslissing de Overeenkomst tussen hen in werking te laten treden.

  • 2 De Regering van de Republiek Frankrijk moet onmiddellijk aan alle ondertekenende Regeringen de datum meedelen van elke in voorafgaand punt bepaalde kennisgeving en de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

  • 3 Vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kan elke Overeenkomstsluitende Partij de bepalingen van de artikelen 1 en 3 betreffende de aanwijzing van de Leden van de Vennootschap en de benoeming van hun vertegenwoordigers bij de Raad in werking stellen.

Artikel 12. Toetreding

Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kan elke Regering of groep van samen optredende Regeringen tot deze Overeenkomst toetreden met toestemming van alle Overeenkomstsluitende Partijen. De voorwaarden van toetreding zijn onderwerp van een akkoord tussen de Overeenkomstsluitende Partijen en de toetredende Regering of groep van Regeringen.

Artikel 13. Duur

  • 1 Deze Overeenkomst wordt initieel gesloten voor een periode die eindigt op 31 december 2007 en zal na deze datum van kracht blijven. De Overeenkomst kan worden opgezegd met een opzeggingstermijn van drie jaar, aan te zeggen aan de Regering van de Republiek van Frankrijk. Een terugtrekking kan slechts vanaf 31 december 2007 of na het einde van elke opeenvolgende periode van drie jaar uitwerking hebben.

  • 2 De voorwaarden en gevolgen van het terugtrekken uit of het stopzetten van de Vennootschap, in het bijzonder de kosten van ontmanteling van de installatie en de gebouwen van de Vennootschap en ter voldoening voor eventuele verliezen, moeten vóór deze terugtrekking of stopzetting worden geregeld in onderling overleg tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.

TEN GETUIGE WAARVAN de ondertekenende vertegenwoordigers, die daartoe door hun respectieve Regeringen behoorlijk gemachtigd zijn, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Parijs op 16 december 1988 in de Franse, Engelse, Duitse, Italiaanse, Spaanse en Nederlandse taal, alle teksten gelijkelijk rechtsgeldig zijnde, in één enkel origineel dat neergelegd wordt in het archief van de Regering van de Republiek Frankrijk, die een eensluidend afschrift ervan stuurt naar alle Overeenkomstsluitende Partijen en toetredende Regeringen en hen nadien op de hoogte brengt van elke amendering.

Statuten van de Europese Synchrotronstralingsinstallatie Burgerlijke Vennootschap

„Ondergetekenden,

Het <Centre National de la Recherche Scientifique>, 15, quai Anatole France, F 75700 Paris, vertegenwoordigd door zijn Directeur-Generaal;

Het <Commissariat a 1'Energie Atomique>, 31-33, rue de la Fédération, F 75752 Paris Cedex 15, vertegenwoordigd door zijn Administrateur-Generaal;

Het <Forschungszentrum Jülich GmbH>, Postfach 1913, D 5170 Jülich, vertegenwoordigd door zijn Raad van Bestuur;

Het <Consiglio Nazionale delle Ricerche>, Piazzale Aldo Moro 7,100185 Roma, vertegenwoordigd door zijn Voorzitter;

Het <Instituto Nazionale di Fisica Nucleare>, Casella postale 56, 100044 Frascati, vertegenwoordigd door zijn Voorzitter;

Het <Consorzio Interuniversitario Nazionale per la Fisica della Materia>, Via Dodecaneso 33, I 16146 Genova, vertegenwoordigd doorzijn Directeur;

Het consortium Benesync gevormd door:

  • - De Diensten voor Programmatie van het Wetenschapsbeleid, Wetenschapsstraat 8, B-1040 Brussel, vertegenwoordigd door de Secretaris-Generaal;

  • - De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, Postbus 93138, 2509 AC Den Haag, vertegenwoordigd door haar Voorzitter;

Het consortium Nordsync gevormd door:

  • - <Statens Naturvidenskabelige Forskningsrad>, H.C. Andersens Boulevard 40, DK-1553 Kopenhagen V, vertegenwoordigd door zij n Voorzitter;

  • - ’Suomen Akatemia’, PL 57, SF 00551 Helsinki, vertegenwoordigd door haar Voorzitter;

  • - <Norges Allmennvitenskapelige Forskningsrad>, Sandakerveien 99, N 0483 Oslo, vertegenwoordigd door zijn Directeur;

  • - <Naturvetenskapliga Forskningsradet>, Box 6711, S 113 85 Stockholm, vertegenwoordigd door zijn Secretaris-Generaal;

Het Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door de Voorzitter van de <Comisión Interministerial de Cienciay Tecnologia>, Rosario Pino 14-16, E 28020 Madrid;

De Zwitserse Bondsstaat, vertegenwoordigd door de Directeur van het <Bundesamt für Bildung und Wissenschaft>, PO Box 2732, CH 3001 Bern;

De ‘Science and Engineering Research Council’, Polaris House, UK Swindon SN2 1ET, vertegenwoordigd door zijn Voorzitter;

hierna te noemen ,de Leden’,

Nota nemend van het feit dat de Belgische organisatie en de Nederlandse organisatie het consortium Benesync hebben gevormd voor hun deelneming in de Vennootschap, en dat de vier Noordse organisaties het consortium Nordsync hebben gevormd voor hun deelneming in de Vennootschap, en dat, hoewel zij alle deze Statuten hebben ondertekend, alleen het consortium Benesync, vertegenwoordigd door de Diensten voor Programmatie van het Wetenschapsbeleid, en het consortium Nordsync, vertegenwoordigd door Statens Naturvidenskabelige Forskningsrad, Lid zijn van de Vennootschap;

Verwijzend naar de Overeenkomst betreffende de bouw en de exploitatie van een Europese installatie voor synchrotronstraling, hierna te noemen ,de Overeenkomst’, ondertekend te Parijs op 16 december 1988 door de Overeenkomstsluitende Partijen, vermeld in de preambule van de Overeenkomst en hierna te noemen de ,Overeenkomstsluitende Partijen’;

komen hierbij overeen een ,Société Civile’, een vennootschap naar Frans recht, op te richten overeenkomstig de artikelen 1832 tot en met 1873 van het Franse Burgerlijk Wetboek, hierna te noemen ,de Vennootschap’, die onderworpen is aan de Overeenkomst en deze Statuten.

HOOFDSTUK I. - ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Benaming en maatschappelijke zetel

  • 1 De Vennootschap draagt de benaming „Europese Synchrotronstralingsinstallatie” (European Synchrotron Radiation Facility - ESRF).

  • 2 De maatschappelijke zetel van de Vennootschap is gevestigd in Grenoble, Frankrijk, Avenue des Martyrs.

Artikel 2. Doelstellingen

De Vennootschap heeft, conform de Overeenkomst, tot doel:

  • a. een Synchrotronstralingsbron en de daarmee samenhangende instrumenten te gebruiken door de wetenschappers van de Overeenkomstsluitende Partijen te ontwerpen, bouwen, exploiteren en ontwikkelen,

  • b. het gebruik van de installatie door de wetenschappers van de Overeenkomstsluitende Partijen te ondersteunen,

  • c. programma's voor wetenschappelijk onderzoek waarbij gebruik wordt gemaakt van synchrotronstraling op te stellen en uit te voeren,

  • d. alle nodige R&D-werk inzake technieken die gebruik maken van synchrotronstraling te verrichten,

  • e. elke taak met betrekking tot het bereiken van voorgaande doelstellingen tot een goed einde te brengen.

HOOFDSTUK II. - BESTUUR VAN DE VENNOOTSCHAP

Artikel 3. Organen

De organen van de Vennootschap zijn de Raad en de Directeur-generaal.

Artikel 4. De Raad

  • 1 Vertegenwoordigers bij de Raad worden benoemd en van hun mandaat ontheven overeenkomstig de voorschriften die worden vastgelegd door elke betrokken Overeenkomstsluitende Partij in overeenstemming met artikel 3 van de Overeenkomst.

    De Raad treedt op als de Algemene Vergadering van de Leden van de Vennootschap zoals voorzien bij artikel 1853 van het Franse Burgerlijk Wetboek.

  • 2 De Raad stelt zijn reglement van inwendige orde op, met inachtneming van de bepalingen van de Overeenkomst en van deze Statuten.

  • 3 Elke Overeenkomstsluitende Partij wijst voor de Raad een vertegenwoordiging aan bestaande uit ten hoogste 3 vertegenwoordigers.

  • 4 De vertegenwoordigers mogen zich laten bijstaan door experts overeenkomstig het reglement van inwendige orde van de Raad.

Artikel 5. Voorzitter en Ondervoorzitter van de Raad

De Raad kiest een Voorzitter en een Ondervoorzitter voor een periode van maximum twee jaar. De Voorzitter en Ondervoorzitter moeten behoren tot verschillende vertegenwoordigingen.

Artikel 6. Secretariaat van de Raad

De Raad benoemt, met het akkoord van de Directeur-generaal, een secretaris die gekozen wordt onder de personeelsleden van de Vennootschap.

Artikel 7. Vergaderingen van de Raad

  • 1 De Raad komt ten minste tweemaal per jaar bijeen.

  • 2 De vergaderingen van de Raad zijn niet openbaar. Tenzij de Raad er anders over beslist, mogen de Directeur-generaal en de door de Raad benoemde Voorzitters van de Comités en Commissies de vergaderingen bijwonen zonder stemrecht.

Artikel 8. Bevoegdheden van de Raad

  • 1 De Raad beslist over belangrijke kwesties aangaande de algemene beleidslijnen van de Vennootschap. De Raad mag instructies geven aan de Directeur-generaal.

  • 2 De volgende aangelegenheden vereisen de unanieme goedkeuring van de Raad:

    • a. de toelating van nieuwe Leden

    • b. de regelingen zoals voorzien in artikel 8 van de Overeenkomst

    • c. de overdracht van aandelen onder Leden van verschillende Overeenkomstsluitende Partijen en de kapitaalsverhogingen

    • d. het reglement van inwendige orde van de Raad

    • e. de geldelijke regels

    • f. de statutenwijzigingen

    • g. de verhogingen van de bouwkosten zoals uiteengezet in artikel 5 van de Overeenkomst.

  • 3 De volgende aangelegenheden vereisen de goedkeuring van de Raad met een gekwalificeerde meerderheid:

    • a. de verkiezing van de Voorzitter en de Ondervoorzitter

    • b. het wetenschappelijk programma op middellange termijn

    • c. de jaarlijkse begroting en de financiële ramingen op middellange termijn

    • d. het sluiten van de jaarlijkse rekeningen

    • e. de benoeming en de ontheffing uit hun mandaat van de Directeur-generaal en de Directeurs

    • f. de oprichting en de bevoegdheden van de advies- of andere comités en commissies met name een Comité voor Administratie en Financiën

    • g. de benoeming van de Voorzitter en de Ondervoorzitter van elk advies- of andere comité en commissie

    • h. de bevoegdheden en de werkwijze van de Controlecommissie

    • i. het beleid inzake de verdeling van stralingstijd

    • j. regelingen op korte of middellange termijn voor het gebruik van de ESRF door nationale of internationale wetenschappelijke organisaties

    • k. de „Convention d'Entreprise” (Bedrijfsovereenkomst over de arbeidsvoorwaarden van het personeel).

  • 4 De Raad beslist over de andere aangelegenheden met een gewone meerderheid.

Artikel 9. Stemmingsprocedure

  • 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij beschikt over slechts een enkele ondeelbare stem die uitgebracht wordt door de vertegenwoordiger die voor dit doel door de Leden is aangewezen.

  • 2 Een „gewone meerderheid” betekent de helft van het kapitaal, waarbij het aantal ongunstige stemmen niet hoger is dan de helft van de Overeenkomstsluitende Partijen.

  • 3 Een „gekwalificeerde meerderheid” betekent twee derde (2/3) van het kapitaal, waarbij het aantal ongunstige stemmen niet hoger is dan de helft van de Overeenkomstsluitende Partijen.

  • 4 „Unanimiteit” betekent ten minste twee derde (2/3) van het kapitaal zonder een enkele tegenstem van enige Overeenkomstsluitende Partij, waarbij alle Overeenkomstsluitende Partijen gelegenheid tot stemmen hebben gehad.

  • 5 Bij hoogdringendheid of op verzoek van welke vertegenwoordiging ook, legt de Voorzitter een dringend voorstel ter beslissing voor aan de Raad door de vertegenwoordigers individueel per brief te raadplegen. Het voorstel zal zijn goedgekeurd als de vereiste meerderheid van de vertegenwoordigingen haar schriftelijke toestemming heeft. Als echter een vertegenwoordiger er onmiddellijk om verzoekt, zal het probleem worden uitgesteld tot de volgende vergadering van de Raad.

Artikel 10. Directeur-generaal

  • 1 De Directeur-generaal neemt de leiding waar van de Vennootschap en is haar wettelijk vertegenwoordiger. De Directeur-generaal wordt bijgestaan door de Directeurs. De Directeur-generaal betrekt de Directeurs van nabij in alle aspecten van zijn werk.

  • 2 De Directeur-generaal en, na raadpleging van de Directeur-generaal, de Directeurs worden door de Raad benoemd voor een periode van ten hoogste vijf jaar. Hun arbeidsovereenkomst moet worden goedgekeurd door de Raad en wordt namens de Vennootschap door de Voorzitter van de Raad ondertekend.

Artikel 11. Verslagen en financiële werkwijze

  • 1 Het boekjaar van de Vennootschap valt samen met het kalenderjaar.

  • 2 De Directeur-generaal legt het volgende regelmatig aan de Raad voor:

    • a. een jaarverslag over de werkzaamheden van de Vennootschap

    • b. de rekeningen over het voorbije boekjaar met een verslag over de geografische verdeling van de contracten

    • c. een raming van de resultaten van het lopende boekjaar en een staat van de thesauriepositie van de Vennootschap

    • d. een voorgesteld begrotings- en personeelsplan voor het komende boekjaar in overeenstemming met de financiële regels

    • e. een wetenschappelijk programma en een financieel en personeelsplan op middellange termijn.

Artikel 12. Personeel

  • 1 Het door de Vennootschap tewerkgestelde personeel ontvangt een salaris dat overeenkomt met dat van het Franse „Commissariat a l'Energie Atomique” en daarenboven de ontheemdings- of andere toelagen analoog aan die van het „Institut Max von Laue - Paul Langevin”. Tijdens de bouwperiode kan de Raad in uitzonderlijke individueel te bepalen gevallen extra toelagen toekennen. De organisaties die deze Statuten hebben ondertekend, kunnen ook bij hen in dienst zijnd personeel naar de Vennootschap detacheren.

  • 2 Wetenschappers die deelnemen aan het experimentele programma, mogen niet langer dan vijf jaar door de Vennootschap aangeworven of ernaar gedetacheerd worden, tenzij de Raad anders beslist.

  • 3 Ander hooggekwalificeerd personeel kan bij uitzondering voor een beperkte periode aangeworven worden.

  • 4 De detachering van personeel wordt geregeld door een overeenkomst tussen de Vennootschap en de organisatie die personeel detacheert. Deze overeenkomst moet, in het bijzonder, bepalen dat het naar de Vennootschap gedetacheerde personeel onderworpen is aan haar reglementen betreffende discipline, veiligheid en beveiliging.

  • 5 Bovendien mag de Vennootschap al dan niet door de Leden voorgestelde gastonderzoekers uitnodigen; deze onderzoekers zijn eveneens onderworpen aan de reglementen van de Vennootschap betreffende discipline, veiligheid en beveiliging. De uitnodiging van ieder van deze onderzoekers is onderwerp van een schriftelijke overeenkomst met de Vennootschap.

Artikel 13. Contracten

  • 1 De Raad stelt een Aanbestedingscommissie in, samengesteld uit ten hoogste twee door elke Overeenkomstsluitende Partij aangewezen experts.

  • 2 De procedure voor het sluiten van contracten met een waarde van meer dan 300 000 FF of elk ander bedrag waartoe door de Raad beslist wordt, is de volgende:

    • a. beslissingen betreffende het toekennen van contracten worden slechts genomen na evaluatie van de offertes waarvan er normaliter ten minste drie afkomstig zijn van op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partijen gevestigde leveranciers. De Leden van de Aanbestedingscommissie worden ingelicht over aanstaande offerte-aanvragen en mogen zelf leveranciers voorstellen die worden verzocht om offertes in te dienen.,

    • b. de contracten worden toegekend aan de leverancier die de gunstigste offerte heeft ingediend welke beantwoordt aan de technische en leveringsvereisten.

  • 3 Geen enkel contract met een waarde van meer dan 3 miljoen FF of elk ander bedrag waartoe door de Raad beslist wordt, wordt zonder de voorafgaande goedkeuring van de Aanbestedingscommissie toegekend. Geen enkel contract met een waarde van meer dan 30 miljoen FF of elk ander bedrag waartoe door de Raad beslist wordt, wordt zonder de voorafgaande goedkeuring van de Raad zelf toegekend.

  • 4 In uitzonderlijke gevallen kan de Raad een afwijking van voorafgaande procedure toestaan. De Directeur-generaal moet regelmatig verslag uitbrengen aan de Aanbestedingscommissie en de Raad over de verdeling van de contracten. In geval van een duidelijk gebrek aan evenwicht in de waarde van de contracten tussen de landen van de Overeenkomstsluitende Partijen in verhouding tot hun bijdrage, moet de Raad, op verzoek van welke Overeenkomstsluitende Partij ook, passende maatregelen in overweging nemen, die door de Aanbestedingscommissie en de Directeur-generaal ten uitvoer m oeten worden gelegd, rekening houdend met het principe van de „juste retour”.

Artikel 14. Intellectuele eigendom

  • 1 De Vennootschap is eigenaar van alle rechten die voortvloeien uit de resultaten die door het personeel van de Vennootschap worden bereikt in het kader van zijn werkzaamheden. Als deze resultaten uitvindingen betreffen, mag de Vennootschap in eigen naam, voor eigen rekening en in eigen voordeel, intellectuele eigendomsrechten aanvragen in alle landen waar ze zulke bescherming nodig acht.

  • 2 Als de Vennootschap beslist geen bescherming aan te vragen in een of meer landen, kan of kunnen de uitvinder(s), met toestemming van de Vennootschap, in eigen naam, voor eigen rekening en in eigen voordeel, dergelijke bescherming aanvragen. In voorkomend geval zal de eventuele toegekende octrooibescherming niet tegenstelbaar zijn aan de Vennootschap of aan haar Leden.

  • 3 Door de Vennootschap tewerkgestelde personeelsleden die aan de basis liggen van een uitvinding kunnen een gratificatie ontvangen, waarvan het bedrag bepaald zal worden door de Directeur-generaal in overeenstemming met de door de Raad aangenomen regels.

  • 4 Elk Lid heeft het recht de Vennootschap te verzoeken een licentie te krijgen voor onderzoek of voor andere doeleinden dan onderzoek. Deze licentie is kosteloos voor door dat Lid uitgevoerde onderzoeksactiviteiten. Voor andere doeleinden dan onderzoek kan de licentie toegekend worden tegen gunstiger voorwaarden dan die voor aan derde partijen toegekende licenties.

    Onder voorbehoud van het voorafgaande akkoord van het betrokken Lid kent de Vennootschap aan iedere natuurlijke of rechtspersoon in het land of de landen van dat Lid tegen billijke en redelijke voorwaarden een licentie toe voor andere doeleinden dan onderzoek, behalve wanneer de Raad beslist dat de toekenning van een dergelijke licentie niet gewettigd is.

  • 5 In het geval van personeel dat door een Lid naar de Vennootschap wordt gedetacheerd, zijn de volgende bepalingen van toepassing:

    • a. Onder voorbehoud van de wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op de uitvindingen gedaan door werknemers, is het Lid tot wie het gedetacheerde personeel behoort eigenaar van alle rechten op de resultaten die alleen door de onderzoeker bereikt zijn in de loop van zijn werk bij de Vennootschap. Als deze resultaten uitvindingen behelzen, zal het Lid tot wie het gedetacheerde personeel behoort het recht hebben om in elk land in eigen naam, voor eigen rekening en in eigen voordeel, de octrooien aan te vragen die nodig zijn voor de bescherming van dergelijke uitvindingen. Wat deze resultaten betreft, hebben de Vennootschap en de andere Leden het recht op gratis gebruik ervan, maar enkel voor onderzoekdoeleinden. De andere Leden hebben ook het recht op een licentie voor andere doeleinden dan onderzoek tegen gunstiger voorwaarden dan die voor aan derden toegekende licenties. Bovendien mag het Lid dat de rechten bezit niet weigeren een licentie voor andere doeleinden dan onderzoek tegen billijke en redelijke voorwaarden toe te kennen aan een natuurlijke of rechtspersoon in het land of de landen van de Leden op verzoek van een ander Lid.

    • b. De Vennootschap ontvangt een deel van de netto-opbrengsten van alle door de bezitter van de rechten toegekende licenties voor andere doeleinden dan onderzoek; dit deel wordt bepaald met inachtneming van de respectieve bijdragen aan de uitvindingen van de Vennootschap en van de gedetacheerde persoon.

    • c. Voor het aanvragen van de intellectuele eigendomsrechten en het toekennen van licenties, raadplegen de Vennootschap en de Leden elkaar in geval van twijfel en onthouden zich elke daad te stellen die de Vennootschap of de Leden schade zou kunnen berokkenen.

  • 6 De voorwaarden voor het aanvragen van intellectuele eigendomsrechten en het eventueel verlenen van rechten op het gebruik van de informatie en van door ander gedetacheerd personeel tijdens de periode van detachering gedane uitvindingen, worden vastgelegd in schriftelijke overeenkomsten met dit personeel of de instellingen ter zake. Deze overeenkomsten zullen in overeenstemming zijn met de beginselen uiteengezet in punt 5 hierboven. In geval van resultaten die gezamenlijk bereikt zijn door een gastonderzoeker en een of meer gastonderzoekers van verschillende organisaties of met de medewerking van het personeel waarvan sprake in bovenstaande punten 1 en 5, worden de bepalingen die van toepassing zijn op de eigendom en het gebruik van dergelijke resultaten geval per geval door de Raad vastgelegd.

  • 7 De beginselen van bovenstaand punt 5 zijn van toepassing op door de Vennootschap met derden gesloten overeenkomsten betreffende de uitvoering van studies of R&D-werk.

Artikel 15. Wetenschappelijk adviescomité

  • 1 De Raad stelt een Wetenschappelijk Adviescomité in. De Leden van elke Overeenkomstsluitende Partij die samen ten minste 10% van het in artikel 18 hieronder bepaalde kapitaal bezitten, mogen twee wetenschappers in het Comité benoemen. De Leden van elke Overeenkomstsluitende Partij die samen minder dan 10% van het in artikel 18 hieronder bepaalde kapitaal bezitten, mogen één wetenschapper in het Comité benoemen. De Raad benoemt daarenboven tien wetenschappers in het Comité met het doel de wetenschappelijke thema's van de Vennootschap naar behoren te bestrijken.

    Vertegenwoordigers bij de Raad of andere door de Raad aangewezen personen kunnen als waarnemers de vergaderingen van het Wetenschappelijk Adviescomité bijwonen.

  • 2 Na beraadslaging met het Wetenschappelijk Adviescomité benoemt de Raad de voorzitter en de ondervoorzitter van het comité overeenkomstig de in artikel 8 uiteengezette procedure.

  • 3 Op verzoek van de Raad of de Directeur-generaal, of op eigen initiatief, geeft het Wetenschappelijk Adviescomité haar advies over relevant wetenschappelijk werk.

Artikel 16. Machine-adviescommissie

  • 1 De Raad stelt voor de bouwperiode een uit ten hoogste 15 personen samengestelde Machine-Adviescommissie in.

  • 2 Na beraadslaging met de Machine-Adviescommissie benoemt de Raad de voorzitter en de ondervoorzitter van de Commissie overeenkomstig de in artikel 8 uiteengezette procedure.

  • 3 Op verzoek van de Raad of de Directeur-generaal, of op eigen initiatief, geeft de Machine-Adviescommmissie haar advies over relevant technische aangelegenheden.

Artikel 17. Controle

De rekeningen van de Vennootschap worden gecontroleerd door een door de Raad aanvaarde audit firma. Haar verslag wordt aan een door de Raad ingestelde Controlecommissie voorgelegd. In de Controlecommissie zal ten minste één door elke Overeenkomstsluitende Partij voorgedragen persoon zitting hebben.

HOOFDSTUK III. - LIDMAATSCHAP VAN DE VENNOOTSCHAP

Artikel 18. Kapitaal

  • 1 Het maatschappelijk kapitaal bedraagt ten minste honderdduizend Franse francs (100.000 FF), verdeeld in tienduizend (10.000) aandelen van elk tien Franse francs (10 FF). De Leden schrijven in voor het hieronder genoemde aantal aandelen op basis van hun bijdrage in de exploitatiekosten:

    Benesync, vertegenwoordigd door de Diensten voor Programmatie van het Wetenschapsbeleid

    600

    Centre National de la Recherche Scientifique

    1375

    Commissariat a l'Energie Atomique

    1375

    Forschungszentrum Jülich GmbH

    2550

    Consiglio Nazionale delle Ricerche

    500

    Consorzio Interuniversitario Nazionale per la Fisica della Materia

    500

    Instituto Nazionale di Fisica Nucleare

    500

    Nordsync, vertegenwoordigd door Statens Naturvidenskabelige Forskningsrad

    400

    Het Koninkrijk Spanje, vertegenwoordigd door de Voorzitter van de Comisión interministerial de Ciencia y Tecnologia

    400

    De Zwitserse Bondsstaat, vertegenwoordigd door de Directeur van het Bundesamt für Bildung und Wissenschaft

    400

    Science and Engineering Research Council

    1400

  • 2 Deze amendementen worden van kracht zodra zij zijn ondertekend door alle Leden.

Artikel 19. Overdracht van aandelen en kapitaalverhoging

  • 1 Het aantal aandelen van het Lid of de Leden van een Overeenkomstsluitende Partij stemt overeen met haar financiële bijdrage aan de exploitatiekosten. Elk lid bezit ten minste 4% van de aandelen.

  • 2 In geval van welke wijziging ook in de financiële bijdragen, moet het betrokken Lid of moeten de betrokken Leden het overeenstemmend aantal aandelen overdragen.

  • 3 De overdracht van aandelen onder Leden van verschillende Overeenkomstsluitende Partijen, en elke kapitaalverhoging, vereisen de unanieme goedkeuring van de Raad. Goedkeuring wordt verondersteld verkregen te zijn in geval van een overdracht van alle of sommige aandelen onder Leden van dezelfde Overeenkomstsluitende Partij of in geval van een overdracht van aandelen van een Lid aan een van overheidswege gefinancierd orgaan van dezelfde Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 20. Toetreding van nieuwe Leden

  • 1 De Vennootschap staat open voor de toetreding van nieuwe Leden, onder voorbehoud van de unanieme goedkeuring door de Raad. Goedkeuring wordt verondersteld verkregen te zijn in geval van een nieuw Lid van een Overeenkomstsluitende Partij.

  • 2 De toetreding van een nieuw Lid is ondergeschikt aan de toetreding tot de Overeenkomst door de betrokken Regering of groep van Regeringen. Een nieuw Lid verwerft aandelen van de bestaande Leden.

Artikel 21. Verplichtingen van de Leden

Het kapitaal en de lopende uitgaven die nodig zijn voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de Vennootschap, worden gedragen door ieder van de Leden in overeenstemming met de begroting volgens de in artikel 6 van de Overeenkomst vastgelegde verhoudingen. Wanneer tussen de Vennootschap en bepaalde Leden overeenkomsten worden gesloten voor de levering van goederen en diensten, verbinden de betrokken Leden er zich toe de goederen en diensten zonder winst voor henzelf te leveren.

Artikel 22. Terugtrekking

Als een Overeenkomstsluitende Partij zich terugtrekt in overeenstemming met artikel 13 van de Overeenkomst, moeten ook haar leden zich uit de Vennootschap terugtrekken en zijn ze op verzoek van de resterende Leden gehouden op passende wijze bij te dragen aan de toekomstige kosten voor de ontmanteling van de installaties en de gebouwen van de Vennootschap.

HOOFDSTUK IV. - DUUR, LIQUIDATIE, GESCHILLEN

Artikel 23. Duur

De Vennootschap wordt voor een periode van 99 jaar opgericht. Ze zal echter ontbonden worden in geval van een vroegtijdige beëindiging van de Overeenkomst.

Artikel 24. Liquidatie van de vennootschap

  • 1 De Leden verbinden zich ertoe bij ontbinding de installaties en gebouwen van de Vennootschap te laten ontmantelen en de desbetreffende kosten in verhouding tot hun aandeel in het kapitaal te dragen.

  • 2 Tijdens de liquidatie verbinden de Leden er zich toe de Vennootschap verder te ondersteunen en in verhouding tot hun aandeel in het kapitaal de uitgaven voor onderhoud te dragen gedurende de periode dat de Installatie niet gebruikt wordt.

  • 3 De Raad beslist over de te volgen procedure.

Artikel 25

Alle aangelegenheden die niet uitdrukkelijk door de Overeenkomst en deze Statuten geregeld worden, vallen onder de toepassing van de Franse wet.

Artikel 26. Geschillen

  • 1 De Leden trachten zoveel mogelijk geschillen bij de interpretatie of toepassing van deze Statuten in der minne te regelen.

  • 2 Als geen minnelijke schikking kan worden bereikt, verbinden de Leden er zich toe het geschil ter regeling voor te leggen aan de Overeenkomstsluitende Partijen conform artikel 10 van de Overeenkomst.

Artikel 27. Inwerkingtreding

Deze Statuten treden in werking na ondertekening door alle Leden.

GEDAAN te Parijs op 16 december 1988 in vier originelen in de Franse taal en in één enkel origineel in de Duitse, Engelse, Italiaanse, Nederlandse en Spaanse taal. In geval van tegenspraak zal de Franse tekst doorslaggevend zijn.

Resolutie nr. 1

Voorlopige toepassing van de ESRF-Overeenkomst

De Conferentie

Overwegend dat, op basis van het Protocol d.d. 22 december 1987, met de bouw van de Europese Synchrotronstralingsinstallatie in Grenoble reeds op 1 januari 1988 is begonnen.

Gaat ermee akkoord de bepalingen van de Overeenkomst voorlopig vanaf 1 januari 1989 toe te passen, met dien verstande dat de definitieve inwerkingtreding afhankelijk wordt gesteld van het beëindigen van eventuele grondwettelijke procedures in elk van de betrokken landen.

Verzoekt de onderzoek- en Staatsinstellingen, die de ESRF-Vennootschap stichten, een Burgerlijke Vennootschap naar Frans recht volgens de artikelen 1832 tot 1873 van het Frans Burgerlijk Wetboek, onmiddellijk de „Statuten” (Bijlage 1 bij de Overeenkomst) te onder tekenen.

Vraagt de Franse Regering om alles te doen ten einde zo vlug mogelijk de nodige formaliteiten te vervullen voor de stichting van de ESRF-Vennootschap als rechtspersoon

Resolutie nr. 2

Internationaal karakter van de ESRF

De Conferentie

Op prijs stellend dat wetenschappers uit verschillende Europese landen aanzienlijk hebben bijgedragen tot de geslaagde voorbereiding van de Europese Synchrotronstralingsinstallatie.

Rekening houdend dat 14 wetenschappelijke en Staatsinstellingen uit 11 Europese landen deelnemen aan de oprichting van de Europese Synchrotronstralingsinstallatie.

Bevestigt dat het Europese karakter van deze gemeenschappelijke Installatie ook moeten worden weerspiegeld in het ESRF-personeel en dat hooggekwalificeerd personeel uit alle Overeenkomstsluitende Partijen de mogelijkheid moet hebben hierbij te worden tewerkgesteld.

Vraagt de Franse Regering om het verblijf van dit personeel in Frankrijk zoveel mogelijk te vergemakkelijken en inzonderheid om hun en de familieleden die hen vergezellen alle nodige vergunningen te verlenen.

Verzoekt de Franse Regering om alles te doen opdat de ontheemdingsvergoedingen die betaald worden aan niet-Franse werknemers van de ESRF niet belastbaar noch onderworpen aan de verplichtingen inzake sociale zekerheid zouden zijn.

Resolutie nr. 3

Onderwijsfaciliteiten

De Conferentie

Nogmaals bevestigend dat het zeer belangrijk is dat de ESRF gekwalificeerd personeel uit alle deelnemende landen aantrekt om naar Grenoble te komen.

Overwegend dat het verschaffen van gepast onderwijs aan kinderen anderen dan Fransen vaak een determinerende factor is voor ouders om te beslissen hun land van herkomst te verlaten.

De nadruk leggend op de vaste verbintenis van de Franse Regering om kinderen anderen dan Fransen aangepast onderwijs aan te bieden met de bedoeling hen later weer te laten toetreden tot het onderwijssysteem in hun land van herkomst.

Neemt er notitie van dat:

  • 1. De Franse Partij gratis onderwijs zal instellen met een aangepast programma ten einde ervoor te zorgen dat kinderen anderen dan Fransen onderwijs ontvangen waardoor ze zich later weer kunnen integreren in het onderwijssysteem van hun land van herkomst. Dit aangepaste programma zal worden georganiseerd in de geest van hetgeen reeds is ingevoerd met de instemming van de bevoegde Onderwijsinstanties van de verschillende Overeenkomstsluitende Partijen.

    Leerkrachten van niet-Franse nationaliteit zullen, bij uitzondering, betaald worden door de Franse regering die ernaar zal streven, in samenwerking met haar partnerlanden, dit personeel goede werkomstandigheden te bezorgen.

  • 2. De andere betrokken Overeenkomstsluitende Partijen zullen leerkrachten uit hun eigen land kunnen aanwerven om de specifieke opleiding, die verstrekt wordt door de Franse partij, aan te vullen.

  • 3. Als het plan van Grenoble voor het verstrekken van onderwijs aan kinderen anderen dan Fransen niet bevredigend blijkt te zijn, zou de Franse Regering bereid zijn om, samen met de bevoegde autoriteiten van de betrokken landen, en in het licht van alle mogelijkheden die dan geboden worden binnen de diverse Europese onderwijssystemen, de passende wijzigingen in deze regelingen te bestuderen.

Resolutie nr. 4

Verklaring van de Zwitserse Confederatie met betrekking tot haar financiële verplichtingen

De Conferentie

Neemt notitie van de verklaring van de Zwitserse Confederatie die als volgt luidt:

Zwitserland is bereid als deelnemend land op permanente wijze bij te dragen aan de oprichting en het gebruik van de ESRF. Gezien evenwel de dwingende wetsbepalingen naar Zwitsers recht, zijn de verplichtingen van Zwitserland, bij het ondertekenen van de ESRF-Overeenkomst, de volgende:

  • 1. Zwitserland zal deelnemen aan bouwfase I van de ESRF met een bijdrage van 4%.

  • 2. Indien Zwitserland, zoals vooropgesteld, als deelnemend land niet zou kunnen deelnemen aan fase II van de ESRF met een bijdrage van 4%, zal Zwitserland de andere Overeenkomstsluitende Partijen hiervan minstens 1 jaar voor het einde van fase I op de hoogte brengen.

  • 3. Na fase II zal Zwitserland zijn deelneming met opeenvolgende periodes van drie jaar verlengen.

  • 4. Zwitserland is bereid te praten over de financiële gevolgen die voortvloeien uit een beëindiging van zijn deelneming zoals vermeld in punt 2 of 3 hiervoor.

Resolutie nr. 5

Toetreding van sommige Europese landen

De Conferentie

Verwijzend naar de verscheidenheid van de Europese wetenschappelijke instellingen die opgericht zijn ten voordele van wetenschappers en ter bevordering van de vooruitgang van de wetenschap in Europa.

Overwegend dat de Europese Synchrotronstralingsinstallatie, als nieuw „Centre of Excellence”, veelbelovende mogelijkheden zal bieden voor onderzoek op het gebied van de natuurkunde, chemie, biologie en geneeskunde.

Er kennis van nemend dat andere Regeringen reeds hun belangstelling hebben aangetoond zo vlug mogelijk tot de ESRF-Overeenkomst toe te treden

Nodigt deze Regeringen uit mee te werken aan de Europese Synchrotronstralingsinstallatie

Is bereid hen als stichtende leden op te nemen als ze uiterlijk 1 mei 1989 toetreden tot de Overeenkomst

Wijst op de vooruitzichten van een toenemend wetenschappelijk gebruik van de ESRF door de huidige partners zodat ze zouden kunnen verplicht zijn hun bijdrage aan de exploitatiekosten te verhogen.