Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering [...] België inzake luchtvervoer tussen Aruba en België, Brussel, 21-11-1991

Geldend van 01-11-1995 t/m heden

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk België inzake luchtvervoer tussen Aruba en België

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk België inzake luchtvervoer tussen Aruba en België

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van het Koninkrijk België

Partijen zijnde bij het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening is opengesteld;

Verlangende een overeenkomst te sluiten, ter aanvulling van genoemd Verdrag, met het doel luchtdiensten tot stand te brengen tussen en via het grondgebied van Aruba en het grondgebied van België;

Verlangende de grootst mogelijke beveiliging en veiligheid in het internationaal luchtvervoer te waarborgen;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst geldt, tenzij het zinsverband anders vereist, dat:

  • a. Overeenkomstsluitende Partijen zijn het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België. Echter waar verwezen wordt naar de Partijen wordt bedoeld de Regering van Aruba en de Regering van het Koninkrijk België of beide naar gelang de tekstuele inhoud van de bepaling;

  • b. de uitdrukking „Verdrag” betekent het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening is opengesteld en omvat elke Bijlage die krachtens artikel 90 van dat Verdrag is aangenomen en elke wijziging van de Bijlagen of van het Verdrag krachtens de artikelen 90 en 94 daarvan, voor zover die Bijlagen en wijzigingen zijn aangenomen of bekrachtigd door beide Overeenkomstsluitende Partijen;

  • c. de uitdrukking „Overeenkomst” betekent deze Overeenkomst met haar Bijlage en alle wijzigingen van de Overeenkomst of de Bijlage;

  • d. de uitdrukking „Luchtvaartautoriteiten” betekent voor het Koninkrijk der Nederlanden, de Minister van Vervoer en Communicatie van Aruba en voor België het Ministerie van Verkeerswezen of in beide gevallen iedere andere autoriteit of persoon die gemachtigd is de functies te vervullen die thans door de genoemde autoriteiten worden vervuld;

  • e. de uitdrukkingen „grondgebied”, „luchtdienst”, „internationale luchtdienst”, „luchtvaartmaatschappij” en „landing voor andere dan verkeersdoeleinden” hebben onderscheidenlijk de betekenis die hun is toegekend in de artikelen 2 en 96 van het Verdrag, behoudens het bepaalde in artikel 16 van deze Overeenkomst;

  • f. de uitdrukking „aangewezen luchtvaartmaatschappij” betekent een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en machtigd in overeenstemming met het artikel 3 van deze Overeenkomst;

  • g. de uitdrukking „overeengekomen diensten” betekent de geregelde luchtdiensten op de routes omschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst voor het vervoer van passagiers, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd;

  • h. de uitdrukking „tarieven” betekent de prijzen die moeten worden betaald voor het vervoer van passagiers, bagage en vracht en de voorwaarden waaronder die prijzen van toepassing zijn, met inbegrip van prijzen en voorwaarden voor agentschapsvoering en andere hulpdiensten, echter met uitsluiting van vergoedingen en voorwaarden voor het vervoer van post;

Artikel 2. Verlening van rechten

  • 1 Tenzij in de Bijlage anders wordt bepaald, verleent elke Partij aan de andere Partij de volgende rechten voor het uitvoeren van internationale luchtdiensten door de luchtvaartmaatschappij die door de andere Partij is aangewezen:

    • a. om zonder te landen over het grondgebied van de andere Partij te vliegen;

    • b. om op dat grondgebied te landen voor andere dan verkeersdoeleinden; en

    • c. om op dat grondgebied te landen bij de exploitatie van de routes omschreven in de Bijlage, voor het opnemen en afzetten van passagiers, vracht en post in internationaal verkeer, afzonderlijk of gecombineerd.

  • 2 Geen van de in het eerste lid van dit artikel genoemde rechten wordt geacht aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Partij het voorrecht te verlenen op het grondgebied van de andere Partij passagiers, vracht en post op te nemen die bestemd zijn om tegen vergoeding of krachtens een huurcontract te worden vervoerd naar een ander punt op het grondgebied van die andere Partij.

Artikel 3. Aanwijzing en vergunning voor het exploiteren van diensten

  • 1 Elke Partij heeft het recht, middels haar luchtvaartautoriteiten, schriftelijk aan de andere Partij, een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten op de voor die Partij in de Bijlage omschreven routes.

  • 2 Na ontvangst van een kennisgeving van aanwijzing door een Partij ingevolge het eerste lid van dit artikel, verlenen de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij, met inachtneming van hun wetten en voorschriften, zonder verwijl aan de aldus aangewezen luchtvaartmaatschappijen de vereiste vergunningen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten waarvoor die luchtvaartmaatschappij is aangewezen.

  • 3 Na ontvangst van deze vergunningen kan de luchtvaartmaatschappij op ieder tijdstip een aanvang maken met de gehele of gedeeltelijke exploitatie van de overeengekomen diensten, mits de luchtvaartmaatschappij de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst naleeft en mits tarieven vastgesteld zijn overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van deze Overeenkomst.

Artikel 4. Intrekking of schorsing van een exploitatievergunning

  • 1 De luchtvaartautoriteiten van elke Partij hebben het recht de in artikel 3 vermelde vergunningen aan een door de andere Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te weigeren, deze in te trekken, te schorsen of er, tijdelijk of blijvend, voorwaarden aan te verbinden:

    • a. indien de luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft te hunnen genoegen aan te tonen dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden opgelegd door de wetten en voorschriften welke die autoriteiten, in overeenstemming met het Verdrag, gewoonlijk en redelijkerwijs toepassen op de exploitatie van internationale luchtdiensten;

    • b. indien de luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de exploitatie uit te oefenen in overeenstemming met de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden;

    • c. indien de luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten en voorschriften van die Partij na te leven;

    • d. indien niet te hunnen genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom en het daadwerkelijk toezicht op de luchtvaartmaatschappij berusten bij de Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst, bij haar onderdanen of beide.

  • 2 De in het eerste lid van dit artikel genoemde rechten worden slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij overeenkomstig artikel 14 van deze Overeenkomst, tenzij onmiddellijk optreden noodzakelijk is teneinde inbreuk op bovengenoemde wetten en voorschriften te voorkomen.

Artikel 5. Toepassing van wetten en voorschriften

  • 1 De wetten en voorschriften van de ene Partij betreffende de toelating tot, het verblijf binnen of het vertrek uit haar grondgebied van in de internationale luchtvaart gebruikte luchtvaartuigen of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen dienen te worden nageleefd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij bij het binnenkomen in of het verlaten van en gedurende het verblijf binnen genoemd grondgebied.

  • 2 De wetten en voorschriften van de ene Partij betreffende binnenkomst, in- en uitklaring, doorreis, immigratie, paspoorten, douane, valuta, gezondheid en quarantaine dienen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij en door haar bemanningen en passagiers, of namens hen, alsook met betrekking tot vracht en post te worden nageleefd bij het binnenkomen in of verlaten van en gedurende de doorreis over en het verblijf binnen het grondgebied van eerstbedoelde Partij.

    Passagiers op doorreis over het grondgebied van een der Partijen worden ten hoogste onderworpen aan een vereenvoudigde controle.

  • 3 Geen van beide Partijen mag haar eigen of enige andere luchtvaartmaatschappij begunstigen ten opzichte van een luchtvaartmaatschappij van de andere Partij die gelijkaardige internationale luchtdiensten uitvoert bij de toepassing van haar voorschriften vermeld in de leden 1 en 2 van dit artikel of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen en luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarop zij toezicht uitoefent.

Artikel 6. Bewijzen en vergunningen

  • 1 Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van geschiktheid en vergunningen die zijn uitgereikt of geldig verklaard door een Partij worden gedurende hun geldigheidsduur door de andere Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de in de Bijlage omschreven routes, mits zodanige bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard ingevolge en overeenkomstig de op grond van het Verdrag vastgestelde normen.

    Elke Partij houdt zich evenwel het recht voor bevoegdverklaringen en vergunningen die door de andere Partij aan haar eigen onderdanen zijn uitgereikt niet te erkennen voor vluchten boven haar eigen grondgebied.

  • 2 Indien de in het eerste lid van dit artikel genoemde bewijzen en vergunningen zijn uitgereikt of geldig verklaard volgens vereisten die afwijken van de krachtens het Verdrag vastgestelde normen en indien deze afwijking betekend werd aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, kunnen de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij verzoeken om overleg overeenkomstig artikel 14 van deze Overeenkomst teneinde zich ervan te vergewissen dat de desbetreffende vereisten voor hen aanvaardbaar zijn. Indien geen bevredigende overeenstemming wordt bereikt in aangelegenheden inzake vliegveiligheid, vormt zulks een grond voor de toepassing van artikel 4 van deze Overeenkomst.

Artikel 7. Beveiliging van de luchtvaart

  • 1 De Partijen bevestigen dat hun verplichting in hun wederzijdse betrekkingen de veiligheid van de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke gedragingen, integraal deel uitmaakt van deze Overeenkomst.

  • 2 De Partijen verlenen op verzoek alle nodige bijstand aan elkaar om handelingen van wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen en andere wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van passagiers, bemanningen, luchtvaartuigen, luchthavens, luchtvaartinstallaties en -diensten en elke andere bedreiging van de veiligheid van de luchtvaart, te voorkomen.

  • 3 De Partijen handelen in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te 's-Gravenhage op 16 december 1970 en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971.

  • 4 De Partijen handelen in hun wederzijdse betrekkingen in overeenstemming met de bepalingen inzake de beveiliging van de luchtvaart, uitgevaardigd door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en aangeduid als bijlagen van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie in zoverre dat deze beveiligingsbepalingen van toepassing zijn voor de Partijen; zij eisen dat de exploitanten van bij hen ingeschreven luchtvaartuigen of exploitanten hun hoofdverblijf voor handelspraktijken of hun permanente verblijfplaats op hun grondgebied hebben en de exploitanten van luchthavens op hun grondgebied, handelen in overeenstemming met deze bepalingen inzake de beveiliging der luchtvaart.

  • 5 Elke Partij verbindt er zich toe de door de andere Partij voorgeschreven veiligheidsmaatregelen voor de binnenkomst op haar grondgebied in acht te nemen en passende voorzieningen te treffen om passagiers, bemanningen en hun handbagage evenals vracht voor het aan boord gaan of het laden te onderzoeken.

    Elke Partij neemt ieder verzoek van de andere Partij tot speciale beveiligingsvoorzieningen voor haar luchtvaartuigen of passagiers teneinde aan een bijzondere bedreiging het hoofd te bieden, in welwillende overweging.

  • 6 Wanneer zich een geval of dreiging van een geval van wederrechtelijk in zijn macht brengen van een luchtvaartuig of enige andere wederrechtelijke gedraging gericht tegen de veiligheid van passagiers, bemanningen, luchtvaartuigen, luchthavens en luchtvaartinstallaties en -diensten voordoet, staan de Partijen elkaar bij door het berichtenverkeer en andere passende maatregelen, bestemd om aan een dergelijk voorval of zodanig gevaar snel en veilig een einde te stellen, te vergemakkelijken.

  • 7 Wanneer een Partij afwijkt van de beveiligingsmaatregelen in dit artikel, kunnen de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij om onmiddellijk overleg verzoeken met de luchtvaartautoriteiten van die Partij. Indien geen bevredigende overeenstemming wordt bereikt binnen de dertig (30) dagen, vormt zulks een grond voor de toepassing van artikel 4 van deze Overeenkomst.

Artikel 8. Vergoedingen ten laste van de gebruikers

  • 1 De vergoedingen die op het grondgebied van de ene Partij aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij worden opgelegd voor het gebruik van luchthavens en andere luchtvaartvoorzieningen door de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij mogen niet hoger zijn dan die welke in rekening worden gebracht aan een nationale luchtvaartmaatschappij van eerstbedoelde Partij die soortgelijke internationale diensten uitvoert.

  • 2 Elke Partij streeft ernaar dat, waar mogelijk via de representatieve organisaties van de luchtvaartmaatschappijen, overleg zou plaatsvinden tussen haar bevoegde autoriteiten die de vergoedingen opleggen en de aangewezen luchtvaartmaatschappij die van de voorzieningen en diensten gebruik maakt. Voorstellen tot wijziging van de vergoedingen ten laste van de gebruikers zouden tijdig moeten worden bekend gemaakt om laatstgenoemden in staat te stellen hun zienswijze uit te drukken vooraleer een wijziging ingaat.

Artikel 9. Douane en Accijnzen

  • 1 Elke Partij stelt de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij vrij van invoerbeperkingen, douanerechten, accijnzen, inspectiekosten en ander nationale, regionale of plaatselijke rechten en lasten op vliegtuigen, brandstof, smeermiddelen, technische verbruiksvoorraden, reserveonderdelen met inbegrip van motoren, normale vliegtuiguitrusting, gronduitrusting, proviand (met inbegrip van alcoholische drank, tabak en andere produkten bestemd om tijdens de vlucht in beperkte hoeveelheden aan de passagiers te worden verkocht) en andere artikelen die uitsluitend worden gebruikt of bestemd zijn voor gebruik in verband met de exploitatie of het onderhoud van luchtvaartuigen van de door de andere Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij die de overeengekomen diensten exploiteert.

  • 2 De bij dit artikel toegekende vrijstellingen zijn van toepassing op de in het eerste lid van dit artikel genoemde goederen ongeacht of zodanige goederen geheel worden gebruikt of verbruikt binnen het grondgebied van de Partij die de vrijstelling toekent, mits zij:

    • a. worden ingevoerd in het grondgebied van een Partij door of namens de aangewezen maatschappij van de andere Partij, maar niet worden vervreemd binnen het grondgebied van eerstbedoelde Partij;

    • b. aan boord worden gehouden van een luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Partij bij aankomst op of vertrek uit het grondgebied van de andere Partij;

    • c. aan boord worden genomen van een vliegtuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Partij op het grondgebied van de andere Partij en bestemd zijn voor gebruik bij de exploitatie van de overeengekomen diensten.

  • 3 De normale boorduitrustingsstukken, de gronduitrusting alsmede de materialen en voorraden die zich gewoonlijk aan boord bevinden van een vliegtuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een der Partijen, mogen op het grondgebied van de andere Partij slechts uitgeladen worden met de toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. In dat geval kunnen ze onder toezicht van die autoriteiten worden geplaatst tot het tijdstip waarop ze weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.

  • 4 Bagage en vracht in rechtstreeks doorgaand verkeer zijn vrijgesteld van douanerechten en andere heffingen.

  • 5 De bij dit artikel ingestelde vrijstellingen worden ook verleend wanneer de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Partij afspraken heeft gemaakt met een andere luchtvaartmaatschappij, die ook zulke vrijstellingen vanwege de andere Partij geniet, ter zake van het lenen of overdragen op het grondgebied van de andere Partij van goederen vermeld in lid 1 van dit artikel.

Artikel 10. Capaciteit

  • 1 De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Partijen krijgen billijke en gelijke kansen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten tussen en via hun wederzijdse grondgebieden op de in de Bijlage bij deze Overeenkomst omschreven routes.

  • 2 Bij het exploiteren van de overeengekomen diensten houdt de aangewezen luchtvaartmaatschappij van elk der Partijen rekening met het belang van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij, ten einde de diensten die de laatstgenoemde maatschappij op dezelfde route of op een deel daarvan onderhoudt, niet op onrechtmatige wijze te treffen.

  • 3 De overeengekomen diensten die worden onderhouden door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Partijen dienen op redelijke wijze te worden afgestemd op de vervoersbehoeften op de omschreven routes en hebben als voornaamste doel de verschaffing, met inachtneming van een redelijke beladingsgraad, van capaciteit die voldoet aan de huidige en redelijkerwijs te verwachten behoeften aan vervoer van passagiers, vracht en post tussen het grondgebied van de Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en de landen die de eindbestemming van het verkeer zijn.

  • 4 Voorzieningen met betrekking tot het vervoer van passagiers, vracht en post, opgenomen en afgezet op punten op de omschreven routes op het grondgebied van andere Staten dan de Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, geschieden overeenkomstig het algemeen beginsel dat de capaciteit dient te zijn afgestemd op:

    • a. de vervoersbehoeften naar en van het grondgebied van de Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen;

    • b. de vervoersbehoeften van het gebied via hetwelk de overeengekomen diensten gaan, nadat rekening is gehouden met andere vervoersdiensten ingesteld door luchtvaartmaatschappijen van de Staten die in dit gebied gelegen zijn; en

    • c. de eisen welke de exploitatie van lange afstandsdiensten stelt.

Artikel 11. Tarieven

  • 1 Partijen zullen toestaan dat de vaststelling van een tarief op één van de in bijlage omschreven routes zal geschieden door elk van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen, zo mogelijk na overleg tussen deze maatschappijen.

  • 2 De tarieven voor vervoer op de overeengekomen diensten van en naar het grondgebied van de andere Partij dienen te worden vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle daarvoor in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, de kenmerkende eigenschappen van de dienst, het belang van de gebruikers en, waar dit passend wordt geacht, de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen op het geheel of een deel van dezelfde route.

  • 3 Dit tarief zal tenminste vijfenveertig (45) dagen voor de voorgenomen datum van het van kracht worden daarvan door de luchtvaartmaatschappij ter goedkeuring voorgelegd worden aan beide luchtvaartautoriteiten; in bijzondere gevallen kunnen de luchtvaartautoriteiten een verkorting van dit tijdvak aanvaarden.

  • 4 Indien geen van de luchtvaartautoriteiten binnen dertig (30) dagen na ontvangst van het verzoek haar afkeuring schriftelijk ter kennis geeft aan de andere luchtvaartautoriteiten en de betrokken luchtvaartmaatschapij, wordt het tarief geacht te zijn goedgekeurd. Ingeval de luchtvaartautoriteiten instemmen met verkorting van het tijdvak voor indiening van een tarief, kunnen zij tevens overeenkomen dat de periode waarin bezwaar moet worden medegedeeld korter zal zijn dan dertig (30) dagen.

  • 5 Heeft echter één van de luchtvaartautoriteiten van haar afkeuring van het voorgelegde tarief kennis gegeven, dan zullen de luchtvaartautoriteiten in onderling overleg het tarief vaststellen.

  • 6 Geldende tarieven blijven van kracht tot nieuwe tarieven zijn vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in dit artikel. Een luchtvaarttarief mag echter voor een periode van ten hoogste 12 maanden na de oorspronkelijke datum van verstrijken verlengd worden.

Artikel 12. Commerciële beginselen

  • 1 Op basis van wederkerigheid mag de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Partij in overeenstemming met de nationale wetgeving van de andere Partij, betreffende toelating, verblijf en tewerkstelling in het grondgebied van deze Partij eigen vertegenwoordigers hebben alsook de commerciële, operationele en technische personeelsleden die nodig zijn voor de exploitatie van de overeengekomen diensten.

  • 2 Aan zodanige personeelsbehoeften kan naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden voldaan met eigen personeel of door een beroep te doen op de diensten van enige andere organisatie, firma of luchtvaartmaatschappij die op het grondgebied van de andere Partij werkzaam is en die toestemming heeft op dit grondgebied zodanige diensten te verrichten.

  • 3 De vertegenwoordigers en personeelsleden zijn onderworpen aan de van kracht zijnde wetten en voorschriften van de andere Partij. Overeenkomstig deze wetten en voorschriften verleent elke Partij op basis van wederkerigheid en binnen de kortst mogelijke tijd de nodige werkvergunningen, tewerkstellingsvisa of ander soortgelijke documenten aan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde vertegenwoordigers en personeelsleden.

  • 4 Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij mag haar eigen afhandeling verzorgen op het grondgebied van de andere Partij of mag naar keuze dit laten doen door een daar gevestigd en erkend afhandelingsbedrijf. Het recht de eigen afhandeling te verzorgen kan beperkt worden door fysieke mogelijkheden van de luchthaven. Bij de toewijzing van afhandelingsfaciliteiten zal door de betrokken autoriteiten op niet discriminatoire wijze worden gehandeld.

  • 5 Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft het recht op het grondgebied van de andere Partij rechtstreeks of, indien zij dit verkiest, via haar vertegenwoordigers, luchtvervoerdiensten te verkopen.

    Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft het recht vervoer te verkopen tegen betaling in de munt van dat grondgebied of, indien zij dit verkiest, in een vrij converteerbare munt van enig ander land. Een ieder is vrij zodanig vervoer te kopen tegen betaling in een munt die door die luchtvaartmaatschappij wordt aanvaard.

  • 6 Elke Partij verleent aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij het recht tot het vrijelijk overmaken van het verschil tussen ontvangsten en uitgaven verworven door deze aangewezen luchtvaartmaatschappij op haar grondgebied.

    Zodanige overmakingen geschieden op basis van de officiële wisselkoersen voor lopende betalingen of, bij ontstentenis van officiële wisselkoersen, tegen de op de markt voor buitenlandse valuta gangbare koersen op de dag waarop de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij de aanvraag tot overmaking indient. Daarbij worden geen andere lasten dan de normale banklasten op zodanige transacties geheven.

  • 7 Elke Partij verleent op basis van wederkerigheid aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij vrijstelling van enigerlei belasting op inkomens of baten door deze luchtvaartmaatschappij verkregen op het grondgebied van de eerste Partij uit de exploitatie van internationale luchtdiensten, alsook van onverschillig welke heffing op omzet of kapitaal.

    Deze bepaling gaat niet in wanneer tussen de twee Partijen een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting van kracht is die in een zodanige vrijstelling voorziet.

Artikel 13. Uitwisseling van informatie

  • 1 De luchtvaartautoriteiten van de beide Partijen wisselen zo snel mogelijk informatie uit betreffende de lopende vergunningen verleend aan hun respectievelijk aangewezen luchtvaartmaatschappijen om diensten te exploiteren naar, via en van het grondgebied van de andere Partij, met inbegrip van copies van de lopende bewijzen en vergunningen voor diensten op de omschreven routes, evenals de wijzigingen, vrijstellingsorders en toegestane diensttabellen.

  • 2 Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij zal, zoveel van te voren als mogelijk, aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij copies verschaffen van tarieven, dienstregelingen, inbegrepen iedere wijziging daaraan, en alle andere relevante informatie die betrekking heeft op de exploitatie van de overeengekomen diensten, inbegrepen de informatie over de aangeboden capaciteit op elke omschreven route, en elke andere informatie die kan geëist worden om ten aanzien van de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij aan te tonen dat de bepalingen van deze Overeenkomst degelijk in acht worden genomen.

  • 3 Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij zal op aanvraag van de luchtvaartautoriteiten van de andere Partij aan deze laatste de statistieken bezorgen betreffende het verkeer vervoerd op de overeengekomen diensten met vermelding van de punten van in- en ontscheping.

Artikel 14. Overleg

  • 1 De luchtvaartautoriteiten van de Partijen plegen van tijd tot tijd overleg ten einde een nauwe samenwerking te verzekeren in alles wat verband houdt met de tenuitvoerlegging en de bevredigende naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst en haar Bijlage.

  • 2 Dit overleg zal aanvangen binnen een periode van zestig (60) dagen te rekenen van af de datum van ontvangst van een verzoek in die zin, tenzij de Partijen anderszins overeenkomen.

Artikel 15. Regeling van geschillen

  • 1 Indien tussen de Partijen een geschil mocht ontstaan omtrent de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, trachten de Partijen in de eerste plaats dit geschil door onderhandelingen te regelen.

  • 2 Indien de Partijen er niet in slagen door middel van onderhandelingen een regeling te treffen, kunnen zij overeenkomen het geschil ter beslissing voor te leggen aan een persoon of instantie, of kan elk van beide Partijen het geschil ter beslissing voorleggen aan een scheidsgerecht bestaande uit drie scheidsrechters.

  • 3 Het scheidsgerecht wordt samengesteld als volgt:

    Elk der Partijen benoemt een scheidsrechter binnen zestig (60) dagen na het tijdstip waarop de ene Partij, schriftelijk van de andere Partij een kennisgeving heeft ontvangen waarin om voorlegging van het geschil wordt verzocht.

    Deze twee scheidsrechters wijzen in onderling overleg een derde scheidsrechter aan binnen een daarop aansluitende periode van (60) dagen. De derde scheidsrechter is een onderdaan van een derde Staat; hij treedt op als voorzitter van het scheidsgerecht en bepaalt de plaats waar dit zal zetelen.

    Indien een der Partijen nalaat binnen het aangewezen tijdvak een scheidsrechter te benoemen of indien de derde scheidsrechter niet binnen het aangegeven tijdvak wordt aangewezen, kan door elk der Partijen een verzoek worden gericht tot de Voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie om, naar gelang het geval, een scheidsrechter of scheidsrechters te benoemen.

  • 4 De Partijen verbinden zich ertoe iedere ingevolge het tweede en derde lid van dit artikel tot stand gekomen beslissing of uitspraak na te komen.

    Als een der Partijen in gebreke blijft zodanige beslissing na te leven, geeft dit de andere Partij grond voor de toepassing van artikel 4 van deze Overeenkomst.

  • 5 De kosten van het Scheidsgerecht zullen gelijkelijk door de Partijen worden gedragen.

Artikel 16. Territoriale toepasselijkheid

Voor wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden zal deze Overeenkomst uitsluitend van toepassing zijn ten aanzien van het grondgebied van Aruba.

Artikel 17. Wijzigingen

  • 1 Indien een van beide Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht enige bepaling van deze Overeenkomst te wijzigen, kan zij de andere Overeenkomstsluitende Partij om overleg verzoeken. Dit overleg dat zowel mondeling als bij briefwisseling kan worden gepleegd, kan plaatsvinden tussen de luchtvaartautoriteiten, en vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen te rekenen vanaf de datum van het verzoek.

  • 2 Als een algemeen multilateraal luchtvaartverdrag in werking treedt voor beide Partijen, hebben de bepalingen van een zodanig verdrag voorrang.

    Er kan overleg worden gepleegd overeenkomstig het eerste lid van dit artikel teneinde vast te stellen in welke mate de bepalingen van het multilaterale verdrag van invloed zijn op deze Overeenkomst.

  • 3 Alle in zodanig overleg overeengekomen wijzigingen worden van kracht nadat ze door een diplomatieke notawisseling zijn bevestigd.

Artikel 18. Opzegging

  • 1 Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk via diplomatieke weg mededeling doen van haar besluit deze Overeenkomst op te zeggen. Deze mededeling wordt tegelijkertijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

  • 2 De Overeenkomst eindigt één (1) jaar na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de mededeling van opzegging met wederzijdse instemming voor het einde van dit tijdvak wordt ingetrokken.

    Indien de andere Overeenkomstsluitende Partij nalaat bericht van ontvangst te geven, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 19. Registratie

Deze Overeenkomst en alle daaraan aangebrachte wijzigingen worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 20. Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum vastgesteld in de diplomatieke notawisseling waarin vermeld wordt dat de formeel vereiste constitutionele bekrachtigingsprocedure van beide Overenkomstsluitende Partijen heeft plaatsgevonden.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, op 21 november 1991, in twee originele exemplaren in de Nederlandse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) A. A. TROMP-YARZAGARAY

A. A. Tromp-Yarzagaray

Gevolmachtigd Minister van Aruba

Voor de Regering van het Koninkrijk België,

(w.g.) M. EYSKENS

Mark Eyskens

Minister van Buitenlandse zaken

BIJLAGE Routetabel

1

Diensten die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van Aruba kunnen worden geëxploiteerd.

  • - Aruba

  • - tussenliggende punten (1) -

  • - een punt in België -

  • - verder gelegen punten (1) en vice versa.

2

Diensten die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van het Koninkrijk België kunnen worden geëxploiteerd.

  • - punten in België

  • - tussenliggende punten (1) -

  • - Aruba

  • - verder gelegen punten (1) en vice versa.

De punten gemerkt met (1) kunnen door de Luchtvaartautoriteiten van debetrokken Partij medegedeeld worden aan de Luchtvaartautoriteiten van de andere Partij. Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij kan naar keuze één of meer tussenliggende of verder gelegen punten op elke vlucht weglaten. De uitoefening van vervoersrechten op de tussenliggende en verder gelegen punten enerzijds en het grondgebied van de andere Partij anderzijds dient vooraf tussen de respectievelijke Luchtvaartautoriteiten van de Partijen te worden overeengekomen.

Nr. I

MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN, BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMEN WERKING

1000 BRUSSEL, 21-1 1-1991

QUATRE-BRASSTRAAT 2

TEL. 516.81.11

De Minister van Buitenlandse Zaken

A14-91

Excellentie,

Ter gelegenheid van de ondertekening heden van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk België inzake luchtvervoer tussen Aruba en België, met Bijlage, heb ik de eer namens mijn Regering de volgende afspraken te bevestigen, waarover de Arubaanse en Belgische luchtvaartdelegaties tijdens de van 17 tot 19 april 1989 te Brussel gehouden luchtvaartbesprekingen overeenstemming hebben bereikt:

  • 1. Frequenties

    • a. Tenzij anders wordt overeengekomen tussen de luchtvaartautoriteiten van de Partijen, zullen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen op de omschreven route elk maximaal één frequentie per week kunnen vliegen. Indien en zolang uitsluitend één aangewezen luchtvaartmaatschappij de rechten exploiteert, is deze luchtvaartmaatschappij gemachtigd een tweede frequentie te exploiteren.

    • b. Extra vluchten behoeven de voorafgaande toestemming van de luchtvaartautoriteiten van de Partijen.

  • 2. Douanevoorschriften

    De in artikel 9, eerste lid, van de onderhavige Overeenkomst vermelde vrijstellingen zullen eveneens op wederkerige basis worden verleend met betrekking tot voorraden gedrukte tickets, luchtvrachtbrieven en druk waarop het embleem van de maatschappij voorkomt en gebruikelijk reclamemateriaal dat door die aangewezen luchtvaartmaatschappij gratis wordt verspreid.

  • 3. Voorlopige toepassing

    Vanaf de datum van ondertekening zullen de bepalingen van de onderhavige Overeenkomst, met bijlage, voorlopig worden toegepast.

    Ik stel het zeer op prijs om Uw brief te mogen ontvangen waarbij ook namens Uw Regering bovenstaande afspraken worden bevestigd.

    Gelieve, Excellentie, de hernieuwde verzekering mijner bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

(w.g.) M. EYSKENS

Mark Eyskens

Aan Mevrouw A. A. Tromp-Yarzagaray Gevolmachtigd Minister van Aruba

Nr. II

A14/91

Brussel, 21 november 1991

Excellentie,

Ik heb hierbij de eer de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, kenmerk A14/91 waarvan de inhoud als volgt luidt:

[Red: (zoals in Nr. I) ]

Ik heb de eer ook namens mijn Regering bovengenoemde afspraken te bevestigen, waarover de luchtvaartautoriteiten van België en Aruba overeenstemming hebben bereikt.

Gelieve, Excellentie, de hernieuwde verzekering mijner bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

De Gevolmachtigd Minister van Aruba,

(w.g.) A. A. TROMP-YARZAGARAY

A. A. Tromp-Yarzagaray

Zijne Excellentie de Heer M. Eyskens Minister van Buitenlandse Zaken Quatre-Brasstraat 2 1000 Brussel