Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Saoedi-Arabië inzake luchtvervoer, Riyadh, 13-02-1985

Geldend van 24-06-1985 t/m heden

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Saoedi-Arabië inzake luchtvervoer

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Saoedi-Arabië inzake luchtvervoer

Preambule

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Saoedi-Arabië, hierna te noemen „de Overeenkomstsluitende Partijen”;

Partijen bij het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld;

Geleid door de wens een aanvullende overeenkomst bij dat Verdrag te sluiten met het doel luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden in te stellen;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst:

  • A. Wordt onder „luchtvaartautoriteiten” verstaan, wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de Rijksluchtvaartdienst, en wat het Koninkrijk Saoedi-Arabië betreft, de President van de Burgerluchtvaart, of in beide gevallen, iedere andere autoriteit of instantie die bevoegd is een van de thans door genoemde autoriteiten uitgeoefende functies te vervullen;

  • B. Wordt onder „overeengekomen diensten” verstaan de geregelde luchtdiensten voor het vervoer van passagiers, bagage, vracht en post op de routes, omschreven in de Bijlage bij deze Overeenkomst;

  • C. Wordt onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” verstaan een luchtvaartmaatschappij die overeenkomstig artikel 3 van deze Overeenkomst is aangewezen;

  • D. Wordt onder „luchtdienst” verstaan elke geregelde luchtdienst, uitgevoerd door luchtvaartuigen voor het openbare vervoer van passagiers, bagage, post of vracht;

  • E. Wordt onder „tarief” verstaan de prijzen van het vervoer van passagiers, bagage en vracht, alsmede de voorwaarden waarop deze prijzen worden toegepast, met inbegrip van de prijzen en de voorwaarden die betrekking hebben op de diensten van agentschappen en andere hulpdiensten, echter met uitzondering van de vergoedingen en de voorwaarden met betrekking tot het vervoer van post.

  • F. Wordt onder „het Verdrag” verstaan het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld.

Artikel 2. Verlening van rechten

  • A Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij de volgende rechten ten behoeve van de door die andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij:

    • (1) het recht over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te vliegen zonder te landen;

    • (2) het recht op het bedoelde grondgebied te landen, anders dan voor verkeersdoeleinden; en

    • (3) het recht op het bedoelde grondgebied te landen voor het opnemen of afzetten van passagiers, vracht en post in internationaal verkeer, afzonderlijk of gecombineerd, bij de exploitatie van een dienst op een route, overeengekomen en omschreven in de Bijlage die ter uitvoering van deze Overeenkomst is opgesteld.

  • B Geen van de bepalingen in lid A van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen het recht te geven tot het opnemen, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, van passagiers, vracht of post, vervoerd tegen beloning of vergoeding en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 3. Aanwijzing en vergunning

  • A Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht, in een schriftelijke mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.

  • B Na ontvangst van deze aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, onverminderd het bepaalde in de leden C en D van dit artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunningen aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij.

  • C De luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij kunnen verlangen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij te hunnen genoegen aantoont te voldoen aan de eisen voor de exploitatie van internationale luchtdiensten, gesteld bij de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze door deze autoriteiten worden toegepast, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag.

  • D Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht de in lid B van dit artikel bedoelde exploitatievergunningen niet te verlenen, of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening van het in artikel 2 omschreven recht door een aangewezen luchtvaartmaatschappij, wanneer niet ten genoegen van genoemde Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het feitelijk toezicht op deze luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen of bij haar onderdanen.

  • E Onverminderd het bepaalde in lid C van dit artikel kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij aan wie de vergunning is verleend, op elk gewenst tijdstip een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen luchtdiensten waarvoor zij is aangewezen, mits met betrekking tot deze diensten een overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief van kracht is.

  • F Ten minste 45 dagen voor de aanvang van de exploitatie van een overeengekomen luchtdienst stelt de aangewezen luchtvaartmaatschappij de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij in kennis van de frequentie, de dienstregeling en het type luchtvaartuig. Hetzelfde geldt voor latere wijzigingen.

Artikel 4. Intrekking van vergunning

  • A Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door een luchtvaartmaatschappij die door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen, op te schorten of aan de uitoefening van deze rechten de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden, indien:

    • (1) niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het feitelijke toezicht op deze luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij; of

    • (2) deze luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten of de voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die haar deze rechten heeft verleend, na te leven; of

    • (3) de luchtvaartmaatschappij anderszins in gebreke blijft de exploitatie uit te oefenen overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en de Bijlage daarbij.

  • B Het recht tot intrekking of opschorting of tot het stellen van voorwaarden wordt uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij onmiddellijke intrekking of opschorting of het onmiddellijk stellen van voorwaarden noodzakelijk is ter voorkoming van verdere inbreuken op wetten en voorschriften of van verder verzuim in de uitoefening van de exploitatie overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en de Bijlage daarbij.

Artikel 5. Eerlijke mededinging

  • A De door beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij wordt op billijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld de overeengekomen diensten op de omschreven routes tussen hun onderscheiden grondgebieden te exploiteren.

  • B Bij de exploitatie van de overeengekomen diensten houdt de door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij rekening met de belangen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij, zodat de diensten die de laatstgenoemde luchtvaartmaatschappij op dezelfde routes of een deel daarvan onderhoudt, niet op onredelijke wijze worden getroffen.

  • C De luchtdiensten die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de Overeenkomstsluitende Partij worden onderhouden, dienen nauwkeurig te worden afgestemd op de vervoersbehoefte van het publiek op de omschreven routes en hebben als voornaamste doel het verschaffen, bij een redelijke bezettingsgraad, van capaciteit die beantwoordt aan de huidige en de redelijkerwijze te verwachten behoefte aan vervoer van passagiers, vracht en post tussen het grondgebied van de Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en de landen van uiteindelijke bestemming van het vervoer.

  • D In het vervoer van passagiers, vracht en post, zowel opgenomen als afgezet op punten van de omschreven routes op het grondgebied van andere Staten dan de Staat die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, wordt voorzien overeenkomstig de algemene beginselen, volgens welke de capaciteit dient te zijn afgestemd op:

    • (1) de behoeften aan vervoer naar en van het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen;

    • (2) de vervoersbehoeften van het gebied dat door de luchtvaartmaatschappij wordt aangedaan, nadat rekening is gehouden met andere vervoersdiensten, ingesteld door luchtvaartmaatschappijen van de Staten die te zamen dit gebied vormen; en

    • (3) de eisen die de exploitatie van doorgaande luchtdiensten stelt.

Artikel 6. Toepassing van wetten

  • A De wetten, voorschriften en procedures van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van in de internationale luchtvaart gebruikte luchtvaartuigen of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen dienen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij te worden nageleefd bij het binnenkomen in of het verlaten van en gedurende het verblijf binnen het bedoelde grondgebied.

  • B De wetten en voorschriften van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de binnenkomst, inklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine worden nageleefd door of namens de bemanningen, passagiers, vracht en post bij het binnenkomen op, of het verlaten van en gedurende het verblijf binnen het grondgebied van deze Overeenkomstsluitende Partij.

  • C Passagiers, bagage en vracht in rechtstreeks doorgaand verkeer over het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, en die niet het voor dit doel gereserveerde gedeelte van de luchthaven verlaten, zijn, behalve ten aanzien van veiligheidsmaatregelen tegen geweld en vliegtuigkaping, onderworpen aan niet meer dan een vereenvoudigde controle. Bagage en vracht in rechtstreeks doorgaand verkeer zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Artikel 7. Uitreiking van bewijzen en vergunningen

  • A Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door een der Overeenkomstsluitende Partijen zijn uitgereikt of geldig verklaard en die nog van kracht zijn, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van luchtdiensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard ingevolge en overeenkomstig de op grond van het Verdrag gestelde normen. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en van vergunningen die door de andere Overeenkomstsluitende Partij aan haar onderdanen zijn uitgereikt, te weigeren voor vluchten boven haar eigen grondgebied.

  • B Indien de voorrechten of voorwaarden, verbonden aan de in lid A van dit artikel genoemde vergunningen of bewijzen die door de luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij zijn uitgereikt aan een persoon of een luchtvaartuig, een afwijking van de krachtens het Verdrag vastgestelde normen mochten toestaan en indien deze afwijking is geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaarorganisatie, kunnen de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij verzoeken om overleg met de luchtvaartautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij, ten einde zich ervan te vergewissen of het desbetreffende gebruik voor hen aanvaardbaar is. Indien geen bevredigende overeenstemming bereikt wordt inzake deze aangelegenheden de vliegveiligheid betreffende, vormt zulks een grond voor de toepassing van artikel 4 van deze Overeenkomst.

Artikel 8. Kosten voor gebruik en begunstiging

  • A De kosten die op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de luchtvaartuigen aan een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden berekend voor het gebruik van luchthavens en andere luchtvaartvoorzieningen, mogen niet hoger zijn dan die welke in rekening worden gebracht aan luchtvaartuigen van andere luchtvaartmaatschappijen die soortgelijke internationale luchtdiensten uitvoeren.

  • B Geen der Overeenkomstsluitende Partijen mag enige andere luchtvaartmaatschappij begunstigen ten opzichte van een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij bij de toepassing van haar voorschriften inzake douane, immigratie, quarantaine en soortgelijke aangelegenheden of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen en luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarop zij toezicht uitoefent.

Artikel 9. Douanerechten en belastingen

  • A Luchtvaartuigen die door de door een der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen op internationale luchtdiensten worden gebruikt, alsmede de zich aan boord daarvan bevindende normale uitrustingsstukken, reservedelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, en andere voorraden (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen), zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingsstukken en voorraden aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat zij weer worden uitgevoerd.

  • B Voorraden motorbrandstof, smeermiddelen, reservedelen, normale uitrustingsstukken en andere voorraden, ingevoerd op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij door of namens een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij of aan boord genomen van de door deze luchtvaartmaatschappij geëxploiteerde luchtvaartuigen en uitsluitend bestemd voor gebruik tijdens de exploitatie van internationale luchtdiensten, zijn vrijgesteld van alle rechten en heffingen, met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, opgelegd op het grondgebied van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, zelfs indien deze voorraden worden gebruikt op delen van de vlucht boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij, waar zij aan boord zijn genomen. De hierboven bedoelde goederen kunnen op verzoek onder toezicht of controle van de douane worden gehouden.

  • C De normale boorduitrustingsstukken, reservedelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen en andere voorraden, die zich aan boord bevinden van de luchtvaartuigen van een der Overeenkomstsluitende Partijen, kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douane-autoriteiten van die Partij, die kunnen verlangen, dat deze goederen onder hun toezicht worden geplaatst tot het tijdstip waarop zij weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.

Artikel 10. Tarieven

  • A De tarieven die door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van een Overeenkomstsluitende Partij worden geheven voor het vervoer naar of van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden op een redelijk niveau vastgesteld, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle daarvoor in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, de kenmerkende eigenschappen van de dienst en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen.

  • B De in lid A van dit artikel bedoelde tarieven worden, indien mogelijk, in onderlinge overeenstemming vastgesteld door de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen in overleg met andere luchtvaartmaatschappijen die de route of een deel daarvan exploiteren. Deze overeenstemming dient, indien mogelijk, te worden bereikt met gebruikmaking van de procedures voor het vaststellen van tarieven van de Internationale Luchtvervoersvereniging.

  • C De aldus overeengekomen tarieven worden aan de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen ter goedkeuring voorgelegd ten minste zestig (60) dagen voor de voorgestelde datum van invoering. In bijzondere gevallen kan dit tijdvak worden verkort, indien de genoemde autoriteiten zulks overeenkomen.

  • D Indien de aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot overeenstemming kunnen komen over deze tarieven, of indien door enige andere oorzaak een tarief niet kan worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van lid B van dit artikel, of indien in de loop van de eerste dertig (30) dagen van het tijdvak van zestig (60) dagen, bedoeld in lid C van dit artikel, een der Overeenkomstsluitende Partijen aan de andere Overeenkomstsluitende Partij kennis geeft van haar bezwaar tegen enig tarief, overeengekomen overeenkomstig de bepalingen van lid B van dit artikel, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen in onderling overleg het tarief vast te stellen.

  • E Indien de luchtvaartautoriteiten niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent de goedkeuring van een tarief dat hun is voorgelegd overeenkomstig lid C van dit artikel, of omtrent de vaststelling van een tarief volgens lid D, wordt het geschil opgelost overeenkomstig de bepalingen van artikel 13 van deze Overeenkomst.

  • F Een tarief wordt niet van kracht indien dit niet door de luchtvaartautoriteiten van de onderscheiden Overeenkomstsluitende Partijen is goedgekeurd overeenkomstig hun nationale voorschriften.

  • G De overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde tarieven blijven van kracht, totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit artikel.

Artikel 11. Inwisseling van valuta en overmaking

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht van vrije overmaking, in convertibele valuta, van het batig saldo van de ontvangsten en uitgaven, door elke luchtvaartmaatschappij, verkregen tijdens het normale verloop van haar exploitatie.

Deze overmakingen worden regelmatig en zonder verwijl toegestaan en zijn gebaseerd op de gangbare koersen op de markt voor buitenlandse valuta voor lopende betalingen.

Op deze overmakingen zijn geen andere kosten van toepassing dan de normale bankkosten.

Artikel 12. Geest van samenwerking

De luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen plegen, in een geest van nauwe samenwerking, van tijd tot tijd overleg met elkaar, ten einde de uitvoering en de bevredigende naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst en de Bijlage daarbij te verzekeren.

Artikel 13. Regeling van geschillen

  • A Indien tussen de Overeenkomstsluitende Partijen een geschil mocht ontstaan omtrent de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, trachten de Overeenkomstsluitende Partijen in de eerste plaats dit geschil te regelen door middel van onderhandelingen.

  • B Indien de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen door middel van onderhandelingen een regeling te treffen, kunnen zij overeenkomen het geschil ter beslissing voor te leggen aan een persoon of instantie; indien zij zulks niet overeenkomen, wordt het geschil op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen ter beslissing voorgelegd aan een scheidsgerecht, bestaande uit drie scheidsmannen, van wie er één door elk der Overeenkomstsluitende Partijen wordt aangewezen en de derde, die als voorzitter van het scheidsgerecht zal optreden, wordt benoemd door de twee andere aangewezenen. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen wijst een scheidsman aan binnen zestig (60) dagen na het tijdstip waarop een van de Overeenkomstsluitende Partijen langs diplomatieke weg van de andere Overeenkomstsluitende Partij een kennisgeving heeft ontvangen waarin om voorlegging van het geschil aan een scheidsgerecht wordt verzocht; de derde scheidsman wordt binnen het daaraan aansluitende tijdvak van eveneens zestig (60) dagen benoemd. Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen nalaat binnen het aangegeven tijdvak een scheidsman aan te wijzen, of indien de derde scheidsman niet binnen het aangegeven tijdvak wordt benoemd, kan de President van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen een scheidsman of eventueel scheidsmannen benoemen. In dat geval dient de derde scheidsman onderdaan te zijn van een derde Staat en op te treden als voorzitter van het scheidsgerecht.

  • C De Overeenkomstsluitende Partijen onderwerpen zich aan iedere ingevolge lid B van dit artikel genomen beslissing.

  • D De kosten van het scheidsgerecht worden gelijkelijk door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen.

Artikel 14. Overleg

  • A Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht enige bepaling van deze Overeenkomst of van de Bijlage daarbij te wijzigen, kan zij de andere Overeenkomstsluitende Partij om overleg verzoeken. Dit overleg, dat zowel mondeling als schriftelijk kan worden gepleegd, kan plaatsvinden tussen de luchtvaartautoriteiten en vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen, te rekenen van de datum van het verzoek.

  • B Wijzigingen van deze Overeenkomst waartoe gedurende het in lid A van dit artikel bedoelde overleg is besloten, worden door middel van een diplomatieke notawisseling overeengekomen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen en treden in werking op de datum waarop beide Overeenkomstsluitende Partijen elkander schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste formaliteiten is voldaan.

  • C Wijzigingen in de Bijlage bij deze Overeenkomst waartoe tijdens het in lid A van dit artikel bedoelde overleg is besloten, worden schriftelijk overeengekomen tussen de luchtvaartautoriteiten en treden onmiddellijk in werking.

Artikel 15. Beëindiging

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde de andere Overeenkomstsluitende Partij mededelen dat zij heeft besloten deze Overeenkomst te beëindigen. Deze mededeling wordt tegelijkertijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en wordt van kracht twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de mededeling van opzegging in onderling overleg wordt ingetrokken vóór het einde van dit tijdvak. Indien van de andere Overeenkomstsluitende Partij geen bericht van ontvangst wordt ontvangen, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 16. Multilaterale overeenkomst

Deze Overeenkomst en de Bijlagen daarbij zullen worden gewijzigd ten einde in overeenstemming te worden gebracht met elke multilaterale overeenkomst die voor beide Overeenkomstsluitende Partijen bindend kan worden.

Artikel 17. Registratie bij de ICAO

Deze Overeenkomst, de Bijlage daarbij, en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie geregistreerd.

Artikel 18. Inwerkingtreding

  • A Deze Overeenkomst zal worden toegepast vanaf de datum van ondertekening daarvan en treedt in werking op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkander schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste formaliteiten is voldaan.

  • B Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het Rijk in Europa.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren door hun onderscheiden Regeringen gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend in de Arabische, de Engelse en de Nederlandse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in uitleg is de Engelse tekst doorslaggevend.

GEDAAN te Riyadh, 13 februari 1985, in twee oorspronkelijke exemplaren in elke taal.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) J. BREMAN

Jan F. E. Breman

Buitengewoon en

Gevolmachtigd Ambassadeur

Voor het Koninkrijk Saoedi-Arabië,

(w.g.) FAHD BIN ABDULLAH

BIN MOHAMMED

Fahd Bin Abdullah bin Mohammed

Onder-Minister van Defensie

en Luchtvaart (Luchtvaartzaken)

Bijlage Routetabel

A

Routes die in beide richtingen zullen worden geëxploiteerd door de door de Regering van het Koninkrijk Saoedi-Arabië aangewezen luchtvaartmaatschappij: punten in Saoedi-Arabië - tussenliggende punten - Amsterdam - verder gelegen punten.

De aangewezen luchtvaartmaatschappij van het Koninkrijk Saoedi-Arabië kan, op elke willekeurige vlucht of alle vluchten, willekeurig welk van de bovengenoemde punten overslaan, mits de overeengekomen diensten op deze route aanvangen op punten in Saoedi-Arabië.

B

Routes die in beide richtingen zullen worden geëxploiteerd door de door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden aangewezen luchtvaartmaatschappij: punten in Nederland - tussenliggende punten - Dhahran of Djedda - verder gelegen punten.

De aangewezen luchtvaartmaatschappij van het Koninkrijk der Nederlanden kan, op elke willekeurige vlucht of alle vluchten, willekeurig welk van de bovengenoemde punten overslaan, mits de overeengekomen diensten op deze route aanvangen op punten in Nederland.

C

Tussenliggende punten en verder gelegen punten in derde landen kunnen naar keuze van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen worden aangedaan, mits geen verkeersrechten worden uitgeoefend tussen een zodanig punt en het punt op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij anderszins overeengekomen.