Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Democratische Volksrepubliek Algerije betreffende de luchtvaart, Algiers, 22-03-1987

Geldend van 26-11-1992 t/m heden

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Democratische Volksrepubliek Algerije betreffende de luchtvaart

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Democratische Volksrepubliek Algerije betreffende de luchtvaart

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije, hierna te noemen de „Overeenkomstsluitende Partijen”,

Overwegende dat het Koninkrijk der Nederlanden en de Democratische Volksrepubliek Algerije Partij zijn bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, voor ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944,

Verlangende de betrekkingen tussen beide landen alsmede de internationale samenwerking op het gebied van de luchtvaart zoveel mogelijk te bevorderen,

Verlangende een overeenkomst te sluiten ten einde geregelde luchtdiensten in te stellen tussen en via hun onderscheiden grondgebieden,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I

Voor de toepassing van deze Overeenkomst en de daarbij behorende bijlage wordt verstaan onder:

  • a) „het Verdrag”: het op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengestelde Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart;

  • b) „luchtvaartautoriteiten”: wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de Minister van Verkeer en Waterstaat en wat de Democratische Volksrepubliek Algerije betreft de Minister van Verkeer en Visserij, of, in beide gevallen, iedere persoon of instelling, bevoegd tot het vervullen van de functies waarmede zij thans zijn belast;

  • c) „aangewezen maatschappij”: een luchtvaartmaatschappij die door een van de Overeenkomstsluitende Partijen is aangewezen overeenkomstig artikel III van deze Overeenkomst, voor het exploiteren van de overeengekomen luchtdiensten;

  • d) „grondgebied”: met betrekking tot een Staat, het land en de daaraan grenzende territoriale zee onder soevereiniteit van bedoelde Staat;

  • e) „luchtvaartmaatschappij” en „landing anders dan voor verkeersdoeleinden”: dat wat er onder verstaan wordt in artikel 96 van het Verdrag;

  • f) „overeengekomen dienst”: het geregeld luchtvervoer van passagiers, bagage en vracht op de routes omschreven in de als bijlage hierbij gevoegde routetabel, opgesteld ingevolge deze Overeenkomst.

Artikel II

  • 1 Iedere Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de volgende rechten voor de aangewezen maatschappij:

    • a. over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te vliegen zonder te landen;

    • b. op bedoeld grondgebied te landen voor andere dan verkeersdoeleinden; en

    • c. voor overeengekomen diensten op bedoeld grondgebied te landen voor het opnemen en afzetten van passagiers, vracht en post in internationaal verkeer.

  • 2 Geen enkele bepaling van het eerste lid van dit artikel mag zo worden uitgelegd dat daardoor aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een van de Overeenkomstsluitende Partijen het recht zou worden verleend om op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij passagiers, vracht of post op te nemen en deze tegen vergoeding of op basis van een huurcontract te vervoeren naar een ander punt op het grondgebied van deze andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel III

  • 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht om door middel van een schriftelijke kennisgeving een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten.

  • 2 De Overeenkomstsluitende Partij die de kennisgeving van aanwijzing heeft ontvangen, verleent onverwijld, en onverminderd het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel, aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen maatschappij de passende exploitatievergunning.

  • 3 De luchtvaartautoriteiten van een van de Overeenkomstsluitende Partijen kunnen verlangen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij het bewijs levert, dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden welke op het gebied van de exploitatie van de internationale luchtdiensten worden voorgeschreven door de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag, door de genoemde autoriteiten worden toegepast.

  • 4 Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunning, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, niet te verlenen of de voorwaarden te stellen die haar noodzakelijk mochten lijken voor de uitoefening door de aangewezen maatschappij van de rechten genoemd in artikel II van deze Overeenkomst, indien bedoelde Overeenkomstsluitende Partij er niet van overtuigd is dat een aanzienlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij heeft aangewezen of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij, dan wel bij beide.

Artikel IV

  • 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunning, bedoeld in artikel III van deze Overeenkomst, in te trekken of de uitoefening door de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen maatschappij van de rechten, omschreven in artikel II van deze Overeenkomst, te schorsen, dan wel de uitoefening van deze rechten te onderwerpen aan de voorwaarden die zij noodzakelijk acht, indien:

    • a) zij er niet van overtuigd is dat een aanzienlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij heeft aangewezen of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij, dan wel bij beide; of indien

    • b) deze maatschappij zich niet heeft gehouden aan de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die deze rechten heeft verleend; of indien

    • c) deze maatschappij de overeengekomen diensten niet exploiteert overeenkomstig de voorwaarden gesteld in deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage.

  • 2 Tenzij het intrekken, het schorsen of het stellen van de voorwaarden bedoeld in het eerste lid van dit artikel onmiddellijk noodzakelijk is om nieuwe inbreuken op de wetten en voorschriften te voorkomen, kan een zodanig recht niet worden uitgeoefend dan na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel V

  • 1 De aangewezen maatschappijen genieten billijke en gelijke mogelijkheden bij de exploitatie van de overeengekomen diensten.

  • 2 Bij de exploitatie van de overeengekomen diensten houden de aangewezen maatschappijen rekening met de belangen van de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij ten einde de diensten van bedoelde Partij op de gehele route of op een gedeelte daarvan niet onredelijk te treffen.

  • 3 De capaciteit die wordt ingezet door de aangewezen maatschappijen moet in overeenstemming zijn met de behoefte van het publiek aan luchtvaartvervoer op de omschreven routes; hun voornaamste doel is, bij een redelijke beladingsgraad, te voorzien in een vervoerscapaciteit die voldoende is voor de bestaande en redelijkerwijze te verwachten behoefte aan vervoer van passagiers, vracht en post tussen het land waartoe de aangewezen maatschappij behoort en de landen waar de eindbestemming van het vervoer ligt.

  • 4 Bij het vervoer van passagiers, vracht en post, opgenomen of afgezet op overeengekomen diensten op de grondgebieden van derde landen, wordt rekening gehouden met het algemene beginsel dat de vervoerscapaciteit moet zijn aangepast:

    • a) aan de behoeften aan vervoer van en naar het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen;

    • b) aan de behoeften aan vervoer van het gebied via hetwelk de aangewezen maatschappij gaat, rekening houdend met de andere luchtvaartdiensten, ingesteld door de luchtvaartmaatschappijen van de Staten, gelegen in het desbetreffende gebied; en

    • c) aan de vereisten van de lange-afstandsdiensten.

  • 5 Voor de toepassing van de beginselen vervat in dit artikel zendt de maatschappij die is aangewezen door een Overeenkomstsluitende Partij, aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, uiterlijk dertig (30) dagen voor het begin van de exploitatie van de overeengekomen diensten, het exploitatieprogramma omvattend de frequenties, de te gebruiken types luchtvaartuigen, de dagen en het tijdschema van de vluchten en de latere wijzigingen daarin.

Artikel VI

  • 1 De wetten en voorschriften van elke Overeenkomstsluitende Partij betrekking hebbend op de binnenkomst in en het vertrek uit haar grondgebied van de luchtvaartuigen, gebruikt in het internationale luchtverkeer, of betrekking hebbend op de exploitatie van en het vliegen met deze luchtvaartuigen gedurende hun aanwezigheid binnen de grenzen van haar grondgebied, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 2 De passagiers, de bemanningsleden en de verladers van vracht dienen, hetzij persoonlijk hetzij door tussenkomst van een derde handelende in hun naam en voor hun rekening, zich te houden aan de wetten en voorschriften die op het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij de binnenkomst, het verblijf en het vertrek regelen van de passagiers, bemanningsleden, vracht en postzendingen, zoals die welke van toepassing zijn op de binnenkomst, op de uitreisformaliteiten, op de immigratie, op de douane en op de uit de gezondheidsvoorschriften voortvloeiende maatregelen.

  • 3 De passagiers op doorreis door het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij zijn slechts onderworpen aan een zeer eenvoudige controle, met uitzondering van veiligheidsmaatregelen tegen onwettige handelingen gericht tegen de burgerlijke luchtvaart. Bagage en vracht in rechtstreeks doorgaand verkeer zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Artikel VII

De bewijzen van luchtwaardigheid en van bevoegdheid en vergunningen die zijn verleend of geldig verklaard door een der Overeenkomstsluitende Partijen en niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits deze bewijzen en vergunningen zijn verleend of geldig verklaard overeenkomstig de normen vastgesteld krachtens het Verdrag. Niettemin behoudt elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voor om, wat betreft het vliegen boven haar eigen grondgebied, de aan haar eigen onderdanen door de andere Overeenkomstsluitende Partij verleende bewijzen van bevoegdheid en vergunningen niet als geldig te erkennen.

Artikel VIII

  • 1 De rechten die op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen voor het gebruik van luchthavens en andere luchtvaartvoorzieningen door de luchtvaartuigen van een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden opgelegd, mogen niet hoger zijn dan die opgelegd aan luchtvaartuigen van de nationale luchtvaartmaatschappij die soortgelijke internationale luchtdiensten uitvoert.

  • 2 Geen der Overeenkomstsluitende Partijen mag haar eigen of enige andere luchtvaartmaatschappij begunstigen ten opzichte van een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij bij de toepassing van haar voorschriften inzake douane, immigratie, quarantaine en soortgelijke aangelegenheden of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen en luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarop zij toezicht uitoefent.

Artikel IX

  • 1 De luchtvaartuigen die in internationaal verkeer door de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaatmaatschappij worden gebruikt, alsmede hun normale uitrusting, hun reserveonderdelen, hun reserves aan motorbrandstoffen en smeermiddelen en hun boordvoorraden, (met inbegrip van proviand, dranken en tabak) en hun reclamemateriaal, zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere rechten of heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingsstukken, reserves en voorraden aan boord blijven van de luchtvaartuigen totdat zij weer worden uitgevoerd.

  • 2 De vrijstellingen verleend krachtens dit artikel zijn eveneens van toepassing op de zaken vermeld in het eerste lid van dit artikel wanneer zij:

    • a) op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen worden ingevoerd door de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen maatschappij of voor haar rekening;

    • b) aan boord blijven van de luchtvaartuigen van de aangewezen maatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen bij aankomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of bij vertrek uit bedoeld grondgebied;

    • c) aan boord zijn genomen door luchtvaartuigen van de aangewezen maatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zijn bestemd om te worden gebruikt bij de exploitatie van de luchtdiensten.

  • 3 De normale boorduitrusting, de reserveonderdelen alsmede de boordvoorraden en de reserves aan motorbrandstoffen en smeermiddelen die zich bevinden aan boord van de luchtvaartuigen gebruikt door de aangewezen maatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij, mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet worden uitgeladen dan met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. De desbetreffende produkten worden geplaatst onder toezicht van de douane totdat zij zijn gebruikt of weer uitgevoerd of totdat zij een andere bestemming hebben gekregen.

Artikel X

  • 1 De tarieven die gelden voor de overeengekomen diensten voor het vervoer tussen de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen worden vastgesteld op een redelijk niveau waarbij rekening wordt gehouden met alle bepalende bestanddelen, waaronder de exploitatiekosten, een redelijke winst, de kenmerken van iedere dienst en de tarieven die worden toegepast door andere luchtvaartmaatschappijen.

  • 2 De tarieven genoemd in het eerste lid van dit artikel worden, indien mogelijk, vastgesteld in gemeenschappelijk overleg door de aangewezen maatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen en na raadpleging van de andere luchtvaartmaatschappijen die vliegen op dezelfde route of op een gedeelte daarvan. De aangewezen maatschappijen moeten, voor zover mogelijk, deze overeenstemming bereiken met gebruikmaking van de door de Internationale Luchtvervoersvereniging (IATA) bepaalde procedure voor de vaststelling van tarieven.

  • 3 De tarieven bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden ter goedkeuring voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen ten minste vijfenveertig (45) dagen voor de voorziene datum van inwerkingtreding. In bijzondere gevallen kan deze termijn worden bekort op voorwaarde dat bedoelde autoriteiten ermee instemmen.

  • 4 De goedkeuring bedoeld in het derde lid van dit artikel kan uitdrukkelijk worden gegeven. Indien binnen dertig (30) dagen na de datum waarop de tarieven zijn voorgelegd, de luchtvaartautoriteiten van een van de Overeenkomstsluitende Partijen niet aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij hebben medegedeeld niet in te stemmen met de tarieven die aan hen zijn voorgelegd, worden deze tarieven geacht te zijn goedgekeurd. Indien zij een kortere termijn voor de indiening van de tarieven aanvaarden, kunnen de luchtvaartautoriteiten eveneens overeenkomen dat de termijn waarbinnen de autoriteiten hun bezwaar kunnen indienen, korter is dan dertig (30) dagen.

  • 5 Indien de luchtvaartautoriteiten het tarief dat krachtens het vierde lid van dit artikel door een van de aangewezen maatschappijen of voor haar rekening aan hen is voorgelegd, binnen de in het vierde lid hierboven bedoelde termijn van dertig (30) dagen afwijzen, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen het tarief vast te stellen in gemeenschappelijk overleg.

  • 6 Indien de luchtvaartautoriteiten geen overeenstemming kunnen bereiken over de vaststelling van een tarief, bedoeld in het vijfde lid hierboven, wordt het geschil geregeld overeenkomstig het bepaalde in artikel XIII van deze Overeenkomst.

  • 7 De tarieven vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in dit artikel blijven geldig totdat een nieuw tarief is vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in dit artikel.

  • 8 Niettegenstaande het bepaalde in voorgaande leden van dit artikel, kan de aangewezen maatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen te allen tijde een tarief toepassen, voor de toepassing waarvan toestemming is verleend door de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij ten gunste van hun eigen maatschappij en/of de maatschappij van iedere andere Staat.

Artikel XI

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht om:

  • - de inkomsten uit het vervoer van passagiers, vracht en post te gebruiken voor het betalen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van de uitgaven verband houdend met de normale afwikkeling van haar werkzaamheden;

  • - het bedrag waarmee de inkomsten deze uitgaven te bovengaan, vrij over te maken tegen de officiële wisselkoers.

Dit geld wordt regelmatig en binnen redelijke termijn overgemaakt overeenkomstig de van kracht zijnde wisselvoorschriften.

Artikel XII

In een geest van nauwe samenwerking raadplegen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar van tijd tot tijd ten einde de bevredigende toepassing en naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst en van de daarbij behorende Bijlage te verzekeren.

Artikel XIII

  • 1 Indien zich een geschil voordoet tussen de Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, trachten de Overeenkomstsluitende Partijen eerst dit te regelen door onderhandeling.

  • 2 Indien de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen een geschil te regelen door onderhandeling, kunnen zij overeenkomen dit geschil ter beslissing voor te leggen aan de een of andere persoon of instelling dan wel, op verzoek van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, aan een scheidsgerecht, bestaande uit drie scheidsmannen, waarbij de eerste twee scheidsmannen worden benoemd door elk der Overeenkomstsluitende Partijen terwijl de derde scheidsman wordt aangewezen door de eerste twee scheidsmannen. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen benoemt een scheidsman binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum waarop een van hen van de andere Overeenkomstsluitende Partij langs diplomatieke weg een nota heeft ontvangen waarin wordt verzocht om arbitrage van het geschil, terwijl de derde scheidsman wordt aangewezen binnen een daaropvolgende termijn van zestig (60) dagen. Indien een van beide Overeenkomstsluitende Partijen geen scheidsman benoemt binnen de genoemde termijn of indien de derde scheidsman niet binnen de genoemde termijn wordt aangewezen, kan elk der Overeenkomstsluitende Partijen de voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie verzoeken een of meer, al naar gelang van het geval, scheidsmannen te benoemen. In dit geval dient de derde scheidsman onderdaan van een derde Staat te zijn, die optreedt als voorzitter van het scheidsgerecht en die de plaats bepaalt waar de arbitrage wordt gehouden.

  • 3 De Overeenkomstsluitende Partijen verplichten zich ertoe zich te houden aan iedere beslissing gegeven krachtens het tweede lid van dit artikel.

  • 4 De arbitragekosten worden gelijkelijk verdeeld tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel XIV

  • 1 Indien een van de Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht een van de bepalingen van deze Overeenkomst of van de daarbij behorende Bijlage te wijzigen, kan zij verzoeken om overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij. Dit overleg, dat tussen de bevoegde luchtvaartautoriteiten zowel mondeling als schriftelijk kan plaatsvinden, vangt aan binnen een termijn van uiterlijk zestig (60) dagen te rekenen van de datum van het verzoek.

  • 2 De Overeenkomstsluitende Partijen komen door middel van diplomatieke notawisseling tot overeenstemming over iedere wijziging van deze Overeenkomst of van de daarbij behorende Bijlage, waartoe is besloten tijdens het overleg bedoeld in het eerste lid hierboven.

  • 3 Iedere wijziging van de Overeenkomst treedt in werking op het tijdstip waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de daartoe constitutioneel vereiste procedures is voldaan.

  • 4 Iedere wijziging van de Bijlage bij deze Overeenkomst treedt in werking op de datum van de diplomatieke notawisseling bedoeld in het tweede lid.

Artikel XV

Deze Overeenkomst wordt gewijzigd door middel van een diplomatieke notawisseling ten einde haar in overeenstemming te brengen met eventuele multilaterale overeenkomsten die de twee Overeenkomstsluitende Partijen zullen binden.

Artikel XVI

  • 1 Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de daartoe constitutioneel vereiste procedures is voldaan.

  • 2 Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst slechts van toepassing op het grondgebied in Europa.

Artikel XVII

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan te allen tijde de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk en langs diplomatieke weg in kennis stellen van haar besluit deze Overeenkomst op te zeggen; deze kennisgeving wordt tegelijkertijd verzonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. De Overeenkomst wordt beëindigd één (1) jaar na het tijdstip van ontvangst van de kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de kennisgeving van opzegging vóór het verstrijken van deze periode in gemeenschappelijk overleg wordt ingetrokken. Wanneer de andere Overeenkomstsluitende Partij niet de ontvangst bevestigt, wordt deze kennisgeving geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen nadat de kennisgeving is ontvangen door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Algiers op 22 maart 1987 in de Nederlandse, de Arabische en de Franse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk gezaghebbend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) H. VAN DEN BROEK

Hans van den Broek

Minister van Buitenlandse Zaken

Voor de Regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije,

(w.g.) R. BENYELLES

Rachid Benyelles

Minister van Vervoer

Bijlage ROUTETABEL

I

  • A

    Nederland

    Routes die kunnen worden geëxploiteerd door de maatschappij aangewezen door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

    Amsterdam - een tussenliggend punt in gemeenschappelijk overleg te bepalen - Algiers - verder gelegen punten in gemeenschappelijk overleg te bepalen en vice versa.

  • B

    Algerije

    Routes die kunnen worden geëxploiteerd door de maatschappij aangewezen door de Regering van de Republiek Algerije:

    Algiers - een tussenliggend punt in gemeenschappelijk overleg te bepalen - Amsterdam - verder gelegen punten in gemeenschappelijk overleg te bepalen.

II

Op de vluchten of op een gedeelte daarvan kunnen, naar keuze van de aangewezen maatschappijen, punten vermeld in de routetabel achterwege worden gelaten.

III

De punten vermeld in de routetabel kunnen worden geëxploiteerd in willekeurige volgorde.

IV

Bij de exploitatie van haar route kan de aangewezen maatschappij landen op een of meer andere punten dan die waartoe toestemming is verleend in de routetabel, doch zonder vervoersrechten tussen dat punt/ die punten en het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.