Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika, 's-Gravenhage, 08-12-1987

Geldend van 01-05-2003 t/m heden

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika

Authentiek : NL

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

de Regering van de Verenigde Staten van Amerika,

Geleid door de wens de betrekkingen tussen de beide Staten op het gebied van de sociale zekerheid te regelen, zijn het volgende overeengekomen :

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag:

  • 1. wordt onder „Verenigde Staten” verstaan de Verenigde Staten van Amerika en wordt onder „Nederland” verstaan het Koninkrijk der Nederlanden;

  • 2. wordt onder „grondgebied” verstaan,

    wat de Verenigde Staten betreft, de Staten, het District Columbia, het Gemenebest van Puerto Rico, de Maagdeneilanden, Guam en Amerikaans Samoa, en,

    wat Nederland betreft, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;

  • 3. wordt onder „onderdaan” verstaan,

    wat de Verenigde Staten betreft, een onderdaan van de Verenigde Staten zoals omschreven in artikel 101, Immigration and Nationality Act, zoals gewijzigd, en

    wat Nederland betreft, een persoon met de Nederlandse nationaliteit;

  • 4. wordt onder „wetten” verstaan de in artikel 2 vermelde wetten en regelingen;

  • 5. wordt onder „Bevoegde Autoriteit” verstaan,

    wat de Verenigde Staten betreft, ”The Secretary of Health and Human Services” en

    wat Nederland betreft, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • 6. wordt onder „uitvoeringsorgaan” verstaan,

    wat de Verenigde Staten betreft, de "Social Security Administration”, en

    wat Nederland betreft, het orgaan of de autoriteit, belast met de uitvoering van het geheel of een gedeelte van de in artikel 2, lid l(b) vermelde wetten, alsmede de Nederlandse rechtbanken die bevoegd zijn voor zaken betreffende die wetten;

  • 7. wordt onder „verzekeringstijdvak” verstaan een tijdvak van premiebetaling, een tijdvak van inkomsten uit loondienst of uit zelfstandige arbeid of een tijdvak van wonen, dat door de wetten krachtens welke een zodanig tijdvak is vervuld als een verzekeringstijdvak wordt omschreven of aangemerkt, of elk soortgelijk tijdvak voor zover het krachtens deze wetten met een verzekeringstijdvak wordt gelijkgesteld;

  • 8. wordt onder „uitkering” verstaan een uitkering, pensioen of bijslag waarin de wetgeving van een Verdragsluitende Staat voorziet, met inbegrip van de aanvullingen of verhogingen die van toepassing zijn op die uitkering, dat pensioen of die bijslag uit hoofde van de in artikel 2 bedoelde wetgeving;

  • 9. elke term die niet in dit Verdrag is omschreven heeft de betekenis die daaraan wordt gegeven in de wetten die worden toegepast.

Artikel 2

  • 1 Dit Verdrag is van toepassing

    • (a) Wat de Verenigde Staten betreft, op de wetten betreffende het Federale Programma inzake Ouderdomsverzekering, Verzekering van nagelaten betrekkingen en Invaliditeitsverzekering:

      • i) Titel II van de "Social Security Act" en de krachtens deze wet getroffen regelingen, met uitzondering van de artikelen 226, 226A en 228 van die titel en de krachtens deze artikelen getroffen regelingen, en

      • ii) Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 21 van de Internal Revenue Code van 1986 en de krachtens deze hoofdstukken getroffen regelingen;

    • (b) Wat Nederland betreft, op de wetten betreffende:

      • i) de invaliditeitsverzekering;

      • ii) de algemene ouderdomsverzekering;

      • iii) de algemene weduwen- en wezenverzekering;

      • iv) de ziekteverzekering (uitkeringen en verstrekkingen);

      • v) de werkloosheidsverzekering;

      • vi) de kinderbijslagen.

  • 2 Dit Verdrag is eveneens van toepassing op toekomstige wetgeving van een Verdragsluitende Staat, die de in het eerste lid genoemde wetten uitbreidt tot nieuwe groepen rechthebbenden, tenzij de Bevoegde Autoriteit van die Verdragsluitende Staat binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de nieuwe wetgeving de Bevoegde Autoriteit van de andere Verdragsluitende Staat ervan in kennis stelt dat zij een zodanige uitbreiding van het Verdrag niet wenst.

  • 3 Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, omvatten de in het eerste lid genoemde wetten geen verdragen of andere internationale overeenkomsten of supranationale wetgeving inzake sociale zekerheid die van kracht zijn tussen een van beide Verdragsluitende Staten en een derde Staat, of wetten en regelingen die zijn afgekondigd voor de specifieke uitvoering van deze internationale regelingen.

  • 4 Dit Verdrag is niet van toepassing op regelingen inzake sociale en medische bijstand, noch op bijzondere regelingen voor ambtenaren of met hen gelijkgestelden.

Artikel 3

Tenzij anders is bepaald, is dit Verdrag van toepassing op alle personen op wie de wetten van één of van beide Verdragsluitende Staten van toepassing zijn, dan wel zijn geweest, alsmede op gezinsleden en nagelaten betrekkingen van bedoelde personen voorzover zij rechten ontlenen aan deze personen.

Artikel 4

  • 1 Behoudens het bepaalde in het tweede lid worden de volgende personen, zolang zij wonen op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat, voor de toepassing van de wetten van deze Staat gelijkgesteld met onderdanen van deze Staat:

    • a) de onderdanen van de andere Verdragsluitende Staat;

    • b) vluchtelingen, als bedoeld in artikel 1 van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 en in het eerste lid van artikel 1 van het Protocol van 31 januari 1967 bij genoemd Verdrag;

    • c) staatlozen, als bedoeld in artikel 1 van het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 28 september 1954;

    • d) gezinsleden en nagelaten betrekkingen, ongeacht hun nationaliteit, van de onder a), b) en c) bedoelde personen met betrekking tot rechten die zij ontlenen aan deze personen.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de wetten inzake verplichte verzekering van de Verenigde Staten.

Artikel 5

  • 1 Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, zijn de bepalingen in de wetten van een Verdragsluitende Staat die de betaling van invaliditeitspensioenen, ouderdomspensioenen of pensioenen voor nagelaten betrekkingen beperken uitsluitend op grond van het feit dat een persoon niet op het grondgebied van die Verdragsluitende Staat woont of niet op dit grondgebied aanwezig is, niet van toepassing op personen die wonen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat.

  • 2 Wat Nederland betreft:

    Uitkeringen uit hoofde van de Nederlandse Kinderbijslagwet worden ook betaald, wanneer de desbetreffende verzekerde of het kind woont of verblijft op het grondgebied van de Verenigde Staten.

TITEL II. BEPALINGEN INZAKE DE TOEPASSELIJKE WETTEN

Artikel 6

Tenzij in deze Titel anders is bepaald, zijn op een werknemer die op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat zijn werkzaamheden uitoefent, met betrekking tot die werkzaamheden uitsluitend de wetten van die Verdragsluitende Staat van toepassing, zelfs indien hij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat woont, of indien zijn werkgever op het grondgebied van deze andere Verdragsluitende Staat woont, danwel de zetel van de onderneming van deze werkgever aldaar gevestigd is.

Artikel 7

Op een zelfstandige die op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat woont zijn uitsluitend de wetten van die Staat van toepassing.

Artikel 8

Behoudens het bepaalde in artikel 9 zijn op degene die in Nederland woont en in Nederland als werknemer of zelfstandige werkt, met betrekking tot alle werkzaamheden die hij als werknemer of zelfstandige uitoefent op het grondgebied van beide Verdragsluitende Staten, uitsluitend de Nederlandse wetten van toepassing.

Artikel 9

  • 1 Wanneer een persoon die in dienst is van een op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat gevestigde werkgever door deze werkgever van dit grondgebied wordt uitgezonden om gedurende een tijdvak dat vermoedelijk niet langer is dan 5 jaar op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat te werken, blijven op die persoon uitsluitend de wetten van eerstbedoelde Verdragsluitende Staat van toepassing, alsof hij op het grondgebied van eerstbedoelde Verdragsluitende Staat werkzaam was.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing wanneer een persoon die door een werkgever van het grondgebied van de Verenigde Staten wordt uitgezonden naar het grondgebied van Nederland, op het grondgebied van Nederland tevens in dienst is van een andere aldaar gevestigde werkgever.

  • 3 Indien ingevolge het eerste lid op een persoon de wetten van de Verdragsluitende Staat van het grondgebied waarvan hij is uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat van toepassing blijven, is dat lid van overeenkomstige toepassing op zijn gezinsleden die hem vergezellen, tenzij deze gezinsleden zelf als werknemer of zelfstandige werkzaam zijn op het grondgebied van de laatstbedoelde Verdragsluitende Staat.

Artikel 10

  • 1

    • a) Indien een persoon die als officier of als lid van de bemanning van een Amerikaans schip werkzaam is, verzekerd is krachtens de wetten van beide Verdragsluitende Staten, zijn op hem uitsluitend de wetten van de Verenigde Staten van toepassing.

    • b) Indien een persoon die als officier of als lid van de bemanning van een schip dat geen Amerikaans schip is, werkzaam is, verzekerd is krachtens de wetten van beide Verdragsluitende Staten, zijn op hem uitsluitend de Nederlandse wetten van toepassing.

  • 2 Indien een persoon die als officier of als lid van de bemanning van een luchtvaartuig werkzaam is, verzekerd is krachtens de wetten van beide Verdragsluitende Staten, zijn op hem uitsluitend de wetten van toepassing van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de hoofdzetel van de werkgever is gevestigd.

Artikel 11

Wanneer dezelfde activiteit krachtens de wetten van de ene Verdragsluitende Staat wordt aangemerkt als zelfstandige arbeid en krachtens de wetten van de andere Verdragsluitende Staat als arbeid in loondienst, wordt deze activiteit behandeld overeenkomstig de bepalingen van deze Titel betreffende zelfstandige arbeid indien de persoon ingezetene is van de eerstbedoelde Verdragsluitende Staat en overeenkomstig de bepalingen van deze Titel betreffende arbeid in loondienst in alle andere gevallen.

Artikel 12

  • 1 Dit verdrag laat onverlet de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961, en van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963.

  • 2 Op onderdanen van een van de Verdragsluitende Staten die door de regering van deze Verdragsluitende Staat te werk gesteld zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat en die niet op grond van de in het eerste lid genoemde Verdragen vrijgesteld zijn van de wetten van de laatstbedoelde Verdragsluitende Staat zijn uitsluitend de wetten van de eerstbedoelde Verdragsluitende Staat van toepassing. Voor de toepassing van dit lid omvat te werk gesteld zijn door de Regering van de Verenigde Staten ook tewerkstelling door een Amerikaanse overheidsinstelling.

  • 3 De bepalingen van het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden die de in dat lid bedoelde personen die door de regering van een Verdragsluitende Staat worden uitgezonden naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat vergezellen, tenzij deze gezinsleden zelf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat werkzaamheden verrichten in loondienst of als zelfstandige.

Artikel 13

Voor de toepassing van de Nederlandse wetten wordt degene op wie overeenkomstig deze Titel de Nederlandse wetten van toepassing zijn geacht op Nederlands grondgebied te wonen, en wordt degene op wie overeenkomstig deze Titel de wetten van de Verenigde Staten van toepassing zijn, geacht niet op dat grondgebied te wonen.

Artikel 14

De Bevoegde Autoriteiten van de beide Verdragsluitende Staten kunnen in het belang van personen of van groepen personen uitzonderingen op de bepalingen van deze Titel overeenkomen, op voorwaarde dat op de betrokkenen de wetten van één van de Verdragsluitende Staten van toepassing zijn.

TITEL III. BEPALINGEN BETREFFENDE UITKERINGEN

HOOFDSTUK A. BEPALINGEN DIE VOOR DE VERENIGDE STATEN GELDEN

Artikel 15

  • 1 Wanneer een persoon ten minste zes verzekeringskwartalen krachtens de wetten van de Verenigde Staten heeft vervuld, maar niet voldoende verzekeringskwartalen heeft om te voldoen aan de voorwaarden voor het recht op uitkeringen krachtens de wetten van de Verenigde Staten, neemt het uitvoeringsorgaan van de Verenigde Staten voor de vaststelling van het recht op uitkeringen krachtens dit artikel de krachtens de Nederlandse wetten vervulde verzekeringstijdvakken in aanmerking mits deze tijdvakken niet samenvallen met verzekeringstijdvakken die reeds krachtens de wetten van de Verenigde Staten zijn toegekend.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid neemt het uitvoeringsorgaan van de Verenigde Staten niet de verzekeringstijdvakken in aan merking die uitsluitend op basis van wonen op Nederlands grondgebied krachtens de Nederlandse wetten zijn vervuld.

  • 3 Voor de vaststelling van het recht op uitkeringen krachtens het eerste lid van dit artikel kent het uitvoeringsorgaan van de Verenigde Staten een verzekeringskwartaal toe voor elke drie maanden van verzekering die door het Nederlandse uitvoeringsorgaan worden opgegeven; er wordt evenwel geen verzekeringskwartaal toegekend voor een kalenderkwartaal dat reeds als verzekeringskwartaal is toegekend krachtens de wetten van de Verenigde Staten. Per jaar kunnen niet meer dan vier verzekeringskwartalen worden toegekend.

  • 4 Wanneer het recht op uitkering krachtens de wetten van de Verenigde Staten overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid is vastgesteld, berekent het uitvoeringsorgaan van de Verenigde Staten krachtens de wetten van de Verenigde Staten een pro rata basisverzekeringsbedrag (Primary Insurance Amount) gebaseerd op (a) de uitsluitend krachtens de wetten van de Verenigde Staten toegekende gemiddelde verdiensten van de betrokkene en (b) de verhouding van de duur van diens krachtens de wetten van de Verenigde Staten vervulde verzekeringstijdvakken tot de duur van de totale verzekeringsloopbaan zoals vastgesteld overeenkomstig de wetten van de Verenigde Staten. Uitkeringen die worden betaald krachtens de wetten van de Verenigde Staten worden gebaseerd op het pro rata basisverzekeringsbedrag (Primary Insurance Amount).

  • 5 Het recht op een uitkering van de Verenigde Staten dat is vastgesteld overeenkomstig het eerste lid eindigt wanneer voldoende verzekeringstijdvakken krachtens de wetten van de Verenigde Staten verkregen zijn voor het recht op een gelijke of hogere uitkering zonder beroep op het bepaalde in het eerste lid.

HOOFDSTUK B. BEPALINGEN DIE VOOR NEDERLAND GELDEN

Artikel 16. Invaliditeitsuitkering

  • 1 Indien een onderdaan van één van de Verdragsluitende Staten of een in artikel 4, eerste lid, onder (b) of (c) bedoelde persoon, op het tijdstip waarop de arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit is ontstaan, onderworpen was aan de wetten van de Verenigde Staten en hij voordien in totaal ten minste twaalf maanden krachtens de Nederlandse wetten inzake invaliditeitsverzekering verzekerd is geweest, heeft hij recht op een uitkering vastgesteld volgens die Nederlandse wetten en berekend volgens de regels van het derde tot en met het zevende lid.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt een persoon geacht onderworpen te zijn aan de wetten van de Verenigde Staten wanneer hij krachtens deze wetten voor een uitkering verzekerd is of hem ten minste vier verzekeringskwartalen krachtens deze wetten zijn toegekend gedurende een tijdvak van acht kalenderkwartalen eindigend met het kalenderkwartaal waarin de arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit in de zin van de Nederlandse wetten is ontstaan.

  • 3 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt berekend naar verhouding van de totale duur van de door de betrokkene na het bereiken van de 15-jarige leeftijd krachtens de Nederlandse wetten vervulde verzekeringstijdvakken tot de duur van het tijdvak gelegen tussen de datum waarop hij de 15-jarige leeftijd bereikte en de datum waarop zijn arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit is ontstaan.

  • 4 Indien de betrokkene, op het tijdstip dat de arbeidsongeschiktheid met daarop volgende invaliditeit is ontstaan, werknemer was of met een werknemer was gelijkgesteld, wordt de verschuldigde uitkering vastgesteld overeenkomstig de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) van 18 februari 1966. Indien dit niet het geval is, wordt de verschuldigde uitkering vastgesteld overeenkomstig de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) van 11 december 1975.

  • 5 De volgende krachtens de Nederlandse wetten vervulde verzekeringstijdvakken worden in aanmerking genomen:

    • a) verzekeringstijdvakken gedurende arbeid vervuld krachtens de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering van 18 februari 1966 (WAO);

    • b) verzekeringstijdvakken gedurende zelfstandige arbeid vervuld krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet van 11 december 1975 (AAW);

    • c) tijdvakken van arbeid en daarmee gelijkgestelde tijdvakken die vóór 1 juli 1967 in Nederland zijn vervuld.

  • 6 In de gevallen bedoeld in de eerste volzin van het vierde lid wordt, wanneer een krachtens de WAO vervuld verzekeringstijdvak samenvalt met een krachtens de AAW vervuld verzekeringstijdvak, alleen het krachtens de WAO vervulde tijdvak in aanmerking genomen.

  • 7 In de gevallen bedoeld in de tweede volzin van het vierde lid wordt, wanneer een krachtens de AAW vervuld verzekeringstijdvak samenvalt met een krachtens de WAO vervuld verzekeringstijdvak, alleen het krachtens de AAW vervulde tijdvak in aanmerking genomen.

Artikel 17. Ouderdomspensioen

  • 1 Het Nederlandse uitvoeringsorgaan stelt het ouderdomspensioen rechtstreeks en uitsluitend vast op basis van de krachtens de in artikel 2, eerste lid, sub b (ii) genoemde Nederlandse wet vervulde verzekeringstijdvakken.

  • 2 Onder voorbehoud van het bepaalde in het derde lid worden tijdvakken gelegen vóór 1 januari 1957 gedurende welke een onderdaan van één van de Verdragsluitende Staten of een in artikel 4, eerste lid, sub b) en c) bedoelde persoon na het bereiken van de 15-jarige leeftijd in Nederland heeft gewoond of gedurende welke hij, in een ander land wonende, in Nederland arbeid in loondienst heeft verricht, mede aangemerkt als verzekeringstijdvakken indien hij niet voldoet aan de voorwaarden van de Nederlandse wet op grond waarvan zodanige tijdvakken voor hem met verzekeringstijdvakken mogen worden gelijkgesteld.

  • 3 De in het tweede lid bedoelde tijdvakken worden alleen in aanmerking genomen voor de berekening van het ouderdomspensioen indien de persoon verzekerd is geweest in de zin van artikel 6 van de Nederlandse wet als bedoeld in artikel 2, eerste lid, sub b) (ii) en hij na het bereiken van de 59-jarige leeftijd ten minste zes jaar op het grondgebied van een of van beide Verdragsluitende Staten heeft gewoond en alleen zolang hij op het grondgebied van één van beide Verdragsluitende Staten woont. Deze tijdvakken worden evenwel niet in aanmerking genomen indien zij samenvallen met tijdvakken die reeds in aanmerking zijn genomen voor de berekening van een ouderdomspensioen krachtens de wetgeving van een ander land dan Nederland.

Artikel 18. Weduwen- en wezenpensioen

  • 1 Indien een onderdaan van één van de Verdragsluitende Staten of op een in artikel 4, eerste lid, sub (b) of (c) bedoelde persoon op het tijdstip van zijn overlijden onderworpen was aan de wetten van de Verenigde Staten en hij voordien in totaal ten minste twaalf maanden krachtens de Nederlandse wet inzake de weduwen- en wezenverzekering verzekerd is geweest, hebben zijn weduwe of wezen recht op een uitkering vastgesteld volgens de Nederlandse wet en berekend volgens de regels van het derde lid.

  • 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt een persoon geacht onderworpen te zijn aan de wetten van de Verenigde Staten wanneer hij krachtens deze wetten voor een uitkering verzekerd is of hem ten minste vier verzekeringskwartalen krachtens deze wetten zijn toegekend gedurende een tijdvak van acht kalenderkwartalen eindigend met het kalenderkwartaal waarin hij overleed.

  • 3 Het bedrag van de in het eerste lid bedoelde uitkering wordt berekend naar verhouding van de totale duur van de door de overledene voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd krachtens de Nederlandse wet vervulde verzekeringstijdvakken tot de duur van het tijdvak gelegen tussen de datum waarop hij de 15-jarige leeftijd bereikte en de datum van zijn overlijden, maar uiterlijk de datum waarop hij de 65-jarige leeftijd bereikte.

TITEL IV. DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 19

De Bevoegde Autoriteiten van de beide Verdragsluitende Staten:

  • a) treffen alle administratieve regelingen die voor de toepassing van dit Verdrag nodig zijn;

  • b) wijzen op hun onderscheiden grondgebieden verbindingsorganen aan om de toepassing van dit Verdrag te vergemakkelijken;

  • c) stellen elkaar in kennis van de maatregelen die getroffen zijn voor de toepassing van dit Verdrag; en

  • d) stellen elkaar zo spoedig mogelijk in kennis van alle wijzigingen in hun onderscheiden wetten die van invloed kunnen zijn op de toepassing van dit Verdrag.

Artikel 20

De Bevoegde Autoriteiten en de uitvoeringsorganen van de Verdragsluitende Staten verlenen elkaar, binnen de reikwijdte van hun bevoegdheid, bijstand bij de uitvoering van dit Verdrag.

Artikel 21

Een aanvraag, beroepschrift of ander document dat volgens de wetten van een Verdragsluitende Staat binnen een bepaalde termijn moet worden ingediend bij de Bevoegde Autoriteit of een uitvoeringsorgaan van die Verdragsluitende Staat, maar dat in plaats daarvan binnen dezelfde termijn is ingediend bij de Bevoegde Autoriteit of een uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Staat wordt geacht op tijd te zijn ingediend. In zodanig geval tekent de Bevoegde Autoriteit of het uitvoeringsorgaan waarbij de aanvraag, het beroepschrift of het andere document is ingediend, er de datum van ontvangst op aan en zendt het onverwijld aan het verbindingsorgaan van de andere Verdragsluitende Staat.

Artikel 22

  • 1 Een schriftelijke aanvraag om uitkeringen die ingediend is bij het uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Staat stelt de rechten van de aanvrager krachtens de wetten van de andere Verdragsluitende Staat zeker indien de aanvrager verzoekt de aanvraag te beschouwen als een aanvraag krachtens de wetten van de andere Verdragsluitende Staat.

  • 2 Indien een aanvrager een schriftelijke aanvraag om uitkeringen heeft ingediend bij het uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Staat en de aanvraag niet specifiek heeft beperkt tot uitkeringen krachtens de wetten van die Staat stelt de aanvraag tevens de rechten van de aanvrager krachtens de wetten van de andere Verdragsluitende Staat zeker indien de aanvrager op het tijdstip van indiening inlichtingen verstrekt waaruit blijkt dat degene voor wie de uitkeringen worden aangevraagd, verzekeringstijdvakken krachtens de wetten van de andere Verdragsluitende Staat heeft vervuld.

Artikel 23

Indien in de wetten van een Verdragsluitende Staat is bepaald dat een document dat is ingediend bij de Bevoegde Autoriteit of een uitvoeringsorgaan van die Verdragsluitende Staat geheel of gedeeltelijk vrijgesteld is van kosten, met inbegrip van consulaire en administratieve kosten, is deze vrijstelling eveneens van toepassing op overeenkomstige documenten die voor de toepassing van dit Verdrag worden ingediend bij de Bevoegde Autoriteit of een uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Staat.

Artikel 24

  • 1 De Bevoegde Autoriteiten en de uitvoeringsorganen van de Verdragsluitende Staten kunnen zich rechtstreeks met elkaar en met elke persoon, ongeacht zijn woonplaats, in verbinding stellen, telkens wanneer dit noodzakelijk is voor de uitvoering van dit Verdrag. De correspondentie kan in de Engelse of in de Nederlandse taal worden gevoerd.

  • 2 De Bevoegde Autoriteiten en de uitvoeringsorganen van een Verdragsluitende Staat mogen aanvragen of andere documenten niet afwijzen uitsluitend op grond van het feit dat zij in een vreemde taal zijn gesteld, mits deze taal Engels of Nederlands is.

Artikel 25

  • 1 Betalingen krachtens dit Verdrag kunnen deugdelijk worden gedaan in de munteenheid van de Verdragsluitende Staat die de betaling doet.

  • 2 De uit dit Verdrag voortvloeiende overmaking van gelden geschiedt volgens de overeenkomsten die op het tijdstip van overmaking ter zake tussen de Verdragsluitende Staten van kracht zijn.

  • 3 In geval door een Verdragsluitende Staat bepalingen worden ingevoerd die ten doel hebben het wisselen of de uitvoer van geld te beperken, stellen de Regeringen van beide Verdragsluitende Staten onverwijld de nodige maatregelen vast om het overmaken van door elk van beide Verdragsluitende Staten verschuldigde geldsommen te waarborgen.

Artikel 26

  • 1 Geschillen tussen de beide Verdragsluitende Staten betreffende de interpretatie en de toepassing van dit Verdrag worden zoveel mogelijk door de Bevoegde Autoriteit opgelost.

  • 2 Indien het geschil niet binnen zes maanden kan worden beslecht, kan elke van beide Verdragsluitende Staten de zaak voor een bindende scheidsrechtelijke beslissing voorleggen aan een scheidsgerecht waarvan de samenstelling en de procedure door de Verdragsluitende Staten worden vastgesteld. De beslissing van het scheidsgerecht is niet vatbaar voor beroep en is voor de Verdragsluitende Staten bindend.

Artikel 27

Dit Verdrag kan in de toekomst gewijzigd worden door aanvullende verdragen, die vanaf hun inwerkingtreding worden beschouwd als een integrerend onderdeel van dit Verdrag. Aan dergelijke aanvullende verdragen kan terugwerkende kracht worden toegekend indien dit daarin is aangegeven.

TITEL V. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 28

  • 1 Dit Verdrag is eveneens van toepassing op gebeurtenissen die van belang zijn voor rechten krachtens de wetten van een Verdragsluitende Staat en die zich hebben voorgedaan vóór de inwerkingtreding ervan. Er kunnen krachtens dit Verdrag echter geen uitkeringen worden verleend over een tijdvak voorafgaande aan de inwerkingtreding, noch wordt een uitkering ineens verleend indien een persoon overleed voor de inwerkingtreding. Desalniettemin worden verzekeringstijdvakken die vervuld zijn voor de inwerkingtreding van dit Verdrag in aanmerking genomen voor de vaststelling van rechten op uitkering behalve dat geen van beide Staten verzekeringstijdvakken in aanmerking neemt die vervuld zijn vóór het vroegste tijdstip waarop krachtens hun wetten verzekeringstijdvakken in aanmerking genomen kunnen worden.

  • 2 Rechten die op grond van dit Verdrag ontstaan, worden niet beïnvloed door beslissingen ten aanzien van rechten, die voor de inwerkingtreding ervan zijn genomen.

  • 3 Toepassing van dit Verdrag mag niet leiden tot vermindering van het bedrag van reeds voor de inwerkingtreding ervan vastgestelde uitkeringen.

  • 4 De bepalingen van dit Verdrag zijn alleen van toepassing op aanvragen om uitkeringen die worden ingediend op of na de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.

  • 5 Het in artikel 9, eerste lid, bedoelde tijdvak van arbeid wordt gemeten vanaf de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.

Artikel 29

Beide Verdragsluitende Staten stellen elkaar schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun onderscheiden wettelijke en constitutionele procedures vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand volgende op de datum van de laatste van deze kennisgevingen.

Artikel 30

  • 1 Dit Verdrag blijft van kracht tot het einde van het kalenderjaar volgende op het jaar waarin een van de Verdragsluitende Staten de andere Verdragsluitende Staat schriftelijk in kennis heeft gesteld van de beëindiging ervan.

  • 2 Indien dit Verdrag is beëindigd blijven de rechten betreffende aanspraak op of betaling van uitkeringen die krachtens dit Verdrag zijn verkregen, gehandhaafd; voor de in opbouw zijnde rechten zullen de Verdragsluitende Staten regelingen treffen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Den Haag op 8 december 1987, in de Nederlandse en Engelse taal, beide teksten zijnde gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) H. VAN DEN BROEK

Voor de Regering van de Verenigde Staten van Amerika

(w.g.) JOHN SHAD

Administratief Akkoord voor de toepassing van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika

Overeenkomstig artikel 19, sub a) van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake sociale zekerheid, ondertekend op 8 december 1987, zijn de bevoegde autoriteiten:

voor Nederland,

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

voor de Verenigde Staten van Amerika,

the Secretary of Health and Human Services

de volgende bepalingen overeengekomen:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

  • 1 Voor de toepassing van dit Administratief Akkoord, wordt onder „Verdrag” verstaan het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen deVerenigde Staten van Amerika en het Koninkrijk der Nederlanden.

  • 2 Andere termen hebben de hun in het Verdrag toegekende betekenis.

Artikel 2

  • 1 Overeenkomstig artikel 19, sub b) van het Verdrag zijn de volgende verbindingsorganen aangewezen:

    Voor de Verenigde Staten:

    • de Social Security Administration.

    Voor Nederland:

    • a) voor wat betreft de ouderdoms-, weduwen- en wezenverzekering:

      de Sociale Verzekeringsbank;

    • b) voor wat betreft de invaliditeitsverzekering:

      het Gemeenschappelijk Administratiekantoor.

  • 2 De verbindingsorganen van de Verdragsluitende Staten stellen de voor de uitvoering van het Verdrag benodigde formulieren en procedures gezamenlijk vast.

  • 3 Voor de toepassing van het Verdrag kunnen de verbindingsorganen zich zowel rechtstreeks met elkaar als met personen, ongeacht hun woonplaats, in verbinding stellen.

Artikel 3

Het bevoegde Nederlandse uitvoeringsorgaan voor de toepassing van artikel 16 van het Verdrag is de Nieuwe Algemene Bedrijsvereniging.

HOOFDSTUK II. BEPALINGEN INZAKE DE TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel 4

  • 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „orgaan” verstaan voor wat de Verenigde Staten betreft, de Social Security Administration, en voor wat Nederland betreft, de Sociale Verzekeringsraad.

  • 2 Wanneer de wetten van een Verdragsluitende Staat overeenkomstig Titel II van het Verdrag van toepassing zijn, geeft het orgaan van die Verdragsluitende Staat, op verzoek van een werknemer, zijn werkgever of van een zelfstandige, een verklaring af waaruit blijkt dat op de werknemer of de zelfstandige die wetten van toepassing zijn.

    Deze verklaring is het bewijs dat de genoemde persoon is vrijgesteld van de wetten inzake verplichte verzekering van de andere Verdragsluitende Staat.

  • 3 Wanneer een in artikel 9, tweede lid van het Verdrag bedoelde werknemer, aan wie krachtens het tweede lid een verklaring is afgegeven door het orgaan van de Verenigde Staten, vervolgens op het grondgebied van Nederland in loondienst gaat werken bij een andere op dat grondgebied gevestigde werkgever, moet de werknemer hiervan onverwijld het orgaan van de Verenigde Staten in kennis stellen. Dit orgaan geeft hierop een gewijzigde verklaring af en stelt het orgaan van Nederland hiervan in kennis.

  • 4 Wanneer artikel 9, derde lid, of artikel 12, derde lid, van het Verdrag van toepassing is op een gezinslid van een werknemer die van het grondgebied van Nederland is uitgezonden naar het grondgebied van de Verenigde Staten en dat gezinslid vervolgens in loondienst of als zelfstandige gaat werken op het grondgebied van de Verenigde Staten, moet dit gezinslid onverwijld het Nederlandse orgaan hiervan in kennis stellen.

  • 5 Het orgaan van de Verdragsluitende Staat dat een verklaring krachtens dit artikel heeft afgegeven, zendt hiervan copieën aan de werknemer en zijn werkgever of aan de zelfstandige en, indien nodig, aan het orgaan van de andere Verdragsluitende Staat.

HOOFDSTUK III. BEPALINGEN INZAKE UITKERINGEN

Artikel 5

  • 1 Het uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Staat waarbij overeenkomstig artikel 22 van het Verdrag het eerst een aanvraag om uitkering is ingediend, stelt hiervan onverwijld het uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Staat in kennis, hetzij direct, hetzij via het verbindingsorgaan, en verstrekt daarbij de bewijsstukken en andere voorhanden zijnde bescheiden die voor het uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Staat noodzakelijk kunnen zijn om de behandeling van de aanvraag te voltooien.

  • 2 Het uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Staat dat een aanvraag ontvangt die eerst was ingediend bij het uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Staat verstrekt onverwijld aan laatstbedoeld orgaan, hetzij direct, hetzij via het verbindingsorgaan van de andere Verdragsluitende Staat, de bewijsstukken en andere beschikbare inlichtingen die vereist kunnen zijn om de behandeling van de aanvraag te voltooien.

  • 3 Het uitvoeringsorgaan van de Verdragsluitende Staat waarbij een aanvraag om uitkering is ingediend verifieert de juistheid van de inlichtingen betreffende de aanvrager en zijn gezinsleden. De verbindingsorganen bepalen welke soorten inlichtingen moeten worden geverifieerd.

HOOFDSTUK IV. DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 6

Voor de uitvoering van het Verdrag verstrekt het uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Staat op verzoek van het verbindingsorgaan van de andere Verdragsluitende Staat overeenkomstig de krachtens artikel 2 van dit Administratieve Akkoord door de verbindingsorganen vast te stellen regels alle beschikbare inlichtingen betreffende de aanvraag van een bepaald persoon.

Artikel 7

Copieën van documenten die door het uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Staat voor eensluidend zijn gewaarmerkt, worden door het uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Staat zonder nadere verklaring als zodanig aanvaard. Bij de toepassing van de wetten van een Verdragsluitende Staat berust de uiteindelijke beoordeling van de bewijskracht van de bewijsstukken, die aan een uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Staat uit welke bron dan ook worden voorgelegd, bij het uitvoeringsorgaan van eerstbedoelde Staat.

Artikel 8

De in artikel 4 van dit Administratieve Akkoord aangewezen organen wisselen statistieken uit betreffende het aantal op grond van het genoemde Artikel afgegeven verklaringen en de krachtens het Verdrag aan de rechthebbenden gedane betalingen. Deze statistieken worden jaarlijks in een nader overeen te komen vorm verstrekt.

Artikel 9

  • 1 Wanneer krachtens artikel 20 van het Verdrag administratieve bijstand wordt gevraagd, worden de andere kosten dan de normale personeels- en uitvoeringskosten van het uitvoeringsorgaan dat de bijstand verleent, vergoed.

  • 2 Op verzoek verstrekt het uitvoeringsorgaan van elk van beide Verdragsluitende Staten aan het uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Staat kosteloos de in zijn bezit zijnde medische informatie en de bescheiden betreffende de arbeidsongeschiktheid van de aanvrager of rechthebbende.

  • 3 Een uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Staat kan van een aanvrager of een rechthebbende, die op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat verblijft, verlangen een medisch onderzoek te ondergaan op het grondgebied van elk van beide Verdragsluitende Staten.

  • 4 Krachtens het eerste lid verschuldigde bedragen worden vergoed na overlegging van een gedetailleerde opgave van de kosten.

Artikel 10

Zonder machtiging van de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat, mogen gegevens betreffende een persoon die krachtens het Verdrag of dit Administratieve Akkoord zijn overgedragen uitsluitend gebruikt worden voor de uitvoering van het Verdrag.

Dergelijke door een uitvoeringsorgaan, een verbindingsorgaan of een orgaan van een Verdragsluitende Staat ontvangen gegevens zijn onderworpen aan de nationale wetgeving inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens van die Verdragsluitende Staat.

Artikel 11

Dit Administratieve Akkoord treedt op dezelfde datum in werking als het Verdrag en heeft dezelfde werkingsduur.

GEDAAN in tweevoud te Den Haag op 8 december 1987 in de Nederlandse en de Engelse taal, beide teksten zijnde authentiek.

Voor de Bevoegde Autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) L. DE GRAAF

Voor de Bevoegde Autoriteit van de Verenigde Staten van Amerika,

(w.g.) JOHN SHAD