Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering [...] en het onderhoud van Amerikaans legermaterieel in Nederland, 's-Gravenhage, 15-01-1981

Geldend van 20-08-1981 t/m heden

Briefwisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika houdende een overeenkomst inzake de vestiging van opslagplaatsen en het onderhoud van Amerikaans legermaterieel in Nederland

Authentiek : EN

Nr. I. EMBASSY OF THE UNITED STATES OF AMERICA

The Hague, January 15, 1981

No.3

Excellency:

I have the honour to refer to recent discussions between our Governments which lead both parties to believe that, in order to strengthen in the framework of the North Atlantic Treaty the individual and collective capacity to resist armed attack, the United States Government has an increasing need for storage sites in the Netherlands.

It has therefore been agreed that:

  • 1. The Government of the Netherlands will permit the storage of prepositioned war readiness materiels by U.S. forces as mutually agreed. Prepositioned war readiness materiels include items such as prepositioned organizational materiel, Theater War Reserves and other stocks including conventional ammunition.

  • 2. Representatives of the Netherlands Ministry of Defense and the United States Department of Defense will implement the present note with arrangements setting forth the terms and conditions concerning provision, operation, and funding of the storage sites. Unless otherwise agreed, operation of the storage sites will be by the Netherlands. The agreement effected by exchange of notes signed at the Hague on 7 March 1952 concerning Relief from Taxation on Defense Expenditures shall apply to expenditures in implementation of the storage program.

  • 3. The arrangements entered into pursuant to paragraph 2 will be consistent with the applicable Netherlands and U.S. laws and regulations and with applicable NATO regulations and procedures.

  • 4. The provisions of the agreement signed in London on 19 June 1951 between the parties to the North Atlantic Treaty regarding the status of their forces, together with such additional understandings as the two Governments have reached or may reach concerning the application of these provisions and any amendments thereto, shall govern the status of United States forces, including its personnel who are stationed or temporarily present in the Netherlands for the purposes of this agreement.

  • 5. This agreement will remain in effect for the duration of the North Atlantic Treaty or until such time as the two Governments mutually agree upon its termination. It applies as regards the Kingdom of the Netherlands only to the European part of the Kingdom.

If the foregoing provisions are acceptable to Your Government, this note and Your Excellency's reply thereto indicating such acceptance shall be honored as constituting the agreement of our two Governments concerning this matter, which will come into force on the date of receipt by the United States Government of the notification of the Government of the Kingdom of the Netherlands that the procedures constitutionally required in the Kingdom have been fulfilled.

(sd.)GERI M. JOSEPH

His Excellency C. A. van der Klaauw, Minister for Foreign Affairs of The Netherlands.

Nr. II. MINISTRY OF FOREIGN AFFAIRS OF THE KINGDOM OF THE NETHERLANDS

The Hague, 15 January 1981.

DVE/VV-NA115

Excellency,

I have the honour to confirm the receipt of Your note of January 15, 1981, reference number 3 which reads as follows:

[Red: (Zoals in Nr. I)]

I have the honour to confirm the receipt of Your note of January 15, acceptable to my Government and that this note and Your Excellency's note constitute an agreement between the Kingdom of the Netherlands and the United States of America, which will enter into force on the date of receipt by the United States Government of the notification of the Government of the Kingdom of the Netherlands that the procedures constitutionally required in the Kingdom have been fulfilled.

Please accept Excellency, the assurance of my highest consideration.

(sd.) C. A. VAN DER KLAAUW

C. A. van der Klaauw

Minister for Foreign Affairs

To Her Excellency the Ambassador of the United States of America at The Hague .

Vertaling : NL

Nr. I. AMBASSADE VAN DE VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA

No.3

's-Gravenhage, 15 januari 1981

Excellentie,

Ik heb de eer te verwijzen naar de onlangs tussen onze Regeringen gevoerde gesprekken die beide partijen tot de overtuiging hebben gebracht, dat de Regering van de Verenigde Staten een toenemende behoefte heeft aan opslagplaatsen in Nederland teneinde in het kader van het Noord Atlantisch Verdrag het individueel en collectief vermogen om een gewapende aanval te weerstaan, te vergroten.

Derhalve is overeengekomen dat:

  • 1. De Nederlandse Regering de opslag vooraf ter plaatse door de strijdkrachten van de VS van oorlogsmaterieel ten behoeve van de militaire paraatheid zal toestaan zoals wederzijds is overeengekomen. De opslag ter plaatse van oorlogsmaterieel ten behoeve van de militaire paraatheid omvat onder andere de opslag vooraf ter plaatse van organiek materieel, oorlogsvoorraden voor het operatiegebied en andere voorraden, met inbegrip van conventionele munitie.

  • 2. Vertegenwoordigers van het Nederlandse Ministerie van Defensie en van het Amerikaanse Departement van Defensie zullen aan deze nota uitvoering geven door middel van regelingen waarin de voorwaarden en bedingen zijn vervat betreffende verschaffing, beheer en financiering van de opslagplaatsen. Tenzij anders is overeengekomen, zal Nederland de opslagplaatsen beheren. De overeenkomst, tot stand gekomen door uitwisseling van op 7 maart 1952 te 's-Gravenhage getekende nota's inzake ontheffing van belastingen met betrekking tot defensieuitgaven, is van toepassing op uitgaven in verband met de uitvoering van het opslagprogramma.

  • 3. De ingevolge paragraaf 2 aangegane regelingen zullen verenigbaar zijn met de toepasselijke Nederlandse en Amerikaanse wetten en voorschriften en met de toepasselijke NAVO-voorschriften en -procedures.

  • 4. De rechtspositie van de strijdkrachten van de Verenigde Staten, met inbegrip van het personeel dat in Nederland is gestationeerd of tijdelijk aldaar verblijft in verband met de toepassing van deze overeenkomst, wordt geregeld door de bepalingen van de op 19 juni 1951 te Londen ondertekende overeenkomst tussen de Staten die partij zijn bij het Noord Atlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, en door de bijkomende afspraken die de beide Regeringen hebben gemaakt of eventueel zullen maken betreffende de toepassing van deze bepalingen, en eventuele wijzigingen daarop.

  • 5. Deze overeenkomst zal gelden zolang het Noord Atlantisch Verdrag van kracht blijft of tot het tijdstip waarop de beide Regeringen wederzijds overeenkomen haar te beĆ«indigen. Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is zij alleen van toepassing op het Europese deel van het Koninkrijk.

Indien de bovenstaande bepalingen voor Uw Regering aanvaardbaar zijn, zullen deze nota en Uwer Excellentie's antwoord daarop, waarin deze aanvaarding is vervat, worden geacht een overeenkomst te vormen tussen onze beide Regeringen betreffende deze aangelegenheid, welke in werking treedt op de dag van ontvangst door de Regering van de Verenigde Staten van de mededeling van het Koninkrijk der Nederlanden dat de in het Koninkrijk grondwettelijk vereiste procedures zijn voltooid.

(w.g.)GERI M. JOSEPH

Zijner Excellentie C. A. Van der Klaauw Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden

Nr. II. MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

DVE/VV-NA115

's-Gravenhage, 15 januari 1981

Excellentie,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw Nota van 15 januari 1981, no. 3, die als volgt luidt:

[Red: (Zoals in Nr. I)]

Ik heb de eer U te berichten dat de inhoud van Uw Nota aanvaardbaar is voor mijn Regering en dat deze Nota en Uwe Excellentie's nota een overeenkomst vormen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika, welke in werking treedt op de dag van ontvangst door de Regering van de Verenigde Staten van de mededeling van het Koninkrijk der Nederlanden dat de in het Koninkrijk grondwettelijk vereiste procedures zijn voltooid.

Gelief, Excellentie, de verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting wel te willen aanvaarden.

(w.g.) C. A. VAN DER KLAAUW

C.A. van der Klaauw

Minister van Buitenlandse Zaken

Aan Harer Excellentie de Ambassadeur van de Verenigde Staten van Amerika te 's-Gravenhage