Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Multilaterale Overeenkomst betreffende "en route”-heffingen, Brussel, 12-02-1981

Geldend van 01-01-1986 t/m heden

Multilaterale Overeenkomst betreffende "en route”-heffingen

Authentiek : NL

Multilaterale Overeenkomst betreffende ,,en route”-heffingen

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Oostenrijk,

Het Koninkrijk België,

Spanje,

De Franse Republiek,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Ierland,

Het Groothertogdom Luxemburg,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Portugese Republiek,

De Zwitserse Bondsstaat,

hierna te noemen ,,de Overeenkomstsluitende Staten”,

De Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart,

hierna te noemen „EUROCONTROL”,

Overwegende dat door de wijziging van het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart „EUROCONTROL” van 13 december 1960 de overeenkomsten welke door Europese Staten met het oog op de inning van „en route”-heffingen met EUROCONTROL zijn gesloten, vervangen dienen te worden;

Erkennende dat de samenwerking op het gebied van de vaststelling en de inning van de „en route”-heffingen in het verleden doeltreffend is gebleken;

Geleid door de wens, de tot stand gebrachte samenwerking voort te zetten en te verstevigen;

Vastbesloten om met inachtneming van de door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie aanbevolen richtlijnen een uniform Europees „en route”-heffingensysteem toe te passen dat voor zo veel mogelijk Europese Staten toegankelijk is;

Ervan overtuigd zijnde dat zulk een uniform systeem tevens het overleg met de gebruikers zal kunnen vergemakkelijken;

Overwegende dat het gewenst is dat de aan het EUROCONTROL systeem van „en route”-heffingen deelnemende Staten de bevoegdheden van de Organisatie op het stuk van het in rechte vorderen van de heffingen verruimen;

Erkennende dat een dergelijk systeem een nieuwe rechtsgrond vereist;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

  • 1 De Overeenkomstsluitende Staten komen overeen een gemeenschappelijk beleid vast te stellen op het gebied van de „en route”-heffingen voor vluchten in het luchtruim van de onder hun bevoegdheid ressorterende vluchtinlichtingengebieden (hierna te noemen „en route”-heffingen).

  • 2 Zij komen derhalve overeen, een gemeenschappelijk systeem op te stellen voor het vaststellen en innen van „en route”-heffingen en daarbij gebruik te maken van de diensten van EUROCONTROL.

  • 3 Te dien einde worden de Permanente Commissie en het Bestuurscomité van EUROCONTROL uitgebreid met de vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Staten die geen lid van EUROCONTROL zijn, hierna de „uitgebreide Commissie” repectievelijk het „uitgebreide Comité” genoemd.

  • 4 De in bovenstaand lid 1 bedoelde vluchtinlichtingengebieden zijn vermeld in Bijlage 1 bij deze Overeenkomst. Elke wijziging die een Overeenkomstsluitende Staat wenst aan te brengen in de hem betreffende opgave van vluchtinfichtingengebieden in Bijlage 1 is onderworpen aan de eenparige goedkeuring van de uitgebreide Commissie wanneer deze wijziging leidt tot wijziging van de totale omvang van het door deze Overeenkomst bestreken luchtruim. Elke wijziging die niet tot een dergelijk gevolg leidt zal door de betrokken Overeenkomstsluitende Staat aan EUROCONTROL worden medegedeeld.

Artikel 2

In de uitgebreide Commissie beschikt elke Overeenkomstsluitende Staat over één stem, behoudens het in artikel 6, lid 1 (b) bepaalde.

Artikel 3

  • 1 De uitgebreide Commissie heeft tot taak het gemeenschappelijke systeem van „en route”-heffingen op te stellen op zodanige wijze dat:

    • (a) deze heffingen worden vastgesteld in overeenstemming met een gemeenschappelijke formule waarin rekening is gehouden met de door de Overeenkomstsluitende Staten gemaakte kosten voor de installaties en diensten voor het „en route”-luchtverkeer en de exploitatie van het systeem, alsmede de door EUROCONTROL gemaakte bedrijfskosten van het systeem;

    • (b) deze heffingen worden geïnd door EUROCONTROL als een enkele heffing per uitgevoerde vlucht.

  • 2 Te dien einde heeft de uitgebreide Commissie tot taak;

    • (a) de beginselen ter bepaling van de in bovenstaand lid 1 (a) bedoelde kosten vast te stellen;

    • (b) de formule voor de berekening van de „en route” -heffingen vast te stellen;

    • (c) voor elk heffingstijdvak het percentage goed te keuren dat van de in bovenstaand lid 1 (a) bedoelde kosten wordt verhaald;

    • (d) de rekeneenheid vast te stellen waarin de ,,en route”-heffingen worden uitgedrukt;

    • (e) de voorwaarden voor de toepassing van het systeem, met inbegrip van de betalingsvoorwaarden, alsmede de tarieven per eenheid, de overige tarieven en het tijdvak waarvoor deze gelden, te bepalen;

    • (f) de beginselen vast te stellen op grond waarvan vrijstelling van de ,,en route ”-heffingen wordt verleend;

    • (g) haar goedkeuring te hechten aan de verslagen van het uitgebreide Comité;

    • (h) het Financieel Reglement, van toepassing op het systeem van „en route”-heffingen, te aanvaarden;

    • (i) de overeenkomsten tussen EUROCONTROL en Staten die gek wensen te maken van de middelen of de technische bijstand van EUROCONTROL op het stuk van niet onder deze Overeenkomst vallende luchtvaartheffingen goed te keuren;

    • (j) haar goedkeuring te hechten aan de door het uitgebreide Comité conform artikel 5, lid 1 (c) voorgestelde bijlage bij de begroting.

  • 3 De uitgebreide Commissie stelt met algemene stemmen van alle Overeenkomstsluitende Staten haar huishoudelijk reglement vast.

Artikel 4

In het uitgebreide Comité beschikt elke Overeenkomstsluitende Staat over één stem, behoudens het bepaalde in artikel 6, lid 2 (b).

Artikel 5

  • 1 Het uitgebreide Comité heeft tot taak:

    • (a) de besluiten van de uitgebreide Commissie voor te bereiden;

    • (b) toezicht uit te oefenen op de werking van het systeem van „en route”-heffingen, alsmede op het gebruik van de middelen die door EUROCONTROL voor dit doel aangewend worden, en alle nodige maatregelen te nemen, met name wat de invordering van de „en route”-heffingen betreft, conform de besluiten van de uitgebreide Commissie;

    • (c) verslag uit te brengen aan de uitgebreide Commissie over de middelen die nodig zijn voor de werking van het systeem van „en route”-heffingen en haar de bijlage bij de begroting inzake de werkzaamheden van EUROCONTROL op het stuk van de „en route ”-heffingen voor te leggen;

    • (d) alle overige taken te verrichten die het door de uitgebreide Commissie worden opgedragen.

  • 2 Het uitgebreide Comité stelt zijn huishoudelijk reglement vast, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6, lid 2 (a).

Artikel 6

  • 1 De besluiten van de uitgebreide Commissie komen als volgt tot stand:

    • (a) in de in artikel 3, lid 2 (a) t/m (f) en (h), bedoelde gevallen neemt de uitgebreide Commissie besluiten met algemene stemmen van alle Overeenkomstsluitende Staten; deze besluiten zijn bindend voor elke Overeenkomstsluitende Staat. Indien geen eenparigheid kan worden bereikt, neemt de uitgebreide Commissie een besluit bij meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen. Een Overeenkomstsluitende Staat die een dergelijk besluit op grond van dwingende redenen van nationaal belang niet kan uitvoeren, dient de redenen hiervan in een verklaring aan de uitgebreide Commissie uiteen te zetten;

    • (b) in de in artikel 3, lid 2 (i) en (j) bedoelde gevallen worden de besluiten genomen bij meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen, met dien verstande dat deze stemmen de gewogen meerderheid van de Lid-Staten van EUROCONTROL moeten omvatten zoals deze voortvloeit uit de bepalingen weergegeven in Bijlage 2 bij deze Overeenkomst; EUROCONTROL stelt de Overeenkomstsluitende Staten die geen lid van EUROCONTROL zijn elk jaar in kennis van het aantal stemmen waarover de Lid-Staten van EUROCONTROL ingevolge deze bepalingen beschikken;

    • (c) in de in artikel 3, lid (2) g, bedoelde gevallen worden de besluiten genomen bij meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen. Hetzelfde geldt voor procedures die namens EUROCONTROL door de uitgebreide Commissie bij het in artikel 25 genoemde scheidsgerecht aanhangig worden gemaakt.

  • 2

    • (a) Het huishoudelijk reglement van het uitgebreide Comité, met inbegrip van de regels met betrekking tot de besluitvorming, dient door de uitgebreide Commissie met algemene stemmen van alle Overeenkomstsluitende Staten goedgekeurd te worden.

    • (b) In het in artikel 5, lid 1 (c), bedoelde geval komen de besluiten van het uitgebreide Comité echter tot stand onder dezelfde voorwaarden als genoemd in lid 1 (b), van dit artikel.

Artikel 7

EUROCONTROL stelt volgens de geldende reglementen de „en route”-heffingen vast die verschuldigd zijn voor elke vlucht uitgevoerd in het in artikel 1 omschreven luchtruim.

Artikel 8

EUROCONTROL int de in artikel 7 vermelde „en route”-heffingen. Hiertoe vormen zij een voor elke vlucht verschuldigde enkelvoudige heffing, die een enkele vordering van EUROCONTROL vormt en op haar zetel betaalbaar is.

Artikel 9

De heffing is verschuldigd door de persoon die het luchtvaartuig exploiteerde op het tijdstip waarop de vlucht werd uitgevoerd.

Artikel 10

Indien de identiteit van de exploitant niet bekend is, wordt de eigenaar van het luchtvaartuig geacht de exploitant te zijn totdat hij aantoont welke andere persoon de exploitant was.

Artikel 11

Indien de debiteur het verschuldigde bedrag niet betaald heeft, kan in rechte nakoming van de verplichting tot betaling worden gevorderd.

Artikel 12

  • 1 De procedure tot in rechte vorderen van het verschuldigde bedrag wordt ofwel door EUROCONTROL, ofwel, op verzoek van EUROCONTROL, door een Overeenkomstsluitende Staat aanhangig gemaakt.

  • 2 Het in rechte vorderen geschiedt langs gerechtelijke of langs administratiefrechtelijke weg.

  • 3 Elke Overeenkomstsluitende Staat stelt EUROCONTROL in kennis van de procedures die in de betrokken Staat worden toegepast en deelt haar mede welke rechterlijke of administratiefrechterlijke autoriteiten bevoegd zijn.

Artikel 13

De procedure voor het in rechte vorderen van betaling wordt aanhangig gemaakt in de Overeenkomstsluitende Staat waar:

  • (a) de debiteur zijn woonplaats of zijn zetel heeft;

  • (b) de debiteur een bedrijf heeft, indien zijn woonplaats of zijn zetel niet op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Staat is gelegen;

  • (c) de debiteur goederen heeft, bij gebreke van de in bovenstaande alinea's (a) en (b) genoemde bevoegdheidsgronden;

  • (d) EUROCONTROL haar zetel heeft, bij gebreke van de in bovenstaande alinea's (a) t/m (c) genoemde bevoegdheidsgronden.

Artikel 14

EUROCONTROL is bevoegd een procedure aan te spannen voor de bevoegde rechterlijke of administratiefrechterlijke autoriteiten van niet bij deze Overeenkomst Partij zijnde Staten.

Artikel 15

De volgende in een Overeenkomstsluitende Staat gegeven beslissingen worden erkend en ten uitvoer gelegd in de overige Overeenkomstsluitende Staten:

  • (a) rechterlijke uitspraken die in kracht van gewijsde zijn gegaan;

  • (b) administratiefrechterlijke beschikkingen waartegen beroep voor een rechter kon worden aangetekend, maar die onherroepelijk zijn geworden, hetzij omdat de rechter het beroep heeft afgewezen door een definitieve beslissing, hetzij omdat de verzoeker heeft afgezien van beroep, hetzij door het verstrijken van de beroepstermijn.

Artikel 16

De in artikel 15 bedoelde beslissingen worden in de volgende gevallen noch erkend, noch ten uitvoer gelegd:

  • (a) indien de rechterlijke of administratiefrechterlijke autoriteit van de Staat van oorsprong niet bevoegd was volgens het bepaalde in artikel 13;

  • (b) indien de beslissing kennelijk in strijd is met de openbare orde van de aangezochte Staat;

  • (c) indien de debiteur niet tijdig voor het voeren van verweer of voor het aantekenen van beroep voor een rechter van de administratiefrechtelijke beschikking of van het aanhangig maken van de zaak in kennis is gesteld;

  • (d) indien een in eerste aanleg aangebrachte zaak met betrekking tot dezelfde heffingen aanhangig gemaakt is voor een rechterlijke of administratiefrechtelijke autoriteit van de aangezochte Staat;

  • (e) indien de beslissing onverenigbaar is met een beslissing inzake dezelfde heffingen, gegeven in de aangezochte Staat;

  • (f) indien de rechterlijke of administratief rechtelijke autoriteit van de Staat van herkomst, om tot zijn beslissing te komen, zich heeft uitgesproken over een vraag betreffende de staat of de bevoegdheid van natuurlijke personen, het huwelijksgoederenrecht, testamenten en erfenissen en daarbij een regel van internationaal privaatrecht van de aangezochte Staat heeft geschonden, tenzij de beslissing tot hetzelfde resultaat voert als wanneer de regels van internationaal privaatrecht van de aangezochte Staat zouden zijn toegepast.

Artikel 17

De in artikel 15 bedoelde beslissingen die uitvoerbaar zijn in de Staat van oorsprong worden met toepassing van het in de aangezochte Staat geldende recht ten uitvoer gelegd. Voor zover nodig wordt, op eenvoudig verzoekschrift, de beslissing door een rechterlijke of een administratiefrechtelijke autoriteit voorzien van een verlof tot tenuitvoerlegging.

Artikel 18

  • 1 Het verzoekschrift gaat vergezeld van:

    • (a) een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de beslissing;

    • (b) in geval van een vonnis, indien dit bij verstek is gewezen, een authentiek exemplaar of voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van een document waaruit blijkt dat het stuk waarmee de zaak aanhangig is gemaakt, tijdig aan de debiteur betekend is;

    • (c) in geval van een administratiefrechtelijke beschikking, een document waarin wordt aangetoond dat de in artikel 15 genoemde voorwaarden zijn vervuld;

    • (d) elk document waaruit blijkt dat de beslissing uitvoerbaar is in de Staat van oorsprong en dat zij tijdig aan de debiteur betekend is.

  • 2 Een naar behoren gewaarmerkte vertaling van deze documenten wordt overgelegd indien zulks door de rechterlijke of administratiefrechtelijke autoriteit van de aangezochte Staat wordt verlangd. Geen enkele legalisatie of soortgelijke formaliteit is vereist.

Artikel 19

  • 1 Het verzoekschrift kan uitsluitend op een van de in artikel 16 bedoelde gronden worden afgewezen. In geen geval kan in de aangezochte Staat worden overgegaan tot een onderzoek naar de juistheid van de beschikking.

  • 2 Op de procedure inzake de erkenning of de tenuitvoerlegging van de beslissing is het recht van de aangezochte Staat van toepassing voor zover in deze Overeenkomst niet anders wordt bepaald.

Artikel 20

Het door EUROCONTROL geïnde bedrag wordt aan de Overeenkomstsluitende Staten afgedragen overeenkomstig de besluiten van het uitgebreide Comité.

Artikel 21

Wanneer een Overeenkomstsluitende Staat de vordering heeft geïnd, wordt het in feite geïnde bedrag onverwijld aan EUROCONTROL overgemaakt, die dan handelt volgens de in artikel 20 voorziene procedure. De door deze Staat gemaakte invorderingskosten worden in rekening gebracht aan EUROCONTROL.

Artikel 22

Bij de vaststelling en de inning van „en route”-heffingen werken de bevoegde instanties van de Overeenkomstsluitende Staten samen met EUROCONTROL.

Artikel 23

Indien het uitgebreide Comité eenstemmig besluit, van het in rechte vorderen van een heffing af te zien, kunnen de betrokken Overeenkomstsluitende Staten alle maatregelen nemen die zij passend achten. In een dergelijk geval zijn de bepalingen van deze Overeenkomst betreffende het in rechte vorderen van betaling, de erkenning en de tenuitvoerlegging van de beslissingen niet meer van toepassing.

Artikel 24

In geval van crisis of oorlog kunnen de bepalingen van deze Overeenkomst geen afbreuk doen aan de vrijheid van handelen van de betrokken Overeenkomstsluitende Staten.

Artikel 25

  • 1 Ieder geschil dat tussen de Overeenkomstsluitende Staten of tussen de Overeenkomstsluitende Staten en EUROCONTROL, vertegenwoordigd door de uitgebreide Commissie, mocht ontstaan ten aanzien van de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst of van zijn bijlagen, en dat niet kan worden opgelost door rechtstreekse onderhandelingen of op enige andere wijze geregeld, wordt op verzoek van een van de partijen aan arbitrage onderworpen.

  • 2 Te dien einde wijst elk der partijen in elk voorkomend geval een arbiter aan en de arbiters benoemen in onderlinge overeenstemming een derde arbiter.

  • 3 Het scheidsgerecht bepaalt zijn eigen werkwijze.

  • 4 Elke partij draagt zelf de kosten van haar arbiter en haar vertegenwoordiging tijdens de procedure voor het scheidsgerecht; de kosten die betrekking hebben op de derde arbiter en de andere kosten worden door de partijen ieder voor een gelijk deel gedragen. Het scheidsgerecht kan echter een ongelijke verdeling van de kosten vaststellen indien het dit passend acht.

  • 5 De beslissingen van het scheidsgerecht zijn bindend voor de partijen bij het geschil.

Artikel 26

Deze Overeenkomst vervangt de Multilaterale Overeenkomst betreffende de inning van „en route”-heffingen van 8 september 1970.

Deze bepaling doet geen afbreuk aan enige overeenkomst tussen EUROCONTROL en een Staat, geen Lid-Staat zijnde, op het stuk van de inning van „en route ”-heffingen voor de in artikel 1 van deze Overeenkomst genoemde vluchtinlichtingengebieden, die van kracht blijft totdat de betrokken Staat Partij bij deze Overeenkomst is geworden.

Artikel 27

  • 1 Voor de datum van inwerkingtreding staat deze Overeenkomst open voor ondertekening door alle Staten die op de datum van hun ondertekening deelnemen aan het EUROCONTROL-systeem voor de inning van „en route”-heffingen, of die door de Permanente Commissie eenparig tot ondertekening zijn toegelaten.

  • 2 Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk België. Bekrachtiging van het op 12 februari 1981 te Brussel ter ondertekening opengestelde Protocol tot wijziging van het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart „EUROCONTROL” van 13 december 1986, hierna te noemen „het Protocol”, geldt tevens als bekrachtiging van deze Overeenkomst.

  • 3 Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het Protocol wat betreft EUROCONTROL, de Lid-Staten van EUROCONTROL en Staten die hun akte van bekrachtiging op een eerdere datum hebben nedergelegd.

  • 4 Voor elke Staat waarvan de akte van bekrachtiging na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst is nedergelegd, treedt de Overeenkomst in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging.

  • 5 EUROCONTROL wordt Partij bij deze Overeenkomst door middel van ondertekening.

  • 6 De Regering van het Koninkrijk België stelt de Regeringen van de overige Staten die deze Overeenkomst hebben ondertekend, in kennis van elke ondertekening, van elke nederlegging van een akte van bekrachtiging en van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

Artikel 28

  • 1 Elke Staat kan tot deze Overeenkomst toetreden.

    Behalve in het geval van Europese Staten die toetreden tot het in artikel 27, lid 2, bedoelde gewijzigde Verdrag, kunnen Staten slechts met eenparige goedkeuring van de uitgebreide Commissie tot deze Overeenkomst toetreden.

  • 2 De akte van toetreding wordt nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk België, die de Regeringen van de overige Overeenkomstsluitende Staten hiervan in kennis zal stellen.

  • 3 De toetreding wordt van kracht op de eerste dag van de tweede maand volgende op de nederlegging van de akte van toetreding.

Artikel 29

  • 1 De Staten die Partij zijn bij het gewijzigde Verdrag zijn door deze Overeenkomst gebonden zolang het gewijzigde Verdrag van kracht blijft.

  • 2 De Staten die geen Partij zijn bij het gewijzigde Verdrag zijn door deze Overeenkomst gebonden voor een tijdvak van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop deze Overeenkomst ten aanzien van deze Staten in werking is getreden, of, indien zulks eerder valt, tot de beëindiging van het Verdrag. Genoemd tijdvak van vijf jaar wordt stilzwijgend verlengd met perioden van vijf jaar, tenzij de betrokken Staat door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Regering van het Koninkrijk België minstens twee jaar voor het einde van de lopende periode heeft medegedeeld dat hij het voornemen heeft zijn deelname aan deze Overeenkomst te beëindigen. De Regering van het Koninkrijk België doet van bedoelde kennisgeving mededeling aan de Regeringen van de overige Overeenkomstsluitende Staten.

  • 3 De Regering van het Koninkrijk België stelt de Regeringen van de overige Overeenkomstsluitende Staten schriftelijk in kennis van elke verklaring waarmede een bij het gewijzigde Verdrag Partij zijnde Staat mededeelt dat hij het voornemen heeft het Verdrag te beëindigen.

Artikel 30

De Regering van het Koninkrijk België doet deze Overeenkomst bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties registreren overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties en bij de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie overeenkomstig artikel 83 van het op 7 december 1944 te Chicago ondertekende Verdrag inzake de internationale burgerlijke luchtvaart.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende Gevolmachtigden, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, op 12 februari 1981, in de Duitse, Engelse, Spaanse, Franse, Nederlandse en Portugese taal, deze teksten zijnde gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar dat blijft berusten in het archief van de Regering van het Koninkrijk België, die een gewaarmerkt afschrift hiervan doet toekomen aan de Regeringen van de overige ondertekenende Staten. In geval van afwijking tussen de teksten is de Franse tekst doorslaggevend.

Bijlage 1. Vluchtinlichtingengebieden

Overeenkomstsluitende Staten Vluchtinlichtingengebieden

De Bondsrepubliek Duitsland . .

Hoger vluchtinlichtingengebied Hannover

Hoger vluchtinlichtingengebied Rhein

Vluchtinlichtingengebied Bremen

Vluchtinlichtingengebied Düsseldorf

Vluchtinlichtingengebied Frankfurt

Vluchtinlichtingengebied München

De Republiek Oostenrijk . . .

Vluchtinlichtingengebied Wien

Het Koninkrijk België . . . .

Hoger vluchtinlichtingengebied Brussel

Het Groothertogdom Luxemburg

Vluchtinlichtingengebied Brussel

Spanje . . . . . . . .

Hoger vluchtinlichtingengebied Madrid

Vluchtinlichtingengebied Madrid

Hoger vluchtinlichtingengebied Barcelona

Vluchtinlichtingengebied Barcelona

Hoger vluchtinlichtingengebied Islas Canarias

Vluchtinlichtingengebied Islas Canarias

De Franse Republiek . . . .

Hoger vluchtinlichtingengebied France

Vluchtinlichtingengebied Paris

Vluchtinliclitingengebied Brest

Vluchtinlichtingengebied Bordeaux

Vluchtinlichtingengebied Marseille

Het Verenigd Koninklijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland . .

Hoger vluchtinlichtingengebied Scottish

Vluchtinlichtingengebied Scottish

Hoger vluchtinlichtingengebied London

Vluchtinlichtingengebied London

Ierland . . . . . .

Hoger vluchtinlichtingengebied Shannon

Vluchtinlichtingengebied Shannon

Het Koninkrijk der Nederlanden .

Vluchtinlichtingengebied Amsterdam

De Portugese Republiek . . .

Hoger vluchtinlichtingengebied Lisboa

Vluchtinlichtingengebied Lisboa

Vluchtinlichtingengebied Santa Maria

De Zwitserse Bondsstaat . . .

Hoger vluchtinlichtingengebied Genève

Vluchtinlichtingengebied Genève

Hoger vluchtinlichtingengebied Zürich

Vluchtinlichtingengebied Zürich

Bijlage 2

(Artikel (6, lid 1 (b))

Uittreksel van het Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart „EUROCONTROL” van 13 december 1960 gewijzigd door het in 1981 te Brussel ter ondertekening opengestelde Protocol

Artikel 7, lid 3 van het Verdrag

„Behoudens andersluidende bepalingen vereisen de richtlijnen en maatregelen in de in artikel 6, lid 1 (b) en 6, lid 4 bedoelde gevallen een meerderheid van stemmen in de Commissie met dien verstande dat:

  • - deze stemmen worden gewogen met inachtneming van onderstaand artikel 8;

  • - deze stemmen de meerderheid van de stemuitbrengende Verdragsluitende Partijen moeten vertegenwoordigen.”

Artikel 8 van het Verdrag

,,De in artikel 7 bedoelde stemweging geschiedt overeenkomstig de onderstaande tabel:

Percentage van de jaarlijkse bijdrage van een Verdragsluitende Partij ten opzichte van de jaarlijkse bijdragen van alle Verdragsluitende Partijen gezamenlijk

Aantal stemmen

Minder dan 1%

Van 1 tot 2 %

Van 2 tot 3 %

Van 3 tot 4 ½%

Van 4 ½ tot 6 %.

Van 6 tot 7 ½ %

Van 7 ½tot 9 %

Van 9 tot 11 %

Van 11 tot 13 %

Van 13 tot 15 %

Van 15 tot 18 %

Van 18 tot 21 %

Van 21 tot 24 %

Van 24 tot 27 %

Van 27 tot 30 %

30%

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

  • 2. Het aantal stemmen wordt de eerste keer bepaald bij de inwerkingtreding van het in 1981 te Brussel ter ondertekening opengestelde Protocol, onder verwijzing naar bovenstaande tabel en volgens de in artikel 19 van de Statuten van het Agentschap opgenomen regel ter vaststelling van de jaarlijkse bijdragen van de Verdragsluitende Partijen aan de begroting van de Organisatie.

  • 3. In geval van toetreding van een Staat wordt op dezelfde wijze tewerkgegaan bij het opnieuw bepalen van het aantal stemmen van de Verdragsluitende Partijen.

  • 4. Het aantal stemmen wordt, overeenkomstig bovenstaande bepalingen, jaarlijks opnieuw vastgesteld.”

Artikel 19 van Bijlage 1 bij het Verdrag (Statuten van het Agentschap)

  • ,,1. Onverminderd het gestelde in onderstaand lid 2 worden de jaarlijkse bijdragen van de Verdragsluitende Partijen aan de begroting voor elk begrotingsjaar bepaald volgens onderstaande verdeelsleutel:

    • (a) een eerste bestanddeel, ten belope van 30% van de bijdrage, wordt berekend in verhouding tot de hoogte van het Bruto Nationaal Produkt van de Verdragsluitende Partijen zoals dit is omschreven in onderstaand lid 3;

    • (b) een tweede bestanddeel, ten belope van 70% van de bijdrage, wordt berekend in verhouding tot de hoogte van de grondslag van de ,,en route”-heffingen der Verdragsluitende Partijen zoals deze is omschreven in onderstaand lid 4.

  • 2. Geen enkele Verdragsluitende Partij is verplicht voor een bepaald begrotingsjaar een hogere bijdrage te betalen dan 30% van het totaal van de bijdragen van de Verdragsluitende Partijen. Indien de overeenkomstig de bepalingen in het eerste lid berekende bijdrage van een Verdragsluitende Partij meer bedraagt dan 30%, wordt het overschot volgens de in het eerste lid vastgestelde regels over de andere Verdragsluitende Partijen omgeslagen.

  • 3. Het hier bedoelde Bruto Nationaal Produkt is het nationaal produkt zoals dat blijkt uit de statistieken, opgesteld door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling - of, bij gebreke daarvan, door een andere instantie die gelijkwaardige garanties biedt en aangewezen is krachtens een beslissing van de Commissie - door het rekenkundig gemiddelde te berekenen over de laatste drie jaren waarvoor zulke statistieken ter beschikking staan. Bedoeld wordt het Bruto Nationaal Produkt berekend naar factorkosten en lopende prijzen uitgedrukt in Europese Rekeneenheden.

  • 4. De hier bedoelde grondslag voor de „en route”-heffingen is die welke is vastgesteld voor het voorlaatste jaar vóór het desbetreffende begrotingsjaar.