Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende [...] alsook de wijze van uitvoering daarvan, Brussel, 12-11-1990

Geldend van 01-08-2004 t/m heden

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de gezamenlijke deelname aan de Europese synchrotronstralingsinstallatie, alsook de wijze van uitvoering daarvan

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de gezamenlijke deelname aan de Europese synchrotronstralingsinstallatie, alsook de wijze van uitvoering daarvan

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

De Regering van het Koninkrijk België,

Overwegende dat in het licht van de toenemende Europese samenwerking, het sterk aanbeveling verdient op het terrein van het onderzoeks- en ontwikkelingswerk te komen tot bi- en multilaterale initiatieven voor de oprichting van en de participatie in grotere onderzoeksinstellingen;

Gelet op de bepalingen van het Verdrag betreffende de bouw en de exploitatie van een Europese installatie voor synchrotronstraling, en de Bijlagen, ondertekend te Parijs op 16 december 1988;

Overwegende dat de Regering van het Koninkrijk België bij de ondertekening van dat Verdrag een verklaring heeft afgelegd waarin zij de mogelijkheid open laat om met een ander land een consortium te vormen naar het model van de Scandinavische landen, teneinde alsnog als één consortium deel te nemen aan de Europese Synchrotronstralingsinstallatie;

Ervan overtuigd dat een gezamenlijke deelname van beide landen aan de Europese Synchrotronstralingsinstallatie, de belangen van het wetenschappelijk onderzoek en van het bedrijfsleven zowel in beide landen als in West-Europa zal dienen,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing en de interpretatie van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

de Overeenkomst: de onderhavige overeenkomst;

de Overeenkomstsluitende Partijen: de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden;

de Vennootschap: de „Société Civile” naar Frans recht met als naam „Europese Synchrotronstralingsinstallatie”, opgericht te Parijs op 16 december 1988;

ESRF (European Synchrotron Radiation Facility): de installatie waarvan de bouw en de exploitatie zijn toevertrouwd aan de Vennootschap;

het ESRF-Verdrag: het verdrag betreffende ESRF, ondertekend te Parijs op 16 december 1988;

BENESYNC: het Consortium dat door de Overeenkomstsluitende Partijen wordt opgericht om gezamenlijk deel te nemen aan ESRF;

de Stuurgroep: de drie afgevaardigden in de Raad van Bestuur van de Vennootschap aangewezen door de Overeenkomstsluitende Partijen, aangevuld met een vierde nog aan te wijzen lid, zodat beide Overeenkomstsluitende Partijen een gelijk aantal vertegenwoordigers hebben in de Stuurgroep.

Artikel 2. Doelstelling

De Overeenkomstsluitende Partijen nemen gezamenlijk deel aan de bouw en de exploitatie van ESRF te Grenoble, ter bevordering van de technische en wetenschappelijke ontwikkeling op het terrein van synchrotronstraling, en ter aanmoediging van het gebruik van ESRF door de wetenschappelijke en industriële wereld uit België en Nederland.

Artikel 3. Financiële regeling

  • 3.1 Verdeelsleutel

    De financiële contributie voor ESRF is verdeeld volgens de sleutel:

    Het Koninkrijk België: 50%

    Het Koninkrijk der Nederlanden: 50%

    In hetgeen volgt, wordt ervan uitgegaan dat BENESYNC voor 6% zal bijdragen in zowel de bouw als de exploitatie van ESRF.

  • 3.2 Principe van de ,,juste retour”

    Onverminderd hetgeen volgt, dienen de Overeenkomstsluitende Partijen de nodige maatregelen te treffen om hun onderlinge gelijkheid inzake „juste retour” aangaande industriële bestellingen en wetenschappelijk gebruik van ESRF, maximaal te verwezenlijken. Wanneer zich gemiddeld over de periode vanaf 16 december 1988 tot 31 december 1993, en daarna vanaf 1 januari 1994 tot 31 december 1998, een afwijking voordoet in de verhouding tussen de beide Overeenkomstsluitende Partijen van de „retour” in de vorm van industriële bestellingen ten opzichte van de 50%-50% verhouding bepaald in het eerste lid van dit artikel, dan zal, op voorwaarde dat één en slechts één Overeenkomstsluitende Partij een gemiddelde „retour” realiseert van meer dan 3%, een verrekening plaats hebben tussen beide Overeenkomstsluitende Partijen, als volgt:

    die Overeenkomstsluitende Partij die gemiddeld over één van deze periodes de grootste „retour” realiseert, verhoogt in de drie jaren die volgen op de hogervermelde periodes telkens zijn bijdrage aan ESRF met één derde van 10% van het verschil tussen het percentage aan „retour” gerealiseerd door deze Overeenkomstsluitende Partij en 3% van de totale constructiekosten van ESRF over de desbetreffende periode;

    De andere Overeenkomstsluitende Partij brengt in diezelfde drie jaren het overeenkomstige bedrag in mindering bij de betaling van zijn contributie aan ESRF.

    Op dezelfde wijze zal ook een verrekening plaats hebben voor de effectieve „retour” aan gebruik van ESRF. De verrekening hiervoor zal plaatsvinden na elke periode van drie jaar, te beginnen vanaf 1 januari 1994. Het hogervermelde percentage van 10% wordt voor de verrekening van het gebruik van ESRF 33%, waarbij de verrekening plaatsvindt over de totale exploitatiekosten voor de desbetreffende periode. De effectieve betaling van de verrekening wordt opnieuw gelijkmatig over drie jaar gespreid.

    De verrekening wordt begrensd zodanig dat een Overeenkomstsluitende Partij voor de periode waarover de verrekening plaatsvindt, gemiddeld nooit meer betaalt dan 3,3% voor de constructiekosten, en nooit meer dan 4% voor de exploitatiekosten. Verder wordt de verrekening ook nog begrensd zodanig dat ze nooit meer bedraagt dan het verschil tussen 3% en de gemiddelde „retour” gerealiseerd door de Overeenkomstsluitende Partij met de kleinste „retour”.

    In geval de totale contributie van BENESYNC aan ESRF zou worden verhoogd of verlaagd bij toepassing van hetgeen bepaald is in het vierde lid van artikel 6 van het ESRF-Verdrag, zullen de Overeenkomstsluitende Partijen de hiervoor gestelde regels van verrekening toepassen met aan de verhoging of de verlaging proportioneel aangepaste percentages, met uitzondering van de vermelde percentages van 10 en 33%, die in die omstandigheid ongewijzigd worden toegepast.

    Beide Overeenkomstsluitende Partijen kunnen overeenkomen om af te zien van hun recht op deze verrekening.

  • 3.3 Mogelijkheid tot herziening

    Onverminderd de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, blijft de in het eerste lid van dit artikel bepaalde verdeling van toepassing tot 31 december 2007.

    Deze verdeling wordt stilzwijgend verlengd na 31 december 2007, voor opeenvolgende periodes van drie jaar, behoudens wanneer één van beide Overeenkomstsluitende Partijen aan de andere Partij schriftelijk, tenminste één jaar voor 31 december 2007 of één jaar voor het aflopen van de navolgende periodes van drie jaar, de wens te kennen geeft om de verdeling te herzien.

    Indien de Overeenkomstsluitende Partijen geen overeenstemming bereiken over de herziening van de verdeling, wordt de tot dan geldende verdeling ongewijzigd verlengd voor de volgende periode van drie jaar.

  • 3.4 Initiële kosten bij gezamenlijke toetreding

    Eventuele financiële bijdragen aan de Vennootschap bij de gezamenlijke toetreding, die voortvloeien uit reeds in het verleden door de Vennootschap gedane betalingen, worden vereffend op een 50%-50% basis. Bij de betaling hiervan worden eerder door het Koninkrijk België betaalde bijdragen op dezelfde basis verrekend in de respectieve contributies van de beide Overeenkomstsluitende Partijen.

  • 3.5 Wijze van betaling

    Beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen elk voor zich de betaling van de jaarlijkse bijdragen aan de Vennootschap regelen.

  • 3.6 Aansprakelijkheid

    Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen is ieder wat haar betreft aansprakelijk voor het in gebreke blijven met betrekking tot de door haar te betalen financiële bijdrage.

Artikel 4. Uitvoering door consortium

  • 4.1 BENESYNC

    Met betrekking tot de Vennootschap vormen de Belgische Staat en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk onderzoek (NWO) een consortium, BENESYNC genaamd.

  • 4.2 Voorzitterschap van BENESYNC

    De Overeenkomstsluitende Partijen wijzen volgens een nader te bepalen beurtrolsysteem de afgevaardigde aan die stemrecht heeft in de Raad van Bestuur van de Vennootschap. Deze neemt meteen ook het voorzitterschap waar van BENESYNC.

  • 4.3 Stemprocedure binnen de Vennootschap

    Het stemgedrag van de afgevaardigden van BENESYNC in de Raad van Bestuur van de Vennootschap en de diverse ESRF-comités dient gebaseerd te zijn op consensus.

    De Stuurgroep zal voorzover nodig, vooroverleg plegen met de betrokken overheidsdiensten. Zulk vooroverleg is verplicht wanneer zaken aan de orde komen die de unanimiteit of een bijzondere meerderheid van de Raad van Bestuur van de Vennootschap vereisen.

    De Stuurgroep brengt jaarlijks schriftelijk verslag uit aan beide Regeringen van zijn werkzaamheden.

  • 4.4 Vertegenwoordiging in de Raad van Bestuur en de diverse comités van de Vennootschap

    De deelname aan de Raad van Bestuur en de verschillende comités van de Vennootschap vindt plaats conform de Overeenkomst met de ESRF-Leden over de gezamenlijke Belgisch-Nederlandse deelname aan ESRF, en de statuten van de Vennootschap.

  • 4.5 Kosten van BENESYNC

    Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen draagt de kosten voor de verplaatsingen van zijn eigen commissieleden.

Artikel 5. Geschillen

Elk geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van de Overeenkomst, dat niet door onderhandelingen kan worden opgelost, zal het voorwerp uitmaken van arbitrage.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag waarop de beide Regeringen elkaar hebben medegedeeld dat aan de in hun land geldende grondwettelijke vereisten is voldaan.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt de Overeenkomst alleen voor het Rijk in Europa.

Artikel 7. Duur van de Overeenkomst

Deze Overeenkomst is minstens geldig tot 31 december 2007 en blijft nadien voor onbepaalde tijd van kracht.

Elke Overeenkomstsluitende Partij zal met inachtneming van een termijn van 3 jaar de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk in kennis stellen van haar voornemen de Overeenkomst te beëindigen. De opzegging kan slechts van kracht worden op 31 december 2007 of op het einde van elke volgende periode van drie jaar.

De Overeenkomst zal eveneens ophouden uitwerking te hebben wanneer de Overeenkomstsluitende Partijen het ESRF-Verdrag opzeggen in overeenstemming met artikel 13 van het ESRF-Verdrag.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, op 12 november 1990, in tweevoud.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) H. J. M. VAN NISPEN TOT SEVENAER

Jonkheer Mr. H. J. M. van Nispen tot Sevenaer

Ambassadeur

Voor de Regering van het Koninkrijk België:

(w.g.) H. SCHILTZ

H. Schiltz

Minister van Wetenschapsbeleid

(w.g.) E. DERYCKE

E. Derycke

Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid

Nr. I

1000 Brussel, 12 november 1990.

MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN,

BUITENLANDSE HANDEL EN

ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

A.14

Excellentie,

We hebben de eer te verwijzen naar de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden over de gezamenlijke deelname aan de Europese synchrotronstralingsinstallatie te Grenoble, die vandaag te Brussel werd ondertekend.

Ter aanvulling van die Overeenkomst werd tijdens de onderhandelingen door de Regeringsvertegenwoordigers overeengekomen, om de volgende bepalingen als integrerend onderdeel van de Overeenkomst in een briefwisseling op te nemen.

  • 1. Vertegenwoordiging in de Raad van Bestuur en de diverse comités van de Vennootschap

    In aansluiting op het tweede lid van artikel 4 van de Overeenkomst hiervoor vermeld, wordt overeengekomen dat tot het einde van de eerste periode van de constructiefase, bepaald in het ESRF-Verdrag, de Belgische Staat de afgevaardigde aanwijst die stemrecht heeft in de Raad van Bestuur van de Vennootschap. Daarna treedt een beurtrolsysteem in, waarbij elk van de Overeenkomstsluitende Partijen, afwisselend en telkens voor een periode van twee jaar, de afgevaardigde met stemrecht aanwijst. De Belgische Staat komt hierbij eerst aan de beurt.

    De overige plaatsen in de Raad van Bestuur worden gelijk verdeeld tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.

    Voor de vertegenwoordiging in de onderscheiden comités, wordt waar mogelijk tussen de Overeenkomstsluitende Partijen ook een gelijke verdeling gemaakt van het aantal afgevaardigden. Indien niet anders mogelijk wordt een beurtrolsysteem ingesteld telkens voor een periode van twee jaar. De Belgische Staat is in die gevallen gemachtigd het eerst een afgevaardigde te sturen.

  • 2. Stemprocedure binnen de Stuurgroep en de Vennootschap

    Binnen de Stuurgroep, die wordt voorgezeten door de Voorzitter van BENESYNC, hebben de beide Overeenkomstsluitende Partijen elk twee stemmen.

    Voor alle aangelegenheden waarover dient te worden gestemd binnen de Raad van Bestuur van de Vennootschap, zal de afgevaardigde met stemrecht zijn houding bepalen overeenkomstig een bij stemming unaniem genomen beslissing binnen de Stuurgroep. Wanneer binnen de Stuurgroep geen unanimiteit kan worden bereikt, dient de Stuurgroep overleg te plegen met de Overeenkomstsluitende Partijen om het aan te nemen stemgedrag van de afgevaardigde met stemrecht te bepalen.

    Bij stemming in één van de onderscheiden comités van de Vennootschap dienen alle stemgerechtigde afgevaardigden die lid zijn van het bewuste comité en al dan niet rechtstreeks werden aangewezen door de Overeenkomstsluitende Partijen, onderling overleg te plegen, en dezelfde stem uit te brengen.

    Indien hierover geen overeenstemming kan worden bereikt, dienen deze afgevaardigden, indien mogelijk, het advies in te winnen van de Stuurgroep, die dan de aan te nemen houding zal bepalen. Wanneer de Stuurgroep niet kan worden geconsulteerd, of wanneer ook binnen de Stuurgroep geen eensgezindheid kan worden bereikt over een bepaalde aangelegenheid, dan dient opnieuw de houding te worden bepaald in overleg met de Overeenkomstsluitende Partijen.

    De hoger voorziene overlegprocedure geldt ook wanneer slechts één Overeenkomstsluitende Partij stemgerechtigd is in een bepaald comité, tenzij er eensgezindheid bestaat met eventuele aanwezige experten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

    In die gevallen waarbij het hoger voorziene overleg met de Stuurgroep en/of de Overeenkomstsluitende Partijen onmogelijk is, dienen alle afgevaardigden zich bij stemming te onthouden.

    Indien uw Regering instemt met de voorgaande bepalingen, dan zal deze brief en uw antwoord erop, als overeenkomst gelden tussen onze beide Regeringen.

    Gelieve, Excellentie, de verzekering van onze zeer bijzondere hoogachting te willen aanvaarden.

Voor de Regering van het Koninkrijk België:

(w.g.) H. SCHILTZ

H. Schiltz

Minister van Wetenschapsbeleid

(w.g.) E. DERYCKE

E. Derycke

Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid

Aan Zijne Excellentie Jonkheer Mr H. J. M. van Nispen tot Sevenaer Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden

Nr. II. AMBASSADE VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

Brussel, 12 november 1990

Excellenties,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen aan uw brief dd. 12 november 1990 ref. A14 waarvan de inhoud als volgt luidt:

[Red: (zoals in Nr. I)]

Ik heb de eer U de instemming van mijn Regering met het bovenvermelde te bevestigen.

Gelieve, Excellenties, de hernieuwde verzekering van mijn zeer bijzondere hoogachting te willen aanvaarden.

(w.g.) H. J. M. VAN NISPEN TOT SEVENAER

Jhr. Mr. H. J. M. van Nispen tot Sevenaer

Ambassadeur der Nederlanden

Aan Zijne Excellentie de Heer H. Schiltz, Minister van Wetenschapsbeleid en Zijne Excellentie de Heer E. Derycke, Staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid