Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Akkoord tussen de Nederlandse Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de [...] ziekengeld-, moederschaps- en invaliditeitsverzekering, Brussel, 12-08-1982

Geldend van 12-08-1982 t/m heden

Akkoord tussen de Nederlandse Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Belgische Minister van Sociale Voorzorg inzake ziekengeld-, moederschaps- en invaliditeitsverzekering

Authentiek : NL

Akkoord tussen de Nederlandse Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Belgische Minister van Sociale Voorzorg inzake ziekengeld-, moederschaps- en invaliditeitsverzekering

De ondergetekenden:

enerzijds de Nederlandse Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en

anderzijds de Belgische Minister van Sociale Voorzorg,

Verlangende de verschillende regelingen ter verwezenlijking van de aanspraken op ziekengeld, moederschapsuitkering en invaliditeitsuitkering welke in de betrekkingen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België voortvloeien uit Verordening nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, dan wel uit het op 29 augustus 1947 te 's-Gravenhage gesloten Verdrag tussen Nederland en België betreffende de toepassing der wederzijdse wetgeving op het punt der sociale verzekering, te ordenen in een gecoördineerd Akkoord,

Gelet op de artikelen 18, lid 9, 26, lid 7, 105, lid 2 en 120, lid 1 van Verordening nr. 574/72,

Gehoord het advies van de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers,

Zijn overeengekomen als volgt:

TITEL I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Akkoord wordt verstaan onder:

  • a. bevoegd orgaan: de voor België en voor Nederland blijkens bijlage 2 van Verordening (EEG) nr. 574/72 aangewezen organen voor ziekengeld- en invaliditeitsverzekering;

  • b. orgaan van de woon- of verblijfplaats: de voor België en Nederland blijkens bijlage 3 van Verordening (EEG) nr. 574/72 aangewezen organen voor ziekengeld- en invaliditeitsverzekering;

  • c. RIZIV: het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering te Brussel;

  • d. GAK: het Gemeenschappelijk Administratiekantoor te Amsterdam;

  • e. districtskantoor: districtskantoor van het GAK;

  • f. bedrijfsvereniging: bedrijfsvereniging waarbij de werkgever van de verzekerde is aangesloten;

  • g. BBZ: Stichting Bureau voor Belgische Zaken, de sociale verzekering betreffende te Breda;

  • h. ziekengeld:

    • - voor België: de uitkering voor primaire arbeidsongeschiktheid,

    • - voor Nederland: het ziekengeld;

  • i. invaliditeitsuitkering:

    • - voor België: de invaliditeitsuitkering,

    • - voor Nederland: de arbeidsongeschiktheidsuitkering krachtens de wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en krachtens de algemene arbeidsongeschiktheidswet;

  • j. Technische Commissie: de commissie, bedoeld in artikel 32 van dit Akkoord.

Artikel 2

De bepalingen van dit Akkoord zijn van toepassing op werknemers, op wie de wettelijke regelingen van Nederland of België van toepassing zijn, en op gerechtigden op ziekengeld of invaliditeitsuitkering, alsmede op aanvragers van deze uitkeringen.

TITEL II. Ziekte en moederschap

HOOFDSTUK 1. Recht op ziekengeld

Artikel 3

Werknemers die verzekerd zijn ingevolge de Belgische wetgeving hebben recht op ziekengeld ten laste van de Belgische verzekeringsorganen indien:

  • 1. zij arbeidsgeschikt zijn op het tijdstip, waarop hun verzekering ingevolge de Belgische wetgeving is aangevangen; deze voorwaarde wordt geacht te zijn vervuld wanneer deze werknemers aantonen dat zij in het tijdvak van een maand dat voorafgaat aan dat tijdstip als Nederlands verzekerde daadwerkelijk arbeid in loondienst hebben verricht;

  • 2. zij de voorwaarden vervullen om Belgisch ziekengeld te genieten, waarbij rekening wordt gehouden met verzekeringstijdvakken die in Nederland en België zijn vervuld.

Artikel 4

Werknemers die verzekerd zijn ingevolge de Nederlandse wetgeving hebben recht op ziekengeld ten laste van de Nederlandse bedrijfsvereniging indien:

  • 1. zij arbeidsgeschikt zijn op het tijdstip, waarop hun verzekering ingevolge de Nederlandse wetgeving is aangevangen; deze voorwaarde wordt geacht te zijn vervuld wanneer deze werknemers aantonen dat zij in het tijdvak van een maand dat voorafgaat aan dat tijdstip als Belgisch verzekerde daadwerkelijk arbeid in loondienst hebben verricht;

  • 2. zij de voorwaarden vervullen om Nederlands ziekengeld te genieten, waarbij voor het recht op uitkeringen bij moederschap rekening wordt gehouden met verzekeringstijdvakken die in België en Nederland zijn vervuld.

Artikel 5

  • 1 Ingeval een werknemer die ziekengeld of invaliditeitsuitkering van één van beide landen geniet verzekerd is ingevolge de wetgeving inzake de ziekengeldverzekering van het andere land, zijn bij toeneming van de arbeidsongeschiktheid de volgende bepalingen van toepassing:

    • a) indien de werknemer voldoet aan de in de wetgeving van het land waar hij laatstelijk verzekerd is, gestelde voorwaarden voor het ingaan van het recht op ziekengeld, verleent het orgaan van dit laatste land een uitkering overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling ongeacht de vraag of de toeneming van de arbeidsongeschiktheid veroorzaakt wordt door dezelfde dan wel door een andere aandoening dan die welke aanleiding heeft gegeven tot het verlenen van de oorspronkelijke uitkering;

    • b) het orgaan dat de oorspronkelijke uitkering verleende, bepaalt overeenkomstig de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling het bedrag waarop de werknemer recht heeft, daarbij rekeninghoudend met de toeneming van de arbeidsongeschiktheid;

    • c) indien het bedrag van de onder b) bedoelde uitkering groter is dan het bedrag van de uitkering van de wettelijke regeling van het land waar de werknemer laatst verzekerd was, is het orgaan dat de oorspronkelijke uitkering verleende, slechts verplicht hem een aanvulling welke gelijk is aan het verschil tussen bedoelde bedragen, te verlenen;

    • d) indien het bedrag van de onder b) bedoelde uitkering lager is dan of gelijk aan het bedrag van de onder a) bedoelde uitkering verleent het orgaan dat de oorspronkelijke uitkering toekende, geen enkele uitkering meer. In dat geval zijn de uitkeringen uitsluitend verschuldigd door het orgaan van het land waar de werknemer laatst verzekerd was;

    • e) ter bepaling van het bedrag van de aanvulling, bedoeld onder c), worden de in aanmerking te nemen daguitkeringen ingevolge de wettelijke regelingen van beide landen uitgedrukt in functie van het aantal dagen per week waarover uitkering wordt verleend ingevolge de wettelijke regeling die wordt toegepast door het orgaan dat gehouden is de aanvulling te verlenen;

    • f) ter bepaling van het bedrag van de aanvulling, bedoeld onder c), vindt de omrekening van de in de nationale muntsoorten luidende bedragen plaats in overeenstemming met artikel 107, lid 1 van de Verordening nr. 574/72 van de Raad van Europese Gemeenschappen van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening nr. 1408/71 van 14 juni 1971, of met de latere bepalingen die dit artikel wijzigen;

    • g) indien het bedrag van de onder a) bedoelde uitkering door stijging van kosten van levensonderhoud of door schommelingen van het loonpeil met een bepaald percentage wordt gewijzigd, blijft het bedrag van de aanvulling, bedoeld onder c), ongewijzigd.

      Wanneer het bedrag van de onder b) bedoelde uitkering door stijging van kosten van levensonderhoud of door schommelingen van het loonpeil met een bepaald percentage wordt gewijzigd, wordt dit percentage rechtstreeks in de aanvulling, bedoeld onder c), verwerkt;

    • h) de bepalingen van de Belgische en de Nederlandse wetgeving, die aan het genieten van ziekengeld- of invaliditeitsuitkering voordelen en verplichtingen ingevolge andere sociale verzekeringswetten verbinden, gelden niet ten aanzien van de aanvulling, bedoeld onder c);

    • i) de voorgaande bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing wanneer de toeneming van de arbeidsongeschiktheid aanleiding is tot vergoedingen ingevolge de Belgische arbeidsongevallen- of beroepsektenverzekering. In dat geval worden de oorspronkelijke Nederlandse uitkeringen voortgezet alsof de arbeidsongeschiktheid niet is toegenomen.

  • 2 De Technische Commissie kan voor de toepassing van het eerste lid van dit artikel nadere regelen treffen.

HOOFDSTUK 2. Medische en administratieve controle in het kader van de ziekengeldverzekering

Afdeling 1. In België wonende of verblijvende werknemers die aanspraak maken op Nederlands ziekengeld

Artikel 6

  • 1 Om in aanmerking te komen voor ziekengeld krachtens de Nederlandse ziekengeldverzekering moet de in België wonende of verblijvende werknemer die in Nederland verzekerd is, van zijn arbeidsongeschiktheid aangifte doen op de wijze en binnen de termijn als vastgesteld in de Nederlandse wettelijke regeling.

  • 2 In afwijking van het voorgaande lid dient de in België verblijvende werknemer die in het genot is van een Nederlandse werkloosheidsuitkering krachtens artikel 69 van Verordening (EEG) nr. 1408/71, van zijn arbeidsongeschiktheid aangifte te doen bij het orgaan van de verblijfplaats op de wijze en binnen de termijn als vastgesteld in de Belgische wettelijke regeling.

Artikel 7

  • 1 De bevoegde bedrijfsvereniging verricht de geneeskundige en de administratieve controle van de in artikel 6, lid 1, bedoelde werknemer overeenkomstig de Nederlandse wettelijke regeling. Zij kan evenwel het RIZIV verzoeken voor die controle zorg te dragen.

  • 2 Het bepaalde in het vorige lid is van overeenkomstige toepassing op de werknemer die zich van Nederland naar België begeeft nadat hij van zijn arbeidsongeschiktheid aangifte heeft gedaan.

  • 3 De in artikel 6, lid 2, bedoelde werknemer is onderworpen aan de controle door het Belgische orgaan van de ziekengeldverzekering, tenzij de bevoegde bedrijfsvereniging te kennen geeft deze controle zelf te zullen verrichten.

Artikel 8

De in België wonende of verblijvende werknemer die aanspraak maakt op Nederlands ziekengeld is onderworpen aan de controlevoorschriften van de bedrijfsvereniging.

Artikel 9

  • 1 In de gevallen waarin de bedrijfsvereniging, overeenkomstig artikel 7, lid 1, het RIZIV verzoekt voor controle zorg te dragen doet dit laatste orgaan controle verrichten door één van zijn ambtenaren, binnen 10 werkdagen volgend op de ontvangst van het verzoek.

  • 2 De medische en administratieve controle wordt vervolgens geregeld herhaald tot de arbeidsongeschiktheid geëindigd is of de bedrijfsvereniging aan het RIZIV heeft medegedeeld dat geen controle meer behoeft te worden verricht.

  • 3 De bevindingen van de ambtenaar van het RIZIV worden neergelegd in een rapport waarvan het model wordt vastgesteld door de Technische Commissie. Dit rapport wordt binnen drie werkdagen na de datum waarop de controle is verricht aan de bevoegde bedrijfsvereniging gezonden.

Afdeling 2. In Nederland wonende of verblijvende werknemers die aanspraak maken op Belgisch ziekengeld

Artikel 10

  • 1 Om in aanmerking te komen voor uitkeringen krachtens de Belgische ziekengeldverzekering, moet de in Nederland wonende of verblijvende werknemer die in België verzekerd is, van zijn arbeidsongeschiktheid aangifte doen bij het ter plaatse bevoegde districtskantoor binnen drie dagen na de aanvang van die ongeschiktheid op de wijze en met gebruikmaking van een formulier, vastgesteld door de Technische Commissie.

  • 2 Het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt door het districtskantoor aan het bevoegde Belgische orgaan overgemaakt binnen twee werkdagen na de ontvangst.

Artikel 11

  • 1 Namens de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging voert het districtskantoor administratieve en medische controle uit op de wijze als betrof het een aan de Nederlandse wettelijke regeling onderworpen werknemer.

  • 2 De eerste administratieve controle vindt plaats binnen 4 werkdagen na de aangifte van de arbeidsongeschiktheid. De controlerend geneeskundige beoordeelt de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid alsmede de vermoedelijke duur ervan.

  • 3 Uiterlijk vóór de 14e dag van de arbeidsongeschiktheid wordt door de controlerend geneeskundige een medisch verslag opgesteld naar het model vastgesteld door de Technische Commissie. In dit verslag wordt onder meer de diagnose vermeld, alsmede de prognose inzake de duur van de arbeidsongeschiktheid.

  • 4 Tijdens de duur van de arbeidsongeschiktheid wordt de in lid 1 bedoelde controle geregeld herhaald tot de arbeidsongeschiktheid is geëindigd of het bevoegde Belgische orgaan aan het districtskantoor heeft medegedeeld, dat geen controle meer behoeft te worden verricht.

Artikel 12

De rapporten opgesteld naar aanleiding van de controle, bedoeld in artikel 11, worden aan het bevoegde Belgische orgaan gezonden binnen drie werkdagen nadat de controle werd verricht. Voor het opstellen en verzenden van deze rapporten wordt gebruik gemaakt van formulieren waarvan het model wordt vastgesteld door de Technische Commissie.

Artikel 13

  • 1 Het bevoegde Belgische orgaan kan het districtskantoor om aanvullende administratieve of medische inlichtingen verzoeken.

  • 2 Het districtskantoor neemt bij de ontvangst van het verzoek onverwijld de gepaste maatregelen opdat de gewenste inlichtingen zo spoedig mogelijk aan het bevoegde Belgische orgaan worden verstrekt.

Artikel 14

Indien het bevoegde Belgische orgaan beslist de uitkeringen te weigeren of te schorsen omdat de werknemer zich niet heeft gehouden aan de voorschriften waarvan hem een exemplaar is uitgereikt door het districtskantoor, geeft het van zijn beslissing kennis aan de werknemer en zendt het daarna gelijktijdig een afschrift aan bedoeld districtskantoor. Het model van die kennisgeving wordt vastgesteld door de Technische Commissie.

Artikel 15

Het bevoegde Belgische orgaan behoudt het recht de werknemer die in Nederland woont of verblijft te doen onderzoeken door een daartoe door dat orgaan aangewezen arts dan wel hem voor controle in België op te roepen.

Artikel 16

Ingeval een werknemer die in het genot is van Belgisch ziekengeld van het bevoegde Belgische orgaan de toestemming heeft verkregen om hetzij tijdelijk in Nederland te verblijven, hetzij zijn woonplaats naar Nederland over te brengen of om aldaar een voor zijn gezondheidstoestand passende behandeling te ondergaan, kan het bevoegde Belgische orgaan het ter plaatse bevoegde districtskantoor verzoeken om voor de controle zorg te dragen.

In dat geval zijn volgende bepalingen van toepassing:

  • a) wanneer het bevoegde Belgische orgaan om administratieve controle verzoekt, wordt deze door het bevoegde districtskantoor uitgevoerd binnen 4 werkdagen na de ontvangst van het verzoek;

  • b) wanneer het bevoegde Belgische orgaan om medische controle verzoekt, wordt naar aanleiding van deze controle door de controlerend geneeskundige een medisch verslag opgesteld binnen 14 dagen na de ontvangst van het verzoek.

De artikelen 11 - leden 1 en 4, 12, 13 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing.

Afdeling 3. Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de Afdelingen 1 en 2

Artikel 17

Indien naar aanleiding van een controle, bedoeld in de artikelen 9, 11 en 16 wordt vastgesteld dat de werknemer:

  • - niet arbeidsongeschikt is;

  • - geschikt is om de arbeid te hervatten;

geeft het orgaan dat de controle verricht de werknemer van die vaststelling kennis op de manier voorzien in de wetgeving van het land van de woon- of verblijfplaats met een formulier dat wordt vastgesteld door de Technische Commissie en waarin de wijze en de termijnen van beroep van het bevoegde land zijn aangeduid. Het orgaan van de woon- of verblijfplaats zendt aan het bevoegde orgaan een afschrift van deze kennisgeving.

Artikel 18

Indien het bevoegde orgaan beslist dat:

  • - de werknemer niet arbeidsongeschikt is;

  • - de werknemer geschikt is om de arbeid te hervatten;

zendt het zijn beslissing aan de werknemer op de wijze als voorzien in de door dit orgaan toegepaste regeling en zendt hiervan een afschrift aan het orgaan van de woon- of verblijfplaats.

Artikel 19

Indien in een zelfde geval onderscheidenlijk door het orgaan van de woon- of verblijfplaats en door het bevoegde orgaan voor het einde van de arbeidsongeschiktheid twee verschillende data zijn vastgesteld, geeft de door het bevoegde orgaan vastgestelde datum de doorslag.

TITEL III. Invaliditeit

HOOFDSTUK 1. Recht op invaliditeitsuitkering

Artikel 20

  • 1 De werknemer die zijn recht op ziekengeld ingevolge de wetgeving van één van beide landen volledig heeft genoten, heeft aanspraak op invaliditeitsuitkering onder de bij die wetgeving bepaalde voorwaarden.

  • 2 Het bepaalde in artikel 5, lid 1, alinea a) is van overeenkomstige toepassing op de invaliditeitsuitkering die wordt toegekend in aansluiting aan het ziekengeld dat ingevolge die bepaling is verleend.

  • 3 Ingeval in plaats van het ziekengeld een aanvulling is verleend overeenkomstig artikel 5, lid 1, alinea c) wordt in plaats van een invaliditeitsuitkering een aanvulling toegekend, welke wordt berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 5, lid 1, onder c).

  • 4 In de gevallen bedoeld in de leden 2 en 3 zijn de bepalingen van artikel 5, lid 1, alinea's e, f, g, h en i van overeenkomstige toepassing.

HOOFDSTUK 2. Medische en administratieve onderzoeken in het kader van de invaliditeitsverzekering

Afdeling 1. Werknemers die aanspraak maken op invaliditeitsuitkering van één land

Artikel 21

Indien een werknemer aanspraak maakt op invaliditeitsuitkering van één van beide landen en hij in het andere land woont of verblijft, stelt het orgaan van de woon- of verblijfplaats op verzoek van het bevoegde orgaan medische en administratieve onderzoeken in. Deze onderzoeken worden binnen een maand na ontvangst van het verzoek daartoe, ingesteld.

Artikel 22

  • 1 Het resultaat van de medische onderzoeken wordt vermeld in door de Technische Commissie vastgestelde formulieren. Deze worden zo spoedig mogelijk aan het bevoegde orgaan toegezonden.

  • 2 Het resultaat van de administratieve onderzoeken wordt vermeld in een rapport dat zo spoedig mogelijk aan het bevoegde orgaan wordt gezonden.

Artikel 23

Onverminderd het bepaalde in artikel 21 is het bevoegde orgaan gerechtigd om in het andere land onderzoeken in te stellen of de verzekerde ter controle op te roepen.

Afdeling 2. Werknemers die aanspraak maken op invaliditeitsuitkeringen van beide landen

Artikel 24

Indien een werknemer aanspraak maakt op invaliditeitsuitkeringen van beide landen, zendt elk orgaan van alle rapporten, zowel medische als administratieve, welke voor de uitvoering van zijn wettelijke regeling worden opgemaakt, een afschrift aan het bevoegde orgaan van het andere land.

Artikel 25

  • 1 Het orgaan van de woon- of verblijfplaats dat kennis heeft gekregen van feiten die mogelijkerwijze de uitkering krachtens de wetgeving van het andere land beïnvloeden, geeft hiervan kennis aan het bevoegde orgaan van dat land.

  • 2 Bij werkhervatting vermeldt het orgaan van de woon- of verblijfplaats in het bericht aan het andere orgaan de aanvangsdatum en de aard van de werkzaamheden, alsmede het met die werkzaamheden verdiende loon.

  • 3 Het bevoegde orgaan dat kennis heeft van de toekenning van een uitkering, een pensioen of een rente dient in het bericht aan het andere bevoegde orgaan de aard en het bedrag van het toegekende voordeel, de datum van ingang alsmede de naam en het adres van het orgaan of de instelling die het voordeel heeft toegekend aan te geven.

Artikel 26

Het bepaalde in de artikelen 21 tot en met 23 is van overeenkomstige toepassing.

TITEL IV. Administratieve dienstverlening

Artikel 27

Indien iemand ten onrechte uitkeringen heeft ontvangen van een orgaan van één van beide landen en dit orgaan gerechtigd is deze uitkeringen terug te vorderen, terwijl het niet mogelijk is deze uitkeringen te verrekenen met uitkeringen die hem verschuldigd zijn krachtens de wetgeving van het andere land, verleent in België het RIZIV en in Nederland het BBZ desgevraagd aan dat orgaan hulp bij de terugvordering van deze uitkeringen. Daartoe verzoekt het RIZIV of het BBZ de betrokkene het ten onrechte genoten bedrag door zijn tussenkomst terug te betalen.

Artikel 28

Indien de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van een ongeval waarvoor mogelijk een derde aansprakelijk is, verstrekt:

  • a) indien het ongeval in België heeft plaatsgevonden: het RIZIV;

  • b) indien het ongeval in Nederland heeft plaatsgevonden: de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging,

aan het bevoegde orgaan hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van dit orgaan alle inlichtingen die nuttig zouden kunnen zijn, zoals de omstandigheden waaronder het ongeval plaatsvond en de naam en het adres van de derde die vermoedelijk aansprakelijk is.

Artikel 29

Indien een orgaan van één van beide landen een gerechtelijke procedure aanhangig wil maken in het andere land, verstrekt het RIZIV of het BBZ desgevraagd de nodige inlichtingen over de wijze waarop juridische bijstand kan worden verkregen.

TITEL V. Financiële bepalingen

Artikel 30

Noodzakelijke reis- en verblijfkosten welke een werknemer heeft moeten maken om aan een oproep van een bevoegd orgaan in een ander land dan waar hij woont of verblijft te voldoen, worden hem door dat orgaan vergoed, voorzover de nationale wetgeving van dat land daarin voorziet.

Artikel 31

  • 1 Behoudens het bepaalde in het volgende lid worden de kosten die voor de organen uit de toepassing van dit Akkoord voortvloeien, niet vergoed.

  • 2 De kosten verbonden aan de controle in het kader van de ziekengeld- en invaliditeitsverzekering, zowel medische als administratieve, alsmede de voor de rechthebbende hieraan verbonden kosten worden gedragen door het bevoegde orgaan. Indien geen bevoegd orgaan kan worden aangewezen, komen de kosten van de door de medische dienst van het GAK verrichte controles ten laste van het RIZIV en de kosten van de door het RIZIV verrichte controles ten laste van de Federatie van Bedrijfsverenigingen.

  • 3 Op voorstel van de Technische Commissie, kunnen de bevoegde autoriteiten van beide landen geheel of gedeeltelijk van vergoeding van de kosten als bedoeld in het voorgaande lid afzien.

TITEL VI. Diverse bepalingen

Artikel 32

Er wordt een „Technische Commissie voor Uitkeringen" ingesteld, welke, naast de opdrachten welke uit de bepalingen van dit Akkoord voortvloeien, tot taak heeft te waken over de toepassing van dit Akkoord en, in voorkomend geval, bijzondere aangelegenheden te regelen.

Artikel 33

De Technische Commissie bestaat uit acht leden, voor de helft aangewezen voor elk der beide landen door de Minister onder wiens bevoegdheid de toepassing van dit Akkoord valt. Deze leden kunnen zich bij de vergaderingen van de Commissie doen vergezellen door deskundigen. De Commissie vergadert beurtelings in het ene en in het andere land onder voorzitterschap van een lid van de afvaardiging van het land waar de vergadering plaatsheeft.

Artikel 34

  • 1 Dit Akkoord treedt in werking op de dag van zijn ondertekening en werkt terug tot 1 januari 1981.

  • 2 Dit akkoord wordt gesloten voor de duur van één jaar en wordt van jaar tot jaar stilzwijgend verlengd, behoudens opzegging, waarvan drie maanden vóór het verstrijken van de termijn kennis moet worden gegeven.

  • 3 Met ingang van de dag van inwerkingtreding van dit Akkoord vervallen:

    • - alle artikelen van het Akkoord van 4 november 1957 inzake ziekengeld-, moederschaps- en overlijdensverzekering (begrafenisvergoeding), verzekering voor geneeskundige verzorging en invaliditeitsverzekering, voor zover zij betrekking hebben op uitkeringen, en het Akkoord van 24 maart 1975 tot herziening van dat Akkoord;

    • - het Akkoord tussen de bevoegde autoriteiten van België en Nederland betreffende de medische en administratieve controle en de wederzijdse administratieve dienstverlening in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering van 17 november 1976;

    • - alle artikelen van het Akkoord van 10 april 1965 inzake de ziekte-, invaliditeits- en werkloosheidsverzekering voor zeelieden ter koopvaardij voor zover zij betrekking hebben op ziekengeld- en invaliditeitsuitkeringen.

GEDAAN in tweevoud te Brussel, op 12 augustus 1982 in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beiden teksten gelijkelijk authentiek.

De Nederlandse Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

(w.g.) L. DE GRAAF

L. de Graaf

Voor de Belgische Minister van

Sociale Voorzorg,, afwezig

De Minister van Economische Zaken,

(w.g.) M. EYSKENS

M. Eyskens