Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Protocol betreffende zeelieden-vluchtelingen, 's-Gravenhage, 12-06-1973

Geldend van 30-03-1975 t/m heden

Protocol betreffende zeelieden-vluchtelingen

Authentiek : EN

Protocol relating to refugee seamen

The Contracting Parties to the present Protocol,

Considering that the application of the Agreement relating to Refugee Seamen done at The Hague on 23 November 1957 (hereinafter referred to as the Agreement) is closely connected with the application of the Convention relating to the Status of Refugees done at Geneva on 28 July, 1951 (hereinafter referred to as the Convention), which applies only to those persons who have become refugees as a result of events occurring before 1 January 1951,

Considering that new refugee situations have arisen since the Convention was adopted and that it is desirable that equal status should be enjoyed by all refugees covered by the definition of the Convention irrespective of the dateline of 1 January 1951, and that to this end a Protocol relating to the Status of Refugees was opened for accession at New York on 31 January 1967,

Desiring to establish a similar regime with regard to refugee seamen,

Have agreed as follows:

Article I

  • 2 For the purpose of the present Protocol, the term "refugee seaman" shall apply to any person who, being a refugee according to the definition in paragraph 2 of Article I of the Protocol relating to the Status of Refugees of 31 January 1967, is serving as a seafarer in any capacity on a mercantile ship, or habitually earns his living as a seafarer on such a ship.

  • 3 The present Protocol shall be applied without any geographic limitation, save that existing declarations made by the States already Parties to the Convention in accordance with Article 1 B (1) (a) of the Convention, shall, unless extended under Article 1 B (2) thereof, apply also under the present Protocol.

Article II

Any dispute between the Contracting Parties to the present Protocol relating to the interpretation or application of any of its provisions which cannot be settled by other means shall be referred to the International Court of Justice at the request of any one of the Parties to the dispute.

Article III

  • 1 The present Protocol shall be open for acceptance or approval on behalf of all the Governments which have signed the Agreement or have acceded thereto and of any other Government which undertakes obligations with respect to refugee seamen under Article 28 of the Convention or obligations corresponding therto.

  • 2 Instruments of acceptance or approval shall be deposited with the Government of the Kingdom of the Netherlands.

Article IV

  • 1 The present Protocol shall come into force on the 90th day following the date of deposit of the eighth instrument of acceptance or approval.

  • 2 For each Government accepting or approving the present Protocol after the deposit of the eighth instrument of acceptance or approval, the present Protocol shall come into force on the date of deposit by such Government of its instrument of acceptance or approval.

Article V

  • 1 Any Government may, at the time of the deposit of its instrument of acceptance or approval, or at any time thereafter, declare that the present Protocol shall extend to any territory or territories for the international relations of which it is responsible, provided that it has undertaken in relation thereto such obligations as are mentioned in paragraph 1 of Article III.

  • 2 Such extension shall be made by notification addressed to the Government of the Kingdom of the Netherlands.

  • 3 The extension shall take effect on the 90th day following the date upon which the notification was received by the Government of the Kingdom of the Netherlands, but not before the date of the entry into force of the present Protocol for the notifying Government as specified in Article IV.

Article VI

  • 1 A Contracting Party may denounce the present Protocol at any time by a notification addressed to the Government of the Kingdom of the Netherlands.

  • 2 The denunciation shall take effect one year from the date upon which the notification was received by the Government of the Kingdom of the Netherlands. Where the present Protocol has been denounced by a Contracting Party, any other Contracting Party after consulting the remaining Parties, may denounce the Protocol with effect from the same date, provided not less than six months' notice is given.

Article VII

  • 1 A Contracting Party which has made a notification under Article V may at any time thereafter declare by a notification addressed to the Government of the Kingdom of the Netherlands that the present Protocol shall cease to apply to any territory or territories specified in the notification.

  • 2 The present Protocol shall cease to apply to any territory or territories concerned one year from the date upon which the notification was received by the Government of the Kingdom of the Netherlands.

Article VIII

The Government of the Kingdom of the Netherlands shall inform all the Governments which have signed the Agreement or have acceded thereto and all other Governments which have accepted or approved the present Protocol of any deposits and notifications made in accordance with Articles III, V, VI and VII.

Article IX

A copy of the present Protocol, of which the English and French texts are equally authentic, signed by the Minister for Foreign Affairs of the Kingdom of the Netherlands, shall be deposited in the archives of the Government of the Kingdom of the Netherlands, which shall transmit certified true copies thereof to the Governments referred to in Article VIII.

Vertaling : NL

Protocol betreffende zeelieden-vluchtelingen

De Staten die partij zijn bij dit Protocol,

Overwegende dat de toepassing van de Overeenkomst betreffende zeelieden-vluchtelingen, ondertekend te 's-Gravenhage op 23 november 1957 (hierna te noemen de Overeenkomst), nauw verband houdt met de toepassing van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951 (hierna te noemen het Verdrag), dat alleen van toepassing is op personen die vluchteling zijn geworden ten gevolge van gebeurtenissen welke voor 1 januari 1951 hebben plaatsgevonden,

Overwegende dat sedert de aanvaarding van het Verdrag nieuwe groepen vluchtelingen zijn ontstaan, en dat het wenselijk is dat een zelfde status geldt voor alle vluchtelingen die vallen onder de begripsomschrijving zoals die in het Verdrag is opgenomen, ongeacht de grensdatum van 1 januari 1951, en dat te dien einde op 31 januari 1967 te New York een Protocol betreffende de status van vluchtelingen voor toetreding werd opengesteld,

Geleid door de wens een soortgelijke regeling te treffen met betrekking tot zeelieden-vluchtelingen,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel I

  • 2 Voor de toepassing van dit Protocol is de uitdrukking „zeelieden-vluchtelingen" van toepassing op alle personen die, vluchteling zijnde overeenkomstig de begripsomschrijving in het tweede lid van artikel I van het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 31 januari 1967, in enigerlei hoedanigheid als zeevarende werkzaam zijn aan boord van een koopvaardij schip of gewoonlijk in hun levensonderhoud voorzien als zeevarende aan boord van zulk een schip.

  • 3 Dit Protocol is zonder enige geografische begrenzing van toepassing, met dien verstande dat de verklaringen die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 B (1) (a) van het Verdrag zijn afgelegd door Staten die reeds Partij zijn bij het Verdrag eveneens van toepassing zijn onder dit Protocol, tenzij zij op grond van het bepaalde in artikel 1 B (2) van het Verdrag zijn uitgebreid.

Artikel II

Elk geschil tussen de Partijen bij dit Protocol betreffende de uitlegging of de toepassing van een van de bepalingen daarvan, dat niet op andere wijze kan worden beslecht, zal op verzoek van een van de Partijen bij het geschil worden voorgelegd aan het Internationale Gerechtshof.

Artikel III

  • 1 Dit Protocol staat open voor aanvaarding of goedkeuring door alle Regeringen die de Overeenkomst hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden en door elke andere Regering die de verplichtingen ten aanzien van zeelieden-vluchtelingen krachtens artikel 28 van het Verdrag of daarmede overeenkomende verplichtingen op zich neemt.

  • 2 De akten van aanvaarding of goedkeuring dienen te worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel IV

  • 1 Dit Protocol treedt in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de achtste akte van aanvaarding of goedkeuring.

  • 2 Voor elke Regering die dit Protocol aanvaardt of goedkeurt na de nederlegging van de achtste akte van aanvaarding of goedkeuring treedt dit Protocol in werking op de datum van nederlegging door die Regering van haar akte van aanvaarding of goedkeuring.

Artikel V

  • 1 Elke Regering kan op het tijdstip van nederlegging van haar akte van aanvaarding of goedkeuring, of op elk later tijdstip, verklaren dat dit Protocol van toepassing is op elk gebied of alle gebieden voor de internationale betrekkingen waarvan zij verantwoordelijk is, mits zij ten aanzien daarvan de verplichtingen op zich heeft genomen die zijn vermeld in het eerste lid van artikel III.

  • 2 Een zodanige uitbreiding van de toepassing geschiedt door middel van een aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerichte kennisgeving.

  • 3 De uitbreiding van de toepassing wordt van kracht op de negentigste dag na de datum waarop de kennisgeving is ontvangen door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, doch niet voor de datum van inwerkingtreding van dit Protocol voor de Regering die de kennisgeving doet, zoals aangegeven in artikel IV.

Artikel VI

  • 1 Een Partij bij dit Protocol kan dit Protocol te allen tijde opzeggen door middel van een aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerichte kennisgeving.

  • 2 Deze opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de kennisgeving door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden is ontvangen. Wanneer dit Protocol door een Partij is opgezegd, kan een andere Partij, na overleg met de overblijvende Partijen, het Protocol met ingang van dezelfde datum opzeggen, mits een opzeggingstermijn van niet minder dan zes maanden in acht wordt genomen.

Artikel VII

  • 1 Een Partij bij dit Protocol die een kennisgeving krachtens artikel V heeft gedaan, kan op elk later tijdstip door middel van een aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerichte kennisgeving verklaren dat dit Protocol niet langer van toepassing is op het gebied of op de gebieden aangegeven in de kennisgeving.

  • 2 Dit Protocol houdt op van toepassing te zijn op het betrokken gebied of de betrokken gebieden een jaar na de datum waarop de kennisgeving door de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden is ontvangen.

Artikel VIII

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden zal alle Regeringen die de Overeenkomst hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden en alle andere Regeringen die dit Protocol hebben aanvaard of goedgekeurd, mededeling doen van alle nederleggingen verricht en kennisgevingen gedaan overeenkomstig de artikelen III, V, VI en VIL

Artikel IX

Een exemplaar van dit Protocol, waarvan de Engelse en de Franse tekst gelijkelijk authentiek zijn, ondertekend door de Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden, zal worden nedergelegd in het archief van de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan zal doen toekomen aan de in artikel VIII bedoelde Regeringen.