Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek [...] samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie, Cardiff, 12-07-2005

Geldend van 01-07-2006 t/m heden

Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie

Authentiek : NL

Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (hierna te noemen „de Vier Regeringen");

Gelet op de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (hierna te noemen „de Drie Regeringen") inzake samenwerking bij de ontwikkeling en exploitatie van het gas-ultracentrifugeprocédé voor de productie van verrijkt uranium van 4 maart 1970 (hierna te noemen „het Verdrag van Almelo");

Gelet op het voornemen van Areva het door Urenco ontwikkelde procédé te gebruiken voor het produceren van verrijkt uranium ten behoeve van andere doeleinden dan de productie van voor de vervaardiging van wapens geschikt uranium voor het vervaardigen van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen;

Gelet op de joint venture die is aangegaan tussen Urenco en Areva met het oog op onderzoek en ontwikkeling inzake ultracentrifugetechnologie, de vervaardiging van gascentrifuges en daarmee verwante technologie en activiteiten, Enrichment Technology Company Ltd geheten, met inbegrip van haar dochtermaatschappijen en de mogelijke rechtsopvolgers daarvan (hierna te noemen „ETC");

Overwegend dat Areva haar diffusie-installatie zo snel mogelijk wil vervangen;

Gelet op artikel IX van het Verdrag van Almelo en geleid door de wens een intergouvernementeel kader vast te stellen tussen de Drie Regeringen en de Regering van de Franse Republiek ten behoeve van samenwerking met betrekking tot ETC inzake alle onderzoek en ontwikkeling op het gebied van gas-ultracentrifuge, en de vervaardiging van gascentrifuges en daarmee verwante technologieën van Urenco en Areva;

Erkennend dat de verrijking van uranium een dienst is;

Gelet op het voornemen van Urenco en Areva niettegenstaande de oprichting van ETC onafhankelijke concurrenten te blijven op het gebied van verrijkingsdiensten;

Overwegend dat de Drie Regeringen internationale verplichtingen zijn aangegaan als partijen bij het Verdrag van Almelo met betrekking tot het gebruik, de beveiliging en behandeling van gegevens en uitrusting betreffende ultracentrifugetechnologie alsmede grondstoffen of speciale splijtstoffen die door middel van dergelijke technologie worden bewerkt;

Overwegend dat de Vier Regeringen beleidslijnen hebben vastgesteld voor de beveiliging van gegevens aangaande ultracentrifugetechnologie;

Overwegend dat de Vier Regeringen zijn toegetreden tot het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens van 1 juli 1968 (hierna te noemen „het NPV"), het Statuut van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) van 26 oktober 1956, IAEA-document INFCIRC/254/Rev.6/Part1 van 16 mei 2003 en herzieningen daarvan (hierna te noemen „de Richtlijnen voor nucleaire overdrachten"), en het Verdrag inzake de fysieke beveiliging van kernmateriaal van 3 maart 1980;

Erkennend dat alle Vier Regeringen waarborgovereenkomsten met de IAEA zijn aangegaan;

Voornemens te waarborgen dat alle activiteiten van ETC verenigbaar zijn met de beleidslijnen van de Vier Regeringen ten aanzien van de niet-verspreiding van kernwapens en met hun internationale verplichtingen op dat gebied;

Gelet op het feit dat de Vier Regeringen verplicht zijn kernmateriaal te beveiligen krachtens de voorwaarden van de Verklaring van een gemeenschappelijk beleid van de Europese Gemeenschap, door de IAEA in april 1985 gepubliceerd in INFCIRC/322;

Overwegend dat de Vier Regeringen partij zijn bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van 25 maart 1957 (hierna te noemen „het Euratom-verdrag");

Gezien de doelstelling van de Commissie van de Europese Gemeenschappen zoals vervat in haar Groenboek „Op weg naar een Europese strategie voor een continue energievoorziening„ met betrekking tot samenwerking op het gebied van nieuwe technologieën;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt, tenzij daarin anders wordt bepaald, verstaan onder:

  • a. „Ultracentrifugetechnologie", gas-ultracentrifugetechnologie en daarmee verwante technologie, met inbegrip van informatie, knowhow, apparatuur en onderdelen die gebruikt kunnen worden voor de verrijking van uranium in het gas-ultracentrifugeprocédé en voor de bouw van fabrieken voor de vervaardiging van gascentrifuges en voor verrijking;

  • b. "Urenco", de krachtens het Verdrag van Almelo opgerichte gezamenlijke industriële onderneming, met inbegrip van haar dochterondernemingen en de mogelijke rechtsopvolgers daarvan, evenwel met uitzondering van ETC;

  • c. „Areva", de Société des Participations du Commissariat à l'Energie Atomique, met inbegrip van haar dochterondernemingen en de mogelijke rechtsopvolgers daarvan, evenwel met uitzondering van ETC;

  • d. „Trojka-VS-Overeenkomst", de Overeenkomst tussen de Drie Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika betreffende de vestiging, bouw en exploitatie van een installatie voor de verrijking van uranium in de Verenigde Staten van 24 juli 1992;

  • e. „Quadripartiete Commissie", de Commissie als bedoeld in artikel III;

  • f. „Gerubriceerde gegevens", gegevens in elke vorm die overeenkomstig artikel VII beveiligd dienen te worden. Gerubriceerde gegevens omvatten mede documenten, tekeningen, elektronische media, gegevens of materiaal waarin gerubriceerde gegevens zijn opgenomen en dusdanige gegevens die verwerkt zijn in de ultracentrifuge-uitrusting en onderdelen daarvan, ongeacht op welke wijze zij worden doorgegeven;

  • g. „Regering", een van de Vier Regeringen;

  • h. „Nationale Instantie", de instantie die door elke Regering overeenkomstig artikel VIII is aangewezen, die verantwoordelijk is voor het waarborgen van de uitvoering van een gemeenschappelijk beleid voor beveiliging en rubricering krachtens dit Verdrag;

  • i. "Akten", de rechtsbescheiden inzake de oprichting van ETC.

Artikel II. Reikwijdte

  • 1 De Vier Regeringen houden toezicht op de samenwerking tussen Urenco en Areva binnen ETC overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag met betrekking tot het gebruik en de beveiliging van ultracentrifugetechnologie.

  • 2 De Vier Regeringen onthouden zich van het deelnemen aan, het bevorderen van of het op enigerlei wijze meewerken aan een programma of project inzake onderzoek naar of ontwikkeling van ultracentrifugetechnologie buiten ETC met het oog op exploitatie voor commerciële doeleinden, tenzij een dergelijk programma of project aan ETC is aangeboden voor uitvoering in het kader van de samenwerking beschreven in het eerste lid van dit artikel en ETC dit programma of project niet heeft aanvaard.

  • 3 De Vier Regeringen waarborgen tevens dat Urenco en Areva zich onthouden van het deelnemen aan, het bevorderen van of het op enigerlei wijze meewerken aan een programma of project inzake onderzoek naar of ontwikkeling van ultracentrifugetechnologie buiten ETC met het oog op exploitatie voor commerciële doeleinden, tenzij een dergelijk programma of project aan ETC is aangeboden voor uitvoering in het kader van de in het eerste lid van dit artikel beschreven samenwerking en ETC dit programma of project niet heeft aanvaard.

  • 4 Wanneer een programma of project wordt uitgevoerd, dat ingevolge het tweede en derde lid aan ETC is aangeboden en door ETC niet is aanvaard, waarborgen de Vier Regeringen dat de resultaten niet door de betrokken Regering, Urenco of Areva worden gebruikt tenzij zij op redelijke en billijke voorwaarden aan ETC zijn aangeboden voor gebruik in het kader van de in het eerste lid van dit artikel beschreven samenwerking en ook dit aanbod niet is aanvaard binnen een tijdvak van vier maanden.

  • 5 De Vier Regeringen nemen geëigende maatregelen ter vergemakkelijking van:

    • a. de uitvoering van dit Verdrag met betrekking tot de activiteiten van ETC;

    • b. de bouw of exploitatie van verrijkingsinstallaties ingevolge dit Verdrag.

      De Vier Regeringen nemen noch ondersteunen initiatieven die een belemmering vormen voor de voornoemde programma's en projecten.

  • 6 Niets in dit Verdrag vormt een beletsel voor het recht van Urenco en Areva om door ETC centrifuges en verwante apparatuur geleverd te krijgen, in de aantallen die zij verklaren nodig te hebben voor hun onderscheiden werkzaamheden voor het verrijken van uranium.

  • 7 Met inachtneming van de andere bepalingen van dit Verdrag, waarborgen de Vier Regeringen dat ETC bij de levering van ultracentrifugetechnologie geen onderscheid maakt tussen klanten of fabrieken op het grondgebied van de Vier Regeringen.

  • 8 Niets in dit Verdrag vormt een beletsel voor de uitvoering van het Verdrag van Almelo tussen de partijen daarbij wanneer zij in het kader van dat Verdrag handelen. De bepalingen van het Verdrag van Almelo doen evenwel in geen enkel opzicht afbreuk aan de uitvoering van dit Verdrag wat betreft de samenwerking tussen Urenco en Areva binnen ETC als beschreven in het eerste lid van dit artikel.

  • 9 De Vier Regeringen nemen geen maatregelen ingevolge dit Verdrag die de werking van de Trojka-VS-Overeenkomst zouden beletten.

  • 10 De Vier Regeringen zullen, wanneer nodig, de overdracht naar ETC vergemakkelijken van ultracentrifugetechnologie die is voortgebracht in een faciliteit die gebruik maakt van ultracentrifugetechnologie die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC.

  • 11 De Bijlagen I en II maken een integrerend deel uit van dit Verdrag.

Artikel III. Quadripartiete Commissie

  • 1 Teneinde te voorzien in een doeltreffend toezicht door de Vier Regeringen op de in artikel II beschreven samenwerking tussen Urenco en Areva, wordt een Quadripartiete Commissie ingesteld.

  • 2 De Quadripartiete Commissie bestaat uit een door iedere Regering daartoe aangewezen vertegenwoordiger, die door adviseurs kan worden bijgestaan. De Commissie neemt al haar beslissingen met eenparigheid van stemmen. Iedere vertegenwoordiger heeft een stem.

  • 3 Het voorzitterschap van de Quadripartiete Commissie wordt bij toerbeurt door de vertegenwoordiger van elke Regering voor een termijn van een jaar uitgeoefend.

  • 4 De Quadripartiete Commissie stelt haar eigen reglement van orde vast en beslist welke regelingen op bestuurlijk terrein voor de uitoefening van haar taken nodig zijn. De Quadripartiete Commissie kan zo nodig subcommissies of werkgroepen instellen. Elke Regering draagt haar eigen administratieve kosten.

  • 5 De Quadripartiete Commissie heeft tot taak:

    • a. vragen betreffende de in de artikelen V en VI voorziene waarborgen en fysieke beveiliging te bestuderen, de Vier Regeringen daarover te adviseren en, wanneer van toepassing, dienaangaande beslissingen te nemen;

    • b. vragen voortvloeiende uit de rubriceringsregelingen en beveiligingsmaatregelen die overeenkomstig artikel VII, artikel VIII, tweede en derde lid, en Bijlage II, in acht genomen moeten worden, te bestuderen en dienaangaande beslissingen te nemen;

    • c. de Vier Regeringen van advies te dienen betreffende de voorwaarden waarop overeenkomsten als bedoeld in artikel X zouden kunnen worden gesloten;

    • d. voorstellen betrekking hebbend op de volgende onderwerpen te bestuderen en dienaangaande beslissingen te nemen:

      • i. het overbrengen naar gebieden buiten het grondgebied van de Vier Regeringen van ultracentrifugetechnologie die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC;

      • ii. het verlenen van licenties of sublicenties voor het gebruik buiten het grondgebied van de Vier Regeringen van in onderdeel d (i) van dit lid bedoelde ultracentrifugetechnologie, anders dan licenties of sublicenties die reeds verleend zijn vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag;

    • e. wijzigingen van de akten alsmede de controle op ETC goed te keuren;

    • f. voorstellen van ETC inzake de situering van haar productie-installaties ingevolge de in artikel II, eerste lid, beschreven samenwerking, goed te keuren;

    • g. beslissingen te nemen omtrent het treffen van geëigende maatregelen indien zich ontwikkelingen op technisch of economisch gebied voordoen die de exploitatie op commerciële basis van de ultracentrifugetechnologie door ETC in belangrijke mate kunnen beïnvloeden, of daaromtrent de Vier Regeringen aanbevelingen te doen;

    • h. beslissingen te nemen met betrekking tot alle vragen betreffende de uitlegging van dit Verdrag die aan haar worden voorgelegd door ETC in verband met de uitoefening van de taken van ETC.

  • 6 De Quadripartiete Commissie kan te allen tijde aan ETC richtlijnen geven ingevolge door de Commissie krachtens het vijfde lid van dit artikel genomen beslissingen; ETC heeft de plicht deze richtlijnen ten uitvoer te leggen.

Artikel IV. Vreedzaam gebruik

  • 1 De Vier Regeringen verbinden zich gezamenlijk en ieder voor zich te waarborgen, in overeenstemming met het NPV, dat elke ultracentrifugetechnologie, die aan hen ter beschikking zou staan ten behoeve van of als gevolg van de in artikel II beschreven samenwerking, op geen enkele wijze zal worden gebruikt om een niet-kernwapenstaat te helpen, aan te moedigen of ertoe te bewegen kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen te vervaardigen of anderszins te verkrijgen of de beschikkingsmacht over dergelijke kernwapens of nucleaire explosiemiddelen te verkrijgen. Voor de toepassing van dit lid betekent de uitdrukking „niet-kernwapenstaat" een Staat, daaronder begrepen elke door dit Verdrag gebonden Staat, die vóór 1 januari 1967 geen kernwapen of ander nucleair explosiemiddel heeft vervaardigd en tot ontploffing heeft gebracht.

  • 2 De Regering van de Franse Republiek waarborgt dat elke organisatie die op het grondgebied van de Franse Republiek fabrieken bouwt voor de verrijking van uranium en gebruik maakt van ultracentrifugetechnologie, of deze anderszins exploiteert, die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC, of die dergelijke fabrieken exploiteert, geen voor de vervaardiging van wapens geschikt uranium ten behoeve van het vervaardigen van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen produceert.

Artikel V. Toepassing van internationale waarborgen

  • 1 Ten behoeve van de verificatie van de nakoming van de in artikel IV neergelegde verbintenissen, worden procedures voor veiligheidscontrole toegepast die verenigbaar zijn met de internationale verplichtingen van de Vier Regeringen.

  • 2 Elke op het grondgebied van de Franse Republiek gebouwde fabriek voor de verrijking van uranium die gebruik maakt van ultracentrifugetechnologie, die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC, valt onder de veiligheidscontrole van de IAEA en blijft daaronder vallen.

  • 3 De Quadripartiete Commissie treft alle voor de tenuitvoerlegging van dit artikel noodzakelijke voorzieningen.

Artikel VI. Fysieke beveiliging

Nucleair materiaal dat gebruikt of geproduceerd wordt als gevolg van de in artikel II beschreven samenwerking is te allen tijde onderworpen aan adequate maatregelen voor fysieke beveiliging die ten minste aan de niveaus voldoen zoals vervat in Bijlage C bij de Richtlijnen voor nucleaire overdrachten.

Artikel VII. Beveiliging van gerubriceerde gegevens

  • 1 De Vier Regeringen nemen alle geëigende maatregelen in overeenstemming met hun internationale verplichtingen en hun nationale wet- en regelgeving ter beveiliging van alle gegevens die eigendom zijn van, in het bezit zijn van, afkomstig zijn van of voortvloeien uit activiteiten van ETC, die vanuit het oogpunt van niet-verspreiding gerubriceerd zijn.

  • 2 De Vier Regeringen waarborgen ieder dat de huidige of toekomstige aandeelhouders van ETC, uit hoofde van dit aandeelhouderschap (ongeacht of dit rechtstreeks of onrechtstreeks is), geen toegang hebben tot gerubriceerde gegevens.

  • 3 De bepalingen van Bijlage II zijn van toepassing op gerubriceerde gegevens die beveiligd moeten worden ingevolge het gemeenschappelijke rubriceringsbeleid.

  • 4 De betrokken Nationale Instantie stelt de Quadripartiete Commissie en de andere Nationale Instanties onverwijld in kennis van alle gevallen waarin gerubriceerde gegevens die krachtens dit Verdrag zijn geleverd of gegenereerd, verloren zijn gegaan of aan onbevoegden zijn onthuld, of indien er een redelijk vermoeden bestaat dat een dergelijke onthulling heeft plaatsgevonden.

  • 5 De betrokken Nationale Instantie onderzoekt elk in het vierde lid van dit artikel bedoeld geval en stelt de Quadripartiete Commissie en de andere Nationale Instanties op de hoogte van de uiteindelijke resultaten van het onderzoek en van de corrigerende maatregelen die zijn genomen om herhaling te voorkomen.

Artikel VIII. Nationale Instanties

  • 1 Elke Regering wijst, in overeenstemming met haar nationale wet- en regelgeving, een Nationale Instantie aan die verantwoordelijk is voor het waarborgen van een doeltreffende uitvoering op haar grondgebied van de in artikel VII genoemde beveiligingsmaatregelen.

  • 2 De vier Nationale Instanties adviseren de Quadripartiete Commissie inzake vragen omtrent de rubricerings- en beveiligingsprocedures die in overeenstemming met artikel VII in acht genomen moeten worden en leggen dienaangaande haar beslissingen ten uitvoer.

  • 3 De vier Nationale Instanties voeren wanneer nodig overleg over informatie betreffende de tenuitvoerlegging en doeltreffendheid van de in artikel VII en Bijlage II vervatte maatregelen.

  • 4 Wanneer nodig brengen de Nationale Instanties via de Quadripartiete Commissie gezamenlijk verslag uit aan de Vier Regeringen.

Artikel IX. Beveiliging van tot de industriële eigendom behorende gegevens

  • 1 De bepalingen van Bijlage I inzake octrooien en andere industriële eigendomsrechten worden door iedere Regering toegepast op de in artikel II, eerste lid, van dit Verdrag beschreven samenwerking.

  • 2 Geen van de Vier Regeringen maakt gebruik van de gegevens die ingevolge dit Verdrag aan hen worden overgedragen, of stelt enige persoon van dergelijke gegevens in kennis, voor enig ander doel dan de in artikel II, eerste lid, beschreven samenwerking, tenzij anderszins wordt overeengekomen.

Artikel X. Internationale samenwerking

De Vier Regeringen kunnen gezamenlijk binnen de reikwijdte van dit Verdrag samenwerkingsovereenkomsten sluiten met Europese of andere Staten, of met internationale organisaties. Elk voorstel tot het sluiten van een dergelijke overeenkomst wordt eerst bestudeerd door de Quadripartiete Commissie in overeenstemming met artikel III, vijfde lid, onderdeel c.

Artikel XI. Euratom-Verdrag

De in dit Verdrag vervatte verplichtingen doen geen afbreuk aan de verplichtingen van de Vier Regeringen krachtens het Euratom-Verdrag.

Artikel XII. Beslechting van geschillen

  • 1 Ieder geschil dat mocht ontstaan tussen de Vier Regeringen betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag of van een beslissing van de Quadripartiete Commissie, dan wel van maatregelen of regelingen die krachtens een zodanige beslissing ten uitvoer zijn gelegd, wordt verwezen naar de Quadripartiete Commissie, die zal trachten tot een minnelijke schikking te komen.

  • 2 Indien het geschil niet op deze wijze wordt beslecht, wordt het, indien mogelijk, door de Vier Regeringen door middel van rechtstreekse onderhandelingen beslecht.

  • 3 Indien een geschil niet op deze wijze door de Vier Regeringen wordt beslecht, wordt het op verzoek van een daarbij betrokken Regering voor arbitrage voorgelegd aan een Scheidsrechterlijke Commissie, tenzij een andere Regering hiertegen om redenen van beveiliging bezwaar maakt.

  • 4 Een zodanige Scheidsrechterlijke Commissie wordt als volgt ad hoc samengesteld. Indien twee Regeringen bij het geschil betrokken zijn, benoemt iedere Regering een lid. Indien meer dan twee Regeringen bij het geschil betrokken zijn en een van hen tegen twee of drie anderen procedeert, dan wel twee tegen een of twee, of drie tegen een, benoemen de Regeringen van wie de belangen samenvallen tezamen een lid. De twee aldus benoemde leden benoemen een derde lid, dat als voorzitter zal optreden. De leden van de Scheidsrechterlijke Commissie worden, met uitzondering van de voorzitter, benoemd binnen twee maanden, en deze laatste binnen drie maanden, te rekenen van de datum van het verzoek om arbitrage.

  • 5 Indien er binnen de in het vierde lid van dit artikel gestelde termijn benoeming niet is verricht, kan elke bij het geschil betrokken Regering de President van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens verzoeken de benoeming te verrichten. Indien de President een onderdaan is van een van de betrokken Regeringen of indien hij om andere redenen verhinderd is de benoeming te verrichten, wordt deze door de Vice-President verricht. Indien de Vice-President onderdaan is van een van de betrokken Regeringen of indien hij eveneens verhinderd is de benoeming te verrichten, wordt deze verricht door het in anciënniteit volgende lid van het Hof die geen onderdaan van een van de betrokken Regeringen is.

  • 6 De Scheidsrechterlijke Commissie neemt, op basis van dit Verdrag en van het algemene internationale recht, haar beslissing met meerderheid van stemmen. De Scheidsrechterlijke Commissie stelt haar eigen procedure vast. Een niet bij het geschil betrokken Regering kan zich in het geding voegen.

  • 7 De beslissing van de Scheidsrechterlijke Commissie is bindend voor de bij de arbitrage betrokken Regeringen.

  • 8 De beslissing van de Scheidsrechterlijke Commissie is onherroepelijk en hiertegen staat geen rechtsmiddel open. In geval van een geschil betreffende de strekking of reikwijdte van een dergelijke beslissing, rust op de Scheidsrechterlijke Commissie de plicht de beslissing op verzoek van een van de Vier Regeringen toe te lichten.

Artikel XIII. Territoriale toepassing van het Verdrag

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag alleen van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa, wat het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreft alleen op Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en wat de Franse Republiek betreft alleen op het deel van de Republiek in Europa.

Artikel XIV. Inwerkingtreding en duur

  • 1 Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de eerste maand na de datum waarop de laatste van de Vier Regeringen haar diplomatieke nota waarin wordt bevestigd dat aan alle wettelijke vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan, nederlegt bij de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stelt de andere Regeringen in kennis van de datum van inwerkingtreding. Dit Verdrag blijft van kracht gedurende een tijdvak van dertig jaar. Dit tijdvak wordt telkens automatisch verlengd met een tijdvak van tien jaar tenzij een van de Vier Regeringen de andere Regeringen ten minste een jaar voor de datum waarop dit Verdrag automatisch zou worden verlengd, ervan in kennis stelt dat zij het voornemen heeft dit Verdrag op te zeggen.

  • 2 Dit Verdrag kan te allen tijde met unanieme goedkeuring van de Vier Regeringen worden beëindigd. In dit geval wordt tussen hen een Protocol gesloten voor een dienovereenkomstige regeling van de rechten en verplichtingen, waaronder begrepen bepalingen betreffende de te volgen handelwijze met betrekking tot activa en passiva verband houdend met de samenwerking krachtens dit Verdrag.

  • 3 In het geval van opzegging van dit Verdrag door een van de Vier Regeringen overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid van dit artikel of in geval van beëindiging van dit Verdrag krachtens het tweede lid van dit artikel, worden geëigende voorzieningen getroffen voor de voortzetting, in verband met het bepaalde in de artikelen IV en V, van verbintenissen en waarborgen en, in verband met het bepaalde in de artikelen VII en VIII en Bijlage II, van maatregelen voor de beveiliging van gerubriceerde gegevens, documenten en apparatuur. Zolang deze voorzieningen nog niet zijn getroffen, blijven de artikelen IV, V, VII, VIII en Bijlage II en alle uit hoofde daarvan tot stand gekomen regelingen of toegepaste procedures van kracht.

Artikel XV. Wijzigingen

Iedere Regering kan te allen tijde voorstellen doen tot wijziging van dit Verdrag. Deze voorstellen worden, indien zij door de Quadripartiete Commissie zijn goedgekeurd, door de Commissie aan de Vier Regeringen ter aanvaarding voorgelegd. Elke voor te leggen wijziging moet door iedere Regering schriftelijk worden aanvaard en treedt in werking 30 dagen na ontvangst door het Koninkrijk der Nederlanden van een schriftelijke kennisgeving van aanvaarding van alle Vier Regeringen. De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden stelt de andere Regeringen in kennis van de datum van inwerkingtreding van dergelijke wijzigingen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in viervoud te Cardiff op 12 juli 2005, in de Nederlandse, de Duitse, de Franse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

Laurens Jan BRINKHORST

Minister van Economische Zaken

Voor de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,

Georg Wilhelm ADAMOWITSCH

Staatssecretaris van Economische Zaken

Voor de Regering van de Franse Republiek,

Catherina COLONNA

Minister van Europese Zaken

Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Barry GARDINER

Onder-Staatssecretaris voor Industrie

Bijlage I. Octrooien en andere industriële eigendomsrechten

  • 1. Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:

    • a. „industriële eigendomsrechten", alle rechten op het gebied van industriële eigendom, met name octrooien, ingeschreven ontwerpen, gebruiksmodellen en rechten op knowhow, alsmede auteursrechten;

    • b. „reeds bestaande", met betrekking tot industriële eigendomsrechten, alle zodanige rechten die op de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag op het grondgebied van een van de Vier Regeringen worden gehouden of gecontroleerd door of onder de beschikkingsmacht staan van een van de Vier Regeringen, of entiteiten die in het bezit zijn van of gecontroleerd of gefinancierd worden door deze Regeringen of Urenco;

    • c. „dit gebied", gas-ultracentrifugetechnologie en daarmee verwante technologie die gebruikt kunnen worden bij de verrijking van uranium volgens het gas-ultracentrifugeprocédé en bij de bouw van fabrieken voor de vervaardiging van gascentrifuges en voor verrijking.

  • 2. Alle industriële eigendomsrechten voortvloeiend uit onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's of projecten op dit gebied die door ETC worden uitgevoerd behoren uitsluitend toe aan, of worden, voorzover wettelijk mogelijk is, overgedragen aan ETC. De rechten van de uitvinder worden vastgesteld door de wetgeving van het land waarin het industriële eigendomsrecht is ontstaan.

  • 3. Alle industriële eigendomsrechten die voortvloeien uit onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's of -projecten op dit gebied van een Regering of door een Regering gefinancierd of beheerst met het oog op exploitatie voor commerciële doeleinden moeten voorzover wettelijk mogelijk is aan ETC worden aangeboden op billijke en redelijke voorwaarden voor niet-exclusief gebruik.

  • 4. ETC heeft het recht

    • a. licenties te verstrekken op het grondgebied van de Vier Regeringen ten behoeve van enigerlei activiteit op dit gebied die in het kader van de in artikel II beschreven samenwerking dient te worden verricht;

    • b. licenties op redelijke commerciële voorwaarden te verstrekken aan ondernemingen op het grondgebied van de Vier Regeringen voor andere doeleinden dan de verrijking van uranium volgens het gas-ultracentrifugeprocédé.

  • 5. Geen van de Vier Regeringen mag de industriële eigendomsrechten van de andere Regeringen of van ETC op dit gebied aanvechten of betwisten of op enigerlei wijze andere personen aanmoedigen tot of bijstaan bij het aanvechten of betwisten van deze rechten.

  • 6. De Vier Regeringen en ETC behandelen uit commercieel oogpunt waardevolle gegevens die voortvloeien uit dit Verdrag met geëigende voorzorgsmaatregelen en verlangen van alle personen aan wie deze gegevens kunnen worden medegedeeld dat zij soortgelijke voorzorgsmaatregelen in acht nemen.

  • 7. De verlening door ETC van licenties of sublicenties voor het gebruik en de uitoefening buiten het grondgebied van de Vier Regeringen van de industriële eigendomsrechten bedoeld in de paragrafen 2, 3, 4 en 5 van deze Bijlage of van andere industriële eigendomsrechten op dit gebied die in bezit zijn of onder de beschikkingsmacht staan van ETC wordt geregeld overeenkomstig onderdeel d van het vijfde lid van artikel III.

Bijlage II. Beveiligingsmaatregelen en rubricering

  • 1.

    • a. De Vier Regeringen passen op alle gerubriceerde gegevens de voor hun nationale gerubriceerde gegevens met een overeenkomstige rubriceringsgraad geldende beveiligingsvoorschriften toe, doch de toegepaste voorschriften mogen in geen geval minder streng zijn dan de onderling overeengekomen beginselen en minimumnormen;

    • b. toegang tot gerubriceerde gegevens met rubriceringsgraad CONFIDENTIAL, VS-VERTRAULICH, VERTROUWELIJK of CONFIDENTIEEL en CONFIDENTIEL DEFENSE of hoger wordt alleen verleend indien de betrokken persoon van de Nationale Instantie toestemming heeft gekregen voor toegang tot gerubriceerde gegevens met ten minste een overeenkomstige rubriceringsgraad, rekening houdend met hetneed-to-know-beginsel;

    • c. toegang tot gerubriceerde gegevens met rubriceringsgraad CONFIDENTIAL, VS-VERTRAULICH, VERTROUWELIJK of CONFIDENTIEEL en CONFIDENTIEL DEFENSE of hoger wordt niet toegestaan aan een persoon die geen onderdaan is van een van de vier Staten voorzover niet anders wordt overeengekomen door de Quadripartiete Commissie.

  • 2. Indien nodig teneinde zich te overtuigen van de bevredigende en doeltreffende tenuitvoerlegging van de artikelen VII en VIII, kan de Quadripartiete Commissie bij de Nationale Instanties te allen tijde de verslagen opvragen die zij nodig acht.

  • 3.

    • a.

      • i. Gerubriceerde gegevens zijn voorzien van een van de rubriceringsgraden die voor de Staat van herkomst zijn aangegeven in paragraaf 4 van deze Bijlage. Bij ontvangst wordt bovendien aan deze gerubriceerde gegevens door of op gezag van de Nationale Instantie van de ontvangende Staat de overeenkomstige nationale rubriceringsgraad toegekend. De ontvangende Staat mag een zodanige rubriceringsgraad niet verlagen of opheffen zonder toestemming van de Staat van herkomst;

      • ii. de Nationale Instantie van de Staat van herkomst kan verlangen dat een specifiek document met de rubricering TOP SECRET of ZEER GEHEIM of STRENG GEHEIM of TRES SECRET DEFENSE of SECRET of GEHEIM of SECRET DEFENSE niet zonder voorafgaande toestemming door de ontvangende Staat wordt weergegeven;

      • iii. documenten die zijn voorzien van een van de in paragraaf 3.a.ii van deze Bijlage genoemde rubriceringen worden afzonderlijk geregistreerd en behandeld en worden jaarlijks verzameld;

    • b. de Quadripartiete Commissie geeft aanwijzingen voor de juiste toepassing van de in paragraaf 4 van deze Bijlage genoemde rubriceringsgraden, in overeenstemming met een gemeenschappelijk rubriceringsbeleid, aan gegevens die kunnen resulteren uit de in artikel II omschreven samenwerking.

  • 4. De overeenkomstige rubriceringsgraden in de zin van deze Bijlage zijn:

    • 1) In het Koninkrijk der Nederlanden

      ZEER GEHEIM

      GEHEIM

      VERTROUWELIJK of CONFIDENTIEEL

      DIENSTGEHEIM

    • 2) 2) In de Bondsrepubliek Duitsland

      STRENG GEHEIM

      GEHEIM

      VS-VERTRAULICH

      VS-NUR FÜR DEN DIENSTGEBRAUCH

    • 3) In het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

      TOP SECRET

      SECRET

      CONFIDENTIAL

      RESTRICTED

    • 4) In de Franse Republiek

      TRES SECRET DEFENSE

      SECRET DEFENSE

      CONFIDENTIEL DEFENSE

      DIFFUSION RESTREINTE (marquage de protection)

  • 5. Gerubriceerde gegevens worden van een van de Staten naar een ander overgebracht door tussenkomst van de diplomatieke koeriersdienst of op een andere veilige wijze die de Nationale Instanties van de betrokken Vier Regeringen kunnen overeenkomen.

  • 6. De volgende veiligheidsvereisten zijn van toepassing op bezoeken aan beveiligde sectoren van gebouwen op het grondgebied van de Vier Regeringen:

    • a. toegang tot de beveiligde sectoren van gebouwen op het grondgebied van de Vier Regeringen waar gerubriceerde gegevens worden bewaard, en toegang tot gerubriceerde gegevens worden aan bezoekers alleen verleend indien zij in hun eigen Staat toegang hebben tot gerubriceerde gegevens van ten minste dezelfde rubriceringsgraad en zij gemachtigd zijn door de Nationale Instantie van die Staat;

    • b. de machtiging dient schriftelijk te zijn verleend en dit document dient vooraf per post of op een andere veilige wijze die de Nationale Instanties kunnen overeenkomen te worden toegezonden aan de Nationale Instantie van de te bezoeken Staat. In dit stuk dienen de reikwijdte en de duur van de machtiging te zijn aangegeven alsmede de hoogste rubriceringsgraad waartoe toegang kan worden verleend;

    • c. de Nationale Instantie van de te bezoeken Staat wordt vooraf van elk bezoek in kennis gesteld en draagt er zorg voor dat de persoon of de personen die gemachtigd is respectievelijk zijn toegang tot het betrokken gebouw te verlenen daarvan tijdig op de hoogte wordt respectievelijk worden gebracht. In de kennisgeving worden de onderwerpen genoemd ter zake waarvan de bezoeker toegang tot gerubriceerd materiaal kan worden verleend.

  • 7.

    • a. In gevallen waarop het vierde en het vijfde lid van artikel VII van toepassing zijn, vallen het onderzoek of een dergelijk feit ingevolge de van toepassing zijnde wetten en voorschriften strafbaar is, en de vervolging in verband met een dergelijk strafbaar feit overeenkomstig zijn nationale wetgeving en interne voorschriften volledig binnen de bevoegdheden van de Staat op wiens grondgebied het feit plaatsvond; alle andere Staten wordt evenwel de gelegenheid geboden de bevoegde autoriteiten van de betrokken Staat alle gegevens te verstrekken die relevant zijn voor het instellen van een gerechtelijk onderzoek in verband met een dergelijk feit. De Regering van de Staat van herkomst of de Quadripartiete Commissie, al naar gelang het geval is, wordt te zijner tijd medegedeeld of een dergelijke rechtsvervolging is ingesteld en wat de uitkomst ervan is.

    • b. Op gerubriceerde gegevens die ingevolge het bepaalde in het vierde en vijfde lid van artikel VII en in onderdeel a van deze paragraaf worden overgedragen, is dezelfde mate van beveiliging van toepassing als op alle andere gerubriceerde gegevens die ingevolge dit Verdrag worden overgedragen.

Begeleidend schrijven bij het Verdrag tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake samenwerking op het gebied van ultracentrifugetechnologie

Specificatie betreffende artikel II

Reikwijdte

  • 1. De Vier Regeringen bevestigen dat de in het vijfde lid van artikel II van het Verdrag genoemde „activiteiten van ETC" mede de overeenkomsten omvatten tussen, onder andere, Urenco en Areva, en met name de Agreement for the Sale and Purchase of Shares in Enrichment Technology Company Ltd van 24 november 2003, de voorgestelde Shareholders Agreement, de voorgesteldeTechnology Transfer Agreement en de voorgesteldeCascade Supply Agreement, die Areva in staat zullen stellen deel te nemen in ETC en zijn huidige uraniumverrijkingsfabriek te vervangen.Agreement for the Sale and Purchase of Shares in Enrichment Technology Company Ltd van 24 november 2003, de voorgestelde Shareholders Agreement, de voorgesteldeTechnology Transfer Agreement en de voorgesteldeCascade Supply Agreement, die Areva in staat zullen stellen deel te nemen in ETC en zijn huidige uraniumverrijkingsfabriek te vervangen.

Specificatie betreffende artikel IV

Vreedzaam gebruik

  • 2. Met betrekking tot het eerste lid van artikel IV van het Verdrag, delen de Vier Regeringen de opvatting dat de in dit lid vervatte verplichtingen niet verder strekken dan de reeds in het NPV overeengekomen verplichtingen en derhalve niet constitutief maar declaratoir van aard zijn.

  • 3. Een fabriek voor de verrijking van uranium die op het grondgebied van de Franse Republiek wordt gebouwd en gebruik maakt van ultracentrifugetechniek die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC, zal slechts laagverrijkt uranium produceren (verrijkt uranium dat minder dan 20% van het isotoop uraan-235 bevat) ten behoeve van andere doeleinden dan de productie van voor de vervaardiging van wapens geschikt uranium voor het vervaardigen van kernwapens of andere nucleaire explosiemiddelen.

Specificaties betreffende artikel V

Toepassing van internationale waarborgen

  • 4. Een fabriek voor de verrijking van uranium voor commerciële doeleinden die op het grondgebied van de Franse Republiek is gebouwd en gebruik maakt van ultracentrifugetechniek die eigendom is van, in het bezit is van, afkomstig is van of voortvloeit uit activiteiten van ETC, zal op de lijst worden geplaatst van faciliteiten die in aanmerking komen voor de toepassing van IAEA-waarborgen, ingevolge de in INFCIRC/290 vervatte overeenkomsten, en zal op deze lijst blijven staan.

  • 5. De Vier Regeringen spannen zich in om te waarborgen dat op de in de vierde paragraaf van dit begeleidend schrijven bedoelde fabrieken, IAEA-waarborgen van toepassing zijn en blijven die gelijk zijn aan de waarborgen die van toepassing zijn op commerciële gas-ultracentrifugeverrijkingsfabrieken die onder de rechtsmacht van de Drie Regeringen vallen. Deze waarborgen omvatten de waarborgen vervat in de respectieve Aanvullende Protocollen bij de waarborgovereenkomsten met de IAEA die in de vier Staten van toepassing zijn.

Specificaties betreffende Bijlage II

Beveiligingsmaatregelen en rubricering

  • 6.

    • a. De in Bijlage II vervatte veiligheidsvoorschriften zullen de minimumbeveiligingsnormen zijn die vereist zijn voor gerubriceerde gegevens.

    • b. De Regering van de Franse Republiek zal op alle gerubriceerde gegevens de beveiligings- en rubriceringsbeginselen en veiligheidsnormen toepassen die ingevolge het Verdrag van Almelo door de Drie Regeringen zijn overeengekomen en die op de datum van ondertekening van het Verdrag van kracht zijn in de landen van de Drie Regeringen.

    • c. De in onderdeel 6b genoemde beveiligings- en rubriceringsbeginselen en veiligheidsnormen kunnen worden aangevuld met een rubriceringsbeleid of gedetailleerdere beveiligingsprocedures waartoe de Quadripartiete Commissie kan besluiten.

    • d. De Quadripartiete Commissie zal zo snel mogelijk na de inwerkingtreding van het Verdrag een rubriceringsbeleid en beveiligingsvoorschriften overeenkomen ter vervanging van de bepalingen van onderdeel 6b en ten behoeve van de beveiliging van gerubriceerde gegevens.

Uitleg

  • 7. De in dit begeleidend schrijven gebruikte begrippen dienen te worden opgevat in de betekenis die daaraan in het Verdrag wordt gegeven.

ONDERTEKEND te Cardiff, op 12 juli 2005, in de Nederlandse, de Duitse, de Franse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

Laurens Jan BRINKHORST

Minister van Economische Zaken

Voor de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland,

Georg Wilhelm ADAMOWITSCH

Staatssecretaris van Economische Zaken

Voor de Regering van de Franse Republiek,

Catherina COLONNA

Minister van Europese Zaken

Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Barry GARDINER

Onder-Staatssecretaris voor Industrie