Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake de tewerkstelling van partners van het diplomatieke en consulaire personeel, Zagreb, 06-05-2005

Geldend van 08-03-2007 t/m heden

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake de tewerkstelling van partners van het diplomatieke en consulaire personeel

Authentiek : EN

Agreement between the Kingdom of the Netherlands and the Republic of Croatia on employment of partners of members of diplomatic missions and consular posts

The Kingdom of the Netherlands

and

The Republic of Croatia,

hereinafter referred to as ``the Parties",

Desiring to conclude an Agreement with a view to facilitating employment of partners of members of diplomatic missions and consular posts from the sending State on the territory of the receiving State,

Have agreed as follows:

Article 1. Authorisation to engage in gainful occupation

  • 1 Based on reciprocity, a partner of a member of a diplomatic mission or a consular post of the sending State is authorised to engage in a gainful occupation in the receiving State in accordance with the provisions of the laws and regulations of the receiving State and subject to the provisions of this Agreement.

  • 2 For the purposes of this Agreement:

    • a) ``A member of a diplomatic mission or a consular post" means any accredited employee of the sending State, who is not a national or permanent resident of the receiving State, in a diplomatic mission, a consular post or a mission to an international organisation in the receiving State;

    • b) ``Partner" means the spouse or the partner of a member of a diplomatic mission, a consular post or a mission to an international organisation in the receiving State;

    • c) ``Conventions" means the Vienna Convention on Diplomatic Relations (1961) and the Vienna Convention on Consular Relations (1963), or other international agreements on privileges and immunities to which the Parties are parties.

Article 2. Procedures

  • 1 Prior to engaging in a gainful occupation a partner shall obtain an authorisation from the receiving State.

  • 2 A request for authorisation to engage in a gainful occupation shall be sent on the partner's behalf by the Embassy of the sending State to the Protocol Department of the Ministry of Foreign Affairs of the receiving State.

  • 3 The request for authorisation shall contain information on the nature of the occupation for which the authorisation is requested.

  • 4 Once it has been established that the partner on whose behalf authorisation is being requested is a partner as defined in this Agreement, the Ministry of Foreign Affairs of the receiving State shall officially notify the Embassy of the sending State that the partner in question may engage in a gainful occupation, and shall issue the corresponding certificate for the partner.

  • 5 The partner in question is allowed to engage in a gainful occupation based on the said certificate in the receiving State.

  • 6 The occupation mentioned in paragraph 3 of this Article shall be printed on the identification card of the partner.

  • 7 Should the partner seek to change his or her occupation at any time after receiving the authorisation, a further request for authorisation must be made.

Article 3. Civil and administrative privileges and immunities

A partner engaging in a gainful occupation in accordance with this Agreement shall not enjoy immunity from civil and administrative jurisdiction in respect of any claims brought against him or her on account of acts and agreements directly connected with the performance of that occupation.

Article 4. Criminal immunity

If the partner authorised to engage in gainful occupation has been granted immunity from criminal jurisdiction of the receiving State, on the basis of the Conventions:

  • a) The sending State shall waive the immunity of the authorised partner concerned from the criminal jurisdiction of the receiving State in respect of any act or omission relating to the gainful occupation he or she carries out, except in special cases in which the sending State considers that such a waiver would be contrary to its interests;

  • b) Such a waiver of immunity from criminal jurisdiction shall not be construed as extending to immunity from the execution of a sentence, for which a specific waiver shall be required. In such cases, the receiving State shall request the sending State to waive any such exemption.

Article 5. Social security and taxation

A partner who has obtained authorisation to engage in a gainful occupation under this Agreement shall be subject to the social security regime of the receiving State for all matters connected with his or her employment in that State. A partner shall also be obliged to pay, in the receiving State, all taxes on income arising from the occupation carried out in accordance with this Agreement.

Article 6. Ending the authorisation

  • 1 The authorisation to engage in a gainful occupation granted to a partner shall end when the appointment of the member of the diplomatic mission or consular post in question ends.

  • 2 The occupation carried out under this Agreement shall not entitle the partner to continue to reside in the receiving State. Nor shall it entitle the partner to remain in that occupation or to engage in a different occupation in the receiving State once the authorisation granted under this Agreement has ended.

Article 7. Duration and termination

This Agreement has been concluded for an indefinite period of time, and either Party may terminate it at any time by giving six (6) months' notice in writing to the other Party through diplomatic channels.

Article 8. Entry into force

This Agreement shall enter into force on the date of the receipt of the last written notification through diplomatic channels that the requirements provided in the respective internal legislation for its entry into force have been fulfilled, and shall be provisionally applied from the date of its signature.

DONE at Zagreb on this 6th May 2005, in two originals in the English language.

For the Kingdom of the Netherlands

LIONEL VEER

For the Republic of Croatia

GORDAN BAKOTA

Vertaling : NL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kroatië inzake de tewerkstelling van partners van het diplomatieke en consulaire personeel

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Kroatië

hierna te noemen „de Partijen",

Geleid door de wens een Verdrag te sluiten teneinde de tewerkstelling van partners van leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten uit de zendstaat op het grondgebied van de ontvangende staat te vergemakkelijken,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten

  • 1 Op basis van wederkerigheid wordt het een partner van een lid van een diplomatieke vertegenwoordiging of een consulaire post van de zendstaat toegestaan betaalde werkzaamheden te verrichten in de ontvangende staat in overeenstemming met de bepalingen van de wet- en regelgeving van de ontvangende staat en onder voorbehoud van de bepalingen van dit Verdrag.

  • 2 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

    • a. „een lid van een diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post": elk geaccrediteerd personeelslid van de zendstaat, die geen onderdaan is van noch zijn vaste verblijfplaats heeft in de ontvangende staat, werkzaam bij een diplomatieke vertegenwoordiging, een consulaire post of een vertegenwoordiging bij een internationale organisatie in de ontvangende staat;

    • b. „partner": de echtgenoot/echtgenote of de partner van een lid van een diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post of een vertegenwoordiging bij een internationale organisatie in de ontvangende staat;

    • c. „Verdragen": het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer (1961) en het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen (1963), of andere internationale verdragen inzake voorrechten en immuniteiten waarbij de Partijen partij zijn.

Artikel 2. Procedures

  • 1 Alvorens betaalde werkzaamheden te aanvaarden, dient een partner toestemming te verkrijgen van de ontvangende staat.

  • 2 Een verzoek om toestemming voor het aanvaarden van betaalde werkzaamheden wordt uit naam van de partner door de ambassade van de zendstaat naar de Directie Protocol van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende staat gestuurd.

  • 3 Het verzoek om toestemming dient informatie te bevatten omtrent de aard van de werkzaamheden waarvoor om toestemming wordt gevraagd.

  • 4 Zodra is vastgesteld dat de partner namens wie om toestemming wordt gevraagd een partner is zoals omschreven in dit Verdrag, stelt het ministerie van Buitenlandse Zaken van de ontvangende staat de ambassade van de zendstaat er officieel van in kennis dat de partner in kwestie betaalde werkzaamheden mag aanvaarden, en geeft het dienovereenkomstige certificaat voor de partner af.

  • 5 De partner in kwestie mag op grond van voornoemd certificaat betaalde werkzaamheden verrichten in de ontvangende staat.

  • 6 De in het derde lid van dit artikel genoemde werkzaamheden dienen op de identiteitskaart van de partner te worden afgedrukt.

  • 7 Indien de partner op enig moment na het verkrijgen van de toestemming voornemens is ander werk te zoeken, dient een nieuw verzoek om toestemming te worden ingediend.

Artikel 3. Civiel- en administratiefrechtelijke voorrechten en immuniteiten

Een partner die betaalde werkzaamheden verricht in overeenstemming met dit Verdrag geniet geen immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in civiel- en administratiefrechtelijke zaken ten aanzien van vorderingen die jegens hem of haar worden ingesteld vanwege gedragingen en overeenkomsten die direct verband houden met het verrichten van die werkzaamheden.

Artikel 4. Immuniteit ten aanzien van strafzaken

Indien de partner die toestemming heeft gekregen om betaalde werkzaamheden te verrichten immuniteit geniet ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat overeenkomstig de Verdragen, geldt het volgende:

  • a. De zendstaat doet afstand van de immuniteit van de betrokken partner ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken van de ontvangende staat met betrekking tot elk handelen of nalaten dat verband houdt met de betaalde werkzaamheden die hij of zij verricht, behalve in bijzondere gevallen waarin de zendstaat van mening is dat het doen van afstand in strijd is met zijn belangen;

  • b. Het doen van afstand van immuniteit ten aanzien van de rechtsmacht in strafzaken wordt niet geacht mede betrekking te hebben op immuniteit ten aanzien van de tenuitvoerlegging van een vonnis; daarvan moet uitdrukkelijk afstand worden gedaan. In dergelijke gevallen verzoekt de ontvangende staat de zendstaat afstand te doen van een dergelijke immuniteit.

Artikel 5. Sociale zekerheid en belasting

Een partner die krachtens dit Verdrag toestemming heeft verkregen voor het verrichten van betaalde werkzaamheden is onderworpen aan het socialezekerheidsstelsel van de ontvangende staat ten aanzien van alle aangelegenheden die verband houden met zijn of haar werkzaamheden in die staat. Een partner is tevens verplicht tot het betalen, in de ontvangende staat, van alle belastingen naar het inkomen die voortvloeien uit de werkzaamheden die in overeenstemming met dit Verdrag worden verricht.

Artikel 6. Vervallen van de toestemming

  • 1 De toestemming om betaalde werkzaamheden te verrichten die aan een partner wordt verleend, vervalt wanneer de plaatsing van het lid van de diplomatieke vertegenwoordiging of consulaire post wordt beëindigd.

  • 2 De krachtens dit Verdrag verrichte werkzaamheden geven de partner niet het recht in de ontvangende staat te blijven wonen. De partner heeft op grond van deze werkzaamheden evenmin het recht deze werkzaamheden te blijven uitvoeren of andere werkzaamheden te aanvaarden in de ontvangende staat nadat de krachtens dit Verdrag verleende toestemming is vervallen.

Artikel 7. Duur en beëindiging

Dit Verdrag wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Elk van de Partijen kan het te allen tijde beëindigen door hiervan zes (6) maanden van tevoren schriftelijk langs diplomatieke weg kennis te geven aan de andere Partij.

Artikel 8. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking op de datum van ontvangst van de laatste schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg dat aan de vereisten voorzien in de desbetreffende nationale wetgeving voor inwerkingtreding is voldaan en wordt voorlopig toegepast vanaf de datum van ondertekening.

GEDAAN in tweevoud te Zagreb op 6 mei 2005, in twee originelen in de Engelse taal.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

LIONEL VEER

Voor de Republiek Kroatië

GORDAN BAKOTA