Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van [...] Azerbeidzjan inzake internationaal vervoer over de weg, Bakoe, 25-05-2004

Geldend van 01-05-2005 t/m heden

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake internationaal vervoer over de weg

Authentiek : NL

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Azerbeidzjan inzake internationaal vervoer over de weg

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Azerbeidzjan,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens, in het belang van hun economische betrekkingen, de ontwikkeling te bevorderen van het vervoer van goederen en personen over de weg in, naar en vanuit hun landen en in doorvoer over hun grondgebieden,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Toepassingsgebied

  • 1 De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op het internationaal vervoer van goederen en personen over de weg tegen betaling of voor eigen rekening tussen de grondgebieden van de Republiek Azerbeidzjan en Nederland, in doorvoer over hun grondgebieden, naar of van derde landen, en op cabotage, verricht door vervoerders die voertuigen gebruiken zoals omschreven in artikel 2 van dit Verdrag.

  • 2 Dit Verdrag laat de rechten en verplichtingen van de Verdragsluitende Partijen voortvloeiend uit andere verdragen onverlet.

  • 3 De toepassing van dit Verdrag doet geen afbreuk aan de toepassing door het Koninkrijk der Nederlanden, als lidstaat van de Europese Unie, van het recht van de Europese Unie.

  • 4 De bepalingen van dit Verdrag sluiten de mogelijkheid niet uit ter wille van de nationale veiligheid van een van de Partijen beperkingen te stellen aan het transportverkeer.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing en uitvoering van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • 1 „Vervoersondernemer": een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen geregistreerd is en die tegen betaling of voor eigen rekening personen of goederen vervoert overeenkomstig de vereisten van de nationale wetgeving die de toegang tot het beroep van vervoersondernemer en tot de markt regelt.

  • 2 „Voertuig": een motorvoertuig:

    • zelfstandig of een combinatie van voertuigen (d.w.z. met een aanhangwagen of oplegger);

    • bedoeld voor het vervoer van personen of goederen over de weg, en dat respectievelijk die als eigendom of uit hoofde van een huur- of leasecontract ter beschikking van de vervoersondernemer staat.

  • 3 „Bus" en „autobus": voertuigen gebouwd en ontworpen voor het vervoer van meer dan negen personen, de bestuurder daaronder begrepen.

  • 4 „Registratie": de toekenning van een identificatienummer aan het voertuig door de bevoegde autoriteiten.

  • 5 „Land van vestiging": het grondgebied van een Verdragsluitende Partij waarbinnen de vervoersondernemer is gevestigd en het voertuig is geregistreerd.

  • 6 „Gastheerland": het grondgebied van een Verdragsluitende Partij waarbinnen met het voertuig vervoer wordt verricht, terwijl het daar niet geregistreerd is en de vervoersondernemer daar niet gevestigd is.

  • 7 „Vervoer": het rijden met een beladen of onbeladen voertuig, ook indien het voertuig, de aanhangwagen of de oplegger voor een deel van de rit wordt vervoerd per trein of boot.

  • 8 „Transport voor eigen rekening": het vervoer van personen en/of goederen door een onderneming of samenwerkingsverband die respectievelijk dat zich naast haar respectievelijk zijn hoofdactiviteiten bezighoudt met vervoerswerkzaamheden als hulpactiviteit.

  • 9 „Intermodaal vervoer": het vervoer van goederen waarbij het voertuig, de aanhangwagen, oplegger, wissellaadbak of container, al dan niet met trekker, voor het eerste en/of laatste gedeelte van de rit de weg gebruikt, en voor het resterende gedeelte per spoor, via waterwegen of over zee reist.

  • 10 „Regelmatige passagiersdienst": een dienst waarbij personen worden vervoerd over een omschreven traject, overeenkomstig een dienstregeling en waarvoor vaste tarieven in rekening worden gebracht. Personen worden aan boord genomen of afgezet op van tevoren vastgestelde haltes en de dienst is voor iedereen toegankelijk, hoewel in sommige gevallen reservering vereist is.

  • 11 „Shuttledienst": een dienst waarbij, door middel van herhaalde heen- en terugritten, van tevoren samengestelde groepen personen worden vervoerd van een gebied van vertrek naar een gebied van bestemming. Elke groep, bestaande uit de personen die de heenrit hebben gemaakt, wordt op een van de volgende ritten terugvervoerd naar het gebied van vertrek.

    De eerste terugrit en de laatste heenrit in een reeks van shuttleritten worden leeg uitgevoerd.

  • 12 „Onregelmatige dienst": een dienst die noch binnen de begripsomschrijving van een regelmatige passagiersdienst valt, noch binnen de begripsomschrijving van een shuttledienst.

  • 13 „Cabotage": vervoerswerkzaamheden binnen het grondgebied van de ene Verdragsluitende Partij, het gastheerland, waarbij de laad- en losplaatsen op dat grondgebied liggen, door een vervoersondernemer die gevestigd is op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 14 „Grondgebied" in verband met een Verdragsluitende Partij: het grondgebied van de Republiek Azerbeidzjan of het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.

  • 15 „Bevoegde autoriteiten":

    voor de Republiek Azerbeidzjan, de staatsdienst „Azeravtonagliyyat" (voorafgaand aan de oprichting van het Ministerie van Transport);

    voor het Koninkrijk der Nederlanden, het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

  • 16 „Vergunning": een document uit te geven door de bevoegde autoriteiten van de ene Verdragsluitende Partij aan het voertuig van de andere Verdragsluitende Partij voor het verrichten van vervoer tussen de twee landen of in doorvoer over het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij of naar/vanuit derde landen, alsmede het laden op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 17 „Bijzondere vergunning": het document houdende vergunning voor het verrichten van vervoer bedoeld in artikel 7, tweede lid, en artikel 11, tweede lid, dat wordt afgegeven in overeenstemming met de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar het vervoer plaatsvindt.

DEEL II. PERSONENVERVOER

Artikel 3. Regelmatige passagiersdiensten

  • 1 Regelmatige passagiersdiensten met gebruikmaking van bussen of autobussen zijn onderworpen aan een systeem van vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten in de landen van vertrek, bestemming en in transitolanden.

  • 2 De vergunningaanvraag wordt gedaan bij de bevoegde autoriteiten in het land van vestiging van de vervoersondernemer. Indien de autoriteiten de aanvraag goedkeuren, worden de bevoegde autoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij in kennis gesteld van de vergunning.

    De ingevolge artikel 15 ingestelde Gemengde Commissie beslist over de vorm en inhoud van de vergunningaanvraag en de vereiste ondersteunende documenten.

  • 3 De vergunningen worden afgegeven met de gezamenlijke instemming van de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen.

    • a. Niettegenstaande de erkenning door de bevoegde autoriteiten van de wenselijkheid van een regelmatige dienst, kan een aanvraag voor een vergunning worden afgewezen indien, onder andere:

      • er geen pool-overeenkomst bestaat;

      • de aanvrager niet in staat is het vervoer waarvoor hij een vergunning heeft aangevraagd te realiseren met het materieel dat hij tot zijn onmiddellijke beschikking heeft;

      • de aanvrager in het verleden verzuimd heeft te voldoen aan de voorwaarden voor de vergunningen voor het internationaal vervoer van personen over de weg of de regels met betrekking tot verkeersveiligheid, met inbegrip van de regels met betrekking tot voertuignormen en de rij- en rusttijden van bestuurders, zwaar heeft overtreden;

      • in geval van een aanvraag voor verlenging van een vergunning, niet aan de voorwaarden voor de vergunning voldaan is.

    • b. Een beslissing of een vergunning die dient te worden afgegeven wordt door de bevoegde autoriteiten genomen binnen drie maanden na de datum waarop een volledige aanvraag is ontvangen. Indien een bevoegde autoriteit nalaat binnen deze periode te antwoorden, wordt deze verondersteld impliciet met de afgifte van een vergunning te hebben ingestemd.

    • c. Een vergunning is geldig voor een door de bevoegde autoriteiten vast te stellen termijn.

  • 4 Over wijzigingen van de exploitatievoorwaarden en opheffing van de dienst wordt besloten op basis van de in het tweede en derde lid vervatte procedure.

    Indien er geen vraag meer bestaat naar de dienst kan de exploitant deze opheffen door middel van een drie weken van tevoren gedane kennisgeving aan de bevoegde autoriteiten die de vergunning hebben afgegeven.

Artikel 4. Shuttlediensten

  • 1 Shuttlediensten met gebruikmaking van bussen of autobussen met of zonder accommodatie zijn onderworpen aan een systeem van vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten in de landen van vertrek, bestemming en in transitolanden.

  • 2 De vergunningaanvraag wordt gedaan bij de bevoegde autoriteiten in het land van vestiging van de vervoersondernemer.

    De ingevolge artikel 15 ingestelde Gemengde Commissie beslist over de vorm en inhoud van de vergunningaanvraag en de vereiste ondersteunende documenten.

  • 3 De Gemengde Commissie kan een vrijer stelsel voor shuttlediensten instellen.

Artikel 5. Ongeregelde diensten

  • 1 Ongeregelde diensten met of zonder accommodatie die worden uitgevoerd met bussen of autobussen zijn onderworpen aan een systeem van vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten in de landen van vertrek, bestemming en in transitolanden.

  • 2 Als uitzondering op het eerste lid worden de onderstaande diensten op het grondgebied van het gastheerland vrijgesteld van het systeem van vergunningen:

    • 2.1.. gesloten ritten waarbij gedurende de gehele reis hetzelfde voertuig wordt gebruikt voor het vervoer van dezelfde groep passagiers, die weer wordt teruggebracht naar het gebied van vertrek;

    • 2.2.. diensten waarbij de heenreis met passagiers en de terugreis leeg wordt gemaakt;

    • 2.3.. diensten waarbij de heenreis leeg en de terugreis met passagiers wordt gemaakt, mits de passagiers:

      • a. een groep vormen uit hoofde van een vervoerscontract dat is aangegaan voorafgaand aan hun aankomst op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar zij worden opgehaald en vervoerd worden naar het grondgebied van het land van vestiging;

      • b. eerder door dezelfde vervoerder zijn gebracht naar het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar zij weer worden opgehaald en vervoerd naar het grondgebied van het land van vestiging;

      • c. zijn uitgenodigd te reizen op het grondgebied van het land van vestiging, waarbij de kosten van het vervoer worden gedragen door de persoon die de uitnodiging heeft gedaan;

    • 2.4.. vervoer voor eigen rekening.

  • 3 De ingevolge artikel 15 ingestelde Gemengde Commissie kan de vrijstelling van vergunning uitbreiden tot de categorie van ongeregelde diensten.

  • 4 De ingevolge artikel 15 ingestelde Gemengde Commissie beslist op welke wijze de vergunningen dienen te worden afgegeven.

  • 5 Voor ongeregelde diensten die zijn vrijgesteld van vergunningsvereisten is een controledocument vereist. De voorwaarden voor het gebruik en de inhoud van het controledocument worden vastgesteld door de in artikel 15 bedoelde Gemengde Commissie.

Artikel 6. Gemeenschappelijke bepalingen voor passagiersdiensten

  • 1 Vervoersvergunningen zijn niet overdraagbaar aan andere vervoersondernemers of aan derden.

  • 2 Cabotage is uitsluitend toegestaan op basis van een bijzondere vergunning van het gastheerland. Lokale ritten uitsluitend georganiseerd voor een groep personen die door een en dezelfde vervoersondernemer naar die plaats worden gebracht, worden niet aangemerkt als cabotagediensten, mits zij op de passagierslijst worden vermeld.

  • 3 Aan ingezeten vervoersondernemers worden vervoersvergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten of door een door die autoriteiten aangewezen instantie. In geval van een combinatie van voertuigen is het motorvoertuig de bepalende factor bij de afgifte of vrijstelling van vergunningen.

  • 4 Als uitzondering op de bepalingen van Deel II zijn de volgende categorieën vervoer vrijgesteld van vergunningsvereisten:

    • vervoer van voertuigen die zijn beschadigd of onklaar geraakt en het vervoer van bergingsvoertuigen;

    • onbeladen reizen van een voertuig dat wordt gestuurd ter vervanging van een voertuig dat onklaar is geraakt in een ander land, met inbegrip van de terugreis, na reparatie, van het voertuig dat onklaar was geraakt;

    • de eerste reis van recentelijk gekochte voertuigen, nieuw of tweedehands, voorzien van een door de bevoegde autoriteiten afgegeven exportregistratienummer, indien de eerste reis plaatsvindt naar het land waar het voertuig definitief wordt geregistreerd.

DEEL III. GOEDERENVERVOER

Artikel 7. Vergunningensysteem

  • 1 Vervoersondernemers die zijn gevestigd op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij kunnen krachtens het vergunningensysteem vervoer verrichten tussen de grondgebieden van de Verdragsluitende Partijen, in doorvoer over deze grondgebieden alsmede naar en vanuit derde landen.

  • 2 Cabotage is uitsluitend toegestaan op basis van een bijzondere vergunning van het gastheerland.

Artikel 8. Vrijstelling van vergunningsvereisten

  • 1 Als uitzondering op artikel 7 zijn de volgende categorieën vervoer vrijgesteld van vergunningsvereisten:

    • vervoer door voertuigen waarvan het toegestane totaalgewicht in beladen toestand, met inbegrip van aanhangwagens, niet meer bedraagt dan 6 ton, of wanneer het toegestane laadvermogen, met inbegrip van aanhangwagens, niet meer bedraagt dan 3,5 ton;

    • transport op onregelmatige basis, naar of vanuit luchthavens, in gevallen waarin luchtdiensten worden omgeleid;

    • vervoer van voertuigen die zijn beschadigd of onklaar geraakt en het vervoer van bergingsvoertuigen;

    • onbeladen reizen van een voertuig dat wordt gestuurd ter vervanging van een voertuig dat onklaar is geraakt in een ander land, met inbegrip van de terugreis, na reparatie, van het voertuig dat onklaar was geraakt;

    • vervoer van reserveonderdelen en proviand voor zee- en binnenvaartschepen en luchtvaartuigen;

    • vervoer van goederen benodigd voor noodsituaties, in het bijzonder bij natuurrampen en voor humanitaire doeleinden;

    • vervoer van kunstwerken en -voorwerpen voor beurzen en tentoonstellingen of voor niet-commerciële doeleinden;

    • vervoer voor niet-commerciële doeleinden van eigendommen, toebehoren en dieren naar of van theater-, muziek-, film- of circusvoorstellingen of sportevenementen, en van die welke bestemd zijn voor radio-opnamen, of voor film- of televisieproducties;

    • de eerste reis van recentelijk gekochte voertuigen, nieuw of tweedehands, voorzien van een door de bevoegde autoriteiten afgegeven exportregistratienummer, indien de eerste reis plaatsvindt naar het land waar het voertuig definitief wordt geregistreerd;

    • begrafenisvervoer;

    • vervoer van post als openbare dienst;

    • vervoer voor eigen rekening.

  • 2 De in artikel 15 bedoelde Gemengde Commissie kan de in het voorgaande lid genoemde lijst van categorieën vervoer uitbreiden of wijzigen.

Artikel 9. Vergunningsvoorwaarden

  • 1 De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen wisselen jaarlijks een overeengekomen aantal blanco vergunningsformulieren uit. Aanvullende vergunningen worden met wederzijds goedvinden door een van de Verdragsluitende Partijen op verzoek van de andere Verdragsluitende Partij afgegeven.

    Aan ingezeten vervoersondernemers worden de vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten of door een door die autoriteiten aangewezen instantie.

  • 2 Vergunningen zijn persoonlijk en zijn niet overdraagbaar aan andere vervoersondernemers of aan derden. In geval van een combinatie van voertuigen is het motorvoertuig de bepalende factor bij de afgifte of vrijstelling van vergunningen.

  • 3 Vergunningen mogen slechts voor één voertuig tegelijk worden gebruikt. De vergunningen zijn geldig tot en met 31 januari van het daaropvolgende kalenderjaar. In geval van een combinatie van voertuigen is het motorvoertuig de bepalende factor bij de afgifte of vrijstelling van vergunningen.

DEEL IV. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 10. Belastingaangelegenheden

  • 1 Voertuigen, met inbegrip van hun reserveonderdelen, waarmee vervoer wordt verricht in overeenstemming met dit Verdrag, zijn, behalve voor cabotage, wederzijds vrijgesteld van alle belastingen en heffingen opgelegd ter zake van het verkeer of het bezit van voertuigen, alsook van alle speciale belastingen of heffingen opgelegd ter zake van vervoerswerkzaamheden op het grondgebied van het andere land.

  • 2 In het geval van cabotage is artikel 12, tweede lid, van toepassing.

  • 3 Er wordt geen vrijstelling verleend van belastingen en heffingen op motorbrandstof, belasting over de toegevoegde waarde op vervoersdiensten, tolgelden en gebruiksheffingen.

  • 4 De volgens de nationale wetgeving van het gastheerland toegestane hoeveelheid, zich in de normale, vaste, door de fabrikant ingebouwde reservoirs van de voertuigen bevindende brandstof, alsmede de alleen voor de goede werking van die voertuigen bestemde smeermiddelen, zijn wederzijds vrijgesteld van douanerechten en andere belastingen en betalingen.

Artikel 11. Gewichten en afmetingen

  • 1 De gewichten, met inbegrip van de asgewichten, en afmetingen van voertuigen moeten in overeenstemming zijn met de officiële registratie van het voertuig en mogen de geldende grenzen in het gastheerland niet overschrijden.

  • 2 Indien het gewicht en/of de afmetingen van een voertuig in beladen of onbeladen toestand bij het verrichten van vervoer ingevolge de bepalingen van dit Verdrag het in het gastheerland toelaatbare maximum overschrijden, is een bijzondere vergunning van het gastheerland vereist.

Artikel 12. Naleving van de nationale wetgeving

  • 1 De vervoersondernemers van een Verdragsluitende Partij en de bemanningen van hun voertuigen zijn verplicht, op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, de verplichtingen uit hoofde van multilaterale overeenkomsten waarbij beide partijen partij zijn, uit hoofde van dit Verdrag alsmede van andere bilaterale overeenkomsten en uit hoofde van de nationale wetgeving na te komen.

  • 2 In geval van cabotage stellen de bevoegde autoriteiten een lijst op van de in het gastheerland toepasselijke wetten en voorschriften.

  • 3 De in het eerste en tweede lid van dit artikel bedoelde wetten en voorschriften worden toegepast op dezelfde voorwaarden als die voor inwoners van het gastheerland om discriminatie op grond van nationaliteit of plaats van vestiging uit te sluiten.

Artikel 13. Toezicht op de naleving

  • 1 De vergunningen en andere documenten die ingevolge dit Verdrag vereist zijn, moeten gedurende alle ritten in het voertuig worden bewaard en op verzoek van controlebeambten worden getoond.

  • 2 De in artikel 15 bedoelde Gemengde Commissie geeft aan welk door het land van vestiging afgegeven document het bewijs vormt van de hoedanigheid van vervoersondernemer voor eigen rekening.

Artikel 14. Overtredingen en sancties

In geval van overtreding van de bepalingen van dit Verdrag door een vervoersondernemer gevestigd op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen, geeft het land op het grondgebied waarvan de overtreding plaatsvond, daarvan kennis aan de bevoegde autoriteiten van het andere land, dat de in zijn nationale wetgeving voorziene stappen zal ondernemen. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen stellen elkaar in kennis van eventuele opgelegde sancties.

Artikel 15. Gemengde Commissie

  • 1 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen regelen alle vraagstukken betreffende de uitvoering en toepassing van dit Verdrag.

  • 2 Hiertoe stellen de Verdragsluitende Partijen een Gemengde Commissie in.

  • 3 De Gemengde Commissie komt regelmatig bijeen op verzoek van een van de Verdragsluitende Partijen en bestaat uit vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Partijen. De Gemengde Commissie stelt haar eigen reglement van orde vast. De Gemengde Commissie komt afwisselend in een van de landen bijeen. Het gastheerland zit de bijeenkomst voor. De agenda voor de bijeenkomst wordt ten minste twee weken voor de aanvang van de bijeenkomst voorgelegd door de Verdragsluitende Partij in wier land de bijeenkomst wordt gehouden. De bijeenkomst wordt afgesloten met de opstelling van een protocol dat door de hoofden van de delegaties van elke Verdragsluitende Partij dient te worden ondertekend.

  • 4 De Gemengde Commissie beslist omtrent de soort en het aantal af te geven vergunningen en de voorwaarden voor toegang tot de markt, waaronder arbeidsmarktaspecten. Onverminderd Deel II en III van dit Verdrag kan de Gemengde Commissie de lijst van soorten vervoer waarvoor geen vergunningen vereist zijn, uitbreiden of wijzigen.

  • 5 De Gemengde Commissie besteedt bijzondere aandacht aan de volgende aangelegenheden:

    • a. de harmonische ontwikkeling van het vervoer tussen de twee landen, met inachtneming van, onder andere, de daarbij betrokken milieuaspecten;

    • b. de coördinatie van het beleid inzake het wegvervoer, de vervoerswetgeving en de uitvoering daarvan door de Verdragsluitende Partijen op nationaal en internationaal niveau;

    • c. de formulering van mogelijke oplossingen ter voorlegging aan de respectieve nationale autoriteiten indien zich problemen voordoen, met name op het terrein van belastingen, sociale aangelegenheden, douanezaken en milieuaangelegenheden, met inbegrip van aangelegenheden betreffende de openbare orde;

    • d. de uitwisseling van ter zake dienende gegevens;

    • e. de methode voor het vaststellen van gewichten en afmetingen;

    • f. de bevordering van de samenwerking tussen vervoers-ondernemingen en -instellingen;

    • g. de bevordering van intermodaal vervoer, met inbegrip van alle vraagstukken betreffende de toegang tot de markt.

Artikel 16. Toepassing voor het Koninkrijk der Nederlanden

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

Artikel 17. Wijziging

Wijzigingen van dit door de Verdragsluitende Partijen overeengekomen Verdrag worden van kracht overeenkomstig de in artikel 18, eerste lid, bedoelde procedures en maken een integrerend deel uit van het Verdrag.

Artikel 18. Inwerkingtreding en beëindiging

  • 1 Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de vereiste interne procedures voor de inwerkingtreding van het Verdrag in hun respectieve landen is voldaan.

  • 2 Dit Verdrag blijft van kracht tenzij het door een van de Verdragsluitende Partijen langs diplomatieke weg wordt opgezegd. In dat geval wordt de beëindiging van het Verdrag zes maanden nadat de andere Verdragsluitende Partij ervan in kennis is gesteld van kracht.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Bakoe, op 25 mei 2004, elk in de Nederlandse, de Azerbeidzjaanse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

R. F. C. BOERMANS

Voor de Regering van de Republiek Azerbeidzjan

Z. MAMMADOU