Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Costa Rica inzake de controle van socialezekerheidsuitkeringen, San José, 01-12-2003[Regeling treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.]

Geldend van 01-12-2003 t/m heden

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Costa Rica inzake de controle van socialezekerheidsuitkeringen

Authentiek : NL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Costa Rica inzake de controle van socialezekerheidsuitkeringen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Costa Rica, hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen;

Met de bedoeling om de betrekkingen op het terrein van de sociale zekerheid tussen de twee landen te verbeteren, en

Geleid door de wens de samenwerking tussen de twee Staten te regelen teneinde de controle van socialezekerheidsuitkeringen van het ene land in het andere land te waarborgen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

    • a. „grondgebied", met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa; met betrekking tot Costa Rica het toepassingsgebied zoals omschreven in de artikelen 5 en 6 van de Politieke Grondwet van de Republiek Costa Rica, in beide gevallen in overeenstemming met het internationale recht;

    • b. „bevoegde autoriteit", met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland; met betrekking tot de Republiek Costa Rica, het Ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid;

    • c. „uitvoeringsorgaan", met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden, voor wat betreft de takken van sociale verzekeringen genoemd onder artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b en c: het „Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen", en voor wat betreft de onderdelen van sociale verzekeringen genoemd onder artikel 2, eerste lid, onderdelen d, e en f: de „Sociale verzekeringsbank", en voor wat betreft de wetgeving met betrekking tot sociale bijstand: de gemeentelijke autoriteiten of de instanties bevoegd om de functies uit te oefenen die thans door de genoemde organen worden uitgeoefend. Met betrekking tot de Republiek Costa Rica, de „Caja Costarricense del Seguro Social" (Sociale Zekerheidskas van Costa Rica) en de „Dirección Nacional de Pensiones del Ministerio de Trabajo y Seguridad Social" (Nationale Pensioendirectie van het Ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid), of elk lichaam bevoegd om de functies uit te oefenen die thans door genoemde organen worden uitgeoefend;

    • d. „autoriteit", iedere organisatie die betrokken is bij de uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van, onder andere, de bevolkingsregisters, belastingautoriteiten, registers van de burgerlijke stand, arbeidsbureaus, scholen en andere onderwijsinstellingen, handelsautoriteiten, politie en gevangeniswezen, immigratiekantoren en het nationale register;

    • e. „wetgeving", de wetgeving genoemd in artikel 2;

    • f. „uitkering", elke uitkering of elk pensioen in geld ingevolge de wetgeving;

    • g. „uitkeringsgerechtigde", iedere persoon die aanspraak maakt of recht heeft op een uitkering;

    • h. „gezinslid", een persoon die als zodanig wordt omschreven of erkend in de wetgeving;

    • i. „wonen", gewoonlijk wonen;

    • j. „verblijven", tijdelijk wonen.

  • 2 De andere termen die in dit Verdrag worden gebruikt hebben de betekenis die daaraan wordt gegeven in de wetgeving van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Dit Verdrag is van toepassing:

  • 1. Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden, op de Nederlandse wetgeving betreffende de sociale bijstand en de volgende takken van sociale verzekeringen:

    • a. uitkeringen in geval van ziekte en moederschap;

    • b. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor werknemers;

    • c. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor zelfstandigen;

    • d. ouderdomsuitkeringen;

    • e. nabestaandenuitkeringen;

    • f. kinderbijslagen.

  • 2. Met betrekking tot de Republiek Costa Rica, op de wetgeving betreffende de volgende takken van sociale zekerheid:

    • a. uitkeringen in geval van ziekte en moederschap zoals geregeld in de Gezondheidsverzekering van de Socialezekerheidskas van Costa Rica;

    • b. arbeidsongeschiktheids-, ouderdoms- en overlijdensuitkeringen zoals vastgesteld door de Socialezekerheidskas van Costa Rica.

Artikel 3. Personele werkingssfeer [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is dit Verdrag van toepassing op iedere uitkeringsgerechtigde alsmede zijn gezinsleden voorzover zij wonen of verblijven op het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 4. Export van uitkeringen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Het feit dat de uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin woont of verblijft op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen, vormt geen belemmering voor de uitbetaling van de uitkeringen binnen het kader van dit Verdrag.

  • 2 Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op de wetgeving betreffende de sociale bijstand.

  • 3 Het eerste lid laat onverlet Nederlandse wetgeving tot invoering van beperkingen ten aanzien van de betaling van kinderbijslagen met betrekking tot kinderen die wonen of verblijven buiten het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden, of tot uitsluiting van betaling daarvan.

Artikel 5. Identificatie [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Om het recht op het verkrijgen van uitkeringen en de rechtmatigheid van de betalingen krachtens de Costaricaanse of de Nederlandse wetgeving te kunnen vaststellen, is een uitkeringsgerechtigde of zijn gezinslid verplicht zich te identificeren ten overstaan van het uitvoeringsorgaan op het grondgebied waarvan de betrokkene woont of verblijft, door een officieel identiteitsbewijs te tonen. Onder een officieel identiteitsbewijs wordt verstaan een paspoort of een ander geldig identiteitsbewijs afgegeven door de instantie op het grondgebied waarvan de betrokkene woont of verblijft.

  • 2 Het betreffende uitvoeringsorgaan identificeert de uitkeringsgerechtigde of zijn gezinslid op grond van het identiteitsbewijs. Het betrokken uitvoeringsorgaan stelt het uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij ervan in kennis dat de identiteit van de uitkeringsgerechtigde of zijn gezinslid is vastgesteld, door verzending van een gewaarmerkt afschrift van het identiteitsbewijs.

Artikel 6. Verificatie van aanvragen en betalingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Voor de toepassing van dit artikel, betekent „informatie" informatie ter zake van, onder andere, identiteit, adres, gezinssituatie, arbeid, onderwijs, inkomsten, onroerende zaken, gezondheidstoestand, overlijden en vrijheidsontneming.

  • 2 In verband met de aanvraag of de rechtmatigheid van de betaling van uitkeringen, controleert het uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Partij, op verzoek van het uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij, de informatie met betrekking tot de uitkeringsgerechtigde of zijn gezinsleden. Indien nodig wordt de juistheid van de informatie nagegaan bij de autoriteiten. Het uitvoeringsorgaan verstrekt een verklaring van de uitgevoerde verificatie, vergezeld van gewaarmerkte kopieën van de desbetreffende documenten, aan het uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 3 Onverminderd hetgeen is bepaald in het tweede lid, informeert het uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Partij, zonder voorafgaand verzoek en voor zover mogelijk, het uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij over iedere wijziging in de informatie met betrekking tot de uitkeringsgerechtigde of zijn gezinslid.

  • 4 De uitvoeringsorganen van de Verdragsluitende Partijen kunnen zich rechtstreeks tot elkaar wenden, evenals tot de uitkeringsgerechtigden, hun gezinsleden of hun vertegenwoordigers.

  • 5 Onverminderd hetgeen is bepaald in het tweede lid, kunnen de diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers en de uitvoeringsorganen van een Verdragsluitende Partij zich rechtstreeks tot de autoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij, de uitkeringsgerechtigden of hun gezinsleden wenden teneinde het recht op uitkeringen of de rechtmatigheid van de betalingen aan de uitkeringsgerechtigden te controleren.

  • 6 Bij de toepassing van dit Verdrag bieden de autoriteiten hun medewerking en handelen alsof het de toepassing van hun eigen wetgeving betreft. De administratieve bijstand door de autoriteiten is kosteloos. Niettemin kunnen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen de vergoeding van bepaalde kosten overeenkomen.

Artikel 7. Verificatie van informatie in geval van ziekte en invaliditeit [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Op verzoek van het uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Partij wordt het medisch onderzoek van een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin die respectievelijk dat woont of verblijft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, uitgevoerd door het uitvoeringsorgaan van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.

  • 2 Voor de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van de uitkeringsgerechtigde of zijn gezinslid, maken de uitvoeringsorganen van een Verdragsluitende Partij gebruik van de medische en administratieve gegevens die door het uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij worden verstrekt. Niettemin kan het uitvoeringsorgaan van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij de uitkeringsgerechtigde of zijn gezinslid verzoeken zich aan een medisch onderzoek te onderwerpen door een door het uitvoeringsorgaan gekozen arts, dan wel een medisch onderzoek te ondergaan op zijn grondgebied.

  • 3 De uitkeringsgerechtigde of zijn gezinslid is verplicht gehoor te geven aan elke oproep om te verschijnen voor medisch onderzoek. Indien de uitkeringsgerechtigde of zijn gezinslid meent om medische redenen niet in staat te zijn zich te begeven naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, informeert hij onmiddellijk het uitvoeringsorgaan van die Verdragsluitende Partij. In dat geval is hij verplicht een medische verklaring te overleggen die is afgegeven door een arts die daartoe is aangewezen door het uitvoeringsorgaan op het grondgebied waarvan hij woont of verblijft. De verklaring bevat de medische redenen van de onmogelijkheid te reizen alsmede de te verwachten duur van deze onmogelijkheid.

  • 4 De kosten van de in dit artikel bedoelde onderzoeken alsmede, in een voorkomend geval, de reis- en verblijfkosten zijn voor rekening van het uitvoeringsorgaan op verzoek waarvan het onderzoek is uitgevoerd.

Artikel 8. Erkenning van administratieve beslissingen [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke administratieve beslissing inzake de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen of de inning van socialezekerheidspremies en administratieve sancties op grond van de toepasselijke wetgeving, die is genomen door een uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Partij en waartegen geen rechtsmiddelen meer openstaan, wordt door de andere Verdragsluitende Partij erkend.

  • 2 De administratieve beslissing waarnaar het eerste lid verwijst, wordt niet erkend indien de erkenning in strijd is met de openbare orde van de staat waar om erkenning wordt verzocht.

  • 3 De administratieve beslissingen die voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn en die overeenkomstig het eerste en tweede lid zijn erkend, worden door de andere Verdragsluitende Partij ten uitvoer gelegd overeenkomstig de van kracht zijnde wettelijke bepalingen op het grondgebied van deze staat, die de tenuitvoerlegging van vergelijkbare administratieve beslissingen beheersen. De bevestiging dat een beslissing voor tenuitvoerlegging vatbaar is wordt vermeld op het gewaarmerkte afschrift van die beslissing. De bevestiging dat een beslissing ten uitvoer is gelegd wordt medegedeeld aan de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 9. Weigering om te betalen, opschorting en intrekking [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Het uitvoeringsorgaan van een Verdragsluitende Partij kan een uitkering weigeren toe te kennen, of kan de betaling van een uitkering opschorten of intrekken, indien naar zijn oordeel:

  • a. de uitkeringsgerechtigde of zijn gezinslid verzuimt binnen een periode van drie maanden de onderzoeken te ondergaan dan wel de informatie te verstrekken, zoals vereist in artikel 5 en artikel 7, tweede en derde lid, van dit Verdrag, of

  • b. het uitvoeringsorgaan van de andere Verdragsluitende Partij verzuimt binnen een periode van drie maanden informatie te verstrekken of de gevraagde onderzoeken uit te voeren overeenkomstig artikel 5, artikel 6, tweede lid, en artikel 7, eerste lid, van dit Verdrag.

Artikel 10. Bescherming van gegevens [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Wanneer voor de toepassing van dit Verdrag de bevoegde autoriteiten, de uitvoeringsorganen of de autoriteiten van een van de Verdragsluitende Partijen persoonsgegevens mededelen aan de bevoegde autoriteiten of de uitvoeringsorganen van de andere Verdragsluitende Partij, is deze mededeling onderworpen aan de wettelijke bepalingen inzake de bescherming van gegevens van de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt. De verdere verzending, alsmede de opslag, wijziging en vernietiging van gegevens is onderworpen aan de bepalingen van de wetgeving inzake de bescherming van gegevens van de ontvangende Verdragsluitende Partij.

  • 2 Het gebruik van persoonsgegevens voor andere dan socialezekerheidsdoeleinden is onderworpen aan de goedkeuring van de belanghebbende of aan de waarborgen voorzien in de nationale wetgeving.

Artikel 11. Uitvoering van het Verdrag [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De uitvoeringsorganen van beide Verdragsluitende Partijen kunnen, door middel van aanvullende akkoorden, maatregelen vaststellen voor de toepassing van dit Verdrag.

Artikel 12. Taal [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag kunnen de bevoegde autoriteiten, de uitvoeringsorganen en de autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen rechtstreeks met elkaar communiceren in de Engelse taal.

  • 2 Geen enkel document wordt afgewezen omdat het is opgesteld in de officiële taal van een Verdragsluitende Partij.

Artikel 13. Geschillenbeslechting [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen dienen alle redelijke inspanningen te verrichten om gezamenlijke overeenstemming te bereiken over elk geschil inzake.

Artikel 14. Inwerkingtreding van dit Verdrag [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar schriftelijk en langs diplomatieke weg in kennis van de voltooiing van hun respectieve juridische of constitutionele procedures vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.

  • 2 Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van de laatste kennisgeving. Artikel 4 van dit Verdrag treedt voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2003.

  • 3 Het Koninkrijk der Nederlanden past artikel 4 voorlopig toe vanaf de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van ondertekening van dit Verdrag, zonder dat dit een vergelijkbare verplichting voor de Republiek Costa Rica impliceert.

Artikel 15. Toepassing van het Verdrag [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

Artikel 16. Opzegging van het Verdrag [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elk van de Verdragsluitende Partijen kan dit Verdrag te allen tijde schriftelijk en langs diplomatieke weg opzeggen. In geval van opzegging blijft dit Verdrag van kracht tot het einde van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de andere Verdragsluitende Partij de opzegging heeft ontvangen.

TEN BLIJKE waarvan, de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag in tweevoud hebben ondertekend, in de Nederlandse en Spaanse taal, te San José, op de eerste december 2003.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) W.G.J.M. WESSELS

Voor de Republiek Costa Rica

(w.g.) R. TOVAR