Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië inzake de export van socialeverzekeringsuitkeringen, Amman, 17-04-2003

Geldend van 01-04-2006 t/m heden

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië inzake de export van socialeverzekeringsuitkeringen

Authentiek : NL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië inzake de export van socialeverzekeringsuitkeringen

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

geleid door de wens betrekkingen op het gebied van de sociale zekerheid tot stand te brengen;

geleid door de wens de samenwerking tussen de twee Staten te regelen ter waarborging van de naleving van de wetgeving van het ene land in het andere;

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

    • a „grondgebied", met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;

    • b „bevoegde autoriteit", met betrekking tot het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië: de minister van Arbeid/de Voorzitter van de Raad van Bestuur van de Socialezekerheidscorporatie, en met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van Nederland;

    • c „bevoegd orgaan", met betrekking tot het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië: de Socialezekerheidscorporatie, en met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de takken van sociale verzekering bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b en c: het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen, p/a GAK Nederland BV, en betreffende de takken van sociale verzekering bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, e en f: de Sociale Verzekeringsbank of elk lichaam dat bevoegd is taken te verrichten die thans worden uitgevoerd door de genoemde organen;

    • d „wetgeving", de wetgeving met betrekking tot de takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2;

    • e „uitkering", elke uitkering of elk pensioen krachtens de wetgeving;

    • f „uitkeringsgerechtigde", een persoon die een uitkering aanvraagt of recht heeft op een uitkering;

    • g „gezinslid", een persoon die als zodanig wordt omschreven of aangemerkt door de wetgeving;

    • h „wonen", regulier wonen;

    • i „verblijven", tijdelijk wonen;

    • j „uitvoeringsorganen", elke organisatie die betrokken is bij de uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van onder meer de bevolkingsregisters, geboorte-, overlijdens- en huwelijksregisters, scholen en andere onderwijsinstellingen, de politie, het gevangeniswezen en immigratiediensten.

  • 2 Andere in dit Verdrag gebruikte termen hebben de betekenis die daaraan in de toegepaste wetgeving wordt gegeven.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing:

  • 1 Ten aanzien van het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië, op de wetgeving inzake de volgende takken van sociale zekerheid:

    • a verzekering tegen arbeidsongevallen en beroepsziekten;

    • b arbeidsongeschiktheids-, ouderdoms- en nabestaandenverzekeringen.

  • 2 Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden, op de Nederlandse wetgeving inzake de volgende takken van sociale verzekering:

    • a ziekte- en moederschapsuitkeringen;

    • b arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor werknemers;

    • c arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor zelfstandigen;

    • d pensioenuitkeringen;

    • e nabestaandenuitkeringen;

    • f kinderbijslagen.

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is dit Verdrag zowel van toepassing op een uitkeringsgerechtigde als op een lid van zijn gezin voorzover hij woont of verblijft op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 4. Export van uitkeringen

  • 1 Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is een bepaling van de wetgeving van een Verdragsluitende Partij die de betaling van een uitkering beperkt uitsluitend omdat een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Partij woont of verblijft, niet van toepassing ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin die, respectievelijk dat, op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij woont of verblijft.

  • 2 Het eerste lid laat onverlet Nederlandse wetgeving tot invoering van beperkingen ten aanzien van de betaling van kinderbijslagen met betrekking tot kinderen die wonen of verblijven buiten het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden, of tot uitsluiting van betaling daarvan.

Artikel 5. Identificatie

  • 1 Om het recht op een uitkering of op de betaling van een uitkering ingevolge de Jordaanse of Nederlandse wetgeving vast te stellen, is een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin verplicht zich te identificeren door overlegging van een officieel identiteitsbewijs aan het bevoegde orgaan op het grondgebied waarvan de betrokken persoon woont of verblijft. Een officieel identiteitsbewijs is een paspoort of enig ander geldig identiteitsbewijs dat is afgegeven op het grondgebied waar de betrokken persoon woont of verblijft.

  • 2 Het betrokken bevoegde orgaan identificeert de uitkeringsgerechtigde of het lid van zijn gezin aan de hand van een officieel identiteitsbewijs. Het bevoegde orgaan stelt het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij ervan in kennis dat de identiteit van de uitkeringsgerechtigde, of van het lid van zijn gezin, is geverifieerd, door toezending van een gewaarmerkt afschrift van het officiële identiteitsbewijs.

Artikel 6. Verificatie van aanvragen en betalingen

  • 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder „informatie": gegevens betreffende identiteit, adres, gezinssituatie, werk, scholing, inkomen, gezondheidstoestand, overlijden en hechtenis, of alle andere gegevens die relevant zijn voor de uitvoering van dit Verdrag.

  • 2 Met betrekking tot de behandeling van een aanvraag om een uitkering of de betaling van een uitkering, verifieert het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij, op verzoek van het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij, de informatie aangaande een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin. Indien nodig wordt deze verificatie tezamen met de uitvoeringsorganen verricht. Het bevoegde orgaan doet een verklaring inzake verificatie tezamen met gewaarmerkte afschriften van de relevante stukken toekomen aan het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 3 Onverminderd het tweede lid brengt het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij, zonder voorafgaand verzoek en voor zover mogelijk, het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij op de hoogte van wijzigingen in de informatie aangaande een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin.

  • 4 De bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen kunnen zich rechtstreeks tot zowel elkaar wenden als tot de uitkeringsgerechtigde, een lid van zijn gezin of een vertegenwoordiger van de betrokken persoon.

  • 5 Onverminderd het tweede lid is het diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers en de bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij toegestaan zich rechtstreeks in verbinding te stellen met de uitvoeringsorganen van de andere Verdragsluitende Partij teneinde het recht op een uitkering of de betaling van een uitkering te verifiëren.

  • 6 Bij de uitvoering van dit Verdrag zijn de bevoegde organen elkaar behulpzaam en handelen zij als betrof het de uitvoering van hun eigen wetgeving. De administratieve bijstand die door de bevoegde organen wordt verleend, is kosteloos. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen echter overeenkomen dat bepaalde kosten worden vergoed.

Artikel 7. Geneeskundig onderzoek

  • 1 Op het verzoek van het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij wordt het medisch onderzoek ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin die, respectievelijk dat, woont of verblijft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, verricht door het bevoegde orgaan van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.

  • 2 Teneinde de arbeidsgeschiktheid van een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin vast te stellen, maakt het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij gebruik van de door het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij verstrekte medische rapporten en administratieve gegevens. Het bevoegde orgaan van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij kan een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin evenwel verzoeken een geneeskundig onderzoek te ondergaan door een arts naar keuze van het orgaan of op het grondgebied waar het bevoegde orgaan is gevestigd. Een gewaarmerkt geneeskundig rapport wordt via het verzoekende bevoegde orgaan aan het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij overhandigd.

  • 3 De uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin geeft gehoor aan ieder verzoek zich te melden voor een medisch onderzoek. Indien de betrokken persoon om medische redenen niet in staat is te reizen naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, stelt hij het bevoegde orgaan van die Verdragsluitende Partij daarvan onverwijld in kennis. In dat geval dient hij een geneeskundige verklaring over te leggen, afgegeven door een arts die daartoe is aangewezen door het bevoegde orgaan op het grondgebied waarvan hij woont of verblijft. Deze verklaring dient als bewijs van de medische gronden voor de onmogelijkheid te reizen alsmede de verwachte duur daarvan.

  • 4 De kosten van het onderzoek en, naar gelang van het geval, de uitgaven voor reis en verblijf worden voldaan door het bevoegde orgaan op verzoek waarvan het onderzoek wordt verricht.

Artikel 8. Erkenning van beslissingen en uitspraken

  • 1 Iedere beslissing genomen door een bevoegd orgaan in de ene Verdragsluitende Partij waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan en iedere rechterlijke uitspraak gedaan met betrekking tot een dergelijke beslissing waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan, wordt door de andere Verdragsluitende Partij erkend.

  • 2 Een beslissing of uitspraak als bedoeld in het eerste lid wordt niet erkend:

    • a indien een dergelijke erkenning strijdig is met de openbare orde in de Staat waar om erkenning wordt verzocht;

    • b wanneer de beslissing is genomen of uitspraak is gedaan bij verstek, indien de dagvaarding niet naar behoren tijdig aan de gedaagde is betekend zodat hij voor zijn verdediging heeft kunnen zorgen.

  • 3 Voor tenuitvoerlegging van vatbare beslissingen en uitspraken die ingevolge het eerste en tweede lid zijn erkend, worden door de andere Verdragsluitende Partij ten uitvoer gelegd in overeenstemming met de op het grondgebied van die Staat van kracht zijnde wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op de tenuitvoerlegging van soortgelijke beslissingen en uitspraken.

Artikel 9. Weigering te betalen, opschorting, intrekking

Het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij kan weigeren een uitkering toe te kennen of de betaling ervan opschorten of intrekken indien:

  • a een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin heeft verzuimd binnen een tijdvak van drie maanden een onderzoek te ondergaan of informatie te verstrekken zoals vereist ingevolge artikel 5 en artikel 7, tweede en derde lid, van dit Verdrag, of

  • b indien het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij heeft verzuimd binnen een tijdvak van drie maanden de informatie over te leggen of een onderzoek te verrichten zoals vereist ingevolge artikel 5, artikel 6, tweede lid, en artikel 7, eerste lid, van dit Verdrag.

Artikel 10. Bescherming van gegevens

  • 1 Wanneer, krachtens dit Verdrag, de bevoegde autoriteiten of de bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij persoonsgegevens mededelen aan de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van de andere Verdragsluitende Partij, is die mededeling onderworpen aan de door de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt vastgestelde wettelijke bepalingen inzake de bescherming van gegevens. Elke daarop volgende overdracht dan wel opslag, wijziging of vernietiging van de gegevens is onderworpen aan de bepalingen van de wetgeving inzake bescherming van gegevens van de ontvangende Verdragsluitende Partij.

  • 2 Het gebruik van persoonsgegevens voor andere doelen dan die van sociale zekerheid is onderworpen aan de goedkeuring van de betrokken persoon of in overeenstemming met andere waarborgen waarin de nationale wetgeving voorziet.

Artikel 11. Uitvoering van het Verdrag

De bevoegde organen van beide Verdragsluitende Partijen kunnen door middel van aanvullende regelingen maatregelen vaststellen voor de uitvoering van dit Verdrag.

Artikel 12. Taal

  • 1 Ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag kunnen de bevoegde autoriteiten en de bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen rechtstreeks met elkaar communiceren in de Engelse of de Arabische taal.

  • 2 Geen enkel document wordt geweigerd op grond van het enkele feit dat het is opgesteld in een officiële taal van een Verdragsluitende Partij.

Artikel 13. Regeling van geschillen

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen verrichten alle redelijke inspanningen om geschillen die voortvloeien uit de uitlegging of toepassing van dit Verdrag in onderlinge overeenstemming op te lossen.

Artikel 14. Inwerkingtreding

  • 1 De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun respectieve wettelijke of constitutionele procedures vereist voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.

  • 2 Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van de laatste kennisgeving. Artikel 4 treedt voor het Koninkrijk der Nederlanden in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2003.

  • 3 Het Koninkrijk der Nederlanden past artikel 4 voorlopig toe vanaf de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van ondertekening.

Artikel 15. Territoriale toepassing

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

Artikel 16. Beëindiging

Dit Verdrag kan te allen tijde worden beëindigd door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Verdragsluitende Partij. In geval van beëindiging blijft dit Verdrag van kracht tot het einde van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de kennisgeving van beëindiging door de andere Verdragsluitende Partij is ontvangen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Amman, op 17 april 2003, in tweevoud in de Nederlandse en Arabische taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) M. J. DE KWAASTENIET

Voor het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië

(w.g.) MUZAHIM MUHAISIN