Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap [...] lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds, Brussel, 18-11-2002

Geldend van 01-03-2005 t/m heden

Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

Authentiek : NL

Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „lidstaten" genoemd, en

de Europese Gemeenschap, hierna „de Gemeenschap" genoemd,

enerzijds, en

de Republiek Chili,

hierna „Chili" genoemd,

anderzijds,

Gelet op de traditionele banden tussen de partijen en in het bijzonder gezien:

hun gemeenschappelijk cultureel erfgoed en hun nauwe onderlinge historische, politieke en economische banden;

hun volledige verbintenis tot eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, als vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens;

  • hun gehechtheid aan de beginselen van de rechtsstaat en van goed bestuur;

  • de noodzaak de economisch en sociale vooruitgang voor hun bevolking te bevorderen, daarbij rekening houdende met het beginsel van duurzame ontwikkeling en de vereisten van de bescherming van het milieu;

  • de wenselijkheid het kader van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de landen die betrokken zijn bij het integratieproces in Latijns-Amerika te verbreden, teneinde bij te dragen tot een strategische associatie tussen de twee gebieden, zoals daarin is voorzien in de verklaring van de top van staatshoofden en regeringsleiders van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied en de Europese Unie, vastgesteld in Rio de Janeiro op 28 juni 1999;

  • het belang van versterking van de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, zoals dat reeds is vastgesteld in de gezamenlijke verklaring die deel uitmaakt van de kaderovereenkomst inzake samenwerking van 21 juni 1996 tussen de partijen, hierna de „kaderovereenkomst inzake samenwerking" genoemd;

  • het belang dat de partijen hechten aan

    • – het coördineren van hun standpunten en het ondernemen van gezamenlijke initiatieven in toepasselijke internationale fora;

    • – de beginselen en waarden die zijn vastgelegd in de slotverklaring van de wereldtop inzake sociale ontwikkeling, die in maart 1995 in Kopenhagen is gehouden;

    • – de beginselen en regels die van toepassing zijn op de internationale handel, met name zoals deze zijn neergelegd in de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (hierna „WTO" genoemd), en de noodzaak deze transparant en zonder discriminatie uit te voeren;

    • – de bestrijding van alle vormen van terrorisme, en hun verbintenis tot instelling van effectieve internationale mechanismen om het terrorisme uit te bannen;

  • de wenselijkheid een culturele dialoog in te stellen teneinde tot een beter wederzijds begrip tussen de partijen te komen en de bestaande traditionele, culturele en natuurlijke banden tussen de burgers van beide partijen te bevorderen;

  • het belang van de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Chili van 20 december 1990 en van de kaderovereenkomst inzake samenwerking voor de ondersteuning en stimulering van de tenuitvoerlegging van deze processen en beginselen,

Hebben besloten deze overeenkomst te sluiten1:

DEEL I. ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN

TITEL I. AARD EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DE OVEREENKOMST

Artikel 1. Beginselen

  • 1 De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.

  • 2 Bevordering van duurzame economische en sociale ontwikkeling en rechtvaardige verdeling van de voordelen die de associatie biedt, zijn leidende beginselen voor de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst.

  • 3 De partijen bevestigen opnieuw het belang dat zij hechten aan het beginsel van goed bestuur.

Artikel 2. Doelstelling en toepassingsgebied

  • 1 Deze overeenkomst brengt een politieke en economische associatie tussen de partijen tot stand, die gebaseerd is op wederkerigheid, wederzijds belang en verdieping van de betrekkingen op alle toepasselijke gebieden.

  • 2 Het associatieproces leidt tot toenemende verstandhouding en samenwerking tussen de partijen en is gestructureerd rond de instanties die bij de overeenkomst worden ingesteld.

  • 3 Deze overeenkomst heeft in het bijzonder betrekking op politieke betrekkingen, handel, economie en financiën, wetenschap en technologie, sociale vraagstukken, cultuur en samenwerking. De overeenkomst kan worden uitgebreid tot andere door de partijen nader overeen te komen terreinen.

  • 4 Overeenkomstig bovenstaande doelstellingen voorziet deze overeenkomst in:

    • a. intensivering van de politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, die gevoerd wordt door middel van bijeenkomsten op verschillende niveaus;

    • b. versterking van de samenwerking op het gebied van de politieke betrekkingen, handel, economie en financiën, wetenschap en technologie, sociale vraagstukken, cultuur en samenwerking, alsmede andere gebieden van wederzijds belang;

    • c. uitbreiding van de deelname van de partijen aan kaderprogramma's, specifieke programma's en andere activiteiten van de andere partij, voor zover de interne procedures van iedere partij voor de toegang tot de betrokken programma's en activiteiten zulks toelaten, een en ander overeenkomstig het bepaalde in deel III van deze overeenkomst;

    • d. uitbreiding en diversificatie van de bilaterale handelsbetrekkingen tussen de partijen, overeenkomstig de bepalingen van de WTO en de specifieke doelstellingen en bepalingen in deel IV van deze overeenkomst.

TITEL II. INSTITUTIONEEL KADER

Artikel 3. Associatieraad

  • 1 Er wordt een Associatieraad ingesteld, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst. De Associatieraad komt op ministerieel niveau bijeen met regelmatige tussenpozen van niet meer dan twee jaar, en wanneer de omstandigheden zulks vereisen in buitengewone vergadering, indien de partijen daartoe gezamenlijk besluiten.

  • 2 De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale, multilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

  • 3 De Associatieraad behandelt voorstellen en aanbevelingen van de partijen die strekken tot verbetering van de tenuitvoerlegging van de overeenkomst.

Artikel 4. Samenstelling en reglement van orde

  • 1 De Associatieraad bestaat uit enerzijds de voorzitter van de Raad van de Europese Unie, bijgestaan door de Secretaris-generaal/Hoge Vertegenwoordiger, de volgende voorzitter, andere leden van de Raad van de Europese Unie of hun vertegenwoordigers en leden van de Europese Commissie, en anderzijds de minister van Buitenlandse Zaken van Chili.

  • 2 De Associatieraad stelt zijn reglement van orde vast.

  • 3 De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van de Associatieraad vast te stellen voorwaarden.

  • 4 De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en de minister van Buitenlandse Zaken van Chili, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de Associatieraad.

Artikel 5. Beslissingsbevoegdheid

  • 1 Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in de overeenkomst worden genoemd.

  • 2 De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die voor de uitvoering ervan de nodige maatregelen treffen overeenkomstig de interne regelgeving van elke partij.

  • 3 De Associatieraad kan tevens alle nuttige aanbevelingen doen.

  • 4 De Associatieraad neemt besluiten en doet aanbevelingen bij overeenstemming tussen de partijen.

Artikel 6. Associatiecomité

  • 1 De Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Associatiecomité, dat bestaat uit enerzijds vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van de leden van de Europese Commissie en anderzijds vertegenwoordigers van de regering van Chili, gewoonlijk hogere ambtenaren.

  • 2 Het Associatiecomité wordt belast met de algemene tenuitvoerlegging van de overeenkomst.

  • 3 De Associatieraad stelt het reglement van orde van het Associatiecomité vast.

  • 4 Het Associatiecomité heeft beslissingsbevoegdheid in de gevallen waarin de overeenkomst voorziet en op de terreinen waarop de Associatieraad het Associatiecomité bevoegdheden heeft toegekend. In dat geval neemt het Associatiecomité zijn besluiten overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.

  • 5 Het Associatiecomité komt als algemene regel eenmaal per jaar bijeen voor een algehele toetsing van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, beurtelings in Brussel en in Chili. De datum en de agenda worden tevoren door de partijen in onderling overleg vastgesteld. In onderling overleg kunnen buitengewone vergaderingen worden uitgeschreven op verzoek van een partij. Het voorzitterschap van het Associatiecomité wordt bij toerbeurt bekleed door vertegenwoordigers van de partijen.

Artikel 7. Speciale commissies

  • 1 De Associatieraad wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door de speciale commissies die bij deze overeenkomst worden ingesteld.

  • 2 De Associatieraad kan besluiten tot instelling van speciale commissies.

  • 3 De Associatieraad stelt een reglement van orde vast waarin de samenstelling en de werkwijze van deze commissies worden geregeld, voor zover deze overeenkomst daarin niet voorziet.

Artikel 8. Politieke dialoog

De politieke dialoog tussen de partijen wordt gevoerd binnen het kader waarin is voorzien in deel II.

Artikel 9. Parlementair Associatiecomité

  • 1 Er wordt een Parlementair Associatiecomité opgericht. Dit dient als forum waar leden van het Europees Parlement en leden van het Chileens National Congres (Congreso Nacional de Chile) elkaar kunnen ontmoeten en van gedachten kunnen wisselen. Het comité komt bijeen met door het comité zelf te bepalen tussenpozen.

  • 2 Het Parlementair Associatiecomité bestaat uit enerzijds leden van het Europees Parlement en anderzijds leden van het Nationaal Congres van Chili.

  • 3 Het Parlementair Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

  • 4 Het Parlementair Associatiecomité wordt bij toerbeurt voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Europees Parlement en een vertegenwoordiger van het Nationaal Congres van Chili, overeenkomstig in het reglement van orde vast te stellen bepalingen.

  • 5 Het Parlementair Associatiecomité kan de Associatieraad om relevante inlichtingen over de tenuitvoerlegging van de overeenkomst verzoeken. De Associatieraad verstrekt het Parlementair Associatiecomité de verlangde informatie.

  • 6 Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad.

  • 7 Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.

Artikel 10. Gemengd Raadgevend Comité

  • 1 Er wordt een Gemengd Raadgevend Comité opgericht, dat tot taak heeft de Associatieraad bij te staan om de dialoog en de samenwerking tussen economische en maatschappelijke organisaties van de civiele samenleving in de Europese Unie en in Chili te bevorderen. De dialoog en de samenwerking betreffen alle economische en sociale aspecten van de betrekkingen tussen de Gemeenschap en Chili die in de context van de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst aan de orde komen. Het comité kan zijn standpunt uiten over vraagstukken die in dit verband aan de orde komen.

  • 2 Het Gemengd Raadgevend Comité bestaat uit een gelijk aantal leden van enerzijds het Europees Economisch en Sociaal Comité en anderzijds de daarmee overeenkomende instelling die zich in de Republiek Chili met economische en sociale aangelegenheden bezighoudt.

  • 3 Het Gemengd Raadgevend Comité verricht zijn werkzaamheden op verzoek van de Associatieraad of op eigen initiatief, ter bevordering van de dialoog tussen de verschillende economische en maatschappelijke vertegenwoordigers.

  • 4 Het Gemengd Raadgevend Comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 11. Civiele samenleving

De partijen bevorderen regelmatige bijeenkomsten van vertegenwoordigers van de civiele samenleving in Chili en in de Europese Unie, waaronder de academische gemeenschap en de sociale en economische partners, teneinde hen op de hoogte te houden over de uitvoering van de overeenkomst en advies in te winnen voor mogelijke verbetering daarvan.

DEEL II. POLITIEKE DIALOOG

Artikel 12. Doelstellingen

  • 1 De partijen komen overeen hun regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale kwesties van wederzijds belang te versterken. Zij streven ernaar deze politieke dialoog te versterken en te verdiepen om de bij deze overeenkomst ingestelde associatie te consolideren.

  • 2 De voornaamste doelstelling van de politieke dialoog tussen de partijen is het bevorderen, verspreiden, verder ontwikkelen en gezamenlijk verdedigen van de democratische waarden, zoals de eerbiediging van de mensenrechten, de vrijheid van het individu en de beginselen van de rechtsstaat, die aan de grondslag liggen van een democratische samenleving.

  • 3 Met dit doel voor ogen bespreken de partijen gezamenlijke initiatieven, en wisselen zij daarover informatie uit, met betrekking tot alle vraagstukken van wederzijds belang en alle andere internationale vraagstukken, teneinde gemeenschappelijke doelstellingen na te streven, in het bijzonder veiligheid, stabiliteit, democratie en regionale ontwikkeling.

Artikel 13. Mechanismen

  • 1 De partijen komen overeen dat de politieke dialoog tussen hen gevoerd wordt door middel van:

    • a. regelmatige bijeenkomsten van staatshoofden en regeringsleiders;

    • b. periodieke bijeenkomsten van ministers van Buitenlandse Zaken;

    • c. bijeenkomsten van andere ministers voor het bespreken van aangelegenheden van wederzijds belang, wanneer de partijen menen dat deze bijeenkomsten tot nauwere betrekkingen zullen leiden;

    • d. jaarlijkse bijeenkomsten van hoge ambtenaren van beide partijen.

  • 2 De partijen besluiten over de voor de bovengenoemde bijeenkomsten toe te passen procedures.

  • 3 De in lid 1, onder b), genoemde periodieke bijeenkomsten van de ministers van Buitenlandse Zaken vinden plaats in het kader van de Associatieraad die bij artikel 3 wordt ingesteld, of bij andere overeen te komen gelegenheden van gelijkwaardig niveau.

  • 4 De partijen maken tevens zo veel mogelijk gebruik van de diplomatieke kanalen.

Artikel 14. Samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid

De partijen coördineren zo veel mogelijk hun standpunten en ondernemen gezamenlijke initiatieven in toepasselijke internationale fora, en werken samen op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid.

Artikel 15. Samenwerking bij de bestrijding van terrorisme

De partijen komen overeen samen te werken bij het bestrijden van terrorisme, overeenkomstig internationale afspraken en hun respectieve wet- en regelgeving. Zij doen dit in het bijzonder:

  • a. in het kader van de volledige tenuitvoerlegging van resolutie 1373 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en andere relevante resoluties van de Verenigde Naties, internationale afspraken en instrumenten;

  • b. door uitwisseling van informatie over terroristische groeperingen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het internationale en binnenlandse recht;

  • c. door uitwisseling van inzichten over methoden om het terrorisme te bestrijden, onder meer op technisch gebied en wat betreft opleiding, en door uitwisseling van ervaringen met betrekking tot het voorkomen van terrorisme.

DEEL III. SAMENWERKING

Artikel 16. Algemene doelstellingen

  • 1 De partijen brengen nauwe samenwerking tot stand, die onder meer gericht is op:

    • a. versterking van de institutionele capaciteit tot ondersteuning van de democratie, de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden;

    • b. stimulering van sociale ontwikkeling, die samen moet gaan met economische ontwikkeling en bescherming van het milieu. De partijen kennen bijzondere prioriteit toe aan de eerbiediging van sociale basisrechten;

    • c. bevordering van productieve synergie, waardoor nieuwe mogelijkheden worden geschapen voor handel en investeringen en concurrentievermogen en innovatie worden gestimuleerd;

    • d. intensivering en verbreding van de samenwerkingsacties met inachtneming van de associatiebetrekkingen tussen de partijen.

  • 2 De partijen bevestigen opnieuw het belang van economische, financiële en technische samenwerking als middelen om bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen en beginselen die uit deze overeenkomst voortvloeien.

TITEL I. ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel 17. Industriële samenwerking

  • 1 De industriële samenwerking ondersteunt en bevordert beleidsmaatregelen op industriegebied om de inspanningen van de partijen te ontwikkelen en te consolideren en een dynamische, geïntegreerde en gedecentraliseerde aanpak van het beheer van de industriële samenwerking tot stand te brengen, teneinde een klimaat te scheppen waarin de belangen van beide partijen worden gediend.

  • 2 De kerndoelen zijn:

    • a. het bevorderen van contacten tussen bedrijven uit beide partijen teneinde sectoren van wederzijds belang te identificeren, met name wat betreft industriële samenwerking, overdracht van technologie, handel en investeringen;

    • b. stimulering en versterking van dialoog en uitwisseling van ervaring tussen netwerken van Europese en Chileense bedrijven;

    • c. bevordering van projecten op het gebied van industriële samenwerking, waaronder projecten die een uitvloeisel zijn van het proces van privatisering en openstelling van de Chileense economie. De projecten kunnen betrekking hebben op de totstandbrenging van vormen van infrastructuur met Europese investeringen door middel van industriële samenwerking tussen bedrijven;

    • d. versterking van innovatie, diversificatie, modernisering, ontwikkeling en productkwaliteit in het bedrijfsleven.

Artikel 18. Samenwerking inzake normen, technische regelgeving en procedures voor conformiteitsbeoordeling

  • 1 Samenwerking op het gebied van normalisatie, technische regelgeving en conformiteitsbeoordeling is van groot belang om technische belemmeringen voor de handel terug te dringen en het ontstaan ervan te voorkomen, en het goede verloop van de liberalisering van de handel, zoals daarin wordt voorzien in deel IV, titel II, te waarborgen.

  • 2 De samenwerking tussen de partijen bevordert hun inspanningen ten aanzien van:

    • a. samenwerking op regelgevingsgebied;

    • b. de verenigbaarheid van technische regelgeving op basis van internationale en Europese normen;

    • c. technische bijstand voor het opzetten van een netwerk van instanties voor conformiteitsbeoordeling die op niet-discriminatoire grondslag werken.

  • 3 In de praktijk beoogt de samenwerking:

    • a. bevordering van alle maatregelen die de kloof tussen de partijen wat betreft conformiteitsbeoordeling en normalisatie kunnen helpen overbruggen;

    • b. onderlinge verlening van organisatorische ondersteuning door de partijen ter bevordering van de totstandkoming van regionale netwerken en instanties, en bevordering van de coördinatie van beleid om een gezamenlijke aanpak voor de toepassing van internationale en regionale normen en van vergelijkbare technische regelgeving en procedures voor conformiteitsbeoordeling te stimuleren;

    • c. aanmoediging van maatregelen om de systemen van de partijen voor de genoemde terreinen nader tot elkaar te brengen en hun compatibiliteit te verbeteren, zulks door transparantie, goede regelgevingspraktijken en bevordering van kwaliteitsnormen voor producten en handelspraktijken.

Artikel 19. Samenwerking met betrekking tot het midden- en kleinbedrijf

  • 1 De partijen streven naar een klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf.

  • 2 De samenwerking omvat onder meer:

    • a. technische bijstand;

    • b. conferenties, seminars, onderzoek naar industriële en technische mogelijkheden, deelname aan discussiebijeenkomsten en algemene en sectorale handelsbeurzen;

    • c. het bevorderen van contacten tussen bedrijven, het stimuleren van gezamenlijke investeringen en het tot stand brengen van gezamenlijke ondernemingen en informatienetwerken door middel van bestaande horizontale programma's;

    • d. het vergemakkelijken van de toegang tot kredieten, het verstrekken van informatie en het stimuleren van innovatie.

Artikel 20. Samenwerking op het gebied van diensten

Met inachtneming van de algemene WTO-overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS) en binnen het kader van hun bevoegdheden steunen en intensiveren de partijen hun onderlinge samenwerking, overeenkomstig het groeiende belang van de dienstensector voor de ontwikkeling en groei van hun economieën. Gestreefd wordt naar sterkere samenwerking om de ontwikkeling en diversificatie van de productiviteit en de concurrentiepositie van de Chileense dienstensector te bevorderen. De partijen zullen nader bepalen op welke sectoren de samenwerking zal worden geconcentreerd, rekening houdende met de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. De activiteiten worden met name gericht op het midden- en kleinbedrijf, om dit te helpen beter toegang te krijgen tot kapitaal en markttechnologieën. In dit verband wordt bijzondere aandacht geschonken aan bevordering van de handel tussen de partijen en derde landen.

Artikel 21. Stimulering van investeringen

  • 1 De samenwerking moet de partijen helpen om, binnen het kader van hun bevoegdheden, een aantrekkelijk en stabiel klimaat voor wederzijdse investeringen tot stand te brengen.

  • 2 De samenwerking omvat in het bijzonder:

    • a. totstandbrenging van mechanismen voor informatieverstrekking, identificatie en bekendmaking van investeringsregels en investeringsmogelijkheden;

    • b. ontwikkeling van een juridisch kader voor de partijen dat gunstig is voor investeringen, waar nodig door sluiting tussen de lidstaten en Chili van bilaterale overeenkomsten ter bescherming en stimulering van investeringen en ter vermijding van dubbele belastingheffing;

    • c. uitvoering van activiteiten op het gebied van technische bijstand voor opleidingsinitiatieven door de bevoegde instanties van de partijen;

    • d. ontwikkeling van uniforme vereenvoudigde administratieve procedures.

Artikel 22. Samenwerking op het gebied van energie

  • 1 De samenwerking tussen de partijen beoogt de consolidering van hun economische betrekkingen in belangrijke sectoren als waterkracht, olie en gas, duurzame energiebronnen, technologie voor energiebesparing en elektrificatie van het platteland.

  • 2 Doelstellingen van de samenwerking zijn onder meer:

    • a. uitwisseling van informatie in alle geschikte vormen, onder meer door de ontwikkeling van databanken voor gebruik door de instellingen van beide partijen, opleiding en conferenties;

    • b. overdracht van technologie;

    • c. diagnostisch onderzoek, vergelijkende analyse en tenuitvoerlegging van programma's door instellingen van beide partijen;

    • d. deelname van ondernemingen en overheidsinstellingen uit de twee regio's aan projecten voor technologische ontwikkeling en gezamenlijke infrastructuur, met inbegrip van netwerken met andere landen in de regio;

    • e. sluiting van specifieke overeenkomsten op belangrijke gebieden van wederzijds belang, waar van toepassing;

    • f. bijstand aan Chileense instellingen die zich bezighouden met energievraagstukken en het formuleren van energiebeleid.

Artikel 23. Vervoer

  • 1 De samenwerking wordt geconcentreerd op herstructurering en modernisering van de vervoerssystemen van Chili, verbetering van het personen- en goederenverkeer en verbetering van de toegang tot de markt voor het stads-, lucht-, zee-, rail- en wegvervoer door verbetering van het operationele en administratieve beheer en bevordering van de toepassing van exploitatienormen.

  • 2 De samenwerking omvat onder meer:

    • a. uitwisseling van informatie over het beleid van de partijen, met name wat betreft stadsvervoer en koppeling en interoperabiliteit van multimodale vervoersnetwerken, alsmede andere terreinen van gemeenschappelijk belang;

    • b. opleidingsprogramma's op het gebied van economie, recht en technische onderwerpen voor het bedrijfsleven en voor hogere ambtenaren;

    • c. samenwerkingsprojecten gericht op overdracht van Europese technologieën op het gebied van het wereldwijde satellietnavigatiesysteem GNSS en centra voor het openbaar stadsvervoer.

Artikel 24. Samenwerking op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling; sanitaire en fytosanitaire maatregelen

  • 1 De samenwerking op dit terrein moet beleidsmaatregelen op landbouwgebied steunen en stimuleren, teneinde het streven van de partijen naar duurzame landbouw en agrarische en rurale ontwikkeling te bevorderen en te consolideren.

  • 2 De samenwerking is met name gericht op capaciteitsopbouw, infrastructuur en overdracht van technologie. In dit verband wordt aandacht geschonken aan:

    • a. specifieke projecten voor ondersteuning van sanitaire en fytosanitaire maatregelen en maatregelen met betrekking tot milieu en voedselkwaliteit, rekening houdende met de wetgeving van de partijen en in overeenstemming met de regels van de WTO en andere internationale organisaties op dit terrein;

    • b. diversificatie en herstructurering van de agrarische sectoren;

    • c. uitwisseling van informatie, onder andere over de ontwikkeling van het landbouwbeleid van de partijen;

    • d. technische bijstand voor de verhoging van de productiviteit en de uitwisseling van alternatieve gewastechnologieën;

    • e. wetenschappelijke en technologische experimenten;

    • f. maatregelen ter verbetering van de kwaliteit van landbouwproducten en ter ondersteuning van handelspromotie;

    • g. technische bijstand ter versterking van de systemen voor sanitaire en fytosanitaire controle, teneinde zo veel mogelijk ondersteuning te bieden voor bevordering van overeenkomsten inzake equivalentie en wederzijdse erkenning.

Artikel 25. Visserij

  • 1 Gezien het belang van het visserijbeleid voor hun onderlinge betrekkingen verbinden de partijen zich tot nauwere economische en technische samenwerking, die kan leiden tot bilaterale en/of multilaterale overeenkomsten inzake de visserij op volle zee.

  • 2 Bovendien onderstrepen de partijen het belang dat zij hechten aan de naleving van de wederzijdse verbintenissen die vervat zijn in het door hen op 25 januari 2001 ondertekende memorandum van overeenstemming.

Artikel 26. Samenwerking op douanegebied

  • 1 De partijen bevorderen en vergemakkelijken samenwerking tussen hun douaneorganisaties, teneinde te zorgen voor de verwezenlijking van de in artikel 79 genoemde doelstellingen, met name met het oog op vereenvoudiging van de douaneprocedures en vereenvoudiging van rechtmatige handel, met behoud van hun mogelijkheden tot controle.

  • 2 Onverminderd de samenwerking die bij deze overeenkomst wordt ingesteld, verlenen de douaneautoriteiten elkaar bijstand overeenkomstig het protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken tussen de administratieve autoriteiten van 13 juni 2001 bij de kaderovereenkomst inzake samenwerking.

  • 3 De samenwerking moet onder meer leiden tot:

    • a. verlening van technische bijstand, waar nodig mede inhoudende de organisatie van seminars en het aanbieden van stageplaatsen;

    • b. ontwikkeling en uitwisseling van beste praktijken;

    • c. verbetering en vereenvoudiging van douanekwesties die verband houden met markttoegang en oorsprongsregels en de daarop betrekking hebbende douaneregelingen.

Artikel 27. Statistische samenwerking

  • 1 Het belangrijkste doel is de harmonisatie van methoden, waardoor de partijen gebruik kunnen maken van elkaars statistieken voor de handel in goederen en diensten, en in het algemeen voor elk onder de overeenkomst vallend gebied waarvoor statistieken kunnen worden opgesteld.

  • 2 De samenwerking is vooral gericht op:

    • a. kwalificatie van statistische methoden, zodat de verkregen indicatoren voor de partijen vergelijkbaar zijn;

    • b. uitwisseling op wetenschappelijk en technisch gebied met instellingen voor statistiek in de lidstaten van de Europese Unie en met Eurostat;

    • c. statistisch onderzoek met het oog op de ontwikkeling van gemeenschappelijke methoden voor het verzamelen, analyseren en interpreteren van gegevens;

    • d. organisatie van seminars en werkgroepen;

    • e. opleidingsprogramma's op het gebied van de statistiek, waaraan ook door andere landen in de regio kan worden deelgenomen.

Artikel 28. Samenwerking op milieugebied

  • 1 Doel van de samenwerking is het bevorderen van behoud en verbetering van het milieu, het voorkomen van besmetting van en schade aan natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen, en het rationele gebruik daarvan in het streven naar duurzame ontwikkeling.

  • 2 In dit verband zijn de volgende punten van bijzonder belang:

    • a. het verband tussen armoede en het milieu;

    • b. het milieueffect van economische activiteiten;

    • c. milieuproblemen en beheer van het bodemgebruik;

    • d. projecten ter versterking van de milieustructuren en het milieubeleid van Chili;

    • e. uitwisseling van informatie, technologie en ervaring, onder meer betreffende milieunormen en -modellen en opleiding en onderwijs op milieugebied;

    • f. milieuvoorlichting en milieueducatie om de betrokkenheid van burgers te vergroten;

    • g. technische bijstand en gezamenlijke regionale onderzoeksprogramma's.

Artikel 29. Bescherming van de consument

De samenwerking op dit gebied is gericht op de harmonisatie van de regelingen van de partijen voor de bescherming van de consument en dient voor zover mogelijk de volgende doelen te beogen:

  • a. betere onderlinge verenigbaarheid van de consumentenwetgeving, teneinde handelsbelemmeringen te voorkomen;

  • b. ontwikkeling van systemen voor wederzijdse informatieverstrekking over gevaarlijke goederen en onderlinge koppeling van die systemen (systemen voor snelle waarschuwing);

  • c. uitwisseling van informatie en van deskundigen en aanmoediging van samenwerking tussen de consumentenorganisaties van de partijen;

  • d. projecten voor opleiding en technische bijstand.

Artikel 30. Gegevensbescherming

  • 1 De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens, teneinde het beschermingsniveau te verhogen en belemmeringen te voorkomen voor handel waarbij overbrenging van persoonsgegevens noodzakelijk is.

  • 2 In het kader van de samenwerking op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens kan technische bijstand worden verleend in de vorm van uitwisseling van informatie en uitwisseling van deskundigen en het opzetten van gezamenlijke programma's en projecten.

Artikel 31. Macro-economische dialoog

  • 1 De partijen bevorderen de uitwisseling van informatie over hun macro-economisch beleid en macro-economische trends en uitwisseling van ervaringen op het gebied van de coördinatie van macro-economisch beleid in de context van regionale integratie.

  • 2 Met dit doel voor ogen streven de partijen naar een diepgaander dialoog tussen hun autoriteiten over macro-economische aangelegenheden, teneinde ideeën en opinies uit te wisselen over vraagstukken als:

    • a. macro-economische stabilisatie;

    • b. consolidatie van de overheidsfinanciën;

    • c. fiscaal beleid;

    • d. monetair beleid;

    • e. financieel beleid en financiële regelgeving;

    • f. financiële integratie en openstelling van de kapitaalrekening;

    • g. wisselkoersbeleid;

    • h. internationale financiële architectuur en hervorming van het internationaal monetair stelsel;

    • i. coördinatie van het macro-economisch beleid.

  • 3 De samenwerking wordt uitgevoerd door middel van:

    • a. bijeenkomsten van de macro-economische autoriteiten;

    • b. organisatie van seminars en conferenties;

    • c. aanbieding van opleidingsmogelijkheden indien daar vraag naar is;

    • d. uitvoering van studies naar vraagstukken van wederzijds belang.

Artikel 32. Intellectuele-eigendomsrechten

  • 1 De partijen komen overeen elk naar eigen vermogen samen te werken ten aanzien van de uitoefening, de ondersteuning, de verspreiding, de stroomlijning, het beheer, de harmonisatie, de bescherming en de effectieve toepassing van intellectuele-eigendomsrechten, de voorkoming van schending van dergelijke rechten, de bestrijding van namaak en piraterij, en de oprichting en versterking van nationale organisaties voor controle op en bescherming van dergelijke rechten.

  • 2 De technische samenwerking kan worden geconcentreerd op een of meer van de onderstaande activiteiten:

    • a. adviesverlening op wetgevingsgebied: commentaar op wetsontwerpen betreffende de algemene bepalingen en grondbeginselen van de in artikel 170 opgesomde internationale overeenkomsten, auteursrechten en naburige rechten, handelsmerken, geografische aanduidingen, traditionele uitdrukkingen en aanvullende kwaliteitsvermeldingen, industriële ontwerpen, octrooien, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, bescherming van niet openbaar gemaakte informatie, bestrijding van concurrentieverstorende gedragingen in licentieovereenkomsten, handhaving en andere aangelegenheden met betrekking tot de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten;

    • b. adviesverlening met betrekking tot de organisatie van de administratieve infrastructuur, zoals octrooibureaus, incasso-organisaties en dergelijke;

    • c. opleiding op het gebied van technieken voor administratie en beheer van intellectuele-eigendomsrechten;

    • d. specifieke opleiding van rechters en douane- en politiefunctionarissen met het oog op effectiever rechtshandhaving;

    • e. voorlichting voor het bedrijfsleven en de civiele samenleving.

Artikel 33. Overheidsopdrachten

De samenwerking tussen de partijen op dit terrein is gericht op de verlening van technische bijstand voor aangelegenheden in verband met overheidsopdrachten, met name op het niveau van gemeenten.

Artikel 34. Samenwerking op het gebied van toerisme

  • 1 De partijen bevorderen samenwerking om het toerisme te ontwikkelen.

  • 2 De samenwerking is met name gericht op:

    • a. projecten voor de ontwikkeling en consolidering van toeristische producten en diensten die van wederzijds belang zijn of die aantrekkelijk zijn voor andere markten van wederzijds belang;

    • b. consolidatie van de instroom van toeristen met verre bestemming;

    • c. versterking van de kanalen voor bevordering van het toerisme;

    • d. onderwijs en opleiding op toeristisch gebied;

    • e. technische bijstand en proefprojecten voor de ontwikkeling van toerisme voor speciale doelgroepen;

    • f. uitwisseling van informatie over bevordering van het toerisme, integrale planning van toeristische bestemmingen en de kwaliteit van de dienstverlening;

    • g. gebruikmaking van promotie-instrumenten om het toerisme op plaatselijk niveau te ontwikkelen.

Artikel 35. Samenwerking op het gebied van de mijnbouw

De partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op het gebied van de mijnbouw te bevorderen, in het bijzonder door het sluiten van overeenkomsten gericht op:

  • a. bevordering van de uitwisseling van informatie over en ervaring met schone technologieën voor de mijnbouw;

  • b. bevordering van gezamenlijke inspanningen om wetenschappelijke en technologische initiatieven op het gebied van de mijnbouw op te zetten.

TITEL II. WETENSCHAP, TECHNOLOGIE EN INFORMATIEMAATSCHAPPIJ

Artikel 36. Samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie

  • 1 De samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie, die tot wederzijds voordeel van de partijen en overeenkomstig hun beleid wordt uitgevoerd, met name wat de regels voor het gebruik van uit onderzoek voortvloeiende intellectuele eigendom betreft, is gericht op:

    • a. beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie en ervaring op regionaal niveau, met name ten aanzien van beleid en programma's;

    • b. bevordering van duurzame banden tussen de wetenschapskringen van de Gemeenschap en van Chili;

    • c. intensivering van de activiteiten ter bevordering van innovatie en van contacten en overdracht van technologie tussen Chileense en Europese partners.

  • 2 Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de ontwikkeling van het menselijk potentieel, als reële, duurzame basis voor wetenschappelijke en technologische topprestaties, en de opbouw van permanente banden de tussen de wetenschappelijke en technologische gemeenschappen van de partijen, op zowel nationaal als regionaal niveau.

  • 3 De volgende vormen van samenwerking worden aangemoedigd:

    • a. gezamenlijke projecten voor toegepast onderzoek op gebieden van gemeenschappelijk belang, met indien van toepassing actieve deelname van het bedrijfsleven;

    • b. uitwisselingen van onderzoekers ter bevordering van de voorbereiding van projecten, scholing op hoog niveau en onderzoek;

    • c. bijeenkomsten van wetenschappers ter bevordering van uitwisseling van informatie en interactie en tot vaststelling van gebieden voor gezamenlijk onderzoek;

    • d. stimulering van activiteiten in verband met prospectief wetenschappelijk en technologisch onderzoek die bijdragen tot de ontwikkeling van beide partijen op de lange termijn;

    • e. totstandbrenging van koppelingen tussen de openbare en de particuliere sector.

  • 4 Voorts worden de evaluatie van gezamenlijke werkzaamheden en de verspreiding van resultaten bevorderd.

  • 5 Instellingen voor hoger onderwijs, onderzoekscentra en productieve sectoren, waaronder het midden- en kleinbedrijf, van beide partijen worden op gepaste wijze bij de samenwerking betrokken.

  • 6 In het streven naar wetenschappelijke topprestaties van wederzijds voordeel bevorderen de partijen de deelname van hun entiteiten aan elkaars technologie- en ontwikkelingsprogramma's, overeenkomstig hun bepalingen inzake de deelname van rechtspersonen uit derde landen.

Artikel 37. Informatiemaatschappij, informatietechnologie en telecommunicatie

  • 1 Informatietechnologie en communicatie zijn sleutelsectoren van de moderne samenleving, die van vitaal belang zijn voor de economische en sociale ontwikkeling en voor een soepele overgang naar de informatiemaatschappij.

  • 2 De samenwerking op dit terrein beoogt met name de bevordering van:

    • a. de dialoog inzake de diverse aspecten van de informatiemaatschappij, waaronder het bevorderen van en het toezicht op de totstandbrenging daarvan;

    • b. samenwerking inzake regelgevings- en beleidsaspecten van telecommunicatie;

    • c. de uitwisseling van informatie over normen, conformiteitsbeoordeling en typegoedkeuring;

    • d. de verspreiding van nieuwe informatie- en telecommunicatietechnologieën;

    • e. gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie en proefprojecten op het gebied van toepassingen van de informatiemaatschappij;

    • f. de uitwisseling en opleiding van met name jonge specialisten;

    • g. de uitwisseling en verspreiding van ervaringen die zijn opgedaan in het kader van overheidsinitiatieven waarin informatietechnologie wordt toegepast in maatschappelijk verband.

TITEL III. CULTUUR, ONDERWIJS EN AUDIOVISUELE MEDIA

Artikel 38. Onderwijs en opleiding

  • 1 De partijen verlenen binnen de grenzen van hun bevoegdheden aanzienlijke steun aan kleuteronderwijs, basisonderwijs, voortgezet onderwijs en hoger onderwijs, beroepsopleiding en permanente educatie. Binnen deze gebieden wordt bijzondere aandacht geschonken aan de toegang tot het onderwijs voor kwetsbare sociale groepen, zoals gehandicapten, etnische minderheden en extreem armen.

  • 2 Bijzondere aandacht wordt geschonken aan gedecentraliseerde programma's die permanente banden tot stand brengen tussen gespecialiseerde instanties van beide partijen, waardoor bundeling en uitwisseling van ervaring en technische hulpbronnen kunnen worden gestimuleerd, alsmede mobiliteit van studerenden.

Artikel 39. Samenwerking op audiovisueel gebied

De partijen komen overeen de samenwerking op dit terrein te bevorderen, met name door opleidingsprogramma's voor de audiovisuele sector en de media, alsmede coproductie-, opleidings-, ontwikkelings- en distributieactiviteiten.

Artikel 40. Uitwisseling van informatie en samenwerking op cultureel gebied

  • 1 Met het oog op de zeer nauwe culturele banden tussen de partijen moet de samenwerking op dit gebied, ook wat betreft informatie en contacten met de media, worden geïntensiveerd.

  • 2 De doelstelling van dit artikel is het bevorderen van de uitwisseling van informatie en de samenwerking op cultureel gebied tussen de partijen, waarbij rekening wordt gehouden met bilaterale regelingen met de lidstaten.

  • 3 Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het stimuleren van gezamenlijke activiteiten op diverse gebieden, zoals pers, film en televisie, en het aanmoedigen van uitwisselingsregelingen voor jongeren.

  • 4 De samenwerking kan zich onder meer op de volgende gebieden richten:

    • a. programma's voor wederzijdse informatie;

    • b. vertaling van literaire werken;

    • c. instandhouding en restauratie van monumenten;

    • d. opleiding;

    • e. culturele evenementen;

    • f. promotie van de plaatselijke cultuur;

    • g. cultureel management en productie;

    • h. andere gebieden.

TITEL IV. STAATSHERVORMING EN OPENBAAR BESTUUR

Artikel 41. Openbaar bestuur

  • 1 De samenwerking op dit gebied richt zich op modernisering en decentralisatie van het openbaar bestuur en heeft betrekking op de algemene organisatorische efficiency en het juridische en institutionele kader, waarbij kan worden geleerd van de ervaring met de beste praktijken van beide partijen.

  • 2 De samenwerking kan betrekking hebben op programma's van het volgende type:

    • a. modernisering van de overheid en het openbaar bestuur;

    • b. decentralisatie en versterking van regionale en plaatselijke overheden;

    • c. versterking van de civiele samenleving en de betrokkenheid ervan bij het proces van formulering van het overheidsbeleid;

    • d. programma's voor het scheppen van werkgelegenheid en voor beroepsopleiding;

    • e. projecten voor beheer en administratie van sociale diensten;

    • f. projecten voor ontwikkeling, volkshuisvesting op het platteland en grondbeheer;

    • g. programma's voor gezondheidszorg en basisonderwijs;

    • h. ondersteuning van de civiele samenleving en burgerinitiatieven;

    • i. andere programma's en projecten die bijdragen tot het bestrijden van armoede door het creëren van werkgelegenheid;

    • j. promotie van cultuur en de verschillende verschijningsvormen daarvan en versterking van culturele identiteiten.

  • 3 De samenwerking op dit gebied krijgt gestalte door:

    • a. technische bijstand aan Chileense beleidsmakers en uitvoerende instanties, als onderdeel waarvan bijeenkomsten worden gehouden tussen personeel van de Europese instellingen en dat van de Chileense instellingen;

    • b. regelmatige uitwisseling van informatie in elke passende vorm, bijvoorbeeld via computernetwerken; bij alle uitwisseling van informatie wordt gezorgd voor bescherming van persoonlijke gegevens;

    • c. overdracht van knowhow;

    • d. voorbereidende studies en gezamenlijke implementatie van projecten, waarvoor beide partijen een vergelijkbare financiële inspanning leveren;

    • e. opleiding en organisatorische ondersteuning.

Artikel 42. Interinstitutionele samenwerking

  • 1 De interinstitutionele samenwerking tussen de partijen moet leiden tot nauwere samenwerking tussen de betrokken instellingen.

  • 2 Deel III van de overeenkomst voorziet daartoe in regelmatige bijeenkomsten tussen deze instellingen. De samenwerking dient zo breed mogelijk te zijn en onder meer het volgende in te houden:

    • a. maatregelen ter bevordering van regelmatige informatie-uitwisseling; dit houdt tevens gezamenlijke ontwikkeling van gecomputeriseerde communicatienetwerken in;

    • b. adviesverlening en opleiding;

    • c. overdracht van knowhow.

  • 3 De partijen kunnen in overleg andere samenwerkingsgebieden overeenkomen.

TITEL V. SAMENWERKING OP SOCIAAL GEBIED

Artikel 43. Sociale dialoog

De partijen erkennen dat:

  • a. met betrekking tot de levensomstandigheden en de integratie in de samenleving de deelname van de sociale partners moet worden bevorderd;

  • b. bijzondere aandacht moet worden geschonken aan het tegengaan van discriminatie bij de behandeling van onderdanen van een partij die legaal op het grondgebied van de andere partij verblijven.

Artikel 44. Samenwerking op sociaal gebied

  • 1 De partijen erkennen het belang van sociale ontwikkeling, waarmee economische ontwikkeling hand in hand moet gaan. Zij kennen prioriteit toe aan het scheppen van werkgelegenheid en de eerbiediging van de fundamentele sociale rechten, met name door het steunen van de desbetreffende verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende onderwerpen als de vrijheid van vereniging, het recht op collectieve onderhandelingen en het bestrijden van discriminatie, het afschaffen van dwangarbeid en kinderarbeid, alsmede gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

  • 2 De samenwerking kan zich richten op alle gebieden die voor de partijen van belang zijn.

  • 3 De maatregelen kunnen worden gecoördineerd met die van de lidstaten en de relevante internationale organisaties.

  • 4 De partijen kennen prioriteit toe aan maatregelen gericht op:

    • a. bevordering van de menselijke ontwikkeling en bestrijding van armoede en sociale uitsluiting door het opzetten van innovatieve, reproduceerbare projecten waarbij kwetsbare en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen betrokken worden. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan gezinnen met een laag inkomen en aan gehandicapten;

    • b. bevordering van de deelname van vrouwen aan het proces van economische en sociale ontwikkeling en bevordering van specifieke programma's voor jongeren;

    • c. ontwikkeling en modernisering van de arbeidsverhoudingen, arbeidsvoorwaarden, maatschappelijk welzijn en arbeidszekerheid;

    • d. verbetering van de formulering en het beheer van het sociale beleid, waaronder sociale huisvesting, en verbetering van de toegang daartoe voor de begunstigden;

    • e. ontwikkeling van een efficiënt en rechtvaardig stelsel voor gezondheidszorg, dat gebaseerd is op het beginsel van solidariteit;

    • f. bevordering van beroepsopleiding en ontwikkeling van het menselijk potentieel;

    • g. bevordering van projecten en programma's die mogelijkheden bieden om werkgelegenheid te scheppen in zeer kleine bedrijven en het midden- en kleinbedrijf;

    • h. bevordering van programma's voor ruimtelijke ordening, waarbij speciale aandacht wordt geschonken aan gebieden die sociaal en ecologisch bijzonder kwetsbaar zijn;

    • i. bevordering van initiatieven die bijdragen tot sociale dialoog en totstandkoming van consensus;

    • j. bevordering van de eerbiediging van de mensenrechten, de democratie en de participatie van de burgers.

Artikel 45. Samenwerking op het gebied van gendervraagstukken

  • 1 De samenwerking draagt bij tot de versterking van beleid dat en programma's die de gelijkwaardige participatie van mannen en vrouwen in alle sectoren van het politieke, economische, maatschappelijke en culturele leven beogen te verbeteren, te garanderen en te verbreden. De samenwerking draagt bij tot de verbetering van de toegang van vrouwen tot alle middelen die zij nodig hebben voor de volledige uitoefening van hun fundamentele rechten.

  • 2 In het bijzonder dient de samenwerking bij te dragen tot de totstandkoming van een passend kader, zodat:

    • a. rekening kan worden gehouden met gendervraagstukken en aanverwante kwesties op alle niveaus op alle samenwerkingsterreinen, waaronder het macro-economisch beleid, macro-economische strategieën en ontwikkelingsacties;

    • b. positieve maatregelen ten gunste van vrouwen worden bevorderd.

TITEL VI. ANDERE SAMENWERKINGSGEBIEDEN

Artikel 46. Samenwerking ten aanzien van illegale migratie

  • 1 De Gemeenschap en Chili komen overeen samen te werken teneinde illegale immigratie te voorkomen en controleren. Hiertoe geldt het volgende:

    • a. Chili verbindt zich ertoe Chileense onderdanen die illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven, op verzoek van die lidstaat zonder verdere formaliteiten over te nemen;

    • b. alle lidstaten verbinden zich ertoe personen die krachtens het Gemeenschapsrecht hun onderdanen zijn en die illegaal op het grondgebied van Chili verblijven, op verzoek van Chili zonder verdere formaliteiten over te nemen.

  • 2 Voor dergelijke doeleinden verstrekken de lidstaten en Chili hun onderdanen passende identiteitsdocumenten.

  • 3 De partijen komen overeen dat op verzoek een overeenkomst zal worden gesloten tussen Chili en de Europese Gemeenschap waarbij voor Chili en de lidstaten specifieke overnameverplichtingen worden geregeld, met inbegrip van de verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.

  • 4 In afwachting van de sluiting van de in lid 3 bedoelde overeenkomst met de Gemeenschap stemt Chili ermee in op verzoek van een lidstaat met afzonderlijke lidstaten bilaterale overeenkomsten te sluiten waarbij specifieke overnameverplichtingen tussen Chili en de betrokken lidstaat worden geregeld, met inbegrip van de verplichting tot overname van onderdanen van andere landen en stateloze personen.

  • 5 De Associatieraad onderzoekt welke andere gezamenlijke inspanningen voor de preventie van en de controle op illegale immigratie kunnen worden ondernomen.

Artikel 47. Samenwerking op het gebied van de bestrijding van drugs en georganiseerde criminaliteit

  • 1 De partijen verbinden zich ertoe, binnen de grenzen van hun bevoegdheden, via internationale organisaties en instanties hun inspanningen te coördineren en versterken ten aanzien van het voorkomen en terugdringen van de illegale productie van, de illegale handel in en het illegale gebruik van drugs en het witwassen van de opbrengsten van drugshandel en het bestrijden van hiermee verband houdende georganiseerde criminaliteit.

  • 2 De partijen streven in hun samenwerking naar uitvoering van:

    • a. projecten voor de behandeling, de aanpassing en de heropneming in het gezinsleven, het maatschappelijk leven en het arbeidsproces van drugsverslaafden;

    • b. gezamenlijke opleidingsprogramma's met betrekking tot de voorkoming van het gebruik van en de handel in drugs en psychotrope stoffen en daarmee verband houdende criminaliteit;

    • c. gezamenlijke studie- en onderzoeksprogramma's die gebruik maken van methoden en indicatoren zoals die worden toegepast door het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving, het Inter-American Observatory of Drugs van de Organisatie van Amerikaanse Staten en andere nationale en internationale organisaties;

    • d. maatregelen en samenwerking gericht op terugdringing van het aanbod van drugs en psychotrope stoffen, in het kader van internationale overeenkomsten en verdragen op dit gebied die door de partijen bij deze overeenkomst zijn ondertekend en geratificeerd;

    • e. uitwisseling van informatie betreffende beleid, programma's, maatregelen en wetgeving met betrekking tot de productie van, de handel in en het gebruik van drugs en psychotrope stoffen;

    • f. uitwisseling van relevante informatie en vaststelling van passende normen met betrekking tot de bestrijding van witwassen, die vergelijkbaar zijn met die van de Europese Unie en de internationale instanties op dit gebied, zoals de Financial Action Task Force on Money Laundering;

    • g. maatregelen ter voorkoming van het misbruik van precursoren en chemische stoffen die essentieel zijn voor de illegale vervaardiging van drugs en psychotrope stoffen, die gelijkwaardig zijn met die van de Europese Gemeenschap en de bevoegde internationale instanties en in overeenstemming met de overeenkomst van 24 november 1998 tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Chili inzake precursoren en chemische stoffen die veelvuldig bij de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen worden gebruikt.

TITEL VII. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 48. Betrokkenheid van de civiele samenleving bij de samenwerking

De partijen erkennen de aanvullende rol en de potentiële bijdrage van de civiele samenleving (sociale gesprekspartners en niet-gouvernementele organisaties) in het ontwikkelingsproces. Overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van elke partij kunnen actoren van de civiele samenleving:

  • a. worden ingelicht en bij overleg worden betrokken over samenwerkingsbeleid en samenwerkingsstrategieën, alsmede strategische prioriteiten, met name op terreinen die hen aangaan of rechtstreeks betreffen;

  • b. in aanmerking komen voor de verstrekking van financiële middelen, mits de binnenlandse voorschriften van elke partij zulks toestaan;

  • c. deelnemen aan de uitvoering van samenwerkingsprojecten en samenwerkingsprogramma's op gebieden die hen aangaan.

Artikel 49. Regionale samenwerking en regionale integratie

  • 1 De partijen zetten alle bestaande samenwerkingsinstrumenten in ter bevordering van activiteiten voor de ontwikkeling van actieve onderlinge samenwerking tussen de partijen en de Mercado Común del Sur (Mercosur).

  • 2 Deze samenwerking is een belangrijk element van de steun van de Gemeenschap voor de bevordering van de regionale integratie van de landen van het zuidelijke deel van Zuid-Amerika.

  • 3 Voorrang krijgen activiteiten:

    • a. ter bevordering van handel en investeringen in de regio;

    • b. ter ontwikkeling van regionale samenwerking op milieugebied;

    • c. ter bevordering van de ontwikkeling van de communicatie-infrastructuur die voor de economische ontwikkeling van de regio vereist is;

    • d. ter ontwikkeling van de regionale samenwerking op visserijgebied.

  • 4 De partijen zullen tevens nauwer samenwerken op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening.

  • 5 Hiertoe kunnen de volgende activiteiten worden ondernomen:

    • a. gezamenlijk met regionale en plaatselijke autoriteiten uitgevoerde maatregelen op het gebied van economische ontwikkeling;

    • b. mechanismen voor de uitwisseling van informatie en knowhow.

Artikel 50. Trilaterale en biregionale samenwerking

  • 1 De partijen erkennen de waarde van internationale samenwerking voor het bevorderen van rechtvaardige en duurzame ontwikkelingsprocessen en komen overeen een impuls te geven aan programma's voor trilaterale samenwerking en programma's met derde landen op gebieden van gemeenschappelijk belang.

  • 2 Het bovenstaande is tevens van toepassing op biregionale samenwerking, in overeenstemming met de prioriteiten van de lidstaten en andere landen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.

Artikel 51. Aanpassingsclausule

Geen mogelijkheden voor samenwerking die binnen de bevoegdheden van de partijen vallen moeten bij voorbaat worden uitgesloten. De partijen kunnen in het kader van het Associatiecomité de praktische mogelijkheden onderzoeken voor samenwerking tot wederzijds voordeel.

Artikel 52. Samenwerking binnen het kader van de associatie

  • 1 De samenwerking tussen de partijen moet bijdragen tot de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van deel III van deze overeenkomst door middel van vaststelling en ontwikkeling van innovatieve samenwerkingsprogramma's die toegevoegde waarde kunnen bieden aan hun betrekkingen als geassocieerde partners.

  • 2 De deelname van elk van de partijen als geassocieerde partner aan kaderprogramma's, specifieke programma's en andere activiteiten van de andere partij wordt bevorderd, voor zover de interne voorschriften van iedere partij voor de toegang tot de betrokken programma's en activiteiten zulks toelaten.

  • 3 De Associatieraad kan daartoe strekkende aanbevelingen doen.

Artikel 53. Middelen

  • 1 Teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de samenwerking die bij deze overeenkomst wordt ingesteld, verbinden de partijen zich ertoe binnen de grenzen van hun vermogen en via hun eigen kanalen passende middelen, waaronder financiële middelen, ter beschikking te stellen.

  • 2 De partijen nemen alle passende maatregelen om de activiteiten van de Europese Investeringsbank in Chili te bevorderen en te faciliteren, met inachtneming van de procedures en financieringscriteria van de bank en overeenkomstig de wet- en regelgeving van de partijen, onverminderd de bevoegdheden van hun bevoegde autoriteiten.

Artikel 54. Specifieke taken van het Associatiecomité in verband met de samenwerking

  • 1 Wanneer het Associatiecomité de taken uitvoert waarmee het krachtens deel III is belast, bestaat het uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van Chili die bevoegd zijn voor samenwerkingsaangelegenheden, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 6 heeft het Associatiecomité in het bijzonder de volgende taken:

    • a. het verleent de Associatieraad bijstand bij het uitvoeren van zijn taken, wanneer deze betrekking hebben op samenwerking;

    • b. het oefent toezicht uit op de uitvoering van het door de partijen overeengekomen samenwerkingskader;

    • c. het doet aanbevelingen betreffende strategische samenwerking tussen de partijen, gericht op doelstellingen voor de lange termijn, strategische prioriteiten en specifieke gebieden waarop actie moet worden ondernomen, betreffende de indicatieve meerjarenprogramma's, waarin een omschrijving van de sectorale prioriteiten, specifieke doelstellingen, verwachte resultaten en indicatieve bedragen moet zijn vervat, en betreffende de jaarlijkse actieprogramma's;

    • d. het brengt regelmatig verslag uit aan de Associatieraad over de toepassing en de verwezenlijking van de doelstellingen en bepalingen van deel III van deze overeenkomst.

DEEL IV. HANDEL EN AANVERWANTE ZAKEN

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 55. Doelstellingen

De doelstellingen van dit deel zijn:

  • a. geleidelijke wederzijdse liberalisering van de handel in goederen overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 (GATT 1994);

  • b. facilitering van de handel in goederen door onder meer de overeengekomen bepalingen inzake douane en aanverwante zaken, normen, technische regelgeving en procedures voor conformiteitsbeoordeling, sanitaire en fytosanitaire maatregelen en de handel in wijn en gedistilleerde dranken en gearomatiseerde dranken;

  • c. wederzijdse liberalisering van de handel in diensten overeenkomstig artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS);

  • d. verbetering van het onderlinge investeringsklimaat en met name de voorwaarden voor vestiging op basis van het beginsel van non-discriminatie;

  • e. liberalisering van lopende betalingen en kapitaalverkeer, overeenkomstig de verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van de internationale financiële instellingen en met inachtneming van de stabiliteit van de munten van de partijen;

  • f. effectieve wederzijdse openstelling van de markten voor overheidsopdrachten van de partijen;

  • g. passende en doeltreffende bescherming van de intellectuele eigendomsrechten volgens de strengste internationale normen;

  • h. instelling van een effectief mechanisme voor samenwerking op het gebied van de mededinging;

  • i. instelling van een effectief mechanisme voor het beslechten van geschillen.

Artikel 56. Douane-unies en vrijhandelszones

  • 1 Geen van de bepalingen van deze overeenkomst vormt een beletsel voor de handhaving of instelling van douane-unies, vrijhandelszones of andere regelingen tussen een partij en derde landen, mits de uit deze overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen daardoor niet worden gewijzigd.

  • 2 Op verzoek van een van hen plegen de partijen overleg in het Associatiecomité over overeenkomsten tot instelling of aanpassing van douane-unies of vrijhandelszones en, indien nodig, andere belangrijke vraagstukken in verband met de handelspolitiek van de partijen ten aanzien van derde landen. Een dergelijk overleg vindt met name plaats in geval van toetreding, zodat de wederzijdse belangen van de partijen in acht kunnen worden genomen.

TITEL II. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel 57. Doelstelling

De handel in goederen wordt door de partijen geleidelijk en wederzijds geliberaliseerd gedurende een overgangsperiode die aanvangt bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst, overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst en artikel XXIV van de GATT 1994.

HOOFDSTUK I. AFSCHAFFING VAN DOUANERECHTEN

Afdeling 1. Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 58. Toepassingsgebied

  • 1 De bepalingen van dit hoofdstuk betreffende de afschaffing van douanerechten bij invoer zijn van toepassing op producten die van oorsprong zijn uit de ene partij en uitgevoerd worden naar de andere partij. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden als van oorsprong beschouwd de producten die aan de in bijlage III vastgestelde oorsprongsregels voldoen.

  • 2 De bepalingen van dit hoofdstuk inzake de afschaffing van douanerechten bij uitvoer zijn van toepassing op alle goederen die uit de ene partij naar de andere partij worden uitgevoerd.

Artikel 59. Douanerechten

Onder douanerechten worden alle rechten en heffingen verstaan die worden opgelegd in verband met de invoer of de uitvoer van goederen, met inbegrip van alle aanvullende heffingen of belastingen met betrekking tot deze invoer of uitvoer, met uitzondering van:

  • a. interne belastingen of andere binnenlandse heffingen die overeenkomstig artikel 77 worden opgelegd;

  • b. antidumpingrechten of compenserende rechten die overeenkomstig artikel 78 worden opgelegd;

  • c. vergoedingen en andere heffingen die overeenkomstig artikel 63 worden opgelegd.

Artikel 60. Afschaffing van douanerechten

  • 1 De douanerechten bij invoer tussen de partijen worden afgeschaft overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 64 tot en met 72.

  • 2 De douanerechten bij uitvoer tussen de partijen worden afgeschaft met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

  • 3 De basisdouanerechten waarop de opeenvolgende verlagingen overeenkomstig de artikelen 64 tot en met 72 worden toegepast, zijn voor elk product de rechten die in het schema voor rechtenafschaffing van elke partij zijn vastgesteld in de bijlagen I en II.

  • 4 Indien een partij na de inwerkingtreding van deze overeenkomst en voor het einde van de overgangsperiode het door haar toegepaste meestbegunstigingsrecht verlaagt, is het schema voor rechtenafschaffing van die partij van toepassing op de verlaagde rechten.

  • 5 De partijen verklaren zich bereid hun douanerechten sneller te verlagen dan het tempo waarin de artikelen 64 tot en met 72 voorzien, of anderszins de toegang tot hun grondgebied krachtens deze artikelen te verbeteren, indien hun algemene economische toestand en de toestand van de betrokken sector van de economie dit mogelijk maken. Een besluit van de Associatieraad ter bespoediging van de afschaffing van douanerechten of in verband met een andere verbetering van de markttoegangsvoorwaarden heeft voor het betrokken product voorrang boven de bepalingen van de artikelen 64 tot en met 72.

Artikel 61. Standstill

  • 1 Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden in het handelsverkeer tussen de partijen geen nieuwe douanerechten ingesteld en worden de geldende rechten niet verhoogd.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan Chili het bij artikel 12 van Wet nr. 18,525 ingestelde prijstranchestelsel, alsook stelsels die daarvoor in de plaats komen met betrekking tot producten die onder genoemde wet vallen, handhaven, mits dit stelsel wordt toegepast in overeenstemming met de rechten en verplichtingen van Chili krachtens de WTO-overeenkomst en zonder dat een gunstiger behandeling wordt toegekend aan de invoer uit derde landen, waaronder de landen waarmee Chili een overeenkomst als bepaald in artikel XXIV van de GATT van 1994 heeft gesloten of in de toekomst zal sluiten.

Artikel 62. Indeling van goederen

De indeling van goederen in het handelsverkeer tussen de partijen geschiedt overeenkomstig de tariefnomenclatuur van elke partij, in overeenstemming met het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen (GS).

Artikel 63. Vergoedingen en andere heffingen

De in artikel 59 bedoelde vergoedingen en andere heffingen dienen beperkt te blijven tot de kosten bij benadering van de verleende diensten en mogen geen indirecte bescherming van binnenlandse producten of een belasting op de invoer of de uitvoer voor fiscale doeleinden beogen. De vergoedingen of heffingen dienen te worden vastgesteld volgens specifieke tarieven die overeenkomen met de reële waarde van de verleende diensten.

Afdeling 2. Afschaffing van douanerechten

Onderafdeling 2.1. Industrieproducten

Artikel 64. Toepassingsgebied

Deze onderafdeling is van toepassing op producten van de GS-hoofdstukken 25 tot en met 97 die niet onder de definitie van landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten in artikel 70 vallen.

Artikel 65. Douanerechten bij de invoer van industrieproducten van oorsprong uit Chili

De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I (schema voor rechtenafschaffing van de Gemeenschap) onder de categorieën „Year 0" (Jaar 0) en „Year 3" (Jaar 3) vermelde industrieproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, respectievelijk op 1 januari 2006:

Percentage jaarlijkse tariefverlaging

Categorie

Inwerkingtreding

1.1.2004

1.1.2005

1.1.2006

Jaar 0

100%

Jaar 3

25%

50%

75%

100%

Artikel 66. Douanerechten op de invoer van industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap

De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II (schema voor rechtenafschaffing van Chili) onder de categorieën „Year 0" (Jaar 0), „Year 5" (Jaar 5) en „Year 7" (Jaar 7) vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2008 en op 1 januari 2010:

Percentage jaarlijkse tariefverlaging

Categorie

Inwerking- treding

1.1.2004

1.1.2005

1.1.2006

1.1.2007

1.1.2008

1.1.2009

1.1.2010

Jaar 0

100%

Jaar 5

16,7%

33,3%

50%

66,7%

83,3%

100%

Jaar 7

12,5%

25%

37,5%

50%

62,5%

75%

87,5%

100%

Onderafdeling 2.2. Vis en visserijproducten

Artikel 67. Toepassingsgebied

Deze onderafdeling is van toepassing op vis en visserijproducten van GS-hoofdstuk 3, de GS-posten 1604 en 1605 en de GS-onderverdelingen 0511 91, 2301 20 en ex 1902 202.

Artikel 68. Douanerechten bij de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit Chili

  • 1 De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I onder de categorieën „Year 0" (Jaar 0), „Year 4" (Jaar 4), „Year 7" (Jaar 7) en „Year 10" (Jaar 10) vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2007, op 1 januari 2010 en op 1 januari 2013:

    Percentage jaarlijkse tariefverlaging

    Categorie

    Inwerking- treding

    1.1.2004

    1.1.2005

    1.1.2006

    1.1.2007

    1.1.2008

    1.1.2009

    1.1.2010

    1.1.2011

    1.1.2012

    1.1.2013

    Jaar 0

    100%

    Jaar 4

    20%

    40%

    60%

    80%

    100%

    Jaar 7

    12,5%

    25%

    37,5%

    50%

    62,5%

    75%

    87,5%

    100%

    Jaar 10

    9%

    18%

    27%

    36%

    45%

    54%

    63%

    72%

    81%

    90%

    100%

  • 2 Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in de Gemeenschap van bepaalde in bijlage I onder categorie „TQ" genoemde vis en visserijproducten van oorsprong uit Chili tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld.

Artikel 69. Douanerechten bij de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap

  • 1 De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II onder categorie „Year 0" (Jaar 0) vermelde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst.

  • 2 Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in Chili van bepaalde in bijlage II onder categorie „TQ" genoemde vis en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld.

Onderafdeling 2.3. Landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten

Artikel 70. Toepassingsgebied

Deze onderafdeling is van toepassing op landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten die onder bijlage I bij de WTO-overeenkomst inzake de landbouw vallen.

Artikel 71. Douanerechten bij de invoer van landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili

  • 1 De douanerechten bij de invoer in de Gemeenschap van de in bijlage I onder de categorieën „Year 0" (Jaar 0), „Year 4" (Jaar 4), „Year 7" (Jaar 7) en „Year 10" (Jaar 10) vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2007, op 1 januari 2010 en op 1 januari 2013:

    Percentage jaarlijkse tariefverlaging

    Categorie

    Inwerking- treding

    1.1.2004

    1.1.2005

    1.1.2006

    1.1.2007

    1.1.2008

    1.1.2009

    1.1.2010

    1.1.2011

    1.1.2012

    1.1.2013

    Jaar 0

    100%

    Jaar 4

    20%

    40%

    60%

    80%

    100%

    Jaar 7

    12,5%

    25%

    37,5%

    50%

    62,5%

    75%

    87,5%

    100%

    Jaar 10

    9%

    18%

    27%

    36%

    45%

    54%

    63%

    72%

    81%

    90%

    100%

  • 2 Ten aanzien van de in bijlage I onder de categorie „EP" vermelde landbouwproducten van oorsprong uit Chili die vallen onder de hoofdstukken 7 en 8 en de posten 2009 en 2204 30 van de gecombineerde nomenclatuur, waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een douanerecht ad valorem en een specifiek douanerecht voorziet, is de rechtenafschaffing uitsluitend van toepassing op het douanerecht ad valorem.

  • 3 Ten aanzien van de in bijlage I onder de categorie „SP" vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een douanerecht ad valorem en een specifiek douanerecht voorziet, is de rechtenafschaffing uitsluitend van toepassing op het douanerecht ad valorem.

  • 4 Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst staat de Gemeenschap de invoer in de Gemeenschap toe van de in bijlage I onder de categorie „R" vermelde verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili tegen een douanerecht van 50% van het basisdouanerecht.

  • 5 Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in de Gemeenschap van bepaalde in bijlage I onder categorie „TQ" genoemde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Chili tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld, of zoals in de Gemeenschap, op basis van een systeem van invoer- en uitvoervergunningen.

  • 6 De tariefconcessies zijn niet van toepassing op de invoer in de Gemeenschap van producten die in bijlage I onder categorie „PN" zijn vermeld, aangezien deze producten vallen onder in de Gemeenschap beschermde benamingen.

Artikel 72. Douanerechten bij de invoer van landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap

  • 1 De douanerechten bij de invoer in Chili van de in bijlage II onder de categorieën „Year 0" (Jaar 0), „Year 5" (Jaar 5) en „Year 10" (Jaar 10) vermelde landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden afgeschaft overeenkomstig het volgende tijdschema, zodat deze douanerechten volledig zijn afgeschaft respectievelijk bij de inwerkingtreding van de overeenkomst, op 1 januari 2008 en op 1 januari 2013:

    Percentage jaarlijkse tariefverlaging

    Categorie

    Inwerking- treding

    1.1.2004

    1.1.2005

    1.1.2006

    1.1.2007

    1.1.2008

    1.1.2009

    1.1.2010

    1.1.2011

    1.1.2012

    1.1.2013

    Jaar 0

    100%

    Jaar 5

    16,7%

    33,3%

    50%

    66,6%

    83,3%

    100%

    Jaar 10

    9%

    18%

    27%

    36%

    45%

    54%

    63%

    72%

    81%

    90%

    100%

  • 2 Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst worden voor de invoer in Chili van bepaalde in bijlage I onder categorie „TQ" genoemde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap tariefcontingenten geopend overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage. Bij het beheer van deze contingenten wordt uitgegaan van het beginsel dat de aanvragen in chronologische volgorde van binnenkomst worden behandeld.

Artikel 73. Urgentieclausule betreffende landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten

  • 1 Indien, gegeven de bijzondere gevoeligheid van de landbouwmarkten, een product van een der partijen op het grondgebied van de andere partij in zodanig toegenomen hoeveelheden en onder zulke omstandigheden wordt ingevoerd dat dit voor de markt van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten van de andere partij tot ernstige schade of verstoring leidt of tot ernstige schade of verstoring dreigt te leiden, kan die partij, onverminderd het bepaalde in artikel 92 van deze overeenkomst en in artikel 5 van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw, passende maatregelen nemen op de voorwaarden en volgens de procedures die in dit artikel zijn vastgesteld.

  • 2 Indien de in lid 1 genoemde omstandigheden zich voordoen, kan de invoerende partij:

    • a. de verdere verlaging van de douanerechten voor het betrokken product waarin in deze titel wordt voorzien schorsen; of

    • b. de douanerechten voor het betrokken product verhogen tot een peil dat niet hoger is dan het laagste van de volgende rechten:

      • i. het meestbegunstigingsrecht; of

      • ii. het in artikel 60, lid 3, bedoelde basisdouanerecht.

  • 3 Voor zij de maatregel als bedoeld in lid 2 toepast, legt de betrokken partij de zaak voor aan het Associatiecomité, dat een grondig onderzoek van de situatie verricht om een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden. Indien de andere partij daarom verzoekt, voeren de partijen in het Associatiecomité overleg. Indien binnen dertig dagen na de datum van dat verzoek geen oplossing is gevonden, mogen vrijwaringsmaatregelen worden toegepast.

  • 4 Indien door uitzonderlijke omstandigheden onmiddellijk maatregelen moeten worden genomen, mag de invoerende partij als overgangsmaatregel voor ten hoogste 120 dagen de maatregelen nemen waarin in lid 2 is voorzien zonder dat aan de eisen van lid 3 is voldaan. Deze maatregelen mogen niet verder reiken dan wat strikt noodzakelijk is om de schade of de verstoring te beperken of te herstellen. De invoerende partij stelt de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis.

  • 5 De maatregelen die krachtens dit artikel worden genomen, mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden. De partij die de maatregel treft, ziet erop toe dat het algehele niveau van de voor de landbouwsector toegekende preferenties in stand blijft. Om dit doel te bereiken, kunnen de partijen overeenkomen dat compensatie wordt geboden voor de ongunstige gevolgen van de maatregel voor hun handelsverkeer, ook gedurende de periode dat een krachtens lid 4 toegepaste overgangsmaatregel van kracht is.

    De partijen voeren met het oog hierop overleg om tot een wederzijds aanvaardbare oplossing te komen. Indien binnen dertig dagen geen overeenstemming is bereikt, kan de betrokken exporterende partij na kennisgeving aan de Associatieraad de toepassing van in wezen gelijkwaardige concessies krachtens deze titel schorsen.

  • 6 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

    • a. ernstige schade: een aanzienlijke algemene verslechtering van de positie van de gezamenlijke producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten in een partij;

    • b. dreiging van ernstige schade: ernstige schade die duidelijk op korte termijn zal optreden, waarbij wordt uitgegaan van feiten en niet slechts veronderstellingen, gissingen of de geringe kans dat een dergelijk situatie zich zal voordoen.

Artikel 74. Ontwikkelingsclausule

In het derde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst beoordelen de partijen de situatie, waarbij zij rekening houden met het verloop van het handelsverkeer in landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheid van dergelijke producten en de ontwikkeling van het landbouwbeleid van beide partijen. De partijen onderzoeken in de Associatieraad per product systematisch en op basis van wederkerigheid de mogelijkheden om elkaar verdere concessies te verlenen met het oog op verdere liberalisering van de handel in landbouwproducten en verwerkte landbouwproducten.

HOOFDSTUK II. NON-TARIFAIRE MAATREGELEN

Afdeling 1. Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 75. Toepassingsgebied

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in goederen tussen de partijen.

Artikel 76. Verbod op kwantitatieve beperkingen

Alle invoerverboden, uitvoerverboden en beperkingen in het handelsverkeer tussen de partijen, andere dan douanerechten en- heffingen, ongeacht of zij worden toegepast door middel van contingenten, invoervergunningen of uitvoervergunningen of andere maatregelen, worden bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst opgeheven. Dergelijke maatregelen worden niet opnieuw ingevoerd.

Artikel 77. Nationale behandeling op het gebied van interne belastingen en regelgeving3

  • 1 Uit het grondgebied van de andere partij ingevoerde producten worden rechtstreeks noch onrechtstreeks aan hogere interne belastingen of andere interne heffingen onderworpen dan die welke rechtstreeks of onrechtstreeks op soortgelijke binnenlandse producten van toepassing zijn. Bovendien passen de partijen anderszins geen interne belastingen of andere interne heffingen toe om de binnenlandse productie te beschermen4.

  • 2 Uit het grondgebied van de andere partij ingevoerde producten krijgen geen minder gunstige behandeling dan soortgelijke binnenlandse producten ter zake van wetten, verordeningen en voorschriften in verband met de verkoop op de binnenlandse markt, het te koop aanbieden, de aankoop, het vervoer, de distributie of het gebruik van deze producten. Het bepaalde in dit lid vormt geen beletsel voor de toepassing van differentiële binnenlandse vervoerstarieven die uitsluitend berusten op de economische exploitatie van het vervoersmiddel en niet op de oorsprong van het product.

  • 3 Geen van de partijen mag interne kwantitatieve regelingen inzake menging, be- of verwerking of gebruik van producten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen uitvaardigen of handhaven die rechtstreeks of onrechtstreeks vereisen dat een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage van een onder de regeling vallend product van binnenlandse oorsprong moet zijn. Bovendien mag een partij niet op andere wijze interne kwantitatieve regelingen toepassen om de binnenlandse productie te beschermen5.

  • 4 De bepalingen van dit artikel vormen geen beletsel voor de toekenning van subsidies aan uitsluitend binnenlandse producenten, met inbegrip van betalingen aan binnenlandse producenten uit de opbrengsten van binnenlandse belastingen of heffingen die overeenkomstig de bepalingen van dit artikel worden toegepast en van subsidies in de vorm van aankopen van binnenlandse producten door de overheid.

  • 5 Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op wetten, voorschriften, procedures of praktijken inzake overheidsopdrachten, die uitsluitend onder de bepalingen van titel IV van dit deel vallen.

Afdeling 2. Antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen

Artikel 78. Antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen

Indien een partij constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping en/of tot compenserende maatregelen aanleiding gevende subsidiëring plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen overeenkomstig de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen.

Afdeling 3. Douane en daarmee verband houdende aangelegenheden

Artikel 79. Douane en daarmee verband houdende handelsaangelegenheden

  • 1 Om de naleving van het in deze titel bepaalde inzake douane en met de handel verband houdende zaken te waarborgen en de legitieme handel te bevorderen, met inachtneming van de noodzaak van effectieve controle, verbinden de partijen zich tot:

    • a. samenwerking en uitwisseling van informatie betreffende douanewetgeving en douaneregelingen;

    • b. toepassing van de voorschriften en procedures die door de partijen op bilateraal of multilateraal niveau zijn overeengekomen;

    • c. vereenvoudiging van de vereisten en formaliteiten voor de vrijgave en douanebehandeling van goederen, alsmede zo nauw mogelijke samenwerking ten aanzien van de vaststelling van procedures om opgave van invoer- en uitvoergegevens aan één enkele instantie mogelijk te maken; coördinatie tussen de douane en andere controlerende instanties, teneinde de overheidscontrole op invoer en uitvoer zo veel mogelijk door één instantie te laten uitvoeren;

    • d. samenwerking bij alle vraagstukken in verband met de oorsprongsregels en de daarop betrekking hebbende douaneprocedures;

    • e. samenwerking bij alle aangelegenheden in verband met de douanewaarde, overeenkomstig de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994, met name om tot gezamenlijke standpunten te komen over de toepassing van de criteria voor de bepaling van de douanewaarde, het gebruik van indicatieve of referentie-indexen, exploitatieaspecten en werkmethoden;

  • 2 Teneinde de werkmethoden te verbeteren en de werkzaamheden van de douane transparant en efficiënt te doen verlopen, doen de partijen het volgende:

    • a. zij zien erop toe dat de strengste normen van integriteit worden nageleefd, door toepassing van maatregelen overeenkomstig de beginselen van de desbetreffende internationale overeenkomsten en instrumenten, zoals bepaald in de wetgeving van iedere partij;

    • b. zij nemen waar mogelijk verdere maatregelen om de opgave van gegevens in de bewijsstukken die de douane verlangt te beperken, te vereenvoudigen en te standaardiseren, zoals het gebruik van één document of bericht voor douaneaangifte en één document of bericht voor uitklaring, gebaseerd op internationale normen en zoveel mogelijk opgesteld aan de hand van beschikbare handelsinformatie;

    • c. zij werken waar mogelijk samen aan wetgevingsinitiatieven en operationele initiatieven met betrekking tot invoer en uitvoer en douaneprocedures, alsmede aan verbetering van de dienstverlening aan het bedrijfsleven;

    • d. zij werken waar van toepassing samen op het gebied van technische bijstand, ook inhoudende de organisatie van seminars en arbeidsbemiddeling;

    • e. zij werken samen aan de automatisering van de douaneprocedures en waar mogelijk aan de totstandbrenging van gemeenschappelijke normen;

    • f. zij passen internationale douanevoorschriften en- normen toe, waaronder indien mogelijk de hoofdpunten van de herziene overeenkomst van Kyoto inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures;

    • g. zij nemen zoveel mogelijk een gemeenschappelijk standpunt in in internationale organisaties die zich met douanevraagstukken bezighouden, zoals de WTO, de Werelddouaneorganisatie (WCO), de Verenigde Naties (VN) en de Conferentie van de Verenigde Naties voor handel en ontwikkeling (Unctad);

    • h. zij voorzien in effectieve en snelle procedures voor beroep tegen administratieve handelingen, uitspraken en besluiten van de douane en andere instanties die betrekking hebben op de invoer of de uitvoer van goederen, overeenkomstig artikel X van de GATT 1994;

    • i. zij werken waar mogelijk samen om overlading en doorvoer over hun grondgebied te vergemakkelijken.

  • 3 De partijen komen overeen dat hun handels- en douanebepalingen en -procedures gebaseerd worden op:

    • a. wetgeving die geen onnodige last aan het bedrijfsleven oplegt, de bestrijding van fraude niet hindert en verdere voorzieningen biedt aan bedrijven die aan strenge criteria voldoen;

    • b. bescherming van legitieme handel door effectieve handhaving van de wettelijke voorschriften;

    • c. toepassing van moderne douanetechnieken, zoals risicoanalyse, vereenvoudigde procedures voor douaneafhandeling van goederen, controle achteraf, methoden voor bedrijfsboekhoudkundige controle, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van handelsgegevens overeenkomstig de wet- en regelgeving van iedere partij. Elke partij neemt de nodige maatregelen om de effectiviteit van de methoden voor risicoanalyse te verzekeren;

    • d. transparante, efficiënte en waar mogelijk vereenvoudigde procedures, teneinde voor het bedrijfsleven de kosten te verminderen en de betrouwbaarheid te vergroten;

    • e. ontwikkeling van op informatietechnologie gebaseerde systemen voor zowel invoer als uitvoer, waarvan gebruik wordt gemaakt door bedrijven en de douanedienst, alsmede douanekantoren en andere instanties. Dergelijke systemen kunnen tevens voorzien in elektronische betaling van rechten, belastingen en andere heffingen;

    • f. voorschriften en procedures die voorzien in bindende uitspraken vooraf over tariefindeling en oorsprongsregels. Uitspraken kunnen te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken, echter niet zonder voorafgaande kennisgeving aan de betrokken onderneming of met terugwerkende kracht, tenzij de uitspraak is gedaan op basis van verstrekte onjuiste of onvolledige gegevens;

    • g. bepalingen die in beginsel de invoer van goederen vergemakkelijken door toepassing van vereenvoudigde procedures en werkwijzen voor de afhandeling van formaliteiten vóór de aankomst van goederen;

    • h. invoerbepalingen die geen vereisten bevatten inzake inspectie vóór verzending, zoals bedoeld in de WTO-overeenkomst inzake inspectie voor verzending;

    • i. voorschriften die waarborgen dat geen onevenredige sancties worden opgelegd voor kleine overtredingen van de douanewetgeving en procedurele voorschriften, en dat de toepassing ervan niet leidt tot onnodige vertraging bij de douaneafhandeling, zulks overeenkomstig artikel VIII van de GATT 1994.

  • 4 De partijen:

    • a. zijn het eens over de noodzaak tijdig te overleggen met het bedrijfsleven over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot wetsvoorstellen en algemene procedures op douanegebied. Elke partij stelt met dit doel voor ogen geschikte mechanismen in voor overleg tussen de douane en het bedrijfsleven;

    • b. zorgen voor zo mogelijk elektronische publicatie van en informatie over nieuwe wetgeving en algemene procedures op douanegebied en van wijzigingen daarvan, uiterlijk op het tijdstip dat deze wetgeving of deze procedures in werking treden. Zij zorgen er tevens voor dat algemene informatie die van belang is voor bedrijven, zoals de openingstijden van douanekantoren, onder meer aan grensovergangen en in havens, en contactpunten voor verzoeken om informatie, algemeen bekend worden gemaakt;

    • c. stimuleren samenwerking tussen het bedrijfsleven en de douane door gebruik van objectieve en publiekelijk toegankelijke memoranda van overeenstemming, op basis van de memoranda die door de WCO worden uitgevaardigd;

    • d. zien erop toe dat hun douanevoorschriften en- procedures en aanverwante voorschriften en procedures blijven voldoen aan de behoeften van handelaars en dat beste praktijken worden nagevolgd.

  • 5 Onverminderd het bepaalde in de leden 1 tot en met 4 verlenen de douanediensten van de partijen elkaar bijstand overeenkomstig het protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken tussen de administratieve autoriteiten van 13 juni 2001 bij de kaderovereenkomst inzake samenwerking.

Artikel 80. Douanewaarde

De WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994, zonder de voorbehouden waarin wordt voorzien in artikel 20 en in de punten 2, 3 en 4 van bijlage III bij die overeenkomst, is van toepassing op de voorschriften inzake douanewaarde voor het handelsverkeer tussen de partijen.

Artikel 81. Speciale commissie voor douanesamenwerking en oorsprongsregels

  • 1 De partijen stellen een speciale commissie voor douanesamenwerking en regels van oorsprong in, samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen. De speciale commissie komt bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld. Het voorzitterschap van de speciale commissie wordt door de partijen bij toerbeurt bekleed. De speciale commissie brengt verslag uit aan het Associatiecomité.

  • 2 De speciale commissie heeft onder meer de volgende taken:

    • a. toezicht op de tenuitvoerlegging en het beheer van de artikelen 79 en 80 en bijlage III en andere douanebepalingen inzake markttoegang;

    • b. onderzoek naar en gedachtewisseling over alle problemen in verband met douanezaken, zoals oorsprongsregels en daarmee verband houdende douaneprocedures, algemene douaneprocedures, douanewaarde, tariefregelingen, douanenomenclatuur, douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken;

    • c. verbetering van de samenwerking op het gebied van ontwikkeling, toepassing en handhaving van oorsprongsregels en daarmee verband houdende douaneprocedures, algemene douaneprocedures en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken;

    • d. andere door de partijen overeen te komen onderwerpen.

  • 3 Voor het uitvoeren van de in dit artikel bedoelde taken kunnen de partijen overeenkomen ad hoc-bijeenkomsten te houden.

Artikel 82. Tenuitvoerlegging van de preferentiële behandeling

  • 1 De partijen zijn van oordeel dat administratieve samenwerking cruciaal is voor de tenuitvoerlegging van en de controle op de preferenties die bij deze titel worden toegekend. Zij verbinden zich ertoe onregelmatigheden en fraude in verband met de oorsprong, ook wat de tariefindeling en de douanewaarde betreft, te bestrijden.

  • 2 In verband hiermee kan een partij de preferentiële behandeling waarin deze titel voorziet voor een product of producten tijdelijk schorsen, indien deze partij voor dat product of die producten vaststelt dat door de andere partij systematisch geen administratieve medewerking wordt verleend of fraude is gepleegd.

  • 3 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder systematisch niet verlenen van administratieve medewerking verstaan:

    • a. het uitblijven van administratieve medewerking, zoals het niet verstrekken van de namen en adressen van de douane- of overheidsinstanties die belast zijn met de afgifte en de controle van certificaten van oorsprong, het niet verstrekken van specimina van stempels die in gebruik zijn voor het waarmerken van deze certificaten, of het niet mededelen van wijzigingen in deze gegevens;

    • b. systematisch ontoereikend of ondeugdelijk handelen bij de verificatie van de oorsprong van producten en de naleving van andere verplichtingen in het kader van bijlage III, of bij vaststelling of voorkoming van overtredingen van de oorsprongsregels;

    • c. systematisch weigeren om op verzoek van de andere partij controles achteraf van het bewijs van de oorsprong te verrichten en de resultaten daarvan tijdig mede te delen, of systematisch met onnodige vertraging op een dergelijk verzoek ingaan;

    • d. het niet verlenen of systematisch ontoereikend verlenen van administratieve medewerking bij onderzoek naar gedragingen die vermoedelijk fraude met betrekking tot de oorsprong inhouden. In dit verband kan door een partij fraude worden vermoed onder meer wanneer de invoer in het kader van deze overeenkomst van een product of van producten de gebruikelijke productie en exportcapaciteit van de andere partij in hoge mate overschrijden.

  • 4 Wanneer een partij vaststelt dat er sprake is van systematisch niet verlenen van administratieve medewerking of het vermoeden van fraude dient zij, voor zij overgaat tot de tijdelijke schorsing waarin dit artikel voorziet, het Associatiecomité alle terzake doende informatie te verstrekken die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Tegelijkertijd publiceert zij in haar officiële publicatieblad een bericht aan de importeurs, waarin zij vermeldt voor welk product of welke producten het systematisch niet verlenen van administratieve medewerking of het vermoeden van fraude is vastgesteld. De juridische gevolgen van deze publicatie worden bepaald door de binnenlandse wetgeving van elke partij.

  • 5 Binnen tien dagen na publicatie van de in lid 4 bedoelde informatie plegen de partijen overleg in het Associatiecomité. Indien de partijen niet binnen dertig dagen na de aanvang van dit overleg tot overeenstemming komen over een oplossing waarbij tijdelijke schorsing van de preferentiële behandeling kan worden vermeden, kan de betrokken partij de preferentiële behandeling van het betrokken product of de betrokken producten tijdelijk schorsen.

    De tijdelijke schorsing mag niet verder strekken dan wat nodig is om de financiële belangen van de betrokken partij te beschermen.

  • 6 Van tijdelijke schorsingen op grond van dit artikel wordt het Associatiecomité onmiddellijk na de vaststelling ervan in kennis gesteld. De schorsing mag gedurende ten hoogste zes maanden worden toegepast. Deze periode kan echter worden verlengd. In het Associatiecomité wordt hierover periodiek overleg gepleegd, in het bijzonder met het oog op afschaffing van de maatregelen zodra de omstandigheden zulks toelaten.

Afdeling 4. Normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures

Artikel 83. Doelstelling

Deze afdeling beoogt de handel in goederen te vergemakkelijken en te intensiveren door onnodige handelsbelemmeringen af te schaffen, met inachtneming van de legitieme doeleinden van de partijen en het beginsel van non-discriminatie als bedoeld in de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen.

Artikel 84. Toepassingsgebied

De bepalingen van deze afdeling hebben betrekking op normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, zoals gedefinieerd in de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, en zijn van toepassing op de handel in goederen. Zij zijn niet van toepassing op de maatregelen in afdeling 5 van dit hoofdstuk. De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op technische specificaties die zijn opgesteld door overheidsinstanties in het kader van overheidsopdrachten; deze worden behandeld in titel IV van dit deel van de overeenkomst.

Artikel 85. Definities

Voor de toepassing van deze afdeling gelden de definities die in bijlage I bij de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen zijn opgenomen. Het besluit van de Commissie technische handelsbelemmeringen inzake de beginselen voor de ontwikkeling van internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen met betrekking tot de artikelen 2 en 5 en bijlage 3 van de overeenkomst is in dit verband eveneens van toepassing.

Artikel 86. Basisrechten en -verplichtingen

De partijen bevestigen hun rechten en verplichtingen op grond van de overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen en verbinden zich ertoe deze volledig ten uitvoer te leggen. In dit verband en in overeenstemming met de doelstellingen van deze afdeling dienen de samenwerkingsactiviteiten en samenwerkingsmaatregelen in het kader van deze afdeling bij te dragen tot verbetering en versterking van de tenuitvoerlegging van deze rechten en verplichtingen.

Artikel 87. Specifieke actie in het kader van deze overeenkomst

Om de doelstellingen van deze afdeling te verwezenlijken doen de partijen het volgende:

  • 1 Zij intensiveren hun bilaterale samenwerking op het gebied van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde de toegang tot elkaars markten te vergemakkelijken door de wederzijdse bekendheid met, het begrip voor en de verenigbaarheid van elkaars systemen te versterken.

  • 2 In het kader van hun bilaterale samenwerking streven zij ernaar te bepalen welke mechanismen of combinaties van mechanismen voor bepaalde vraagstukken of sectoren het meest geschikt zijn. Deze mechanismen omvatten aspecten van samenwerking op regelgevingsgebied, zoals onderlinge aanpassing en/of gelijkwaardigheid van technische voorschriften en normen, overneming van internationale normen, het vertrouwen op de conformiteitsverklaring van de leverancier en accreditering om instanties voor conformiteitsbeoordeling te kwalificeren, alsmede overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning.

  • 3 Naarmate zij bij hun bilaterale samenwerking vooruitgang boeken, komen de partijen overeen welke specifieke regelingen moeten worden vastgesteld voor de tenuitvoerlegging van de overeengekomen mechanismen.

  • 4 Te dien einde streven de partijen naar:

    • a. totstandkoming van gemeenschappelijke standpunten over goede regelgevingspraktijken, onder meer omvattende:

      • i. transparantie bij het opstellen, aannemen en toepassen van technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

      • ii. noodzaak en evenredigheid van de maatregelen op regelgevingsgebied en daarmee verband houdende conformiteitsbeoordelingsprocedures, met inbegrip van gebruik van de conformiteitsverklaring van de leverancier;

      • iii. gebruik van internationale normen als basis voor technische voorschriften, tenzij deze internationale normen ondoelmatig of ongeschikt zijn voor de verwezenlijking van de legitieme beoogde doelstellingen;

      • iv. handhaving van technische voorschriften en activiteiten op het gebied van markttoezicht;

      • v. de noodzakelijke technische infrastructuur voor metrologie, normalisatie, beproeving, certificering en accreditering ter ondersteuning van de technische voorschriften;

      • vi. mechanismen en methoden voor het toetsen van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

    • b. versterking van de samenwerking op regelgevingsgebied door bijvoorbeeld uitwisseling van informatie, ervaringen en gegevens, en van de wetenschappelijke en technische samenwerking, teneinde de kwaliteit en het niveau van de technische voorschriften te verbeteren en beter gebruik te maken van de beschikbare middelen op regelgevingsgebied;

    • c. compatibiliteit en/of gelijkwaardigheid van elkaars technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures;

    • d. bevordering en aanmoediging van bilaterale samenwerking tussen elkaars openbare en/of particuliere instanties voor metrologie, normalisatie, beproeving, certificering en accreditering;

    • e. bevordering en aanmoediging van volledige deelname aan internationale organisaties voor normalisatie en versterking van de rol van internationale normen als basis voor technische voorschriften;

    • f. intensivering van de bilaterale samenwerking in internationale organisaties en fora die actief zijn op het terrein dat door deze afdeling wordt bestreken.

Artikel 88. Commissie voor normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordeling

  • 1 De partijen stellen een speciale commissie voor normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordeling in met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze afdeling. De speciale commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de partijen. Het voorzitterschap wordt gezamenlijk bekleed door vertegenwoordigers van elk van de partijen. De speciale commissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen, tenzij de partijen anders overeenkomen. De speciale commissie brengt verslag uit aan het Associatiecomité.

  • 2 De speciale commissie kan elke aangelegenheid met betrekking tot de werking van deze afdeling behandelen. Zij heeft in het bijzonder de volgende taken en verantwoordelijkheden:

    • a. zij houdt toezicht op en toetst de tenuitvoerlegging en het beheer van deze afdeling. De speciale commissie stelt in dit verband een werkprogramma op voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze afdeling, in het bijzonder artikel 87;

    • b. zij biedt een forum voor discussie en uitwisseling van informatie over alle kwesties die met deze afdeling verband houden, met name ten aanzien van de systemen van de partijen voor technische voorschriften, normen en procedures voor conformiteitsbeoordeling, alsmede de ontwikkelingen in internationale organisaties op dit terrein;

    • c. zij biedt een forum voor overleg en het vinden van snelle oplossingen voor problemen die onnodige handelsbelemmeringen, als bedoeld in deze afdeling, tussen de partijen vormen of kunnen vormen;

    • d. zij stimuleert en bevordert en faciliteert anderszins de samenwerking tussen de openbare en/of particuliere instanties voor metrologie, normalisatie, beproeving, certificering en accreditering van de partijen;

    • e. zij onderzoekt alle middelen om de wederzijdse toegang tot de markten van de partijen en de werking van deze afdeling te verbeteren.

Afdeling 5. Sanitaire en fytosanitaire maatregelen

Artikel 89. Sanitaire en fytosanitaire maatregelen

  • 1 Deze afdeling heeft als doel het handelsverkeer tussen de partijen te vereenvoudigen op terreinen die verband houden met de sanitaire en fytosanitaire wetgeving, waarbij de volksgezondheid en de gezondheid van dieren en planten worden beschermd, door verdere tenuitvoerlegging van de WTO-overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen. Voorts betreft deze afdeling overwegingen inzake normen voor het welzijn van dieren.

  • 2 De doelstellingen van deze afdeling worden nagestreefd in het kader van de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen van toepassing op de handel in dieren en dierlijke producten, planten, plantaardige producten en andere goederen alsmede dierenwelzijn, die in bijlage IV is opgenomen.

  • 3 In afwijking van het bepaalde in artikel 193 bestaat het Associatiecomité, wanneer het sanitaire of fytosanitaire maatregelen behandelt, uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap en van Chili die bevoegd zijn voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen. Het Associatiecomité draagt in dat geval de naam „Gemengd comité van beheer voor sanitaire en fytosanitaire maatregelen". De taken van het comité zijn uitgewerkt in artikel 16 van bijlage IV.

  • 4 Voor de toepassing van artikel 184 wordt overleg dat plaatsvindt op grond van artikel 16 van bijlage IV beschouwd als het in artikel 183 bedoelde overleg, tenzij de partijen anders besluiten.

Afdeling 6. Wijn en gedistilleerde dranken

Artikel 90. Wijn en gedistilleerde dranken

De overeenkomst inzake de handel in wijn en de overeenkomst inzake de handel in gedistilleerde dranken en gearomatiseerde dranken zijn opgenomen in bijlage V respectievelijk bijlage VI.

HOOFDSTUK III. UITZONDERINGEN

Artikel 91. Algemene uitzonderingsclausule

Onder het voorbehoud dat de hieronder bedoelde maatregelen niet zodanig worden toegepast dat zij een middel vormen tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie tussen partijen waar dezelfde omstandigheden gelden, of een verkapte beperking van de handel tussen de partijen, wordt niets in deze titel uitgelegd als een beletsel voor het nemen of toepassen door een partij van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn om de openbare zeden te beschermen;

  • b. noodzakelijk zijn om het leven of de gezondheid van mensen, dieren of planten te beschermen;

  • c. noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of regelingen die niet onverenigbaar zijn met deze overeenkomst, met inbegrip van wetten of regelingen die betrekking hebben op de toepassing van douanevoorschriften, de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten en het voorkomen van misleidende praktijken;

  • d. verband houden met de invoer of de uitvoer van goud of zilver;

  • e. betrekking hebben op de bescherming van nationaal bezit van kunstzinnige, geschiedkundige of oudheidkundige waarde;

  • f. betrekking hebben op de instandhouding van uitputbare natuurlijke hulpbronnen, mits de toepassing van zulke maatregelen met beperking van de binnenlandse productie of het binnenlandse verbruik gepaard gaat; of

  • g. betrekking hebben op voortbrengselen van gevangenisarbeid.

Artikel 92. Vrijwaringsclausule

  • 1 Tenzij in dit artikel anders wordt bepaald, zijn de bepalingen van artikel XIX van de GATT 1994 en van de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen van toepassing in de betrekkingen tussen de partijen. Het bepaalde in de leden 2, 3, 4, 5, 7, 8 en 9 van dit artikel is uitsluitend van toepassing wanneer een partij een aanmerkelijk belang heeft als exporteur van het betrokken product, overeenkomstig het bepaalde in lid 10.

  • 2 Een partij die een vrijwaringsonderzoek inleidt, stelt het Associatiecomité onmiddellijk, of in ieder geval binnen zeven dagen, schriftelijk in kennis van alle relevante informatie betreffende de inleiding van het onderzoek en de uiteindelijke resultaten van het onderzoek.

  • 3 De op grond van lid 2 verstrekte informatie omvat met name een overzicht van de binnenlandse procedure aan de hand waarvan het onderzoek zal worden uitgevoerd en een indicatie van het tijdschema voor hoorzittingen en andere passende gelegenheden waarbij belanghebbenden hun standpunt over de zaak kenbaar kunnen maken. Voorts verstrekt iedere partij het Associatiecomité tevoren schriftelijk alle relevante informatie over het besluit om voorlopige vrijwaringsmaatregelen toe te passen. Deze informatie dient ten laatste zeven dagen voor de datum van toepassing van de maatregelen te worden verstrekt.

  • 4 Na kennisgeving van de uiteindelijke resultaten van het vrijwaringsonderzoek en voor de vrijwaringsmaatregelen krachtens artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, legt de partij die voornemens is vrijwaringsmaatregelen te nemen de zaak voor aan het Associatiecomité, dat een grondig onderzoek van de situatie verricht om een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Teneinde een dergelijke oplossing te vinden voeren de partijen, indien de betrokken partij daarom verzoekt, voorafgaand overleg in het Associatiecomité.

  • 6 Indien krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen worden toegepast, kiezen de partijen bij voorrang maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de ernstige schade te herstellen, en dienen het niveau en de marges van de bij deze titel toegekende preferenties in stand te houden.

  • 9 Vrijwaringsmaatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van het Associatiecomité en eenmaal per jaar in het comité besproken, in het bijzonder met het oog op versoepeling of afschaffing van deze maatregelen.

  • 10 Voor de toepassing van dit artikel wordt een partij geacht een aanmerkelijk belang te hebben wanneer zij, in termen van absolute hoeveelheid of waarde, behoort tot de vijf grootste leveranciers van het ingevoerde product in de meest recente periode van drie jaar.

  • 11 Indien een partij bezwaar heeft tegen een toezichtprocedure voor de invoer van producten die kan leiden tot de omstandigheden waaronder krachtens dit artikel vrijwaringsmaatregelen mogen worden toegepast, stelt zij de andere partij daarvan in kennis.

Artikel 93. Tekortclausule

  • 1 Wanneer naleving van de bepalingen van deze titel leidt tot:

    • a. een ernstig tekort of gevaar voor een ernstig tekort aan levensmiddelen of andere producten die voor de exporterende partij van wezenlijk belang zijn; of

    • b. een tekort aan in het binnenland verkregen materialen die de binnenlandse verwerkende industrie nodig heeft in perioden dat de binnenlandse prijs van dergelijke materialen in het kader van een stabilisatieprogramma van de overheid op een lager niveau dan de wereldmarktprijs wordt gehouden;

    en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan deze partij passende maatregelen nemen volgens de voorwaarden en procedures van dit artikel.

  • 2 Bij de keuze van maatregelen wordt voorrang gegeven aan maatregelen die de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Dergelijke maatregelen mogen niet worden toegepast op een wijze die in gelijke omstandigheden willekeurige of onrechtvaardige discriminatie of een verkapte beperking van het handelsverkeer zou inhouden, en worden opgeheven zodra de omstandigheden verdere handhaving niet meer rechtvaardigen. Bovendien mogen krachtens het bepaalde in lid 1, onder b, genomen maatregelen er niet toe leiden dat de uitvoer van de producten van de betrokken binnenlandse verwerkende industrie wordt bevorderd of dat de bescherming van deze sector wordt verhoogd en mogen zij niet strijdig zijn met de bepalingen van deze overeenkomst inzake non-discriminatie.

  • 3 De partij die voornemens is de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen te nemen, verstrekt het Associatiecomité tevoren of, in de gevallen waarin lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk, alle relevante informatie om het in staat te stellen een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden. De partijen kunnen in het Associatiecomité besluiten tot elke maatregel die een einde maakt aan de moeilijkheden. Indien geen overeenstemming wordt bereikt binnen dertig dagen nadat de zaak aan het Associatiecomité is voorgelegd, kan de exporterende partij uit hoofde van dit artikel maatregelen nemen tegen de uitvoer van het betrokken product.

  • 4 Wanneer door uitzonderlijke, kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen voorafgaande kennisgeving of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de partij die voornemens is de maatregelen te nemen onmiddellijk voorzorgsmaatregelen nemen om het probleem op te lossen, mits zij de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis stelt.

  • 5 Alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden het Associatiecomité onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in dat comité op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder om een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.

TITEL III. HANDEL IN DIENSTEN EN VESTIGING

Artikel 94. Doelstellingen

  • 1 De partijen liberaliseren wederzijds de handel in diensten overeenkomstig de bepalingen van deze titel en artikel V van de GATS.

  • 2 Het doel van hoofdstuk 3 is verbetering van het onderlinge investeringsklimaat en met name de voorwaarden voor vestiging, op basis van het beginsel van non-discriminatie.

HOOFDSTUK I. DIENSTEN

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 95. Toepassingsgebied

  • 1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de handel in diensten omschreven als het verlenen van een dienst in de volgende vormen:

    • a. vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 1);

    • b. op het grondgebied van een partij ten behoeve van een afnemer van een dienst van de andere partij (vorm van dienstverlening 2);

    • c. door een dienstverlener van een partij via commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 3);

    • d. door een dienstverlener van een partij via de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 4).

  • 2 Dit hoofdstuk is van toepassing op de handel in alle dienstensectoren, met uitzondering van:

    • a. financiële diensten, die behandeld worden in hoofdstuk 2;

    • b. audiovisuele diensten;

    • c. nationale maritieme cabotage;

    • d. luchtvervoersdiensten, met inbegrip van geregelde of ongeregelde binnenlandse en internationale luchtvervoersdiensten, en diensten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van verkeersrechten, andere dan:

      • i. reparatie en onderhoud van luchtvaartuigen waarbij het luchtvaartuig buiten dienst wordt gesteld;

      • ii. verkoop en marketing van luchtvervoersdiensten;

      • iii. geautomatiseerde boekingssystemen (CRS).

  • 3 Niets in dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat een verplichting wordt opgelegd met betrekking tot overheidsopdrachten, die onderwerp zijn van titel IV van dit deel van de overeenkomst.

  • 4 Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op door de partijen verleende subsidies. In het kader van de herziening van dit hoofdstuk overeenkomstig artikel 100, onderzoeken de partijen de kwestie van disciplines die van toepassing zijn op subsidies met betrekking tot de handel in diensten, teneinde de krachtens artikel XV van de GATS overeengekomen disciplines daarin op te nemen.

  • 5 Deze afdeling is van toepassing op internationale zeevervoers- en telecommunicatiediensten waarvoor de bepalingen van de afdelingen 2 en 3 gelden.

Artikel 96. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „maatregel": elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;

  • b. „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen": maatregelen genomen door:

    • i. centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten;

    • ii. niet-gouvernementele instanties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

  • c. „dienstverlener": een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die een dienst verleent of aanbiedt;

  • d. „commerciële aanwezigheid": elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging, onder meer door middel van:

    • i. de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of

    • ii. de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging

      op het grondgebied van een partij met als doel een dienst te verlenen;

  • e. „rechtspersoon": iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;

  • f. „rechtspersoon van een partij": een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.

    Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;

  • g. „natuurlijke persoon": een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili.

Artikel 97. Markttoegang

  • 1 Ten aanzien van de markttoegang voor de in artikel 95 genoemde vormen van dienstverlening geeft elke partij diensten en dienstverleners van de andere partij geen ongunstiger behandeling dan die waarin is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de lijst van specifieke verbintenissen van dat lid als bedoeld in artikel 99.

  • 2 In sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, mogen door een partij de volgende maatregelen niet worden genomen of gehandhaafd, noch op basis van een regionale onderverdeling, noch voor haar gehele grondgebied, tenzij in haar lijst van specifieke verbintenissen anders is bepaald:

    • a. beperking van het aantal dienstverleners door middel van numerieke quota, monopolies, exclusiviteitsbepalingen of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;

    • b. beperking van de totale waarde van dienstentransacties of activa, in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;

    • c. beperking van het totale aantal dienstentransacties of de totale hoeveelheid geleverde diensten uitgedrukt in numerieke eenheden, door middel van quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak6;

    • d. beperking van het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde dienstensector werkzaam mag zijn of dat een dienstverlener in dienst mag hebben en die nodig zijn voor en rechtstreeks betrokken zijn bij de levering van een specifieke dienst, door middel van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;

    • e. maatregelen die het verlenen van diensten door een dienstverlener van de andere partij tot bepaalde rechtsvormen of joint ventures beperken;

    • f. beperking van de hoeveelheid buitenlands kapitaal door middel van een maximumpercentage voor buitenlandse participaties of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen.

Artikel 98. Nationale behandeling

  • 1 In de sectoren die in haar lijst van specifieke verbintenissen zijn opgenomen behandelt iedere partij, onder voorbehoud van de in die lijst vermelde voorwaarden en kwalificaties, in het kader van maatregelen die gevolgen hebben voor de dienstverlening, diensten en dienstverleners van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke diensten en dienstverleners7.

  • 2 De partijen kunnen aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan diensten en dienstverleners van de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is of naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan hun eigen diensten en dienstverleners toekennen.

  • 3 Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van diensten of dienstverleners van de betrokken partij in vergelijking met soortgelijke diensten of dienstverleners van de andere partij.

Artikel 99. Lijst van specifieke verbintenissen

  • 1 De specifieke verbintenissen die iedere partij aangaat met betrekking tot de artikelen 97 en 98 worden opgenomen in de lijst in bijlage VII. Voor de sectoren waarvoor deze verbintenissen worden aangegaan, vermeldt iedere lijst:

    • a. de voorwaarden en beperkingen voor de markttoegang;

    • b. de voorwaarden en kwalificaties voor nationale behandeling;

    • c. verplichtingen in verband met de bijkomende verbintenissen bedoeld in lid 3;

    • d. indien van toepassing, het tijdschema voor de uitvoering van deze verbintenissen en de datum van inwerkingtreding van deze verbintenissen.

  • 2 Maatregelen die zowel met artikel 97 als met artikel 98 strijdig zijn worden ingeschreven in de kolom betreffende artikel 97. In dat geval wordt de inschrijving tevens als voorwaarde of kwalificatie voor de toepassing van artikel 98 beschouwd.

  • 3 Indien een partij een specifieke verbintenis aangaat met betrekking tot maatregelen die van invloed zijn op de handel in diensten, doch die niet op grond van de artikelen 97 en 98 in de lijst opgenomen dienen te worden, neemt zij deze verbintenissen in haar lijst op als bijkomende verbintenis.

Artikel 100. Toetsing

  • 1 Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst wordt dit hoofdstuk door de partijen getoetst, teneinde de liberalisering te versterken en de resterende beperkingen te verminderen of af te schaffen tot wederzijds voordeel, met inachtneming van een algemeen evenwicht van rechten en plichten.

  • 2 Drie jaar na de toetsing bedoeld in lid 1 onderzoekt het Associatiecomité de werking van dit hoofdstuk en dient het bij de Associatieraad passende voorstellen in.

Artikel 101. Verkeer van natuurlijke personen

Twee jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst toetsen de partijen de regels en voorwaarden met betrekking tot het verkeer van natuurlijke personen (vorm van dienstverlening 4), teneinde dit verder te liberaliseren. In het kader van deze toetsing kan tevens de definitie van natuurlijke persoon in artikel 96, onder g), worden herzien.

Artikel 102. Binnenlandse regelingen

  • 1 Ten aanzien van sectoren waarvoor een partij in haar lijst verbintenissen is aangegaan, streeft die partij ernaar, teneinde te voorkomen dat maatregelen in verband met vereisten en procedures voor het verlenen van vergunningen aan en het certificeren van dienstverleners van de andere partij onnodige belemmeringen voor de handel in diensten vormen, dat dergelijke maatregelen:

    • a. gebaseerd zijn op objectieve en doorzichtige criteria, zoals onder andere bekwaamheid en het vermogen de dienst te verlenen;

    • b. de handel niet meer beperken dan nodig is voor het verwezenlijken van een legitiem beleidsdoel;

    • c. geen verkapte beperking op het verlenen van diensten inhouden.

  • 2 In het kader van de procedure van artikel 100 kunnen de in lid 1 bedoelde disciplines worden getoetst teneinde de krachtens artikel VI van de GATS overeengekomen disciplines in deze overeenkomst op te nemen.

  • 3 Indien een partij eenzijdig of bij overeenkomst de op het grondgebied van een derde land verkregen opleiding, ervaring, vergunningen of certificeringen erkent, biedt die partij de andere partij toereikende gelegenheid om aan te tonen dat de op het grondgebied van de andere partij verkregen opleiding, ervaring, vergunningen of certificeringen eveneens dienen te worden erkend, of om een overeenkomst te sluiten of een regeling overeen te komen met een vergelijkbare werking.

  • 4 De partijen plegen op gezette tijden overleg om vast te stellen of nog van kracht zijnde eisen met betrekking tot nationaliteit of permanent verblijf voor de afgifte van vergunningen aan of de certificering van elkaar dienstverleners kunnen worden ingetrokken.

Artikel 103. Wederzijdse erkenning

  • 1 Iedere partij ziet erop toe dat haar bevoegde autoriteiten binnen een redelijke termijn na het indienen door een dienstverlener van de andere partij van een aanvraag voor een vergunning of voor certificering:

    • a. indien de aanvraag volledig is, een besluit nemen over de aanvraag en dit besluit aan de aanvrager mededelen; of

    • b. indien de aanvraag niet volledig is, de aanvrager zo spoedig mogelijk op de hoogte stellen van de status van de aanvraag en van de aanvullende gegevens die volgens de binnenlandse wetgeving van de betrokken partij vereist zijn.

  • 2 De partijen bevorderen dat de relevante instanties op hun grondgebied aanbevelingen doen over wederzijdse erkenning, teneinde dienstverleners in staat te stellen geheel of ten dele te voldoen aan de criteria die iedere partij toepast voor de vergunning- en licentieverlening aan en de accreditering en certificering en het functioneren van dienstverleners, in het bijzonder de verleners van zakelijke diensten.

  • 3 Het Associatiecomité besluit binnen een redelijke termijn, met inachtneming van de mate waarin de regelgeving van de partijen onderling overeenstemt, of een aanbeveling als bedoeld in lid 2 met dit hoofdstuk verenigbaar is. Indien dat het geval is, wordt de aanbeveling ten uitvoer gelegd door middel van een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van vereisten, kwalificaties, vergunningen en andere reglementering, waarover door de bevoegde autoriteiten onderhandelingen worden gevoerd.

  • 5 Indien de partijen tot overeenstemming komen, bevordert iedere partij dat haar bevoegde instanties procedures ontwikkelen voor het verlenen van tijdelijke licenties aan zakelijke dienstverleners van de andere partij.

  • 6 De tenuitvoerlegging van dit artikel wordt door het Associatiecomité periodiek, doch ten minste eenmaal per drie jaar getoetst.

Artikel 104. Elektronische handel8

De partijen erkennen dat het gebruik van elektronische middelen de handelsmogelijken in vele sectoren verruimt en komen overeen de ontwikkeling van hun onderlinge elektronische handelsverkeer te bevorderen, met name door middel van samenwerking op het gebied van de problemen die elektronische handel met zich meebrengt wat betreft markttoegang en regelgeving.

Artikel 105. Transparantie

Iedere partij beantwoordt zo spoedig mogelijk verzoeken van de andere partij om specifieke informatie over algemeen toegepaste maatregelen of internationale overeenkomsten die op dit hoofdstuk betrekking hebben of daarvoor gevolgen hebben. Het in artikel 190 genoemde contactpunt verstrekt over al deze aangelegenheden op verzoek specifieke informatie aan dienstverleners van de andere partij. Het is niet nodig dat de contactpunten depositaris zijn van wet- en regelgeving.

Afdeling 2. Internationaal vervoer over zee

Artikel 106. Toepassingsgebied

  • 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 95, lid 5, zijn de bepalingen van deze afdeling van toepassing op buiten de Gemeenschap of Chili gevestigde scheepvaartmaatschappijen die onder zeggenschap staan van onderdanen van een lidstaat van de Gemeenschap respectievelijk van Chili, indien de vaartuigen van deze maatschappijen overeenkomstig de rechtsvoorschriften van de betrokken lidstaat respectievelijk van Chili geregistreerd zijn en de vlag van een lidstaat of van Chili voeren.

  • 2 Dit artikel is van toepassing op het internationale vervoer over zee, met inbegrip van het huis-huis-vervoer en het intermodaal vervoer waarvan een gedeelte over zee plaatsvindt.

Artikel 107. Definities

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a. „intermodaal vervoer": het recht om voor internationale vracht huis-huisvervoersdiensten te verrichten en daartoe rechtstreekse overeenkomsten te sluiten met verleners van andere vervoersdiensten;

  • b. „internationale verleners van zeevervoersdiensten": verleners van maritieme diensten die betrekking hebben op internationale vracht, vrachtafhandelings-, opslag- en entrepotdiensten, douaneafhandelingsdiensten, containerstations- en depotdiensten, agentschapsdiensten en expeditiediensten.

Artikel 108. Markttoegang en nationale behandeling

  • 1 Gezien het huidige niveau van liberalisatie tussen de partijen op het gebied van het internationale vervoer over zee:

    • a. blijven de partijen het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markt voor zeevervoer op commerciële en niet-discriminatoire grondslag toepassen;

    • b. blijven de partijen aan vaartuigen die de vlag voeren van de andere partij of geëxploiteerd worden door dienstverleners van de andere partij een behandeling toekennen die niet minder gunstig is dan die welke zij aan hun eigen vaartuigen toekennen ten aanzien van onder meer de toegang tot havens, het gebruik van infrastructuur en aanvullende maritieme diensten van die havens, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en heffingen, douanediensten en de toewijzing van aanlegplaatsen en laad- en losfaciliteiten.

  • 2 Wat de toepassing van de beginselen van lid 1 betreft, verbinden de partijen zich ertoe:

    • a. in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen geen bepalingen op te nemen inzake vrachtverdeling, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de betrokken partij anders geen reële kans zouden krijgen om aan het vervoer van en naar het betrokken derde land deel te nemen;

    • b. het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen te verbieden;

    • c. bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle eenzijdige maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verlenen van diensten in het internationale vervoer over zee.

  • 3 Iedere partij staat internationale verleners van zeevervoersdiensten van de andere partij toe een commerciële aanwezigheid te hebben op haar grondgebied, onder voorwaarden, wat vestiging en exploitatie betreft, die niet minder gunstig zijn dan die welke zij aan haar eigen dienstverleners of aan dienstverleners van derde landen toekent, indien deze laatsten betere voorwaarden genieten, overeenkomstig de voorwaarden die in haar lijst van specifieke verbintenissen zijn opgenomen.

Afdeling 3. Telecommunicatiediensten

Artikel 109. Definities

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  • a. „telecommunicatiediensten": het transport van elektromagnetische signalen – geluid, beeld, gegevens en alle combinaties daarvan, met uitzondering van omroep9. De verbintenissen in deze sector hebben derhalve geen betrekking op de economische activiteit die bestaan uit het leveren van inhoud die voor de verspreiding afhankelijk is van telecommunicatiediensten. Voor de levering van inhoud die verspreid wordt door middel van een telecommunicatiedienst gelden de specifieke verbintenissen die de partijen in andere relevante sectoren zijn aangegaan;

  • b. „regelgevende autoriteit": een instantie of instanties die een of meer van de regelgevingstaken uitvoert die betrekking hebben op de vraagstukken die in deze afdeling aan de orde komen;

  • c. „essentiële telecommunicatiefaciliteiten": faciliteiten in het kader van een openbaar telecommunicatienetwerk en een openbare telecommunicatiedienst die:

    • i. uitsluitend of voornamelijk ter beschikking worden gesteld door één of een beperkt aantal leveranciers;

    • ii. niet op haalbare wijze economisch of technisch kunnen worden vervangen met het oog op het verlenen van een dienst.

Artikel 110. Regelgevende autoriteit

  • 1 Regelgevende autoriteiten voor telecommunicatiediensten dienen van leveranciers van basistelecommunicatiediensten gescheiden te zijn van en mogen daaraan niet verantwoordingsplichtig zijn.

  • 2 De besluiten die de regelgevende autoriteiten nemen en de procedures die zij toepassen zijn neutraal ten opzichte van alle marktdeelnemers.

  • 3 Leveranciers die worden getroffen door een besluit van een regelgevende autoriteit hebben het recht tegen dat besluit in beroep te gaan.

Artikel 111. Verlenen van diensten

  • 1 Indien een vergunning vereist is, worden de voorwaarden voor het verkrijgen van die vergunning openbaar gemaakt, evenals de termijn die gewoonlijk nodig is voor het nemen van een besluit betreffende een vergunningaanvraag.

  • 2 Indien een vergunning vereist is, wordt aan aanvragers op verzoek medegedeeld om welke redenen een vergunning is geweigerd.

Artikel 112. Grote leveranciers

  • 1 Een grote leverancier is een leverancier die de mogelijkheid heeft de voorwaarden voor deelneming (wat prijs en levering betreft) op de relevante markt voor basistelecommunicatiediensten materieel te beïnvloeden ten gevolge van:

    • a. controle over essentiële faciliteiten; of

    • b. gebruik van zijn marktpositie.

  • 2 Passende maatregelen zullen worden genomen om te voorkomen dat leveranciers die zelfstandig of gezamenlijk een grote leverancier zijn, concurrentiebeperkende praktijken toepassen of blijven toepassen.

  • 3 De hierboven bedoelde concurrentiebeperkende praktijken zijn onder meer:

    • a. het toepassen van kruissubsidiëring op concurrentiebeperkende wijze;

    • b. het gebruiken van informatie van concurrenten op concurrentiebeperkende wijze;

    • c. het niet op tijdige wijze beschikbaar stellen aan andere dienstverleners van technische informatie over essentiële faciliteiten en commercieel relevante informatie die deze dienstverleners voor het leveren van hun diensten nodig hebben.

Artikel 113. Interconnectie

  • 1 Deze afdeling heeft betrekking op de koppeling met leveranciers die publieke telecommunicatienetwerken of -diensten leveren teneinde het gebruikers van een leverancier mogelijk te maken te communiceren met gebruikers van een andere leverancier en toegang te krijgen tot door een andere leverancier geleverde diensten.

  • 2 Voor interconnectie met een grote leverancier moet worden gezorgd op elk technisch haalbaar punt in het netwerk. Dergelijke interconnectie moet worden geleverd:

    • a. op niet-discriminerende voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen niet-discriminerende tarieven, alsook met een kwaliteit die niet lager is dan die welke wordt geboden voor de eigen soortgelijke diensten of voor soortgelijke diensten van niet-gelieerde dienstverleners of dochterondernemingen of andere gelieerde ondernemingen;

    • b. binnen een redelijke termijn, op voorwaarden (inclusief technische normen en specificaties) en tegen op de kosten gebaseerde tarieven die transparant, economisch redelijk en voldoende gescheiden zijn, zodat de leverancier niet behoeft te betalen voor netwerkonderdelen en -faciliteiten die hij voor de levering van zijn diensten niet nodig heeft;

    • c. op verzoek via extra aansluitpunten, in aanvulling op de aan de meeste gebruikers aangeboden netwerkaansluitpunten, tegen een vergoeding die gebaseerd is op de kosten voor het aanleggen van de noodzakelijke aanvullende faciliteiten.

  • 4 De procedures voor interconnectie met een grote leverancier moeten worden bekendgemaakt.

  • 5 Grote leveranciers dienen interconnectieovereenkomsten aan te bieden aan de dienstverleners van de andere partij teneinde discriminatie tegen te gaan, en/of dienen referentie-interconnectieaanbiedingen tevoren bekend te maken, tenzij deze reeds publiekelijk beschikbaar zijn.

Artikel 114. Schaarse middelen

Alle procedures voor de toewijzing en het gebruik van schaarse middelen, zoals frequenties, nummers en doorgangsrechten, worden toegepast op objectieve, tijdige, transparante en niet-discriminerende wijze.

Artikel 115. Universele dienstverlening

  • 1 Iedere partij heeft het recht vast te stellen welke universele dienstverplichtingen zij wenst te handhaven.

  • 2 De bepalingen inzake universele dienstverlening dienen transparant, objectief en niet-discriminerend te zijn. Deze bepalingen dienen voorts concurrentieneutraal te zijn en niet belastender dan nodig is.

HOOFDSTUK II. FINANCIELE DIENSTEN

Artikel 116. Toepassingsgebied

  • 1 Dit hoofdstuk is van toepassing op door de partijen vastgestelde of gehandhaafde maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in financiële diensten.

  • 2 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt de handel in financiële diensten omschreven als het verlenen van een financiële dienst in de volgende vormen:

    • a. vanaf het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 1);

    • b. op het grondgebied van een partij ten behoeve van een afnemer van een financiële dienst van de andere partij (vorm van dienstverlening 2);

    • c. door een verlener van financiële diensten van een partij via commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 3);

    • d. door een verlener van financiële diensten van een partij via de aanwezigheid van natuurlijke personen op het grondgebied van de andere partij (vorm van dienstverlening 4).

  • 3 Niets in dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat een verplichting wordt opgelegd met betrekking tot overheidsopdrachten, die onderwerp zijn van titel IV van dit deel.

  • 4 Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op door de partijen verleende subsidies. De partijen onderzoeken de kwestie van disciplines die van toepassing zijn op subsidies met betrekking tot de handel in financiële diensten, teneinde de krachtens artikel XV van de GATS overeengekomen disciplines in deze overeenkomst op te nemen.

  • 5 Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:

    • i. activiteiten van een centrale bank, een monetaire autoriteit of een andere openbare instantie ten behoeve van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid;

    • ii. activiteiten in het kader van een wettelijk stelsel van sociale zekerheid of algemene ouderdomsvoorziening;

    • iii. andere door een openbare instantie voor rekening, met garantie of met gebruikmaking van de financiële middelen van de overheid ondernomen activiteiten.

  • 6 Wanneer een partij toestaat dat een in lid 5, onder ii) of iii), genoemde activiteit door haar verleners van financiële diensten in concurrentie met een openbare instantie of een verlener van financiële diensten wordt verricht, is dit hoofdstuk van toepassing op die activiteiten.

Artikel 117. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • 1. „maatregel": elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratieve handeling of in enige andere vorm;

  • 2. „door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen": maatregelen genomen door:

    • i. centrale, regionale of lokale overheden en autoriteiten;

    • ii. niet-gouvernementele instanties bij de uitoefening van door centrale, regionale of lokale overheden of autoriteiten gedelegeerde bevoegdheden;

  • 3. „verlener van financiële diensten": een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die financiële diensten verleent of aanbiedt, met uitzondering van openbare instanties;

  • 4.

    • i. een overheid, centrale bank of monetaire autoriteit van een partij, of een instantie die eigendom is van een partij of onder zeggenschap staat van een partij en die zich in hoofdzaak bezighoudt met de uitvoering van overheidstaken of activiteiten voor overheidsdoeleinden, met uitzondering van instanties die zich in hoofdzaak bezighouden met het verlenen van financiële diensten op commerciële basis; of

    • ii. een particuliere instantie, wanneer deze taken vervult die normalerwijze door een centrale bank of monetaire autoriteit worden vervuld;

  • 5. „commerciële aanwezigheid": elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging, onder meer door middel van:

    • i. de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of

    • ii. de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging op het grondgebied van een partij met als doel een financiële dienst te verlenen;

  • 6. „rechtspersoon": iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;

  • 7. „rechtspersoon van een partij": een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.

    Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;

  • 8. „natuurlijke persoon": een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili;

  • 9. „financiële dienst": elke dienst van financiële aard, aangeboden door een verlener van financiële diensten van een partij. Financiële diensten omvatten de volgende activiteiten:

    Verzekeringen en daarmee verband houdende diensten

    • i. directe verzekering (met inbegrip van medeverzekering):

      • a. levensverzekering;

      • b. schadeverzekering;

    • ii. herverzekering en retrocessie;

    • iii. verzekeringsbemiddeling, zoals makelaardij en agentschap;

    • iv. ondersteunende diensten voor verzekeringen, zoals diensten van adviseurs en actuarissen en diensten in verband met risicobeoordeling en de afwikkeling van claims.

    Bancaire en andere financiële diensten (met uitzondering van verzekeringen)

    • v. aanvaarding van deposito's en andere terugbetaalbare fondsen van het publiek;

    • vi. alle soorten leningen, waaronder consumptieve en hypothecaire kredieten, factoring en financiering van commerciële transacties;

    • vii. financiële leasing;

    • viii. alle diensten in verband met het betalingsverkeer en de overmaking van geld, waaronder creditcards, betaalkaarten, debetkaarten, reischeques en bankwissels;

    • ix. garanties en verbintenissen;

    • x. transacties voor eigen rekening of voor rekening van cliënten, op de beurs of op de markt van niet-genoteerde fondsen of anderszins, ten aanzien van:

      • a. geldmarktinstrumenten (met inbegrip van cheques, effecten en depositocertificaten);

      • b. deviezen;

      • c. derivaten, met inbegrip van termijninstrumenten en opties;

      • d. wisselkoers- en rentetariefinstrumenten, waaronder producten als swaps en forward rate agreements;

      • e. verhandelbare effecten;

      • f. andere verhandelbare instrumenten en financiële activa, met inbegrip van edelmetaal;

    • xi. deelneming in de uitgifte van alle soorten waardepapieren, met inbegrip van garantieverlening en plaatsing in de hoedanigheid van agent (publiek dan wel particulier) en verlening van diensten in verband met deze uitgiften;

    • xii. financiële bemiddeling;

    • xiii. beheer van activa, zoals beheer van contanten of portefeuillebeheer, alle vormen van beheer van collectieve investeringen, beheer van pensioenfondsen, diensten aangaande bewaarneming, depositodiensten en fiduciaire diensten;

    • xiv. betalings- en compensatiediensten in verband met financiële activa, met inbegrip van waardepapieren, derivaten en andere verhandelbare instrumenten;

    • xv. verstrekking en doorgifte van financiële informatie en verwerking van financiële gegevens en daarop betrekking hebbende software door verleners van andere financiële diensten;

    • xvi. advies- en bemiddelingsdiensten en andere ondersteunende financiële diensten voor alle onder v) tot en met xv) vermelde activiteiten, met inbegrip van kredietonderzoek en -analyse, onderzoek en advies aangaande investeringen en beleggingen, advies over overnames, bedrijfsreorganisaties en strategieën;

  • 10. „nieuwe financiële dienst": een dienst van financiële aard, met inbegrip van diensten in verband met bestaande of nieuwe producten of de wijze waarop een product wordt geleverd, die niet wordt verleend door verleners van financiële diensten op het grondgebied van een partij, doch die op het grondgebied van de andere partij wordt verleend.

Artikel 118. Markttoegang

  • 1 Ten aanzien van de markttoegang voor de in artikel 116 genoemde vormen van dienstverlening geeft elke partij financiële diensten en verleners van financiële diensten van de andere partij geen ongunstiger behandeling dan die waarin is voorzien in de voorwaarden en beperkingen die zijn overeengekomen en opgenomen in de lijst van specifieke verbintenissen van dat lid als bedoeld in artikel 120.

  • 2 In sectoren waarvoor verbintenissen betreffende markttoegang worden aangegaan, mogen door een partij de volgende maatregelen niet worden genomen of gehandhaafd, noch op basis van een regionale onderverdeling, noch voor haar gehele grondgebied, tenzij in haar lijst van specifieke verbintenissen anders is bepaald:

    • a. beperking van het aantal verleners van financiële diensten door middel van numerieke quota, monopolies, exclusiviteitsbepalingen of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;

    • b. beperkingen op de totale waarde van de verleende financiële diensten of de activa in de vorm van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar de economische noodzaak;

    • c. beperking van het totale aantal financiële dienstentransacties of de totale hoeveelheid geleverde diensten uitgedrukt in numerieke eenheden, door middel van quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak10;

    • d. beperking van het totale aantal natuurlijke personen dat in een bepaalde financiële dienstensector werkzaam mag zijn of dat een verlener van financiële diensten in dienst mag hebben en die nodig zijn voor en rechtstreeks betrokken zijn bij de levering van een specifieke financiële dienst, door middel van numerieke quota of de eis van een onderzoek naar economische noodzaak;

    • e. maatregelen die het verlenen van financiële diensten door een verlener van financiële diensten van de andere partij tot bepaalde rechtsvormen of joint ventures beperken;

    • f. beperking van de hoeveelheid buitenlands kapitaal door middel van een maximumpercentage voor buitenlandse participaties of de totale waarde van individuele of totale buitenlandse investeringen.

Artikel 119. Nationale behandeling

  • 1 In de sectoren die in haar lijst van specifieke verbintenissen zijn opgenomen behandelt iedere partij, onder voorbehoud van de in die lijst vermelde voorwaarden en kwalificaties, in het kader van maatregelen die gevolgen hebben voor de verlening van financiële diensten, financiële diensten en verleners van financiële diensten van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen soortgelijke financiële diensten en verleners van financiële diensten11.

  • 2 De partijen kunnen aan het bepaalde in lid 1 voldoen door aan financiële diensten en verleners van financiële diensten van de andere partij een behandeling toe te kennen die naar de vorm identiek is of naar de vorm afwijkt van de behandeling die zij aan hun eigen financiële diensten en verleners van financiële diensten toekennen.

  • 3 Een naar de vorm identieke of naar de vorm afwijkende behandeling wordt geacht minder gunstig te zijn indien zij de mededingingsvoorwaarden wijzigt ten gunste van financiële diensten of verleners van financiële diensten van de betrokken partij in vergelijking met soortgelijke financiële diensten of verleners van financiële diensten van de andere partij.

Artikel 120. Lijst van specifieke verbintenissen

  • 1 De specifieke verbintenissen die iedere partij aangaat met betrekking tot de artikelen 118 en 119 worden opgenomen in de lijst in bijlage VIII. Voor de sectoren waarvoor deze verbintenissen worden aangegaan, vermeldt iedere lijst:

    • a. de voorwaarden en beperkingen voor de markttoegang;

    • b. de voorwaarden en kwalificaties voor nationale behandeling;

    • c. verplichtingen in verband met de bijkomende verbintenissen bedoeld in lid 3;

    • d. indien van toepassing, het tijdschema voor de uitvoering van deze verbintenissen en de datum van inwerkingtreding van deze verbintenissen.

  • 2 Maatregelen die zowel met artikel 118 als met artikel 119 strijdig zijn worden ingeschreven in de kolom betreffende artikel 118. In dat geval wordt de inschrijving tevens als voorwaarde of kwalificatie voor de toepassing van artikel 119 beschouwd.

  • 3 Indien een partij een specifieke verbintenis aangaat met betrekking tot maatregelen die van invloed zijn op de handel in financiële diensten, doch die niet op grond van de artikelen 118 en 98 in de lijst opgenomen dienen te worden, neemt zij deze verbintenissen in haar lijst op als bijkomende verbintenis.

Artikel 121. Nieuwe financiële diensten

  • 1 Elke partij staat verleners van financiële diensten van de andere partij die op haar grondgebied zijn gevestigd toe op haar grondgebied nieuwe financiële diensten aan te bieden die onder de in haar lijst van specifieke verbintenissen opgenomen subsectoren en financiële diensten vallen, op de voorwaarden en met inachtneming van de beperkingen en kwalificaties die in die lijst zijn vermeld, mits voor de invoering van die nieuwe financiële diensten geen wetswijziging of nieuwe wet vereist is.

  • 2 De betrokken partij kan de rechtsvorm vaststellen waarin de dienst kan worden verleend en kan de verlening van de betrokken financiële dienst aan een vergunningsplicht onderwerpen. Wanneer een dergelijke vergunning vereist is, wordt hieromtrent binnen een redelijke termijn een besluit genomen en kan de vergunning uitsluitend om prudentiële redenen worden geweigerd.

Artikel 122. Gegevensverwerking in de sector financiële diensten

  • 1 De partijen staan verleners van financiële diensten van de andere partij toe gegevens in elektronische of in andere vorm met het oog op gegevensverwerking van en naar hun grondgebied te verzenden, wanneer de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is in het kader van de normale transacties van de betrokken verleners van financiële diensten.

  • 2 Wanneer de in lid 1 bedoelde gegevens persoonsgegevens zijn of bevatten, is de verzending van deze gegevens van het grondgebied van de ene partij naar het grondgebied van de andere partij onderworpen aan de binnenlandse wetgeving die de partij vanwaar de gegevens worden verzonden heeft vastgesteld betreffende de bescherming van individuen in verband met de verzending en verwerking van persoonsgegevens.

Artikel 123. Effectieve en transparante reglementering in de sector financiële diensten

  • 1 De partijen stellen voor zover praktisch mogelijk alle belanghebbenden vooraf in kennis van alle door hen beoogde maatregelen van algemene toepassing teneinde deze belanghebbenden in de gelegenheid te stellen commentaar te geven op de betrokken maatregel. Dergelijke maatregelen worden bekendgemaakt:

    • a. door officiële publicatie; of

    • b. in enige andere vorm, schriftelijk of elektronisch.

  • 2 De bevoegde financiële autoriteiten van de partijen stellen belanghebbenden in kennis van hun voorschriften voor het indienen van aanvragen met betrekking tot de verlening van financiële diensten.

  • 3 Op verzoek van een aanvrager stelt de bevoegde financiële autoriteit deze in kennis van de status van zijn aanvraag. Indien de betrokken autoriteit van de aanvrager aanvullende informatie verlangt, stelt zij deze daar onmiddellijk van in kennis.

  • 4 Iedere partij stelt alles in het werk om op haar grondgebied de internationaal overeengekomen normen voor reglementering van en toezicht op de sector financiële diensten, alsmede voor het bestrijden van het witwassen van geld, toe te passen. De partijen werken met dit doel samen en wisselen informatie en ervaring uit in de speciale commissie voor financiële diensten, bedoeld in artikel 127.

Artikel 124. Vertrouwelijke informatie

Niets in dit hoofdstuk:

  • a. verplicht een partij tot ve.rstrekking van vertrouwelijke informatie waarvan bekendmaking de rechtshandhaving belemmert, die anderszins met het openbaar belang in strijd is of die schadelijk is voor de rechtmatige handelsbelangen van openbare of particuliere ondernemingen;

  • b. wordt op zodanige wijze geïnterpreteerd dat een partij verplicht is informatie te verstrekken betreffende de financiële zaken en de boekhouding van individuele cliënten van verleners van financiële diensten, dan wel vertrouwelijke of geheime informatie die in het bezit is van openbare instanties.

Artikel 125. Prudentiële uitzonderingsbepaling

  • 1 Geen van de bepalingen van dit hoofdstuk wordt zodanig uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het vaststellen of handhaven van redelijke maatregelen voor prudentiële doeleinden, zoals:

    • a. de bescherming van investeerders, spaarders, deelnemers aan de financiële markten, polishouders of personen aan wie een verlener van financiële diensten een fiduciair recht verschuldigd is;

    • b. het handhaven van de veiligheid, de solvabiliteit, de integriteit of de financiële aansprakelijkheid van verleners van financiële diensten; of

    • c. het verzekeren van de integriteit en de stabiliteit van het financieel systeem van een partij.

  • 2 Indien dergelijke maatregelen strijdig zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, mogen zij niet worden gebruikt om de uit de overeenkomst voortvloeiende verbintenissen of verplichtingen van een partij te ontduiken.

Artikel 126. Erkenning

  • 1 Een partij kan maatregelen van bedrijfseconomisch toezicht van de andere partij erkennen door te bepalen op welke wijze de maatregelen van de partij betreffende financiële diensten worden toegepast. Deze erkenning, door harmonisatie of op andere wijze, kan op een overeenkomst of regeling met het betrokken land worden gebaseerd of autonoom geschieden.

  • 2 Een partij die partij is bij een onder a) genoemde, toekomstige dan wel bestaande overeenkomst of regeling met een derde partij, geeft de andere partij voldoende gelegenheid om over toetreding tot die overeenkomst of regeling te onderhandelen of met haar over daarmee vergelijkbare overeenkomsten of regelingen te onderhandelen in omstandigheden die tot gelijkwaardige resultaten leiden op het gebied van reglementering, uitvoering, toezicht en, indien van toepassing, procedures voor de uitwisseling van informatie tussen de partijen bij de overeenkomst of regeling. Wanneer een partij autonoom tot erkenning overgaat, geeft zij de andere partij voldoende gelegenheid aan te tonen dat deze omstandigheden bestaan.

Artikel 127. Speciale commissie voor financiële diensten

  • 1 De partijen stellen een speciale commissie voor financiële diensten in. Deze speciale commissie is samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen. De hoofdvertegenwoordiger van elke partij is een ambtenaar van de instantie van deze partij die verantwoordelijk is voor de in bijlage IX omschreven financiële diensten.

  • 2 De speciale commissie heeft onder meer tot taak:

    • a. toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van het bepaalde in dit hoofdstuk;

    • b. problemen in verband met financiële diensten te onderzoeken die haar door een partij worden voorgelegd.

  • 3 De speciale commissie komt op verzoek van een van de partijen bijeen op een datum en met een agenda die vooraf door de partijen in onderling overleg zijn vastgesteld. Het voorzitterschap wordt bij toerbeurt door de partijen bekleed. De speciale commissie brengt aan het Associatiecomité verslag uit over de resultaten van haar vergaderingen.

  • 4 Drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst onderzoekt de speciale commissie voor financiële diensten maatregelen om de handel in financiële diensten te vergemakkelijken en uit te breiden en de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst verder te bevorderen. Zij brengt hierover verslag uit aan het Associatiecomité.

Artikel 128. Overleg

  • 1 Een partij kan de andere partij om overleg verzoeken over elke kwestie die verband houdt met dit hoofdstuk. De andere partij neemt het verzoek in welwillende overweging. De partijen stellen de speciale commissie voor financiële diensten in kennis van de resultaten van dit overleg.

  • 2 Aan het in dit artikel bedoelde overleg wordt deelgenomen door ambtenaren van de in bijlage IX genoemde autoriteiten.

  • 3 Geen van de bepalingen van dit artikel mag zodanig worden uitgelegd dat zij de aan het overleg deelnemende financiële autoriteiten ertoe verplicht informatie vrij te geven of maatregelen te nemen die strijdig zijn met afzonderlijke kwesties in verband met reglementering, toezicht, administratie of handhaving.

  • 4 Wanneer een financiële autoriteit van een partij om redenen in verband met het toezicht informatie vraagt over een verlener van financiële diensten op het grondgebied van de andere partij, kan die financiële autoriteit de bevoegde financiële autoriteiten op het grondgebied van de andere partij verzoeken deze informatie te verstrekken. De verstrekking van dergelijke informatie kan onderworpen zijn aan de voorwaarden en beperkingen die in de desbetreffende wetgeving van de andere partij vervat zijn of aan de eis dat de respectieve financiële autoriteiten daarover een overeenkomst moeten hebben gesloten of een regeling moeten zijn overeengekomen.

Artikel 129. Specifieke bepalingen inzake geschillenbeslechting

  • 1 Tenzij anders bepaald in dit artikel worden geschillen met betrekking tot dit hoofdstuk geregeld overeenkomstig het bepaalde in titel VIII.

  • 2 Voor de toepassing van artikel 184 wordt overleg dat plaatsvindt op grond van artikel 128 beschouwd als het in artikel 183 bedoelde overleg, tenzij de partijen anders overeenkomen. Na de opening van het overleg verstrekken de partijen informatie aan de hand waarvan kan worden onderzocht welke gevolgen een maatregel van een partij of een andere kwestie kan hebben voor de werking en toepassing van dit hoofdstuk. De tijdens het overleg uitgewisselde informatie wordt vertrouwelijk behandeld. Indien het probleem niet is opgelost binnen vijfenveertig dagen nadat het overleg op grond van artikel 128 heeft plaatsgevonden, dan wel binnen negentig na de indiening van het verzoek om overleg krachtens artikel 128, lid 1, indien dit vroeger is, kan de klagende partij schriftelijk verzoeken om instelling van een arbitragepanel. De partijen brengen over de resultaten van hun overleg rechtstreeks verslag uit aan het Associatiecomité.

  • 3 Voor de toepassing van artikel 185 geldt het volgende:

    • a. de voorzitter van het arbitragepersoneel dient een financieel deskundige te zijn;

    • b. het Associatiecomité stelt uiterlijk zes maanden na de inwerkingtreding van deze overeenkomst een lijst op van ten minste vijf personen die geen onderdaan zijn van een partij en die bereid en in staat zijn als scheidsrechter op te treden en het voorzitterschap te bekleden van arbitragepanels met betrekking tot financiële diensten. Het Associatiecomité ziet erop toe dat deze lijst te allen tijde uit vijf personen bestaat. De betrokken personen dienen te beschikken over deskundigheid of ervaring op het gebied van de wetgeving betreffende of de praktijk van financiële diensten, waaronder mogelijk de reglementering van financiële instellingen; zij dienen onafhankelijk te zijn, op persoonlijke titel op te treden en niet verbonden te zijn aan of instructies aan te nemen van een partij of een organisatie, en zijn verplicht de in bijlage XVI opgenomen gedragscode na te leven. De lijst kan iedere drie jaar worden gewijzigd;

    • c. binnen drie dagen na het verzoek om instelling van het arbitragepanel wijst de voorzitter van het Associatiecomité door middel van loting uit de lijst bedoeld onder lid b) de voorzitter van het arbitragepanel aan. De voorzitter van het Associatiecomité wijst de overige twee scheidsrechters van het panel door middel van loting aan uit de lijst bedoeld in artikel 185, lid 2, waarbij één scheidsrechter behoort tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de klagende partij en de andere scheidsrechter tot de personen die aan het Associatiecomité zijn voorgedragen door de partij waartegen de klacht is gericht.

HOOFDSTUK III. VESTIGING

Artikel 130. Toepassingsgebied

Dit hoofdstuk is van toepassing op de vestiging in alle sectoren, met uitzondering van alle dienstensectoren, waaronder de sector financiële diensten.

Artikel 131. Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • a. „rechtspersoon": iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;

  • b. „rechtspersoon van een partij": een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.

    Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;

  • c. „natuurlijke persoon": een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili;

  • d. „vestiging":

    • i. de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon, of

    • ii. de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te voeren.

Ten aanzien van natuurlijke personen strekt dit zich niet uit het zoeken naar of aanvaarden van een dienstbetrekking op de arbeidsmarkt of het verlenen van toegang tot de arbeidsmarkt van een partij.

Artikel 132. Nationale behandeling

In de sectoren die in bijlage X zijn opgenomen behandelt iedere partij ten aanzien van vestiging, onder voorbehoud van de daarin vermelde voorwaarden en kwalificaties, rechtspersonen en natuurlijke personen van de andere partij niet minder gunstig dan haar eigen rechtspersonen en natuurlijke personen die een soortgelijke economische activiteit uitvoeren.

Artikel 133. Reglementeringsrecht

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 132 mag iedere partij voorschriften vaststellen voor de vestiging van rechtspersonen en natuurlijke personen.

Artikel 134. Slotbepalingen

  • 1 Met betrekking tot dit hoofdstuk bevestigen de partijen de rechten en verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de bilaterale en multilaterale overeenkomsten waarbij zij partij zijn.

  • 2 In hun streven naar geleidelijke liberalisatie van de investeringsvoorwaarden bevestigen de partijen het voornemen de rechtsvoorschriften betreffende investeringen, het investeringsklimaat en de onderlinge investeringsstromen uiterlijk drie jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst te toetsen, met inachtneming van de uit internationale investeringsovereenkomsten voortvloeiende verbintenissen.

HOOFDSTUK 4. Uitzonderingen

Artikel 135. Uitzonderingen

  • 1 Onverminderd de eis dat dergelijke maatregelen niet worden toegepast op een wijze die een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie tussen partijen waar soortgelijke omstandigheden gelden, of een verkapte beperking van de handel in diensten of financiële diensten of de vestiging zou inhouden, mag geen van de bepalingen van deze titel zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het vaststellen of toepassen van maatregelen die:

    • a. noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden of voor het handhaven van de openbare orde en veiligheid;

    • b. noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten;

    • c. betrekking hebben op de instandhouding van uitputbare natuurlijke hulpbronnen, mits de toepassing van zulke maatregelen met beperking van het binnenlandse aanbod of verbruik van diensten of binnenlandse investeringen gepaard gaat;

    • d. noodzakelijk zijn voor de bescherming van nationaal bezit van kunstzinnige, geschiedkundige of oudheidkundige waarde;

    • e. noodzakelijk zijn om de naleving te waarborgen van wetten of voorschriften die niet strijdig zijn met de bepalingen van deze titel, met inbegrip van wetten of voorschriften die betrekking hebben op:

      • i. het voorkomen van misleidende of frauduleuze praktijken of maatregelen ter bestrijding van de gevolgen van het niet nakomen van dienstverleningscontracten;

      • ii. het beschermen van de privacy van personen wat de verwerking en verspreiding van persoonsgegevens betreft en de bescherming van de geheimhouding van individuele dossiers en rekeningen; of

      • iii. veiligheid.

  • 2 De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op de stelsels van sociale zekerheid van de partijen of activiteiten op het grondgebied van de partijen die, al dan niet incidenteel, verband houden met de uitoefening van het overheidsgezag.

  • 3 Niets in deze titel vormt voor een partij een beletsel voor de toepassing van wetten, voorschriften en verordeningen met betrekking tot toegang en verblijf, werkzaamheden, arbeidsomstandigheden en vestiging van natuurlijke personen12 , mits zij deze niet zodanig toepast dat de krachtens een specifieke bepaling van deze titel aan de andere partij toekomende voordelen teniet worden gedaan of worden beperkt., mits zij deze niet zodanig toepast dat de krachtens een specifieke bepaling van deze titel aan de andere partij toekomende voordelen teniet worden gedaan of worden beperkt.

TITEL IV. OVERHEIDSOPDRACHTEN

Artikel 136. Doelstelling

Overeenkomstig het bepaalde in deze titel zien de partijen toe op effectieve wederzijdse openstelling van hun markten voor overheidsopdrachten.

Artikel 137. Toepassingsgebied

  • 1 Deze titel is van toepassing op alle wetten, voorschriften, procedures en praktijken die betrekking hebben op opdrachten die door entiteiten van de partijen worden geplaatst voor leveringen en diensten, met inbegrip van werken, overeenkomstig de voorwaarden die door iedere partij worden vastgesteld in de bijlagen XI, XII en XIII.

  • 2 Deze titel is niet van toepassing op:

    • a. opdrachten die worden geplaatst:

      • i. krachtens een internationale overeenkomst en die bestemd zijn voor de gemeenschappelijke verwezenlijking of exploitatie van een project door de partijen;

      • ii. krachtens een internationale overeenkomst betreffende de legering van strijdkrachten;

      • iii. volgens de specifieke procedure van een internationale organisatie;

    • b. niet-contractuele overeenkomsten of enige vorm van overheidsbijstand en overheidsopdrachten in het kader van bijstands- of samenwerkingsprogramma's;

    • c. opdrachten betreffende:

      • i. de verwerving of huur van grond, bestaande gebouwen of andere onroerende zaken of betreffende de rechten daarop;

      • ii. betreffende de aankoop, de ontwikkeling, de productie of de co-productie van programmamateriaal door omroeporganisaties, alsmede overeenkomsten betreffende zendtijd;

      • iii. arbitrage- en bemiddelingsdiensten;

      • iv. arbeidsovereenkomsten;

      • v. diensten voor onderzoek en ontwikkeling, met uitzondering van die waarvan de resultaten in hun geheel toekomen aan de aanbestedende dienst voor gebruik ervan in de uitoefening van zijn eigen werkzaamheden, voor zover de dienstverlening volledig beloond wordt door de aanbestedende dienst;

    • d. financiële diensten.

  • 3 Concessies voor openbare werken, zoals gedefinieerd in artikel 138, onder i), vallen eveneens onder deze titel, zoals gespecificeerd in de bijlagen XI, XII en XIII.

  • 4 Het is de partijen niet toegestaan aanbestedingscontracten op te stellen, op te zetten of anderszins te structureren met het doel zich aan de verplichtingen van deze titel te onttrekken.

Artikel 138. Definities

Voor de toepassing van deze titel gelden de onderstaande definities:

  • a. onder „overheidsopdrachten" wordt verstaan: verwerving op enigerlei wijze van goederen, diensten of een combinatie daarvan, met inbegrip van werken die worden uitgevoerd door openbare instanties van de partijen voor overheidsdoeleinden en niet voor commerciële wederverkoop of voor gebruik bij de vervaardiging van goederen of de verlening van diensten die bestemd zijn voor commerciële verkoop, tenzij anders bepaald. Onder dit begrip valt tevens verwerving door middel van aankoop, leasing, huur of huurkoop, met of zonder koopoptie;

  • b. onder „instanties" worden verstaan: openbare instanties van de partijen, zoals centrale, regionale en lokale overheidsinstanties, gemeenten, overheidsbedrijven en alle andere instanties die opdrachten plaatsen overeenkomstig het bepaalde in deze titel, zoals vermeld in de bijlagen XI, XII en XIII;

  • c. onder „overheidsbedrijf" wordt verstaan: een onderneming waarover de overheid rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed uitoefent uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of erop van toepassing zijnde voorschriften. Het vermoeden van overheersende invloed bestaat wanneer de overheid, direct of indirect, ten opzichte van een onderneming:

    • i. de meerderheid van het geplaatste kapitaal van de onderneming bezit;

    • ii. beschikt over de meerderheid van de stemmen die verbonden zijn aan de door de onderneming uitgegeven aandelen;

    • iii. meer dan de helft van de leden van het bestuurlijk, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de onderneming kan aanwijzen;

  • d. onder „leverancier van de partijen" wordt verstaan: een natuurlijke persoon of rechtspersoon of overheidsinstantie van een partij of een groep van personen en/of instanties van een partij die goederen, diensten of de uitvoering van werkzaamheden en/of werken aanbiedt. Onder dit begrip vallen zowel leveranciers van goederen als dienstverlener en aannemers;

  • e. onder „rechtspersoon" wordt verstaan: iedere juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, en in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of associaties;

  • f. onder „rechtspersoon van een partij" wordt verstaan: een rechtspersoon die naar het recht van de Gemeenschap of een lidstaat of van Chili opgericht of anderszins georganiseerd is.

    Een rechtspersoon die uitsluitend zijn hoofdkantoor of centrale administratie op het grondgebied van de Gemeenschap of Chili heeft, wordt niet als rechtspersoon uit de Gemeenschap respectievelijk Chili beschouwd, tenzij hij op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Chili zelfstandig zakelijke activiteiten verricht;

  • g. onder „natuurlijke persoon" wordt verstaan: een onderdaan van een lidstaat of van Chili volgens de wetgeving van die lidstaat respectievelijk van Chili;

  • h. onder „inschrijver" wordt verstaan: een leverancier die een inschrijving heeft ingediend;

  • i. onder „concessie voor openbare werken" wordt verstaan: een overeenkomst met dezelfde kenmerken als die van een overheidsopdracht voor de uitvoering van werken, met uitzondering van het feit dat de tegenprestatie voor de uit te voeren werken bestaat uit hetzij uitsluitend het recht het werk te exploiteren, hetzij uit dit recht, gepaard gaande met een prijs;

  • j. onder „bijzondere voorwaarden" worden verstaan: voorwaarden die door een instantie voor of tijdens de aanbestedingsprocedure worden opgelegd ter bevordering van de lokale ontwikkeling of ter verbetering van de betalingsbalansrekeningen van een partij, met name door eisen te stellen met betrekking tot de plaatselijk toegevoegde waarde, het octrooieren van technologie, de investeringen, de ruilhandel en dergelijke;

  • k. de term „schriftelijk" staat voor elk geheel van informatie bestaande uit woorden, cijfers of andere symbolen, met inbegrip van elektronische middelen, dat kan worden gelezen, gereproduceerd en opgeslagen;

  • l. onder „technische specificaties" wordt verstaan: een specificatie waarin de kenmerken van de aan te schaffen producten of diensten worden omschreven, zoals kwaliteit, prestaties en veiligheid en afmetingen, symbolen, terminologie, verpakking, merking en etikettering, dan wel de procédés of methoden voor de productie ervan en de door instanties voorgeschreven vereisten inzake de procedures voor conformiteitsbeoordeling;

  • m. onder „privatisering" wordt verstaan: het proces waarbij de zeggenschap over een instantie bij de overheid wordt weggenomen en overgedragen aan de particuliere sector;

  • n. onder „liberalisering" wordt verstaan: een proces dat ertoe leidt dat instanties geen exclusieve of speciale rechten genieten en zich uitsluitend bezighouden met het leveren van goederen of diensten die onderworpen zijn aan daadwerkelijke concurrentie.

Artikel 139. Nationale behandeling en non-discriminatie

  • 1 Iedere partij ziet erop toe dat opdrachten door haar instanties waarop deze titel van toepassing is op transparante, redelijke en niet-discriminerende wijze worden geplaatst, waarbij alle leveranciers van alle partijen gelijk worden behandeld en het beginsel van open, effectieve concurrentie wordt gewaarborgd.

  • 2 Met betrekking tot wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met de overheidsopdrachten waarop deze titel van toepassing is, verleent elke partij aan producten, diensten en leveranciers van de andere partij een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke zij aan binnenlandse producten, diensten en leveranciers verleent.

  • 3 Met betrekking tot wetten, voorschriften, procedures en handelwijzen in verband met de overheidsopdrachten waarop deze titel van toepassing is, ziet elke partij er op toe dat:

    • a. haar instanties een lokale leverancier niet minder gunstig behandelen dan een andere lokale leverancier naar de mate waarin deze verbonden is met of het eigendom is van een persoon van de andere partij;

    • b. haar instanties een lokale leverancier niet discrimineren wanneer de goederen of diensten die door die leverancier voor een bepaalde opdracht worden aangeboden, afkomstig zijn uit de andere partij.

  • 4 Dit artikel is niet van toepassing op maatregelen in verband met douanerechten of andere heffingen die worden opgelegd bij of in verband met de invoer, op de wijze van invordering van dergelijke rechten en heffingen, op andere invoerregelingen, waaronder beperkingen en formaliteiten, of op maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in diensten, andere dan maatregelen die specifiek van toepassing zijn op de overheidsopdrachten waarop deze titel betrekking heeft.

Artikel 140. Verbod op het vaststellen van bijzondere bepalingen en nationale preferenties

De partijen dragen er zorg voor dat hun instanties bij het beoordelen en selecteren van leveranciers, goederen of diensten, het evalueren van inschrijvingen of de gunning van opdrachten geen bijzondere voorwaarden, of voorwaarden betreffende nationale preferenties, zoals marges die prijspreferenties mogelijk maken, beogen, nastreven of opleggen.

Artikel 141. Regels betreffende de berekening van de waarde

  • 1 Bij het vaststellen of de disciplines van deze titel van toepassing zijn op een opdracht, de voorwaarden van bijlage XI en bijlage XII, aanhangsels 1 tot en met 3, in aanmerking genomen, mag een instantie een opdracht niet splitsen of een andere waardebepalingsmethode toepassen teneinde deze aan de toepassing van deze titel te onttrekken.

  • 2 Bij het berekenen van de waarde van een opdracht dient een instantie rekening te houden met alle soorten vergoeding, zoals premies, provisies, commissielonen en rente, alsmede met het totale toegestane maximumbedrag, inclusief optiebedingen, waarin de opdracht voorziet.

  • 3 Indien het door de aard van de opdracht niet mogelijk is vooraf de exacte waarde te berekenen, dienen instanties de waarde aan de hand van objectieve criteria te schatten.

Artikel 142. Transparantie

  • 1 Iedere partij publiceert onverwijld in de daarvoor bestemde publicaties genoemd in bijlage XIII alle wetten, voorschriften, rechterlijke uitspraken, algemene administratieve beschikkingen en procedures, met inbegrip van standaardclausules voor overeenkomsten, in verband met overheidsopdrachten waarop het bepaalde in deze titel van toepassing is.

  • 2 Iedere partij publiceert onverwijld op dezelfde wijze alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.

Artikel 143. Aanbestedingsprocedures

  • 1 Instanties gunnen hun overheidsopdrachten door middel van openbare aanbestedingsprocedures of aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie, overeenkomstig de nationale procedures van de betrokken partij, in overeenstemming met het bepaalde in deze titel en op niet-discriminerende wijze.

  • 2 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

    • a. openbare aanbestedingsprocedures: procedures waarbij alle belangstellende leveranciers kunnen inschrijven;

    • b. aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie: procedures waarbij, in overeenstemming met artikel 144 en de andere desbetreffende bepalingen van deze titel, leveranciers die aan de erkenningseisen van de instanties voldoen, worden uitgenodigd in te schrijven.

  • 3 In de specifieke gevallen en uitsluitend op de voorwaarden bedoeld in artikel 145 mogen instanties echter een andere procedure toepassen dan de in lid 1 van dat artikel genoemde openbare aanbestedingsprocedure en de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie; in dat geval kan een instantie verkiezen geen bericht van aanbesteding te publiceren en kan zij overleggen met de leveranciers van haar keuze en met een of meer van hen onderhandelen over de voorwaarden van de opdracht.

  • 4 De instanties behandelen de inschrijvingen vertrouwelijk. Met name verstrekken zij geen inlichtingen die erop gericht zijn bepaalde deelnemers te helpen hun inschrijving op het niveau van de overige deelnemers te brengen.

Artikel 144. Aanbestedingsprocedures met voorafgaande selectie

  • 1 Bij een aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie kunnen instanties het aantal erkende leveranciers dat zij uitnodigen tot inschrijving beperken, op een wijze die verenigbaar is met een efficiënte werking van het mechanisme voor het plaatsen van opdrachten; zij kiezen daarbij zo veel mogelijk nationale leveranciers en leveranciers uit de andere partij en maken deze keuze op eerlijke en niet-discriminerende wijze, aan de hand van de criteria die in het bericht van aanbesteding of in de aanbestedingsstukken worden vermeld.

  • 2 Instanties die permanente lijsten van erkende leveranciers aanleggen, kunnen op de voorwaarden van artikel 146, lid 7, uit de leveranciers die in die lijst zijn opgenomen de leveranciers kiezen die tot inschrijving worden uitgenodigd. Bij elke keuze krijgen de leveranciers op de lijsten gelijke kansen.

Artikel 145. Andere procedures

  • 1 Mits de aanbestedingsprocedure niet wordt gebruikt om een zo groot mogelijke mededinging te vermijden of om binnenlandse leveranciers te beschermen, mogen door instanties onder de volgende omstandigheden opdrachten worden gegund door middel van andere procedures dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie, op de volgende voorwaarden waar van toepassing:

    • a. wanneer in het kader van een eerdere aanbesteding geen geschikte inschrijvingen of verzoeken om deelname zijn ingediend, mits de voorwaarden van de oorspronkelijke opdracht niet wezenlijk worden gewijzigd;

    • b. wanneer de opdracht om technische of artistieke redenen of om redenen van bescherming van exclusieve rechten slechts aan een bepaalde leverancier kan worden gegund en er geen redelijk alternatief of substituut bestaat;

    • c. wanneer wegens dwingende spoed, als gevolg van gebeurtenissen die door de aanbestedende instantie niet konden worden voorzien, de producten of diensten niet tijdig konden worden verkregen door middel van een openbare aanbestedingsprocedure of een aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie;

    • d. bij aanvullende leveringen van goederen of diensten door de oorspronkelijke leverancier, indien verandering van leverancier de instantie ertoe zou verplichten uitrusting of diensten aan te schaffen die niet aan de eis van uitwisselbaarheid met reeds aanwezige uitrusting, software of diensten voldoen;

    • e. wanneer een instantie prototypes of nieuwe producten of diensten aanschaft die op haar verzoek tijdens de uitvoering van een specifieke opdracht inzake onderzoek, proefneming, studie of oorspronkelijke ontwikkeling ten behoeve van die opdracht zijn ontwikkeld;

    • f. wanneer aanvullende diensten die niet in de aanvankelijke opdracht waren opgenomen, maar binnen de doelstellingen van de oorspronkelijke aanbestedingsstukken vallen, als gevolg van onvoorziene omstandigheden noodzakelijk zijn geworden om de daarin beschreven diensten te voltooien. De totale waarde van de met het oog op de aanvullende bouwwerkzaamheden geplaatste opdrachten mag evenwel niet meer bedragen dan 50% van het bedrag van de hoofdopdracht;

    • g. in het geval van nieuwe diensten, bestaande uit de herhaling van soortgelijke diensten, waarbij de instantie in de aankondiging van de aanvankelijke diensten heeft vermeld dat voor de gunning van opdrachten voor dergelijke nieuwe diensten gebruik kan worden gemaakt van andere procedures dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie;

    • h. in het geval van opdrachten die worden gegund aan de winnaar van een prijsvraag, mits die prijsvraag is georganiseerd op een wijze die verenigbaar is met de beginselen van deze titel; indien er meerdere prijswinnaars zijn, dienen alle prijswinnaars te worden uitgenodigd om aan de onderhandelingen deel te nemen;

    • i. voor genoteerde goederen die op een goederenmarkt worden aangekocht en voor aankopen van goederen die worden gedaan op uitzonderlijk gunstige voorwaarden waarvan alleen op zeer korte termijn gebruik kan worden gemaakt, zoals bij ongewone uitverkopen, doch niet voor routineaankopen bij vaste leveranciers.

  • 2 De partijen zien erop toe dat instanties die op grond van de omstandigheden omschreven in lid 1 gebruik moeten maken van een andere procedure dan de openbare aanbestedingsprocedure of de aanbestedingsprocedure met voorafgaande selectie, hiervan schriftelijk verslag opmaken, waarin het gebruik van de procedure voor de op grond van dat lid geplaatste opdracht specifiek wordt gemotiveerd.

Artikel 146. Erkenning van leveranciers

  • 1 Voor de deelname aan aanbestedingsprocedures mogen uitsluitend die voorwaarden worden gesteld die van wezenlijk belang zijn om te garanderen dat de potentiële leverancier aan de eisen van de aanbesteding kan voldoen en in staat is de opdracht uit te voeren.

  • 2 De instanties mogen bij de erkenning van leveranciers geen onderscheid maken tussen binnenlandse leveranciers en leveranciers uit de andere partij.

  • 3 Een partij mag de deelname van een leverancier aan een aanbesteding niet afhankelijk stellen van de voorwaarde dat aan de betrokken leverancier reeds eerder een of meer opdrachten zijn gegund door een instantie van die partij of dat deze leverancier reeds eerder werkzaamheden heeft verricht op het grondgebied van die partij.

  • 4 De instanties erkennen alle leveranciers die voldoen aan de voorwaarden voor deelneming aan een bepaalde voorgenomen aanbesteding. De instanties baseren hun beslissingen inzake erkenning uitsluitend op de voorwaarden voor deelname die tevoren in het bericht van aanbesteding of de aanbestedingsstukken vermeld zijn.

  • 5 Niets in deze titel verhindert de uitsluiting van een leverancier om redenen als faillissement of valse verklaringen of veroordeling wegens ernstige misdrijven, zoals deelname in een criminele organisatie.

  • 6 De instanties stellen leveranciers die erkenning hebben aangevraagd onverwijld in kennis van hun besluit inzake de erkenning.

Permanente lijsten van erkende leveranciers

  • 7 Instanties kunnen permanente lijsten van erkende leveranciers opstellen, mits de volgende regels in acht worden genomen:

    • a. instanties die permanente lijsten opstellen, zien erop toe dat leveranciers te allen tijde erkenning kunnen aanvragen;

    • b. leveranciers die erkenning hebben aangevraagd, worden door de betrokken instanties in kennis gesteld van het desbetreffende besluit;

    • c. leveranciers die verzoeken om deelname aan een bepaalde voorgenomen aanbesteding en die niet op de permanente lijst van erkende leveranciers voorkomen, mogen aan de aanbesteding deelnemen indien zij gelijkwaardige certificaties overleggen en andere bewijsstukken die van de leveranciers op de lijst worden verlangd.

    • d. indien een instantie die actief is in de sector nutsvoorzieningen een bericht inzake het bestaan van een permanente lijst gebruikt als bericht van aanbesteding, als bedoeld in artikel 147, lid 7, worden leveranciers die verzoeken om deelname en die niet op de permanente lijst van erkende leveranciers voorkomen eveneens in aanmerking genomen voor de aanbesteding, mits er voldoende tijd is om de erkenningsprocedure uit te voeren; in dat geval leidt de aanbestedende instantie onmiddellijk de erkenningsprocedure in; deze procedure en de daarvoor benodigde tijd mogen niet worden gebruikt om te verhinderen dat leveranciers van andere partijen op een leverancierslijst worden opgenomen.

Artikel 147. Publicatie van berichten

Algemene bepalingen

  • 1 Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties voorzien in effectieve bekendmaking van de mogelijkheden tot inschrijving op aanbestedingen van overheidsopdrachten en leveranciers van de andere partij alle informatie verstrekken die zij nodig hebben om aan deze aanbestedingen deel te nemen.

  • 2 Voor alle opdrachten waarop deze titel van toepassing is, met de uitzonderingen bedoeld in artikel 143, lid 3, en artikel 145, publiceren de instanties vooraf een bericht waarbij belangstellende leveranciers worden uitgenodigd in te schrijven of, in voorkomend geval, om deelname aan de aanbesteding van die opdracht te verzoeken.

  • 3 Ieder bericht van aanbesteding bevat ten minste de volgende gegevens:

    • a. de naam, het adres, het faxnummer en het e-mailadres van de instantie en het adres waar alle documenten met betrekking tot de opdracht kunnen worden verkregen, indien dat een ander adres is;

    • b. de gekozen aanbestedingsprocedure en de vorm van de opdracht;

    • c. een omschrijving van de aanbestede opdracht alsmede de wezenlijke eisen waaraan in het kader van de opdracht moet worden voldaan;

    • d. alle voorwaarden waaraan leveranciers moeten voldoen om aan de aanbesteding te mogen deelnemen;

    • e. termijnen voor de indiening van inschrijvingen en waar van toepassing andere termijnen;

    • f. de belangrijkste criteria die worden toegepast voor de gunning van de opdracht;

    • g. indien mogelijk de betalingsvoorwaarden en andere voorwaarden.

Aankondiging van geplande aanbestedingen

  • 4 Iedere partij bevordert dat haar instanties zo vroeg mogelijk in ieder boekjaar een aankondiging van geplande aanbestedingen publiceren, waarin informatie wordt gegeven over aanbestedingen die de instanties in de toekomst overwegen uit te schrijven. Dergelijke aankondigingen bevatten het onderwerp van de aanbesteding en de geplande datum van publicatie van het bericht van aanbesteding.

  • 5 Instanties die actief zijn in de sector nutsvoorzieningen mogen een aankondiging van geplande aanbestedingen gebruiken als bericht van aanbesteding, mits de aankondiging alle in lid 3 bedoelde gegevens bevat, voor zover die beschikbaar zijn, en belangstellende leveranciers uitdrukkelijk uitnodigt de instantie van hun belangstelling voor de aanbesteding blijk te geven.

  • 6 Instanties die voor een bericht van aanbesteding gebruik maken van een aankondiging van geplande aanbestedingen, verstrekken later aan alle leveranciers die van hun aanvankelijke belangstelling blijk hebben gegeven verdere informatie, die ten minste de in lid 3 genoemde gegevens omvat, en nodigen hen uit, hun belangstelling te bevestigen aan de hand van die informatie.

Bericht inzake permanente lijsten van erkende leveranciers

  • 7 Instanties die permanente lijsten bijhouden, dienen overeenkomstig lid 2 een bericht te publiceren waarin van dit feit melding wordt gemaakt en waarin het doel van de permanente lijst en de beschikbaarheid van de voorschriften die op het functioneren ervan van toepassing zijn, worden aangegeven, met inbegrip van de criteria voor erkenning en niet-erkenning, alsmede de geldigheidsduur van de lijst.

  • 8 Wanneer de geldigheidsduur van de permanente lijst meer dan drie jaar bedraagt, dient een dergelijk bericht jaarlijks te worden gepubliceerd.

  • 9 Instanties die actief zijn in de sector nutsvoorzieningen mogen een bericht inzake het bestaan van een permanente lijst van erkende leveranciers gebruiken als bericht van aanbesteding. In dat geval verstrekken zij tijdig informatie aan de hand waarvan leveranciers die van hun belangstelling blijk hebben gegeven, hun belangstelling voor deelname aan de aanbesteding kunnen toetsen. Deze informatie omvat de gegevens die in de in lid 3 bedoelde aankondiging vervat zijn, voor zover die beschikbaar zijn. Gegevens die aan een van de belangstellende leveranciers worden verstrekt, worden op niet-discriminerende wijze aan alle andere belangstellende leveranciers doorgegeven.

Gemeenschappelijke bepalingen

  • 10 Alle in dit artikel bedoelde berichten en aankondigingen zijn beschikbaar gedurende het gehele tijdvak dat voor de aanbesteding van de desbetreffende opdracht is vastgesteld.

  • 11 De instanties zorgen voor tijdige publicatie van berichten en aankondigingen, op zodanige wijze dat de belanghebbende leveranciers van de partijen op zo ruim mogelijke basis en zonder discriminatie worden bereikt.De berichten en aankondigingen dienen kosteloos beschikbaar te worden gesteld via één toegangspunt, zoals bedoeld in bijlage XIII, aanhangsel 2.

Artikel 148. Aanbestedingsstukken

  • 1 De aan leveranciers ter beschikking gestelde aanbestedingsstukken dienen alle informatie te bevatten die zij nodig hebben om geldige inschrijvingen te kunnen doen.

  • 2 Indien een aanbestedende instantie de volledige aanbestedingsstukken en ondersteunende documentatie niet kosteloos langs elektronische weg rechtstreeks toegankelijk maakt, verstrekt zij de aanbestedingsstukken onverwijld op verzoek van leveranciers van de partijen.

  • 3 De instanties beantwoorden onverwijld alle redelijke verzoeken om relevante informatie over de voorgenomen aanbesteding, mits dergelijke informatie die leverancier niet bevoordeelt ten opzichte van zijn concurrenten.

Artikel 149. Technische specificaties

  • 1 De technische specificaties worden opgenomen in de berichten en aankondigingen, de aanbestedingsstukken of in aanvullende documenten.

  • 2 Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties geen technische specificaties opstellen, vaststellen of toepassen met als doel of gevolg dat nodeloze belemmeringen voor de handel tussen de partijen ontstaan.

  • 3 De door de instanties voorgeschreven technische specificaties zijn:

    • a. opgesteld in termen van te leveren prestaties en functionele eisen en niet van ontwerp of van beschrijving van de kenmerken;

    • b. gebaseerd op internationale normen indien die bestaan, en indien die niet bestaan op nationale technische voorschriften13, erkende nationale norm14 of bouwvoorschriften.

  • 4 Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing indien de instantie objectief kan aantonen dat het gebruik van de in dat lid bedoelde technische specificaties niet doeltreffend of niet geschikt zou zijn om de legitieme nagestreefde doeleinden te verwezenlijken.

  • 5 In alle gevallen dienen de instanties inschrijvingen in overweging te nemen die niet aan de technische specificaties voldoen, maar die wel voldoen aan de essentiële eisen en geschikt zijn voor het beoogde doel. Verwijzingen in de aanbestedingsstukken naar de technische specificaties dienen vergezeld te gaan van uitdrukkingen als „of daarmee overeenstemmend".

  • 6 Vereisten inzake of verwijzingen naar handelsmerken of handelsnamen, octrooien, ontwerpen of typen, of naar een bepaalde oorsprong, producent of leverancier zijn niet toegestaan, tenzij er geen andere voldoende nauwkeurige of begrijpelijke manier is om de voorwaarden van de opdracht te beschrijven, en op voorwaarde dat woorden zoals „of daarmee overeenstemmend" in de aanbestedingsstukken zijn opgenomen.

  • 7 De inschrijver dient te kunnen aantonen dat zijn inschrijving aan de essentiële eisen voldoet.

Artikel 150. Termijnen

  • 1 Alle termijnen die de instanties voorschrijven voor de ontvangst van inschrijvingen en verzoeken om deelname, dienen toereikend te zijn om zowel leveranciers van de andere partij als binnenlandse leveranciers in staat te stellen hun inschrijving en in voorkomend geval hun verzoek om deelname of hun aanvraag van erkenning voor te bereiden en in te dienen. Bij de vaststelling van dergelijke termijnen houden de instanties overeenkomstig hun eigen redelijke behoeften rekening met factoren zoals de complexiteit van de voorgenomen opdracht en de normale verzendingsduur van inschrijvingen uit het buitenland en in het eigen land.

  • 2 Elke partij ziet erop toe dat haar instanties bij het vaststellen van de termijn waarbinnen inschrijvingen of aanvragen om tot inschrijving te worden uitgenodigd of om voor erkenning in aanmerking te komen worden ingewacht, naar behoren rekening houden met de tijd die nodig is voor de publicatie.

  • 3 De minimale termijn voor de ontvangst van inschrijvingen wordt vastgesteld in bijlage XIII, aanhangsel 3.

Artikel 151. Onderhandelingen

  • 1 Een partij kan bepalen dat haar instanties onderhandelingen kunnen voeren:

    • a. in het kader van aanbestedingen waarbij zij die intentie te kennen hebben gegeven; of

    • b. indien bij beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk het voordeligst is volgens de in de aankondigingen of in de aanbestedingsstukken vermelde specifieke beoordelingscriteria.

  • 2 De onderhandelingen dienen in hoofdzaak om de sterke en de zwakke punten van inschrijvingen aan het licht te brengen.

  • 3 De instanties maken bij de onderhandelingen geen discriminerend onderscheid tussen de verschillende inschrijvers. Met name zien zij erop toe dat:

    • a. een eventuele uitschakeling van deelnemers steeds verloopt volgens de in de aankondigingen of de aanbestedingsstukken vermelde criteria;

    • b. elke wijziging van de criteria of de technische vereisten schriftelijk aan alle overblijvende deelnemers aan de onderhandelingen wordt medegedeeld;

    • c. alle overblijvende deelnemers binnen een zelfde termijn de gelegenheid krijgen nieuwe of gewijzigde inschrijvingen in te dienen op grond van de gewijzigde vereisten en/of wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten.

Artikel 152. Indiening, ontvangst en opening van inschrijvingen

  • 1 Alle inschrijvingen en verzoeken om deelname aan procedures dienen schriftelijk te worden ingediend.

  • 2 De instanties nemen bij het ontvangen en openen van inschrijvingen procedures en voorwaarden in acht die garanderen dat de beginselen van transparantie en non-discriminatie worden nageleefd.

Artikel 153. Gunning van opdrachten

  • 1 Om voor gunning in aanmerking te komen moet een inschrijving bij de opening voldoen aan de essentiële vereisten van de aankondigingen of de aanbestedingsstukken en afkomstig zijn van een leverancier die voldoet aan de voorwaarden voor deelneming.

  • 2 De instanties gunnen de opdracht aan de inschrijver wiens inschrijving hetzij de laagste prijs biedt, hetzij volgens de in de aankondigingen of in de aanbestedingsstukken vermelde specifieke objectieve beoordelingscriteria als het voordeligst wordt aangemerkt.

Artikel 154. Informatie betreffende de gunning van opdrachten

  • 1 Iedere partij ziet erop toe dat haar instanties de resultaten van de aanbesteding van overheidsopdrachten op doeltreffende wijze bekendmaken.

  • 2 De instanties stellen de inschrijvers zo spoedig mogelijk in kennis van besluiten over de gunning van de opdracht en de kenmerken en relatieve voordelen van de gekozen inschrijving. Op verzoek stellen de instanties afgewezen inschrijvers in kennis van de redenen waarom hun inschrijving is afgewezen.

  • 3 De instanties kunnen evenwel besluiten bepaalde gegevens betreffende de gunning van de opdracht niet vrij te geven, indien vrijgave de toepassing van wettelijke bepalingen zou belemmeren of anderszins strijdig zou zijn met het algemeen belang, de legitieme commerciële belangen van leveranciers zou schaden dan wel de eerlijke mededinging tussen leveranciers in het gedrang zou brengen.

Artikel 155. Betwisting van inschrijvingen

  • 1 De instanties nemen alle klachten van leveranciers inzake veronderstelde overtreding van het bepaalde in deze titel in het kader van een aanbestedingsprocedure onpartijdig en tijdig in behandeling.

  • 2 Elke partij voorziet in niet-discriminerende, snelle, transparante en doeltreffende procedures om leveranciers in staat te stellen beroep aan te tekenen tegen veronderstelde overtredingen van het bepaalde in deze titel in het kader van aanbestedingsprocedures waarbij zij belang hebben of gehad hebben.

  • 3 Elk beroep wordt voorgelegd aan een onpartijdige en onafhankelijke beroepsautoriteit. Wanneer deze autoriteit geen rechterlijke instantie is, dient zij onder toezicht van de rechterlijke autoriteiten te staan of haar werkzaamheden te verrichten volgens procedures die vergelijkbaar zijn met die van een rechterlijke instantie.

  • 4 De beroepsprocedures voorzien:

    • a. in snelle tussentijdse maatregelen ter correctie van inbreuken op het bepaalde in deze titel en ter bescherming van handelsbelangen. Dergelijke maatregelen kunnen aanleiding geven tot opschorting van de aanbestedingsprocedure. De procedures kunnen er echter in voorzien dat bij de besluitvorming over het al dan niet nemen van dergelijke maatregelen rekening kan worden gehouden met onevenredig negatieve gevolgen voor de betrokken belangen, met inbegrip van het algemeen belang;

    • b. in voorkomend geval in het ongedaan maken van de inbreuk op het bepaalde in deze titel of compensatie voor het geleden verlies of de geleden schade, wat beperkt mag blijven tot de voor het opstellen van de inschrijving of het indienen van de klacht gemaakte kosten.

Artikel 156. Informatietechnologie

  • 1 De partijen streven ernaar zo veel mogelijk gebruik te maken van elektronische communicatiemiddelen om efficiënte verspreiding van informatie over overheidsopdrachten mogelijk te maken, met name wat betreft de mogelijkheid tot inschrijven op opdrachten van hun instanties, waarbij de beginselen van transparantie en non-discriminatie in acht dienen te worden genomen.

  • 2 Teneinde de toegang tot de markt voor overheidsopdrachten te verbeteren, streeft iedere partij naar invoering van een elektronische informatiesysteem waarvan het gebruik voor hun instanties verplicht is.

  • 3 De partijen moedigen het gebruik van elektronische middelen voor de indiening van inschrijvingen aan.

Artikel 157. Samenwerking en bijstand

De partijen streven ernaar elkaar technische medewerking en bijstand te verlenen door het opzetten van opleidingsprogramma's die moeten leiden tot een beter begrip van elkaars systemen en statistieken voor overheidsopdrachten en betere toegang tot elkaars markt.

Artikel 158. Statistische verslagen

Indien een partij niet voorziet in een aanvaardbaar peil van overeenstemming met het bepaalde in artikel 147, lid 11, stelt zij op verzoek van de andere partij jaarlijks statistieken op van haar aanbestedingen op grond van deze titel en verstrekt zij deze aan de andere partij. Dergelijke verslagen bevatten de informatie die is vastgesteld in bijlage XIII, aanhangsel 4.

Artikel 159. Wijziging van het toepassingsgebied

  • 1 Een partij mag het toepassingsgebied van deze titel wat haar betreft wijzigen, op voorwaarde dat:

    • a. zij de andere partij van de wijziging in kennis stelt;

    • b. zij de andere partij binnen dertig dagen na deze kennisgeving passende compenserende aanpassingen van het toepassingsgebied van deze titel dat op haar betrekking heeft biedt, zodat de situatie wat dit betreft vergelijkbaar blijft met die welke voor de wijziging bestond.

  • 2 In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder b), behoeven aan de andere partij geen compenserende aanpassingen te worden geboden, indien de wijziging door een partij van het toepassingsgebied van deze titel:

    • a. strikt formele rectificaties of kleine wijzigingen van de bijlagen XI of XII betreft;

    • b. de effectieve afschaffing van overheidszeggenschap over een of meer van de betrokken instanties inhoudt als gevolg van privatisering of liberalisering.

  • 3 In voorkomend geval wijzigt het Associatiecomité bij besluit de desbetreffende bijlage teneinde daarin de door de betrokken partij aangemelde wijziging te verwerken.

Artikel 160. Verdere onderhandelingen

Wanneer een van de partijen in de toekomst aan een derde partij aanvullende voordelen aanbiedt die, wat de toegang tot hun respectieve markten voor overheidsopdrachten betreft, verder strekken dan hetgeen in het kader van deze titel is overeengekomen, opent zij onderhandelingen met de andere partij met het doel deze voordelen op basis van wederkerigheid tot de andere partij uit te breiden.

Artikel 161. Uitzonderingen

Mits dergelijke maatregelen niet worden toegepast op een wijze die een arbitraire of ongerechtvaardigde discriminatie tussen de partijen of een verholen beperking van het handelsverkeer tussen de partijen zou inhouden, kan geen van de bepalingen van deze titel zodanig worden uitgelegd dat zij voor een partij een beletsel vormt voor het nemen of handhaven van maatregelen die:

  • a. noodzakelijk zijn ter bescherming van de openbare zeden, de orde of de veiligheid;

  • b. noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van mensen;

  • c. noodzakelijk zijn ter bescherming van het leven of de gezondheid van dieren of planten;

  • d. noodzakelijk zijn ter bescherming van intellectuele eigendom; of

  • e. betrekking hebben op goederen of diensten van gehandicapten, liefdadige instellingen of het resultaat zijn van gevangenisarbeid.

Artikel 162. Toetsing en tenuitvoerlegging

De tenuitvoerlegging van deze titel wordt iedere twee jaar door het Associatiecomité getoetst, tenzij de partijen anders overeenkomen. Het Associatiecomité onderzoekt alle vraagstukken die zich in dit verband voordoen en neemt passende maatregelen ter uitvoering van de hem opgedragen taken. Het Associatiecomité neemt met name de volgende maatregelen:

  • a. het coördineert de communicatie tussen de partijen met betrekking tot de ontwikkeling en implementatie van informatietechnologiesystemen voor overheidsopdrachten;

  • b. het doet passende aanbevelingen met betrekking tot de samenwerking tussen de partijen;

  • c. het neemt besluiten op gebieden waarin deze titel voorziet.

TITEL V. LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER

Artikel 163. Doelstelling en toepassingsgebied

  • 1 De partijen streven naar liberalisering van hun onderlinge lopende betalingen en kapitaalverkeer, overeenkomstig de verbintenissen die zijn aangegaan in het kader van de internationale financiële instellingen en met inachtneming van de stabiliteit van de munten van de partijen.

  • 2 Deze titel is van toepassing op alle lopende betalingen en kapitaaltransacties tussen de partijen.

Artikel 164. Lopende rekening

De partijen verlenen machtiging, overeenkomstig de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, tot alle betalingen en overboekingen in vrij convertibele valuta op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de partijen.

Artikel 165. Kapitaalrekening

Met betrekking tot verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans staan de partijen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal toe met betrekking tot directe investeringen die in overeenstemming zijn met het recht van het gastland, en investeringen in overeenstemming met titel III van dit deel, alsmede de liquidatie en repatriëring van dat kapitaal en van alle opbrengsten daarvan.

Artikel 166. Uitzonderingen en vrijwaringsmaatregelen

  • 1 Wanneer betalingen en kapitaaltransacties tussen de partijen in uitzonderlijke omstandigheden ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor de werking van het monetair beleid of het wisselkoersbeleid van een partij, kan deze ten aanzien van kapitaaltransacties voor ten hoogste één jaar die vrijwaringsmaatregelen nemen welke strikt noodzakelijk zijn. De geldigheidsduur van die vrijwaringsmaatregelen kan worden verlengd door de maatregelen formeel opnieuw in te stellen.

  • 2 Een partij die vrijwaringsmaatregelen neemt, stelt de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis en legt zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing van deze maatregelen voor.

Artikel 167. Slotbepalingen

  • 1 Met betrekking tot deze titel bevestigen de partijen de rechten en verplichtingen die voor hen voortvloeien uit de bilaterale en multilaterale overeenkomsten waarbij zij partij zijn.

  • 2 De partijen plegen overleg teneinde hun onderlinge kapitaalverkeer te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

TITEL VI. INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN

Artikel 168. Doelstelling

De partijen voorzien in doeltreffende en toereikende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten overeenkomstig de strengste internationale normen, en zien toe op effectieve middelen tot handhaving van die rechten, zoals daarin is voorzien in internationale verdragen.

Artikel 169. Toepassingsgebied

In het kader van de overeenkomst omvatten intellectuele-eigendomsrechten het volgende: auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's en gegevensbanken, en naburige rechten, rechten in verband met octrooien, industriële tekeningen en modellen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, handelsmerken, schema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming van niet openbaargemaakte informatie en bescherming tegen oneerlijke mededinging, als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm 1967).

Artikel 170. Bescherming van intellectuele-eigendomsrechten

Ter verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 168 betreft, komen de partijen overeen:

Artikel 171. Toetsing

De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan het nakomen van de verplichtingen die voortvloeien uit de bovenstaande multilaterale overeenkomsten. De Associatieraad kan besluiten andere multilaterale overeenkomsten op dit gebied in artikel 170 op te nemen.

TITEL VII. MEDEDINGING

Artikel 172. Doelstellingen

  • 1 De partijen verbinden zich ertoe hun mededingingsregels in overeenstemming met het bepaalde in dit deel van de overeenkomst zo toe te passen dat wordt voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan de voordelen van het proces van liberalisering van de handel in goederen en diensten of dat deze voordelen teniet worden gedaan door concurrentieverstorende zakelijke activiteiten. De partijen verbinden zich daarom tot samenwerking en coördinatie van hun mededingingsautoriteiten overeenkomstig het bepaalde in deze titel.

  • 2 Teneinde verstoringen of beperkingen van de mededinging die hun onderlinge handel in goederen en diensten ongunstig kunnen beïnvloeden te voorkomen, schenken de partijen bijzondere aandacht aan concurrentieverstorende overeenkomsten, onderling afgestemde feitelijke gedragingen en misbruik van zelfstandige of gezamenlijke machtsposities.

  • 3 De partijen verbinden zich tot onderlinge samenwerking en coördinatie in verband met de tenuitvoerlegging van hun concurrentiewetgeving.. Deze samenwerking houdt kennisgeving en overleg in, alsmede uitwisseling van niet-vertrouwelijke informatie en verlening van technische bijstand. De partijen erkennen het belang van de toepassing van beginselen op mededingingsgebied die voor beide partijen aanvaardbaar zijn in multilaterale fora, zoals de WTO.

Artikel 173. Definities

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  • 1. „mededingingswetgeving":

    • a. voor de Gemeenschap: de artikelen 81, 82 en 86 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, Verordening (EEG) nr. 4064/89 inzake de controle op concentraties van ondernemingen en de uitvoeringsverordeningen daarvoor en wijzigingen daarop;

    • b. voor Chili: Decreto Ley nr. 211 van 1973 en Ley nr. 19.610 van 1999 en de uitvoeringsverordeningen daarvoor en wijzigingen daarop;

    • c. alle wijzigingen van deze wetgeving die na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tot stand komen;

  • 2. „mededingingsautoriteit":

    • a. voor de Gemeenschap: de Commissie van de Europese Gemeenschappen;

    • b. voor Chili: de „Fiscalía Nacional Económica" en de „Comisión Resolutiva".

  • 3. „rechtshandhavingsactiviteiten": iedere toepassing van de mededingingswetgeving in de vorm van onderzoek of gerechtelijke actie, ingesteld door de mededingingsautoriteiten van een partij, die kan leiden tot de instelling van sancties of rechtsmiddelen.

Artikel 174. Kennisgeving

  • 1 De mededingingsautoriteiten stellen de mededingingsautoriteit van de andere partij in kennis van een rechtshandhavingsactiviteit indien deze:

    • a. een sterke nadelige invloed kan hebben op zwaarwegende belangen van de andere partij;

    • b. betrekking heeft op beperkingen van de mededinging die rechtstreekse aanzienlijke gevolgen kunnen hebben op het grondgebied van de andere partij; of

    • c. betrekking heeft op concurrentieverstorende gedragingen die hoofdzakelijk plaatsvinden op het grondgebied van de andere partij.

  • 2 Mits dat niet in strijd is met de mededingingswetgeving van de partijen en geen nadelige invloed uitoefent op lopende onderzoeken, vindt de kennisgeving plaats in de beginfase van de procedure. De ontvangen standpunten kunnen door de andere mededingingsautoriteit in overweging worden genomen bij het nemen van besluiten.

  • 3 De in lid 1 bedoelde kennisgevingen zijn voldoende gedetailleerd om beoordeling in het licht van de belangen van de andere partij toe te staan.

  • 4 De partijen doen wat in hun vermogen ligt om te waarborgen dat de kennisgevingen overeenkomstig bovenstaande bepalingen worden verricht, waarbij rekening wordt gehouden met de hun ter beschikking staande administratieve middelen.

Artikel 175. Coördinatie van rechtshandhavingsactiviteiten

De mededingingsautoriteit van een partij kan de mededingingsautoriteit van de andere partij in kennis stellen van haar bereidheid tot het coördineren van rechtshandhavingsactiviteiten ten aanzien van een specifiek geval. Deze coördinatie belet de partijen niet autonoom besluiten te nemen.

Artikel 176. Overleg wanneer zwaarwegende belangen van een partij op het grondgebied van de andere partij nadelig worden beïnvloed

  • 1 Elke partij houdt waar nodig, in overeenstemming met haar wetgeving, bij haar rechtshandhavingsactiviteiten rekening met de zwaarwegende belangen van de andere partij. Indien de mededingingsautoriteit van een partij meent dat een door de mededingingsautoriteit van de andere partij ingesteld onderzoek of aangevangen procedure de zwaarwegende belangen van de eerstgenoemde partij nadelig kan beïnvloeden, kan zij haar standpunt in deze bekendmaken aan de andere mededingingsautoriteit of deze om overleg verzoeken. De mededingingsautoriteit tot welke een dergelijk verzoek wordt gericht dient de door de verzoekende mededingingsautoriteit naar voren gebrachte standpunten in hun geheel in welwillende overweging te nemen, zonder dat dit afbreuk doet aan de voortzetting van acties op grond van haar mededingingswetgeving en haar volledige beslissingsvrijheid.

  • 2 Indien de mededingingsautoriteit van een partij meent dat de belangen van die partij op substantiële wijze nadelig worden beïnvloed door concurrentieverstorende praktijken, van welke oorsprong dan ook, van een of meerdere in de andere partij gevestigde ondernemingen, kan zij om overleg met de andere mededingingsautoriteit verzoeken. Dit overleg doet geen afbreuk aan de volledige beslissingsvrijheid van de betrokken mededingingsautoriteit. De mededingingsautoriteit tot welke een dergelijk verzoek om overleg wordt gericht, kan alle corrigerende maatregelen nemen waarin haar mededingingswetgeving voorziet en die zij passend acht, zulks in overeenstemming met de binnenlandse wetgeving van de betrokken partij en zonder dat dit afbreuk doet aan haar recht om handhavingsmaatregelen te nemen.

Artikel 177. Uitwisseling van informatie vertrouwelijkheid

  • 1 Om de daadwerkelijke toepassing van hun respectieve mededingingswetgeving te vergemakkelijken, kunnen de mededingingsautoriteiten informatie uitwisselen, voor zover deze niet vertrouwelijk van aard is.

  • 2 Ter bevordering van de transparantie verbinden de partijen zich ertoe, onverminderd de regels en normen die voor elk van de partijen van toepassing zijn, informatie uit te wisselen inzake sancties en rechtsmiddelen die worden toegepast in gevallen die volgens de betrokken mededingingsautoriteit in aanzienlijke mate afbreuk doen aan zwaarwegende belangen van de betrokken partij, en op verzoek van de mededingingsautoriteit van de andere partij een motivering te geven voor het nemen van de betrokken maatregelen.

  • 3 Iedere partij verstrekt de andere partij op jaarbasis informatie over overheidssteun, met inbegrip van het totale bedrag aan overheidssteun en indien mogelijk een specificatie per sector. Iedere partij mag verzoeken om informatie over afzonderlijke gevallen die het handelsverkeer tussen de partijen beïnvloeden. De partij tot welke een dergelijk verzoek wordt gericht, verstrekt deze informatie, tenzij deze vertrouwelijk van aard is, naar beste vermogen.

  • 4 Alle uitwisseling van informatie is onderworpen aan de in elke partij toegepaste normen van vertrouwelijkheid. Vertrouwelijke informatie waarvan de verspreiding uitdrukkelijk is verboden, of die indien verspreid de belangen van de partijen nadelig kan beïnvloeden, mag niet zonder uitdrukkelijke toestemming van de bron van de informatie worden verstrekt.

  • 5 Iedere mededingingsautoriteit houdt informatie die haar in vertrouwen door de andere mededingingsautoriteit in het kader van dit mechanisme is verstrekt geheim en gaat niet in op verzoeken om onthulling van dergelijke informatie van de kant van derden die daartoe niet zijn gemachtigd door de mededingingsautoriteit die de informatie heeft verstrekt.

  • 6 In het bijzonder geldt dat wanneer de wetgeving van een partij daarin voorziet, vertrouwelijke informatie mag worden verstrekt aan de rechtbanken van de partijen, op voorwaarde dat die rechtbanken de vertrouwelijkheid eerbiedigen.

Artikel 178. Technische bijstand

De partijen kunnen elkaar technische bijstand verlenen om hun voordeel te doen met elkaars ervaring en om de tenuitvoerlegging van hun mededingingswetgeving en mededingingsbeleid te versterken.

Artikel 179. Overheidsondernemingen en ondernemingen met speciale of exclusieve rechten, met inbegrip van toegewezen monopolies

  • 1 Niets in deze titel belet een partij om in overeenstemming met haar wetgeving monopolies toe te wijzen aan openbare of particuliere ondernemingen.

  • 2 Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet het Associatiecomité erop toe dat vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die de handel in goederen of diensten tussen de partijen in zodanige mate verstoren dat de belangen van de partijen daardoor worden geschaad, en dat de bedoelde ondernemingen zijn onderworpen aan de mededingingsregels, voor zover de toepassing van die regels de jure of de facto geen belemmering vormt voor de uitvoering van de hun opgedragen taken.

Artikel 180. Beslechting van geschillen

Geen der partijen kan voor geschillen die in het kader van deze titel ontstaan een beroep doen op de procedures voor geschillenbeslechting waarin deze overeenkomst voorziet.

TITEL VIII. GESCHILLENBESLECHTING

HOOFDSTUK I. DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED