Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea, 's-Gravenhage, 03-07-2002

Geldend van 01-10-2003 t/m heden

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea

Authentiek : NL

Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Korea

(hierna genoemd „de Verdragsluitende Partijen"),

Geleid door de wens de betrekkingen tussen de twee landen op het gebied van de sociale zekerheid te regelen, en

Wensend dubbele dekking onder de stelsels van sociale zekerheid van beide landen te voorkomen voor personen die zich verplaatsen tussen of werken op hun onderscheiden grondgebieden,

Zijn als volgt overeengekomen:

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag zijn de volgende begripsomschrijvingen van toepassing. Verstaan wordt onder:

    • a. „Korea", de Republiek Korea, en

      „Nederland", het Koninkrijk der Nederlanden;

    • b. „grondgebied":

      • i. met betrekking tot Korea, het grondgebied van de Republiek Korea, en

      • ii. met betrekking tot Nederland, het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;

    • c. „onderdaan":

      • i. met betrekking tot Korea, een onderdaan van de Republiek Korea als omschreven in de Nationaliteitswet, en

      • ii. met betrekking tot Nederland, een persoon met de Nederlandse nationaliteit;

    • d. „bevoegde autoriteit":

      • i. met betrekking tot Korea, de Minister van Gezondheid en Welzijn, en

      • ii. met betrekking tot Nederland, de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    • e. „instelling":

      • i. met betrekking tot Korea, de Nationale Pensioen Instelling, en

      • ii. met betrekking tot Nederland, de instelling belast met de uitvoering van de in artikel 2 genoemde wetgeving;

    • f. „wetgeving": de wetten en voorschriften genoemd in artikel 2;

    • g. „werknemer": een persoon die in dienst is van een werkgever alsmede elke persoon die in de toepasselijke wetgeving met een werknemer wordt gelijkgesteld.

  • 2 Andere termen en uitdrukkingen die niet in dit artikel zijn omschreven hebben de betekenis die daaraan respectievelijk in de betrokken wetgeving wordt toegekend.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

  • 1 Dit Verdrag is van toepassing

    • a. met betrekking tot Korea, op de Nationale pensioenwet, en

    • b. met betrekking tot Nederland, op de wetgeving inzake:

      • i. de ouderdomsverzekering;

      • ii. de invaliditeitsverzekering;

      • iii. de nabestaandenverzekering;

      • iv. de ziekteverzekering (uitkeringen en verstrekkingen);

      • v. de werkloosheidsverzekering;

      • vi. de kinderbijslagen.

  • 2 Onder voorbehoud van het bepaalde in het derde lid van dit artikel is dit Verdrag ook van toepassing op alle wetgeving waarbij de in het eerste lid van dit artikel genoemde wetgeving wordt afgeschaft, vervangen, gewijzigd, aangevuld of gecodificeerd.

  • 3 Dit Verdrag is niet van toepassing op de wetten of voorschriften waarbij de bestaande wetgeving van een Verdragsluitende Partij wordt uitgebreid tot een nieuwe categorie uitkeringsgerechtigden, indien de bevoegde autoriteit van die Verdragsluitende Partij, binnen drie maanden na de datum van de officiële publicatie of bekendmaking van bedoelde wetten of voorschriften, de bevoegde autoriteit van de andere Verdragsluitende Partij ervan in kennis stelt dat een dergelijke uitbreiding van het Verdrag niet wordt beoogd.

  • 4 Dit Verdrag is niet van toepassing op wetgeving waarbij een nieuwe tak van sociale zekerheid wordt ingesteld, tenzij de Verdragsluitende Partijen daartoe een overeenkomst sluiten.

  • 5 Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald omvat de in het eerste lid van dit artikel bedoelde wetgeving geen verdragen of andere internationale overeenkomsten inzake sociale zekerheid, die kunnen worden gesloten tussen een Verdragsluitende Partij en een derde Staat, of wetgeving die wordt uitgevaardigd voor de specifieke uitvoering daarvan.

  • 6 Dit Verdrag is niet van toepassing op regelingen betreffende sociale bijstand of op speciale regelingen voor ambtenaren of daarmee gelijkgestelde personen.

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij anders bepaald is dit Verdrag van toepassing op:

  • a. Personen die aan de wetgeving van een Verdragsluitende Partij of van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen zijn of zijn geweest,

    en

  • b. personen die rechten ontlenen aan een in het eerste lid van dit artikel genoemde persoon.

Artikel 4. Gelijke behandeling

  • 1 Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald hebben onderdanen van een Verdragsluitende Partij, wanneer zij verblijven of wonen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, dezelfde rechten en verplichtingen als onderdanen van die Verdragsluitende Partij met betrekking tot de toepassing van de wetgeving van die Verdragsluitende Partij.

  • 2 Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op forfaitaire vergoedingen van bijdragen in overeenstemming met artikel 102 van de Koreaanse wetgeving.

Artikel 5. Betaling van uitkeringen in het buitenland

  • 1 Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald kunnen pensioenen en andere uitkeringen in geval van ouderdom, invaliditeit, nabestaandenpensioenen en kinderbijslagen krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Partij niet worden verminderd, gewijzigd, opgeschort of ingetrokken op grond van het feit dat de ontvanger verblijft of woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 2 Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald zijn uitkeringen te betalen door een Verdragsluitende Partij aan personen zoals bedoeld in artikel 3 op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij ook betaalbaar aan onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij die verblijven of wonen in de derde Staat, op dezelfde voorwaarden en tot dezelfde hoogte als voor onderdanen van de eerste Verdragsluitende Staat die verblijven of wonen op het grondgebied van de derde Staat.

DEEL II. VASTSTELLING VAN DE TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel 6. Algemene regels

  • 1 Tenzij in dit Deel anders wordt bepaald is, wanneer een persoon werknemer is op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij, deze persoon slechts onderworpen aan de wetgeving van die Verdragsluitende Partij.

  • 2 Wanneer een persoon in hetzelfde tijdvak werknemer is op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen, is deze persoon slechts onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan deze persoon zijn vaste woonplaats heeft.

  • 3 Wanneer een persoon zijn vaste woonplaats heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en als zelfstandige werkzaam is op het grondgebied van beide Verdragsluitende Partijen, is deze persoon slechts onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan deze persoon zijn vaste woonplaats heeft.

  • 4 Wanneer een persoon werknemer is op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en gedurende hetzelfde tijdvak als zelfstandige werkzaam is op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, is deze persoon slechts onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan deze persoon zijn vaste woonplaats heeft.

Artikel 7. Gedetacheerd werknemer

  • 1 Wanneer een persoon in dienst van een werkgever die een bedrijfsvestiging heeft in een Verdragsluitende Partij door die werkgever wordt uitgezonden naar de andere Verdragsluitende Partij voor een tijdvak dat naar verwachting niet langer zal zijn dan vijf jaar, blijft deze persoon slechts onderworpen aan de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij, als ware deze persoon tewerkgesteld in die Verdragsluitende Partij. Achtereenvolgende plaatsingen van dezelfde werknemer door dezelfde werkgever worden geteld als één, tenzij zij gescheiden worden door ten minste twaalf maanden. Voor de toepassing van dit lid worden een werkgever en een gelieerde onderneming of dochteronderneming van de werkgever, zoals omschreven in de nationale wetten van de Overeenkomstsluitende Partij van waaruit de persoon werd uitgezonden, beschouwd als dezelfde werkgever.

  • 2 Het eerste lid van dit artikel is van toepassing wanneer een persoon die is uitgezonden door de werkgever van die persoon vanuit het grondgebied van een Verdragsluitende Partij naar het grondgebied van een derde Staat, vervolgens door die werkgever wordt uitgezonden vanuit het grondgebied van de derde Staat naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, mits de persoon was onderworpen aan de wetgeving van de eerste Verdragsluitende Partij gedurende het tijdvak van tewerkstelling in de derde Staat.

  • 3 Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing in het geval van een persoon die door een werkgever wordt uitgezonden vanuit het grondgebied van een Verdragsluitende Partij naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, indien deze persoon tevens wordt tewerkgesteld op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij door een andere werkgever die op dat grondgebied gevestigd is.

Artikel 8. Zeelieden en bemanning van vliegtuigen

  • 1 Een persoon die als werknemer werkt als een officier of bemanningslid op een schip is slechts onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op grondgebied waarvan de persoon zijn vaste woonplaats heeft.

  • 2 Een persoon die als werknemer werkt als een officier of bemanningslid van een vliegtuig is slechts onderworpen aan de wetgeving van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de hoofdvestiging van de werkgever is gevestigd.

Artikel 9. Diplomatiek en consulair personeel

  • 1 Niettegenstaande het derde en vierde lid van dit artikel, laat dit Verdrag onverlet de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake Diplomatiek Verkeer van 18 april 1961, of van het Verdrag van Wenen inzake Consulaire Betrekkingen van 24 april 1963.

  • 2 Wanneer een persoon die in dienst is van de overheid, of daarmee wordt gelijkgesteld, of van de plaatselijke overheid van een Verdragsluitende Partij, wordt uitgezonden om te werken op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, is de wetgeving van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij van toepassing op de persoon als ware deze persoon tewerkgesteld op haar grondgebied.

  • 3 Wanneer een lokaal aangenomen persoon werkzaam is op een diplomatieke missie of consulaire post van een Verdragsluitende Partij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, is de wetgeving van laatstgenoemde Verdragsluitende Partij van toepassing op deze persoon.

  • 4 Wanneer de in het tweede en derde lid van dit artikel bedoelde persoon onderworpen is aan de wetgeving van een Verdragsluitende Partij, voldoet de betrokken werkgever aan de verplichtingen die deze wetgeving aan werkgevers oplegt.

Artikel 10. Wijzigingsbepaling

De bevoegde autoriteiten of de door de bevoegde autoriteiten van de twee Verdragsluitende Partijen aangewezen instellingen kunnen overeenkomen een uitzondering op de artikelen 6 tot en met 9 toe te staan ten aanzien van bepaalde personen of categorieën van personen, mits de betrokken personen onderworpen zijn aan de wetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 11. Gezinsleden

De bepalingen van artikel 7, artikel 9, eerste en tweede lid, en artikel 10 zijn op analoge wijze van toepassing op de echtgeno(o)t(e) en kinderen die een in deze artikelen beschreven persoon vergezellen van het grondgebied van een Verdragsluitende Partij naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, tenzij zijzelf een bezoldigde werkkring aanvaarden of een pensioen of een uitkering ontvangen krachtens de wetgeving van laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.

Artikel 12. Tijdvakken van wonen

Een persoon die is onderworpen aan de wetgeving van een Verdragsluitende Partij in overeenstemming met de bepalingen van dit Deel wordt beschouwd als wonend op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij.

DEEL III. ADMINISTRATIEVE EN DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 13. Administratief akkoord

  • 1 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen stellen door middel van een administratief akkoord de maatregelen vast die nodig zijn voor de toepassing van dit Verdrag.

  • 2 De verbindingsorganen van de Verdragsluitende Partijen worden aangewezen in dat Akkoord.

Artikel 14. Wederzijdse bijstand

  • 1 De bevoegde autoriteiten en de instellingen die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van dit Verdrag:

    • a. verstrekken elkaar, voor zover toegestaan door de wetgeving die zij toepassen, alle informatie die noodzakelijk is voor de toepassing van dit Verdrag;

    • b. verstrekken elkaar, zo spoedig mogelijk, alle informatie over de door hen voor de toepassing van dit Verdrag genomen maatregelen of over wijzigingen in hun respectieve wetgeving voor zover deze wijzigingen van invloed zijn op de toepassing van dit Verdrag.

  • 2 De in het eerste lid van dit artikel bedoelde bijstand wordt kosteloos verleend, behoudens uitzonderingen die worden overeengekomen door bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen in het uit hoofde van artikel 13 gesloten Administratief akkoord.

Artikel 15. Vrijstelling van kosten en certificering van documenten

  • 1 Vrijstellingen of verminderingen van belastingen, leges, consulaire rechten of administratieve kosten waarvoor is voorzien in de wetgeving van een Verdragsluitende Partij met betrekking tot het afgeven van een verklaring of document waarvan overlegging vereist is voor de toepassing van die wetgeving worden uitgebreid tot verklaringen of documenten waarvan overlegging vereist is voor de toepassing van de wetgeving van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 2 Akten of documenten van officiële aard waarvan overlegging vereist is voor de toepassing van dit Verdrag zijn vrijgesteld van authentisering door diplomatieke of consulaire autoriteiten of een dergelijke formaliteit, tenzij de bevoegde autoriteiten of de door de bevoegde autoriteiten aangewezen instellingen anders bepalen.

  • 3 Afschriften van documenten die gecertificeerd zijn als eensluidende afschriften door de instelling van een Verdragsluitende Partij worden als eensluidende afschriften aanvaard door de instelling van de andere Verdragsluitende Partij, zonder nadere certificering. De instelling van elke Verdragsluitende Partij oordeelt in laatste instantie over de bewijskracht van het haar uit enige bron overgelegde bewijsmateriaal.

Artikel 16. Taal van de correspondentie

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag kunnen de bevoegde autoriteiten en de instellingen van de Verdragsluitende Partijen zich rechtstreeks tot elkaar wenden in het Engels.

  • 2 Een aanvraag of document kan niet worden geweigerd door de bevoegde autoriteit, de instelling of het verbindingsorgaan van een Verdragsluitende Partij uitsluitend omdat het is gesteld in de officiële taal van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 17. Oplossing van geschillen

Meningsverschillen betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag worden opgelost door middel van overleg tussen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 18. Vertrouwelijkheid van informatie

Tenzij anders wordt vereist door nationale wetten van een Verdragsluitende Partij, wordt informatie betreffende een individu die wordt verstrekt in overeenstemming met dit Verdrag aan de bevoegde autoriteit of de instelling van die Verdragsluitende Partij door de bevoegde autoriteit of de instelling van de andere Verdragsluitende Partij uitsluitend gebruikt ter uitvoering van dit Verdrag en van de wetgeving waarop dit Verdrag van toepassing is. Zulke door de bevoegde autoriteit of de instelling van een Verdragsluitende Partij ontvangen informatie wordt beheerst door de nationale wetten van die Verdragsluitende Partij inzake de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens.

DEEL IV. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 19. Overgangsbepaling

Bij de toepassing van artikel 7, eerste lid, worden in het geval van personen die uitgezonden zijn naar het grondgebied van een Verdragsluitende Partij voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag, de in dat lid bedoelde tijdvakken van tewerkstelling geacht op die datum aan te vangen.

Artikel 20. Inwerkingtreding

De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun onderscheiden voor de inwerkingtreding van dit Verdrag vereiste constitutionele of wettelijke procedures. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de derde maand na de datum van de laatste kennisgeving.

Artikel 21. Duur en beëindiging

Dit Verdrag blijft van kracht zonder enige beperking van zijn duur. Het kan te allen tijde worden opgezegd door elk van beide Verdragsluitende Partijen bij een twaalf maanden tevoren gedane schriftelijke kennisgeving aan de andere Verdragsluitende Partij.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Den Haag op 3 juli 2002, in de Nederlandse, de Koreaanse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van een verschil in uitlegging is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) R. IJ. M. KUIPERS

Voor de Republiek Korea

(w.g.) KIM YONG-KYOO

Administratief Akkoord voor de toepassing van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea

Krachtens artikel 13 van het Verdrag inzake Sociale Zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea

Ondertekend te Den Haag op 3 juli 2002

Zijn de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen, namelijk:

voor Nederland,

de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid,

voor Korea

de minister van Gezondheid en Welzijn

de volgende bepalingen overeengekomen:

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1 Voor de toepassing van dit Administratief Akkoord wordt onder „Verdrag" verstaan het op 3 juli 2002 te Den Haag ondertekende Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea.

  • 2 Andere termen hebben de betekenis die er in het Verdrag of in dit Akkoord aan worden toegekend.

Artikel 2. Verbindingsorganen

  • 1 Voor de toepassing van het Verdrag worden als verbindingsorganen aangewezen,

    voor Nederland:

    • a. voor ouderdoms- en nabestaandenpensioenen: de Sociale Verzekeringsbank, Amstelveen;

    • b. voor invaliditeitspensioenen: het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen, p/a Gak Nederland bv, Amsterdam;

    voor Korea:

    de Nationale Pensioen Instelling, Seoul.

  • 2 Voor de toepassing van het Verdrag en dit Akkoord kunnen de verbindingsorganen zich zowel rechtstreeks met elkaar als met de belanghebbenden of hun vertegenwoordigers in verbinding stellen. De verbindingsorganen zijn elkaar bij de toepassing van het Verdrag behulpzaam.

DEEL II. BEPALINGEN INZAKE DE TOEPASSELIJKE WETGEVING

Artikel 3. Verklaring van detachering

  • 1 Voor de toepassing van dit Deel wordt verstaan onder „instelling", wat Korea betreft, de Nationale Pensioen Instelling, Seoul, en wat Nederland betreft, de Sociale Verzekeringsbank, Amstelveen.

  • 2 Wanneer de wetten van een Verdragsluitende Partij van toepassing zijn in overeenstemming met artikel 6, leden 2, 3 en 4, artikel 7 en artikel 10 van het Verdrag, verstrekt de instelling van die Verdragsluitende Partij, op verzoek van een werknemer, werkgever of zelfstandige, een verklaring vermeldend, op grond van het desbetreffende artikel, dat de werknemer of zelfstandige en zijn of haar gezinsleden onderworpen blijven aan die wetten en voor welk tijdvak dit van toepassing is.

    Deze verklaring vormt het bewijs dat de genoemde persoon niet onderworpen is aan de wetten inzake verplichte verzekering van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 3 Wanneer een werknemer, aan wie een verklaring is verstrekt door de instelling van een Verdragsluitende Partij, daarna op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij werknemer wordt van een andere werkgever die gevestigd is op het grondgebied van die andere Verdragsluitende Partij, moet de werknemer terstond de instelling van de Verdragsluitende Partij inlichten die de verklaring heeft verstrekt. Deze instelling deelt dit vervolgens mee aan de instelling van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 4 Een gezinslid zoals omschreven in artikel 11 van het Verdrag, dat daarna werknemer of zelfstandige wordt op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarnaar dit gezinslid de werknemer vergezelt, moet terstond de instelling van de Verdragsluitende Partij inlichten die de verklaring aan de werknemer heeft verstrekt.

  • 5 De instelling van de Verdragsluitende Partij die ingevolge dit artikel een verklaring heeft verstrekt zendt afschriften daarvan aan de werknemer en diens werkgever of aan de zelfstandige en aan de instelling van de andere Verdragsluitende Partij.

DEEL III. BEPALINGEN INZAKE VERIFICATIE EN IDENTIFICATIE

Artikel 4. Verificatie van aanvragen en betalingen

  • 1 Na ontvangst van een aanvraag of om de rechtmatigheid van betalingen vast te stellen, verifieert de instelling van een Verdragsluitende Partij de informatie betreffende de aanvrager en, indien van toepassing, zijn of haar gezinsleden, en zendt deze bewijsstukken tezamen met andere relevante documenten toe aan de instelling van de andere Verdragsluitende Partij, zodat deze laatste de aanvraag verder kan behandelen.

  • 2 Het eerste lid is eveneens van toepassing wanneer de instelling van een Verdragsluitende Partij de andere Verdragsluitende Partij verzoekt een onderzoek te verrichten om de rechtmatigheid vast te stellen van betalingen gedaan aan uitkeringsgerechtigden die wonen of verblijven op het grondgebied van die andere Verdragsluitende Partij.

  • 3 De informatie bedoeld in het eerste en tweede lid omvat tevens informatie betreffende adres, werkkring, opleiding, inkomen, gezinssituatie, arbeidsgeschiktheid of gezondheidstoestand.

  • 4 De instellingen van de Verdragsluitende Partijen kunnen zich rechtstreeks wenden tot elkaar alsmede tot hun respectieve uitkeringsgerechtigden of de vertegenwoordigers daarvan.

Artikel 5. Identificatie

  • 1 Ter vaststelling van het recht op uitkering en de rechtmatigheid van betalingen krachtens de wetgeving van elk van beide Verdragsluitende Partijen is een persoon die onder de werkingssfeer van het Verdrag valt verplicht zich te identificeren door het overleggen van een officieel identiteitsbewijs aan de instelling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij of zij woont.

  • 2 De instelling van die Verdragsluitende Partij identificeert de aanvrager naar behoren aan de hand van dit identiteitsbewijs. Behoorlijke identificatie omvat een paspoort of elk ander geldig door de autoriteiten in de woonplaats van de betrokkene afgegeven identiteitsbewijs.

  • 3 De instelling van de Verdragsluitende Partij die de aanvrager heeft geïdentificeerd deelt dan de instelling van de andere Verdragsluitende Partij, door het toezenden van een kopie van het identiteitsbewijs, mee dat de identiteit van de aanvrager naar behoren is geverifieerd.

Artikel 6. Verificatie in geval van ziekte en invaliditeit

  • 1 Op het verzoek van de instelling van een Verdragsluitende Partij wordt de verificatie van administratieve en medische informatie betreffende aanvragers van of gerechtigden tot ziekte- en invaliditeitsuitkeringen van een Verdragsluitende Partij die wonen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, uitgevoerd door de instelling van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 2 Voor de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid maken de instellingen van beide Verdragsluitende Partijen gebruik van de door de instelling van de andere Verdragsluitende Partij verstrekte geneeskundige rapporten en de administratieve gegevens, maar zij behouden niettemin het recht om de aanvrager of uitkeringsgerechtigde te laten onderzoeken door een arts van hun eigen keus of om de belanghebbende op te roepen om een geneeskundig onderzoek te ondergaan op het grondgebied van de bevoegde Staat.

  • 3 De belanghebbende is verplicht om te voldoen aan een verzoek zoals bedoeld in het tweede lid door te verschijnen voor een geneeskundig onderzoek. Indien hij meent om medische redenen niet in staat te zijn zich te begeven naar het grondgebied van de Staat waar hij door de instelling is opgeroepen, moet hij die instelling onmiddellijk inlichten. Alsdan is hij verplicht een medische verklaring over te leggen die is afgegeven door een arts die daartoe is aangewezen door de instelling. Deze verklaring moet de medische redenen bevatten voor zijn ongeschiktheid tot reizen alsmede de verwachte duur van deze ongeschiktheid.

  • 4 De kosten van het onderzoek en, in gevallen waarin het onderzoek wordt verricht op het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waarvan de instelling om het onderzoek verzoekt, worden de reis- en verblijfskosten betaald in overeenstemming met de wetgeving of praktijk van die Verdragsluitende Partij.

Artikel 7. Weigering te betalen, schorsing, intrekking

Op grond van de in dit Akkoord beschreven informatie en onderzoeken kan de instelling van een Verdragsluitende Partij een ouderdomspensioen, invaliditeitspensioen of nabestaandenpensioen of kinderbijslagen weigeren te betalen of opschorten of intrekken indien, naar haar oordeel, de aanvrager of uitkeringsgerechtigde die verblijft of woont op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij een vereist onderzoek niet ondergaat of de instelling van de andere Verdragsluitende Partij, naar gelang van het geval, een krachtens dit Akkoord vereist onderzoek niet verricht.

DEEL IV. DIVERSE BEPALINGEN

Artikel 8. Formulieren en procedures

  • 1 De verbindingsorganen van de Verdragsluitende Partijen komen de voor de uitvoering van het Verdrag en dit Akkoord noodzakelijke formulieren en procedures overeen.

  • 2 De verbindingsorganen kunnen aanvullende administratieve procedures overeenkomen voor de uitvoering van dit Akkoord.

Artikel 9. Taal

De verbindingsorganen zijn, waar nodig, elkaar behulpzaam bij het vertalen van formulieren en andere in hun respectieve officiële talen gestelde documenten in het Koreaans, het Engels of het Nederlands.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Dit Akkoord treedt in werking tezamen met het Verdrag en kan worden opgezegd overeenkomstig dezelfde regels als die welke van toepassing zijn op het Verdrag.

GEDAAN in tweevoud te Den Haag op 3 juli 2002 in de Nederlandse, de Koreaanse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van een verschil in uitlegging is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de bevoegde autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) R. IJ. M. KUIPERS

Voor de bevoegde autoriteit van de Republiek Korea

(w.g.) PARK YONG-KYOO