Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Roemenië inzake de export van socialezekerheidsuitkeringen, Boekarest, 13-11-2001

Geldend van 01-11-2002 t/m heden

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Roemenië inzake de export van socialezekerheidsuitkeringen

Authentiek : NL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Roemenië inzake de export van socialezekerheidsuitkeringen

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

Roemenië,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens betrekkingen tot stand te brengen op het gebied van sociale zekerheid;

Geleid door de wens de samenwerking tussen de beide Staten te regelen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

    • a. „grondgebied":

      met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;

      met betrekking tot Roemenië: het gehele grondgebied van de Staat Roemenië, met inbegrip van de territoriale zee en het luchtruim boven het grondgebied en de territoriale zee waar Roemenië zijn soevereiniteit uitoefent, alsmede de aangrenzende zone, het continentaal plat en de exclusieve economische zone waarin Roemenië soevereine rechten of rechtsmacht uitoefent, in overeenstemming met zijn wetgeving en met de regels en beginselen van het internationale recht;

    • b. „wetgeving", de wetten en andere van kracht zijnde regelgeving met betrekking tot de takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2;

    • c. „bevoegde autoriteit",

      wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

      wat Roemenië betreft: het ministerie van Werkgelegenheid en Sociale Solidariteit;

    • d. „bevoegd orgaan",

      wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft:

      met betrekking tot de takken van sociale verzekering genoemd in artikel 2, tweede lid, onder de letters a, b en c: het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen, p/a GAK Nederland BV;

      met betrekking tot de takken van sociale verzekering genoemd in artikel 2, tweede lid, onder de letters d, e en f: de Sociale Verzekeringsbank;

      wat Roemenië betreft: het ministerie van Werkgelegenheid en Sociale Solidariteit, het Nationale Huis voor Pensioen- en andere Socialeverzekeringsrechten;

      of elk orgaan bevoegd tot het uitvoeren van taken die momenteel worden uitgevoerd door voornoemde organen;

    • e. „uitkering", elke uitkering in geld ingevolge de wetgeving;

    • f. „uitkeringsgerechtigde": een persoon die een uitkering aanvraagt of recht heeft op een uitkering;

    • g. „gezinslid", een persoon die als zodanig wordt omschreven of aangemerkt door de wetgeving;

    • h. „woonplaats", gewone woonplaats;

    • i. „verblijf", tijdelijke woonplaats;

    • j. „informatie", gegevens met betrekking tot identiteit, adres, gezinssituatie, werk, het volgen van scholing, inkomen, gezondheidstoestand, overlijden en hechtenis of andere gegevens die relevant zijn voor de uitvoering van dit Verdrag;

    • k. „instantie", elk orgaan dat betrokken is bij de uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van onder andere bevolkingsregisters, registers van de burgerlijke stand, belastingautoriteiten, huwelijksregisters, handelsregisters, arbeidsbureaus, scholen en andere onderwijsinstellingen, handelsautoriteiten, politie, gevangeniswezen, immigratiediensten en notarissen.

  • 2 Andere in dit Verdrag gebruikte termen hebben de betekenis die daaraan in de toegepaste wetgeving wordt gegeven.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing:

  • 1. wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, op de Nederlandse wetgeving inzake de volgende takken van sociale verzekering:

    • a. ziekte- en moederschapsuitkeringen;

    • b. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor werknemers;

    • c. arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor zelfstandigen;

    • d. ouderdomspensioenen;

    • e. nabestaandenuitkeringen;

    • f. kinderbijslagen.

  • 2. wat Roemenië betreft, op de wetgeving inzake de volgende takken van sociale zekerheid:

    • a. ziekte- en moederschapsuitkeringen;

    • b. invaliditeitsuitkeringen;

    • c. ouderdomspensioenen;

    • d. nabestaandenuitkeringen;

    • e. kinderbijslagen van de staat.

Artikel 3. Personele werkingsfeer

Tenzij anders wordt bepaald, is dit Verdrag van toepassing op uitkeringsgerechtigden alsmede op leden van hun gezin, voorzover zij wonen of verblijven op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 4. Export van uitkeringen

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is een bepaling van de wetgeving van een Verdragsluitende Partij die de betaling van een uitkering beperkt uitsluitend omdat een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn of haar gezin woont of verblijft buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Partij, niet van toepassing ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn gezin die c.q. dat woont of verblijft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 5. Identificatie

  • 1 Om het recht op een uitkering of de betaling van een uitkering krachtens de Roemeense of de Nederlandse wetgeving vast te stellen, is een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn of haar gezin verplicht zich te identificeren bij het bevoegde orgaan op het grondgebied waarvan de betrokkene woont of verblijft door overlegging van een officieel bewijs van zijn of haar identiteit. Een officieel identiteitsbewijs is een paspoort of een ander geldig identiteitsbewijs afgegeven op het grondgebied waar de betrokkene woont of verblijft.

  • 2 Het bevoegde orgaan identificeert de uitkeringsgerechtigde of het lid van zijn of haar gezin aan de hand van het officiële identiteitsbewijs. Het betrokken bevoegde orgaan stelt het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij ervan in kennis dat de identiteit van de uitkeringsgerechtigde of het lid van zijn of haar gezin is geverifieerd, door toezending van een afschrift van het officiële identiteitsbewijs.

Artikel 6. Verificatie van aanvragen en betalingen

  • 1 Ten aanzien van de behandeling van een aanvraag om een uitkering of de betaling van een uitkering, verifieert het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij, op verzoek van het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij, de informatie met betrekking tot een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn of haar gezin. Indien nodig wordt deze verificatie tezamen met de instanties uitgevoerd. Het bevoegde orgaan doet een verklaring inzake verificatie tezamen met gewaarmerkte afschriften van de relevante stukken toekomen aan het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 2 Onverminderd het eerste lid van dit artikel, stelt het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij, zonder voorafgaand verzoek, het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij in kennis van wijzigingen in de informatie met betrekking tot een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn of haar gezin.

  • 3 De bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen kunnen rechtstreeks contact met elkaar opnemen. De bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen kunnen ook rechtstreeks contact opnemen met een uitkeringsgerechtigde, een lid van zijn of haar gezin of een vertegenwoordiger van de betrokkene.

  • 4 Onverminderd het eerste lid van dit artikel, is het de diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers en het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij toegestaan rechtstreeks contact op te nemen met de instanties van de andere Verdragsluitende Partij om het recht op een uitkering of de betaling van een uitkering te verifiëren.

  • 5 Voor de uitvoering van dit Verdrag verlenen de instanties hun goede diensten. De administratieve bijstand die door de instanties wordt verleend is kosteloos. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen echter overeenkomen dat bepaalde kosten worden vergoed.

Artikel 7. Geneeskundig onderzoek

  • 1 Op verzoek van het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij wordt het medisch onderzoek van een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn of haar gezin die c.q. dat woont of verblijft op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij verricht door het bevoegde orgaan van de laatstgenoemde Verdragsluitende Partij.

  • 2 Voor de vaststelling van de mate van arbeidsgeschiktheid, gebruikt het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij de door het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij verstrekte geneeskundige rapporten en administratieve gegevens. Het bevoegde orgaan van de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij kan de uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn of haar gezin evenwel verzoeken een geneeskundig onderzoek te ondergaan door een arts naar keuze van het orgaan of op het grondgebied waar het bevoegde orgaan gevestigd is.

  • 3 De uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn of haar gezin geeft gehoor aan een verzoek zich te melden voor een geneeskundig onderzoek. Indien de betrokkene om medische redenen niet in staat is te reizen naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, stelt hij/zij het bevoegde orgaan van die Verdragsluitende Partij daarvan onverwijld in kennis. In dat geval dient hij/zij een medische verklaring over te leggen, afgegeven door een arts die daartoe is aangewezen door het bevoegde orgaan op het grondgebied waarvan hij/zij woont of verblijft. Deze verklaring dient de medische redenen te bevestigen voor zijn/haar onmogelijkheid te reizen, alsmede de verwachte duur daarvan.

  • 4 De kosten van het onderzoek en, naar gelang van het geval, de uitgaven voor reis en verblijf worden voldaan door het bevoegde orgaan op verzoek waarvan het onderzoek wordt uitgevoerd.

Artikel 8. Erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen

  • 1 Voor tenuitvoerlegging vatbare rechterlijke uitspraken of beslissingen van een bevoegd orgaan van een Verdragsluitende Partij betreffende de terugvordering van vorderingen die voortvloeien uit de onverschuldigde betaling van socialezekerheidsuitkeringen, de inning van premies terzake van sociale zekerheid en boetes ingevolge de desbetreffende wetgeving worden erkend door de andere Verdragsluitende Partij.

  • 2 Erkenning kan alleen worden geweigerd indien deze onverenigbaar is met de openbare orde van de Verdragsluitende Partij waar de beslissing ten uitvoer moet worden gelegd.

  • 3 Voor tenuitvoerlegging vatbare beslissingen die zijn erkend in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel worden ten uitvoer gelegd door de andere Verdragsluitende Partij. De procedures voor tenuitvoerlegging dienen verenigbaar te zijn met de toepasselijke wetgeving in het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar een beslissing ten uitvoer dient te worden gelegd. De uitvoerbaarverklaring dient te worden vermeld op het gewaarmerkte afschrift van die beslissing. De andere Verdragsluitende Partij wordt in kennis gesteld door middel van de bevestiging dat de beslissing ten uitvoer is gelegd.

Artikel 9. Terugvordering

Vorderingen die voortvloeien uit de onverschuldigde betaling van socialezekerheidsuitkeringen of boetes na een voor tenuitvoerlegging vatbare beslissing door een bevoegd orgaan van een Verdragsluitende Partij, kunnen worden terug- of ingevorderd op verzoek van dat orgaan door inhouding van de vorderingen op het bedrag van aan de betrokken uitkeringsgerechtigde verschuldigde uitkeringen door het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij. Het laatstgenoemde bevoegde orgaan brengt het bedrag in mindering in overeenstemming met en binnen de grenzen van de door dat bevoegde orgaan toegepaste wet inzake de uitvoering van overeenkomstige beslissingen en maakt het bedrag over aan het eerstgenoemde bevoegde orgaan dat recht heeft op teruggave.

Artikel 10. Weigering te betalen, opschorting, intrekking

Het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij kan een uitkering weigeren te betalen, opschorten of intrekken, indien:

  • a. een uitkeringsgerechtigde of een lid van zijn of haar gezin verzuimd heeft een onderzoek te ondergaan of informatie te verstrekken als vereist ingevolge artikel 5 en artikel 7, tweede en derde lid, van dit Verdrag onder de in de toepasselijke wetgeving neergelegde voorwaarden, of

  • b. indien het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij verzuimd heeft binnen een periode van drie maanden informatie te verstrekken of een onderzoek te verrichten zoals vereist ingevolge artikel 5, artikel 6, eerste lid, en artikel 7, eerste lid, van dit Verdrag.

Artikel 11. Bescherming van persoonsgegevens

  • 1 Wanneer, ingevolge dit Verdrag, de bevoegde autoriteiten, bevoegde organen of instanties van een Verdragsluitende Partij persoonlijke gegevens mededelen aan de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van de andere Verdragsluitende Partij, is deze mededeling onderworpen aan de wettelijke bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens als neergelegd door de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt. De latere verzending, alsmede opslag, wijziging en vernietiging van de gegevens is onderworpen aan de bepalingen van de wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens van de ontvangende Verdragsluitende Partij.

  • 2 Het gebruik van persoonsgegevens voor andere dan socialezekerheidsdoeleinden is onderworpen aan de goedkeuring van de betrokkene of in overeenstemming met andere waarborgen voorzien in de nationale wetgeving.

Artikel 12. Uitvoering van het Verdrag

De bevoegde instanties van beide Verdragsluitende Partijen kunnen door middel van aanvullende regelingen, maatregelen treffen voor de toepassing van dit Verdrag in overeenstemming met de geldende nationale wetgeving.

Artikel 13. Gebruik van officiële taal

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag kunnen de bevoegde autoriteiten, bevoegde organen en instanties van de Verdragsluitende Partijen rechtstreeks met elkaar communiceren in de Engelse taal.

  • 2 Geen enkel document wordt afgewezen uitsluitend omdat het is opgesteld in de officiële taal van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 14. Beslechting van geschillen

De bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen verrichten alle redelijke inspanningen om met wederzijdse instemming geschillen op te lossen die voortvloeien uit de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag.

Artikel 15. Inwerkingtreding

  • 1 Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van de laatste kennisgeving waarin wordt gemeld dat aan alle noodzakelijke nationale vereisten voor inwerkingtreding ervan is voldaan.

  • 2 Nederland past artikel 4 van dit Verdrag voorlopig toe vanaf de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van ondertekening.

Artikel 16. Territoriale toepassing

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

Artikel 17. Beëindiging

  • 1 Dit Verdrag blijft voor onbepaalde tijd van kracht.

  • 2 Dit Verdrag kan te allen tijde worden beëindigd door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere Verdragsluitende Partij. In geval van beëindiging blijft dit Verdrag van kracht tot aan het eind van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de kennisgeving van beëindiging is ontvangen door de andere Verdragsluitende Partij.

GEDAAN te Boekarest, op 13 november 2001, in twee oorspronkelijke exemplaren, elk in de Nederlandse, de Roemeense en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) D. A. BENSCHOP

D. A. Benschop

Staatssecretaris

Ministerie van Buitenlandse Zaken

Voor Roemenië

(w.g.) M. MOTOC

Mihnea Motoc

Staatssecretaris

Ministerie van Buitenlandse Zaken