Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Dominicaanse Republiek inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden, Santo Domingo, 15-12-1998

Geldend van 09-11-2006 t/m heden

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Dominicaanse Republiek inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden

Authentiek : NL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Dominicaanse Republiek inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden Bijlage

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Dominicaanse Republiek;

Partij zijnde bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ter ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944;

Geleid door de wens bij te dragen aan de vooruitgang van de internationale burgerluchtvaart;

Geleid door de wens een verdrag te sluiten met het doel tussen en via hun onderscheiden grondgebieden luchtdiensten in te stellen;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag en de Bijlage daarbij wordt aan de onderstaande uitdrukkingen, tenzij de context anders vereist, de volgende betekenis toegekend:

  • a. „het Verdrag van Chicago”: het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, ter ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944; deze uitdrukking omvat tevens alle Bijlagen aangenomen krachtens artikel 90 van dat Verdrag en alle wijzigingen van de Bijlagen of van dat Verdrag krachtens de artikelen 90 en 94 daarvan, voor zover die Bijlagen en wijzigingen van kracht zijn geworden voor, of zijn bekrachtigd door beide Verdragsluitende Partijen;

  • b. „luchtvaartautoriteiten”:

    • wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de Minister van Verkeer en Waterstaat;

    • wat de Dominicaanse Republiek betreft, de Burgerluchtvaartdienst;

    of in beide gevallen elke persoon of instantie die bevoegd is om functies te vervullen die thans door de genoemde autoriteiten worden uitgeoefend;

  • c. „aangewezen luchtvaartmaatschappij”: een luchtvaartmaatschappij die is aangewezen en gemachtigd in overeenstemming met artikel 3 van dit Verdrag;

  • d. „grondgebied”: met betrekking tot een Staat de betekenis die daaraan in artikel 2 van het Verdrag van Chicago wordt toegekend;

  • e. „luchtdienst”, „internationale luchtdienst”, „luchtvaartmaatschappij” en „landing, anders dan voor verkeersdoeleinden”: de betekenis die onderscheidenlijk daaraan is toegekend in artikel 96 van het Verdrag van Chicago;

  • f. „overeengekomen dienst” en „omschreven route”: de betekenis van onderscheidenlijk een internationale luchtdienst overeenkomstig artikel 2 van dit Verdrag en de route omschreven in het desbetreffende deel van de Bijlage bij dit Verdrag;

  • g. „boordproviand”: consumptiegoederen bestemd voor gebruik of verkoop aan boord van een luchtvaartuig tijdens de vlucht, met inbegrip van verstrekte eetwaren en dranken;

  • h. „Verdrag”: dit Verdrag, de ter toepassing daarvan opgestelde Bijlage en alle wijzigingen op het Verdrag of de Bijlage;

  • i. „tarief”: elk bedrag in rekening gebracht of in rekening te brengen door de luchtvaartmaatschappijen, rechtstreeks of via hun agenten, aan alle natuurlijke personen of rechtspersonen voor het vervoer door de lucht van passagiers (en hun bagage) en vracht (post uitgezonderd), daarbij inbegrepen:

    • I. de voorwaarden betreffende het beschikbaar zijn en het van toepassing zijn van een tarief, en

    • II. de heffingen en voorwaarden voor alle bij zulk vervoer bijkomende diensten die door of namens de luchtvaart-maatschappijen worden aangeboden.

Artikel 2. Verlening van rechten

  • 1 Elke Verdragsluitende Partij verleent aan de andere Verdragsluitende Partij, tenzij in de Bijlage anders is bepaald, de volgende rechten voor het verrichten van internationaal luchtvervoer door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij:

    • a. het recht om zonder te landen over haar grondgebied te vliegen;

    • b. het recht om landingen, anders dan voor verkeersdoeleinden, op haar grondgebied te maken; en

    • c. tijdens de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route, het recht om op haar grondgebied te landen voor het opnemen en afzetten van internationaal verkeer van passagiers, vracht en post, afzonderlijk of gecombineerd.

  • 2 Geen van de bepalingen van het eerste lid van dit artikel wordt geacht een luchtvaartmaatschappij van een Verdragsluitende Partij het recht te verlenen deel te nemen aan het luchtvervoer tussen punten op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 3. Aanwijzing en verlening van vergunningen

  • 1 Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht door middel van een schriftelijke kennisgeving langs diplomatieke weg aan de andere Verdragsluitende Partij een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen ten behoeve van de exploitatie van luchtdiensten op de in de Bijlage omschreven routes en een reeds eerder aangewezen luchtvaartmaatschappij door een andere te vervangen.

  • 2 Na ontvangst van deze kennisgeving verleent elke Verdragsluitende Partij, met inachtneming van de bepalingen van dit artikel, een aldus door de andere Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij onverwijld de nodige exploitatievergunningen.

  • 3 Na ontvangst van de exploitatievergunning bedoeld in het tweede lid van dit artikel kan de aangewezen luchtvaartmaatschappij op elk tijdstip de overeengekomen diensten beginnen te exploiteren, geheel of ten dele, mits zij voldoet aan de bepalingen van dit Verdrag en er tarieven voor die diensten zijn vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen van artikel 5 van dit Verdrag.

  • 4 Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht de verlening van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunning te weigeren of bij verlening van de vergunning noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de in artikel 2 van dit Verdrag bedoelde rechten, indien niet tot haar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijk toezicht op, die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Verdragsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en/of bij haar onderdanen.

Artikel 4. Intrekking of opschorting van de vergunning

  • 1 De luchtvaartautoriteiten van elke Verdragsluitende Partij hebben het recht de in artikel 3 bedoelde vergunningen niet te verlenen aan een luchtvaartmaatschappij aangewezen door de andere Verdragsluitende Partij, deze vergunning in te trekken of op te schorten of daaraan voorwaarden te verbinden:

    • a. indien een zodanige luchtvaartmaatschappij nalaat ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van die Verdragsluitende Partij aan te tonen dat zij voldoet aan de door die autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijze in overeenstemming met het Verdrag van Chicago toegepaste wetten en voorschriften;

    • b. indien een zodanige luchtvaartmaatschappij nalaat de wetten en voorschriften van die Verdragsluitende Partij na te leven;

    • c. indien niet te hunnen genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op de luchtvaartmaatschappij berusten bij de Verdragsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst en/of bij haar onderdanen; en

    • d. ingeval de luchtvaartmaatschappij anderszins nalaat de exploitatie uit te oefenen in overeenstemming met de ingevolge dit Verdrag voorgeschreven voorwaarden.

  • 2 Tenzij onmiddellijk optreden noodzakelijk is ten einde verdere inbreuk op bovengenoemde wetten en voorschriften te voorkomen, worden de in het eerste lid van dit artikel genoemde rechten slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij. Tenzij door de Verdragsluitende Partijen anders is overeengekomen, vangt dit overleg aan binnen een tijdvak van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om overleg.

Artikel 5. Tarieven

  • 1 De Verdragsluitende Partijen stemmen in met de toepassing van een regeling voor goedkeuring van het tarief door het land van oorsprong. Elke Verdragsluitende Partij heeft het recht eenzijdig tarieven voor vervoer in één richting of vervoer heen en terug tussen de grondgebieden van de beide Verdragsluitende Partijen dat op haar eigen grondgebied begint, al dan niet goed te keuren.

  • 2 Wanneer een route wordt geëxploiteerd met uitoefening van vijfde-vrijheidsverkeersrechten is het een aangewezen luchtvaartmaatschappij toegestaan dezelfde tarieven te hanteren als enige andere luchtvaartmaatschappij die dezelfde route exploiteert met uitoefening van derde-, vierde- of vijfde-vrijheidsverkeersrechten.

  • 3 Elk van beide Verdragsluitende Partijen heeft het recht geen goedkeuring te hechten aan tarieven, voorgesteld door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij bij de exploitatie van een route met uitoefening van vijfde-vrijheidsverkeersrechten voor vergelijkbare categorieën, die lager zijn dan de tarieven die in rekening worden gebracht door luchtvaartmaatschappijen die exploiteren met uitoefening van derde- en/of vierde-vrijheidsverkeersrechten van en/of naar het grondgebied van eerstbedoelde Verdragsluitende Partij.

  • 4 Elke Partij kan verlangen dat tarieven die in rekening worden gebracht of die worden voorgesteld om in rekening te worden gebracht van of naar haar grondgebied, bij haar luchtvaartautoriteiten worden ingediend.

  • 5 Indien indiening wordt verlangd, worden de tarieven door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen ten hoogste dertig (30) dagen voor de voorgestelde datum van vankrachtwording overgelegd, tenzij genoemde autoriteiten ermede instemmen deze termijn in bijzondere gevallen te verkorten.

  • 6 De tarieven kunnen uitdrukkelijk worden goedgekeurd of worden, indien de luchtvaartautoriteiten in kwestie niet binnen vijftien (15) dagen na de datum van overlegging, overeenkomstig het vijfde lid van dit artikel, te kennen hebben gegeven de tarieven niet goed te keuren, geacht te zijn goedgekeurd.

Indien de termijn voor de overlegging wordt verkort, zoals bepaald in het vijfde lid van dit artikel, wordt de termijn waarbinnen van het niet goedkeuren kennisgeving moet worden gedaan dienovereenkomstig verkort.

  • 7 Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgestelde tarieven blijven van kracht totdat nieuwe tarieven zijn vastgesteld.

  • 8 De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Verdragsluitende Partijen mogen geen tarieven in rekening brengen die afwijken van die welke in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel zijn vastgesteld.

  • 9 Wanneer zulks noodzakelijk is of door een der Partijen wordt verlangd, plegen de luchtvaartautoriteiten overleg omtrent de toepassing van dit artikel en/of de door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen toegepaste tarieven.

Artikel 6. Commerciële activiteiten

  • 1 De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Verdragsluitende Partijen mogen:

    • a. op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij kantoren vestigen voor de bevordering van het luchtvervoer en de verkoop van vliegbiljetten, alsmede andere voorzieningen tot stand brengen die nodig zijn voor het verzorgen van luchtvervoer;

    • b. op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij rechtstreeks of via een agent, luchtvervoersdiensten verkopen.

  • 2 Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Verdragsluitende Partij toegestaan het voor het verzorgen van luchtvervoer benodigde leidinggevend, commercieel, operationeel en technisch personeel te zenden naar en te doen verblijven op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 3 In deze behoefte aan personeel kan naar goeddunken van de aangewezen luchtvaartmaatschappij worden voorzien door haar eigen personeel, dan wel door gebruikmaking van de diensten van een andere organisatie, onderneming of luchtvaartmaatschappij die op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij haar bedrijf uitoefent en gemachtigd is deze diensten op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij te verrichten.

  • 4 Bovengenoemde activiteiten worden verricht in overeenstemming met de wetten en voorschriften van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 5 Beide Verdragsluitende Partijen zien af van het vereiste van arbeidsvergunningen, bezoekervisa of andere soortgelijke documenten voor personeel dat bepaalde tijdelijke diensten of taken verricht, behalve in door de betrokken nationale autoriteiten te bepalen bijzondere omstandigheden. Wanneer zulke vergunningen, visa of documenten vereist zijn, worden zij onverwijld en kosteloos verstrekt, opdat de binnenkomst van het betrokken personeel in de Staat niet wordt vertraagd.

Artikel 7. Eerlijke concurrentie

  • 1 De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Verdragsluitende Partijen worden op eerlijke en gelijke wijze in de gelegenheid gesteld om deel te nemen aan het internationale luchtvervoer waarop dit Verdrag betrekking heeft.

  • 2 Elke Verdragsluitende Partij neemt alle passende maatregelen binnen haar rechtsmacht om alle vormen van discriminatie of oneerlijke concurrentiemethoden weg te nemen die de concurrentiepositie van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Partij nadelig beïnvloeden.

Artikel 8. Dienstregeling

  • 1 De door elke Verdragsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij legt zestig (60) dagen tevoren de dienstregeling van haar voorgenomen diensten ter goedkeuring voor aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij, onder vermelding van de frequentie, het type luchtvaartuig, de indeling en het aantal zitplaatsen dat beschikbaar zal zijn voor het publiek.

  • 2 Verzoeken om toestemming voor het uitvoeren van extra vluchten kunnen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij rechtstreeks aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij ter goedkeuring worden voorgelegd.

Artikel 9. Belastingen, douanerechten en heffingen

  • 1 Luchtvaartuigen die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een der Verdragsluitende Partijen worden geëxploiteerd op internationale luchtdiensten alsmede hun normale uitrustingsstukken, reserve-onderdelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, en proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) aan boord, alsmede alle reclame- en promotiemateriaal aan boord van die vliegtuigen, zijn bij aankomst op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en soortgelijke nationale of plaatselijke heffingen en belastingen, mits die uitrustingsstukken en voorraden aan boord van het luchtvaartuig blijven tot het tijdstip waarop zij weder worden uitgevoerd.

  • 2 Met betrekking tot normale uitrustingsstukken, reserve-onderdelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen en proviand, ingevoerd op het grondgebied van de ene Verdragsluitende Partij door of namens een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij of aan boord genomen van de door deze aangewezen luchtvaartmaatschappij geëxploiteerde luchtvaartuigen en uitsluitend bestemd voor gebruik aan boord van luchtvaartuigen tijdens de exploitatie van internationale diensten, behoeven geen plaatselijke en/of nationale heffingen en belastingen, met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, verschuldigd op het grondgebied van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij, te worden betaald, zelfs niet indien deze voorraden zullen worden gebruikt op de gedeelten van de vlucht die worden afgelegd boven het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar zij aan boord zijn genomen.

    Ten aanzien van bovengenoemde goederen kan worden verlangd dat deze onder toezicht en beheer van de douane blijven.

    De bepalingen van dit lid mogen niet zodanig worden uitgelegd dat aan een Verdragsluitende Partij de verplichting kan worden opgelegd douanerechten terug te betalen die reeds op de in het voorgaande lid bedoelde goederen zijn geheven.

  • 3 Normale boorduitrustingsstukken, reserve-onderdelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen en proviand aan boord van luchtvaartuigen van een Verdragsluitende Partij kunnen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van die Partij, die kunnen verlangen dat deze goederen onder hun toezicht worden geplaatst, totdat deze weder worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.

Artikel 10. Dubbele belasting

  • 1 Inkomsten en winsten verkregen uit de exploitatie van luchtvaartuigen in internationaal verkeer zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van werkelijke leiding van de onderneming is gelegen. Dit geldt echter niet voor de verkoop van luchtvervoersdiensten door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de ene Verdragsluitende Partij of haar agent(en) op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, welke verkoop, in overeenstemming met de plaatselijke belastingwetgeving, is onderworpen aan dezelfde voorwaarden als die welke van toepassing zijn op andere luchtvaartmaatschappijen die luchtvervoersdiensten verkopen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 2 Voordelen verkregen uit de vervreemding van in internationaal verkeer geëxploiteerde luchtvaartuigen zijn slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.

  • 3 Kapitaal vertegenwoordigd door in internationaal verkeer geëxploiteerde luchtvaartuigen en door roerende goederen behorend bij de exploitatie van zodanige luchtvaartuigen is slechts belastbaar in de Staat waar de plaats van werkelijke leiding van de onderneming is gelegen.

  • 4 De bepalingen van het eerste lid van dit artikel gelden ook voor inkomsten en winsten verkregen uit deelneming in een samenwerkingsverband („pool”), een gemeenschappelijke onderneming („joint business”) of een internationale exploitatie-instelling („international operating agency”).

Artikel 11. Overmaking van gelden

De aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Verdragsluitende Partij of haar agent(en) zijn gerechtigd te allen tijde vrijelijk op enigerlei wijze en zonder beperkingen het batig saldo van de ontvangsten en uitgaven op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij over te maken naar haar eigen grondgebied in vrij inwisselbare valuta tegen de officiële wisselkoers voor het wisselen van de plaatselijke munteenheid op de datum van overmaking. In deze netto-overmaking zijn begrepen inkomsten uit verkopen, rechtstreeks of via agenten, van luchtvervoersdiensten en van bijkomende of aanvullende diensten, en de gebruikelijke commerciële rente op deze inkomsten verkregen terwijl zij op een depositorekening stonden in afwachting van de overmaking.

Artikel 12. Toepassing van wetten, voorschriften en procedures

  • 1 De wetten, voorschriften en procedures van een Verdragsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van in internationale luchtdiensten gebruikte luchtvaartuigen of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zodanige luchtvaartuigen dienen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij te worden nageleefd vanaf de binnenkomst in tot en met het vertrek uit genoemd grondgebied.

  • 2 De wetten, voorschriften en procedures van een Verdragsluitende Partij betreffende immigratie, paspoorten of andere erkende reisdocumenten, binnenkomst, inklaring, douane en quarantaine dienen te worden nageleefd door of namens bemanningsleden, passagiers, vracht en post vervoerd door luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij vanaf de binnenkomst in tot en met het vertrek uit het grondgebied van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij.

  • 3 Passagiers, bagage en vracht die op doorreis zijn via het grondgebied van een Verdragsluitende Partij en die de daarvoor bestemde zone van de luchthaven niet verlaten, worden, behalve wat veiligheidsmaatregelen tegen geweld en luchtpiraterij betreft, slechts aan een vereenvoudigde controle onderworpen. Bagage en vracht in rechtstreekse doorvoer zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke belastingen.

  • 4 Kosten en heffingen die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij met betrekking tot de vluchten van de luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij in rekening worden gebracht voor het gebruik van luchthavens en andere luchtvaartvoorzieningen op het grondgebied van de eerstgenoemde Partij, mogen niet hoger zijn dan die welke in rekening worden gebracht met betrekking tot de vluchten van een andere luchtvaartmaatschappij die soortgelijke vluchten uitvoert.

  • 5 Geen der Verdragsluitende Partijen begunstigt een andere luchtvaartmaatschappij ten opzichte van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Verdragsluitende Partij bij de toepassing van haar voorschriften inzake douane, immigratie, quarantaine en soortgelijke voorschriften, of bij het gebruik van luchthavens, luchtwegen, luchtverkeersdiensten en aanverwante voorzieningen waarover zij zeggenschap heeft.

Artikel 13. Erkenning van bewijzen en vergunningen

Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die door de ene Verdragsluitende Partij zijn afgegeven of geldig verklaard en die nog niet zijn verlopen, worden door de andere Verdragsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van overeengekomen diensten op de omschreven routes, mits deze bewijzen of vergunningen werden afgegeven of geldig verklaard overeenkomstig de op grond van het Verdrag van Chicago vastgestelde normen.

Elke Verdragsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor om voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning te weigeren van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die aan haar eigen onderdanen zijn verstrekt door de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 14. Beveiliging

  • 1 De Verdragsluitende Partijen komen overeen elkaar de nodige bijstand te verlenen ten einde het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen of andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van luchtvaartuigen, luchthavens en voorzieningen voor de luchtvaart, alsmede elke bedreiging van de veiligheid van de luchtvaart, te voorkomen.

  • 2 Elke Verdragsluitende Partij stemt ermede in zich te houden aan door de andere Verdragsluitende Partij vereiste non-discriminatoire en algemeen toepasselijke bepalingen inzake de beveiliging bij binnenkomst in het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij en passende maatregelen te nemen om passagiers en hun handbagage aan een onderzoek te onderwerpen. Elke Verdragsluitende Partij neemt ook elk verzoek van de andere Verdragsluitende Partij om bijzondere beveiligingsmaatregelen te nemen voor haar luchtvaartuigen of passagiers, ten einde het hoofd te bieden aan een specifieke bedreiging, welwillend in overweging.

  • 3 De Verdragsluitende Partijen handelen in overeenstemming met de toepasselijke bepalingen inzake de beveiliging van de luchtvaart, vastgesteld door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. Mocht een Verdragsluitende Partij van zodanige bepalingen afwijken, dan kan de andere Verdragsluitende Partij verzoeken om overleg met die Verdragsluitende Partij. Tenzij anders door de Verdragsluitende Partijen is overeengekomen, vangt zodanig overleg aan binnen een tijdvak van zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van een zodanig verzoek. Indien de Partijen niet tot bevredigende overeenstemming kunnen komen, zou dit een grond kunnen vormen voor de toepassing van artikel 16 van dit Verdrag.

  • 4 De Verdragsluitende Partijen handelen in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokyo op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te 's-Gravenhage op 16 december 1970, en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971, voor zover de Verdragsluitende Partijen beide Partij bij deze Verdragen zijn.

  • 5 Wanneer zich een voorval voordoet van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van een luchtvaartuig of van andere wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van luchtvaartuigen, luchthavens of luchtvaartvoorzieningen, of dreigt zich voor te doen, verlenen de Verdragsluitende Partijen elkander bijstand door de verbindingen bedoeld om op snelle en veilige wijze een einde te maken aan een dergelijk voorval, of de dreiging daarvan, te vergemakkelijken.

Artikel 15. Overleg en wijziging

  • 1 In een geest van nauwe samenwerking plegen de luchtvaartautoriteiten van de Verdragsluitende Partijen van tijd tot tijd overleg met elkander ten einde te verzekeren dat de bepalingen van dit Verdrag worden uitgevoerd en op bevredigende wijze worden nageleefd.

  • 2 Elk der Verdragsluitende Partijen kan verzoeken om overleg, dat begint binnen zestig (60) dagen na de datum van ontvangst van het verzoek, tenzij beide Verdragsluitende Partijen instemmen met een verlenging of bekorting van deze termijn. Bedoeld overleg kan zowel door middel van besprekingen als door middel van briefwisseling worden gevoerd.

  • 3 Een door de Verdragsluitende Partijen overeengekomen wijziging op dit Verdrag wordt van kracht op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkander er schriftelijk van in kennis hebben gesteld dat aan hun onderscheiden constitutionele vereisten is voldaan.

  • 4 Een wijziging op de Bijlage bij dit Verdrag wordt schriftelijk tussen de luchtvaartautoriteiten overeengekomen en wordt van kracht op een door genoemde autoriteiten te bepalen datum.

Artikel 16. Regeling van geschillen

  • 1 Indien tussen de Verdragsluitende Partijen een geschil ontstaat met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag, trachten de Verdragsluitende Partijen dit in de eerste plaats te regelen door middel van onderlinge onderhandelingen.

  • 2 Indien de Verdragsluitende Partijen er niet in slagen tot een regeling te komen door middel van onderhandeling, kan het geschil op verzoek van een der Verdragsluitende Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan een gerecht van drie scheidsmannen, van wie elke Verdragsluitende Partij er een benoemt, waarna over de derde overeenstemming moet worden bereikt door de twee aldus gekozen scheidsmannen, mits deze derde scheidsman geen onderdaan is van een der Verdragsluitende Partijen. Elk der Verdragsluitende Partijen wijst een scheidsman aan binnen een termijn van zestig (60) dagen na de datum waarop de ene Verdragsluitende Partij van de andere Verdragsluitende Partij een diplomatieke nota heeft ontvangen waarin om een scheidsrechterlijke uitspraak wordt verzocht, en over de derde scheidsman dient overeenstemming te worden bereikt binnen een volgende termijn van zestig (60) dagen. Indien een van de Verdragsluitende Partijen geen eigen scheidsman aanwijst binnen de termijn van zestig (60) dagen of indien niet binnen de aangegeven termijn overeenstemming is bereikt omtrent de derde scheidsman, kan door een van de Verdragsluitende Partijen de Voorzitter van de Raad van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie worden verzocht een scheidsman of scheidsmannen te benoemen.

  • 3 De Verdragsluitende Partijen verplichten zich ertoe zich te houden aan elke beslissing genomen op grond van het tweede lid van dit artikel.

Artikel 17. Beëindiging

Elk der Verdragsluitende Partijen kan te allen tijde de andere Verdragsluitende Partij langs diplomatieke weg schriftelijk mededeling doen van haar besluit dit Verdrag te beëindigen.

Deze mededeling wordt tegelijkertijd gezonden aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. In dit geval eindigt dit Verdrag twaalf (12) maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Verdragsluitende Partij, tenzij de mededeling van opzegging in onderling overleg voor het einde van dit tijdvak wordt ingetrokken. Indien de andere Verdragsluitende Partij nalaat de ontvangst te bevestigen, wordt de mededeling geacht te zijn ontvangen veertien (14) dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 18. Registratie bij de ICAO

Dit Verdrag en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Artikel 19. Toepasselijkheid van multilaterale overeenkomsten

  • 1 De bepalingen van het Verdrag van Chicago worden op dit Verdrag toegepast.

  • 2 Indien een door beide Partijen gelijkelijk aanvaard multilateraal verdrag ter zake van een aangelegenheid die door dit Verdrag wordt bestreken, in werking treedt, hebben de desbetreffende bepalingen van dat verdrag voorrang boven de desbetreffende bepalingen van het onderhavige Verdrag.

Artikel 20. Werkingssfeer

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het Rijk in Europa.

Artikel 21. Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste (30) dag volgend op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar via diplomatieke weg hebben medegedeeld dat aan de interne vereisten voor de inwerkingtreding is voldaan.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Santo Domingo, op 15 december 1998, in tweevoud in de Nederlandse, de Spaanse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen tussen de teksten is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) N. P. VAN ZUTPHEN

Niek Peter van Zutphen

Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur in de Dominicaanse Republiek

Voor de Dominicaanse Republiek

(w.g.) EDUARDO LATORRE

Eduardo Latorre

Minister van Buitenlandse Zaken

Bijlage Routetabel

1

Punten in beide richtingen aan te doen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de Dominicaanse Republiek: punten in de Dominicaanse Republiek - tussenliggende punten - punten in Nederland - zes door de luchtvaartautoriteiten van de Dominicaanse Republiek te noemen punten in Europa.

2

Punten in beide richtingen aan te doen door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van het Koninkrijk der Nederlanden: punten in Nederland - tussenliggende punten - punten in de Dominicaanse Republiek - Holguin, Camagüey, Varadero, Bridgetown, punten op Jamaica.

1

Een punt of punten op de omschreven route kunnen op een of alle vluchten worden overgeslagen.

2

Punten op de omschreven route mogen in elke volgorde worden aangedaan.

3

De tussenliggende punten worden later overeengekomen door de luchtvaartautoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen.

4

Het is de aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Verdragsluitende Partij toegestaan verkeersrechten uit te oefenen tussen alle in haar routetabel onder A opgenomen punten en het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

5

De aangewezen luchtvaartmaatschappij van een Verdragsluitende Partij kan elk ander, niet in de routetabel genoemd, punt aandoen, mits er geen vijfde-vrijheidsrechten worden uitgeoefend, tenzij tussen de luchtvaartautoriteiten anders is overeengekomen.

6

De verder gelegen punten kunnen ook als tussenliggende punten worden aangedaan.