Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Hongarije inzake de export van socialeverzekeringsuitkeringen, 's-Gravenhage, 22-05-2001

Geldend van 01-03-2002 t/m heden

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Hongarije inzake de export van socialeverzekeringsuitkeringen

Authentiek : NL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Hongarije inzake de export van socialeverzekeringsuitkeringen

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek Hongarije,

hierna genoemd de Verdragsluitende Partijen,

Wensend de rechtmatige betaling van hun uitkeringen terzake van sociale zekerheid in elkaars landen toe te staan,

Verlangend de samenwerking tussen de twee Staten te regelen,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

    • a „grondgebied", met betrekking tot Hongarije het grondgebied van de Republiek Hongarije; met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden het grondgebied van het Koninkrijk in Europa;

    • b „wetgeving": de wetgeving met betrekking tot de in artikel 2 genoemde takken van sociale zekerheid;

    • c „bevoegde autoriteit", met betrekking tot de Republiek Hongarije: de ministeries of desbetreffende autoriteiten die belast zijn met de in de in artikel 2, tweede lid, genoemde wetgeving geregelde stelsels van sociale zekerheid; met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    • d „bevoegd orgaan", met betrekking tot de Republiek Hongarije: de „Országos Nyugdíjbiztosítási Föigazgatóság" (Centrale Administratie van Nationale Pensioenverzekering) of haar rechtsopvolger; met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2, eerste lid, onder a, b en c: het Landelijk Instituut Sociale Verzekeringen, p/a Gak Nederland BV of zijn rechtsopvolger en betreffende de takken van sociale zekerheid genoemd in artikel 2, eerste lid, onder d, e en f: de Sociale Verzekeringsbank of haar rechtsopvolger;

    • e „instellingen": alle organisaties die betrokken zijn bij de uitvoering van dit Verdrag, met inbegrip van registers van persoonsgegevens en adressen, belastingdiensten, huwelijksregisters, arbeidsbureaus, de handelsautoriteiten, de politie, het gevangeniswezen en de immigratiekantoren;

    • f „uitkering": elke uitkering of elk pensioen krachtens de in artikel 2 bedoelde wetgeving;

    • g „uitkeringsgerechtigde": een persoon die een uitkering aanvraagt of ontvangt;

    • h „gezinslid": een persoon die als zodanig wordt omschreven of aangemerkt in de Nederlandse wetgeving en als naaste verwant krachtens de Hongaarse wetgeving;

    • i „woonplaats;": een plaats op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij waar de belanghebbende zijn vaste woonplaats vestigt en waar bedoelde persoon geregistreerd is overeenkomstig de toepasselijke regelgeving van deze Verdragsluitende Partij;

    • j „verblijfplaats": anders dan de woonplaats een tijdelijke verblijfplaats van korte duur op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen, waarvan de duur gewoonlijk in verband staat met het tevoren omschreven doel van het verblijf.

  • 2 Andere in dit Verdrag gebruikte termen hebben de betekenis die daaraan in de toegepaste wetgeving wordt gegeven.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing:

  • 1 Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden, op de Nederlandse wetgeving inzake de volgende takken van sociale zekerheid:

    • a uitkeringen bij ziekte en moederschap;

    • b invaliditeitsuitkeringen voor werknemers;

    • c invaliditeitsuitkeringen voor zelfstandigen;

    • d ouderdomspensioenen;

    • e nabestaandenuitkeringen;

    • f kinderbijslagen.

  • 2 Ten aanzien van de Republiek Hongarije, de Hongaarse wetgeving inzake:

    • a de volgende socialeverzekeringsuitkeringen:

      • aa pensioenuitkeringen krachtens het socialeverzekeringsstelsel voor pensioenen (ouderdomspensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen, pensioen bij invaliditeit door ongeval, weduwen- en weduwnaarspensioen, wezenuitkering, ouderpensioen, overlevendenpensioen na ongeval) en andere uitkeringen die krachtens het socialeverzekeringsstelsel inzake pensioenen ten aanzien van de betaling met een pensioen worden gelijkgesteld;

      • ab ab. lijfrente na ongeval;

    • b de inning van socialeverzekeringspremies.

  • 2

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is dit Verdrag zowel van toepassing op elke uitkeringsgerechtigde als op zijn gezinsleden voorzover zij wonen of verblijven op het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 4. Export van uitkeringen

  • 1 Tenzij in dit Verdrag anders is bepaald, is wetgeving van een Verdragsluitende Partij die de betaling van een uitkering beperkt uitsluitend omdat de uitkeringsgerechtigde of een gezinslid woont of verblijft buiten het grondgebied van deze Verdragsluitende Partij, niet van toepassing ten aanzien van uitkeringsgerechtigden of hun gezinsleden die wonen of verblijven op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 2 De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing op uitkeringen uit hoofde van een op grond van het territorialiteitsbeginsel gesloten bilaterale overeenkomst tussen de Republiek Hongarije en een derde Staat.

Artikel 5. Verificatie van aanvragen en betaling van uitkeringen

  • 1 Betreffende een aanvrage van of de rechtmatigheid van betaling van uitkeringen verstrekt het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij, op verzoek van het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij, gegevens en informatie – met de benodigde medewerking van de instellingen en de uitkeringsgerechtigde – om het recht op een uitkering of de rechtmatigheid van betaling van een uitkering te verifiëren. Het bevoegde orgaan doet een verklaring van verificatie betreffende de uitkeringsgerechtigde alsmede voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van de relevante stukken toekomen aan het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde informatie omvat, in het bijzonder, informatie over identiteit, adres, huishouden, het volgen van scholing, inkomen, gezondheidstoestand, overlijden en hechtenis.

  • 3 De bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen kunnen zich rechtstreeks zowel tot elkaar wenden als tot de uitkeringsgerechtigden, hun gezinsleden of hun vertegenwoordigers.

  • 4 Niettegenstaande het eerste lid zijn de diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers en de bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij gerechtigd zich rechtstreeks te wenden tot de instellingen van de andere Verdragsluitende Partij om het recht op uitkeringen en de rechtmatigheid van betalingen aan de uitkeringsgerechtigden te verifiëren.

  • 5 Voor de uitvoering van dit Verdrag verlenen de bevoegde organen en de instellingen hun goede diensten en handelen zij als bij het uitvoeren van hun eigen wetgeving. De administratieve bijstand die door de bevoegde organen en instellingen wordt verleend is kosteloos. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen echter overeenkomen dat bepaalde kosten worden vergoed.

  • 6 Niettegenstaande het eerste lid informeren de bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij, voor zover mogelijk en zonder voorafgaand verzoek, het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij over wijzigingen in de informatie betreffende de uitkeringsgerechtigde of zijn gezinsleden.

Artikel 6. Identificatie

  • 1 Om het recht op uitkeringen en de rechtmatigheid van betalingen krachtens de Hongaarse of Nederlandse wetgeving te verifiëren, is een persoon die onder de werkingssfeer van dit Verdrag valt verplicht zich te identificeren door overlegging van een officieel bewijs van zijn identiteit aan het bevoegde orgaan van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij woont of verblijft. Het bevoegde orgaan identificeert de uitkeringsgerechtigde aan de hand van dit identiteitsbewijs. Een officieel identiteitsbewijs omvat een paspoort of enig ander geldig identiteitsbewijs dat is afgegeven door de hiertoe bevoegde autoriteiten in de woonplaats van deze persoon.

  • 2 Het bevoegde orgaan stelt het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij door toezending van een kopie van het identiteitsbewijs ervan in kennis dat de identiteit van de uitkeringsgerechtigde is geverifieerd.

Artikel 7. Geneeskundig onderzoek

  • 1 Op verzoek van het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij draagt het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij zorg voor het uitvoeren van de medische onderzoeken van een uitkeringsgerechtigde die woont of verblijft op haar grondgebied.

  • 2 Voor de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid gebruiken de bevoegde organen van beide Verdragsluitende Partijen de door het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij verstrekte geneeskundige rapporten en administratieve gegevens, maar zij behouden zich het recht voor de uitkeringsgerechtigde te doen onderzoeken door een arts van hun eigen keuze of de betrokken persoon op te roepen om op hun grondgebied een geneeskundig onderzoek te ondergaan.

  • 3 De uitkeringsgerechtigde geeft gehoor aan elk verzoek, door zich te melden voor een geneeskundig onderzoek. Indien de uitkeringsgerechtigde meent dat hij om medische redenen niet in staat is zich te begeven naar het grondgebied van de Verdragsluitende Partij waar hij door het bevoegde orgaan is opgeroepen, moet hij dat orgaan daarover onverwijld inlichten. Hij is dan verplicht een medische verklaring over te leggen die is afgegeven door de behandelend arts. Deze verklaring bevat de medische redenen van zijn onmogelijkheid om te reizen, alsmede de verwachte duur van deze onmogelijkheid.

  • 4 De kosten van het onderzoek en, naar gelang van het geval, de uitgaven voor reis en verblijf worden voldaan door het bevoegde orgaan op welks verzoek het onderzoek wordt uitgevoerd.

Artikel 8. Terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen en inning van premies terzake van sociale verzekeringen

  • 1 Een voor tenuitvoerlegging vatbare uitspraak van een rechterlijke instantie of een bevoegd orgaan van een Verdragsluitende Partij betreffende de terugvordering van een uitkering waarop de uitkeringsgerechtigde geen recht had of de inning van premies terzake van sociale verzekeringen worden door het bevoegde orgaan van de andere Verdragsluitende Partij erkend en ten uitvoer gelegd binnen de wettelijke grenzen van die Verdragsluitende Partij. De uitvoerbaarverklaring moet worden vermeld op het gewaarmerkte afschrift van die uitspraak of beslissing.

  • 2 Indien aan een uitkeringsgerechtigde door een bevoegd orgaan van een Verdragsluitende Partij een uitkering is betaald waarop hij geen recht heeft en hij ontvangt een uitkering van een bevoegd orgaan van de andere Verdragsluitende Partij, kan de eerstgenoemde Verdragsluitende Partij verzoeken dat de bedoelde betaling wordt verrekend met een uitkering die aan de uitkeringsgerechtigde in laatstgenoemde Verdragsluitende Partij verschuldigd is. Het laatstgenoemde bevoegde orgaan draagt zorg voor het inhouden van het bedrag in overeenstemming met, en binnen de grenzen van, de door het orgaan toegepaste wetgeving en maakt het bedrag over aan het bevoegde orgaan dat recht heeft op teruggaaf.

  • 3 De bevoegde organen van beide Verdragsluitende Partijen verrichten kosteloos hun werkzaamheden overeenkomstig dit artikel. Alle andere voor het uitvoeren van een voor tenuitvoerlegging vatbare uitspraak of beslissing gemaakte kosten zoals gerechtelijke kosten, worden betaald door het bevoegde orgaan waarvan de uitspraak of beslissing dient te worden uitgevoerd.

Artikel 9. Weigering te betalen, opschorting, intrekking

Het bevoegde orgaan van een Verdragsluitende Partij kan een uitkering weigeren te betalen, opschorten of intrekken indien, binnen een tijdvak van drie maanden, de uitkeringsgerechtigde heeft verzuimd een medisch onderzoek te ondergaan of de informatie te verstrekken waarom is verzocht ingevolge artikel 6 en artikel 7, tweede en derde lid, van dit Verdrag.

Artikel 10. Bescherming van gegevens

  • 1 Wanneer, krachtens dit Verdrag, de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van een Verdragsluitende Partij persoonsgegevens meedelen aan de bevoegde autoriteiten of bevoegde organen van de andere Verdragsluitende Partij, is die mededeling onderworpen aan de door de Verdragsluitende Partij die de gegevens verstrekt vastgestelde wettelijke bepalingen inzake de bescherming van gegevens. Elke daarop volgende overdracht dan wel opslag, wijziging of vernietiging van de gegevens is onderworpen aan de bepalingen van de wetgeving inzake bescherming van gegevens van de ontvangende Verdragsluitende Partij.

  • 2 Het gebruik van persoonsgegevens voor andere doelen dan die van sociale zekerheid is onderworpen aan de goedkeuring van de belanghebbende of in overeenstemming met andere waarborgen waarin de nationale wetgeving voorziet.

Artikel 11. Uitvoering van het Verdrag

De bevoegde organen van beide Verdragsluitende Partijen kunnen, door middel van aanvullende akkoorden, maatregelen vaststellen voor de toepassing van dit Verdrag.

Artikel 12. Beslechting van geschillen

  • 1 De bevoegde organen van de Verdragsluitende Partijen lossen, voor zover mogelijk, geschillen die voortvloeien uit de uitlegging of toepassing van dit Verdrag op in overeenstemming met de strekking en beginselen daarvan. Indien de bevoegde organen er niet in slagen een geschil op te lossen, pogen de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen het geschil op te lossen.

  • 2 Op het verzoek van een Verdragsluitende Partij raadplegen de Verdragsluitende Partijen elkaar terstond over geschillen die noch door de bevoegde organen, noch door de bevoegde autoriteiten konden worden opgelost in overeenstemming met het eerste lid.

Artikel 13. Inwerkingtreding

  • 1 De Verdragsluitende Partijen stellen elkaar schriftelijk in kennis van de voltooiing van hun onderscheiden wettelijke of grondwettelijke procedures die vereist zijn voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.

  • 2 Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum van de laatste kennisgeving, met dien verstande dat artikel 4 voorlopig wordt toegepast vanaf de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag van ondertekening.

Artikel 14. Territoriale toepassing

Met betrekking tot het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

Artikel 15. Beëindiging van het Verdrag

Dit Verdrag kan te allen tijde worden beëindigd bij schriftelijke kennisgeving aan de andere Verdragsluitende Partij. In het geval van beëindiging blijft dit Verdrag van kracht tot het einde van het kalenderjaar volgend op het jaar waarin de kennisgeving van beëindiging door de andere Verdragsluitende Partij is ontvangen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage op 22 mei 2001, in twee exemplaren, elk in de Nederlandse, de Hongaarse en de Engelse taal, zijnde alle tekstengelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in uitlegging is de Engelse versie doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) J. F. HOOGERVORST

Mr. J. F. Hoogervorst

Voor de Republiek Hongarije

(w.g.) MIKOLA ISTVÁN

Dr. Mikola István