Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake [...] van belastingschulden en de uitreiking van documenten, 's-Gravenhage, 21-05-1999

Geldend van 23-06-2001 t/m heden

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de wederzijdse administratieve bijstand bij de invordering van belastingschulden en de uitreiking van documenten

Authentiek : NL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de wederzijdse administratieve bijstand bij de invordering van belastingschulden en de uitreiking van documenten

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Bondsrepubliek Duitsland

Geleid door de wens om elkaar bij de invordering van belastingvorderingen en bij de uitreiking van documenten administratieve bijstand te verlenen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel 1. Onderwerp van het Verdrag en personen waarop het Verdrag van toepassing is

  • 1 De Verdragsluitende Staten verlenen elkaar administratieve bijstand bij de invordering van belastingvorderingen en bij de uitreiking van documenten.

  • 2 Een Verdragsluitende Staat verleent administratieve bijstand ongeacht of de betrokken persoon inwoner van een van de Verdragsluitende Staten is of de nationaliteit daarvan bezit.

  • 3 Dit Verdrag heeft voorrang boven de bepalingen van andere bilaterale regelingen tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden over de wederzijdse administratieve bijstand bij de invordering van belastingvorderingen en de uitreiking van documenten, die een beperktere reikwijdte hebben.

Artikel 2. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is

  • 1 De bestaande belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, zijn

    • a. in Duitsland:

      • die Einkommensteuer (de inkomstenbelasting),

      • die Körperschaftsteuer (de vennootschapsbelasting),

      • die Vermögensteuer (de vermogensbelasting),

      • die Gewerbesteuer (de ondernemingsbelasting),

      • der Solidaritätszuschlag auf die Einkommensteuer und die Körperschaftsteuer (de solidariteitstoeslag op de inkomstenbelasting en op de vennootschapsbelasting);

    • b. in Nederland:

      • de inkomstenbelasting,

      • de loonbelasting,

      • de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de Staat in de netto winsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnwet 1810 met betrekking tot concessies uitgegeven vanaf 1967, of geheven krachtens de Mijnwet continentaal plat 1965,

      • de dividendbelasting,

      • de vermogensbelasting.

  • 2 Het Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten doen elkaar mededeling van alle van betekenis zijnde wijzigingen die in hun respectievelijke belastingwetgevingen zijn aangebracht.

  • 3 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten kunnen overeenkomen dat dit Verdrag ook van toepassing is op andere belastingen die door een Verdragsluitende Staat worden geheven. Daaronder zijn ook belastingen te verstaan die door publiekrechtelijke lichamen van een Verdragsluitende Staat worden geheven.

HOOFDSTUK II

Artikel 3. Begripsbepalingen

  • 1 Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:

    • a. betekenen de uitdrukkingen „een Verdragsluitende Staat” en „de andere Verdragsluitende Staat” het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland) of de Bondsrepubliek Duitsland, al naar de context vereist; betekent de uitdrukking „de Verdragsluitende Staten” het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland) en de Bondsrepubliek Duitsland;

    • b. betekent de uitdrukking „Nederland” het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk der Nederlanden en het aan de Nederlandse territoriale wateren grenzende gebied dat naar Nederlands recht en in overeenstemming met het volkenrecht de exclusieve economische zone van Nederland vormt;

    • c. betekent de uitdrukking „Bondsrepubliek Duitsland” het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland met inbegrip van het aan de territoriale wateren grenzende gebied van de zeebodem, de ondergrond daarvan en de daarboven gelegen waterkolommen, voor zover de Bondsrepubliek Duitsland daar, in overeenstemming met het volkenrecht en de bepalingen van nationaal recht, soevereine rechten en bevoegdheden uitoefent met betrekking tot de opsporing en winning van natuurlijke rijkdommen;

    • d. betekenen de uitdrukkingen „verzoekende Staat” de Verdragsluitende Staat die om administratieve bijstand verzoekt, en „aangezochte Staat” de Verdragsluitende Staat die om administratieve bijstand wordt verzocht;

    • e. betekent de uitdrukking „belastingvordering” alle belastingbedragen alsmede belastingtoeslagen, daaronder begrepen toeslagen ter zake van te late betaling en aanmaningskosten en belastingverhogingen met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is, en de daarop betrekking hebbende interest alsmede de met de invordering samenhangende administratieve boetes, met inbegrip van dwangsommen, kosten en interest, die verschuldigd zijn en nog niet zijn voldaan;

    • f. betekent de uitdrukking „persoon” natuurlijke personen, lichamen en alle andere verenigingen van personen;

    • g. betekent de uitdrukking „lichaam” rechtspersonen of eenheden die voor de belastingheffing als rechtspersonen worden behandeld;

    • h. betekent de uitdrukking „onderdaan”:

      • aa. met betrekking tot de Bondsrepubliek Duitsland alle Duitsers in de zin van de Grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland en alle rechtspersonen, vennootschappen en verenigingen van personen, die hun rechtspositie als zodanig ontlenen aan de wetgeving die in de Bondsrepubliek Duitsland van kracht is;

      • bb. met betrekking tot Nederland alle natuurlijke personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten en alle rechtspersonen, vennootschappen en verenigingen van personen, die hun rechtspositie als zodanig ontlenen aan de wetgeving die in Nederland van kracht is;

    • i. betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:

      • aa. voor de Bondsrepubliek Duitsland, het „Bundesministerium der Finanzen” of de autoriteit waaraan het zijn bevoegdheden heeft gedelegeerd;

      • bb. voor Nederland, de Minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger.

  • 2 Voor de toepassing van het Verdrag door een Verdragsluitende Staat heeft, tenzij het zinsverband anders vereist, elke in het Verdrag niet omschreven uitdrukking de betekenis die die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Verdragsluitende Staat met betrekking tot de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is. Tot de wetgeving van de Verdragsluitende Staten behoort ook de tussen de beide Staten bestaande Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting op het gebied van belastingen van het inkomen en van het vermogen alsmede van verscheidene andere belastingen en tot het regelen van andere aangelegenheden op belastinggebied of een verdrag dat daarvoor in de plaats treedt.

HOOFDSTUK III. ADMINISTRATIEVE BIJSTAND BIJ DE INVORDERING

Artikel 4. Invordering van belastingvorderingen

  • 1 Behoudens het bepaalde in de artikelen 5 en 6, vordert een Verdragsluitende Staat op verzoek van de andere Verdragsluitende Staat belastingvorderingen van de eerstgenoemde Verdragsluitende Staat in als betrof het zijn eigen belastingvorderingen.

  • 2 Het eerste lid is slechts van toepassing op belastingvorderingen die onderwerp zijn van een geldige executoriale titel in de verzoekende Staat en die, tenzij de bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten iets anders overeenkomen, niet meer kunnen worden bestreden.

  • 3 Het verzoek om administratieve bijstand bij de invordering kan betrekking hebben op de schuldenaar of op elke andere persoon die op grond van de wetgeving van de verzoekende Staat voor de belastingschuld aansprakelijk is.

  • 4 De verplichting om bijstand te verlenen bij het invorderen van belastingvorderingen betreffende een overledene of zijn nalatenschap is beperkt tot de waarde van de nalatenschap of dat deel van het vermogen dat door iedere begunstigde tot de nalatenschap wordt verkregen, afhankelijk van de vraag of de vorderingen dienen te worden ingevorderd uit de nalatenschap of bij de begunstigden daartoe.

Artikel 5. Verjaringstermijnen

  • 1 Verjaringstermijnen van belastingvorderingen worden beheerst door het recht van de verzoekende Staat. Het verzoek om invordering bevat gegevens over de verjaringstermijnen die voor de belastingvorderingen gelden.

  • 2 Handelingen betreffende invordering, die ingevolge een verzoek door de aangezochte Staat worden verricht en die overeenkomstig het recht van deze Staat de in het eerste lid vermelde verjaringstermijn zouden schorsen of stuiten, hebben hetzelfde gevolg voor het recht van de verzoekende Staat. De aangezochte Staat doet de verzoekende Staat mededeling van zodanige daden.

  • 3 De aangezochte Staat is niet verplicht een verzoek om administratieve bijstand in te willigen dat wordt gedaan na het verstrijken van een tijdvak van 15 jaren vanaf de datum van de oorspronkelijke executoriale titel.

Artikel 6. Prioriteit

De belastingvorderingen waarvoor bijstand bij invordering wordt verleend, genieten in de aangezochte Verdragsluitende Staat niet de voorrang die speciaal geldt voor belastingvorderingen van deze Staat.

Artikel 7. Uitstel van betaling

De aangezochte Verdragsluitende Staat kan uitstel van betaling of betaling in termijnen toestaan, indien zijn wetgeving of zijn administratieve praktijk dit in soortgelijke omstandigheden toestaat; hij doet hiervan mededeling aan de andere Verdragsluitende Staat.

Artikel 8. Conservatoire maatregelen

  • 1 Op verzoek van een Verdragsluitende Staat neemt de andere Verdragsluitende Staat met het oog op de invordering van belastingvorderingen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een maand na ontvangst van het verzoek, conservatoire maatregelen, zelfs als de belastingvorderingen worden bestreden of als slechts een voorlopige, dan wel een met het oog op beslaglegging tot zekerheid uitgevaardigde, executoriale titel uitgevaardigd is.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen die op grond van de wetgeving van de verzoekende Staat voor de belastingschuld aansprakelijk zijn.

HOOFDSTUK IV

Artikel 9. Uitreiking van documenten

  • 1 Elke Verdragsluitende Staat kan een persoon op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Staat documenten met betrekking tot belastingvorderingen rechtstreeks per post uitreiken, ook voorzover die betrekking hebben op andere belastingen dan waarop het Verdrag van toepassing is.

  • 2 Op verzoek van een Verdragsluitende Staat reikt de andere Verdragsluitende Staat documenten uit aan de geadresseerde, met inbegrip van documenten betreffende rechterlijke beslissingen, die afkomstig zijn van de verzoekende Staat en verband houden met belastingen waarop het Verdrag van toepassing is. Voorzover de verzoekende Staat aantoont dat de in het eerste lid vermelde procedure niet mogelijk of niet doelmatig is, zullen de Verdragsluitende Staten handelen overeenkomstig het gestelde in de eerste volzin.

  • 3 De aangezochte Staat reikt documenten zodanig uit als betrof het zijn eigen documenten:

    • a. volgens een door zijn wetgeving voorgeschreven methode voor de uitreiking van documenten van in wezen soortgelijke aard;

    • b. voor zover mogelijk, volgens een bepaalde door de verzoekende Staat gewenste methode of volgens een krachtens de wetgeving van de aangezochte Staat bestaande methode die de door de verzoekende Staat gewenste methode het dichtst benadert.

  • 4 Geen enkele bepaling van dit Verdrag mag zodanig worden uitgelegd dat deze de uitreiking van documenten door een Verdragsluitende Staat in overeenstemming met zijn wetgeving ongeldig maakt, als deze in tegenspraak is met de bepalingen van dit artikel.

  • 5 Als een document wordt uitgereikt in overeenstemming met dit artikel, behoeft het niet vergezeld te gaan van een vertaling.

HOOFDSTUK V. BEPALINGEN BETREFFENDE ALLE VORMEN VAN ADMINISTRATIEVE BIJSTAND

Artikel 10. Inhoud, omzetting en beantwoording van een verzoek

  • 1 Voor zover nodig wordt in het verzoek vermeld

    • a. van welke autoriteit of instantie het door de bevoegde autoriteit ingediende verzoek afkomstig is;

    • b. de naam, het adres en andere ter zake dienende gegevens die bijdragen aan de identificatie van de persoon op wie het verzoek betrekking heeft;

    • c. in geval van een verzoek om administratieve bijstand bij invordering of bij conservatoire maatregelen, de aard en bestanddelen van de belastingvorderingen en de bezittingen waarop de belastingvorderingen verhaald kunnen worden, voor zover deze aan de verzoekende Staat bekend zijn;

    • d. in geval van een verzoek om uitreiking van documenten, de aard en het onderwerp van de uit te reiken documenten.

  • 2 Een verzoek als bedoeld in artikel 4 of artikel 8 gaat vergezeld van

    • a. een verklaring dat de vordering betrekking heeft op een belasting waarop het Verdrag van toepassing is en in het geval van een verzoek om invordering, dat, behoudens het tweede lid van artikel 4, de vordering niet meer kan worden bestreden;

    • b. een officieel afschrift van de in de verzoekende Staat geldige executoriale titel; en

    • c. ieder ander document dat vereist is voor de invordering.

  • 3 Zodra de verzoekende Staat andere inlichtingen verkrijgt die verband houden met het verzoek, doet hij daarvan mededeling aan de aangezochte Staat.

  • 4 Indien ten gevolge van de voldoening of ten gevolge van het ongeldig worden van de vordering of om andere redenen de grond ontvalt aan een verzoek om invordering of het nemen van conservatoire maatregelen, doet de verzoekende Staat daarvan onverwijld mededeling aan de aangezochte Staat.

  • 5 De aangezochte Staat bevestigt zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen 7 dagen, schriftelijk de ontvangst van het verzoek om administratieve bijstand. Indien het verzoek wordt ingewilligd, doet de aangezochte Staat zo spoedig mogelijk, doch in elk geval voor het verstrijken van een termijn van zes maanden na de datum van de bevestiging van de ontvangst van het verzoek, mededeling van de genomen maatregelen en over het resultaat van de administratieve bijstand.

  • 6 De in de verzoekende Staat geldige executoriale titel wordt, indien noodzakelijk in overeenstemming met de in de aangezochte Staat van kracht zijnde bepalingen, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee maanden na de datum van ontvangst van het verzoek om administratieve bijstand, erkend, aangevuld dan wel vervangen door een in de laatstgenoemde Staat geldige executoriale titel.

Artikel 11. Grenzen aan de verplichting tot het verlenen van bijstand

  • 1 Geen enkele bepaling van dit Verdrag tast de rechten en waarborgen aan die personen hebben volgens de wetgeving of de administratieve praktijk van de aangezochte Staat.

  • 2 De aangezochte Staat is niet verplicht een belastingvordering in te vorderen door middel van inhechtenisneming.

  • 3 Behalve in het geval van artikel 5, worden de bepalingen van dit Verdrag niet zodanig uitgelegd dat zij de aangezochte Staat de verplichting opleggen

    • a. maatregelen te nemen die in strijd zijn met zijn eigen wetgeving of administratieve praktijk of met de wetgeving of administratieve praktijk van de verzoekende Staat;

    • b. maatregelen te nemen die hij strijdig acht met de openbare orde of met zijn wezenlijke belangen;

    • c. een verzoek in te willigen, indien de verzoekende Staat niet alle op zijn eigen grondgebied beschikbare middelen heeft aangewend, tenzij de aanwending van zodanige middelen zou leiden tot onevenredig grote moeilijkheden;

    • d. administratieve bijstand te verlenen indien en voor zover hij de belasting in de verzoekende Staat in strijd acht met algemeen aanvaarde beginselen van belastingheffing, met de bepalingen van een verdrag tot het vermijden van dubbele belasting of met enig ander verdrag dat de aangezochte Staat heeft gesloten met de verzoekende Staat;

    • e. administratieve bijstand te verlenen indien dit in dezelfde omstandigheden zou leiden tot discriminatie van een onderdaan van de verzoekende Staat ten opzichte van een onderdaan van de aangezochte Staat;

    • f. een verzoek om uitreiking in te willigen, indien dat tot een onevenredige belasting van zijn administratie zou leiden.

  • 4 Indien het verzoek om administratieve bijstand wordt afgewezen, doet de aangezochte Staat zo spoedig mogelijk mededeling van deze beslissing en de redenen daarvan.

Artikel 12. Uitwisseling van inlichtingen

  • 1 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten wisselen de inlichtingen uit die nodig zijn voor het uitvoeren van de bepalingen van dit Verdrag of van de nationale wetgeving van de beide Staten met betrekking tot de invordering van de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is of voor de uitreiking van documenten.

  • 2 In geen geval worden de bepalingen van het eerste lid aldus uitgelegd dat zij een Verdragsluitende Staat de verplichting opleggen:

    • a. inlichtingen te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens zijn eigen wetgeving of administratieve praktijk of krachtens de wetgeving of administratieve praktijk van de andere Verdragsluitende Staat;

    • b. inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze zouden onthullen, of inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde.

Artikel 13. Geheimhouding en bescherming van gegevens

  • 1 Alle door een Verdragsluitende Staat krachtens dit Verdrag verkregen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die krachtens de nationale wetgeving van deze Staat zijn verkregen. Zodanige gegevens worden in ieder geval slechts ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (met inbegrip van rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke instanties of lichamen) die betrokken zijn bij de heffing of invordering van, de tenuitvoerlegging van of de vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken met betrekking tot de belastingen van deze Staat waarop het Verdrag van toepassing is. Deze personen, autoriteiten of instanties mogen van die inlichtingen alleen voor deze doeleinden gebruik maken. Zij kunnen de inlichtingen echter, na voorafgaande toestemming van de Staat die de inlichtingen heeft verstrekt, bekend maken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen met betrekking tot deze belastingen. Een verdere overdracht aan andere instanties mag slechts plaatsvinden na voorafgaande toestemming van de bevoegde autoriteit.

  • 2 Op een daartoe strekkend verzoek van de Verdragsluitende Staat die de inlichtingen verstrekt, doet de Verdragsluitende Staat die de inlichtingen ontvangt mededeling omtrent het gebruik van de verstrekte gegevens en over de daarmee bereikte resultaten.

  • 3 De Verdragsluitende Staat, die de inlichtingen verstrekt, is gehouden acht te slaan op de juistheid van de te verstrekken gegevens, alsmede op de noodzaak en op de evenredigheid tot het met de verstrekking beoogde doel. Daarbij moet rekening worden gehouden met de geldende voorbehouden ter zake van het verstrekken van gegevens in de nationale wetgeving. Indien mocht blijken dat onjuiste gegevens of gegevens die niet verstrekt mochten worden, toch zijn verstrekt, dan dient dat onverwijld te worden medegedeeld aan de Staat die de inlichtingen heeft ontvangen. Deze is gehouden correcties aan te brengen of de ontvangen inlichtingen te vernietigen.

  • 4 Op diens verzoek moet een betrokkene worden geïnformeerd over de inlichtingen die ten aanzien van zijn persoon zijn uitgewisseld, alsmede over het beoogde gebruik daarvan. Zodanige verplichting tot het verstrekken van informatie bestaat niet voor zover het openbare belang bij het niet verstrekken van de informatie, zwaarder weegt dan het belang van de betrokkene bij het wel verstrekken van de informatie. Voor het overige wordt het recht van de betrokkene, om te worden geïnformeerd over de gegevens die met betrekking tot hem voorhanden zijn, geregeld door het nationale recht van de Verdragsluitende Staat die om de inlichtingen wordt verzocht.

  • 5 Indien een persoon ten gevolge van in het kader van de uitwisseling van inlichtingen verstrekte gegevens onrechtmatig wordt geschaad, dan is de Verdragsluitende Staat die de inlichtingen heeft ontvangen, daarvoor jegens die persoon aansprakelijk overeenkomstig zijn nationale wetgeving. Die Staat kan zich er tegenover de benadeelde persoon niet op beroepen dat de schade is veroorzaakt door de Staat die de inlichtingen heeft verstrekt.

  • 6 Gegevens die op een persoon betrekking hebben dienen te worden vernietigd zodra ze niet meer nodig zijn voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt.

  • 7 De Verdragsluitende Staten zijn verplicht de verstrekking en de ontvangst van gegevens die op personen betrekking hebben schriftelijk vast te leggen.

  • 8 De verstrekkende en de ontvangende Staat zijn verplicht uitgewisselde gegevens die op personen betrekking hebben op doeltreffende wijze te beschermen tegen onbevoegde toegang, onbevoegde wijziging en onbevoegde bekendmaking.

Artikel 14. Rechtsmiddelen

  • 1 Een bezwaar tegen de door de aangezochte Staat op grond van dit Verdrag genomen maatregelen kan slechts worden ingediend bij de daarvoor bevoegde instantie van deze Staat.

  • 2 Een bezwaar tegen de door de verzoekende Staat op grond van dit Verdrag getroffen maatregelen, in het bijzonder bij de invordering, waarbij het bestaan of de hoogte van de belastingvordering of de executoriale titel in het geding is, kan slechts worden ingediend bij de daarvoor bevoegde instantie van deze Staat. De verzoekende Staat doet de aangezochte Staat er onverwijld mededeling van dat een bezwaar is ingediend. Na ontvangst van deze mededeling kan de aangezochte Staat de invorderingsprocedure opschorten totdat de bevoegde instantie uitspraak op het bezwaar heeft gedaan. De aangezochte Staat kan, indien hij daarom wordt verzocht door de verzoekende Staat, echter ter waarborging van de invordering conservatoire maatregelen nemen. Ook elke andere betrokken partij kan de aangezochte Staat mededelen dat een bezwaar is ingediend. Na ontvangst van de mededeling raadpleegt de aangezochte Staat in voorkomend geval de verzoekende Staat over deze aangelegenheid.

  • 3 Zodra met betrekking tot het bezwaar een uitspraak is gedaan doet de verzoekende Staat of de aangezochte Staat mededeling aan de andere Staat over die uitspraak en de gevolgen daarvan ten aanzien van het verzoek om administratieve bijstand.

Artikel 15. Kosten

  • 1 Gewone kosten, gemaakt in verband met het verlenen van administratieve bijstand, worden gedragen door de aangezochte Staat. Buitengewone kosten, gemaakt in verband met het verlenen van administratieve bijstand, worden gedragen door de verzoekende Staat.

  • 2 De verzoekende Staat blijft jegens de aangezochte Staat verantwoordelijk voor de geldelijke gevolgen van verzoeken om invordering die onterecht zijn gebleken vanwege het niet bestaan van de belastingvordering of ten aanzien van de rechtsgeldigheid van de executoriale titel.

Artikel 16. Tenuitvoerlegging van het Verdrag

  • 1 De Verdragsluitende Staten plegen onderling overleg met betrekking tot de tenuitvoerlegging van dit Verdrag door tussenkomst van de bevoegde autoriteiten. De bevoegde autoriteiten kunnen hiertoe rechtstreeks met elkaar overleg plegen.

  • 2 De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Staten regelen in onderling overleg de wijze van toepassing van dit Verdrag. Daarbij kan een minimumbedrag alsmede de te hanteren omrekeningskoers voor de invordering van belastingvorderingen worden vastgesteld.

  • 3 De bevoegde autoriteiten trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen aangaande de uitlegging of de toepassing van het Verdrag, zo spoedig mogelijk in onderling overleg op te lossen.

  • 4 De verzoeken en de antwoorden daarop kunnen in het Duits of in het Nederlands worden gesteld.

HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN

Artikel 17. Inwerkingtreding

Teneinde in werking te kunnen treden dient dit Verdrag te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk worden uitgewisseld.

Dit Verdrag treedt een maand na de uitwisseling van de akten van bekrachtiging in werking.

Artikel 18. Geldigheidsduur

Dit Verdrag geldt voor onbepaalde tijd; het kan evenwel door elk van de Verdragsluitende Staten langs diplomatieke weg worden opgezegd door vóór 30 juni van enig kalenderjaar na het verstrijken van een periode van vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van het Verdrag de andere Staat schriftelijk kennis te geven van opzegging. In dat geval vindt het Verdrag in beide Verdragsluitende Staten voor het laatst toepassing met betrekking tot handelingen in het kader van administratieve bijstand die worden verricht vóór 1 januari van het kalenderjaar dat volgt op het jaar waarin de kennisgeving van opzegging is gedaan.

GEDAAN te 's-Gravenhage op 21 mei 1999, in de Nederlandse en in de Duitse taal, in twee originelen, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) J. D. VAN DEN BERG

Voor de Bondsrepubliek Duitsland

(w.g.) E. VON PUTTKAMER