Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese [...] van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, Brussel, 29-11-1996

Geldend van 17-10-2002 t/m heden

Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen

Authentiek : NL

Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de prejudiciële uitlegging, door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen

De Hoge Overeenkomstsluitende Partijen,

zijn de hierna volgende bepalingen overeengekomen, welke aan de Overeenkomst worden gehecht:

Artikel 1

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is onder de in dit Protocol vastgestelde voorwaarden bevoegd bij wijze van prejudiciële beslissing een uitspraak te doen over de uitlegging van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en van het op 27 september 1996 1 opgestelde Protocol daarbij, hierna te noemen „eerste Protocol”.

Artikel 2

  • 2 Elke Lid-Staat die een verklaring in de zin van lid 1 aflegt, kan daarbij aangeven dat

    • a. elke rechterlijke instantie van die Lid-Staat waarvan de beslissingen volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen kan verzoeken, bij wijze van prejudiciële beslissing, een uitspraak te doen over een vraag die in een bij deze instantie aanhangige zaak aan de orde is gekomen en die betrekking heeft op de uitlegging van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en van het eerste Protocol daarbij, indien deze rechterlijke instantie een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis, of

    • b. elke rechterlijke instantie van die Lid-Staat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen kan verzoeken, bij wijze van prejudiciële beslissing, een uitspraak te doen over een vraag die in een bij deze instantie aanhangige zaak aan de orde is gekomen en die betrekking heeft op de uitlegging van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en van het eerste Protocol daarbij, indien deze rechterlijke instantie een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis.

Artikel 3

  • 2 Overeenkomstig het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft elke Lid-Staat, ongeacht of deze een verklaring in de zin van artikel 2 heeft afgelegd, het recht memoriën of schriftelijke opmerkingen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen voor te leggen in zaken die uit hoofde van artikel 1 aanhangig gemaakt worden.

Artikel 4

  • 1 Dit Protocol wordt door de Lid-Staten aangenomen overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen.

  • 2 De Lid-Staten stellen de depositaris in kennis van de voltooiing van de procedures die overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen vereist zijn voor de aanneming van dit Protocol, alsmede van elke overeenkomstig artikel 2 afgelegde verklaring.

Artikel 5

  • 1 Elke Staat die lid wordt van de Europese Unie kan tot dit Protocol toetreden.

  • 2 De akten van toetreding worden nedergelegd bij de depositaris.

  • 3 De door de Raad van de Europese Unie vastgestelde tekst van dit Protocol in de taal van de toetredende Lid-Staat is authentiek.

  • 4 Dit Protocol treedt voor de toetredende Lid-Staat in werking negentig dagen na de datum van nederlegging van zijn toetredingsakte, of op de datum van inwerkingtreding van dit Protocol indien dit na afloop van genoemde periode van negentig dagen nog niet in werking is getreden.

Artikel 6

Elke Staat die lid wordt van de Europese Unie en toetreedt tot de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 12 daarvan, moet de bepalingen van dit Protocol aanvaarden.

Artikel 7

  • 1 Elke Lid-Staat die Hoge Overeenkomstsluitende Partij is, kan wijzigingen in het Protocol voorstellen. Elk wijzigingsvoorstel wordt aan de depositaris toegezonden, die het aan de Raad mededeelt.

  • 2 De wijzigingen worden vastgesteld door de Raad, die de aanneming daarvan door de Lid-Staten, overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen, aanbeveelt.

  • 3 De aldus vastgestelde wijzigingen treden in werking volgens de bepalingen van artikel 4.

Artikel 8

  • 1 De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie is depositaris van dit Protocol.

  • 2 De depositaris maakt de kennisgevingen, akten of mededelingen in verband met dit Protocol bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit Protocol hebben gesteld.

GEDAAN te Brussel, de negenentwintigste november negentienhonderd zesennegentig, opgesteld in één exemplaar in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde elk der teksten gelijkelijk authentiek.

  • ^ [1]

    PB nr. C 313, 23.10.1996, blz. 1.