Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking [...] enerzijds en de Verenigde Mexicaanse Staten anderzijds, Brussel, 08-12-1997

Geldend van 01-10-2000 t/m heden

Overeenkomst inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten enerzijds en de Verenigde Mexicaanse Staten anderzijds

Authentiek : NL

Overeenkomst inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten enerzijds en de Verenigde Mexicaanse Staten anderzijds

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „lidstaten van de Europese Gemeenschap” te noemen,

de Europese Gemeenschap,

hierna „Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de Verenigde Mexicaanse Staten,

hierna „Mexico” te noemen,

anderzijds,

Zich bewust van hun gezamenlijk cultureel erfgoed en hun sterke historische, politieke en economische banden,

Gezien het bredere streven om het algemene kader van de internationale betrekkingen, met name tussen Europa en Latijns-Amerika, verder te ontwikkelen en te versterken,

Zich bewust van de belangrijke bijdrage van de op 26 april 1991 te Luxemburg ondertekende Kaderovereenkomst inzake samenwerking tussen de Gemeenschap en Mexico tot de versterking van de genoemde banden,

Zich bewust van het wederzijdse belang bij de totstandkoming van nieuwe contractuele banden, zulks met het oog op de bevordering van de bilaterale betrekkingen, door een bredere politieke dialoog, de geleidelijke en wederzijdse liberalisering van de handel, de liberalisering van de lopende betalingen, het kapitaalverkeer en de onzichtbare transacties, de bevordering van investeringen, en door de verbreding van de samenwerking,

Uitdrukking gevende aan de gehechtheid van beide Partijen aan de eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele mensenrechten, zoals die zijn opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, alsmede aan de eerbiediging van de beginselen van internationaal recht met betrekking tot vriendschappelijke betrekkingen en samenwerking tussen staten overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, de beginselen van de rechtsstaat en de beginselen van goed bestuur, zoals die zijn opgenomen in de in 1994 te São Paulo goedgekeurde ministeriële verklaring van de Rio-groep en de Europese Unie,

Zich ervan bewust dat het voor de intensivering van de betrekkingen op alle gebieden van wederzijds belang noodzakelijk is om de politieke dialoog op bilateraal en internationaal niveau te institutionaliseren,

Gezien het belang dat beide Partijen hechten aan de beginselen en waarden die zijn vervat in de Slotverklaring van de in maart 1995 te Kopenhagen gehouden Wereldtop inzake Sociale Ontwikkeling,

Uitdrukking gevende aan het belang dat beide Partijen hechten aan de correcte tenuitvoerlegging van het beginsel van duurzame ontwikkeling, zoals overeengekomen en vermeld in Agenda 21 van de Verklaring van Rio inzake Milieu en Ontwikkeling van 1992,

Gezien het belang dat zij hechten aan de beginselen van de markteconomie en hun gehechtheid aan vrije internationale handel overeenkomstig de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en in hun hoedanigheid van lid van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), met bijzondere nadruk op het belang van open regionalisme,

Herinnerende aan de bewoordingen van de op 2 mei 1995 te Parijs ondertekende plechtige gezamenlijke verklaring, waarin beide Partijen overeenkomen hun bilaterale betrekkingen op alle gebieden in een langetermijnperspectief te plaatsen,

Hebben besloten deze Overeenkomst te sluiten:

TITEL I. AARD VAN DE OVEREENKOMST EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1. Grondslag van de Overeenkomst

De eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele mensenrechten, zoals die zijn opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, vormt de grondslag voor het binnenlands en buitenlands beleid van de Partijen en is een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst.

Artikel 2. Aard van de Overeenkomst en toepassingsgebied

Het doel van deze Overeenkomst is de versterking van de betrekkingen tussen de Partijen, zulks op basis van wederkerigheid en wederzijds belang. Daartoe wordt in het kader van deze Overeenkomst een politieke dialoog ingesteld, worden de economische en handelsbetrekkingen versterkt door de liberalisering van de handel overeenkomstig de WTO-regels, en wordt de samenwerking versterkt en verbreed.

TITEL II. POLITIEKE DIALOOG

Artikel 3

  • 1 De Partijen komen overeen hun intensievere politieke dialoog te institutionaliseren, op basis van de in artikel 1 genoemde beginselen. Deze dialoog heeft betrekking op alle bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, en is gericht op nauwer overleg tussen beide Partijen in de context van de internationale organisaties waarvan beide Partijen lid zijn.

  • 2 De dialoog vindt plaats overeenkomstig de „Gezamenlijke Verklaring tussen de Europese Unie en Mexico betreffende de Politieke Dialoog”, die een integrerend onderdeel van de Overeenkomst vormt en die opgenomen is in de Slotakte.

  • 3 De in de gezamenlijke verklaring bedoelde ministeriële dialoog vindt hoofdzakelijk plaats in de bij artikel 45 ingestelde Gezamenlijke Raad.

TITEL III. HANDEL

Artikel 4. Doelstelling

Deze Titel heeft ten doel een kader tot stand te brengen voor de bevordering van de verdere ontwikkeling van de handel in goederen en diensten, inclusief de bilaterale en preferentiële, geleidelijke en wederzijdse liberalisering van de handel in goederen en diensten, rekening houdende met de gevoeligheid van bepaalde producten en dienstensectoren en overeenkomstig de relevante WTO-regels.

Artikel 5. Handel in goederen

Met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 4 genoemde doelstellingen neemt de Gezamenlijke Raad besluiten inzake de regelingen en het tijdschema voor de bilaterale, geleidelijke en wederzijdse liberalisering van alle tarifaire en niet-tarifaire belemmeringen van de handel in goederen, zulks overeenkomstig de relevante WTO-regels, met name artikel XXIV van de GATT, en rekening houdende met de gevoeligheid van bepaalde producten. Het besluit heeft met name betrekking op:

  • a. beoogde periode en overgangsperiode;

  • b. douanerechten bij in- en uitvoer en maatregelen van gelijke werking;

  • c. kwantitatieve beperkingen bij in- en uitvoer en maatregelen van gelijke werking;

  • d. nationale behandeling, inclusief het verbod op fiscale discriminatie in verband met heffingen op goederen;

  • e. antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen;

  • f. vrijwaringsclausules en controlemaatregelen;

  • g. oorsprongsregels en administratieve samenwerking;

  • h. samenwerking op douanegebied;

  • i. bepaling van de douanewaarde;

  • j. technische verordeningen en normen, sanitaire en fytosanitaire wetgeving, wederzijdse erkenning van conformiteitsbeoordeling, certificatie, labels enz.;

  • k. algemene uitzonderingen, gerechtvaardigd uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde of de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, of uit hoofde van de bescherming van de industriële, intellectuele en commerciële eigendom enz.;

  • l. beperkingen in geval van betalingsbalansmoeilijkheden.

Artikel 6. Handel in diensten

Met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 4 genoemde doelstellingen neemt de Gezamenlijke Raad besluiten inzake passende regelingen voor de geleidelijke en wederzijdse liberalisering van de handel in diensten, overeenkomstig de relevante WTO-regels, met name artikel V van de Algemene overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS), en rekening houdende met de verbintenissen van beide Partijen in het kader van die Overeenkomst.

Artikel 7

De in de artikelen 5 en 6 van deze Overeenkomst bedoelde besluiten van de Gezamenlijke Raad inzake de handel in goederen en diensten beogen een adequate en samenhangende aanpak van deze vraagstukken, en treden in werking zodra zij worden goedgekeurd.

TITEL IV. KAPITAAL- EN BETALINGSVERKEER

Artikel 8. Kapitaal- en betalingsverkeer

Deze Titel heeft ten doel een kader tot stand te brengen voor de bevordering van de geleidelijke en wederzijdse liberalisering van het kapitaal- en betalingsverkeer tussen Mexico en de Gemeenschap, onverminderd andere bepalingen in deze Overeenkomst en verplichtingen in het kader van andere internationale overeenkomsten die van toepassing zijn tussen de Partijen.

Artikel 9

Met het oog op de verwezenlijking van de in artikel 8 aangegeven doelstelling dient de Gezamenlijke Raad maatregelen en een tijdschema vast te stellen voor de geleidelijke en wederzijdse opheffing van de beperkingen met betrekking tot het kapitaal- en betalingsverkeer tussen de Partijen, onverminderd andere bepalingen in deze Overeenkomst en verplichtingen in het kader van andere internationale overeenkomsten die van toepassing zijn tussen de Partijen.

Dit besluit heeft in het bijzonder betrekking op:

  • a. de definitie, inhoud, essentie en uitbreiding van de expliciet of impliciet in deze Titel gehanteerde begrippen;

  • b. de onder de liberaliseringsmaatregelen vallende kapitaal- en betalingstransacties, inclusief nationale behandeling;

  • c. de reikwijdte van de liberaliserings- en overgangsperiode;

  • d. het opnemen van een clausule die het de Partijen toestaat beperkingen op dit gebied te handhaven, voor zover deze gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en defensie;

  • e. het opnemen van clausules die het de Partijen toestaan beperkingen op dit gebied in te stellen in geval van moeilijkheden in verband met de werking van het wisselkoersbeleid of het monetair beleid van een van de Partijen, betalingsbalansproblemen of, overeenkomstig het internationaal recht, het opleggen van financiële beperkingen aan derde landen.

TITEL V. OVERHEIDSOPDRACHTEN, MEDEDINGING, INTELLECTUELE EIGENDOM EN ANDERE OP DE HANDEL BETREKKING HEBBENDE BEPALINGEN

Artikel 10. Overheidsopdrachten

  • 1 De Partijen dienen overeenstemming te bereiken over het geleidelijk en op basis van wederkerigheid openstellen van de markten voor overheidsopdrachten.

  • 2 Daartoe dient de Gezamenlijke Raad een besluit te nemen over passende regelingen en een tijdschema. Het besluit heeft in het bijzonder betrekking op:

    • a. de reikwijdte van de overeengekomen liberalisering;

    • b. niet-discriminerende toegang tot de overeengekomen markten;

    • c. drempelwaarden;

    • d. eerlijke en transparante procedures;

    • e. duidelijke beroepsprocedures;

    • f. gebruik van informatietechnologie.

Artikel 11. Mededinging

  • 1 De Partijen dienen overeenstemming te bereiken over passende maatregelen ter voorkoming van concurrentieverstoringen of -beperkingen die de handel tussen de Gemeenschap en Mexico beïnvloeden. Daartoe dient de Gezamenlijke Raad te voorzien in samenwerking en coördinatie tussen de diensten die bevoegd zijn voor de tenuitvoerlegging van de mededingingsregels. Deze samenwerking omvat onder andere juridische bijstand, kennisgeving, overleg en uitwisseling van informatie, zulks ten behoeve van de nodige transparantie inzake de naleving van de wetgeving en het beleid op mededingingsgebied.

  • 2 Daartoe neemt de Gezamenlijke Raad de nodige besluiten met betrekking tot:

    • a. overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen;

    • b. misbruik door een of meer ondernemingen van een dominante positie;

    • c. fusies tussen ondernemingen;

    • d. staatsmonopolies van commerciële aard;

    • e. openbare ondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend.

Artikel 12. Intellectuele, industriële en commerciële eigendom

  • 1 Opnieuw bevestigend dat zij grote waarde hechten aan de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten (auteursrechten – waaronder ook auteursrechten inzake computerprogramma's en gegevensbanken – en naburige rechten, rechten in verband met octrooien, industriële tekeningen en modellen, geografische aanduidingen, met inbegrip van oorsprongsbenamingen, handels- en dienstmerken, configuratieschema's (topografieën) van geïntegreerde schakelingen, alsmede de bescherming tegen oneerlijke concurrentie overeenkomstig artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom en de bescherming van vertrouwelijke informatie), komen de Partijen overeen te voorzien in passende maatregelen met het oog op een adequate en feitelijke bescherming overeenkomstig de hoogste internationale normen, inclusief doeltreffende middelen om die rechten te doen naleven.

  • 2 Daartoe neemt de Gezamenlijke Raad besluiten met betrekking tot:

    • a. een overlegregeling om bij moeilijkheden met de bescherming van intellectuele eigendom tot voor beide Partijen aanvaardbare oplossingen te komen;

    • b. de gedetailleerde maatregelen die moeten worden goedgekeurd overeenkomstig de in lid 1 genoemde doelstelling, waarbij met name rekening moet worden gehouden met de relevante multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele eigendom.

TITEL VI. SAMENWERKING

Artikel 13. Dialoog inzake samenwerking en economische zaken

  • 1 De Gezamenlijke Raad stelt een regelmatige dialoog in met het oog op de intensivering en verbetering van de in deze Titel bedoelde samenwerking. Deze dialoog omvat in het bijzonder:

    • a. uitwisseling van informatie en periodieke analyse van de ontwikkeling van de samenwerking;

    • b. coördinatie van en toezicht op de tenuitvoerlegging van de in deze Overeenkomst bedoelde sectoriële overeenkomsten, alsmede het bestuderen van de mogelijkheden om nieuwe overeenkomsten van dit type te sluiten.

  • 2 De Gezamenlijke Raad stelt tevens een regelmatige dialoog in over economische zaken. Deze dialoog omvat de analyse en uitwisseling van informatie, met name over macro-economische aspecten, zulks ter bevordering van handel en investeringen.

Artikel 14. Industriële samenwerking

  • 1 De Partijen steunen en bevorderen maatregelen die gericht zijn op de ontwikkeling en versterking van de inspanningen voor een dynamisch, geïntegreerd en gedecentraliseerd beheer van de industriële samenwerking, teneinde een klimaat te creëren dat gunstig is voor de economische ontwikkeling, daarbij rekening houdende met de belangen van beide Partijen.

  • 2 De samenwerking richt zich met name op:

    • a. versterking van de contacten tussen de economische actoren van beide Partijen, door middel van conferenties, seminars, dienstreizen om de industriële en technische mogelijkheden te onderzoeken, rondetafelgesprekken en algemene en gespecialiseerde handelsbeurzen, teneinde gebieden van wederzijds zakelijk belang te identificeren en exploiteren, en handel, investeringen, industriële samenwerking en projecten voor de overdracht van technologie te stimuleren;

    • b. versterking en uitbreiding van de dialoog tussen de economische actoren van beide Partijen door overleg en coördinatie op dit gebied te bevorderen, teneinde belemmeringen voor de industriële samenwerking te identificeren en op te heffen, de naleving van de mededingingsregels te bevorderen, de consistentie van de maatregelen te garanderen en de industrie te helpen zich aan de markteisen aan te passen;

    • c. bevordering van initiatieven voor industriële samenwerking in het kader van de het privatiserings- en liberaliseringsproces van beide Partijen, zulks ter bevordering van investeringen door middel van industriële samenwerking tussen ondernemingen;

    • d. ondersteuning van modernisering, diversifiëring, innovatie, scholing, onderzoek, ontwikkeling en kwaliteitsgerichte initiatieven;

    • e. bevordering van de deelname van beide Partijen aan proefprojecten en speciale programma's, overeenkomstig de desbetreffende voorwaarden.

Artikel 15. Bevordering van investeringen

De Partijen stellen alles in het werk om een aantrekkelijk en stabiel klimaat te creëren voor wederzijdse investeringen.

Deze samenwerking heeft onder meer betrekking op:

  • a. het verstrekken en het verspreiden van informatie over wetgeving en investeringsmogelijkheden;

  • b. het ondersteunen van de ontwikkeling van een juridisch klimaat dat gunstig is voor wederzijdse investeringen, voor zover nodig door het sluiten van overeenkomsten tussen de lidstaten en Mexico ter bevordering en bescherming van investeringen en van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing;

  • c. het ontwikkelen van geharmoniseerde en eenvoudigere administratieve procedures;

  • d. het ontwikkelen van regelingen voor gezamenlijke investeringen, met name van het midden- en kleinbedrijf van beide Partijen.

Artikel 16. Financiële diensten

  • 1 De Partijen streven ernaar samenwerking tot stand te brengen in de sector financiële dienstverlening, zulks overeenkomstig hun wet- en regelgeving en beleid, alsmede overeenkomstig de bepalingen van de GATS, rekening houdende met hun wederzijdse belangen en economische doelstellingen op de lange en middellange termijn.

  • 2 De Partijen komen overeen op bilateraal en multilateraal niveau samen te werken ter versterking van het wederzijds begrip en de kennis van het ondernemingsklimaat, alsmede ter bevordering van de uitwisseling van informatie over financiële regelgeving, financieel toezicht en financiële controle en andere aspecten van gemeenschappelijk belang.

  • 3 Het doel van de samenwerking is met name het versterken en diversifiëren van de productiviteit en het concurrentievermogen in de sector financiële diensten.

Artikel 17. Samenwerking op het gebied van het midden- en kleinbedrijf

  • 1 De Partijen bevorderen de totstandkoming van een klimaat dat gunstig is voor de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf.

  • 2 Dit omvat:

    • a. stimulering van de contacten tussen economische actoren ter bevordering van gezamenlijke investeringen en de totstandkoming van joint ventures en informatienetwerken, gebaseerd op bestaande horizontale programma's, zoals Ecip, Al-Invest, BRE en BC-Net;

    • b. bevordering van de financieringsmogelijkheden, verstrekking van informatie en stimulering van innovatie.

Artikel 18. Technische voorschriften en conformiteitsbeoordeling

De Partijen verbinden zich ertoe samen te werken op het gebied van technische voorschriften en conformiteitsbeoordeling.

Artikel 19. Douane

  • 1 De samenwerking op douanegebied heeft ten doel te waarborgen dat het handelsverkeer eerlijk verloopt. De Partijen verbinden zich ertoe de samenwerking op douanegebied te bevorderen, zulks ter verbetering en consolidering van het juridische kader van het onderlinge handelsverkeer.

  • 2 De samenwerking heeft met name betrekking op:

    • a. uitwisseling van informatie;

    • b. ontwikkeling van nieuwe opleidingstechnieken en coördinatie van activiteiten van gespecialiseerde internationale organisaties;

    • c. uitwisseling van ambtenaren en leidinggevend personeel van douane- en belastingdiensten;

    • d. vereenvoudiging van de douaneprocedures voor de in- en uitklaring van goederen;

    • e. verlening van technische bijstand, voor zover van toepassing.

  • 3 Onverminderd andere vormen van samenwerking waarin deze Overeenkomst voorziet, merken beide Partijen op dat zij belangstelling hebben voor de sluiting van een Protocol inzake wederzijdse bijstand op douanegebied, zulks binnen het institutionele kader van deze Overeenkomst.

Artikel 20. Informatiemaatschappij

  • 1 De Partijen erkennen dat informatie- en communicatietechnologieën belangrijke elementen van de moderne samenleving en van vitaal belang zijn voor de economische en sociale ontwikkeling.

  • 2 De samenwerking op dit gebied is met name gericht op:

    • a. een dialoog over alle aspecten van de informatiemaatschappij;

    • b. de uitwisseling van informatie en de verlening van technische bijstand inzake regelgeving, normalisering, conformiteitsbeoordeling en certificatie op het gebied van informatie- en telecommunicatietechnologieën;

    • c. de verspreiding van nieuwe informatie- en telecommunicatietechnologieën en de verbetering van nieuwe diensten op het gebied van geavanceerde communicatie, diensten en informatietechnologie;

    • d. de bevordering en uitvoering van gezamenlijke onderzoeksprojecten en technologische en industriële ontwikkelingsprojecten op het gebied van de nieuwe informatie-, communicatie- en telematicatechnologieën en de informatiemaatschappij;

    • e. de bevordering van de deelname van beide Partijen aan proefprojecten en speciale programma's, overeenkomstig de desbetreffende voorwaarden;

    • f. onderlinge verbinding en interoperabiliteit van telematicanetwerken en -diensten;

    • g. een dialoog over de samenwerking op het gebied van de regelgeving inzake internationale on-line diensten, inclusief de aspecten van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens;

    • h. de wederzijdse toegang tot gegevensbanken overeenkomstig nader overeen te komen bepalingen.

Artikel 21. Samenwerking op het gebied van de landbouw en het platteland

  • 1 De Partijen stimuleren de ontwikkeling van en de samenwerking op het gebied van de landbouw, de agro-industriële sector en het platteland.

  • 2 Hiertoe bestuderen zij onder meer:

    • a. maatregelen op het gebied van de harmonisatie van normen en standaarden op milieugebied en sanitair gebied, zulks ter bevordering van het handelsverkeer, daarbij rekening houdende met de op deze terreinen voor beide Partijen geldende wetgeving en overeenkomstig de WTO-regels en de bepalingen van artikel 5;

    • b. de mogelijkheid om informatie uit te wisselen en projecten en activiteiten te ontwikkelen, met name op het gebied van informatie, wetenschappelijk en technisch onderzoek en de opleiding van het personeel.

Artikel 22. Samenwerking op mijnbouwgebied

De Partijen komen overeen de samenwerking op mijnbouwgebied te bevorderen, met name door middel van activiteiten die gericht zijn op:

  • a. bevordering van de exploratie, de exploitatie en het winstgevend gebruik van delfstoffen, overeenkomstig de relevante wetgeving op dit gebied;

  • b. bevordering van de uitwisseling van informatie, know-how en technologie op het gebied van exploratie en exploitatie;

  • c. stimulering van de uitwisseling van experts en van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten ter bevordering van technologische ontwikkeling;

  • d. ontwikkeling van maatregelen ter bevordering van de investeringen op dit gebied.

Artikel 23. Samenwerking op energiegebied

  • 1 De samenwerking tussen beide Partijen is gericht op de ontwikkeling van de energiesector van beide Partijen, waarbij het accent ligt op de bevordering van de overdracht van technologie en de uitwisseling van informatie over de wetgeving van beide Partijen.

  • 2 De samenwerking in deze sector heeft voornamelijk betrekking op: uitwisseling van informatie, opleiding van personeel, overdracht van technologie, gezamenlijke projecten op het gebied van technologische ontwikkeling, infrastructuurprojecten, projecten voor een efficiëntere energieproductie, bevordering van het rationeel gebruik van energie, ondersteuning van het gebruik van alternatieve, hernieuwbare en milieuvriendelijke energiebronnen, bevordering van projecten op het gebied van recycling en verwerking van afvalstoffen voor energiegebruik.

Artikel 24. Samenwerking op vervoersgebied

  • 1 De samenwerking tussen de Partijen op vervoersgebied is gericht op:

    • a. bevordering van de herstructurering en modernisering van de vervoerssystemen;

    • b. bevordering van exploitatienormen.

  • 2 In dit verband wordt prioriteit verleend aan:

    • a. uitwisseling van informatie tussen experts over het vervoersbeleid van de Partijen en andere onderwerpen van gemeenschappelijk belang;

    • b. economische, juridische en technische opleidingsprogramma's voor economische actoren en hoge ambtenaren in overheidsdienst;

    • c. uitwisseling van informatie over het wereldwijde satellietnavigatiesysteem GNSS;

    • d. verlening van technische bijstand, zulks ter bevordering van de herstructurering en modernisering van het vervoerssysteem in al zijn vormen.

  • 3 De Partijen bestuderen alle aspecten van het internationale maritieme vervoer, teneinde erop toe te zien dat de wederzijdse groei van de handel niet wordt belemmerd. In dit verband wordt onderhandeld over de liberalisering van de internationale maritieme vervoersdiensten, zulks overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 van deze Overeenkomst.

Artikel 25. Samenwerking op het gebied van het toerisme

  • 1 De samenwerking tussen de Partijen is voornamelijk gericht op de bevordering van de uitwisseling van informatie en de totstandkoming van „best practices", zulks ten behoeve van de evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het toerisme.

  • 2 In dit verband richten de Partijen zich in het bijzonder op:

    • a. bescherming van het natuurlijk en cultureel erfgoed en de maximale benutting van het potentieel ervan;

    • b. eerbiediging van de integriteit en de belangen van lokale gemeenschappen;

    • c. bevordering van de samenwerking tussen regio's en gemeenten in buurlanden;

    • d. verbetering van de opleidingen in de hotellerie, daarbij bijzondere aandacht schenkend aan hotelmanagement en -administratie.

Artikel 26. Samenwerking op het gebied van de statistiek

De Partijen komen overeen de harmonisatie van statistische methoden en praktijken te bevorderen, zulks met het oog op het gebruik, op wederzijdse basis, van statistische gegevens over de handel in goederen en diensten en, meer in het algemeen, in alle onder deze Overeenkomst vallende sectoren die in aanmerking komen voor statistische verwerking.

Artikel 27. Bestuur

De overeenkomstsluitende Partijen werken samen bij aangelegenheden die te maken hebben met het openbaar bestuur en de instellingen op nationaal, regionaal en lokaal niveau, zulks ter bevordering van de opleiding van het personeel en de modernisering van de administratie.

Artikel 28. Samenwerking op het gebied van de bestrijding van drugs, het witwassen van geld en chemische precursoren

  • 1 De Partijen nemen de nodige maatregelen ter bevordering van de onderlinge samenwerking en coördinatie, de intensivering van de activiteiten ter voorkoming en bestrijding van de productie, de verspreiding en het illegaal verbruik van drugs, overeenkomstig de geldende interne voorschriften.

  • 2 Steunend op de medewerking van de ter zake bevoegde instanties is de samenwerking met name gericht op:

    • a. de coördinatie van programma's en maatregelen ter bestrijding van drugmisbruik, de verzorging en maatschappelijke reïntegratie van verslaafden, inclusief programma's voor technische bijstand. Deze activiteiten omvatten eventueel onderzoek of maatregelen ter bestrijding van de productie van drugs door de bevordering van de regionale ontwikkeling van gebieden waar deze illegale gewassen worden geproduceerd;

    • b. de ontwikkeling van gecoördineerde onderzoeksprogramma's en -projecten op het gebied van de drugsbestrijding;

    • c. de uitwisseling van juridische en administratieve informatie en de goedkeuring van passende maatregelen voor de bestrijding van drugs en het witwassen van geld, waaronder maatregelen die zijn goedgekeurd door de Gemeenschap en de op dit gebied actieve internationale instellingen;

    • d. de voorkoming van misbruik van chemische precursoren en andere veelvuldig bij de vervaardiging van drugs en psychotrope stoffen gebruikte middelen, zulks overeenkomstig de op 13 december 1996 door beide Partijen ondertekende Overeenkomst inzake de controle op precursoren en chemische stoffen die veelvuldig bij de vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen worden gebruikt, en het VN-Verdrag van Wenen van 1988.

Artikel 29. Wetenschappelijke en technologische samenwerking

  • 1 De Partijen komen overeen op wetenschappelijk en technologisch gebied samen te werken op gebieden van wederzijds belang, daarbij rekening houdende met het beleid van beide Partijen.

  • 2 Doel van deze samenwerking is:

    • a. de bevordering van de uitwisseling van informatie en know-how op het gebied van wetenschap en technologie, met name over de tenuitvoerlegging van het beleid en de programma's;

    • b. de stimulering van duurzame betrekkingen tussen wetenschappers van beide Partijen;

    • c. de bevordering van de opleiding van het personeel.

  • 3 De samenwerking dient te geschieden in de vorm van gezamenlijke onderzoeksprojecten, uitwisseling, overleg en opleiding van wetenschappers, zulks ter bevordering van de maximale verspreiding van onderzoeksresultaten.

  • 4 De Partijen dienen ernaar te streven dat instellingen voor hoger onderwijs, onderzoekscentra en bedrijven, met name het midden- en kleinbedrijf, op passende wijze bij deze samenwerking worden betrokken.

  • 5 De samenwerking tussen beide Partijen kan resulteren in een sectoriële overeenkomst inzake onderzoek en technologische ontwikkeling, voor zover dit wenselijk wordt geacht.

Artikel 30. Samenwerking op het gebied van opleiding en onderwijs

  • 1 De Partijen stellen vast of en op welke wijze de situatie op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding tastbaar kan worden verbeterd. Bijzondere aandacht wordt daarbij besteed aan onderwijs en opleiding van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen.

  • 2 De Partijen gaan intensiever samenwerken op het gebied van onderwijs, inclusief hoger onderwijs, beroepsopleiding en uitwisselingsactiviteiten tussen universiteiten en bedrijven, zulks ter bevordering van de vakkennis van leidinggevend personeel uit de particuliere en openbare sector.

  • 3 De Partijen besteden bijzondere aandacht aan maatregelen die gericht zijn op het bevorderen van permanente contacten tussen gespecialiseerde instellingen en de uitwisseling van informatie, know-how, experts en technische hulpmiddelen, alsmede op het gebied van jeugdzaken, daarbij gebruik makend van de faciliteiten in het kader van het Alfa-programma en de ervaring van beide Partijen op deze gebieden.

  • 4 De samenwerking tussen beide Partijen kan, voor zover daarover overeenstemming bestaat, resulteren in een sectoriële overeenkomst op het gebied van onderwijs, beroepsopleiding en jeugdzaken.

Artikel 31. Culturele samenwerking

  • 1 De Partijen komen overeen de samenwerking op cultureel gebied te bevorderen, daarbij hun diversiteit in acht nemend, zulks ter bevordering van het wederzijds begrip en de verspreiding van de cultuur van beide Partijen.

  • 2 De Partijen nemen passende maatregelen ter bevordering van culturele uitwisseling en nemen gezamenlijke initiatieven op cultureel gebied. Daartoe dienen beide Partijen tezijnertijd overeenstemming te bereiken over specifieke samenwerkingsacties en de desbetreffende voorwaarden.

Artikel 32. Samenwerking in de audiovisuele sector

De Partijen komen overeen om de samenwerking op dit gebied te bevorderen, voornamelijk door middel van opleidingsprogramma's op het gebied van de audiovisuele sector en de media, inclusief activiteiten op het gebied van coproductie, opleiding, ontwikkeling en distributie.

Artikel 33. Samenwerking op het gebied van informatie en communicatie

De Partijen komen overeen de uitwisseling en verspreiding van informatie te bevorderen en activiteiten van gemeenschappelijk belang op te zetten en te ondersteunen op het gebied van informatie en communicatie.

Artikel 34. Samenwerking op het gebied van milieu en natuurlijke hulpbronnen

  • 1 De Partijen dienen bij alle samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze Overeenkomst rekening te houden met de noodzaak om het milieu en het ecologisch evenwicht te beschermen.

  • 2 De Partijen komen overeen de onderlinge samenwerking verder te ontwikkelen, zulks ter voorkoming van de verdere verslechtering van het milieu, ter bevordering van het behoud en het rationeel gebruik van de natuurlijke hulpbronnen, ter bevordering van de beschikbaarheid van informatie over en de verspreiding en uitwisseling van informatie en ervaring op het gebied van de milieuwetgeving, ter bevordering van het toepassen van economische prikkels voor de stimulering daarvan, ter versterking van het milieubeheer op alle niveaus van het overheidsbeleid, ter bevordering van de opleiding van het personeel, ter stimulering van het onderwijs op milieugebied en de uitvoering van gezamenlijke onderzoeksprojecten en met het oog op de bevordering van sociale participatie.

  • 3 De Partijen komen overeen de wederzijdse toegang tot programma's op dit gebied te bevorderen, zulks overeenkomstig de voorwaarden van deze programma's.

  • 4 De samenwerking tussen de Partijen kan eventueel resulteren in de sluiting van een sectoriële overeenkomst op het gebied van milieu en natuurlijke hulpbronnen, voor zover wenselijk.

Artikel 35. Samenwerking op het gebied van visserij

Gezien het sociaal-economische belang van de visserijsector van beide Partijen wordt overeengekomen de samenwerking op dit gebied verder te ontwikkelen, met name door de sluiting van een sectoriële visserijovereenkomst, zulks overeenkomstig de wetgeving van beide Partijen en voor zover dat wenselijk wordt geacht.

Artikel 36. Samenwerking op het gebied van sociale zaken en armoede

  • 1 De Partijen voeren een dialoog over alle sociale zaken die voor deze of gene Partij van belang zijn.

    Dit omvat zaken in verband met kwetsbare bevolkingsgroepen en regio's, zoals inheemse bevolkingsgroepen, arme landbouwers, kansarme vrouwen en andere door armoede getroffen bevolkingsgroepen.

  • 2 De Partijen erkennen het belang van harmonisatie van de economische en sociale ontwikkeling, rekening houdende met de noodzaak van de eerbiediging van de basisrechten van de in lid 1 genoemde bevolkingsgroepen. De nieuwe basis voor de groei moet leiden tot het creëren van werkgelegenheid en een hogere levensstandaard voor de minst bevoorrechte bevolkingsgroepen.

  • 3 De Partijen dienen de activiteiten van de civil society, gericht op het creëren van werkgelegenheid, de bevordering van de beroepsopleiding en inkomensgroei, periodiek te coördineren.

Artikel 37. Regionale samenwerking

  • 1 De Partijen dienen activiteiten te bevorderen die gericht zijn op de ontwikkeling van gezamenlijke acties door middel van samenwerking, voornamelijk in Midden-Amerika en het Caribisch gebied.

  • 2 Daarbij dient voorrang te worden verleend aan initiatieven ter bevordering van de intraregionale handel in Midden-Amerika en het Caribisch gebied en de regionale samenwerking op het gebied van milieu en wetenschappelijk en technologisch onderzoek, de ontwikkeling van de voor de economische ontwikkeling van deze regio vereiste communicatie-infrastructuur, alsmede ter bevordering van initiatieven die gericht zijn op de verbetering van de levensstandaard van kansarme bevolkingsgroepen.

  • 3 Bijzondere aandacht dient te worden geschonken aan de bevordering van de ontwikkeling van vrouwen en de stimulering van hun deelname aan het productieproces.

  • 4 De Partijen komen overeen onderzoek te verrichten naar passende middelen voor de bevordering van en de uitoefening van toezicht op de samenwerking met derden.

Artikel 38. Samenwerking op het gebied van vluchtelingenvraagstukken

De Partijen stellen alles in het werk om de resultaten van de reeds aan Midden-Amerikaanse vluchtelingen in Mexico verstrekte hulp te consolideren, en komen overeen samen te werken bij het zoeken naar duurzame oplossingen.

Artikel 39. Samenwerking op het gebied van de mensenrechten en de democratie

  • 1 De Partijen komen overeen de samenwerking op dit gebied te richten op de bevordering van de naleving van de in artikel 1 genoemde beginselen.

  • 2 De samenwerking dient met name te worden gericht op:

    • a. ontwikkeling van de civil society door middel van programma's voor onderwijs, opleiding en voorlichting;

    • b. maatregelen op het gebied van opleiding en informatie, ter verbetering van het functioneren van de instellingen en ter versterking van de rechtsstaat;

    • c. bevordering van de mensenrechten en de democratische beginselen.

  • 3 De Partijen kunnen eventueel gezamenlijke projecten uitvoeren, ter versterking van de samenwerking tussen verkozen instellingen en andere instellingen die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op en de bevordering van de eerbiediging van de mensenrechten.

Artikel 40. Samenwerking op het gebied van de consumentenbescherming

  • 1 De Partijen zijn van oordeel dat de samenwerking op dit gebied gericht moet zijn op de verbetering van de stelsels voor de bescherming van de consument en op de onderlinge harmonisatie daarvan, zulks in het kader van de bestaande wetgeving.

  • 2 De samenwerking is met name gericht op:

    • a. de uitwisseling van informatie en experts en de bevordering van de samenwerking tussen consumentenorganisaties van beide Partijen;

    • b. de organisatie van opleidingsacties en de verlening van technische bijstand.

Artikel 41. Samenwerking op het gebied van gegevensbescherming

  • 1 Onder verwijzing naar artikel 51 komen beide Partijen overeen samen te werken op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens, zulks ter verbetering van de bescherming en ter voorkoming van handelsbelemmeringen wanneer persoonsgebonden gegevens worden overgedragen.

  • 2 De samenwerking op het gebied van de bescherming van persoonsgegevens kan ook de verlening van technische bijstand omvatten in de vorm van de uitwisseling van informatie en experts en het opzetten van gezamenlijke programma's en projecten.

Artikel 42. Gezondheidszorg

  • 1 Het doel van de samenwerking op het gebied van de gezondheidszorg is de versterking van de activiteiten op het gebied van onderzoek, farmacologie, preventieve geneeskunde en besmettelijke ziekten, zoals aids.

  • 2 De samenwerking is met name gericht op:

    • a. projecten inzake epidemiologie, decentralisatie en administratie van gezondheidsdiensten;

    • b. ontwikkeling van opleidingsprogramma's;

    • c. programma's en projecten ter verbetering van de gezondheidszorg en het sociaal welzijn op het platteland en in stedelijke gebieden.

Artikel 43. Toekomstige ontwikkelingen

  • 1 De Partijen kunnen deze Titel in onderling overleg uitbreiden, teneinde de samenwerking verder uit te breiden en aan te vullen met overeenkomsten voor specifieke sectoren of activiteiten.

  • 2 Met het oog op de implementatie van deze Titel kan elk van de Partijen voorstellen doen voor de uitbreiding van de reikwijdte van de onderlinge samenwerking, rekening houdende met de bij de uitvoering opgedane ervaring.

Artikel 44. Hulpmiddelen bij de samenwerking

  • 1 De overeenkomstsluitende Partijen stellen de nodige – financiële of andere – middelen beschikbaar voor de verwezenlijking van de in deze Overeenkomst genoemde samenwerkingsdoelstellingen, zulks voor zover de beschikbare middelen en regelgeving dat toelaten.

  • 2 De Partijen sporen de Europese Investeringsbank aan haar activiteiten in Mexico voort te zetten, overeenkomstig de procedures en financieringscriteria.

TITEL VII. INSTITUTIONEEL KADER

Artikel 45. Gezamenlijke Raad

Er wordt een Gezamenlijke Raad opgericht die toezicht uitoefent op de implementatie van de Overeenkomst. De Gezamenlijke Raad komt op ministerieel niveau bijeen, op vaste tijdstippen én telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen, en alle andere bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 46

  • 1 De Gezamenlijke Raad bestaat enerzijds uit leden van de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie en anderzijds uit leden van de regering van Mexico.

  • 2 De leden van de Gezamenlijke Raad kunnen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde vast te stellen voorwaarden.

  • 3 De Gezamenlijke Raad stelt zijn reglement van orde vast.

  • 4 De Gezamenlijke Raad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Unie en een lid van de regering van Mexico, overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde.

Artikel 47

De Gezamenlijke Raad heeft voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst in de daarin genoemde gevallen beslissingsbevoegdheid. Zijn besluiten zijn bindend voor de Partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Gezamenlijke Raad kan tevens aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Gezamenlijke Raad worden vastgesteld in onderling overleg tussen de Partijen.

Artikel 48. Gemengde Commissie

  • 1 De Gezamenlijke Raad wordt in de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Gemengde Commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie enerzijds en vertegenwoordigers van de regering van Mexico anderzijds, gewoonlijk op het niveau van hoge ambtenaren.

    De Gezamenlijke Raad stelt in zijn reglement van orde de taken van de Gemengde Commissie vast, waaronder ook de voorbereiding van vergaderingen van de Gezamenlijke Raad, en de werkwijze van de Gemengde Commissie.

  • 2 De Gezamenlijke Raad kan bevoegdheden overdragen aan de Gemengde Commissie. In dat geval neemt de Gemengde Commissie haar besluiten overeenkomstig de in artikel 47 vastgelegde voorwaarden.

  • 3 De Gemengde Commissie komt gewoonlijk éénmaal per jaar bijeen, afwisselend in Brussel en in Mexico. De datum en de agenda van die vergadering worden in onderling overleg vooraf vastgesteld. In onderling overleg kan tevens worden besloten tot buitengewone vergaderingen. De Gemengde Commissie wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van één der Partijen.

Artikel 49. Andere speciale commissies

De Gezamenlijke Raad kan besluiten tot de oprichting van andere speciale commissies of organen die voor de uitvoering van zijn taken nodig zijn.

De Gezamenlijke Raad stelt in zijn reglement van orde de samenstelling, taken en werkwijze van die commissies of organen vast.

Artikel 50. Beslechting van geschillen

De Gezamenlijke Raad neemt de nodige besluiten inzake de totstandkoming van een specifieke procedure voor de beslechting van geschillen op handelsgebied, die verenigbaar is met de WTO-regels op dit gebied.

TITEL VIII. SLOTBEPALINGEN

Artikel 51. Gegevensbescherming

  • 1 De Partijen komen overeen een hoge mate van bescherming te garanderen op het gebied van de verwerking van persoonlijke en andere gegevens, zulks overeenkomstig de door de bevoegde internationale organisaties en de Gemeenschap goedgekeurde normen.

  • 2 Daartoe nemen de Partijen de in bijlage, bedoelde normen in acht die een integrerend onderdeel uitmaken van de Overeenkomst.

Artikel 52. Clausule inzake nationale veiligheid

Niets in de Overeenkomst belet een Partij maatregelen te nemen:

  • a. die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;

  • b. die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c. die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de handhaving van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan.

Artikel 53

De Slotakte bevat de gezamelijke en unilaterale Verklaringen gemaakt bij ondertekening van deze Overeenkomst.

Artikel 54

  • 1 Indien krachtens deze Overeenkomst of krachtens in het kader van deze Overeenkomst goedgekeurde regelingen de behandeling van meestbegunstigde natie wordt toegekend, dan is deze niet van toepassing op belastingvoordelen die de lidstaten of Mexico toekennen of in de toekomst zullen toekennen krachtens de fiscale bepalingen van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing of andere belastingregelingen, dan wel binnenlandse belastingwetgeving.

  • 2 Niets in deze Overeenkomst of in krachtens deze Overeenkomst goedgekeurde regelingen mag worden uitgelegd als zijnde bedoeld om de goedkeuring of naleving door de lidstaten of Mexico te beletten van maatregelen ter voorkoming van belastingontduiking of belastingvlucht krachtens de fiscale bepalingen van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing of andere belastingregelingen, dan wel binnenlandse belastingwetgeving.

  • 3 Niets in deze Overeenkomst of in krachtens deze Overeenkomst goedgekeurde regelingen mag worden uitgelegd als zijnde bedoeld om de lidstaten of Mexico te beletten om bij de toepassing van de relevante bepalingen van hun belastingwetgeving onderscheid te maken tussen belastingbetalers die niet in dezelfde situatie verkeren, in het bijzonder met betrekking tot hun verblijfplaats of de plaats waar hun kapitaal is geïnvesteerd.

Artikel 55. Definitie van de Partijen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder “Partijen” verstaan: enerzijds de Gemeenschap, of de lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, zoals afgeleid van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en anderzijds Mexico.

Artikel 56. Territoriale toepassing

Deze Overeenkomst is van toepassing enerzijds op de gebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de in dat Verdrag neergelegde voorwaarden, en anderzijds op het grondgebied van Mexico.

Artikel 57. Duur

  • 1 Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

  • 2 Elk der Partijen kan deze Overeenkomst door kennisgeving aan de andere Partij opzeggen. De Overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van genoemde kennisgeving.

Artikel 58. Nakoming van verplichtingen

  • 1 De Partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in de Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.

    Indien één van de Partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de Overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Gezamenlijke Raad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

    Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van de Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Gezamenlijke Raad gebracht en op verzoek van de andere Partij in de Gezamenlijke Raad besproken.

  • 2 De Partijen komen overeen dat in lid 1 van dit artikel onder „bijzonder dringende gevallen” worden verstaan gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door één van de Partijen. Als wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst wordt beschouwd:

    • a. niet-naleving van de Overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationale recht;

    • b. schending van de in artikel 1 vermelde essentiële onderdelen van de Overeenkomst.

  • 3 De Partijen komen overeen dat de in dit artikel genoemde „passende maatregelen” in overeenstemming met het internationale recht genomen maatregelen zijn. Indien één van de Partijen in een bijzonder dringend geval een in dit artikel bedoelde maatregel neemt, kan de andere Partij verzoeken om spoedoverleg, dat binnen een termijn van 15 dagen dient plaats te vinden.

Artikel 59. Authentieke teksten

Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 60. Inwerkingtreding

  • 1 Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

  • 2 Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de datum waarop de overeenkomstsluitende Partijen elkaar ervan kennisgeving doen dat de daartoe vereiste procedures zijn voltooid.

    De toepassing van de Titels II en VI wordt opgeschort totdat de Gezamenlijke Raad de in de artikelen 5, 6, 9, 10, 11 en 12 bedoelde besluiten heeft goedgekeurd.

  • 3 Er wordt kennisgeving gedaan aan de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie, die optreedt als depositaris van de Overeenkomst.

  • 4 Vanaf de datum waarop de Titels II en VI van toepassing worden, zoals bedoeld in lid 2, vervangt deze Overeenkomst de op 26 april 1991 ondertekende Kaderovereenkomst inzake samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en Mexico.

  • 5 Bij inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle besluiten die zijn goedgekeurd door de Gezamenlijke Raad, die werd ingesteld bij de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap en Mexico, ondertekend op 8.12.1997, geacht te zijn aangenomen door de bij artikel 45 opgerichte Gezamenlijke Raad.

GEDAAN te Brussel, de achtste december negentienhonderd zevenennegentig.

Bijlage Bescherming van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 51

Slotakte

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Verenigde Mexicaanse Staten nemen de volgende Slotakte aan met betrekking tot:

  • 1. de Overeenkomst inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds en de Verenigde Mexicaanse Staten anderzijds,

  • 2. de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en de Verenigde Mexicaanse Staten anderzijds,

  • 3. de Gezamenlijke Verklaring van de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en de Verenigde Mexicaanse Staten.

(1)

De gevolmachtigden van:

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

hierna „lidstaten" te noemen,

de Europese Gemeenschap,

hierna „Gemeenschap" te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Verenigde Mexicaanse Staten,

hierna „Mexico" te noemen,

anderzijds,

bijeengekomen te Brussel op acht december negentienhonderd zevenennegentig, voor de ondertekening van de Overeenkomst inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds en de Verenigde Mexicaanse Staten anderzijds, hierna „de Overeenkomst" te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:

– de Overeenkomst en de bijlage daarbij.

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Mexico hebben de volgende aan deze Slotakte gehechte gezamenlijke verklaringen aangenomen:

Gezamenlijke verklaring inzake de politieke dialoog tussen de Europese Unie en Mexico (artikel 3 van de Overeenkomst),

Gezamenlijke verklaring inzake de dialoog op parlementair niveau,

Gezamenlijke verklaring inzake de interpretatie van artikel 4 van de Overeenkomst,

Gezamenlijke verklaring inzake artikel 24, lid 3 van de Overeenkomst,

Gezamenlijke verklaring inzake artikel 35 van de Overeenkomst.

De gevolmachtigden van Mexico hebben nota genomen van de volgende aan deze Slotakte gehechte verklaringen van de Gemeenschap en/of haar lidstaten:

Verklaring inzake artikel 11 van de Overeenkomst,

Verklaring inzake artikel 12 van de Overeenkomst.

De gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap hebben nota genomen van de volgende aan deze Slotakte gehechte Verklaring van Mexico:

Verklaring inzake Titel I van de Overeenkomst

Gezamenlijke verklaringen

Gezamenlijke verklaring inzake de politieke dialoog tussen de Europese Unie en Mexico (artikel 3)

  • Preambule

    De Europese Unie enerzijds en Mexico anderzijds,

    – zich bewust van hun historische, politieke, economische en culturele banden en van de nauwe vriendschapsbanden tussen hun volkeren,

    – gezien hun wens de politieke en economische vrijheden te versterken die de grondslag vormen van de samenlevingen van de EU-lidstaten en Mexico,

    – opnieuw bevestigend dat de menselijke waardigheid en de bevordering en bescherming van de mensenrechten de hoeksteen zijn van een democratische samenleving en dat democratische instellingen, gebaseerd op de rechtsstaat, een essentiële rol vervullen,

    – strevend naar de consolidering van de internationale vrede en veiligheid, overeenkomstig de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties,

    – belang hechtend aan regionale integratie als instrument voor de bevordering van de duurzame en harmonische ontwikkeling van hun volkeren, gebaseerd op sociale vooruitgang en solidariteit, tussen de leden,

    – voortbouwend op de preferentiële betrekkingen, ingesteld bij de in 1991 ondertekende Kaderovereenkomst inzake samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en Mexico,

    – herinnerend aan de beginselen van de op 2 mei 1995 te Parijs ondertekende gezamenlijke plechtige verklaring van de Commissie en de Raad enerzijds en Mexico anderzijds, hebben besloten hun betrekkingen op de lange termijn verder te ontwikkelen.

  • Doelstellingen

    De Europese Unie en Mexico zijn van oordeel dat de totstandbrenging van een intensievere politieke dialoog een fundamenteel onderdeel vormt van de voorgenomen economische en politieke toenadering en aanzienlijk bijdraagt tot de bevordering van de in de preambule bij deze verklaring genoemde beginselen.

    De dialoog dient gebaseerd te worden op de gehechtheid van beide Partijen aan de democratie en de eerbiediging van de mensenrechten, de handhaving van de vrede en de totstandkoming van een billijke en stabiele internationale orde, zulks overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties.

    De doelstellingen van de dialoog houden in dat de Europese Unie en Mexico duurzame en op solidariteit gebaseerde banden opbouwen die moeten bijdragen tot de stabiliteit en de welvaart van hun regio's, naar regionale integratie streven en een klimaat van begrip en verdraagzaamheid tussen hun volkeren en culturen bevorderen.

    De dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van gemeenschappelijk belang en is erop gericht de weg te banen voor nieuwe vormen van samenwerking met het oog op gemeenschappelijke doelstellingen, ook door middel van gezamenlijke initiatieven op internationaal niveau, meer bepaald op het gebied van vrede, veiligheid en regionale ontwikkeling.

  • Dialoog

    De politieke dialoog tussen beide Partijen verloopt via contacten, de uitwisseling van informatie en overleg tussen de verschillende instanties van Mexico en de Europese Unie, waaronder de Europese Commissie.

    De dialoog vindt met name plaats:

    – op het niveau van de hoogste gezagsdragers;

    – op ministerieel niveau;

    – op het niveau van de hogere ambtenaren;

    – en door optimaal gebruik te maken van de diplomatieke kanalen.

    De bijeenkomsten op het niveau van de hoogste gezagsdragers, waarvoor de Partijen in onderling overleg gedetailleerde regelingen moeten treffen, dienen de vorm aan te nemen van periodieke ontmoetingen tussen de president van Mexico en de hoogste gezagsdragers van de Europese Unie.

    De bijeenkomsten van de ministers van Buitenlandse Zaken, waarvoor de Partijen in onderling overleg gedetailleerde regelingen moeten treffen, dienen op vaste tijdstippen plaats te vinden.

Gezamenlijke verklaring inzake de dialoog op parlementair niveau

De Partijen benadrukken de wenselijkheid van de institutionalisering van de politieke dialoog op parlementair niveau door contacten tussen het Europese Parlement en het Mexicaanse Congres (Senaat en Kamer van Afgevaardigden).

Gezamenlijke verklaring inzake de interpretatie van artikel 4

De verbintenissen die voortvloeien uit artikel 4 van deze Overeenkomst treden niet eerder in werking dan nadat het in artikel 5 bedoelde besluit is goedgekeurd, zulks overeenkomstig artikel 7 van deze Overeenkomst.

Gezamenlijke verklaring inzake artikel 24, lid 3

De Partijen bevestigen hun multilaterale verplichtingen als WTO-lid op het gebied van maritieme vervoersdiensten, en wijzen tevens op hun verplichtingen in het kader van de OESO-code inzake liberalisering van lopende onzichtbare transacties.

Gezamenlijke verklaring inzake artikel 35

Beide Partijen komen overeen, op multilateraal niveau, hun institutionele steun te verlenen ten behoeve van de goedkeuring, inwerkingtreding en naleving van de internationale gedragscode voor een verantwoorde visserij.

Unilaterale verklaringen

Verklaring van de Gemeenschap inzake artikel 11

De Gemeenschap verklaart dat zij, totdat de Gezamenlijke Raad de in artikel 11, lid 2, bedoelde uitvoeringsbepalingen inzake eerlijke concurrentie heeft aangenomen, alle praktijken die in strijd zijn met dat artikel zal toetsen aan de criteria die voortvloeien uit de bepalingen van artikelen 85, 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en, voor producten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen, aan de criteria die zijn vervat in de artikelen 65 en 66 van dat Verdrag, alsmede aan de communautaire voorschriften voor overheidssteun, inclusief de secundaire wetgeving.

Verklaring van de Gemeenschap en haar Lidstaten inzake de in artikel 12 bedoelde Overeenkomsten op het gebied van intellectuele eigendom

De Gemeenschap en haar lidstaten merken op dat de in artikel 12, lid 2, onder b, bedoelde multilaterale overeenkomsten op het gebied van intellectuele eigendom in ieder geval de volgende overeenkomsten omvatten:

Verklaring van Mexico inzake artikel I

Het buitenlands beleid van Mexico is gebaseerd op de beginselen die zijn vervat in de Mexicaanse Grondwet:

Zelfbeschikking

Non-interventie

Vreedzame beslechting van geschillen

Verbod op het gebruik van of het dreigen met geweld in internationale betrekkingen

Juridische gelijkheid van staten

Internationale samenwerking op het gebied van ontwikkeling

Streven naar internationale vrede en internationale veiligheid.

Gelet op zijn historische achtergrond en overeenkomstig zijn Grondwet, geeft Mexico uiting aan zijn vaste overtuiging dat vrede en ontwikkeling uitsluitend kunnen worden gegrondvest op de naleving van het internationale recht. Tevens verklaart Mexico dat de beginselen van coëxistentie van de internationale gemeenschap, zoals vervat in het Handvest van de Verenigde Naties, de beginselen die worden genoemd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, alsmede de democratische beginselen permanent ten grondslag liggen aan zijn constructieve rol in de internationale gemeenschap en het kader vormen voor de betrekkingen met de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, in het kader van deze Overeenkomst, alsmede voor de betrekkingen met alle andere landen of groepen van landen.

(2)

Tegelijkertijd hebben de gevolmachtigden van de Europese Gemeenschap,

hierna „de Gemeenschap" te noemen,

enerzijds en

de gevolmachtigde van de Verenigde Mexicaanse Staten,

hierna „Mexico" te noemen,

anderzijds,

bijeengekomen te Brussel op 8 december 1997, voor de ondertekening van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap enerzijds en de Verenigde Mexicaanse Staten anderzijds, hierna „de Overeenkomst" te noemen, de volgende tekst aangenomen:

– de Overeenkomst.

De gevolmachtigden van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Mexico hebben de volgende aan deze Slotakte gehechte Gezamenlijke Verklaring aangenomen:

– Gezamenlijke Verklaring inzake de interpretatie van artikel 2 van de Overeenkomst.

De gevolmachtigden van Mexico hebben nota genomen van de Verklaring van de Gemeenschap volgende aan deze Slotakte gehechte Verklaring van de Gemeenschap:

– Verklaring van de Europese Gemeenschap inzake artikel 5 van de Overeenkomst.

Gezamenlijke verklaring inzake de interpretatie van artikel 2

De verbintenissen die voortvloeien uit artikel 2 van deze Overeenkomst treden niet eerder in werking dan nadat het in artikel 3 bedoelde besluit is goedgekeurd.

Verklaring van de Europese Gemeenschap inzake artikel 5

De Gemeenschap verklaart dat zij, totdat de Gezamenlijke Raad de in artikel 5, lid 2, bedoelde uitvoeringsbepalingen inzake concurrentie heeft aangenomen, alle praktijken die in strijd zijn met dat artikel zal toetsen aan de criteria die voortvloeien uit de bepalingen van 85, 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en, voor producten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen, aan de criteria die zijn vervat in de artikelen 65 en 66 van dat Verdrag, alsmede aan de communautaire voorschriften voor overheidssteun, inclusief de secundaire wetgeving.

GEDAAN te Brussel, de achtste december negentienhonderd zevenennegentig.

(3)

Tegelijkertijd hebben de gevolmachtigden van de lidstaten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Mexico de volgende gezamenlijke verklaring aangenomen:

Gezamenlijke verklaring van de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en de Verenigde Mexicaanse Staten

Met het oog op de adequate en samenhangende aanpak van de vraagstukken die worden genoemd in de Titels III en IV van de Overeenkomst inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking, ondertekend op 8 december 1997, komen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en de Verenigde Mexicaanse Staten overeen:

1. Onderhandelingen te beginnen en, zo mogelijk, af te ronden over de regelingen voor de liberalisering van de handel in diensten en het kapitaal- en betalingsverkeer, en de maatregelen inzake intellectuele eigendom, bedoeld in de artikelen 6, 8, 9 en 12 van genoemde Overeenkomst, parallel met onderhandelingen over de regelingen en het tijdschema voor de liberalisering van de handel in goederen, zoals bedoeld in artikel 5 van genoemde Overeenkomst en in artikel 3 van de Interimovereenkomst betreffende de handel en aanverwante zaken tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Mexicaanse Staten, ondertekend op 8 december 1997.

GEDAAN te Brussel, de achtste december negentienhonderd zevenennegentig.