Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag inzake bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen tussen het [...] der Nederlanden en de Federale Republiek Brazilië, Brasilia, 25-11-1998[Regeling treedt in werking op nader te bepalen tijdstip.]

Geldend van 25-11-1998 t/m heden

Verdrag inzake bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Republiek Brazilië

Authentiek : NL

Verdrag inzake bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Republiek Brazilië [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Federale Republiek Brazilië (hierna te noemen de „Verdragsluitende Partijen”),

Geleid door de wens de van oudsher bestaande vriendschapsbanden tussen hun landen te versterken en de economische betrekkingen tussen hen uit te breiden en te intensiveren, met name wat betreft investeringen door de investeerders van de ene Verdragsluitende Partij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij,

In het besef dat overeenstemming over de aan dergelijke investeringen toe te kennen behandeling het kapitaalverkeer en de overdracht van technologie, alsmede de economische ontwikkeling van de Verdragsluitende Partijen zal stimuleren, en dat een eerlijke en rechtvaardige behandeling van investeringen wenselijk is,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Voor de toepassing van dit Verdrag:

  • a. wordt onder de term „investeringen” verstaan alle soorten vermogensbestanddelen en in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

    • i. roerende en onroerende zaken, alsmede andere zakelijke rechten met betrekking tot alle soorten vermogensbestanddelen;

    • ii. rechten ontleend aan aandelen, obligaties en andere soorten belangen in ondernemingen en joint ventures;

    • iii. aanspraken op geld, op andere vermogensbestanddelen of op iedere prestatie die economische waarde heeft;

    • iv. rechten op het gebied van de intellectuele eigendom, technische werkwijzen, goodwill en knowhow;

    • v. rechten verleend krachtens het publiekrecht of bij overeenkomst, met inbegrip van rechten tot het opsporen, exploreren, ontginnen en winnen van natuurlijke rijkdommen;

  • b. omvat de term „investeerders” met betrekking tot elk van de Verdragsluitende Partijen:

    • i. natuurlijke personen die de nationaliteit van die Verdragsluitende Partij hebben;

    • ii. rechtspersonen die zijn opgericht krachtens het recht van die Verdragsluitende Partij;

    • iii. rechtspersonen die niet zijn opgericht krachtens het recht van die Partij, maar die onder al dan niet rechtstreeks toezicht staan van natuurlijke personen zoals omschreven onder i) of van rechtspersonen zoals omschreven onder ii);

  • c. omvat de term „grondgebied” mede alle aan de territoriale zee grenzende gebieden die, krachtens het recht van de betrokken Staat en overeenkomstig het internationale recht, tot de exclusieve economische zone of het continentaal plat van de betrokken Staat behoren, en waarin deze rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent.

Artikel 2 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elke Verdragsluitende Partij bevordert, binnen het kader van haar wetten en voorschriften, de economische samenwerking door middel van de bescherming op haar grondgebied van investeringen van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij. Met inachtneming van het recht van elke Verdragsluitende Partij de door haar wetten of voorschriften verleende bevoegdheden uit te oefenen, staat elke Verdragsluitende Partij dergelijke investeringen toe.

Artikel 3 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Elke Verdragsluitende Partij waarborgt een eerlijke en rechtvaardige behandeling van de investeringen van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij en belemmert niet, door onredelijke of discriminatoire maatregelen, de werking, het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de vervreemding daarvan door deze investeerders. Elke Verdragsluitende Partij kent aan die investeringen volledige zekerheid en bescherming toe.

  • 2 In het bijzonder kent elke Verdragsluitende Partij aan die investeringen een behandeling toe die in ieder geval niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan investeringen van haar eigen investeerders of aan investeringen van investeerders van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken investeerder.

  • 3 Indien een Verdragsluitende Partij investeerders van een derde Staat bijzondere voordelen heeft toegekend uit hoofde van overeenkomsten tot oprichting van douane-unies, economische unies, monetaire unies of soortgelijke instellingen, dan wel op grond van interim-overeenkomsten die tot zodanige unies of instellingen leiden, is die Verdragsluitende Partij niet verplicht zodanige voordelen toe te kennen aan investeerders van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 4 Elke Verdragsluitende Partij komt alle verplichtingen na die zij is aangegaan met betrekking tot investeringen van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 5 Indien naast dit Verdrag de wettelijke bepalingen van één van beide Verdragsluitende Partijen of verplichtingen krachtens internationaal recht die thans tussen de Verdragsluitende Partijen bestaan of op een later tijdstip onderling worden aangegaan, een algemene of bijzondere regeling bevatten op grond waarvan investeringen door investeerders van de andere Verdragsluitende Partij aanspraak kunnen maken op een behandeling die gunstiger is dan in dit Verdrag is voorzien, heeft een dergelijke regeling, in zoverre zij gunstiger is, voorrang boven dit Verdrag.

Artikel 4 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Met betrekking tot belastingen, heffingen, lasten en verminderingen en vrijstellingen van belasting kent iedere Verdragsluitende Partij aan investeerders van de andere Verdragsluitende Partij die zich op haar grondgebied met economische activiteiten bezighouden, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan haar eigen investeerders of aan die van een derde Staat die zich in dezelfde omstandigheden bevinden, naar gelang van welke het gunstigst is voor de betrokken investeerders. Hierbij wordt evenwel geen rekening gehouden met bijzondere belastingvoordelen door die Partij toegekend:

  • a. krachtens een verdrag ter vermijding van dubbele belasting; of

  • b. uit hoofde van haar deelneming aan een douane-unie, economische unie of soortgelijke instelling; of

  • c. op basis van wederkerigheid met een derde Staat.

Artikel 5 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 De Verdragsluitende Partijen waarborgen dat betalingen die verband houden met een investering kunnen worden overgemaakt. De overmakingen geschieden in vrij inwisselbare valuta, zonder beperking of vertraging. Deze overmakingen omvatten in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

    • a. winsten, interesten, dividenden en andere lopende inkomsten;

    • b. gelden nodig

      • i. voor het verwerven van grondstoffen of hulpmaterialen, halffabrikaten of eindproducten, of

      • ii. om kapitaalgoederen te vervangen teneinde de continuïteit van een investering te waarborgen;

    • c. bijkomende gelden nodig voor de ontwikkeling van een investering;

    • d. gelden voor de terugbetaling van leningen;

    • e. royalty's of honoraria;

    • f. inkomsten uit arbeid van natuurlijke personen;

    • g. de opbrengst van de verkoop of liquidatie van de investering;

    • h. betalingen uit hoofde van artikel 7.

  • 2 Verdragsluitende Partijen kunnen wetten en voorschriften waarbij formaliteiten ten aanzien van de overmaking worden vereist handhaven, op voorwaarde dat die wetten en voorschriften niet worden gebruikt om de doelstelling van het eerste lid van dit artikel ongedaan te maken.

Artikel 6 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Geen der Verdragsluitende Partijen neemt maatregelen waardoor direct of indirect aan investeerders van de andere Verdragsluitende Partij hun investeringen worden ontnomen, tenzij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de maatregelen worden genomen in het algemeen belang en met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang;

  • b. de maatregelen zijn niet discriminatoir of in strijd met enige verbintenis die de Verdragsluitende Partij die deze maatregelen neemt, is aangegaan;

  • c. de maatregelen gaan vergezeld van een billijke schadeloosstelling. Deze schadeloosstelling dient overeen te komen met de werkelijke waarde van de desbetreffende investeringen, dient rente te omvatten tegen een gewone commerciële rentevoet teneinde de waarde van de schadeloosstelling tot de datum van betaling in stand te houden en dient, wil zij doeltreffend zijn voor de gerechtigden, zonder vertraging te worden betaald en te kunnen worden overgemaakt naar het door de betrokken gerechtigden aangewezen land en in de valuta van het land waarvan de gerechtigden investeerder zijn of in een door de gerechtigden aanvaarde vrij inwisselbare valuta.

Artikel 7 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Aan investeerders van de ene Verdragsluitende Partij die verliezen lijden met betrekking tot hun investeringen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij wegens oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie, een nationale noodtoestand, opstand, oproer of ongeregeldheden, wordt door de laatstbedoelde Verdragsluitende Partij wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of een andere regeling betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke die Verdragsluitende Partij toekent aan haar eigen investeerders of aan investeerders van een derde Staat, naar gelang van welke het gunstigst is voor de betrokken investeerders.

Artikel 8 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Indien de investeringen van een investeerder van de ene Verdragsluitende Partij verzekerd zijn tegen niet-commerciële risico's of anderszins aanleiding geven tot de betaling van schadevergoeding ter zake van die investeringen krachtens een bij wet, voorschrift of overheidscontract ingesteld stelsel, wordt de subrogatie van de verzekeraar of de herverzekeraar of de door de ene Verdragsluitende Partij aangewezen instantie in de rechten van de bedoelde investeerder, ingevolge de voorwaarden van deze verzekering of krachtens een andere gegeven schadeloosstelling, door de andere Verdragsluitende Partij erkend.

Artikel 9 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Met het oog op de beslechting van geschillen betreffende investeringen tussen een Verdragsluitende Partij en een investeerder van de andere Verdragsluitende Partij vindt overleg plaats tussen de betrokken partijen.

  • 2 Indien dit overleg niet binnen 3 maanden tot een oplossing leidt, kan de investeerder het geschil, naar zijn keuze, ter beslechting door conciliatie of arbitrage voorleggen aan:

    • a. het bevoegde rechtscollege van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de investering is gedaan; of

    • b. het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (ICSID), ingesteld bij het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, dat op 18 maart 1965 te Washington werd opengesteld voor ondertekening, zodra de Federale Republiek Brazilië partij bij dit verdrag wordt. Ondertussen kan het geschil worden voorgelegd aan de Aanvullende Voorziening voor de toepassing van conciliatie-, arbitrage- en onderzoeksprocedures; of

    • c. een ad hoc gerecht dat, tenzij door de partijen bij het geschil anders overeengekomen, wordt ingesteld krachtens het arbitragereglement van de Commissie voor Internationaal Handelsrecht van de Verenigde Naties (UNCITRAL).

  • 3 Een geschil wordt niet voorgelegd ter internationale conciliatie of arbitrage ingevolge dit artikel indien de betrokken investeerder het reeds heeft voorgelegd aan het bevoegde rechtscollege van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan de investering is gedaan en dat rechtscollege een definitieve uitspraak in het geschil heeft gedaan.

  • 4 Elke Verdragsluitende Partij stemt hierbij in met voorlegging van een investeringsgeschil ter internationale conciliatie of arbitrage.

  • 5 Een rechtspersoon die investeerder is van de ene Verdragsluitende Partij en die, voordat een dergelijk geschil ontstaat, onder toezicht staat van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij, wordt in overeenstemming met artikel 25, tweede lid, letter b, van het ICSID-Verdrag voor de toepassing van het Verdrag behandeld als een onderdaan van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 6 De scheidsrechterlijke uitspraak is definitief en bindend en wordt in overeenstemming met het nationale recht ten uitvoer gebracht.

Artikel 10 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

De bepalingen van dit Verdrag zijn, vanaf de datum waarop dit in werking treedt, ook van toepassing op investeringen die vóór die datum zijn gedaan. Het Verdrag is echter niet van toepassing op geschillen die vóór zijn inwerkingtreding zijn ontstaan.

Artikel 11 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Elk van beide Verdragsluitende Partijen kan aan de andere Partij voorstellen overleg te plegen over een aangelegenheid betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag. De andere Partij neemt dit voorstel in welwillende overweging en biedt passende gelegenheid voor een dergelijk overleg.

Artikel 12 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Enig geschil tussen de Verdragsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag dat niet binnen een redelijke termijn langs diplomatieke weg kan worden beslecht, wordt, tenzij de Partijen anders zijn overeengekomen, op verzoek van één van beide Partijen voorgelegd aan een uit drie leden samengesteld scheidsgerecht. Elke Partij benoemt één scheidsman en de twee aldus benoemde scheidslieden benoemen tezamen een derde scheidsman, die geen onderdaan van een der Partijen is, tot hun voorzitter.

  • 2 Indien één van beide Partijen nalaat haar scheidsman te benoemen en indien zij binnen twee maanden geen gevolg heeft gegeven aan het verzoek van de andere Partij tot deze benoeming over te gaan, kan de laatstgenoemde Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

  • 3 Indien de beide scheidslieden niet binnen twee maanden na hun benoeming overeenstemming kunnen bereiken over de keuze van de derde scheidsman, kan elk der Partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

  • 4 Indien in de in het tweede en derde lid van dit artikel bedoelde gevallen de President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van één van beide Verdragsluitende Partijen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President verhinderd is de genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van één van beide Partijen, wordt het lid van het Gerechtshof dat de hoogste anciënniteit heeft, beschikbaar is en geen onderdaan is van één der Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.

  • 5 Het scheidsgerecht doet uitspraak op basis van eerbiediging van het recht. Alvorens uitspraak te doen, kan het scheidsgerecht in elk stadium van het geding een minnelijke schikking van het geschil aan de Partijen voorstellen. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan regeling van het geschil ex aequo et bono, indien de Partijen dit overeenkomen.

  • 6 Tenzij de Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedure vast.

  • 7 Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing is onherroepelijk en bindend voor de Partijen.

Artikel 13 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is dit Verdrag van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij anders is bepaald in de in artikel 14, eerste lid, bedoelde mededeling.

Artikel 14 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

  • 1 Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan hun grondwettelijke vereiste procedures is voldaan, en blijft van kracht gedurende een tijdvak van tien jaar.

  • 2 Tenzij ten minste twaalf maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur door een van beide Verdragsluitende Partijen mededeling van beëindiging is gedaan, wordt dit Verdrag telkens stilzwijgend verlengd voor een tijdvak van vijf jaar, waarbij elke Verdragsluitende Partij zich het recht voorbehoudt het Verdrag te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste twaalf maanden vóór het verstrijken van de lopende termijn van geldigheid.

  • 3 Ten aanzien van investeringen die zijn gedaan vóór de datum van beëindiging van dit Verdrag, blijven de voorgaande artikelen van kracht gedurende een tijdvak van vijftien jaar vanaf die datum.

  • 4 Met inachtneming van de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn is het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van elk deel van het Koninkrijk afzonderlijk te beëindigen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Brasilia op 25 november 1988 in de Nederlandse, de Portugese, en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) GERRIT YBEMA

Voor de Federale Republiek Brazilië

(w.g.) SEBASTIÃO DO REGO BARROS

Protocol [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Bij de ondertekening van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Republiek Brazilië inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen hebben de ondergetekende vertegenwoordigers overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen met betrekking tot de artikelen 8 en 9, die als een integrerend deel van genoemd Verdrag worden beschouwd:

Ad artikel 8 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Voor zover subrogatie van het Koninkrijk der Nederlanden in overeenstemming met artikel 8 ter zake van eigendom van onroerende zaken krachtens het recht van de Federale Republiek Brazilië niet mogelijk is, wordt de subrogator onverwijld schadeloosgesteld voor eventueel daarbij optredende verliezen.

Ad artikel 9 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]

Indien een geschil betrekking heeft op een investering op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden kan een investeerder er op elk tijdstip voor kiezen een geschil voor te leggen voor internationale geschillenregeling.

GEDAAN in tweevoud te Brasilia op 25 november 1998 in de Nederlandse, de Portugese, en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) GERRIT YBEMA

Voor de Federale Republiek Brazilië

(w.g.) SEBASTIÃO DO REGO BARROS