Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten inzake [...] en de wederzijdse bescherming van investeringen, Mexico-stad, 13-05-1998

Geldend van 01-10-1999 t/m heden

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten inzake de bevordering, de aanmoediging en de wederzijdse bescherming van investeringen

Authentiek : NL

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten inzake de bevordering, de aanmoediging en de wederzijdse bescherming van investeringen

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Verenigde Mexicaanse Staten,

hierna te noemen „de Verdragsluitende Partijen”,

Geleid door de wens de van oudsher bestaande vriendschapsbanden tussen hun landen te versterken en de economische betrekkingen tussen hen uit te breiden en te intensiveren, met name wat betreft investeringen door de onderdanen van de ene Verdragsluitende Partij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij,

In het besef dat overeenstemming omtrent de aan dergelijke investeringen toe te kennen behandeling het kapitaalverkeer en de overdracht van technologie tussen, alsmede de economische ontwikkeling van de Verdragsluitende Partijen zal stimuleren, en dat een eerlijke en rechtvaardige behandeling van investeringen wenselijk is,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

  • 1 Wordt onder de term „investeringen” verstaan alle soorten vermogensbestanddelen en in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

    • a. roerende en onroerende zaken die zijn verworven in het vooruitzicht van of worden aangewend met het oog op economische voordelen of zakelijke doeleinden, alsmede andere zakelijke rechten met betrekking tot die roerende en onroerende zaken;

    • b. rechten ontleend aan aandelen, obligaties en andere soorten belangen in ondernemingen en joint ventures;

    • c. aanspraken op geld, op andere vermogensbestanddelen of op iedere prestatie die economische waarde heeft, met uitzondering van:

      • i. aanspraken op geld die uitsluitend voortvloeien uit commerciële contracten voor de verkoop van goederen of diensten;

      • ii. kredietverstrekking in verband met een commerciële transactie, zoals handelsfinanciering;

      • iii. kredieten met een looptijd van minder dan drie jaar,

      van een onderdaan op het grondgebied van de ene Verdragsluitende Partij op een onderdaan op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij. De uitzondering betreffende kredieten met een looptijd van minder dan drie jaar is echter niet van toepassing op kredieten die zijn verstrekt door een onderdaan van de ene Verdragsluitende Partij aan een rechtspersoon van de andere Verdragsluitende Partij die eigendom is van of onder al dan niet rechtstreeks toezicht staat van genoemde onderdaan;

    • d. rechten op het gebied van de intellectuele eigendom, technische werkwijzen, goodwill en knowhow;

    • e. rechten ontleend aan een concessie;

  • 2 Wordt een betalingsverplichting van of het verstrekken van een krediet aan een Verdragsluitende Partij of een staatsonderneming niet als investering beschouwd;

  • 3 Omvat de term „onderdanen” met betrekking tot elk van de Verdragsluitende Partijen:

    • a. natuurlijke personen die de nationaliteit van die Verdragsluitende Partij hebben;

    • b. rechtspersonen die zijn opgericht krachtens het recht van die Verdragsluitende Partij;

    • c. rechtspersonen die zijn opgericht krachtens het recht van de andere Verdragsluitende Partij, maar die onder al dan niet rechtstreeks toezicht staan van natuurlijke personen zoals omschreven onder a. of van rechtspersonen zoals omschreven onder b.;

  • 4 Omvat de term „grondgebied” mede alle aan de territoriale zee grenzende gebieden die, krachtens het recht van de betrokken Staat en overeenkomstig het internationale recht, tot de exclusieve economische zone of het continentaal plat van de betrokken Staat behoren, en waarin deze rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent.

Artikel 2. Investeringsbevordering

Met het oog op een wezenlijke toename van bilaterale investeringsstromen,

  • 1 Bevordert elke Verdragsluitende Partij, binnen het kader van haar wetten en voorschriften, de economische samenwerking door middel van de bescherming op haar grondgebied van investeringen van onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij. Met inachtneming van het recht van elke Verdragsluitende Partij de door haar wetten of voorschriften verleende bevoegdheden uit te oefenen, staat elke Verdragsluitende Partij dergelijke investeringen toe;

  • 2 Kunnen de Verdragsluitende Partijen investeringsbevorderingsdocumenten opstellen en elkaar gedetailleerde informatie verstrekken over:

    • a. investeringsmogelijkheden;

    • b. de wetten, voorschriften of bepalingen die direct of indirect van invloed zijn op buitenlandse investeringen, zoals onder andere wisselkoersstelsels en fiscale regimes; en

    • c. statistieken van buitenlandse investeringen,

      op hun respectieve grondgebieden.

Artikel 3. Behandeling

  • 1 Elke Verdragsluitende Partij waarborgt een eerlijke en rechtvaardige behandeling van de investeringen van onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij en belemmert niet, door ongerechtvaardigde of discriminatoire maatregelen, de werking, het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de vervreemding daarvan door deze onderdanen. Elke Verdragsluitende Partij kent aan die investeringen volledige zekerheid en bescherming toe.

  • 2 In het bijzonder kent elke Verdragsluitende Partij aan die investeringen een behandeling toe, die in ieder geval niet minder gunstig is dan die welke in relevante, soortgelijke omstandigheden wordt toegekend aan investeringen van haar eigen onderdanen of aan investeringen van onderdanen van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken onderdaan.

  • 3 Indien een Verdragsluitende Partij onderdanen van een derde Staat bijzondere voordelen heeft toegekend:

    • a. uit hoofde van overeenkomsten tot oprichting van vrijhandelszones, douane-unies, economische unies, monetaire unies of soortgelijke instellingen;

    • b. op grond van interimovereenkomsten die tot zodanige unies of instellingen leiden;

    • c. krachtens een verdrag ter vermijding van dubbele belasting; of,

    • d. op basis van wederkerigheid met betrekking tot belastingheffing; is die Verdragsluitende Partij niet verplicht die voordelen toe te kennen aan onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 4 Elke Verdragsluitende Partij komt alle schriftelijk overeengekomen verplichtingen na die zij op zich heeft genomen met betrekking tot de behandeling van investeringen op haar grondgebied door onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij. Geschillen die uit die verplichtingen voortvloeien worden beslecht overeenkomstig de voorwaarden van de contracten die aan deze verplichtingen ten grondslag liggen.

  • 5 Indien naast dit Verdrag de wettelijke bepalingen van één van beide Verdragsluitende Partijen of verplichtingen krachtens internationaal recht die thans tussen de Verdragsluitende Partijen bestaan of op een later tijdstip onderling worden aangegaan, een algemene of bijzondere regeling bevatten op grond waarvan investeringen door onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij aanspraak kunnen maken op een behandeling die gunstiger is dan in dit Verdrag is voorzien, heeft een dergelijke regeling, in zoverre zij gunstiger is, voorrang boven dit Verdrag.

Artikel 4. Overmakingen

  • 1 De Verdragsluitende Partijen waarborgen het recht dat betalingen die verband houden met een investering kunnen worden overgemaakt. De overmakingen geschieden in vrij inwisselbare valuta, zonder beperking of vertraging. Deze overmakingen omvatten in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

    • a. winsten, interesten, dividenden en andere lopende inkomsten;

    • b. gelden nodig voor de werking of het uitbreiden van een investering;

    • c. bijkomende gelden nodig voor de ontwikkeling van een investering;

    • d. gelden voor de terugbetaling van leningen;

    • e. royalty's of honoraria;

    • f. inkomsten uit arbeid van natuurlijke personen;

    • g. de opbrengst van de verkoop of liquidatie van de investering;

    • h. betalingen uit hoofde van artikel 6.

  • 2 Niettegenstaande het eerste lid kan een Verdragsluitende Partij een overmaking uitstellen of voorkomen door het billijk, op non-discriminatoire wijze en te goeder trouw toepassen van maatregelen:

    • a. om de rechten van crediteuren te beschermen,

    • b. die verband houden met of de nakoming waarborgen van wetten en voorschriften:

      • i. inzake de uitgifte van en de handel in effecten, termijncontracten en afgeleide producten,

      • ii. inzake rapporten of verslagen van overmakingen, of

    • c. in verband met misdrijven en rechterlijke bevelen of uitspraken in administratieve en scheidsrechterlijke procedures.

    Dergelijke maatregelen en de toepassing daarvan mogen echter niet worden aangewend als een middel om zich te onttrekken aan de verbintenissen of verplichtingen van de Verdragsluitende Partij uit hoofde van het Verdrag.

Artikel 5. Onteigening en schadeloosstelling

  • 1 Geen der Verdragsluitende Partijen neemt maatregelen waardoor direct of indirect aan onderdanen van de andere Verdragsluitende Partij hun investeringen worden ontnomen, tenzij:

    • a. de maatregelen worden genomen in het algemeen belang en met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang,

    • b. de maatregelen niet discriminatoir zijn, en

    • c. een schadeloosstelling wordt betaald conform het tweede tot en met het vierde lid van dit artikel.

  • 2 De schadeloosstelling dient gelijk te zijn aan de redelijke marktwaarde of, indien er geen redelijke marktwaarde is, aan de werkelijke waarde van de onteigende investering onmiddellijk voordat de onteigening plaatsvond. In deze schadeloosstelling mag een wijziging in de waarde vanwege het feit dat de voorgenomen onteigening voordien bekend is geworden, niet zijn verdisconteerd. De criteria voor de waardering zijn onder andere de waarde van de onderneming als geheel, de waarde van de activa inclusief de aangegeven fiscale waarde van lichamelijke zaken, en andere criteria, indien opportuun, om de redelijke marktwaarde te bepalen.

  • 3 De schadeloosstelling dient onverwijld te worden betaald en volledig realiseerbaar te zijn.

  • 4 Het op de datum van betaling betaalde bedrag dient niet lager te zijn dan wanneer het bedrag van de verschuldigde schadeloosstelling op de datum van de onteigening zou zijn geconverteerd in een converteerbare valuta op de internationale financiële markt, en deze valuta tegen de op de dag van de waardering geldende marktwisselkoers zou zijn geconverteerd, vermeerderd met de rente die tegen een gewone commerciële rentevoet voor die valuta zou zijn gekweekt vanaf de datum van onteigening tot de datum van betaling.

Artikel 6. Schadeloosstelling voor verliezen

Aan onderdanen van de ene Verdragsluitende Partij die verliezen lijden met betrekking tot hun investeringen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij wegens overmacht, oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie, een nationale noodtoestand, opstand, oproer of ongeregeldheden, wordt de laatstbedoelde Verdragsluitende Partij wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of een andere regeling betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke die Verdragsluitende Partij toekent aan haar eigen onderdanen of aan onderdanen van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken onderdanen.

Artikel 7. Subrogatie

Indien de investeringen van een onderdaan van de ene Verdragsluitende Partij door een verzekeringsmaatschappij, geheel in particulier eigendom of onder particulier toezicht, (hierna te noemen „verzekeringsmaatschappij”) verzekerd zijn tegen niet-commerciële risico's of anderszins aanleiding geven tot de betaling van schadevergoeding ter zake van die investeringen krachtens een bij wet, voorschrift of overheidscontract ingesteld stelsel, wordt de subrogatie van de verzekeringsmaatschappij in de rechten van de bedoelde onderdaan, ingevolge de voorwaarden van deze verzekering of krachtens een andere gegeven schadeloosstelling, door de andere Verdragsluitende Partij erkend. Alleen de onderdaan of de verzekeringsmaatschappij is gerechtigd deze rechten uit te oefenen en partij te zijn bij een geschil met betrekking tot deze rechten.

Artikel 8. Beslechting van geschillen tussen een Verdragsluitende Partij en een onderdaan van de andere Verdragsluitende Partij

Wat de beslechting van geschillen tussen een Verdragsluitende Partij en een onderdaan van de andere Verdragsluitende Partij betreft, zijn de bepalingen van de Bijlage, die een integrerend deel van dit Verdrag uitmaakt, van toepassing.

Artikel 9. Toepassing

De bepalingen van dit Verdrag zijn, vanaf de datum waarop dit in werking treedt, ook van toepassing op investeringen die vóór die datum zijn gedaan.

Artikel 10. Overleg

Elk van beide Verdragsluitende Partijen kan aan de andere Partij voorstellen overleg te plegen over een aangelegenheid betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag. De andere Verdragsluitende Partij neemt dit voorstel in welwillende overweging en biedt passende gelegenheid voor een dergelijk overleg.

Artikel 11. Beslechting van geschillen tussen de Verdragsluitende Partijen

  • 1 Enig geschil tussen de Verdragsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag dat niet binnen een redelijke termijn langs diplomatieke weg kan worden beslecht, wordt, tenzij de Verdragsluitende Partijen anders zijn overeengekomen, op verzoek van één van beide Verdragsluitende Partijen voorgelegd aan een uit drie leden samengesteld scheidsgerecht. Elke Verdragsluitende Partij benoemt één scheidsman en de twee aldus benoemde scheidslieden benoemen te zamen een derde scheidsman, die geen onderdaan van een der Verdragsluitende Partijen is, tot hun voorzitter.

  • 2 Indien één van beide Verdragsluitende Partijen nalaat haar scheidsman te benoemen en indien zij binnen twee maanden geen gevolg heeft gegeven aan het verzoek van de andere Verdragsluitende Partij tot deze benoeming over te gaan, kan de laatstgenoemde Partij de president van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

  • 3 Indien de beide scheidslieden niet binnen twee maanden na hun benoeming overeenstemming kunnen bereiken over de keuze van de derde scheidsman, kan elk der Verdragsluitende Partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

  • 4 Indien in de in het tweede en derde lid van dit artikel bedoelde gevallen de President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van één van beide Verdragsluitende Partijen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President verhinderd is de genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van één van beide Verdragsluitende Partijen, wordt het lid van het Gerechtshof dat de hoogste anciënniteit heeft, beschikbaar is en geen onderdaan is van één der Verdragsluitende Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.

  • 5 Het scheidsgerecht doet uitspraak op basis van eerbiediging van het recht. Alvorens uitspraak te doen, kan het scheidsgerecht in elke stand van het geding een minnelijke schikking van het geschil aan de Verdragsluitende Partijen voorstellen. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan regeling van het geschil ex aequo et bono, indien de Verdragsluitende Partijen dit overeenkomen.

  • 6 Tenzij de Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedureregels vast.

  • 7 Het scheidsgerecht neemt zijn beslissing bij meerderheid van stemmen. Deze beslissing is onherroepelijk en bindend voor de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 12. Territoriale toepassing

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag van toepassing op het deel van het Rijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij anders is bepaald in de in artikel 13, eerste lid, bedoelde mededeling.

Artikel 13. Inwerkingtreding en beëindiging

  • 1 Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan hun grondwettelijk vereiste procedures is voldaan, en blijft van kracht gedurende een tijdvak van tien jaar.

  • 2 Tenzij ten minste zes maanden voor het verstrijken van de geldigheidsduur door een van beide Verdragsluitende Partijen mededeling van beëindiging is gedaan, wordt dit Verdrag telkens stilzwijgend verlengd voor een tijdvak van tien jaar, waarbij elke Verdragsluitende Partij zich het recht voorbehoudt het Verdrag te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste twaalf maanden vóór het verstrijken van de lopende termijn van geldigheid.

  • 3 Ten aanzien van investeringen die zijn gedaan vóór de datum van beëindiging van dit Verdrag, blijven de voorgaande artikelen van kracht gedurende een tijdvak van vijftien jaar vanaf die datum.

  • 4 Met inachtneming van de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn is het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van een deel van het Koninkrijk afzonderlijk te beëindigen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in Mexico-stad op dertien mei negentienhonderdachtennegentig in de Nederlandse, de Spaanse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

(wg.) G. J. WIJERS

Hans Wijers

Minister van Economische Zaken

Voor de Verenigde Mexicaanse Staten,

(wg.) HERMINIO BLANCO MENDOZA

Herminio Blanco Mendoza

Minister van Handel en Industriële Ontwikkeling

Protocol

Bij de ondertekening van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Mexicaanse Staten inzake de bevordering, aanmoediging en de wederzijdse bescherming van investeringen hebben de ondergetekende gevolmachtigden bovendien overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen, die als een integrerend deel van genoemd Verdrag worden beschouwd.

Ad artikel 1, eerste lid

Voor de interpretatie van dit lid en met name het onder b vermelde, wordt de standaarddefinitie van directe buitenlandse investeringen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), alsmede eventuele verdere ontwikkelingen in dat opzicht, geldend op de datum waarop de investering werd gedaan, hierbij bij verwijzing opgenomen.

Ad artikel 1, tweede lid

Het feit dat bepaalde zaken niet onder de definitie van de term „investeringen” vallen, doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die verband houden met die zaken.

Voor de toepassing van artikel 5 moeten alle uitstaande vorderingen van de onteigende investering bij de waardering worden betrokken.

Ad artikel 1, eerste lid, onder c en 1, derde lid, onder c

De term „toezicht” omvat niet toezicht via rechtspersonen die zijn opgericht in derde landen, maar uitsluitend toezicht via rechtspersonen die zijn opgericht op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Partijen.

Ad artikel 3

Niettegenstaande het beginsel van nationale behandeling kan een Verdragsluitende Partij van een onderneming op haar grondgebied die het eigendom is van of onder toezicht staat van een onderdaan van de andere Verdragsluitende Partij eisen routine-informatie voor statistische doeleinden met betrekking tot de investering te verschaffen. De Verdragsluitende Partij die deze informatie eist, beschermt vertrouwelijke zakelijke informatie tegen elke openbaarmaking die de concurrentiepositie van de investering zou aantasten.

Ad artikel 4

In geval van ernstige problemen met de betalingsbalans of de dreiging daarvan kunnen de Verenigde Mexicaanse Staten de vrije overmaking van kapitaal uitsluitend ingevolge artikel 4, eerste lid, onder g, tijdelijk beperken gedurende een periode van maximaal twaalf maanden. De grondslag voor het opleggen van deze beperkingen dient billijk, non-discriminatoir en te goeder trouw te zijn.

Ad artikel 4, tweede lid

Voor de interpretatie van de laatste zin van dit lid wordt overeengekomen dat een Verdragsluitende Partij krachtens die zin noch maatregelen op een onredelijke wijze kan toepassen, noch een eis van verslaglegging kan aanwenden om een overmaking onnodig te vertragen.

Ad artikel 2, tweede lid, van de Bijlage

Een vermeende schending van dit Verdrag moet causaal verband houden met verlies of schade voor de onderdaan of de onderneming, wil de onderdaan in de positie verkeren om een vordering in te stellen tegen de gaststaat. Een dreigende schade hoeft zich niet te hebben voorgedaan voordat het geschil aan arbitrage kan worden onderworpen, maar moet zich hebben voorgedaan wil het gerecht terzake een beslissing kunnen nemen, behoudens in het geval van artikel negen, eerste lid, onder a. en d.

GEDAAN in Mexico-stad op dertien mei negentienhonderdachtennegentig in de Nederlandse, de Spaanse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) G. J. WIJERS

Hans Wijers

Minister van Economische Zaken

Voor de Verenigde Mexicaanse Staten,

(w.g.) HERMINIO BLANCO MENDOZA

Herminio Blanco Mendoza

Minister van Handel

Bijlage Beslechting van geschillen tussen een Verdragsluitende Partij en een onderdaan van de andere Verdragsluitende Partij

Artikel een. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:

onderdaan bij het geschil: een onderdaan die een vordering instelt krachtens dit Verdrag;

partij bij het geschil: de onderdaan bij het geschil of de Verdragsluitende Partij bij het geschil;

Verdragsluitende Partij bij het geschil: een Verdragsluitende Partij waartegen een vordering wordt ingesteld krachtens dit Verdrag;

partijen bij het geschil: de onderdaan bij het geschil en de Verdragsluitende Partij bij het geschil;

onderneming: een rechtspersoon van een Verdragsluitende Partij die het eigendom is van of onder toezicht staat van een onderdaan van de andere Verdragsluitende Partij;

ICSID: het Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen;

ICSID-Verdrag: het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten, dat op 18 maart 1965 te Washington werd ondertekend;

Verdrag van New York: het Verdrag van de Verenigde Naties over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, dat op 10 juni 1958 te New York werd ondertekend;

Secretaris-Generaal: de Secretaris-Generaal van het ICSID;

scheidsgerecht: een scheidsgerecht dat is ingesteld krachtens artikel zes van deze Bijlage;

gerecht voor samengevoegde zaken: een scheidsgerecht dat is ingesteld krachtens artikel zeven van deze Bijlage; en

Arbitragereglement van de UNCITRAL: het arbitragereglement van de Commissie voor Internationaal Handelsrecht van de Verenigde Naties, op 15 december 1976 goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Artikel twee. Beslechting van geschillen tussen een Verdragsluitende Partij en een onderdaan van de andere Verdragsluitende Partij

  • 1 In deze Bijlage wordt een werkwijze vastgesteld voor de beslechting van investeringsgeschillen die ontstaan vanaf de datum van inwerkingtreding van het Verdrag.

  • 2 Een onderdaan van een Verdragsluitende Partij kan, hetzij uit eigen hoofde, hetzij namens een onderneming van de andere Verdragsluitende Partij, een vordering aan arbitrage onderwerpen op basis van het feit dat de andere Verdragsluitende Partij een verplichting uit hoofde van dit Verdrag heeft geschonden, mits de onderdaan of zijn investering verlies of schade hebben geleden vanwege of voortvloeiend uit die schending.

  • 3 Een onderdaan mag geen vordering instellen indien er meer dan drie jaar zijn verstreken vanaf de datum waarop de onderdaan voor het eerst kennisnam of kennis had behoren te nemen van de vermeende schending en van het verlies dat of de schade die hij heeft geleden.

  • 4 Het is een onderneming niet toegestaan krachtens deze Bijlage een vordering aan arbitrage te onderwerpen.

  • 5 Ingeval een onderdaan van het Koninkrijk der Nederlanden of diens onderneming een procedure aanspant voor een rechterlijke of administratiefrechtelijke instantie van de Verenigde Mexicaanse Staten met betrekking tot een maatregel die een schending van dit Verdrag zou zijn, mag het geschil slechts krachtens dit artikel aan arbitrage worden onderworpen, indien het bevoegde nationale gerecht geen uitspraak in eerste instantie heeft gedaan over de zaak ten principale. Het vorenstaande is niet van toepassing op administratieve procedures voor de administratieve autoriteiten die de maatregel uitvoeren die een schending zou inhouden.

  • 6 Indien een onderdaan van een Verdragsluitende Partij een vordering aan arbitrage onderwerpt, is het noch de onderdaan, noch zijn onderneming toegestaan een procedure aan te spannen of voort te zetten voor een nationaal gerecht.

Artikel drie. Schikking van een vordering door middel van overleg en onderhandelingen

De partijen bij het geschil dienen eerst te trachten een vordering te schikken door middel van overleg of onderhandelingen.

Artikel vier. Onderwerpen van een vordering aan arbitrage

  • 1 Mits er zes maanden zijn verstreken sinds de gebeurtenissen die aanleiding geven tot een vordering hebben plaatsgevonden, mag een onderdaan bij het geschil de vordering aan arbitrage onderwerpen krachtens:

    • a. het ICSID-Verdrag, mits zowel de Verdragsluitende Partij bij het geschil als de Verdragsluitende Partij van de onderdaan partijen bij het Verdrag zijn;

    • b. de Aanvullende Voorziening van het ICSID, mits ofwel de Verdragsluitende Partij bij het geschil ofwel de Verdragsluitende Partij van de onderdaan, maar niet beide, partij bij het ICSID-Verdrag is;

    • c. het Arbitragereglement van de UNCITRAL.

  • 2 De onderdaan bij het geschil legt de Verdragsluitende Partij bij het geschil ten minste negentig dagen voordat de vordering wordt voorgelegd een schriftelijke kennisgeving over van het voornemen een vordering aan arbitrage te onderwerpen; deze kennisgeving kan niet eerder worden overgelegd dan nadat de eerste drie maanden van de in het eerste lid genoemde periode van zes maanden zijn verstreken.

  • 3 De toepasselijke arbitrageregels zijn op de arbitrage van toepassing, behalve voor zover zij door deze Bijlage zijn gewijzigd.

Artikel vijf. Instemming met arbitrage

  • 1 Elke Verdragsluitende Partij stemt ermee in dat een vordering overeenkomstig de in deze Bijlage uiteengezette procedures aan arbitrage wordt onderworpen.

  • 2 De in het eerste lid genoemde instemming en het aan arbitrage onderwerpen van een vordering door een onderdaan bij het geschil dienen te voldoen aan de eis van:

    • a. Hoofdstuk II van het ICSID-Verdrag (het Werkterrein van het Centrum) en de Aanvullende Voorziening inzake schriftelijke instemming van de partijen;

    • b. Artikel II van het Verdrag van New York inzake een schriftelijke overeenkomst;

    • c. Artikel 1 van het Arbitragereglement van de UNCITRAL: „De partijen bij een contract zijn schriftelijk overeengekomen”.

Artikel zes. Aantal scheidsmannen en benoemingsmethode

  • 1 Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, bestaat het scheidsgerecht uit drie scheidsmannen: één scheidsman benoemd door elke partij bij het geschil en de derde, de voorzitter, benoemd door de scheidsmannen.

  • 2 De krachtens deze Bijlage benoemde scheidsmannen dienen ervaring te hebben in internationaal recht en investeringsaangelegenheden.

  • 3 Indien een krachtens deze Bijlage ingesteld scheidsgerecht niet binnen negentig dagen na de datum waarop een vordering aan arbitrage is onderworpen, is samengesteld, hetzij omdat een van de partijen bij het geschil verzuimt een scheidsman te benoemen, hetzij omdat de benoemde scheidsmannen geen overeenstemming kunnen bereiken over een voorzitter, kan elk der partijen bij het geschil de Secretaris-Generaal uitnodigen om de nog niet benoemde scheidsman of scheidsmannen naar zijn goeddunken te benoemen. Niettemin dient de Secretaris-Generaal, in geval van benoeming van de voorzitter, ervoor zorg te dragen dat genoemde voorzitter geen onderdaan is van de Verdragsluitende Partij bij het geschil, noch een onderdaan van de Verdragsluitende Partij van de onderdaan bij het geschil.

Artikel zeven. Samenvoeging

  • 1 Een krachtens dit artikel ingesteld gerecht voor samengevoegde zaken dient conform het Arbitragereglement van de UNCITRAL te worden geïnstalleerd en zijn gedingen in overeenstemming met die regels te voeren, tenzij in deze Bijlage anderszins is bepaald.

  • 2 In de volgende gevallen zullen gedingen worden samengevoegd:

    • a. wanneer een onderdaan bij het geschil een vordering voorlegt namens een onderneming die direct of indirect onder zijn toezicht staat en tegelijkertijd een andere onderdaan of andere onderdanen die participeren in maar geen toezicht uitoefenen op dezelfde onderneming, ten behoeve van zichzelf vorderingen voorleggen als gevolg van dezelfde schendingen; of

    • b. wanneer twee of meer vorderingen die voortvloeien uit gemeenschappelijke juridische en feitelijke aangelegenheden aan arbitrage worden onderworpen.

  • 3 Het gerecht voor samengevoegde zaken beslist onder welke jurisdictie de vorderingen vallen en zal de vorderingen gezamenlijk beoordelen, tenzij het vaststelt dat de belangen van een van de partijen bij het geschil daardoor worden geschaad.

Artikel acht. Toepasselijk recht

  • 1 Een krachtens deze Bijlage ingesteld scheidsgerecht dient overeenkomstig dit Verdrag en de toepasselijke rechtsregels over de voorgelegde geschillen te beslissen.

  • 2 Een interpretatie van een bepaling in dit Verdrag die gezamenlijk door de Verdragsluitende Partijen is geformuleerd en overeengekomen, is bindend voor elk scheidsgerecht dat krachtens deze Bijlage wordt ingesteld. Indien de Verdragsluitende Partijen nalaten om binnen zestig dagen na de datum van het verzoek van een van de Verdragsluitende Partijen een interpretatie voor te leggen, beslist het scheidsgerecht over de zaak.

Artikel negen. Definitieve uitspraak

  • 1 Wanneer een krachtens deze Bijlage ingesteld scheidsgerecht een definitieve uitspraak doet tegen een Verdragsluitende Partij, kan het scheidsgerecht in zijn uitspraak uitsluitend een of meer van de volgende sancties opleggen:

    • a. een verklaring dat de Verdragsluitende Partij heeft nagelaten aan haar verplichtingen krachtens dit Verdrag te voldoen;

    • b. schadevergoedingen in geld en eventuele rente;

    • c. restitutie van eigendom, in welk geval in de uitspraak mag worden bepaald dat de Verdragsluitende Partij bij het geschil een schadevergoeding in geld en eventuele rente mag betalen in plaats van de restitutie;

    • d. met instemming van de partijen bij het geschil, enige andere vorm van herstel.

  • 2 Wanneer een vordering wordt ingesteld door een onderdaan namens een onderneming:

    • a. dient, wanneer de uitspraak restitutie van eigendom behelst, te worden bepaald dat de restitutie aan de onderneming moet plaatsvinden;

    • b. dient, wanneer de uitspraak vergoeding van schade in geld en eventuele rente behelst, te worden bepaald dat het bedrag aan de onderneming moet worden betaald.

  • 3 In de uitspraak dient te worden bepaald dat deze wordt gedaan onverminderd de rechten die enig persoon met een rechtmatig belang zou kunnen hebben bij het herstel krachtens het toepasselijke nationale recht.

  • 4 Een krachtens deze Bijlage ingesteld scheidsgerecht kan een Verdragsluitende Partij niet gelasten schadevergoeding als straf te betalen.

Artikel tien. Het definitieve karakter en de tenuitvoerlegging van een uitspraak

  • 1 Een uitspraak die wordt gedaan door een krachtens deze Bijlage ingesteld scheidsgerecht is uitsluitend bindend voor de partijen bij het geschil, en uitsluitend met betrekking tot de desbetreffende zaak.

  • 2 Met inachtneming van het derde lid van dit artikel en de toepasselijke revisieprocedure voor een tussentijdse uitspraak dient een partij bij het geschil zich onverwijld te schikken naar en te voldoen aan een uitspraak.

  • 3 Een partij bij het geschil mag niet verzoeken om de tenuitvoerlegging van een definitieve uitspraak voordat:

    • a. in geval van een definitieve uitspraak gedaan krachtens het ICSID-Verdrag:

      • i. er honderdtwintig dagen zijn verstreken vanaf de datum waarop de uitspraak werd gedaan en geen van de partijen bij het geschil om revisie of vernietiging van de uitspraak heeft verzocht; of

      • ii. revisie- of vernietigingsprocedures zijn afgerond; en

    • b. in geval van een definitieve uitspraak krachtens de Aanvullende Voorziening van het ICSID of het Arbitragereglement van de UNCITRAL:

      • i. er drie maanden zijn verstreken vanaf de datum waarop de uitspraak werd gedaan en geen van de partijen bij het geschil een procedure is gestart met het oog op de revisie of vernietiging van de uitspraak; of

      • ii. een gerecht een verzoek om revisie of vernietiging van de uitspraak heeft afgewezen en er geen sprake is van verder beroep; of

      • iii. een gerecht een verzoek om revisie of vernietiging van de uitspraak heeft toegewezen en de procedures zijn afgerond en er geen sprake is van verder beroep.

  • 4 Elke Verdragsluitende Partij draagt zorg voor de tenuitvoerlegging van een uitspraak op haar grondgebied.

  • 5 Een onderdaan bij het geschil kan verzoeken om tenuitvoerlegging van een scheidsrechterlijke uitspraak krachtens het ICSID-Verdrag of het Verdrag van New York.

  • 6 Voor de toepassing van artikel 1 van het Verdrag van New York wordt een vordering die krachtens deze Bijlage aan arbitrage wordt onderworpen, beschouwd als voortvloeiende uit handelsrechtelijke betrekkingen of transacties.

Artikel elf. Publicatie van een uitspraak

De definitieve uitspraak zal alleen worden gepubliceerd indien de partijen bij het geschil daar schriftelijk mee hebben ingestemd.

Artikel twaalf. Uitsluitingen

De bepalingen inzake de beslechting van geschillen van deze Bijlage zijn niet van toepassing op de resoluties die door een Verdragsluitende Partij om redenen van nationale veiligheid worden aangenomen.