Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Roemenië inzake internationaal vervoer over de weg, Boekarest, 19-04-1995

Geldend van 22-12-1996 t/m heden

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Roemenië inzake internationaal vervoer over de weg

Authentiek : NL

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Roemenië inzake internationaal vervoer over de weg

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en Roemenië

de Regering van Roemenië,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens om bij te dragen aan de ontwikkeling van de commerciële en economische betrekkingen, teneinde het internationale vervoer van personen en goederen over de weg in, vanuit en naar of in doorvoer door de grondgebieden van hun staten te vergemakkelijken en te reguleren, op basis van gelijke rechten en wederzijds voordeel,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Toepassingsgebied

  • 1 De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op het internationaal vervoer van personen en goederen over de weg tegen betaling (beroepsvervoer) of voor eigen rekening vanuit en naar of in doorvoer door het grondgebied van de staten van de Verdragsluitende Partijen alsmede op het internationaal vervoer van goederen en personen binnen het grondgebied van hun staten, hierna te noemen cabotage, verricht door de vervoerders van een van de Verdragsluitende Partijen, zoals gedefinieerd in artikel 2.

  • 2 Dit Verdrag zal de rechten en verplichtingen van de Verdragsluitende Partijen die voortvloeien uit andere internationale overeenkomsten, niet aantasten.

  • 3 De toepassing van dit Verdrag is onverminderd de toepassing door het Koninkrijk der Nederlanden als lidstaat van de Europese Unie, van het recht van de Europese Unie.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • 1 „vervoerder": een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die in een van de staten van de Verdragsluitende Partijen gevestigd is en die overeenkomstig de desbetreffende nationale wetten en voorschriften in het land van vestiging wettig is toegelaten tot de markt voor het vervoer van goederen of personen over de weg hetzij tegen betaling (beroepsvervoer) hetzij voor eigen rekening (eigen vervoer);

  • 2 „voertuig": een motorvoertuig of combinatie van voertuigen waarvan ten minste het motorvoertuig is geregistreerd op het grondgebied van een van de staten van de Verdragsluitende Partijen en dat uitsluitend wordt gebruikt en is uitgerust voor het vervoer van goederen of het vervoer van meer dan negen personen, met inbegrip van de chauffeur;

  • 3 „cabotage": het verrichten van vervoer binnen het grondgebied van de staat van een Verdragsluitende Partij door een op het grondgebied van de staat van de andere Verdragsluitende Partij gevestigde vervoerder;

  • 4 „vervoer": het rijden met beladen of onbeladen voertuigen over de weg, ook indien het voertuig, de aanhangwagen of de oplegger voor een deel van de rit gebruik maakt van spoor- of waterwegen.

Artikel 3. Toegang tot de markt

  • 1 Elk van de Verdragsluitende Partijen kan een op het grondgebied van de staat van de andere Verdragsluitende Partij gevestigde vervoerder toestaan vervoer van goederen of personen te verrichten:

    • a. tussen een plaats op het grondgebied van haar staat en een plaats buiten dat grondgebied,

    • b. in doorvoer over het grondgebied van haar staat, op grond van vergunningen, tenzij door de Gemengde Commissie anders overeengekomen, die worden afgegeven door de bevoegde autoriteiten van elke Verdragsluitende Partij.

  • 2 Vergunningen zijn niet vereist voor de onderstaande soorten vervoer of voor ritten met onbeladen voertuigen gemaakt in verband met zulk vervoer:

    • vervoer van post als publieke dienst;

    • vervoer van voertuigen die zijn beschadigd of onklaar geraakt;

    • begrafenisvervoer;

    • eigen vervoer;

    • vervoer van levende have in speciale voertuigen;

    • vervoer van medische goederen en uitrusting, vereist in noodgevallen, met name bij natuurrampen;

    • vervoer van goederen met een motorvoertuig waarvan het toegestane totaalgewicht, met inbegrip van dat van de aanhangwagen, niet meer bedraagt dan 6 ton of waarvan het toegestane laadvermogen, met inbegrip van dat van de aanhangwagen, niet groter is dan 3,5 ton;

    • een onbeladen rit van een reserve-voertuig dat gestuurd wordt om de plaats in te nemen van een voertuig dat in het gebied van de staat van de andere Verdragsluitende Partij onklaar is geraakt, en de voortzetting van het vervoer door het reserve-voertuig onder dekking van de vergunning die uitgegeven is op naam van het voertuig dat onklaar is geraakt;

    • vervoer van goederen en kunstvoorwerpen bestemd voor beurzen en tentoonstellingen;

    • vervoer van goederen en uitrusting uitsluitend voor reclame- en informatie-doeleinden;

    • vervoer van goederen, accessoires en dieren van of naar theater-, muziek-, film-, sportevenementen of circusvoorstellingen, beurzen of festiviteiten, en goederen bestemd voor radio-opnames, of voor film- of televisie-produkties.

  • 3 Een vervoerder mag geen cabotage verrichten, tenzij hij daartoe speciale toestemming heeft verkregen van de bevoegde autoriteiten van de staat van de Verdragsluitende Partij binnen wiens grondgebied de cabotage plaatsvindt.

Artikel 4. Gewichten en afmetingen

  • 1 Het gewicht, de asdruk en de afmetingen van voertuigen van een van de Verdragsluitende Partijen dienen in overeenstemming te zijn met de officiële registratie van het voertuig en mogen de geldende grenzen op het grondgebied van de staat van de andere Verdragsluitende Partij niet overschrijden.

  • 2 Indien het gewicht, de asdruk en/of de afmetingen van een voertuig van een van de Verdragsluitende Partijen in beladen of onbeladen toestand bij het verrichten van vervoer ingevolge de bepalingen van dit Verdrag het in het grondgebied van de staat van de andere Verdragsluitende Partij toelaatbare maximum overschrijden, is een bijzondere vergunning vereist.

    Een dergelijke vergunning kan de bewegingsvrijheid van het voertuig beperken tot een vastgestelde route.

    Een bijzondere vergunning treedt niet in de plaats van de vergunning zoals voorzien in artikel 3.

Artikel 5. Naleving van de nationale wetgeving

  • 1 Vervoerders van een Verdragsluitende Partij en de bemanningen van hun voertuigen moeten, wanneer zij zich op het grondgebied van de staat van de andere Verdragsluitende Partij bevinden, de in dat land geldende wetten en voorschriften naleven.

  • 2 In geval van cabotage zal de Gemengde Commissie een nadere omschrijving geven van de wijze van verrichten in overeenstemming met de nationale wetten en voorschriften van de Verdragsluitende Partij van de staat op wiens grondgebied het vervoer wordt verricht.

  • 3 Elk van de Verdragsluitende Partijen zal bij toepassing van wetten en voorschriften zoals genoemd in de voorgaande leden de vervoerders van de andere Verdragsluitende Partij onderwerpen aan dezelfde voorwaarden als die waaraan de eigen inwoners worden onderworpen zodat discriminatie op grond van nationaliteit of plaats van vestiging uitgesloten is.

  • 4 In gevallen waarin niet wordt voorzien door de bepalingen van dit Verdrag of van andere overeenkomsten waarbij een Verdragsluitende Partij partij is, zijn de wetten van de Verdragsluitende Partij van toepassing op het grondgebied van deze staat.

Artikel 6. Overtredingen

In geval van een overtreding van de bepalingen van dit Verdrag door een vervoerder van een Verdragsluitende Partij geeft de Verdragsluitende Partij van de staat op wiens grondgebied de overtreding plaatsvond, onverminderd door haar te ondernemen gerechtelijke stappen, daarvan kennis aan de andere Verdragsluitende Partij, die de in haar nationale wetgeving voorziene stappen zal ondernemen. De Verdragsluitende Partijen zullen elkaar in kennis stellen van de opgelegde sancties.

Artikel 7. Belastingaangelegenheden

  • 1 Voertuigen, met inbegrip van hun reserve-onderdelen, die vervoer verrichten in overeenstemming met dit Verdrag, zijn wederzijds vrijgesteld van alle belastingen en heffingen opgelegd aan verkeersdeelneming of het in bezit hebben van de voertuigen, alsook van alle speciale belastingen of heffingen opgelegd aan transport op het grondgebied van de staat van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 2 Er wordt geen vrijstelling verleend van belastingen en heffingen op motorbrandstof, BTW op vervoersdiensten, tolgelden en gebruiksrechten op wegen en kunstwerken.

  • 3 Voertuigen die zijn geregistreerd binnen het grondgebied van de staat van een van de Verdragsluitende Partijen, alsmede de aanhangwagens en opleggers die worden gebruikt ten behoeve van vervoer zoals in dit Verdrag genoemd, worden tijdelijk toegelaten tot het grondgebied van de staat van de andere Verdragsluitende Partij met vrijstelling van betaling van invoerrechten, op voorwaarde dat de voertuigen weer worden uitgevoerd.

  • 4 De zich in de normale, door de fabrikant geleverde, reservoirs van het voertuig bevindende brandstof, alsmede de alleen voor de goede werking van dat voertuig bestemde smeermiddelen en koelvloeistoffen, zijn wederzijds vrijgesteld van invoerrechten en andere belastingen en betalingen.

  • 5 De reserve-onderdelen die worden geïmporteerd met het oog op de reparatie van een reeds tijdelijk ingevoerd voertuig, zullen worden toegelaten zonder enige invoerbelasting en zullen niet onderworpen worden aan enige beperkende en/of belemmerende maatregelen in verband met hun import.

De onderdelen die zijn vervangen zullen opnieuw worden uitgevoerd of worden vernietigd onder toezicht van de douane-autoriteiten.

  • 6 Winsten uit de exploitatie van voertuigen voor wegvervoer in het internationale verkeer zijn belastbaar in overeenstemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Roemenië tot het vermijden van dubbele belasting en het ontgaan van belasting met betrekking tot belasting naar inkomen en vermogen.

Artikel 8. Bevoegde autoriteiten

Elke Verdragsluitende Partij deelt aan de andere Verdragsluitende Partij mede welke autoriteiten bevoegd zijn met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag, alsmede elke wijziging terzake.

Artikel 9. Gemengde Commissie

  • 1 Met het oog op de interpretatie en de toepassing van dit Verdrag wordt een Gemengde Commissie ingesteld die zal bestaan uit vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van elk van de beide Verdragsluitende Partijen, die vertegenwoordigers van de transportsector kunnen uitnodigen in de Gemengde Commissie zitting te nemen.

  • 2 De Gemengde Commissie komt op verzoek van een van de Verdragsluitende Partijen bijeen. De Gemengde Commissie stelt haar eigen reglement van orde en procedures vast. De Gemengde Commissie komt afwisselend op het grondgebied van een van de staten van de Verdragsluitende Partijen bijeen. Een vertegenwoordiger van het gastheerland zal de bijeenkomst voorzitten. De agenda voor de bijeenkomst wordt ten minste twee weken voor de aanvang van de bijeenkomst voorgelegd door de Verdragsluitende Partij in wier land de bijeenkomst wordt gehouden. De bijeenkomst wordt afgesloten met de opstelling van een protocol dat door de hoofden van de delegaties van de Verdragsluitende Partijen zal worden ondertekend.

  • 3 Ingevolge artikel 3, eerste en derde lid, beslist de Gemengde Commissie omtrent de soort en het aantal vergunningen en onderzoekt de voorwaarden voor deelname aan de markt. Onverminderd artikel 3, tweede lid, kan de Gemengde Commissie het aantal soorten vervoer waarvoor geen vergunningen vereist zijn, wijzigen.

  • 4 De Gemengde Commissie besteedt bijzondere aandacht aan de volgende onderwerpen en werkt dienaangaande voorstellen uit:

    • de harmonische ontwikkeling van het vervoer tussen de twee landen, met inachtneming van onder meer de daarbij betrokken milieu-aspecten;

    • de coördinatie van het beleid inzake het wegvervoer, de vervoerswetgeving en de uitvoering daarvan door de Verdragsluitende Partijen op nationaal en internationaal niveau;

    • de formulering van mogelijke oplossingen ter voorlegging aan de onderscheiden nationale autoriteiten indien zich problemen voordoen, met name op het terrein van sociale aangelegenheden, douanezaken en milieu-aangelegenheden, of andere aangelegenheden;

    • de uitwisseling van ter zake dienende inlichtingen;

    • de methode voor het vaststellen van het gewicht, de asdruk en de afmetingen van de voertuigen;

    • de bevordering van de samenwerking tussen vervoersondernemingen en -instellingen;

    • de bevordering van gecombineerd vervoer;

    • vraagstukken betreffende de toegang tot de markt.

Artikel 10. Beslechting van geschillen

Voor elk geschil over de interpretatie of toepassing van dit Verdrag wordt getracht een oplossing te vinden in rechtstreekse onderhandelingen tussen de bevoegde autoriteiten van beide Verdragsluitende Partijen.

Indien de bevoegde autoriteiten niet tot overeenstemming komen wordt langs diplomatieke kanalen getracht een oplossing te vinden.

Artikel 11. Wijziging van het Verdrag

Elke wijziging van dit Verdrag wordt overeengekomen door de Verdragsluitende Partijen en wordt van kracht in overeenstemming met de procedure bedoeld in artikel 12 van dit Verdrag.

Artikel 12. Inwerkingtreding en duur

  • 1 Dit Verdrag treedt in werking zestig dagen na de datum waarop beide Verdragsluitende Partijen elkander schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de voorwaarden zoals gesteld door hun onderscheiden nationale wetgeving betreffende de procedures om uitvoering aan internationale verdragen te geven, is voldaan.

  • 2 Op het moment waarop dit Verdrag in werking treedt, wordt de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Roemenië betreffende het internationaal vervoer van goederen over de weg, getekend op 23 april 1968 te 's-Gravenhage, beëindigd.

Artikel 13. Geldigheidsduur van het Verdrag

Dit Verdrag blijft van kracht voor een tijdvak van een jaar na de inwerkingtreding en wordt stilzwijgend van jaar tot jaar verlengd, tenzij een van de Verdragsluitende Partijen minstens zes maanden voor de datum van verlenging de andere Verdragsluitende Partij schriftelijk in kennis heeft gesteld van haar voornemen het Verdrag te beëindigen.

Artikel 14. Toepassing voor het Koninkrijk der Nederlanden

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in twee originele exemplaren te Boekarest, 19 april 1995 in de Nederlandse en de Roemeense taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) M. P. A. FRANK

Voor de Regering van Roemenië,

(w.g.) A. NOVAC