Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van [...] bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen, Boekarest, 19-04-1994

Geldend van 01-02-1995 t/m heden

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Roemenië inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen

Authentiek : NL

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en đe Regering van Roemenië inzake de bevordering en đe wederzijdse bescherming van investeringen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

de Regering van Roemenië,

hierna aangeduid als de Verdragsluitende Partijen,

Geleid door de wens de van oudsher tussen hun landen bestaande vriendschapsbanden te versterken, de economische betrekkingen tussen hen uit te breiden en te intensiveren, met name wat investeringen door de investeerders van de ene Verdragsluitende Partij op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij betreft,

In het besef dat overeenstemming omtrent de aan dergelijke investeringen toe te kennen behandeling het kapitaalverkeer en de overdracht van technologie tussen, alsmede de economische ontwikkełing van de Verdragsluitende Partijen zal stimuleren, en dat een eerlijke en rechtvaardige behandeling van investeringen wenselijk is,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag:

  • a. omvat de term „investeringen": alle soorten vermogensbestanddelen die door investeerders van de ene Verdragsluitende Partij worden geïnvesteerd in het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij in overeenstemming met de wetten en voorschriften van laatst bedoelde Verdragsluitende Partij, en in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

    • i. roerende en onroerende zaken, alsmede alle andere zakelijke rechten met betrekking tot alle soorten vermogensbestanddelen;

    • ii. rechten ontleend aan aandelen, obligaties en andere soorten belangen in ondernemingen en gezamenlijke ondernemingen;

    • iii. recht op geld, op andere vermogensbestanddelen of op iedere prestatie die economische waarde heeft;

    • iv. rechten op het gebied van de intelłectuele eigendom, technische werkwijzen, goodwill en know-how;

    • v. rechten verleend krachtens het publiekrecht, met inbegrip van rechten tot het opsporen, exploreren, ontginnen en winnen van natuurlijke rijkdommen;

  • b. omvat de term „investeerders" met betrekking tot elk van beide Verdragsluitende Partijen:

    • i. natuurlijke personen die het staatsburgerschap of de nationaliteit van die Verdragsluitende Partij hebben in overeenstemming met haar wetten;

    • ii. rechtspersonen die zijn opgericht krachtens het recht van die Verdragsluitende Partij

    • iii. rechtspersonen die al dan niet rechtstreeks eigendom zijn van of onder toezicht staan van natuurlijke personen zoals omschreven onder i. of van rechtspersonen zoals omschreven onder ii. hierboven:

  • c. omvat de term „grondgebied" mede de zeegebieden grenzend aan de kust van de betrokken Staat, voor zover die Staat overeenkomstig het internationale recht soevereine rechten of rechtsmacht in deze gebieden uitoefent.

Artikel 2

Elke Verdragsluitende Partij bevordert, binnen het kader van haar wetten en voorschriften, de economische samenwerking door middel van de bescherming op haar grondgebied van investeringen van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij. Met inachtneming van het recht van elke Verdragsluitende Partij de door haar wetten of voorschriften verleende bevoegdheden uit te oefenen, laat elke Verdragsluitende Partij dergelijke investeringen toe.

Artikel 3

  • 1 Elke Verdragsluitende Partij waarborgt een eerlijke en rechtvaardige behandeling van de investeringen van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij en belemmert niet, door onredelijke of discriminatoire maatregelen, de werking, het beheer, de instandhouding, het gebruik, het genot of de vervreemding daarvan door deze investeerders. Elke Verdragsluitende Partij kent aan dergelijke investeringen volledige fysieke zekerheid en bescherming toe.

  • 2 Meer in het bijzonder kent elke Verdragsluitende Partij aan dergelijke investeringen een behandeling toe, onder meer ten aanzien van belastingaangelegenheden, die in elk geval niet minder gunstig is dan die welke wordt toegekend aan investeringen van haar eigen investeerders of aan investeringen van investeerders van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken investeerder. Belastingaangelegenheden hebben betrekking op belastingen, heffingen, lasten en verminderingen en vrijstellingen van belasting anders dan die welke onder het derde lid vallen.

  • 3 Indien een Verdragsluitende Partij investeerders van een derde Staat bijzondere voordelen heeft toegekend uit hoofde van verdragen tot oprichting van douane-unies, economische unies, monetaire unies of soortgelijke instellingen, dan wel op grond van interim-verdragen die tot zodanige unies of instellingen leiden, is die Verdragsluitende Partij niet verplicht zodanige voordelen toe te kennen aan investeerders van de andere Verdragsluitende Partij. Evenmin heeft deze behandeling betrekking op voordełen die een van beide Verdragsluitende Partijen aan investeerders van een derde staat toekent uit hoofde van een verdrag tot het vermijden van dubbele belasting of een ander verdrag op basis van wederkerigheid met betrekking tot belastingaangelegenheden.

  • 4 EΙke Verdragsluitende Partij komt alle verpłichtingen na die zij is aangegaan met betrekking tot de behandeling van investeringen van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij.

  • 5 Indien naast dit Verdrag de wettelijke bepalingen van één van beide Verdragsluitende Partijen of verplichtingen krachtens internationale verdragen die thans tussen de Verdragsluitende Partijen bestaan of op een later tijdstip worden aangegaan een algemene of bijzondere regeling bevatten op grond waarvan investeringen door investeerders van de andere Verdragsluitende Partij aanspraak kunnen maken op een behandeling die gunstiger is dan in dit Verdrag is voorzien, heeft een dergelijke regeling, in zoverre zij gunstiger is, voorrang boven dit Verdrag.

Artikel 4

De Verdragsluitende Partijen waarborgen dat betalingen die verband houden met een investering kunnen worden overgemaakt. De overmakingen geschieden in vrij inwisselbare valuta, zonder beperking of vertraging. Deze overmakingen omvatten in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

  • a. winsten, interesten, dividenden en andere lopende inkomsten;

  • b. gelden nodig

    • i. voor het verwerven van grondstoffen of hulpmaterialen, halffabrikaten of eindprodukten, of

    • ii. om kapitaalgoederen te vervangen ten einde de continuïteit van een investering te waarborgen;

  • c. bijkomende gelden nodig voor de ontwikkeling van een investering;

  • d. gelden voor de terugbetaling van leningen;

  • e. royalty's of honoraria;

  • f. inkomsten waarop personen recht hebben;

  • g. de opbrengst van de verkoop of liquidatie van de investering;

  • h. betalingen gedaan uit hoofde van artikeł 6.

Artikel 5

Geen der Verdragsluitende Partijen neemt maatregelen, zoals nationalisatie, onteigening, vordering of andere maatregelen van soortgelijke strekking, waardoor aan investeerders van de andere Verdragsluitende Partij hun investeringen worden ontnomen, tenzij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de maatregelen worden genomen in het algemeen belang en met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang;

  • b. de maatregelen zijn niet discriminatoir of in strijd met enige verbintenis die de Verdragsluitende Partij die deze maatregelen neemt, is aangegaan;

  • c. de maatregelen gaan vergezeld van een billijke schadeloosstelling. Deze schadeloosstelling dient overeen te komen met de redelijke marktwaarde van de desbetreffende investeringen onmiddellijk voordat de maatregelen werden genomen of bekend werden, dient rente te omvatten tegen een gewone commerciële rentevoet tot de datum van betaling en dient, wil zij doeltreffend zijn voor de gerechtigden, zonder vertraging te worden betaald en te kunnen worden overgemaakt naar het door de betrokken gerechtigden aangewezen land en in de valuta van het land waarvan de gerechtigden investeerder zijn of in een door de gerechtigden aanvaarde vrij inwisselbare vałuta.

Artikel 6

Aan investeerders van de ene Verdragsluitende Partij die verliezen lijden met betrekking tot hun investeringen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij wegens oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie, een nationale noodtoestand, opstand, oproer of ongeregeldheden, wordt door de laatstbedoelde Verdragsluitende Partij wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of een andere regeling betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke die Verdragsluitende Partij toekent aan haar eigen investeerders of aan investeerders van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken investeerders.

Artikel 7

Indien de investeringen van een investeerder van de ene Verdragsluitende Partij verzekerd zijn tegen niet-commerciële risico's krachtens een bij wet of voorschrift ingesteld stelsel, wordt de subrogatie van de verzekeraar of de herverzekeraar in de rechten van de bedoelde investeerder ingevolge de voorwaarden van deze verzekering door de andere Verdragsluitende Partij erkend.

Artikel 8

  • 1 Voor het oplossen van geschillen betreffende investeringen tussen een Verdragsluitende Partij en een investeerder van de andere Verdragsluitende Partij wordt overleg gepleegd tussen de betrokken partijen.

  • 2 Indien dit overleg niet binnen drie maanden tot een oplossing leidt, kan de investeerder het geschil, naar eigen keuze, ter beslechting voorleggen aan:

    • a. de bevoegde rechtbank van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied de investering is gedaan; of

    • b. het Internationale Centrum voor Beslechting van Investerings-geschillen (ICSID) dat is ingesteld krachtens het Verdrag inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen Staten en onderdanen van andere Staten van 18 maart 1965, hierna te noemen het Verdrag van Washington; of

    • c. een scheidsgerecht ad hoc dat, tenzij anders overeengekomen door de partijen bij het geschil, wordt ingesteld krachtens de arbitrageregels van de Commissie inzake Internationaal Handelsrecht van de Verenigde Natíes (UNCITRAL).

  • 3 Indien het geschil niet binnen een tijdvak van tien maanden wordt opgelost ingevolge het tweede lid, letter a, kan de investeerder, op voorwaarde dat hij zijn eis bij de rechtbank van de betrokken Verdragsluitende Partij intrekt, het geschil onderwerpen aan arbitrage krachtens het tweede lid, letter b of c.

  • 4 Elke Verdragsluitende Partij stemt hierbij in met onderwerping van een investeringsgeschil aan internationale bemiddeling of arbitrage.

  • 5 De Verdragsluitende Partìj die partij is bij het geschil, voert op geen enkel tijdstip tijdens de ρrocedures waarin investeringsgeschillen worden behandeld, als verweer aan haar immuniteit of het feit dat de investeerder een vergoeding heeft ontvangen krachtens een verzekeringsovereenkomst die de geleden schade of het geleden verlies geheel of gedeeltelijk dekt.

  • 6 Een rechtspersoon die investeerder is van de ene Verdragsluitende Partij en die, voordat een dergelijk geschil ontstaat, onder toezicht staat van investeerders van de andere Verdragsluitende Partij, wordt in overeenstemming met artikel 25, tweede lid, letter b, van het Verdrag van Washington voor de toepassing van dat Verdrag behandeld als investeerder van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel 9

De bepalingen van dit Verdrag zijn, vanaf de datum van inwerkingtreding daarvan, ook van toepassing op investeringen die voor die datum zijn gedaan. Geschillen die voor de inwerkingtreding van het Verdrag zijn ontstaan, dienen echter te worden beslecht in overeenstemming met de op 27 oktober 1983 tussen de Verdragsluitende Partijen gesloten Overeenkomst inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen.

Artikel 10

Elk der Verdragsluitende Partijen kan aan de andere Partij voorstellen overleg te plegen over een aangelegenheid betreffende de uitlegging of toepassing van dit Verdrag. De andere Partij neemt dit voorstel welwillend in overweging en biedt passende gelegenheid voor een dergelijk overleg.

Artikel 11

  • 1 Enig geschil tussen de Verdragsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag dat niet binnen een redelijke tijdsspanne langs diplomatieke weg kan worden beslecht, wordt, tenzij de Partijen anders zijn overeengekomen, op verzoek van één van beide Partijen voorgelegd aan een uit drie leden samengesteld scheidsgerecht. Elke Partij benoemt één scheidsman en de aldus benoemde scheidsmannen benoemen te zamen een derde scheidsman, die geen onderdaan van een der Partijen is, tot hun voorzitter.

  • 2 Indien één van beide Partijen nalaat haar scheidsman te benoemen en indien zij geen gevolg heeft gegeven aan het verzoek van de andere Partij binnen twee maanden tot deze benoeming over te gaan, kan de laatstbedoelde Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

  • 3 Indien de beide scheidsmannen niet binnen twee maanden na hun benoeming tot overeenstemming kunnen geraken over de keuze van de derde scheidsman, kan elk der Partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

  • 4 Indien in de in het tweede en derde lid van dit artikel bedoelde gevallen de President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van één van beide Verdragsluitende Partijen, wordt de Vice-president verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-president verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van één van beide Partijen, wordt het lid van het Gerechtshof dat het hoogst in anciënniteit is, beschikbaar is en geen onderdaan is van één der Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.

  • 5 Het scheidsgerecht doet uitspraak op basis van eerbiediging van het recht, met inbegrip van de bepalingen van dit Verdrag en andere relevante verdragen tussen de Verdragsluitende Partijen, de algemene beginselen van het internationale recht en relevante nationale wetten. Alvorens uitspraak te doen, kan het scheidsgerecht in elke stand van het gedìng een minnelijke schikking van het geschil aan de Partijen voorstellen. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het scheidsgerecht in het geschil een uitspraak ex aequo et bono te doen, indien de Partijen daarmee instemmen.

  • 6 Tenzij de Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen proceđureregels vast.

  • 7 Het scheidsgerecht doet zijn uitspraak bij meerderheid van stemmen. Een zodanige uitspraak is onherroepelijk en bindend voor de Partijen.

  • 8 Iedere Verdragsluitende Partij draagt de kosten van de scheidsman die zij heeft benoemd, en van haar vertegenwoordiging in de arbitrageprocedure. De kosten van de voorzitter en de overige kosten worden in gelijke delen gedragen door de Verdragsluitende Partijen.

Artikel 12

Wat betreft het Koninkrijk der Nederlanden is dit Verdrag van toepassing op het deel van het Rijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij anders is bepaald in de in artikel 13, eerste lid, bedoelde mededeling.

Artikel 13

  • 1 Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de datum waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen vereiste grondwettelijke procedures is voldaan, en blijft van kracht voor een tijdvak van vijftien jaar.

  • 2 Tenzij ten minste zes maanden voor de datum van het verstrijken van de geldigheidsduur door een van beide Verdragsluitende Partijen mededeling van beëindiging is gedaan, wordt dit Verdrag telkens stilzwijgend verlengd voor een tíjdvak van tien jaar, waarbij elke Verdragsluitende Partij zich het recht voorbehoudt dit Verdrag te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste zes maanden voor de datum van het verstrijken van de lopende termijn van geldigheìd.

  • 3 Ten aanzien van investeringen die zijn gedaan voor de datum van beëindiging van dit Verdrag, blijven de voorgaande artikelen van kracht gedurende een tijdvak van vijftien jaar vanaf die datum.

  • 4 Met inachtneming van de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn is de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van een deel van het Koninkrijk afzonderlijk te beëindigen.

  • 5 Na de inwerkingtreding van dit Verdrag treedt het in de plaats van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Socialistische Republiek Roemenië inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend op 27 oktober 1983, behalve in geval van geschillen zoals bedoeld in artikel 9.

    Dit Verdrag treedt alleen in de plaats van de Overeenkomst van 1983 in de betrekkingen tussen Roemenië en de delen van het Koninkrijk der Nederlanden waarop het onderhavige Verdrag overeenkomstig artikel 12 van dit Verdrag van toepassing is.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te BOEKAREST op 19 april 1994 in de Nederlandse, de Roemeense en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschil in uitlegging is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden: (w.g. ) P.H. KOOIJMANS Voor de Regering van Roemenië: (w.g. ) TEODOR MELESCANU

Protocol bij het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Roemenië inzake đe bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen

Bij de ondertekening van het Verdrag inzake de bevordering en de wederzijdse bescherming van investeringen tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Roemenië hebben de ondertekenende vertegenwoordigers overeenstemming bereikt omtrent de onderstaande bepaling die een integrerend deel van het Verdrag vormt:

Ad Artikel 4

Onverminderd de vereisten van artikel 4 onderneemt de Regering van Roemenië passende stappen ter verbetering van de doelmatigheid van de procedures voor het overmaken van betalingen die verband houden met investeringen. In elk geval worden investeerders van Nederland op niet minder gunstige wijze behandeld dan investeerders van derde Staten.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g) P.H. KOOIJMANS

Voor de Regering van Roemenië

(w.g) TEODOR MELESCANU