Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese [...] enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds, Brussel, 08-03-1993[Regeling vervallen per 01-01-2007.]

Geldend van 01-07-2005 t/m 31-12-2006

Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds

Authentiek : NL

Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds [Vervallen per 01-01-2007]

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Portugese Republiek,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „Lid-Staten" te noemen, en

de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal,

hierna „de Gemeenschap" te noemen,

enerzijds,

en de Republiek Bulgarije,

hierna „Bulgarije" te noemen,

anderzijds,

Gelet op het belang van de traditionele banden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en Bulgarije, en hun gemeenschappelijke waarden,

Erkennende dat de Gemeenschap en Bulgarije deze banden wensen te versterken en nauwe, duurzame betrekkingen tot stand willen brengen op grond van het wederzijds belang en wederkerigheid, waardoor Bulgarije zal kunnen deelnemen aan het proces van Europese integratie, en aldus de betrekkingen versterken en uitbreiden die in het verleden tot stand zijn gebracht, met name door de op 8 mei 1990 ondertekende Overeenkomst inzake handel en commerciële en economische samenwerking,

Gelet op de mogelijkheden die het ontstaan van een nieuwe democratie in Bulgarije biedt voor betrekkingen van een nieuw gehalte,

Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Bulgarije tot versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van de associatie vormen,

Erkennende het fundamentele karakter van de democratische veranderingen in Bulgarije, die vreedzaam verlopen en gericht zijn op het tot stand brengen van een nieuw politiek en economisch bestel dat gegrondvest is op de regels van de rechtsstaat en de mensenrechten, politiek pluralisme, een pluralistisch meerpartijenstelsel met vrije, democratische verkiezingen en het tot stand brengen van het wettelijk en economisch kader dat noodzakelijk is voor het opbouwen van een markteconomie, alsmede de noodzaak om dat proces met bijstand van de Gemeenschap voort te zetten en te voltooien,

Gelet op de vaste verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Bulgarije ten aanzien van de rechtsstaat en de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van personen die tot minderheden behoren, en ten aanzien van de volledige uitvoering van alle andere beginselen en bepalingen die vervat zijn in de Slotakte van de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de slotdocumenten van Wenen en Madrid, het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, en ten aanzien van de beginselen en bepalingen van het Europese Energiehandvest,

Bereid zijnde betere contacten tussen hun ingezetenen, alsmede de vrije uitwisseling van informatie en ideeën aan te moedigen, zoals de Partijen zijn overeengekomen in het kader van de CVSE,

Zich bewust zijnde van het belang van deze Overeenkomst om in Europa een systeem van stabiliteit op grond van samenwerking tot stand te brengen en op te bouwen, waarbij de Gemeenschap één van de hoekstenen is,

Van oordeel zijnde dat een verband dient te worden gelegd tussen de volledige uitvoering van de associatie, enerzijds, en voortzetting van de concrete verwezenlijking van hervormingen in Bulgarije op politiek, economisch en juridisch vlak, anderzijds, en de invoering van de factoren die vereist zijn voor samenwerking en het werkelijk nader tot elkaar brengen van de systemen van de Partijen, met name op grond van de conclusies van de CVSE-Conferentie van Bonn,

Verlangende regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen om de associatie te versterken en te voltooien,

Rekening houdende met het feit dat de Gemeenschap bereid is om doorslaggevende steun te verlenen voor de voltooiing van de overgang naar een markteconomie in Bulgarije en bereid is Bulgarije te helpen om de economische en sociale gevolgen van structurele aanpassing op te vangen,

Rekening houdende bovendien met het feit dat de Gemeenschap bereid is tot het instellen van instrumenten voor samenwerking en economische, technische en financiële bijstand op veelomvattende en meerjarige basis,

Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en Bulgarije ten aanzien van de vrijhandel, en met name ten aanzien van de inachtneming van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel,

Gelet op de economische en sociale verschillen tussen de Gemeenschap en Bulgarije en daarbij erkennende dat de doeleinden van deze associatie dienen te worden verwezenlijkt door middel van passende bepalingen in deze Overeenkomst,

Ervan overtuigd zijnde dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun economische betrekkingen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, instrumenten die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering,

Verlangende culturele samenwerking tot stand te brengen en de uitwisseling van informatie te bevorderen,

Erkennende dat het lidmaatschap van de Gemeenschap het einddoel van Bulgarije is en dat deze associatie, naar het oordeel van de Partijen, Bulgarije zal helpen dit doel te verwezenlijken,

Hebben besloten deze Overeenkomst te sluiten en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

het Koninkrijk België:

Robert URBAIN,

Minister van Buitenlandse Handel en Europese Zaken;

het Koninkrijk Denemarken:

Jørgen ØSTRØM MØLLER,

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;

de Bondsrepubliek Duitsland:

Klaus KINKEL,

Bondsminister van Buitenlandse Zaken;

de Helleense Republiek:

Michel PAPACONSTANTINOU,

Minister van Buitenlandse Zaken;

het Koninkrijk Spanje:

Javier SOLANA,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de Franse Republiek:

Elisabeth GUIGOU,

Onderminister van Europese Zaken;

Ierland:

Dick SPRING,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de Italiaanse Republiek:

Valdo SPINI,

Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;

het Groothertogdom Luxemburg:

Jacques POOS,

Minister van Buitenlandse Zaken;

het Koninkrijk der Nederlanden:

P.H. KOOIJMANS,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de Portugese Republiek:

J.M. DURAO BARROSO,

Minister van Buitenlandse Zaken;

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

Douglas HURD,

Minister van Buitenlandse Zaken en van het Gemenebest;

de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal:

Niels HELVEG PETERSEN,

Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk Denemarken, fungerend Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen;

Sir Leon BRITTAN,

Lid van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;

Hans VAN DEN BROEK,

Lid van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;

de Republiek Bulgarije:

Luben BEROV,

Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken;

Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,

Als volgt zijn overeengekomen1:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Er wordt een associatie tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Bulgarije, anderzijds.

  • 2 Deze associatie heeft ten doel:

    • - een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog tussen de Partijen met het oog op de bevordering van nauwe politieke betrekkingen;

    • - geleidelijk een vrijhandelszone tussen de Gemeenschap en Bulgarije tot stand te brengen die in essentie al het handelsverkeer tussen de Partijen omvat;

    • - uitbreiding van de handel en harmonische economische betrekkingen tussen de Partijen te bevorderen en aldus de dynamische economische ontwikkeling en welvaart in Bulgarije te stimuleren;

    • - de grondslag te leggen voor economische, financiële, culturele en sociale samenwerking en voor de bijstand van de Gemeenschap aan Bulgarije;

    • - steun te verlenen voor de inspanningen van Bulgarije om zich economisch te ontwikkelen en de overschakeling naar een markteconomie te voltooien;

    • - een passend kader tot stand te brengen voor de geleidelijke integratie van Bulgarije in de Gemeenschap; daartoe zullen nieuwe voorschriften, beleidslijnen en regelingen worden vastgesteld die in overeenstemming zijn met de marktmechanismen en zal Bulgarije zich inzetten om aan de nodige voorwaarden ter zake te voldoen;

    • - instellingen in het leven te roepen die ervoor kunnen zorgen dat de associatie doelmatig verloopt.

TITEL I. POLITIEKE DIALOOG [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2007]

De Partijen brengen een regelmatige politieke dialoog tot stand, die zal worden ontwikkeld en geïntensiveerd. Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Gemeenschap en Bulgarije nader tot elkaar komen, ondersteunt de politieke en economische veranderingen die in Bulgarije aan de gang zijn en draagt bij tot het tot stand brengen van nieuwe banden van solidariteit en nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog en samenwerking, die op gemeenschappelijke waarden en doelstellingen zijn gegrondvest:

  • - zullen ertoe bijdragen dat Bulgarije gemakkelijker volledig wordt opgenomen in de gemeenschap van democratische naties en geleidelijk nader tot de Gemeenschap komt; de in deze Overeenkomst bedoelde economische toenadering zal leiden tot grotere politieke convergentie;

  • - zullen leiden tot beter onderling begrip en grotere convergentie van standpunten over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor één van de Partijen kunnen hebben;

  • - zullen elke Partij in staat stellen het standpunt en de belangen van de andere Partij in overweging te nemen bij haar eigen besluitvorming;

  • - zullen ertoe bijdragen dat de standpunten van de Partijen over veiligheidsvraagstukken nader tot elkaar komen en dat er meer veiligheid en stabiliteit in heel Europa is.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Het nodige overleg vindt plaats tussen de Voorzitter van de Europese Raad en de Voorzitter van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en de President van de Republiek Bulgarije, anderzijds.

  • 2 Op ministerieel niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van de Associatieraad, die de algemene verantwoordelijkheid draagt voor alle aangelegenheden die de Partijen de Associatieraad voorleggen.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2007]

De Partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen:

  • - vergaderingen op hoog niveau (politieke directeuren) tussen Bulgaarse functionarissen, enerzijds, en het Voorzitterschap van de Raad van de Europese Gemeenschappen en de Commissie van de Europese Gemeenschappen, anderzijds;

  • - het optimaal gebruik maken van alle diplomatieke kanalen tussen de Partijen, met inbegrip van passende bilaterale en multilaterale contacten, bij voorbeeld bij de VN, op CVSE-vergaderingen en in andere multilaterale fora;

  • - het opnemen van Bulgarije in de groep van landen die regelmatig worden geïnformeerd over vraagstukken die zijn behandeld in het kader van de Europese Politieke Samenwerking, en net uitwisselen van informatie met het oog op het verwezenlijken van de in artikel 2 gestelde doeleinden;

  • - alle andere middelen die bijdragen tot het consolideren, ontwikkelen en opvoeren van deze dialoog.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2007]

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het Parlementair Associatiecomité.

TITEL II. ALGEMENE BEGINSELEN [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2007]

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, als vastgelegd in de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Partijen en zijn een essentieel onderdeel van de associatie.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De associatie omvat een overgangsperiode van ten hoogste tien jaar, verdeeld in twee opeenvolgende etappes, die elk in beginsel vijf jaar duren. De eerste etappe gaat in bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.

  • 2 De Associatieraad, die er steeds rekening mee houdt dat de beginselen van de markteconomie van essentieel belang zijn voor deze associatie, onderzoekt regelmatig hoe de Overeenkomst wordt toegepast en welke resultaten Bulgarije heeft bereikt in het proces dat leidt tot een markteconomie op grond van de in de preambule neergelegde beginselen.

  • 3 In de periode van twaalf maanden vóór het verstrijken van de eerste etappe komt de Associatieraad bijeen om te beslissen over de overgang naar de tweede etappe en over eventuele veranderingen in maatregelen betreffende de uitvoering van de bepalingen die gelden voor de tweede etappe. Daarbij wordt rekening gehouden met de resultaten van het in lid 2 bedoelde onderzoek.

  • 4 De twee etappes als bedoeld in lid 1, lid 2 en lid 3, zijn niet van toepassing op titel III.

TITEL III. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Gemeenschap en Bulgarije verbinden zich ertoe in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste tien jaar, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst, geleidelijk een vrijhandelszone in te stellen op grond van deze Overeenkomst en overeenkomstig de bepalingen van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel (GATT).

  • 2 Bij invoer in de Gemeenschap worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur. Bij invoer in Bulgarije worden de goederen ingedeeld overeenkomstig het Bulgaarse douanetarief.

  • 3 Het basisrecht waarop de in de Overeenkomst vastgestelde achtereenvolgende verlagingen worden toegepast is voor elk produkt het recht dat erga omnes daadwerkelijk wordt toegepast op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst.

  • 4 Indien na de inwerkingtreding van de Overeenkomst enige tariefverlaging op erga omnes grondslag wordt toegepast, in het bijzonder de verlagingen die voortvloeien uit de tariefovereenkomst die in het kader van de Uruguay-Ronde van de GATT is gesloten, treden deze verlaagde rechten in de plaats van de in lid 3 bedoelde basisrechten, met ingang van de datum waarop de verlagingen toepassing vinden.

  • 5 De Gemeenschap en Bulgarije delen elkaar hun respectieve basisrechten mede.

HOOFDSTUK I. INDUSTRIEPRODUKTEN [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de produkten van oorsprong uit de Gemeenschap en Bulgarije waarvan de nummers zijn opgenomen in hoofdstukken 25 tot 97 van de gecombineerde nomenclatuur, met uitzondering van de in bijlage I en Protocol nr. 3 genoemde produkten.

  • 2 De bepalingen van de artikelen 10 tot en met 14 zijn niet van toepassing op de in de artikelen 16 en 17 genoemde produkten.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De douanerechten bij invoer die in de Gemeenschap van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit Bulgarije, andere dan die bedoeld in de bijlagen IIa, IIb en III, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst.

  • 2 De douanerechten bij invoer die in de Gemeenschap van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit Bulgarije vermeld in bijlage Ha worden geleidelijk afgeschaft overeenkomstig het hierna volgende tijdschema:

    • - op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt elk recht teruggebracht tot 50 % van het basisrecht;

    • - een jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de resterende rechten afgeschaft.

    De invoerrechten die in de Gemeenschap van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit Bulgarije vermeld in bijlage IIb, worden op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst met 20 % van het basisrecht en één jaar later met nogmaals 20 % van het basisrecht verlaagd. Aan het einde van het tweede jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de rechten geheel afgeschaft.

  • 3 Voor de produkten van oorsprong uit Bulgarije vermeld in bijlage III worden de douanerechten bij invoer geschorst binnen de grenzen van jaarlijkse communautaire tariefcontingenten of -plafonds die geleidelijk worden verhoogd overeenkomstig het bepaalde in de genoemde bijlage, in dier voege dat de op de betrokken produkten rustende douanerechten bij invoer uiterlijk aan het einde van het tweede jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst volledig zijn afgeschaft.

    Terzelfder tijd worden de invoerrechten die van toepassing zijn op de ingevoerde hoeveelheden welke de vorengenoemde contingenten of plafonds overschrijden, met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst jaarlijks met 15 % van het basisrecht verlaagd. Aan het einde van het tweede jaar worden de resterende rechten afgeschaft.

  • 4 De kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Gemeenschap en de maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen worden voor de produkten van oorsprong uit Bulgarije opgeheven op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De douanerechten bij invoer welke in Bulgarije van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage IV worden afgeschaft op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst.

  • 2 De douanerechten bij invoer die in Bulgarije van toepassing zijn op produkten van oorsprong uit de Gemeenschap vermeld in bijlage V worden geleidelijk verlaagd overeenkomstig het hiernavolgende tijdschema:

    • - een jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 80 % van het basisrecht;

    • - drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 40 % van het basisrecht;

    • - vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de resterende rechten afgeschaft.

  • 3 De douanerechten bij invoer welke in Bulgarije van toepassing zijn op de in bijlage VI vermelde produkten van oorsprong uit de Gemeenschap worden geleidelijk verlaagd volgens het onderstaande tijdschema:

    • - drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 80 % van het basisrecht;

    • - vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 60 % van het basisrecht;

    • - zes jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 45 % van het basisrecht;

    • - zeven jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 30 % van het basisrecht;

    • - acht jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 15 % van het basisrecht;

    • - negen jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden de resterende rechten afgeschaft.

    Voor de produkten van de hoofdstukken 50-63 van het Bulgaarse douanetarief zal Bulgarije al deze rechten evenwel acht jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst afschaffen.

  • 4 De kwantitatieve beperkingen bij invoer in Bulgarije van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap en de maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve beperkingen bij invoer worden bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst opgeheven, met uitzondering van de in bijlage VII vermelde maatregelen, die volgens het in deze bijlage bepaalde tijdschema worden opgeheven.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2007]

De bepalingen betreffende de afschaffing van de douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op de douanerechten van fiscale aard.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Gemeenschap verbindt zich ertoe ten aanzien van haar invoer uit Bulgarije alle heffingen van gelijke werking als douanerechten bij invoer op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst af te schaffen.

  • 2 Bulgarije verbindt zich ertoe ten aanzien van zijn invoer uit de Gemeenschap alle heffingen van gelijke werking als douanerechten bij invoer op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst af te schaffen, met uitzondering van de in bijlage VIII vermelde heffingen, die volgens het in deze bijlage opgenomen tijdschema worden afgeschaft.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Gemeenschap en Bulgarije schaffen geleidelijk en uiterlijk tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst in hun onderlinge handelsverkeer alle douanerechten bij uitvoer en heffingen van gelijke werking af.

  • 2 De kwantitatieve beperkingen bij uitvoer naar Bulgarije en alle maatregelen van gelijke werking worden door de Gemeenschap bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft.

  • 3 Bulgarije schaft de kwantitatieve beperkingen bij uitvoer naar de Gemeenschap en alle maatregelen van gelijke werking af bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst, met uitzondering van de kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking bedoeld in bijlage IX, die uiterlijk aan het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst worden afgeschaft.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2007]

Elke Partij verklaart zich bereid haar douanerechten in het handelsverkeer met de andere Partij te verlagen in een sneller tempo dan datgene waarin de artikelen 10 en 11 voorzien, mits haar algemene economische situatie en de situatie in de betrokken sector van de economie zulks toelaten.

De Associatieraad kan daartoe strekkende aanbevelingen doen.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2007]

Protocol nr. 1 bevat de regelingen die op de daarin genoemde textielprodukten van toepassing zijn.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2007]

In Protocol nr. 2 zijn de regelingen neergelegd die van toepassing zijn op produkten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2007]

[Red: Vervallen op grond van het Protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds in verband met de toetreding van de Republiek Finland, de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie (Pb. EG L 112, 29-04-1999, blz. 3 e.v.)]

HOOFDSTUK II. LANDBOUW [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op landbouwprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap en Bulgarije.

  • 2 Met „landbouwprodukten" worden bedoeld de produkten vermeld in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur, de produkten vermeld in bijlage 1 en Protocol nr. 3, met uitzondering van de visserijprodukten zoals deze in Verordening (EEG) nr. 3687/91 zijn omschreven.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2007]

Protocol nr. 3 bevat de handelsregelingen voor de daarin vermelde verwerkte landbouwprodukten.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst heft de Gemeenschap de bij Verordening (EEG) nr. 3420/83 van de Raad gehandhaafde kwantitatieve beperkingen op de invoer van landbouwprodukten van oorsprong uit Bulgarije op, zoals deze op de datum van ondertekening van toepassing zijn.

  • 2 De preferentiële regeling voor de invoer in de Gemeenschap van produkten van oorsprong uit Bulgarije is in bijlage X opgenomen.

  • 3 De preferentiële regeling voor de invoer in de Republiek Bulgarije van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap is in bijlage XI opgenomen.

  • 4 [Red: Vervallen op grond van het Protocol tot aanpassing van de handelsaspecten van de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds in verband met de toetreding van de Republiek Finland, de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie (Pb. EG L 112, 29-04-1999, blz. 3 e.v.)]

  • 5 Rekening houdend met de omvang van hun onderlinge handelsverkeer in landbouwprodukten, de bijzondere gevoeligheid van deze produkten, de regels van het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Gemeenschap en van het landbouwbeleid van Bulgarije, het aandeel van de landbouw in de Bulgaarse economie en de gevolgen van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, onderzoeken de Gemeenschap en Bulgarije in de Associatieraad, produkt per produkt, systematisch en op basis van wederkerigheid, de mogelijkheden die er zijn om elkaar verdere concessies te verlenen.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2007]

Onverminderd de andere bepalingen van deze Overeenkomst, met name artikel 31, plegen de Partijen, indien, wegens de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouwprodukten, de invoer van produkten van oorsprong uit de ene Partij waarvoor de in artikel 21 bedoelde concessies zijn verleend ernstige problemen veroorzaakt op de markt van de andere Partij, onverwijld overleg ten einde een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken Partij de maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

HOOFDSTUK III. VISSERIJ [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2007]

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de visserijprodukten van oorsprong uit de Gemeenschap en Bulgarije waarop Verordening (EEG) nr. 3687/91 van toepassing is.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2007]

De bepalingen van artikel 21, lid 5, zijn van overeenkomstige toepassing op visserijprodukten.

HOOFDSTUK IV. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2007]

Voor zover in dit hoofdstuk of in de Protocollen nrs. 1, 2 of 3 niet anders is bepaald, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel in alle produkten.

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Bulgarije worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking ingesteld, noch worden de rechten of heffingen die reeds van toepassing zijn verhoogd.

  • 2 In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Bulgarije worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe kwantitatieve beperkingen bij invoer of bij uitvoer of maatregelen van gelijke werking ingesteld, noch worden de bestaande beperkingen of maatregelen verscherpt.

  • 3 Onverminderd de overeenkomstig artikel 21 verleende concessies vormen de bepalingen van de leden 1 en 2 van dit artikel in geen enkel opzicht een beletsel voor de tenuitvoerlegging van het landbouwbeleid van Bulgarije en van de Gemeenschap, noch voor het nemen van enige maatregel in het kader van dit beleid.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Beide Partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van intern fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen de produkten van de ene Partij en soortgelijke produkten van oorsprong uit de andere Partij.

  • 2 Voor produkten die naar een der Partijen worden uitgevoerd mogen de terugbetaalde bedragen aan binnenlandse belastingen niet hoger zijn dan de bedragen van de op deze produkten rustende directe of indirecte belastingen.

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze Overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.

  • 2 De Partijen plegen in de Associatieraad overleg over de overeenkomsten tot oprichting van douane-unies of vrijhandelszones en, desgewenst, over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelsbeleid ten aanzien van derde landen. Dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, ten einde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en Bulgarije als omschreven in deze Overeenkomst.

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2007]

Bulgarije mag uitzonderingsmaatregelen van beperkte duur in de vorm van verhoogde douanerechten nemen die afwijken van het bepaalde in de artikelen 11 en 26, lid 1.

Deze maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of van bepaalde sectoren waarin herstructureringen plaatsvinden of die met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale gevolgen hebben.

De douanerechten bij invoer die krachtens deze maatregelen door Bulgarije worden toegepast ten aanzien van produkten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet meer dan 25 % ad valorem bedragen en dienen een preferentie voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in te houden. De totale waarde van de ingevoerde produkten waarop dergelijke maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15% van de totale invoer van industrieprodukten uit de Gemeenschap als omschreven in hoofdstuk I gedurende het laatste jaar waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.

Deze maatregelen gelden voor een periode van ten hoogste vijf jaar, tenzij de Associatieraad de toepassing ervan over een langere periode toestaat. Zij treden uiterlijk bij het verstrijken van de overgangsperiode buiten werking.

Deze maatregelen kunnen voor een bepaald produkt niet worden getroffen indien meer dan drie jaren zijn verstreken sedert de afschaffing van alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen en maatregelen van gelijke werking die op het betrokken produkt van toepassing waren.

Bulgarije stelt de Associatieraad in kennis van alle buitengewone maatregelen die het voornemens is te treffen. Op verzoek van de Gemeenschap vindt in de Associatieraad vooraf overleg plaats over deze maatregelen en de sectoren waarop zij betrekking hebben. Indien Bulgarije dergelijke maatregelen neemt, legt het aan de Associatieraad een tijdschema voor de afschaffing van de overeenkomstig dit artikel ingestelde douanerechten over. Dit tijdschema dient te voorzien in de geleidelijke afschaffing van deze rechten in gelijke jaarlijkse percentages, beginnende uiterlijk twee jaar nadat zij werden ingesteld. De Associatieraad kan een ander tijdschema vaststellen.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2007]

Indien een der Partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere Partij dumping in de zin van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en haar nationale wettelijke regeling ter zake, en overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 34.

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2007]

Indien de invoer van een produkt toeneemt tot hoeveelheden en plaatsvindt onder omstandigheden die:

  • - ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten op het grondgebied van een der Partijen, of

  • - in enige sector van de economie aanleiding geven of kunnen geven tot moeilijkheden die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie in een bepaald gebied, kan de Gemeenschap of Bulgarije, naar gelang van het geval, passende maatregelen nemen overeenkomstig de bepalingen en procedures van artikel 34.

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2007]

Wanneer de naleving van de artikelen 14 en 26:

  • i) ertoe leidt dat goederen wederuitgevoerd worden naar een derde land ten aanzien waarvan de exporterende Partij voor het betrokken produkt kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen van gelijke werking toepast,

    of

  • ii) ernstige tekorten aan produkten die van wezenlijk belang zijn voor de exporterende Partij doet ontstaan of dreigt te doen ontstaan,

en de bovenbedoelde situaties aanleiding geven of vermoedelijk zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende Partij, kan deze Partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 34. Deze maatregelen mogen geen discriminerend karakter hebben en dienen te worden ingetrokken zodra zij niet meer gerechtvaardigd zijn.

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2007]

De Lid-Staten en Bulgarije passen alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de Lid-Staten en van Bulgarije geen discriminatie meer bestaat wat de voorwaarden van de voorziening en de afzet van goederen betreft. De Associatieraad wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Indien de Gemeenschap of Bulgarije de invoer van produkten die de in artikel 31 bedoelde moeilijkheden zouden kunnen geven, aan een administratieve procedure onderwerpen die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de ontwikkeling van de handelsstromen, stelt de betrokken Partij de andere Partij hiervan in kennis.

  • 2 In de in de artikelen 30, 31 en 32 bedoelde gevallen verstrekken de Gemeenschap of Bulgarije, naargelang van het geval, vóór zij de in de genoemde artikelen bedoelde maatregelen nemen of, in de gevallen waarop lid 3, onder d), van toepassing is, zo spoedig mogelijk, de Associatieraad alle ter zake dienende informatie ten einde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

    Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren.

    De vrijwaringsmaatregelen worden onverwijld ter kennis gebracht van de Associatieraad, die hierover periodiek overleg pleegt, meer bepaald met het oog op de vaststelling van een tijdschema voor de afschaffing van deze maatregelen zodra de omstandigheden dit toelaten.

  • 3 Voor de toepassing van lid 2 geldt het hierna volgende:

    • a. de moeilijkheden welke voortvloeien uit de omstandigheden bedoeld in artikel 31 worden voorgelegd aan de Associatieraad die alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een einde te maken aan deze moeilijkheden.

      Indien de Associatieraad of de uitvoerende Partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden of geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden binnen dertig dagen nadat de kwestie aan de Associatieraad is voorgelegd, kan de invoerende Partij passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen, Deze maatregelen mogen niet verder strekken dan hetgeen noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden.

    • b. De Associatieraad wordt van de in artikel 30 bedoelde dumping in kennis gesteld zodra de autoriteiten van de importerende Partij een onderzoek hebben geopend, Indien geen einde is gemaakt aan de dumping of geen andere bevredigende oplossing is gevonden binnen dertig dagen nadat de zaak aan de Associatieraad is voorgelegd, kan de invoerende Partij passende maatregelen nemen.

    • c. De moeilijkheden die voortvloeien uit de in artikel 32 bedoelde omstandigheden worden aan de Associatieraad voorgelegd.

      De Associatieraad kan elke beslissing nemen die nodig is om een einde te maken aan de moeilijkheden. Indien de Associatieraad geen beslissing heeft genomen binnen dertig dagen nadat de zaak hem is voorgelegd, kan de exporterende Partij passende maatregelen nemen ten aanzien van de uitvoer van het betrokken produkt.

    • d. Wanneer uitzonderlijke omstandigheden die tot onmiddellijk optreden nopen, voorafgaande kennisgeving of onderzoek, al naargelang van het geval, onmogelijk maken, kunnen de Gemeenschap of Bulgarije, al naargelang van het geval, in de in de artikelen 30, 31 en 32 bedoelde omstandigheden, onverwijld de tijdelijke vrijwaringsmaatregelen toepassen die strikt noodzakelijk zijn om het probleem op te lossen. De Associatieraad wordt hiervan onmiddellijk in kennis gesteld,

Artikel 35 [Vervallen per 01-01-2007]

In Protocol nr. 4 zijn de regels van oorsprong voor de toepassing van de in deze Overeenkomst vastgestelde tariefpreferenties neergelegd.

Artikel 36 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen die voor uitputting vatbaar zijn, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie of een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen vormen.

Artikel 37 [Vervallen per 01-01-2007]

Protocol nr. 5 bevat de specifieke bepalingen betreffende het handelsverkeer tussen Bulgarije, enerzijds, en Spanje en Portugal, anderzijds.

TITEL IV. HET VERKEER VAN WERKNEMERS, DE VESTIGING, HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN [Vervallen per 01-01-2007]

HOOFDSTUK I. HET VERKEER VAN WERKNEMERS [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 38 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Met inachtneming van de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten:

    • - is de behandeling van werknemers van Bulgaarse nationaliteit die wettig op het grondgebied van een Lid-Staat zijn tewerkgesteld vrij van elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit ten opzichte van de nationale onderdanen wat betreft de arbeidsvoorwaarden, de beloning of het ontslag;

    • - hebben de wettig op het grondgebied van een Lid-Staat verblijvende echtgenoot en kinderen van een wettig op het grondgebied van een Lid-Staat tewerkgestelde werknemer, met uitzondering van seizoenwerknemers en werknemers die onder bilaterale overeenkomsten in de zin van artikel 42 vallen, tenzij in deze overeenkomsten anders is bepaald, gedurende de periode van het toegestane tewerkstellingsverblijf van die werknemer toegang tot de arbeidsmarkt van die Lid-Staat.

  • 2 Bulgarije verleent, met inachtneming van de in dat land geldende voorwaarden en modaliteiten, aan werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat en die wettig op zijn grondgebied zijn tewerkgesteld alsmede aan hun echtgenoot en kinderen die wettig aldaar verblijven, de in lid 1 vermelde behandeling.

Artikel 39 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Met het oog op de coördinatie van de sociale-zekerheidsregelingen voor op het grondgebied van een Lid-Staat wettig tewerkgestelde werknemers van Bulgaarse nationaliteit en hun wettig aldaar verblijvende gezinsleden en met inachtneming van de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten,

    • - worden alle door deze werknemers in de verschillende Lid-Staten vervulde tijdvakken van verzekering, arbeid of wonen bijeengeteld voor pensioenen en renten uit hoofde van ouderdom, invaliditeit en overlijden, en voor de medische verzorging van deze werknemers en gezinsleden;

    • - zijn alle pensioenen of renten uit hoofde van ouderdom, overlijden, een arbeidsongeval of een beroepsziekte dan wel de eruit voortvloeiende invaliditeit, met uitzondering van uitkeringen waarvoor geen premie is betaald, vrij overdraagbaar tegen de krachtens de wetgeving van de debiteuren-Lid-Staat of -Lid-Staten toegepaste koers;

    • - ontvangen bedoelde werknemers gezinsbijslag voor de hiervoor omschreven gezinsleden.

  • 2 Bulgarije kent aan wettig op zijn grondgebied tewerkgestelde werknemers die onderdaan van een Lid-Staat zijn en aan hun wettig aldaar verblijvende gezinsleden een soortgelijke behandeling toe als die welke in het tweede en derde streepje van lid 1 is bepaald.

Artikel 40 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Associatieraad stelt bij besluit de passende bepalingen vast ter uitvoering van de in artikel 39 vermelde doelstelling,

  • 2 De Associatieraad stelt bij besluit gedetailleerde regels vast voor administratieve samenwerking waarbij in de nodige beheer- en controlegaranties wordt voorzien voor de toepassing van de in lid 1 bedoelde bepalingen.

Artikel 41 [Vervallen per 01-01-2007]

De door de Associatieraad overeenkomstig artikel 40 vastgestelde bepalingen doen geen afbreuk aan eventuele rechten of verplichtingen voortvloeiende uit bilaterale overeenkomsten tussen Bulgarije en de Lid-Staten, wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van Bulgaarse onderdanen of onderdanen van de Lid-Staten voorzien.

Artikel 42 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Rekening houdend met de situatie van de arbeidsmarkt in de betrokken Lid-Staat, zijn wetgeving en de regels die er gelden op het gebied van de mobiliteit van werknemers

    • - dienen de bestaande faciliteiten op het gebied van toegang tot tewerkstelling voor Bulgaarse werknemers door de Lid-Staten in het kader van bilaterale overeenkomsten toegekend, behouden te blijven en, zo mogelijk, te worden verbeterd;

    • - dienen de overige Lid-Staten de mogelijkheid van het sluiten van soortgelijke overeenkomsten te overwegen.

  • 2 De Associatieraad onderzoekt de toekenning van andere verbeteringen, zoals bijvoorbeeld toegang tot beroepsopleiding, overeenkomstig de in de Lid-Staten geldende regels en procedures en met inachtneming van de situatie van de arbeidsmarkt in de Lid-Staten en de Gemeenschap.

Artikel 43 [Vervallen per 01-01-2007]

De Associatieraad onderzoekt in de in artikel 7 bedoelde tweede etappe, of eerder indien aldus wordt besloten, verdere mogelijkheden tot verbetering van het verkeer van werknemers, met inachtneming van onder andere de sociale en economische omstandigheden en behoeften in Bulgarije en de situatie van de werkgelegenheid in de Gemeenschap. Hij doet hiertoe aanbevelingen.

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-2007]

Ten einde de herschikking van de arbeidskrachten als gevolg van de economische herstructurering in Bulgarije te vergemakkelijken, verleent de Gemeenschap technische bijstand voor de totstandbrenging van een passende sociale-zekerheidsregeling in Bulgarije, zoals in artikel 89 is uiteengezet.

HOOFDSTUK II. VESTIGING [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 45 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Elke Lid-Staat verleent vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de vestiging van Bulgaarse vennootschappen en onderdanen en voor de exploitatie van op zijn grondgebied gevestigde Bulgaarse vennootschappen en onderdanen een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke aan de eigen vennootschappen en onderdanen wordt verleend, behalve voor wat betreft de in bijlage XVa vermelde gebieden.

  • 2 Bulgarije

    • i) verleent vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke aan de eigen vennootschappen en onderdanen wordt verleend, behalve voor de in de bijlagen XVb en XVc vermelde sectoren en gebieden, waarvoor deze behandeling uiterlijk aan het einde van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode wordt verleend;

    • ii) verleent vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst voor de activiteiten van in Bulgarije gevestigde communautaire vennootschappen en onderdanen een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke aan de eigen vennootschappen en onderdanen wordt verleend.

  • 3 Het bepaalde in lid 2 van dit artikel is niet van toepassing op de in bijlage XVd vermelde gebieden.

  • 4 Bulgarije voert tijdens de in lid 1 bedoelde overgangsperiode geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen op zijn grondgebied discrimineren ten opzichte van de eigen vennootschappen en onderdanen.

  • 5 In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

    • a. „ vestiging ":

      • i) voor onderdanen, het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten anders dan in loondienst, alsmede het recht ondernemingen, met name vennootschappen waarover zij daadwerkelijk zeggenschap hebben op te richten en te beheren. De toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de exploitatie van een handelsonderneming door onderdanen strekt zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere Partij en geeft evenmin recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere Partij. Het bepaalde in dit hoofdstuk is niet van toepassing op degenen die niet uitsluitend zelfstandig zijn;

      • ii) voor vennootschappen, het recht op toegang tot en de uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting en het beheer van dochterondernemingen, filialen en agentschappen;

    • b. „dochteronderneming" van een vennootschap: een vennootschap waarover de eerste vennootschap daadwerkelijk zeggenschap uitoefent;

    • c. „economische activiteiten": met name activiteiten van industriële aard, activiteiten van commerciële aard, activiteiten van het ambacht en activiteiten van de vrije beroepen.

  • 6 De Associatieraad onderzoekt gedurende de in lid 2, punt i), bedoelde overgangsperiode op gezette tijden of de toekenning van nationale behandeling voor de in de bijlagen XVb en XVc vermelde sectoren kan worden bespoedigd en of de toepassingssfeer van lid 2, punt i), van dit artikel kan worden uitgebreid tot de in bijlage XVd vermelde gebieden en aangelegenheden. Deze bijlagen kunnen bij besluit van de Associatieraad worden gewijzigd.

    Na het verstrijken van de in lid 2, punt i), bedoelde overgangsperiode kan de Associatieraad bij uitzondering, op verzoek van Bulgarije, en indien zulks noodzakelijk is, besluiten om de duur van de uitsluiting van bepaalde in de bijlagen XVb en XVc vermelde gebieden of aangelegenheden voor een beperkte periode te verlengen.

Artikel 46 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Met inachtneming van het bepaalde in artikel 45 en uitgezonderd de in bijlage XVb beschreven financiële diensten kan elke Partij de vestiging en activiteiten van vennootschappen en onderdanen op haar grondgebied regelen, voor zover deze regelingen vennootschappen en onderdanen van de andere Partij niet discrimineren ten opzichte van de eigen vennootschappen en onderdanen.

  • 2 Met betrekking tot de in bijlage XVb omschreven financiële diensten doet deze Overeenkomst geen afbreuk aan het recht van Partijen om de maatregelen te treffen die nodig zijn voor het door een Partij gevoerde monetaire beleid, of die op beleidsgronden nodig zijn ter bescherming van investeerders, depositohouders, verzekeringsnemers of diegenen jegens wie een fiduciaire verplichting is aangegaan of ter verzekering van de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem. Deze maatregelen mogen de vennootschappen en onderdanen van de andere Partij niet op grond van hun nationaliteit discrimineren ten opzichte van de eigen vennootschappen en onderdanen.

Artikel 47 [Vervallen per 01-01-2007]

Ten einde de toegang tot en de uitoefening van gereguleerde activiteiten van de vrije beroepen in respectievelijk Bulgarije en de Gemeenschap voor communautaire en Bulgaarse onderdanen te vergemakkelijken, onderzoekt de Associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma's. Hij kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel 48 [Vervallen per 01-01-2007]

Het bepaalde in artikel 46 vormt geen beletsel voor de toepassing door een Partij met betrekking tot de vestiging en exploitatie op haar grondgebied van filialen en agentschappen van vennootschappen van een andere Partij die niet op het grondgebied van de eerste Partij als rechtspersoon zijn opgericht, van bijzondere regels die op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en agentschappen en filialen en agentschappen van vennootschappen die op het grondgebied van de eerste Partij als rechtspersoon zijn opgericht of, voor wat financiële diensten betreft, om beleidsredenen gerechtvaardigd zijn. Het verschil in behandeling blijft beperkt tot hetgeen als gevolg van dergelijke juridische of technische verschillen strikt noodzakelijk is of, voor wat de in bijlage XVb beschreven financiële diensten betreft, tot hetgeen om beleidsredenen noodzakelijk is.

Artikel 49 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 In de zin van deze Overeenkomst wordt respectievelijk onder een „communautaire vennootschap" en een „Bulgaarse vennootschap" verstaan een vennootschap die in overeenstemming met de wetgeving van respectievelijk een Lid-Staat of Bulgarije is opgericht en die haar statutaire zetel, haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Bulgarije heeft. Indien de in overeenstemming met de wetgeving van respectievelijk een Lid-Staat of Bulgarije opgerichte vennootschap enkel haar statutaire zetel op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Bulgarije heeft, dan moet er een reële en voortdurende band tussen haar activiteiten en de economie van een van de Lid-Staten respectievelijk Bulgarije bestaan.

  • 2 Wat het internationale zeevervoer betreft, komen eveneens in aanmerking voor het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk III van deze titel de onderdanen of scheepvaartmaatschappijen van respectievelijk de Lid-Staten of Bulgarije die buiten respectievelijk de Gemeenschap of Bulgarije zijn gevestigd en waarover respectievelijk onderdanen van een Lid-Staat of Bulgaarse onderdanen zeggenschap hebben, indien hun schepen in respectievelijk die Lid-Staat of Bulgarije in overeenstemming met de respectieve wetgevingen zijn ingeschreven.

  • 3 In de zin van deze Overeenkomst wordt respectievelijk onder een communautair onderdaan en een Bulgaars onderdaan verstaan een natuurlijke persoon die onderdaan is van respectievelijk een van de Lid-Staten of Bulgarije.

  • 4 De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de toepassing door elke Partij van alle maatregelen die nodig zijn ter voorkoming van ontduiking van de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van de toegang van derde landen tot haar markt via de bepalingen van deze Overeenkomst.

Artikel 50 [Vervallen per 01-01-2007]

In de zin van deze Overeenkomst wordt onder „financiële diensten" verstaan de in bijlage XVb omschreven activiteiten. De Associatieraad kan de werkingssfeer van deze bijlage uitbreiden of wijzigen.

Artikel 51 [Vervallen per 01-01-2007]

Bulgarije kan tijdens de eerste vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, of voor de in de bijlagen XVb en XVc vermelde sectoren tijdens de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode, ten aanzien van de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen maatregelen invoeren die van de bepalingen van dit hoofdstuk afwijken, indien bepaalde industrieën:

  • - worden geherstructureerd, of

  • - in grote moeilijkheden verkeren, met name wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale problemen in Bulgarije tot gevolg hebben, of

  • - geconfronteerd worden met de uitschakeling van Bulgaarse vennootschappen of onderdanen in een bepaalde sector of bedrijfstak in Bulgarije dan wel met een forse daling van hun totale marktaandeel, of

  • - voor Bulgarije nieuwe industrieën zijn.

Deze maatregelen:

  • i) vervallen uiterlijk twee jaar na het verstrijken van het vijfde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, en

  • ii) zijn redelijk en afgestemd op het oplossen van de situatie, en

  • iii) hebben slechts betrekking op na de inwerkingtreding van deze maatregelen in Bulgarije op te richten ondernemingen en mogen geen discriminatie betekenen voor de activiteiten van ten tijde van de invoering van een bepaalde maatregel reeds in Bulgarije gevestigde communautaire vennootschappen of onderdanen ten opzichte van Bulgaarse vennootschappen of onderdanen.

De Associatieraad kan bij uitzondering, op verzoek van Bulgarije, en indien de noodzaak zich voordoet, besluiten de onder i) bedoelde periode voor een bepaalde sector gedurende een beperkte termijn, die de duur van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode niet overschrijdt, te verlengen.

Bij het ontwerpen en toepassen van deze maatregelen verleent Bulgarije, wanneer zulks mogelijk is, een voorkeursbehandeling aan communautaire vennootschappen en onderdanen, en in geen geval een behandeling die minder gunstig is dan die welke aan vennootschappen of onderdanen uit een derde land wordt verleend.

Bulgarije raadpleegt de Associatieraad vóór de invoering van deze maatregelen en legt deze pas ten uitvoer nadat één maand is verstreken na de kennisgeving aan de Associatieraad van de concrete maatregelen die het invoert, tenzij de dreiging van onherstelbare schade het treffen van urgente maatregelen vereist, in welk geval Bulgarije de Associatieraad onmiddellijk na de invoering hiervan raadpleegt.

Bij het verstrijken van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, of voor de in de bijlagen XVb en XVc vermelde sectoren bij het verstrijken van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode, kan Bulgarije deze maatregelen slechts met toestemming van de Associatieraad en op de door de Associatieraad vastgestelde voorwaarden invoeren.

Artikel 52 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op diensten in het kader van het luchtverkeer, het vervoer over de binnenwateren en cabotage in het zeevervoer.

  • 2 De Associatieraad kan aanbevelingen doen voor verbetering van de vestiging en het uitoefenen van activiteiten op de in lid 1 vermelde gebieden.

Artikel 53 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 In afwijking van de bepalingen van hoofdstuk I van deze titel hebben de begunstigden van de respectievelijk door Bulgarije en de Gemeenschap toegekende rechten van vestiging, recht op indienstneming, door henzelf of door één van hun dochterondernemingen op het grondgebied van respectievelijk Bulgarije en de Gemeenschap, in overeenstemming met de in het gastland van vestiging geldende wetgeving, van werknemers die onderdaan zijn van respectievelijk Lid-Staten van de Gemeenschap en Bulgarije, mits deze werknemers personeel met een sleutelpositie zijn, zoals in lid 2 omschreven, en zij uitsluitend door dergelijke begunstigden of hun dochterondernemingen worden tewerkgesteld. De verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers dekken slechts het tijdvak van die tewerkstelling.

  • 2 Personeel met een sleutelpositie van de begunstigden van de rechten van vestiging, hierna „organisatie" genoemd, zijn:

    • a. leden van het hoger kader van een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de organisatie, onder het algemeen toezicht en de leiding hoofdzakelijk van de raad van bestuur of de aandeelhouders van het bedrijf; hun taken omvatten:

      • - de leiding van de organisatie of een afdeling of onderafdeling daarvan;

      • - toezicht en controle op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers;

      • - het op grond van hun bevoegdheid persoonlijk mensen in dienst nemen en ontslaan of aanbevelingen doen tot het in dienst nemen, ontslaan of uitvoeren van andere op het personeel betrekking hebbende maatregelen;

    • b. door een organisatie tewerkgestelde personen die in het bezit zijn van hoge of ongewone:

      • - kwalificaties voor een soort werkzaamheden of een vak dat specifieke technische kennis vereist;

      • - kennis die van essentieel belang is voor de dienstverlening, de onderzoeksuitrusting, de technieken of het management van de organisatie.

    Deze personen kunnen leden zijn van de erkende beroepen, maar dit behoeft niet het geval te zijn.

    Elk van deze werknemers moet vóór de detachering door de organisatie sinds ten minste één jaar bij de betrokken organisatie in dienst zijn.

Artikel 54 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De bepalingen van dit hoofdstuk worden toegepast onder voorbehoud van de beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.

  • 2 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van elke Partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden.

Artikel 55 [Vervallen per 01-01-2007]

Vennootschappen die gezamenlijk door Bulgaarse vennootschappen of onderdanen en communautaire vennootschappen of onderdanen worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van dit hoofdstuk en hoofdstuk III van deze titel.

HOOFDSTUK III. DIENSTENVERKEER TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN BULGARIJE [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 56 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen verbinden zich overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk ertoe de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het verrichten van diensten mogelijk te maken door communautaire vennootschappen of onderdanen of vennootschappen of onderdanen van Bulgarije die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere Partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht, rekening houdend met de ontwikkeling van de dienstverlenende sectoren op het grondgebied van de Partijen.

  • 2 Naarmate de in lid 1 bedoelde liberalisering tot stand komt en behoudens het bepaalde in artikel 59, lid 1, staan de Partijen de tijdelijke verplaatsing toe van natuurlijke personen die de dienst verrichten of die als werknemer voor de dienstverrichter een sleutelpositie vervullen zoals omschreven in artikel 53, lid 2, met inbegrip van de natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een communautaire vennootschap of onderdaan of van een vennootschap of onderdaan van Bulgarije en tijdelijke toegang wensen te krijgen voor onderhandelingen over de verkoop van diensten of voor het aangaan van overeenkomsten over de verkoop van diensten namens de dienstverrichter, voor zover deze vertegenwoordigers niet zelf betrokken zijn bij de directe verkoop aan het publiek of bij de eigenlijke dienstverrichting.

  • 3 De Associatieraad neemt de maatregelen die nodig zijn om geleidelijk uitvoering te geven aan lid 1.

Artikel 57 [Vervallen per 01-01-2007]

Met betrekking tot de vervoerdiensten tussen de Gemeenschap en Bulgarije komen de volgende bepalingen in de plaats van het bepaalde in artikel 56:

  • 1 ten aanzien van het internationaal maritiem vervoer verbinden de Partijen zich tot het daadwerkelijk toepassen van het beginsel van onbeperkte toegang tot de markt en het vervoer op commerciële basis.

    • a. Bovenstaande bepaling doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen in het kader van de Gedragscode van de Verenigde Naties voor Lijnvaartconferences zoals deze door de ene of de andere Partij bij deze Overeenkomst wordt toegepast.

      De niet bij conferences aangesloten lijnvaartmaatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden.

    • b. De Partijen bevestigen dat zij de vrije concurrentie beschouwen als een fundamentele noodzaak voor het vervoer van droge en vloeibare bulkgoederen;

  • 2 de Partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van punt 1.:

    • a. geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere Partij bij deze Overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het vervoer van en naar het betrokken land deel te nemen;

    • b. het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen niet toe te staan;

    • c. bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer;

  • 3 met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en een geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de Partijen in overeenstemming met hun respectieve commerciële behoeften, zullen de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot eikaars markten voor het luchtvervoer en het overlandvervoer worden vastgesteld in bijzondere vervoerovereenkomsten, waarover tussen de Partijen na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zal worden onderhandeld;

  • 4 de Partijen nemen vóór het sluiten van de in punt 3. bedoelde overeenkomsten geen maatregelen welke een meer beperkende of discriminerende situatie tot gevolg hebben dan de situatie op de dag welke voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst;

  • 5 tijdens de overgangsperiode past Bulgarije zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, geleidelijk aan de op dat ogenblik op het gebied van het luchtvervoer en het overlandvervoer bestaande communautaire wetgeving aan, voor zover deze gericht is op de liberalisering en op de wederzijdse toegang tot de markten van de Partijen, en het verkeer van reizigers en van goederen vergemakkelijkt;

  • 6 de Associatieraad onderzoekt in het licht van de gezamenlijke vooruitgang die is geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, de wijze waarop de noodzakelijke voorwaarden tot stand kunnen worden gebracht voor het verbeteren van de vrijheid van dienstverrichting in het luchtvervoer en het overlandvervoer.

Artikel 58 [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 54 is van toepassing op de door dit hoofdstuk bestreken materie.

HOOFDSTUK IV. ALGEMENE BEPALINGEN [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 59 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Voor de toepassing van titel IV belet geen enkele bepaling van de Overeenkomst de Partijen hun wetten en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende toelating en verblijf, tewerkstelling, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een Partij uit een specifieke bepaling van de Overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet worden gedaan of beperkt. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 54.

  • 2 De hoofdstukken II, III en IV van titel IV worden aangepast bij besluit van de Associatieraad in het licht van de resultaten van de onderhandelingen betreffende dienstverrichting die plaatshebben in het kader van de Uruguay-Ronde en inzonderheid teneinde ervoor te zorgen dat bij de toepassing van om het even welke bepaling van deze Overeenkomst een Partij de andere Partij geen minder gunstige behandeling toekent dan die welke op grond van een toekomstige GATS-Overeenkomst wordt toegekend.

    In afwachting van de toetreding van Bulgarije tot een toekomstige GATS-Overeenkomst en onverminderd de besluiten van de Associatieraad:

    • i) verleent de Gemeenschap aan Bulgaarse vennootschappen en onderdanen een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke krachtens de bepalingen van een toekomstige GATS-Overeenkomst aan vennootschappen en onderdanen van andere partijen bij die Overeenkomst wordt verleend,

    • ii) verleent Bulgarije aan communautaire vennootschappen en onderdanen een behandeling die niet minder gunstig is dan die welke door Bulgarije aan vennootschappen en onderdanen uit derde landen wordt verleend.

  • 3 Het niet in aanmerking komen van overeenkomstig hoofdstuk II van titel IV in Bulgarije gevestigde communautaire vennootschappen en onderdanen voor door Bulgarije verstrekte overheidssteun voor met het openbaar onderwijs en de gezondheidszorg verband houdende diensten en voor sociale en culturele dienstverlening, wordt voor de duur van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode beschouwd als verenigbaar met de bepalingen van titel IV en met de concurrentieregels bedoeld in titel V.

TITEL V. BETALINGEN, KAPITAAL, CONCURRENTIE EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN, ONDERLINGE AANPASSING VAN WETTEN [Vervallen per 01-01-2007]

HOOFDSTUK I. BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 60 [Vervallen per 01-01-2007]

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betaalverrichtingen op de lopende rekening van de betalingsbalans in vrije convertibele valuta voor zover de aan de betalingen ten grondslag liggende transacties betrekking hebben op krachtens deze Overeenkomst geliberaliseerd verkeer van goederen, diensten of personen tussen de Partijen,

Artikel 61 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans garanderen vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst zowel de Lid-Staten als Bulgarije het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in vennootschappen welke in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel IV, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan. In afwijking van bovenstaande bepaling worden bedoelde vrije verrichtingen, liquidatie en repatriëring gegarandeerd tegen het einde van de in artikel 7 bedoelde eerste fase voor alle investeringen welke verband houden met de vestiging van onderdanen van de Gemeenschap welke zich in Bulgarije als zelfstandigen vestigen overeenkomstig hoofdstuk II van titel IV.

  • 2 Onverminderd lid 1 stellen de Lid-Staten met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst en Bulgarije vanaf het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, geen nieuwe beperkingen in op de valutatransacties in het kader van het kapitaalverkeer en de daarmee verband houdende betalingsverrichtingen tussen inwoners van de Gemeenschap en van Bulgarije, en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere restricties aan.

  • 3 De bepalingen van de leden 1 en 2 beletten Bulgarije niet beperkingen in te stellen op investeringen in het buitenland door Bulgaarse onderdanen en vennootschappen. Dit doet geen afbreuk aan de liquidatie of repatriëring van investeringen in Bulgarije of de opbrengsten van deze investeringen.

  • 4 De Partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Bulgarije gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst.

Artikel 62 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Gedurende de vijfjaren volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst nemen de Partijen maatregelen met het oog op de totstandbrenging van de voorwaarden welke nodig zijn voor de verdere geleidelijke toepassing van de communautaire voorschriften op het vrije verkeer van kapitaal.

  • 2 Tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van de Overeenkomst gaat de Associatieraad na op welke wijze de communautaire voorschriften met betrekking tot het kapitaalverkeer volledig kunnen worden toegepast.

Artikel 63 [Vervallen per 01-01-2007]

In het kader van dit hoofdstuk en in afwijking van artikel 65 kan Bulgarije, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de munteenheid van Bulgarije in de zin van artikel VIII van het Internationaal Monetair Fonds, in uitzonderlijke omstandigheden deviezenbeperkingen in verband met het verlenen of opnemen van krediet op korte en middellange termijn toepassen voor zover deze beperkingen aan Bulgarije voor het verlenen van dergelijke kredieten worden opgelegd en op grond van de IMF-status van Bulgarije zijn toegestaan.

Bulgarije past deze beperkingen op een niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen zodanig te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. Bulgarije doet aan de Associatieraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.

HOOFDSTUK II. BEPALINGEN BETREFFENDE DE MEDEDINGING EN ANDERE ECONOMISCHE BEPALINGEN [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 64 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst voor zover de handel tussen de Gemeenschap en Bulgarije daardoor ongunstig kan worden beïnvloed zijn:

    • i) alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;

    • ii) misbruik van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het grondgebied van de Gemeenschap of van Bulgarije, of op een wezenlijk deel daarvan;

    • iii) alle overheidssteun die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde produkties vervalst of dreigt te vervalsen.

  • 2 Alle handelwijzen die met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld op grond van de criteria welke voortvloeien uit de toepassing van de voorschriften van de artikelen 85, 86 en 92 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.

  • 3 De Associatieraad stelt binnen een termijn van drie jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst de nodige voorschriften voor de tenuitvoerlegging van de leden 1 en 2 vast,

  • 4

    • a. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, iii), komen de Partijen overeen dat tijdens de eerste vijfjaren na de inwerkingtreding van de Overeenkomst alle door Bulgarije toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat Bulgarije wordt beschouwd als een regio gelijk aan de in artikel 92, lid 3, onder a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap. De Associatieraad besluit, met inachtneming van de economische situatie in Bulgarije, of die periode met verdere termijnen van vijf jaar dient te worden verlengd.

    • b. Elke Partij garandeert doorzichtigheid ten aanzien van de overheidssteun, met name door ieder jaar aan de andere Partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Op verzoek van de ene Partij verstrekt de andere Partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid.

  • 5 Met betrekking tot de produkten vermeld in de hoofdstukken II en III van titel III:

    • - is het bepaalde in lid 1, iii), niet van toepassing;

    • - dienen alle handelwijzen die in strijd zijn met lid 1, i), te worden beoordeeld aan de hand van de criteria die door de Gemeenschap zijn vastgesteld op grond van de artikelen 42 en 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en in het bijzonder bij Verordening nr. 26/1962 van de Raad.

  • 6 Indien de Gemeenschap of Bulgarije van mening zijn dat een bepaalde handelwijze onverenigbaar is met lid 1 en:

    • - deze met de in lid 3 bedoelde uitvoeringsbepalingen niet afdoende kan worden tegengegaan, of dat

    • - bij ontstentenis van dergelijke bepalingen, de handelwijze de belangen van de andere Partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar binnenlandse industrie, met inbegrip van de dienstensector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen,

    kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg in het kader van de Associatieraad of na een termijn van dertig werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.

    Met betrekking tot handelwijzen welke onverenigbaar zijn met lid 1, iii), kunnen, indien de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel erop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld in overeenstemming met de procedures en voorwaarden bepaald in de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en andere in het kader daarvan tot stand gekomen instrumenten die tussen de Partijen van toepassing zijn.

  • 7 Niettegenstaande eventueel daarmee strijdige bepalingen die overeenkomstig lid 3 zijn vastgesteld, wisselen de Partijen informatie uit met inachtneming van de beperkingen welke voortvloeien uit het beroeps- of zakengeheim.

  • 8 Dit artikel is niet van toepassing op de in Protocol nr. 2 vermelde produkten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen.

Artikel 65 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen vermijden zoveel mogelijk het opleggen om redenen verband houdende met de betalingsbalans van beperkende maatregelen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer. Indien dergelijke maatregelen worden genomen, verstrekt de Partij die ze heeft genomen de andere Partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing ervan.

  • 2 Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of van Bulgarije ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor onmiddellijk gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of Bulgarije, al naargelang van het geval, in overeenstemming met de in de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer. Deze maatregelen zijn van beperkte duur en mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. De Gemeenschap of Bulgarije, al naargelang van het geval, stelt de andere Partij daarvan onverwijld in kennis.

  • 3 De beperkende maatregelen mogen geen betrekking hebben op overmakingen in verband met investeringen, inzonderheid de repatriëring van geïnvesteerde of geherinvesteerde bedragen en om het even welke daaruit voortvloeiende inkomsten.

Artikel 66 [Vervallen per 01-01-2007]

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet de Associatieraad erop toe dat vanaf het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en met name van artikel 90, en de beginselen van het slotdocument van de in april 1990 te Bonn bijeengekomen Conferentie over Europese Veiligheid en Samenwerking, en met name de vrije besluitvorming van de ondernemers, worden nageleefd.

Artikel 67 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Bulgarije ziet verder toe op de verbetering van de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, ten einde tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst te kunnen voorzien in een bescherming overeenkomend met die welke bestaat in de Gemeenschap, met inbegrip van vergelijkbare middelen om deze rechten af te dwingen,

  • 2 Binnen hetzelfde tijdvak zal Bulgarije een aanvraag indienen om toe te treden tot het Verdrag van München inzake de verlening van Europese octrooien van 5 oktober 1973, en toetreden tot de andere multilaterale overeenkomsten betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten bedoeld in bijlage XVI waarbij de Lid-Staten partij zijn of welke de facto door Lid-Staten worden toegepast.

Artikel 68 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen beschouwen de toegang tot overheidsopdrachten op basis van de beginselen van non-discriminatie en wederkerigheid, inzonderheid in de context van de GATT, als een na te streven doelstelling.

  • 2 De Bulgaarse vennootschappen in de zin van artikel 49 krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures in de Gemeenschap overeenkomstig de in de Gemeenschap geldende regelingen, waarbij zij niet minder gunstig mogen worden behandeld dan communautaire vennootschappen.

    Communautaire vennootschappen in de zin van artikel 49 krijgen uiterlijk aan het einde van de overgangsperiode vermeld in artikel 7 toegang tot aanbestedingsprocedures in Bulgarije, waarbij zij niet minder gunstig mogen worden behandeld dan Bulgaarse vennootschappen. Communautaire vennootschappen die overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van titel IV in Bulgarije zijn gevestigd in de vorm van dochterondernemingen in de zin van artikel 45 of in de bij artikel 55 bedoelde vormen, krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures, waarbij zij niet minder gunstig worden behandeld dan Bulgaarse vennootschappen. Communautaire vennootschappen die in Bulgarije gevestigd zijn in de vorm van bijkantoren en agentschappen in de zin van artikel 45 krijgen deze behandeling uiterlijk tegen het einde van de in artikel 7 bedoelde overgangsperiode.

    De Associatieraad onderzoekt op gezette tijden de mogelijkheid voor Bulgarije om alle communautaire vennootschappen vóór het einde van de overgangsperiode toegang te verlenen tot aanbestedingsprocedures in Bulgarije.

  • 3 De artikelen 38 tot en met 59 zijn van toepassing op de vestiging, de activiteiten en de dienstverrichtingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije alsmede de tewerkstelling en het verkeer van werknemers in verband met de uitvoering van overheidsopdrachten.

HOOFDSTUK III. HARMONISATIE VAN WETGEVING [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 69 [Vervallen per 01-01-2007]

De Partijen erkennen dat een voorname voorwaarde voor de economische integratie van Bulgarije in de Gemeenschap de harmonisatie van de bestaande en toekomstige wetgeving van dat land met die van de Gemeenschap is. Bulgarije doet het nodige om ervoor te zorgen dat zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met die van de Gemeenschap wordt gebracht.

Artikel 70 [Vervallen per 01-01-2007]

De harmonisatie van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen: douane, vennootschapsrecht, bankwezen, vennootschapsboekhouding en -belasting, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, financiële diensten, concurrentieregels, bescherming van de gezondheid en het leven van mensen, dieren en planten, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wetgeving en reglementering op nucleair gebied, vervoer en milieu.

Artikel 71 [Vervallen per 01-01-2007]

De Gemeenschap verstrekt Bulgarije technische bijstand bij de uitvoering van deze maatregelen, onder meer door:

  • - uitwisseling van deskundigen,

  • - verstrekking van tijdige informatie, vooral over relevante wetgeving,

  • - organisatie van seminars,

  • - opleidingsactiviteiten,

  • - steun voor de vertaling van communautaire wetgeving in de betrokken sectoren.

TITEL VI. ECONOMISCHE SAMENWERKING [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 72 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Gemeenschap en Bulgarije brengen een samenwerking tot stand dit erop gericht is de ontwikkeling en het groeipotentieel van Bulgarije te bevorderen. Die samenwerking versterkt de bestaande economische banden op een zo breed mogelijke basis, zulks ten voordele van beide Partijen.

  • 2 Er zullen beleidsmaatregelen en andere maatregelen worden ontworpen voor de totstandbrenging van de economische en sociale ontwikkeling van Bulgarije waarbij rekening wordt gehouden met het beginsel van duurzame ontwikkeling. Deze maatregelen houden in dat vanaf het begin ook de milieu-aspecten volledig in het beleid worden geïntegreerd en worden gebonden aan de eisen van harmonische sociale ontwikkeling.

  • 3 Met het oog hierop zou de samenwerking in het bijzonder moeten worden gericht op het beleid en de maatregelen ter zake van de industrie, met inbegrip van de investeringen, de landbouw, de agro-industriële sector, de energie, het vervoer, de telecommunicatie, de regionale ontwikkeling en het toerisme.

  • 4 Er wordt speciale aandacht besteed aan maatregelen ter bevordering van de samenwerking tussen de landen van Centraal- en Oost-Europa met het oog op een harmonische ontwikkeling van de regio.

Artikel 73. Industriële samenwerking [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Bij de samenwerking wordt in het bijzonder de bevordering nagestreefd van:

    • - industriële samenwerking tussen het bedrijfsleven in de Gemeenschap en in Bulgarije, in het bijzonder om de particuliere sector te versterken;

    • - deelneming van de Gemeenschap aan de inspanningen van Bulgarije om zowel in de openbare als in de particuliere sector zijn industrie te moderniseren en te herstructureren met het oog op de overgang van een centraal geleide planeconomie naar een markteconomie op zodanige wijze dat de nodige zorg voor het milieu wordt gedragen;

    • - herstructurering van de afzonderlijke sectoren; in deze context zal de Associatieraad in het bijzonder de vraagstukken bestuderen die verband houden met de sector kolen en staal en de omschakeling van de defensie-industrie;

    • - vestiging van nieuwe ondernemingen op terreinen met een groeipotentieel, vooral in de branches lichte industrie, consumentengoederen en marktdiensten;

    • - overdracht van technologie en know-how.

  • 2 Bij de initiatieven voor industriële samenwerking wordt rekening gehouden met de door Bulgarije vastgelegde prioriteiten. Daarbij wordt in het bijzonder gestreefd naar het uitwerken van een passend kader waarbinnen de ondernemingen kunnen functioneren, het verbeteren van de management know-how en het bevorderen van de doorzichtigheid van afzetmogelijkheden en voorwaarden voor ondernemingen; waar nodig zal technische bijstand worden verleend.

Artikel 74. Bevordering en bescherming van investeringen [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De samenwerking is gericht op de instandhouding, en indien nodig de verbetering, van een wettelijk kader alsmede gunstige omstandigheden voor en bescherming van binnen- en buitenlandse particuliere investeringen, die van essentieel belang zijn voor de economische en industriële wederopbouw van Bulgarije. De samenwerking wordt eveneens gericht op de aanmoediging en de bevordering van buitenlandse investeringen en privatisering in Bulgarije.

  • 2 De samenwerking is in het bijzonder gericht op:

    • - waar nodig, het sluiten door de Lid-Staten en Bulgarije van overeenkomsten voor de bevordering en bescherming van investeringen;

    • - waar nodig, het sluiten van overeenkomsten tussen de Lid-Staten en Bulgarije ter vermijding van dubbele belasting;

    • - de tenuitvoerlegging van de nodige akkoorden voor kapitaalovermakingen;

    • - verdere deregulering en verbetering van de economische infrastructuur;

    • - uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden in de vorm van handelsbeurzen, tentoonstellingen, handelsweken en andere manifestaties;

    • - uitwisseling van informatie over wetgeving, reglementering en administratieve praktijken op het gebied van investeringen.

  • 3 Bulgarije zal de voorschriften inzake Trade Related Aspects of Investment Measures (TRIMs) naleven zodra deze in het kader van de GATT zijn vastgesteld.

Artikel 75. Agrarische en industriële normen en conformiteitsbeoordeling [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen werken samen ten einde de verschillen op het gebied van standaardisering en conformiteitsbeoordeling te verkleinen.

  • 2 Daartoe streeft de samenwerking het volgende na:

    • - de bevordering van het gebruik van communautaire technische voorschriften en Europese normen en procedures voor de conformiteitsbeoordeling;

    • - waar nodig, het sluiten van overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op deze gebieden;

    • - de bevordering van actieve en regelmatige deelneming van Bulgarije aan de werkzaamheden van gespecialiseerde organisaties (CEN, CENELEC, ETSI, EOTC);

    • - de ondersteuning van Bulgarije in het kader van de Europese programma's voor meet- en testmethoden;

    • - de aanmoediging van de uitwisseling van technologische en methodologische informatie op de gebieden kwaliteitscontrole en produktiemethoden.

  • 3 De Gemeenschap zal Bulgarije waar nodig technische bijstand verlenen.

Artikel 76. Samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling. Zij besteden daarbij bijzondere aandacht aan de volgende aspecten:

    • - uitwisseling van informatie over eikaars beleid en activiteiten op wetenschappelijk en technologisch gebied;

    • - organisatie van gezamenlijke wetenschappelijke bijeenkomsten (seminars en werkcolleges);

    • - gezamenlijke O & O-activiteiten om de wetenschappelijke vooruitgang en de overdracht van technologie en know-how aan te moedigen;

    • - opleidingsactiviteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit, ten behoeve van onderzoekers en specialisten aan beide zijden;

    • - het creëren van een milieu dat bevorderlijk is voor onderzoek, de toepassing van nieuwe technologieën en een passende bescherming van de intellectuele eigendom die het resultaat van het onderzoek is;

    • - deelneming van Bulgarije aan communautaire programma's overeenkomstig lid 3.

    Waar nodig wordt technische bijstand verleend.

  • 2 De Associatieraad stelt de passende procedures voor het ontwikkelen van de samenwerking vast,

  • 3 De samenwerking die valt onder het kaderprogramma van de Gemeenschap op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling wordt ten uitvoer gelegd via afzonderlijke akkoorden waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen overeenkomstig de wettelijke procedures van de respectieve partijen.

Artikel 77. Onderwijs en opleiding [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De samenwerking is gericht op een harmonische ontwikkeling van het mensenmateriaal en het optrekken van het peil van het algemeen onderwijs en de beroepskwalificaties in Bulgarije, zowel in de openbare als in de particuliere sector, rekening houdend met de prioriteiten van Bulgarije. Er zullen institutionele raamwerken en plannen voor samenwerking worden opgezet (gebaseerd op de Europese Stichting voor Opleiding, na de oprichting daarvan, en het TEMPUS-Programma). In dit verband zal ook de deelneming van Bulgarije aan andere communautaire programma's worden onderzocht.

  • 2 De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende terreinen:

    • - hervorming van het onderwijs- en opleidingsstelsel in Bulgarije;

    • - beginopleiding, scholing binnen de diensten en herscholing, met inbegrip van de opleiding van leidinggevend personeel in de openbare en de particuliere sector, alsook van hogere ambtenaren, met name op vast te stellen prioritaire terreinen;

    • - samenwerking tussen universiteiten, samenwerking tussen universiteiten en ondernemingen en mobiliteit voor leraren, studenten, administrateurs en jongeren;

    • - bevordering van het onderwijs op het gebied van Europese studies in de relevante instellingen;

    • - wederzijdse erkenning van studieperioden en diploma's;

    • - het aanleren van communautaire talen en het Bulgaars;

    • - de opleiding van vertalers en tolken en de aanmoediging van het gebruik van communautaire linguïstische normen en terminologie.

Artikel 78. De landbouw en de agro-industriële sector [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De samenwerking op dit terrein is gericht op de modernisering, herstructurering en privatisering van de landbouw en de agro-industriële sector in Bulgarije. Zij beoogt met name:

    • - de ontwikkeling van particuliere landbouwbedrijven en distributiekanalen, opslagmethoden, afzetsystemen, management, enz.;

    • - de modernisering van de plattelandsinfrastructuur (vervoer, watervoorziening, telecommunicaties);

    • - de verbetering van de ruimtelijke ordening, met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;

    • - de verbetering van de produktiviteit en de kwaliteit door het gebruik van passende methoden en produkten, het verstrekken van opleiding en toezicht bij het gebruik van methoden voor bestrijding van de verontreiniging veroorzaakt door landbouwinputs;

    • - de herstructurering, ontwikkeling en modernisering van verwerkende bedrijven en hun afzetmethodes;

    • - de bevordering van de complementariteit in de landbouw;

    • - de bevordering van industriële samenwerking in de landbouwsector en van de uitwisseling van know-how, in het bijzonder tussen de particuliere sectoren in de Gemeenschap en in Bulgarije;

    • - de ontwikkeling van de samenwerking op het gebied van de gezondheid van dier en plant, behandeling van agrarische levensmiddelen (vooral ionisatie), met inbegrip van veterinaire wetgeving en inspecties en van fytosanitaire wetgeving, een en ander ten einde te komen tot een geleidelijke harmonisatie met de communautaire normen via bijstand voor de opleiding en het organiseren van controles;

    • - de ontwikkeling van ecologisch schone gebieden, technologieën en oogsten;

    • - de ontwikkeling en bevordering van effectieve samenwerking inzake stelsels voor kwaliteitsborging welke verenigbaar zijn met communautaire modellen;

    • - de bevordering van geïntegreerde plattelandsontwikkeling in Bulgarije;

    • - de uitwisseling van informatie over landbouwpolitiek en wetgeving.

  • 2 Daartoe wordt door de Gemeenschap waar nodig technische bijstand verleend.

Artikel 79. Energie [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 In het kader van de beginselen van de markteconomie en het Europees Energiehandvest werken de Partijen samen ten einde de geleidelijke integratie van de energiemarkten in Europa tot stand te brengen.

  • 2 De samenwerking omvat onder andere waar nodig technische bijstand op de volgende gebieden:

    • - uitstippeling en planning van het energiebeleid, met inbegrip van de aspecten op lange termijn;

    • - beheer en opleiding in de energiesector;

    • - bevordering van energiebesparing en efficiënt gebruik van energie;

    • - ontwikkeling van energiebronnen;

    • - verbetering van de distributie en verbetering en diversificatie van de voorziening;

    • - milieu-effecten van energieproduktie en -verbruik;

    • - de sector kernenergie;

    • - grotere openstelling van de energiemarkt en vergemakkelijking van de doorvoer van gas en elektriciteit;

    • - de sectoren elektriciteit en gas, met inbegrip van onderzoek naar de mogelijkheid om de voorzieningsnetten op elkaar aan te sluiten;

    • - modernisering van de energie-infrastructuur;

    • - de opstelling van raamvoorwaarden voor samenwerking tussen bedrijven in deze sector;

    • - overdracht van technologie en know-how.

Artikel 80. Nucleaire veiligheid [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Het doel van de samenwerking is mogelijkheden te verschaffen voor een veiliger gebruik van kernenergie.

  • 2 De samenwerking bestrijkt vooral de volgende terreinen:

    • - opvoering van de bedrijfsveiligheid van Bulgaarse kernenergiecentrales;

    • - evaluatie van de mogelijkheden voor reconstructie van bestaande krachtcentrales uitgerust met VVER-440 reactoren;

    • - verbetering van de opleiding van leidinggevend en ander personeel van kerncentrales;

    • - verbetering van de wetten en voorschriften van Bulgarije inzake kernveiligheid en uitbreiding van de bevoegdheden van toezichthoudende autoriteiten en van hun middelen;

    • - nucleaire veiligheid, het voorbereid zijn op kernongevallen en maatregelen bij kernongevallen;

    • - stralingsbescherming, met inbegrip van meting van de straling in het milieu;

    • - vraagstukken in verband met de splijtstofcyclus en bescherming van nucleaire stoffen;

    • - beheer van radioactief afval;

    • - buitenbedrijfstelling en ontmanteling van nucleaire installaties;

    • - ontsmetting.

  • 3 De samenwerking omvat de uitwisseling van informatie en ervaring alsmede O & O-activiteiten overeenkomstig artikel 76.

Artikel 81. Milieu [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op het gebied van de milieubescherming en de volksgezondheid, die zij als een prioriteit beschouwen.

  • 2 De samenwerking heeft betrekking op:

    • - de daadwerkelijke controle van het verontreinigingspeil; informatiesystemen betreffende de staat van het milieu;

    • - de bestrijding van de plaatselijke, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging;

    • - duurzame, doeltreffende en milieuvriendelijke technieken voor energieproduktie en -verbruik; de veiligheid van industriële installaties;

    • - het waterbeheer voor waterwegen op grensscheidingen met inbegrip van grensoverschrijdende waterwegen in overeenstemming met de beginselen van het internationaal recht en in het bijzonder met de Overeenkomst betreffende de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren;

    • - de classificatie en veilige behandeling van scheikundige produkten;

    • - de waterkwaliteit, in het bijzonder van grensoverschrijdende waterwegen (met inbegrip van de Donau en de Zwarte Zee);

    • - de daadwerkelijke preventie en vermindering van de waterverontreiniging, vooral van de drinkwaterbronnen;

    • - het verminderen, recycleren en veilig verwijderen van afval; de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Bazel;

    • - de milieu-effecten van de landbouw, bodemerosie, verzilting en verzuring van de bodem;

    • - de bescherming van bossen, fauna en flora; herstel van de ecologische stabiliteit op het platteland;

    • - ruimtelijke ordening, met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;

    • - kustbeheer;

    • - de aanwending van economische en fiscale instrumenten;

    • - klimaatverandering op wereldniveau en het voorkomen daarvan;

    • - onderwijs en bewustmaking op milieugebied;

    • - de tenuitvoerlegging van regionale internationale programma's onder andere voor het Donaubekken en de Zwarte Zee.

  • 3 De samenwerking zal met name op de volgende wijze plaatshebben:

    • - de uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën;

    • - opleidingsprogramma's;

    • - de harmonisatie van wetten (communautaire normen), bestuursrechtelijke bepalingen, criteria, normen en methodiek;

    • - samenwerking in regionaal verband, zo mogelijk met inbegrip van de tenuitvoerlegging van gezamenlijke programma's op internationaal niveau vooral met betrekking tot het beheer, de bescherming en de kwaliteit van het water van grensoverschrijdende waterwegen; samenwerking in het kader van het Europees Milieubureau na de oprichting daarvan;

    • - de uitstippeling van strategieën, vooral in verband met wereldomvattende en klimatologische kwesties;

    • - milieu-effectstudies;

    • - de verbetering van het milieubeheer, onder andere van het waterbeheer.

  • 4 Protocol nr. 8 bevat de regelingen betreffende het beheer, de bescherming en de kwaliteit van het water van de grensoverschrijdende waterwegen.

Artikel 82. Vervoer [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen ontwikkelen en intensiveren hun samenwerking ten einde Bulgarije in staat te stellen:

    • - het vervoer te herstructureren en te moderniseren;

    • - het verkeer van personen en goederen, en de toegang tot de vervoermarkt te verbeteren door het wegwerken van administratieve, technische en andere hinderpalen;

    • - het communautair transitovervoer over de weg, per spoor, over de waterwegen en in het kader van gecombineerd vervoer door Bulgarije te vergemakkelijken;

    • - de bedrijfsnormen van de Gemeenschap te evenaren.

  • 2 De samenwerking omvat met name:

    • - economische, juridische en technische opleidingsprogramma's;

    • - het verlenen van technische bijstand en advies, en de uitwisseling van informatie.

  • 3 De volgende gebieden zijn prioritair :

    • - het wegvervoer, met inbegrip van de geleidelijke vergemakkelijking van de doorvoer;

    • - het beheer van spoorwegen en luchthavens, met inbegrip van samenwerking tussen de ter zake bevoegde nationale instanties;

    • - de ontwikkeling van een wegennet en de modernisering, op hoofdwegen van gemeenschappelijk belang en op transeuropese verkeersassen, van weg-, waterweg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur en van infrastructuur voor gecombineerd vervoer;

    • - de ruimtelijke ordening met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;

    • - de verbetering van de technische installaties om aan de communautaire normen te voldoen, vooral op het gebied van het weg- en spoorwegvervoer, het multimodaal vervoer en de overslag;

    • - het opzetten van een samenhangend vervoerbeleid dat verenigbaar is met dat van de Gemeenschap;

    • - de bevordering van gezamenlijke technologische programma's en onderzoekprogramma's in overeenstemming met artikel 76.

Artikel 83. Telecommunicatie en Posterijen [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen verruimen en versterken hun samenwerking op dit terrein en zetten daartoe met name maatregelen op betreffende:

    • - de uitwisseling van informatie over het beleid met betrekking tot de telecommunicatie en de posterijen;

    • - de uitwisseling van technische en andere informatie en de organisatie van seminars, werkcolleges en lezingen voor deskundigen van beide zijden;

    • - opleiding en adviesverlening;

    • - de overdracht van technologie en know-how met betrekking tot alle aspecten van de telecommunicatie en het postwezen;

    • - de uitvoering van gezamenlijke projecten door de ter zake bevoegde diensten aan beide zijden;

    • - de bevordering van Europese normen, certificatiesystemen en regelgevingsmethoden;

    • - de bevordering van nieuwe communicatiemiddelen, diensten en installaties, vooral die met commerciële toepassing.

  • 2 Deze activiteiten worden op de volgende prioritaire terreinen toegespitst:

    • - de ontwikkeling en toepassing van een sectorieel telecommunicatie- en posterijenbeleid in Bulgarije, en van wetten, regelingen en procedures;

    • - de modernisering van het Bulgaarse telecommunicatienetwerk en de integratie daarvan in het Europese en wereldomspannende netwerk;

    • - de samenwerking in het kader van de Europese normalisatiestructuren;

    • - de integratie van de transeuropese stelsels; de juridische en regelgevingsaspecten van de telecommunicatie;

    • - het beheer van de telecommunicatie in het nieuwe economische milieu: organisatiestructuren, strategie en planning, aankoopbeginselen.

Artikel 84. Bank- en verzekeringswezen en andere financiële diensten [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen werken samen met het oog op de vaststelling en ontwikkeling van passende maatregelen voor de stimulering van het bank- en verzekeringswezen en van de financiële dienstensector in Bulgarije.

  • 2 De samenwerking heeft voornamelijk betrekking op:

    • - de verbetering van de doeltreffendheid van de boekhoudings- en boekhoudcontrolesystemen in Bulgarije aan de hand van de in de Europese Gemeenschap gehanteerde normen;

    • - de uitbreiding en herstructurering van het bankwezen en van de financiële diensten;

    • - de verbetering en harmonisatie van het toezicht op en de reglementering van het bankwezen en van de financiële diensten;

    • - het opstellen van terminologische glossaria;

    • - de uitwisseling van informatie, met name met betrekking tot nieuwe wetsvoorstellen of -ontwerpen;

    • - de voorbereiding en vertaling van communautaire en Bulgaarse wetgeving.

  • 3 Met het oog op het bovenstaande omvat de samenwerking het verstrekken van technische bijstand en opleiding.

Artikel 85. Samenwerking op het gebied van de boekhoudkundige en financiële controle [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen werken samen aan de ontwikkeling van doeltreffende financiële en boekhoudkundige controlesystemen voor het Bulgaarse overheidsapparaat, uitgaande van de in de Gemeenschap gangbare methoden en procedures.

  • 2 De samenwerking heeft voornamelijk betrekking op:

    • - de uitwisseling van nuttige informatie met betrekking tot boekhoudkundige controlesystemen;

    • - de harmonisatie van voor boekhoudkundige controles te gebruiken bescheiden;

    • - opleiding en adviesverstrekking.

  • 3 De Gemeenschap verstrekt met het oog op het bovenstaande zo nodig technische bijstand.

Artikel 86. Monetair beleid [Vervallen per 01-01-2007]

Op verzoek van de Bulgaarse autoriteiten verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van Bulgarije naar de geleidelijke aanpassing van zijn beleid aan de Europees Monetair Unie. Dit houdt ook informele uitwisseling van informatie over de beginselen en de werking van de Economische en Monetaire Unie in.

Artikel 87. Witwassen van geld [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen treffen een samenwerkingsregeling om te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengst van criminele activiteiten in het algemeen en drugmisdrijven in het bijzonder.

  • 2 De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld, die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn aangenomen door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied, met inbegrip van de Financial Action Task Force (FATF).

Artikel 88. Regionale ontwikkeling [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen versterken hun samenwerking op het gebied van de regionale ontwikkeling en de ruimtelijke ordening.

  • 2 Te dien einde kunnen de volgende maatregelen worden genomen:

    • - de uitwisseling van informatie door nationale, regionale of plaatselijke instanties over het beleid inzake regionale planning en ruimtelijke ordening, en waar nodig het verstrekken van bijstand aan Bulgarije voor het uitwerken van dat beleid;

    • - gezamenlijke acties van regionale en plaatselijke instanties op het gebied van de economische ontwikkeling;

    • - het bestuderen van een gezamenlijke aanpak van de ontwikkeling van de grensgebieden van Bulgarije met de Gemeenschap;

    • - wederzijdse bezoeken om de mogelijkheden voor samenwerking en bijstand na te gaan;

    • - de uitwisseling van ambtenaren en deskundigen;

    • - het verstrekken van technische bijstand met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van achtergebleven gebieden;

    • - programma's voor de uitwisseling van informatie en ervaringen, met name in het kader van seminars.

Artikel 89. Sociale samenwerking [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Op het gebied van de gezondheid en de veiligheid is de samenwerking tussen de Partijen erop gericht het peil van de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers te verbeteren, met als referentiepunt de mate van bescherming die in de Gemeenschap bestaat. De samenwerking heeft in het bijzonder betrekking op:

    • - technische bijstand;

    • - de uitwisseling van deskundigen;

    • - de samenwerking tussen ondernemingen;

    • - informatie en administratieve en andere dienstige bijstand aan ondernemingen alsmede opleidingsacties;

    • - samenwerking op het gebied van de volksgezondheid.

  • 2 Op het gebied van de werkgelegenheid heeft de samenwerking tussen de Partijen met name betrekking op:

    • - de organisatie van de arbeidsmarkt;

    • - diensten voor arbeidsbemiddeling en loopbaanadvies;

    • - de planning en tenuitvoerlegging van regionale herstructureringsprogramma's;

    • - het stimuleren van de plaatselijke werkgelegenheid.

    De samenwerking op dit gebied heeft plaats in de vorm van studies, het ter beschikking stellen van deskundigen en het verstrekken van voorlichting en opleiding.

  • 3 Met betrekking tot de sociale zekerheid is de samenwerking tussen de Partijen gericht op de aanpassing van het sociale-zekerheidsstelsel in Bulgarije aan de nieuwe economische en sociale situatie, in hoofdzaak via de terbeschikkingstelling van deskundigen, voorlichting en opleiding.

Artikel 90. Toerisme [Vervallen per 01-01-2007]

De Partijen vergroten en ontwikkelen hun samenwerking, met name voor maatregelen welke betrekking hebben op:

  • - de vergemakkelijking van het toerisme en, indien wenselijk, de beperking van de vereiste formaliteiten;

  • - het verlenen van bijstand aan Bulgarije voor de privatisering van de toeristische sector en voor de uitwerking van een doeltreffend beleid voor de overheid en de particuliere ondernemingen gericht op de totstandbrenging van optimale wettelijke, bestuursrechtelijke en financiële regelingen voor de verdere ontwikkeling van de sector;

  • - het verbeteren van de informatiestroom via internationale netwerken, databanken, enz.;

  • - de overdracht van know-how via opleiding, uitwisselingen en seminars;

  • - het bestuderen van de mogelijkheden voor gezamenlijke acties (grensoverschrijdende projecten, stedenjumelages, enz.);

  • - de uitwisseling van gedachten en informatie over wederzijds belangrijke aangelegenheden welke van invloed zijn op de toeristische sector.

Artikel 91. Midden- en kleinbedrijf [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen streven naar een ontwikkeling en uitbreiding van het midden- en kleinbedrijf (KMO's), voornamelijk in de particuliere sector, en van de samenwerking tussen KMO's in de Gemeenschap en Bulgarije.

  • 2 Zij moedigen de uitwisseling van informatie en know-how aan met betrekking tot:

    • - de verbetering, zo nodig, van de wettelijke, bestuursrechtelijke, technische, fiscale en financiële voorwaarden voor het opzetten en de uitbreiding van KMO's en voor grensoverschrijdende samenwerking;

    • - het verstrekken van de gespecialiseerde diensten waaraan de KMO's behoefte hebben (managementopleiding, boekhouding, afzetplanning, kwaliteitscontrole, enz.) en de uitbreiding van de bedrijven welke dergelijke diensten verlenen;

    • - het tot stand brengen van de nodige banden met communautaire ondernemers, ten einde de informatiestroom naar de KMO's te verbeteren en de grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen (bijvoorbeeld via het Europees netwerk voor samenwerking en toenadering tussen ondernemingen (BC-Net), de EG-adviescentra voor ondernemingen, lezingen, enz.).

  • 3 De samenwerking omvat het verstrekken van technische bijstand vooral voor het tot stand brengen van de nodige institutionele steun voor de KMO's, zowel op nationaal als op regionaal niveau, op het gebied van financiële diensten, opleiding, adviesverstrekking en technologische kennis en het afzetapparaat.

Artikel 92. Informatie en audiovisuele sector [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Gemeenschap en Bulgarije ondernemen de nodige stappen om een doeltreffende onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Er wordt prioriteit verleend aan programma's om het grote publiek te voorzien van essentiële informatie over de Gemeenschap, en om beroepskringen in Bulgarije meer gespecialiseerde informatie te verstrekken, waar mogelijk met inbegrip van toegang tot communautaire databanken.

  • 2 De Partijen werken samen ter bevordering van de audiovisuele industrie in Europa. De Bulgaarse audiovisuele sector kan inzonderheid deelnemen aan de door de Gemeenschap in het kader van het MEDIA-programma opgezette activiteiten overeenkomstig procedures die door de beheersinstanties voor de diverse activiteiten worden vastgelegd, en overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1990 tot vaststelling van dat programma. De Gemeenschap moedigt de Bulgaarse audiovisuele sector aan tot deelneming aan de geschikte EUREKA-programma's.

    De Partijen coördineren en, waar nodig, harmoniseren hun beleid met betrekking tot de regelingen inzake grensoverschrijdende uitzendingen van radio- en televisieprogramma's, de technische normen op audiovisueel gebied en de bevordering van de Europese audiovisuele technologie.

    De samenwerking kan onder andere de uitwisseling van programma's, studiebeurzen en faciliteiten voor de opleiding van journalisten en voor andere mediaberoepen omvatten.

Artikel 93. Bescherming van de consument [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen werken samen om te komen tot volledige verenigbaarheid van de regelingen inzake consumentenbescherming in Bulgarije en in de Gemeenschap.

  • 2 Deze samenwerking omvat, binnen het kader van de bestaande mogelijkheden:

    • - de uitwisseling van informatie en deskundigen,

    • - toegang tot de communautaire databanken,

    • - opleidingsacties en technische bijstand.

Artikel 94. Douane [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Doel van de samenwerking is ervoor te zorgen dat alle op goedkeuring wachtende bepalingen betreffende het handelsverkeer worden nageleefd en dat het Bulgaarse douanesysteem aan dat van de Gemeenschap wordt aangepast, waardoor de in het kader van deze Overeenkomst geplande stappen in de richting van een liberalisering worden vergemakkelijkt.

  • 2 De samenwerking omvat in het bijzonder:

    • - de uitwisseling van informatie;

    • - de ontwikkeling van passende infrastructuur aan de grensovergangen tussen de partijen;

    • - de invoering van het enig administratief document en van de gecombineerde nomenclatuur in Bulgarije;

    • - de onderlinge aansluiting van de transitoregelingen van de Gemeenschap en van Bulgarije;

    • - de vereenvoudiging van de controles en formaliteiten voor het goederenvervoer;

    • - de organisatie van seminars en stages;

    • - bijstand bij de invoering van moderne douane-informatiesystemen.

    Waar nodig wordt technische bijstand verleend.

  • 3 Onverminderd de verdere bepalingen inzake samenwerking van deze Overeenkomst en in het bijzonder artikel 97 vindt de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten op douanegebied van de Partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van Protocol nr. 6.

Artikel 95. Statistische samenwerking [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De samenwerking op dit gebied beoogt het ontwikkelen van een efficiënt statistiekstelsel om snel en tijdig de nodige betrouwbare statistieken op te stellen om het economisch hervormingsproces te ondersteunen en volgen en om bij te dragen tot de ontwikkeling van de particuliere sector in Bulgarije.

  • 2 De samenwerking tussen de Partijen is in het bijzonder gericht op:

    • - de uitbreiding van Bulgarije's statistisch apparaat;

    • - de harmonisatie met internationale (en vooral communautaire) methoden, normen en classificaties;

    • - het beschikbaar maken van de gegevens die nodig zijn om de economische hervormingen in stand te houden en te controleren;

    • - het ter beschikking stellen van de nodige macro- en micro-economische gegevens aan particuliere ondernemingen;

    • - het waarborgen van de vertrouwelijkheid van gegevens;

    • - de uitwisseling van statistische informatie.

  • 3 Waar nodig wordt door de Gemeenschap technische bijstand verleend.

Artikel 96. Economie [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Gemeenschap en Bulgarije vergemakkelijken het proces van economische hervormingen en integratie door samenwerking die gericht is op het verkrijgen van een beter inzicht in de basisbeginselen van hun respectieve economieën en op het uitstippelen en ten uitvoer leggen van een economisch beleid in het kader van een vrije-markteconomie.

  • 2 De Gemeenschap en Bulgarije zullen met het oog daarop:

    • - informatie uitwisselen over macro-economische prestaties en vooruitzichten en over ontwikkelingsstrategieën;

    • - gezamenlijk economische kwesties van wederzijds belang analyseren, met inbegrip van het uitstippelen van een economisch beleid en de instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan;

    • - met name in het kader van het actieprogramma voor samenwerking op economisch gebied (Action for Cooperation in Economics - ACE) een brede samenwerking tussen economen en managers in de Gemeenschap en Bulgarije aanmoedigen, ten einde de overdracht van know-how voor het uitwerken van een economisch beleid te versnellen en te zorgen voor de ruime verspreiding van onderzoekresultaten die voor het beleid van belang kunnen zijn.

Artikel 97. Drugs [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De samenwerking is in het bijzonder gericht op het verbeteren van de doeltreffendheid van het beleid en de maatregelen om de voorziening met en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen tegen te gaan, en op het terugdringen van het misbruik van die produkten.

  • 2 De Partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden er nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken, met inbegrip van de wijze van tenuitvoerlegging van gemeenschappelijke acties. Hun optreden wordt gebaseerd op overleg en nauwe coördinatie met betrekking tot de doelstellingen en beleidsmaatregelen op de in lid 1 genoemde terreinen.

  • 3 De samenwerking tussen de Partijen omvat technische en administratieve bijstand, met name op het gebied van:

    • - de uitwerking en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving;

    • - de oprichting of uitbreiding van instellingen en informatiecentra en van centra voor sociale dienstverlening en gezondheidszorg;

    • - het opvoeren van de doeltreffendheid van de instellingen betrokken bij de bestrijding van de illegale drugshandel;

    • - de opleiding van personeel en research ;

    • - de preventie van het onrechtmatig gebruik van precursoren en andere belangrijke scheikundige stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen of psychotrope stoffen door het vaststellen van passende normen overeenkomend met die van de Gemeenschap en van de belangrijke internationale organen, inzonderheid de Chemical Action Task Force (CATF).

    De Partijen kunnen overeenkomen de samenwerking tot andere terreinen uit te breiden.

TITEL VII. CULTURELE SAMENWERKING [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 98 [Vervallen per 01-01-2007]

De Partijen verbinden zich, met inachtneming van de Plechtige Verklaring betreffende de Europese Unie, tot het bevorderen, aanmoedigen en vergemakkelijken van de culturele samenwerking. Waar nodig kunnen de communautaire programma's voor culturele samenwerking of de programma's van een of meer Lid-Staten tot Bulgarije worden uitgebreid en bijkomende maatregelen van wederzijds belang worden ontwikkeld.

Deze samenwerking kan met name betrekking hebben op:

  • - de niet-commerciële uitwisseling van kunstwerken en kunstenaars;

  • - de produktie van films en de filmindustrie met inachtneming van de samenwerking in de audiovisuele sector zoals bedoeld in artikel 92;

  • - de vertaling van literaire werken;

  • - het conserveren en restaureren van monumenten en plaatsen ( architecturaal en cultureel erfgoed);

  • - de opleiding van personen die zich met culturele aangelegenheden bezighouden;

  • - de organisatie van culturele manifestaties met een Europees karakter.

TITEL VIII. FINANCIËLE SAMENWERKING [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 99 [Vervallen per 01-01-2007]

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, in overeenstemming met de artikelen 100, 101, 103 en 104, en onverminderd artikel 102, ontvangt Bulgarije tijdelijk financiële bijstand van de Gemeenschap in de vorm van schenkingen en leningen, met inbegrip van leningen van de Europese Investeringsbank in overeenstemming met de bepalingen van artikel 18 van het Statuut van de Bank, ten einde de economische hervorming van Bulgarije te versnellen en het land te helpen de economische en sociale gevolgen van de structurele aanpassingen op te vangen.

Artikel 100 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze financiële bijstand wordt verstrekt:

  • - hetzij in het kader van de PHARE-maatregelen waarin Verordening (EEG) nr. 3906/89 van de Raad zoals gewijzigd voorziet, op meerjarige grondslag, hetzij in het kader van een nieuw meerjarig financieringsplan dat door de Gemeenschap wordt opgezet na overleg met Bulgarije en met inachtneming van de overwegingen van de artikelen 101 en 102 van deze Overeenkomst;

  • - in de vorm van de bestaande leningen van de Europese Investeringsbank tot het verstrijken van de beschikbaarheidstermijn; de Gemeenschap stelt na overleg met Bulgarije het maximumbedrag en de looptijd van leningen van de Europese Investeringsbank aan Bulgarije vast voor de daaropvolgende jaren.

Artikel 101 [Vervallen per 01-01-2007]

De doelstellingen en terreinen van de financiële bijstand van de Gemeenschap worden door de Partijen in overleg in een indicatief programma vastgelegd. De Partijen stellen de Associatieraad daarvan in kennis.

Artikel 102 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Indien zich bijzondere behoeften voordoen, onderzoekt de Gemeenschap, met inachtneming van de richtsnoeren voor maatregelen van de G-24 en de beschikbaarheid van alle financiële middelen, op verzoek van Bulgarije en in coördinatie met de internationale financiële instellingen, in het kader van de G-24 de mogelijkheid om tijdelijk financiële bijstand te verlenen

    • - ter ondersteuning van maatregelen voor het tot stand brengen en handhaven van de convertibiliteit van de Bulgaarse munteenheid;

    • - ter ondersteuning van de middellange-termijnmaatregelen voor stabilisering en structurele aanpassing, onder meer via steun voor de betalingsbalans.

  • 2 Deze financiële bijstand wordt verleend op voorwaarde dat Bulgarije door het IMF in het kader van de G-24 ondersteunde programma's indient voor convertibiliteit en/of voor de herstructurering van zijn economie, naargelang van de behoeften, dat de Gemeenschap met die programma's instemt, dat Bulgarije zich aan die programma's blijft houden en, als uiteindelijk doel, dat een snelle overgang naar financiering uit particuliere bronnen tot stand komt.

  • 3 De Associatieraad wordt ingelicht over de voorwaarden waaronder de bijstand wordt verleend en over de wijze waarop Bulgarije zijn verplichtingen met betrekking tot de bijstand nakomt.

Artikel 103 [Vervallen per 01-01-2007]

De financiële bijstand van de Gemeenschap wordt beoordeeld in het licht van de behoeften en van het ontwikkelingspeil van Bulgarije, met inachtneming van de vastgestelde prioriteiten, de absorptiecapaciteit van de Bulgaarse economie, het vermogen van het land om leningen af te lossen, en de vooruitgang op de weg naar een markteconomie en naar herstructurering in Bulgarije.

Artikel 104 [Vervallen per 01-01-2007]

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen de Partijen ervoor dat de bijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen zoals de Lid-Staten, andere landen, onder meer die van de G-24, en internationale financiële instellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds, de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

TITEL IX. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN [Vervallen per 01-01-2007]

Artikel 105 [Vervallen per 01-01-2007]

Hierbij wordt een Associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. Deze Associatieraad komt eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op Ministersniveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 106 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Gemeenschappen en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit door de Regering van Bulgarije benoemde leden, anderzijds.

  • 2 De leden van de Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van deze Associatieraad vast te stellen voorwaarden.

  • 3 De Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

  • 4 De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een lid van de Raad van de Europese Gemeenschappen en door een lid van de Regering van Bulgarije, zulks overeenkomstig de in het reglement van orde van deze Associatieraad neer te leggen bepalingen.

  • 5 Waar nodig neemt de Europese Investeringsbank als waarneemster aan de werkzaamheden van de Associatieraad deel.

Artikel 107 [Vervallen per 01-01-2007]

De Associatieraad heeft, voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Overeenkomst, in de in de Overeenkomst genoemde gevallen beslissingsbevoegdheid. Zijn besluiten zijn bindend voor de Partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. De Associatieraad kan ook alle nuttige aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen.

Artikel 108 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Elk van beide Partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze Overeenkomst aan de Associatieraad voorleggen.

  • 2 De Associatieraad kan het geschil bij besluit beslechten.

  • 3 Elk van beide Partijen is verplicht de voor de uitvoering van het in lid 2 bedoelde besluit vereiste maatregelen te treffen.

  • 4 Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, kan elk van beide Partijen de andere ervan in kennis stellen dat zij een scheidsrechter heeft aangewezen, waarop de andere Partij binnen twee maanden een tweede scheidsrechter moet aanwijzen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en de Lid-Staten geacht één der beide Partijen bij het geschil te zijn,

    De Associatieraad wijst een derde scheidsrechter aan.

    De scheidsrechters beslissen bij meerderheid van stemmen.

    Elke Partij bij het geschil moet het nodige doen om de beslissing van de scheidsrechters ten uitvoer te leggen.

Artikel 109 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Associatiecomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Gemeenschappen en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Regering van Bulgarije anderzijds. In beginsel zullen dit hogere ambtenaren zijn.

    De Associatieraad bepaalt in zijn reglement van orde de taken van het Associatiecomité, waaronder met name de voorbereiding van de vergaderingen van de Associatieraad, evenals de werkwijze van dit Comité.

  • 2 De Associatieraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Associatiecomité delegeren. In dat geval neemt het Associatiecomité zijn besluiten overeenkomstig het bepaalde in artikel 107.

Artikel 110 [Vervallen per 01-01-2007]

De Associatieraad kan tot de oprichting besluiten van ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan bijstaan.

In zijn reglement van orde legt de Associatieraad de samenstelling van deze comités of lichamen vast en bepaalt hij hun taken en werkwijze.

Artikel 111 [Vervallen per 01-01-2007]

Er wordt een Parlementair Associatiecomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Bulgaarse Parlement en het Europees Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hemzelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Artikel 112 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Het Parlementair Associatiecomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds, en uit leden van het Bulgaarse Parlement anderzijds.

  • 2 Het Parlementair Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

  • 3 Het Parlementair Associatiecomité wordt bij toerbeurt door het Europees Parlement en door het Bulgaarse Parlement voorgezeten, volgens de in zijn reglement van orde op te nemen bepalingen.

Artikel 113 [Vervallen per 01-01-2007]

Het Parlementair Associatiecomité kan bij de Associatieraad om ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst verzoeken. De Associatieraad verstrekt het Associatiecomité de verlangde informatie.

Het Parlementair Associatiecomité wordt ingelicht over de besluiten van de Associatieraad,

Het Parlementair Associatiecomité kan aanbevelingen doen aan de Associatieraad.

Artikel 114 [Vervallen per 01-01-2007]

Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst, verbindt elk van beide Partijen zich ertoe erop toe te zien dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere Partij, zonder discriminatie ten opzichte van de eigen onderdanen, toegang hebben tot de ter zake bevoegde rechterlijke en administratieve instanties van de Partijen, ter bescherming van hun persoonlijkheidsrechten en hun eigendomsrechten, daaronder begrepen hun intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten.

Artikel 115 [Vervallen per 01-01-2007]

Niets in de Overeenkomst zal een Overeenkomstsluitende Partij beletten maatregelen te nemen:

  • a. die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;

  • b. die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

  • c. die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse troebelen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid heeft aangegaan.

Artikel 116 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel daarin neergelegde bijzondere bepalingen, geldt het volgende:

    • - de regelingen die Bulgarije ten opzichte van de Gemeenschap toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;

    • - de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Bulgarije toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen Bulgaarse onderdanen of vennootschappen.

  • 2 Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de Partijen om de ter zake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in dezelfde situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 117 [Vervallen per 01-01-2007]

Produkten van oorsprong uit Bulgarije krijgen bij de invoer in de Gemeenschap geen gunstiger behandeling dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen. De behandeling waarop Bulgarije krachtens titel IV en hoofdstuk I van titel V aanspraak heeft, zal niet gunstiger zijn dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.

Artikel 118 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in de Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.

  • 2 Indien een van de Partijen van mening is dat de andere Partij een verplichting van de Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in bijzonder dringende gevallen, verstrekt zij de Associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

    Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van de Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Associatieraad gebracht; op verzoek van de andere Partij wordt daaromtrent in de Associatieraad overleg gepleegd.

Artikel 119 [Vervallen per 01-01-2007]

Totdat er onder deze Overeenkomst gelijkwaardige rechten zijn verwezenlijkt voor personen en ondernemers, zal de Overeenkomst geen afbreuk doen aan rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten tussen een of meer Lid-Staten enerzijds, en Bulgarije, anderzijds, behalve in de sectoren van communautaire bevoegdheid en onverminderd de voor de Lid-Staten uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen in sectoren waarvoor zij bevoegd zijn.

Artikel 120 [Vervallen per 01-01-2007]

De Protocollen nr. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 en de bijlagen I tot en met XVI vormen een integrerend bestanddeel van deze Overeenkomst.

Artikel 121 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide Partijen kan deze Overeenkomst door kennisgeving aan de andere Partij opzeggen. Deze Overeenkomst houdt op van toepassing te zijn zes maanden na de datum van die kennisgeving.

Artikel 122 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze Overeenkomst is van toepassing op, enerzijds, de gebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn en onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden, en, anderzijds, op het grondgebied van de Republiek Bulgarije.

Artikel 123 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Deense, de Nederlandse, de Engelse, de Franse, de Duitse, de Italiaanse, de Spaanse, de Griekse, de Portugese en de Bulgaarse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 124 [Vervallen per 01-01-2007]

Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Partijen elkander kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Bulgarije inzake handel en commerciële en economische samenwerking, die op 8 mei 1990 te Brussel werd getekend.

Artikel 125 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 In geval, in afwachting dat de procedures voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn voltooid, de bepalingen van sommige onderdelen van deze Overeenkomst, en in het bijzonder die met betrekking tot het goederenverkeer, in 1993 van kracht worden op grond van een Interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Bulgarije, komen de Overeenkomstsluitende Partijen overeen dat, in titel III en in de artikelen 64 en 67 van deze Overeenkomst en in de Protocollen nrs. 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 daarbij, de uitdrukking „datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst" de volgende betekenis krijgt:

    • - de datum van inwerkingtreding van de Interimovereenkomst, wat de verplichtingen betreft die op dat tijdstip van kracht worden; en

    • - 1 januari 1993 wat de verplichtingen betreft die, onder verwijzing naar de datum van inwerkingtreding na laatstgenoemde datum van kracht worden,

  • 2 In geval van inwerkingtreding na 1 januari is het bepaalde in Protocol nr. 7 van toepassing.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Overeenkomst hebben gesteld.

GEDAAN te Brussel, de achtste maart negentienhonderd drieënnegentig.

Slotakte [Vervallen per 01-01-2007]

De gevolmachtigden van:

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Portugese Republiek,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Lid-Staten” te noemen, en van

de Europese Economische Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de gevolmachtigden van de Republiek Bulgarije, hierna „Bulgarije" te noemen, anderzijds,

bijeengekomen te Brussel, op acht maart negentienhonderd drieënnegentig, voor de ondertekening van de Europa-Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en Bulgarije, anderzijds , hierna de „Europa-Overeenkomst” te noemen,

hebben de volgende teksten aangenomen :

de Europa-Overeenkomst en de volgende protocollen :

Protocol nr. 1 betreffende textielprodukten en kledingartikelen,

Protocol nr. 2 betreffende produkten die vallen onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS),

Protocol nr. 3 betreffende het handelsverkeer tussen Bulgarije en de Gemeenschap van niet onder bijlage II bij het EEG-VERDRAG vallende verwerkte landbouwprodukten,

Protocol nr. 4 betreffende de definitie van het begrip „produkten van oorsprong" en methoden van administratieve samenwerking,

Protocol nr. 5 betreffende specifieke bepalingen betreffende de handel tussen Bulgarije en Spanje en Portugal,

Protocol nr. 6 betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken,

Protocol nr. 7 betreffende aan jaarlijkse beperkingen gebonden concessies,

Protocol nr. 8 betreffende de grensoverschrijdende waterwegen.

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Bulgarije hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht :

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 8, lid 3, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 8, lid 4, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 10, lid 3, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 21, lid 4, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 21, lid 4, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 38, lid 1, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 38 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 39 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Hoofdstuk II van Titel IV van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 45, lid 2, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 57, lid 3, van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 59 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 60 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 64 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 67 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 110 van de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 1 bij de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 en artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 4 bij de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 5 van Protocol nr. 6 bij de Europa-Overeenkomst

Gemeenschappelijke verklaring betreffende Protocol nr. 8 bij de Europa-Overeenkomst,

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van Bulgarije hebben kennis genomen van de volgende briefwisselingen, die aan deze Slotakte zijn gehecht :

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije inzake doorvoer

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije inzake de infrastructuur voor het overland vervoer

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije betreffende een aantal bepalingen inzake levend rundvee

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije betreffende een aantal bepalingen inzake varkens en pluimvee

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije betreffende de regionale afbakening van de Afrikaanse varkenspest in het Koninkrijk Spanje.

De gevolmachtigden van Bulgarije hebben kennis genomen van de volgende verklaringen, die aan deze Slotakte zijn gehecht :

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 21, lid 4, van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 21, lid 4, van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 2, lid 3, van Protocol nr. 1 bij de Europa-Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 9, lid 1, iii), en lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

Verklaring van de Gemeenschap betreffende artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap hebben kennis genomen van de volgende verklaringen, die aan deze Slotakte zijn gehecht :

Verklaring van Bulgarije betreffende artikel 14, lid 3, van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende artikel 21, lid 3, van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende artikel 45, lid 3, in samenhang met bijlage XV d bij de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende artikel 59 van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende artikel 67 van de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

Verklaring van Bulgarije betreffende Protocol nr. 3 bij de Europa-Overeenkomst.

Gemeenschappelijke verklaringen [Vervallen per 01-01-2007]

1. Artikel 8, lid 3

De Partijen verklaren dat onder „recht dat daadwerkelijk wordt toegepast” wordt verstaan : ten aanzien van Bulgarije, het meestbegunstigingsrecht dat van toepassing is (douanerechten en, voor de in bijlage VIII vermelde produkten, heffingen van gelijke werking als douanerechten) en, ten aanzien van de Gemeenschap, de rechten van het douanetarief (zowel de autonome en conventionele rechten als de in het douanetarief vermelde „permanente” schorsingen van rechten en tariefcontingenten). Wanneer tijdelijke schorsingen van rechten worden toegepast in verband met een bepaald doel of voor bepaalde hoeveelheden of zendingen, worden deze schorsingen evenwel niet beschouwd als „het recht dat daadwerkelijk wordt toegepast”. De Partijen stellen elkaar op de dag vóór de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst in kennis van de lijst van produkten waarvoor deze tijdelijke schorsingen van rechten gelden.

2. Artikel 8, lid 4

De Gemeenschap en Bulgarije bevestigen dat wanneer de rechten worden verlaagd door middel van een tijdelijke schorsing, deze verlaagde rechten slechts voor de duur van de schorsing in de plaats treden van de basisrechten en dat wanneer tot een gedeeltelijke schorsing wordt besloten, het preferentiële element in het handelsverkeer tussen de Partijen wordt gehandhaafd.

3. Artikel 10, lid 3, tweede alinea

De Partijen verklaren dat de verlaagde rechten die krachtens het bepaalde in deze Overeenkomst worden berekend, op het eerste cijfer na de komma worden afgerond, namelijk naar boven wanneer het tweede cijfer na de komma 5, 6, 7, 8 of 9 is en naar beneden wanneer het tweede cijfer na de komma 0, 1, 2, 3 of 4 is.

4. Artikel 21, lid 4

De Gemeenschap en Bulgarije komen in afwachting dat de besprekingen van de Uruguay-Ronde in het kader van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel worden afgerond, en terwijl de geldigheidstermijn van de Overeenkomst van 1990 met een jaar wordt verlengd, overeen onderhandelingen in de tweede helft van 1993 te voeren om een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden voor de verlenging van de Overeenkomst van 1990 betreffende schapen en schapevlees, vooral inzake:

  • - de inachtneming van de gevoelige perioden,

  • - de schorsing van rechten,

  • - de procedure voor toezicht op de prijzen.

5. Artikel 21, lid 4

De Gemeenschap en Bulgarije komen overeen te onderhandelen met het oog op de sluiting van:

  • - een overeenkomst tussen de Republiek Bulgarije en de Europese Economische Gemeenschap inzake wederzijdse bescherming van de benamingen van wijn en de controle op wijn;

    en

  • - een overeenkomst inzake wederzijdse tariefconcessies voor wijn, met inachtneming van de invoerregelingen van de Gemeenschap en Bulgarije, met name betreffende oenologische procédés en certificering.

Beide Partijen stellen alles in het werk om ervoor te zorgen dat deze overeenkomsten op hetzelfde ogenblik als de Interimovereenkomst in werking treden.

6. Artikel 38, lid 1

Als overeengekomen wordt beschouwd dat onder het begrip „de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en modaliteiten" waar nodig ook communautaire voorschriften worden begrepen.

7. Artikel 38

Als overeengekomen wordt beschouwd dat het begrip „kinderen" overeenkomstig de nationale wetgeving van het betrokken gastland wordt gedefinieerd.

8. Artikel 39

Als overeengekomen wordt beschouwd dat het begrip „hun gezinsleden” overeenkomstig de nationale wetgeving van het betrokken gastland wordt gedefinieerd.

9. Hoofdstuk II van Titel IV

Onverminderd het bepaalde in Hoofdstuk II van Titel IV komen de Partijen overeen dat de behandeling van onderdanen of vennootschappen van één van beide Partijen als minder gunstig zal worden beschouwd dan die welke wordt verleend aan onderdanen of vennootschappen van de andere Partij, indien die behandeling formeel of de facto minder gunstig is dan die verleend aan onderdanen of vennootschappen van de andere Partij.

10. Hoofdstuk II van Titel IV

Als overeengekomen wordt beschouwd dat de in Hoofdstuk II van Titel IV bedoelde „filialen" en „agentschappen" geen rechtspersonen zijn en geen „handelsvertegenwoordiging" betekenen als bedoeld in artikel 4 van de Bulgaarse Wet van 1992 op de economische bedrijvigheid van buitenlanders en de bescherming van buitenlandse investeringen.

11. Artikel 45, lid 2, ii)

De Partijen komen overeen dat het bepaalde in artikel 45, lid 2, ii), geen afbreuk doet aan de toepassing van de Bulgaarse wetgeving bedoeld in Bijlage XV c betreffende de verwerving door een communautaire vennootschap of onderdaan van een meerderheidsparticipatie in bestaande vennootschappen werkzaam op de in de bijlage opgesomde terreinen, ongeacht of de communautaire vennootschap of onderdaan al dan niet reeds op het grondgebied van Bulgarije gevestigd is.

12. Artikel 57, punt 3

De Partijen verklaren dat de in artikel 57, punt 3, bedoelde overeenkomsten erop gericht moeten zijn om de in de Gemeenschap en de Lid-Staten geldende vervoerregelingen en het in de Gemeenschap en de Lid-Staten geldende vervoerbeleid zo veel mogelijk uit te strekken tot de betrekkingen op vervoergebied tussen de Gemeenschap en Bulgarije.

13. Artikel 59

Het feit dat voor natuurlijke personen die onderdaan zijn van bepaalde Partijen een visum wordt geëist, en voor die van andere Partijen niet, mag, op zichzelf, niet worden beschouwd als een element dat voordelen die uit een specifieke verbintenis voortvloeien, teniet doet of beperkt.

14. Artikel 60

Wanneer de Associatieraad wordt verzocht maatregelen te nemen voor verdere liberalisering op de terreinen diensten- of personenverkeer, stelt hij ook vast voor welke met deze maatregelen verband houdende transacties betaling in vrije convertibele valuta dient te worden toegestaan.

15. Artikel 64

De Partijen maken geen oneigenlijk gebruik van de bepalingen inzake het beroepsgeheim met het oogmerk onthulling van informatie op mededingingsgebied te beletten.

16. Artikel 67

De Partijen komen overeen dat voor de doeleinden van deze Associatieovereenkomst aan „de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom" dezelfde betekenis dient te worden gegeven als bedoeld bij artikel 36 van het EEG-Verdrag en dat deze met name omvat de bescherming van auteursrechten en verwante rechten, octrooien en patenten, industriële vormgeving, warenmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, software, geografische aanduidingen alsook bescherming tegen oneerlijke mededinging en bescherming van niet-openbaar gemaakte informatie over know-how.

17. Artikel 110

De Partijen komen overeen dat de Associatieraad overeenkomstig artikel 110 van de Overeenkomst een onderzoek zal instellen met betrekking tot de oprichting van een adviesorgaan dat is samengesteld uit leden van het Economisch en Sociaal Comité van de Gemeenschap en overeenkomstige partners van Bulgarije.

18. Protocol nr. 1 bij de Europa-Overeenkomst

De Partijen bevestigen hun voornemen onderhandelingen over het in artikel 3, lid 2, van Protocol nr. 1 bedoelde nieuwe Protocol betreffende kwantitatieve regelingen aan te vatten vóór eind 1992.

19. Artikel 5 en artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

De Gemeenschap en Bulgarije verklaren dat artikel 5 en artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 niet als een precedent kunnen worden beschouwd bij de onderhandelingen van Bulgarije met het oog op toetreding tot de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel of tot de Multilaterale Handelsorganisatie die eventueel uit de onderhandelingen in het kader van de Uruguay-Ronde ontstaat.

20. Protocol nr. 4 bij de Europa-Overeenkomst

De Gemeenschap en Bulgarije bevestigen dat zij bereid zijn later in de Associatieraad de mogelijkheid van regionale cumulatie met Polen, Hongarije, de Federatieve Republiek Tsjechië en Slovakije, en met Roemenië, te onderzoeken aan de hand van de vorderingen die gemaakt zijn bij het vervullen van de desbetreffende technische en administratieve voorwaarden.

21. Artikel 5 van Protocol nr. 6 bij de Europa-Overeenkomst

De Overeenkomstsluitende Partijen verklaren dat de verwijzing in artikel 5 van Protocol nr. 6 naar hun eigen wetgeving in voorkomend geval eveneens betrekking kan hebben op een internationale verbintenis die zij zijn aangegaan, zoals het Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken, dat op 15 november 1965 te 's-Gravenhage werd ondertekend.

22. Protocol nr. 8 bij de Europa-Overeenkomst

Overeengekomen wordt dat de bijstand van de Gemeenschap voor de uitvoering van Protocol nr. 8 geen afbreuk doet aan de totale financiële bijstand uit hoofde van Titel VIII.

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije inzake doorvoer [Vervallen per 01-01-2007]

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Tussen de Gemeenschap en Bulgarije is overeengekomen dat :

  • 1. de partijen geen maatregelen nemen waardoor afbreuk wordt gedaan aan de uit de tenuitvoerlegging van de bilaterale overeenkomsten tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap en Bulgarije voortvloeiende situatie met name wat betreft het aantal vergunningen, de gewichten en afmetingen van de voertuigen en de toepasselijke rechten;

  • 2. indien de voorwaarden voor de doorvoer over het grondgebied van de voormalige Federatieve Socialistische Republiek Joegoslavië niet opnieuw normaal worden, de partijen de in punt 1. bedoelde toezeggingen zullen bezien en deze zo nodig zullen aanpassen om de communautaire doorvoer te vergemakkelijken.

Bulgarije en de Gemeenschap sluiten een bilaterale vervoersovereenkomst. In afwachting daarvan wordt over elke wijziging van de bovenstaande regeling in onderling overleg beslist.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw regering met het bovenstaande instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Gemeenschap

B. Brief van Bulgarije

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

„Mijnheer,

Tussen de Gemeenschap en Bulgarije is overeengekomen dat :

  • 1. de partijen geen maatregelen nemen waardoor afbreuk wordt gedaan aan de uit de tenuitvoerlegging van de bilaterale overeenkomsten tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap en Bulgarije voortvloeiende situatie met name wat betreft het aantal vergunningen, de gewichten en afmetingen van de voertuigen en de toepasselijke rechten;

  • 2. indien de voorwaarden voor de doorvoer over het grondgebied van de voormalige Federatieve Socialistische Republiek Joegoslavië niet opnieuw normaal worden, de partijen de in punt 1. bedoelde toezeggingen zullen bezien en deze zo nodig zullen aanpassen om de communautaire doorvoer te vergemakkelijken.

Bulgarije en de Gemeenschap sluiten een bilaterale vervoersovereenkomst.

In afwachting daarvan wordt over elke wijziging van de bovenstaande regeling in onderling overleg beslist.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.".

Ik heb de eer U te bevestigen dat mijn Regering met de inhoud van deze brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Regering van Bulgarije

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije inzake de infrastructuur voor het overlandvervoer [Vervallen per 01-01-2007]

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer U bij deze te bevestigen dat de Gemeenschap, zoals zij tijdens de onderhandelingen over de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten enerzijds en Bulgarije anderzijds heeft verklaard, zich terdege bewust is van de infrastructuur- en milieuproblemen waarmee Bulgarije op vervoergebied te kampen heeft en dat zij, indien nodig, in het kader van de door de Europa-Overeenkomst ingestelde financiële mechanismen financiële middelen ter beschikking zal stellen voor de verbetering van de infrastructuur voor het overlandvervoer, namelijk de infrastructuur voor het weg- en railvervoer en de binnenvaart en die voor het gecombineerd vervoer.

Ik neem in dit verband nota van het feit dat Bulgarije heeft verklaard dringend behoefte te hebben aan financiële steun om zijn infrastructuur voor het overlandvervoer aan te passen aan de toename van het transitoverkeer over zijn grondgebied.

De partijen komen overeen om in de eerste plaats in het kader van de bestaande handels- en samenwerkingsovereenkomst de middelen te zoeken die hen in staat zouden moeten stellen bij te dragen aan de verbetering van deze infrastructuurvoorzieningen in Bulgarije waarbij vooral de nadruk wordt gelegd op de modernisering en bouw van spoorlijnen en autowegen tussen Kulata en Sofia en tussen Sofia en Vidin, de modernisering van de infrastructuur van de Donau en zijn internationale verbindingen, onverminderd de evaluatie van de projecten volgens de van toepassing zijnde procedures.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Gemeenschap

B. Brief van Bulgarije

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden, welke als volgt luidt:

„Mijnheer,

Ik heb de eer U bij deze te bevestigen dat de Gemeenschap, zoals zij tijdens de onderhandelingen over de Europa-Overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten enerzijds en Bulgarije anderzijds heeft verklaard, zich terdege bewust is van de infrastructuur- en milieuproblemen waarmee Bulgarije op vervoergebied te kampen heeft en dat zij, indien nodig, in het kader van de door de Europa-Overeenkomst ingestelde financiële mechanismen financiële middelen ter beschikking zal stellen voor de verbetering van de infrastructuur voor het overlandvervoer, namelijk de infrastructuur voor het weg- en railvervoer en de binnenvaart en die voor het gecombineerd vervoer.

Ik neem in dit verband nota van het feit dat Bulgarije heeft verklaard dringend behoefte te hebben aan financiële steun om zijn infrastructuur voor het overlandvervoer aan te passen aan de toename van het transitoverkeer over zijn grondgebied.

De partijen komen overeen om in de eerste plaats in het kader van de bestaande handels- en samenwerkingsovereenkomst de middelen te zoeken die hen in staat zouden moeten stellen bij te dragen aan de verbetering van deze infrastructuurvoorzieningen in Bulgarije waarbij vooral de nadruk wordt gelegd op de modernisering en bouw van spoorlijnen en autowegen tussen Kulata en Sofia en tussen Sofia en Vidin, de modernisering van de infrastructuur van de Donau en zijn internationale verbindingen, onverminderd de evaluatie van de projecten volgens de van toepassing zijnde procedures.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.".

Ik heb de eer U te bevestigen dat mijn Regering met de inhoud van deze brief instemt.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Regering van Bulgarije

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije betreffende een aantal bepalingen die van toepassing zijn op levend rundvee [Vervallen per 01-01-2007]

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije over handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het kader van de besprekingen over de EuropaOvereenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat de Gemeenschap de nodige maatregelen zal nemen om te verzekeren dat Bulgarije met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst op dezelfde voorwaarden als die voor Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije volledige toegang zal krijgen tot de regeling voor de invoer van levend rundvee in het kader van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad.

In het geval dat de vooruitzichten zouden uitwijzen dat de invoer in de Gemeenschap de 425 000 stuks te boven zou kunnen gaan en dat wegens deze invoer de communautaire rundvleesmarkt ernstig zou kunnen worden verstoord, behoudt de Gemeenschap zich het recht voor de passende maatregelen van beheer vast te stellen als bedoeld bij Verordening (EEG) nr. 1157/92 van de Raad en bij de Europa-Overeenkomsten met Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije, onverminderd alle andere rechten die haar bij de Overeenkomst worden toegekend. In deze context dient de invoer van levende runderen die niet wordt gedekt door de op ramingen berustende balansen als bedoeld bij artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad en bij de Europa-Overeenkomsten, te worden beperkt tot kalveren met een gewicht van 80 kg of minder.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.

Met de meeste hoogachting,

Namens de Gemeenschap

B. Brief van Bulgarije

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van vandaag welke als volgt luidt:

„Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije over handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het kader van de besprekingen over de Europa-Overeenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat de Gemeenschap de nodige maatregelen zal nemen om te verzekeren dat Bulgarije met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst op dezelfde voorwaarden als die voor Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije volledige toegang zal krijgen tot de regeling voor de invoer van levend rundvee in het kader van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad.

In het geval dat de vooruitzichten zouden uitwijzen dat de invoer in de Gemeenschap de 425 000 stuks te boven zou kunnen gaan en dat wegens deze invoer de communautaire rundvleesmarkt ernstig zou kunnen worden verstoord, behoudt de Gemeenschap zich het recht voor de passende maatregelen van beheer vast te stellen als bedoeld bij Verordening (EEG) nr. 1157/92 van de Raad en bij de Europa-Overeenkomsten met Hongarije, Polen en Tsjechoslowakije, onverminderd alle andere rechten die haar bij de Overeenkomst worden toegekend. In deze context dient de invoer van levende runderen die niet wordt gedekt door de op ramingen berustende balansen als bedoeld bij artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad en bij de Europa-Overeenkomsten, te worden beperkt tot kalveren met een gewicht van 80 kg of minder.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt."

Ik heb de eer U te bevestigen dat mijn Regering met de inhoud van Uw brief instemt.

Met de meeste hoogachting,

Voor de Regering van Bulgarije

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en Bulgarije betreffende een aantal bepalingen inzake varkens en pluimvee [Vervallen per 01-01-2007]

A. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije over handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het kader van de besprekingen over de Europa-Overeenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat de Gemeenschap, alvorens de aanvullende heffingen in de sectoren varkensvlees en pluimvee toe te passen op de in de bijlagen Xla en XlIIa van de Europa-Overeenkomst vermelde produkten van oorsprong uit Bulgarije, de Bulgaarse autoriteiten hiervan in kennis zal stellen. De partijen zullen binnen de vijf werkdagen overleg plegen met het oog op de uitwisseling van alle nuttige informatie die de Gemeenschap in staat kan stellen zich over de noodzaak van dergelijke maatregelen uit te spreken.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.

Met de meeste hoogachting,

Namens de Gemeenschap

B. Brief van Bulgarije

Mijnheer,

Ik heb de eer U de ontvangst te bevestigen van Uw brief van vandaag welke als volgt luidt:

„Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije over handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het kader van de besprekingen over de Europa-Overeenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat de Gemeenschap, alvorens de aanvullende heffingen in de sectoren varkensvlees en pluimvee toe te passen op de in de bijlagen Xla en XlIIa van de Europa-Overeenkomst vermelde produkten van oorsprong uit Bulgarije, de Bulgaarse autoriteiten hiervan in kennis zal stellen. De partijen zullen binnen de vijf werkdagen overleg plegen met het oog op de uitwisseling van alle nuttige informatie die de Gemeenschap in staat kan stellen zich over de noodzaak van dergelijke maatregelen uit te spreken.

Ik moge U verzoeken mij te willen bevestigen dat Uw Regering met het bovenstaande instemt.”.

Ik heb de eer U te bevestigen dat mijn Regering met de inhoud van deze brief instemt.

Met de meeste hoogachting,

Voor de Regering van Bulgarije

Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Bulgarije betreffende de regionale afbakening van de Afrikaanse varkenspest in het Koninkrijk Spanje [Vervallen per 01-01-2007]

A. Brief van Bulgarije

Mijnheer,

Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije betreffende de handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het bestek van de onderhandelingen van de Europa-Overeenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat Bulgarije aanvaardt te erkennen dat het grondgebied van het Koninkrijk Spanje, met uitzondering van de provincies Badajoz, Huelva, Sevilla en Córdoba vrij is van Afrikaanse varkenspest onder dezelfde termen als is vastgesteld in Beschikking 89/21/EEG van de Raad van 14 december 1988, gewijzigd bij Beschikking 91/112/EEG van de Raad van 12 februari 1991.

Bulgarije aanvaardt deze afwijking zonder dat dit afdoet aan alle andere vereisten van de Bulgaarse veterinaire wetgeving.

Ik moge U verzoeken de aanvaarding door de Gemeenschap van de inhoud van deze brief te willen bevestigen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voor de Regering van Bulgarije

B. Brief van de Gemeenschap

Mijnheer,

Ik heb de eer de ontvangst te bevestigen van Uw brief van heden die als volgt luidt:

„Ik heb de eer te verwijzen naar de besprekingen tussen de Gemeenschap en Bulgarije betreffende de handelsregelingen voor bepaalde landbouwprodukten, die in het bestek van de onderhandelingen van de Europa-Overeenkomst hebben plaatsgevonden.

Ik bevestig hierbij dat Bulgarije aanvaardt te erkennen dat het grondgebied van het Koninkrijk Spanje, met uitzondering van de provincies Badajoz, Huelva, Sevilla en Córdoba vrij is van Afrikaanse varkenspest onder dezelfde termen als is vastgesteld in Beschikking 89/21/ EEG van de Raad van 14 december 1988, gewijzigd bij Beschikking 91/112/EEG van de Raad van 12 februari 1991.

Bulgarije aanvaardt deze afwijking zonder dat dit afdoet aan alle andere vereisten van de Bulgaarse veterinaire wetgeving.

Ik moge U verzoeken de aanvaarding door de Gemeenschap van de inhoud van deze brief te willen bevestigen.".

Ik heb de eer U te bevestigen dat de Gemeenschap met de inhoud van Uw brief kan instemmen.

Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Namens de Gemeenschap

Unilaterale verklaringen van de Gemeenschap [Vervallen per 01-01-2007]

1. Artikel 21, lid 4

De Gemeenschap verklaart bereid te zijn de in Verordening (EEG) nr. 1767/82 vervatte preferentiële regeling voor bepaalde kaassoorten voor een bijkomende periode van vijf jaar onder dezelfde voorwaarden te handhaven.

2. Artikel 21, lid 4

De Gemeenschap aanvaardt een overgangsperiode van achttien maanden om de Bulgaarse industrie in staat te stellen zich aan de voorschriften van Verordening (EEG) nr. 690/92 aan te passen. In deze periode zal schapekaas van oorsprong uit Bulgarije die in de Gemeenschap wordt ingevoerd, worden aanvaard als de kaas ten hoogste 3 % koemelk bevat.

3. Artikel 2, lid 3, van Protocol nr. 1

De Gemeenschap bevestigt dat de behandeling die aan Bulgarije wordt verleend uit hoofde van het bepaalde in artikel 2, lid 3, van Protocol nr. 1 in wezen dezelfde is als die waarin de met Polen, Hongarije en de TSFR overeengekomen Protocollen voorzien en dat eventuele wijzigingen aan Verordening (EEG) nr. 636/82 van de Raad in beginsel op uniforme wijze zullen gelden ten aanzien van de vijf landen van Midden en Oost-Europa,

4. Artikel 9, lid 1, iii), en artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

De Gemeenschap bevestigt dat zij de verwijzingen naar overheidssteun in artikel 9, lid 1, iii), en artikel 9, lid 4, zo verstaat dat vervoersubsidies waarvan het effect een directe of indirecte subsidie aan de staalindustrie is, uitgesloten zijn.

5. Artikel 9, lid 4, van Protocol nr. 2 bij de Europa-Overeenkomst

Overeengekomen is dat de mogelijkheid van een uitzonderlijke verlenging van de periode van vijf jaar strikt beperkt blijft tot het bijzondere geval van Bulgarije, en geen beletsel vormt voor het standpunt van de Gemeenschap ten aanzien van andere gevallen, noch afbreuk doet aan internationale verplichtingen. Bij de in lid 4 bedoelde eventuele afwijking wordt rekening gehouden met de bijzondere moeilijkheden die Bulgarije ondervindt bij de herstructurering van de staalsector en met het feit dat dit proces zeer onlangs op gang is gebracht.

Unilaterale verklaringen van Bulgarije [Vervallen per 01-01-2007]

1. Artikel 14, lid 3

Bulgarije bevestigt, overeenkomstig artikel 26, lid 1, dat de in bijlage IX bedoelde uitvoerheffingen, indien deze worden ingesteld, de uitvoer niet in sterkere mate mogen beperken dan het stelsel van niet-automatische vergunningen en uitvoerplafonds.

2. Artikel 21, lid 3

Bulgarije zal alles in het werk stellen om, parallel met de onderhandelingen in de wijnsector, de hoeveelheden tabak waarvoor de in bijlage Xllb bedoelde kwantitatieve beperkingen gelden, te verhogen.

3. Artikel 45, lid 3, in samenhang met bijlage XVd

Het verbod op de verwerving van grond doet geen afbreuk aan de mogelijkheid van verwerving van een eigendomstitel voor een op die grond opgericht, gebouw. De grondeigenaar kan volgens de Bulgaarse wet op de eigendom het recht om op zijn grond een gebouw op te richten, toekennen aan een derde die dan eigenaar van het gebouw wordt. De grondeigenaar kan de eigendom van een reeds bestaand gebouw los van de grond overdragen.

4. Artikel 59

Bulgarije zegt toe binnen een tijdsbestek dat verenigbaar is met de geleidelijke uitvoering van de Associatie actief te zullen onderhandelen over zijn toetreding tot de GATT en de overige overeenkomsten in het kader van de Multilaterale Handelsorganisatie die uit de onderhandelingen in het kader van de Uruguay-Ronde zullen tot stand komen.

5. Artikel 67

Bulgarije bevestigt dat in het kader van zijn nieuwe octrooiwetgeving onderdanen van de Lid-Staten van de Gemeenschap zullen worden behandeld op een wijze die niet minder gunstig is dan die waarop derde landen op grond van een bilaterale overeenkomst, met inbegrip van de in april 1991 ondertekende overeenkomst tussen Bulgarije en de VS, worden behandeld, met name op het gebied van de overgangsbescherming van octrooien.

6. Brief van de Regering van Bulgarije aan de Gemeenschap

De Regering van Bulgarije verklaart dat Bulgarije geen beroep zal doen op de bepalingen van Protocol nr. 2 betreffende EGKS-produkten, in het bijzonder artikel 9 daarvan, ten einde geen vragen te doen rijzen omtrent de verenigbaarheid met dit Protocol van de tussen de steenkoolindustrie van de Gemeenschap en de elektriciteitsondernemingen en de staalindustrie gesloten overeenkomsten ter bevordering van de verkoop van steenkool uit de Gemeenschap.

7. Protocol nr. 3 bij de Europa-Overeenkomst

Bulgarije zal alles in het werk stellen om de in bijlage XII b bedoelde kwantitatieve beperkingen voor roomijs te herleiden met het oog op de afschaffing ervan parallel met de onderhandelingen in de wijnsector.

GEDAAN te Brussel, de achtste maart negentienhonderd drieënnegentig.

  • ^ [1]

    [Red: De oorspronkelijke Bijlagen en Protocollen bij de Overeenkomst liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, en zijn gepubliceerd in PbEG 1994, L 358.]