Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, Warschau, 07-09-1992

Geldend van 01-02-1994 t/m heden

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Polen,

hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen,

Geleid door de wens de economische samenwerking te intensiveren, tot wederzijds voordeel van beide landen,

Voornemens gunstige voorwaarden te scheppen voor investeringen door investeerders van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij,

en

Erkennend dat de bevordering en bescherming van investeringen op basis van deze Overeenkomst het initiatief op dit terrein stimuleert,

Zijn overeengekomen als volgt;

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst:

  • a. omvat de term „investeringen": alle soorten vermogensbestanddelen en in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

    • i. roerende en onroerende zaken en ale andere zakelijke rechten ten aanzien van alle soorten vermogensbestanddelen;

    • ii. rechten ontleend aan aandelen, obligaties en andere soorten belangen in ondernemingen en gezamenlijke ondernemingen;

    • iii. recht op geld en andere vermogensbestanddelen en op iedere prestatie die economische waarde heeft;

    • iv. rechten op het gebied van de intellectuele eigendom, technische werkwijzen, goodwill en technische kennis;

    • v. rechten tot het verrichten van economische bedrijvigheid, met inbegrip van rechten tot het opsporen, exploreren, ontginnen en winnen van natuurlijke rijkdommen, verleend krachtens een contract, bestuurlijke beslissingen of krachtens de wetgeving van de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied een zodanige activiteit wordt ondernomen.

  • b. omvat de term „investeerders" met betrekking tot elk der Overeenkomstsluitende Partijen:

    • i. natuurlijke personen die in overeenstemming met het recht van die Overeenkomstsluitende Partij haar nationaliteit bezitten;

    • ii. onverminderd het bepaalde in punt iii. hieronder, rechtspersonen die zijn opgericht in overeenstemming met het recht van die Overeenkomstsluitende Partij;

    • iii. rechtspersonen, waar ook gevestigd, die onder al dan niet rechtstreeks toezicht staan van investeerders van die Overeenkomstsluitende Partij.

  • c. omvat de term „grondgebied": de zeegebieden grenzend aan de kust van de betrokken Staat, voor zover die Staat overeenkomstig het internationale recht soevereine rechten of rechtsmacht in deze gebieden kan uitoefenen.

Artikel 2

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen stimuleert, binnen het kader van haar wetten en voorschriften, de economische samenwerking door middel van bescherming op haar grondgebied van investeringen van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Behoudens haar recht de door haar wetten en voorschriften verleende bevoegdheden uit te oefenen, laat elke Overeenkomstsluitende Partij zulke investeringen toe.

Artikel 3

  • 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt een eerlijke en rechtvaardige behandeling van de investeringen van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij en belemmert niet, door onredelijke of discriminatoire maatregelen, de werking, het beheer, de instandhouding, het gebruik en het genot of de vervreemding daarvan door deze investeerders.

  • 2 In het bijzonder kent elke Overeenkomstsluitende Partij zulke investeringen een volledige zekerheid en bescherming toe, die in elk geval niet minder is dan die welke wordt toegekend aan investeringen van haar eigen investeerders of aan investeringen van investeerders van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken investeerder.

  • 3 Indien een Overeenkomstsluitende Partij investeerders van een derde Staat bijzondere voordelen heeft toegekend uit hoofde van overeenkomsten tot oprichting van douane-unies, organisaties voor wederzijdse economische bijstand, economische unies of soortgelijke instellingen, dan wel op grond van interim-overeenkomsten die tot dergelijke unies of instellingen leiden, is die Overeenkomstsluitende Partij niet verplicht bedoelde voordelen toe te kennen aan investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 4 De krachtens dit artikel toegekende behandeling strekt zich niet uit tot belastingen, kosten, heffingen en tot belastingverminderingen en vrijstellingen die door een der Overeenkomstsluitende Partijen worden toegekend aan investeerders van derde Staten uit hoofde van een overeenkomst tot vermijding van dubbele belasting of van andere overeenkomsten inzake belastingaangelegenheden, dan wel op basis van wederkerigheid met een derde Staat.

  • 5 Elke Overeenkomstsluitende Partij komt alle verplichtingen na die zij is aangegaan met betrekking tot investeringen van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 6 Indien naast deze Overeenkomst de wettelijke bepalingen van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen of verplichtingen krachtens internationaal recht, die thans bestaan of op een later tijdstip door de Overeenkomstsluitende Partijen worden aangegaan, een algemene of bijzondere regeling bevatten, op grond waarvan investeringen van investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij aanspraak kunnen maken op een behandeling die gunstiger is dan in deze Overeenkomst is voorzien, heeft deze regeling, in zoverre zij gunstiger is, voorrang boven deze Overeenkomst.

Artikel 4

De Overeenkomstsluitende Partijen waarborgen dat betalingen die verband houden met een investering kunnen worden overgemaakt. De overmakingen geschieden in vrij wisselbare valuta, zonder onredelijke beperking of vertraging. Deze overmakingen omvatten in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

  • a. winsten, interest, dividenden en andere lopende inkomsten;

  • b. gelden nodig

    • i. voor het verwerven van grondstoffen of hulpmaterialen, halffabrikaten of eindprodukten, of

    • ii. om kapitaalgoederen te vervangen teneinde de continuïteit van een investering te waarborgen;

  • c. bijkomende gelden, noodzakelijk voor het uitbreiden van een investering;

  • d. gelden voor de terugbetaling van leningen;

  • e. royalty's of honoraria;

  • f. inkomsten van natuurlijke personen wie het is toegestaan te werken in verband met een investering;

  • g. de opbrengsten van de verkoop of liquidatie van de investering.

Artikel 5

Geen der Overeenkomstsluitende Partijen neemt maatregelen waardoor aan investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij direct of indirect hun investeringen worden ontnomen, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a. de maatregelen worden genomen in het algemeen belang en met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang;

  • b. de maatregelen zijn niet discriminatoir of in strijd met een toezegging die de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij heeft gedaan;

  • c. de maatregelen gaan vergezeld van een regeling voor de betaling van een billijke schadeloosstelling. Deze schadeloosstelling dient overeen te komen met de werkelijke waarde van de desbetreffende investeringen en dient, wil zij doeltreffend zijn voor de gerechtigden, zonder onredelijke vertraging te worden betaald en te kunnen worden overgemaakt in een vrij inwisselbare valuta die door de gerechtigden wordt aanvaard.

Artikel 6

Aan investeerders van de ene Overeenkomstsluitende Partij die verliezen lijden met betrekking tot hun investeringen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij wegens oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie, een nationale noodtoestand, opstand, oproer of ongeregeldheden, wordt door laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij wat restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling of een andere regeling betreft, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke die Overeenkomstsluitende Partij toekent aan haar eigen investeerders of aan investeerders van een derde Staat, naar gelang van wat het gunstigst is voor de betrokken investeerders.

Artikel 7

Indien de investeringen van een investeerder van de ene Overeenkomstsluitende Partij krachtens een bij wet ingesteld stelsel verzekerd zijn tegen niet commerciële risico's, wordt de subrogatie van de verzekeraar of de herverzekeraar in de rechten van de genoemde investeerder, ingevolge de voorwaarden van deze verzekering, door de andere Overeenkomstsluitende Partij erkend, zulks onverminderd het recht van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij belastingen en andere overheidsheffingen die door de investeerder verschuldigd zijn en moeten worden betaald, te innen.

Artikel 8

  • 1 Een geschil tussen de ene Overeenkomstsluitende Partij en een investeerder van de andere Overeenkomstsluitende Partij betreffende de gevolgen van een door de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij genomen maatregel ten aanzien van de wezenlijke aspecten verbonden aan de bedrijfsvoering, zoals de maatregelen genoemd in artikel 5 van deze Overeenkomst of de overmaking van gelden genoemd in artikel 4 van deze Overeenkomst, wordt voor zover mogelijk in der minne tussen de beide betrokken partijen geschikt.

  • 2 Indien zulk een geschil niet kan worden beslecht binnen zes maanden vanaf de datum waarop een van de partijen om een minnelijke schikking heeft verzocht, zal het op verzoek van de investeerder worden voorgelegd aan een scheidsgerecht. In dit geval worden de bepalingen van artikel 12, derde tot en met negende lid, mutatis mutandis toegepast. Evenwel wordt de Voorzitter van het Arbitrage-instituut van het scheidsgerecht van de Kamer van Koophandel in Stockholm verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.

  • 3 Ingeval beide Overeenkomstsluitende Partijen lid zijn geworden bij het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten van 18 maart 1965, worden geschillen tussen een van de Overeenkomstsluitende Partijen en de investeerder van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel ter beslechting door middel van conciliatie of arbitrage voorgelegd aan het Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen.

Artikel 9

De bepalingen van deze Overeenkomst zijn van toepassing op investeringen gedaan door investeerders van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij na 26 september 1968 overeenkomstig de wetten en voorschriften van de laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 10

Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst van toepassing op het deel van het Rijk in Europa, de Nederlandse Antillen en Aruba, tenzij in de in artikel 13, eerste lid, bedoelde kennisgeving anders is bepaald.

Artikel 11

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan voorstellen overleg te plegen inzake iedere aangelegenheid betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst. De andere Partij neemt dit overleg in welwillende overweging en biedt daartoe passende gelegenheid.

Artikel 12

  • 1 Geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst worden zoveel mogelijk langs diplomatieke weg beslecht.

  • 2 Indien het geschil niet binnen zes maanden op deze wijze kan worden beslecht, wordt het op verzoek van een van de Overeenkomstsluitende Partijen voorgelegd aan een scheidsgerecht.

  • 3 Het scheidsgerecht zal als volgt worden samengesteld: elke Overeenkomstsluitende Partij benoemt een scheidsman en deze twee scheidsmannen kiezen te zamen een onderdaan van een derde Staat tot voorzitter, De scheidsmannen worden benoemd binnen drie maanden en de voorzitter binnen vijf maanden vanaf de datum waarop de ene Overeenkomstsluitende Partij de andere Overeenkomstsluitende Partij heeft medegedeeld dat zij voornemens is het geschil aan een scheidsgerecht voor te leggen.

  • 4 Indien een van de Overeenkomstsluitende Partijen nalaat haar scheidsman te benoemen en hiertoe niet is overgegaan binnen de voorgeschreven termijn, kan de andere Overeenkomstsluitende Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten. Indien de beide scheidsmannen binnen de voorgeschreven termijn niet tot overeenstemming kunnen geraken over de keuze van de derde scheidsman, kan een van de Overeenkomstsluitende Partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

  • 5 Indien in de in het vierde lid bedoelde gevallen de President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President verhinderd is genoemde functie te vervullen, of onderdaan is van een van de Overeenkomstsluitende Partijen, wordt het lid van het Gerechtshof dat het hoogst in anciënniteit is, beschikbaar is en geen onderdaan is van een der Overeenkomstsluitende Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.

  • 6 Het scheidsgerecht beslist op basis van eerbiediging van het recht, met inbegrip van met name deze Overeenkomst en andere relevante overeenkomsten die tussen de beide Overeenkomstsluitende Partijen bestaan en de algemeen erkende regels en beginselen van internationaal recht. Alvorens uitspraak te doen kan het scheidsgerecht in elke stand van het geding een minnelijke schikking van het geschil aan de Overeenkomstsluitende Partijen voorstellen. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het scheidsgerecht in het geschil een uitspraak ex aequo et bono te doen, indien de Overeenkomstsluitende Partijen daarmede instemmen.

  • 7 Tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedureregels vast.

  • 8 Het scheidsgerecht doet zijn uitspraak bij meerderheid van stemmen. Deze uitspraak is onherroepelijk en bindend voor de Overeenkomstsluitende Partijen.

  • 9 Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt de kosten van de door haar benoemde scheidsman en van haar vertegenwoordiging. De kosten van de voorzitter alsmede de andere kosten worden in gelijke delen door de Overeenkomstsluitende Partijen gedragen.

Artikel 13

  • 1 Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkander schriftelijk hebben meegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen daartoe constitutioneel vereiste procedures is voldaan, en zij blijft van kracht gedurende een tijdvak van vijftien jaar.

  • 2 Tenzij door een van beide Overeenkomstsluitende Partijen ten minste zes maanden voor de datum van het verstrijken van de aanvankelijke geldigheidsduur kennisgeving van beëindiging is gedaan, wordt deze Overeenkomst stilzwijgend verlengd voor tijdvakken van tien jaar, waarbij iedere Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voorbehoudt de Overeenkomst te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van ten minste zes maanden voor de datum van verstrijken van de lopende termijn van geldigheid.

  • 3 Ten aanzien van investeringen die zijn gedaan voor de datum van beëindiging van deze Overeenkomst, blijven de voorgaande artikelen van kracht gedurende een tijdvak van vijftien jaar vanaf die datum.

  • 4 Met inachtneming van de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn is de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van deze Overeenkomst ten aanzien van een van de delen van het Koninkrijk afzonderlijk te beëindigen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondertekenende vertegenwoordigers, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Warschau op 7 september 1992 in de Nederlandse, de Poolse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in uitlegging is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) Y. VAN ROOY

Voor de Regering van de Republiek Polen

(w.g.) OSIATYŃSKI

Protocol

Bij de ondertekening van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, hebben de ondertekenende vertegenwoordigers overeenstemming bereikt omtrent de onderstaande bepalingen die een integrerend deel van de Overeenkomst uitmaken.

1

Met betrekking tot artikel 1 wordt onder „toezicht" verstaan het hebben van een aanmerkelijk belang in of het vermogen aanmerkelijke invloed uit te oefenen op het beheer en de exploitatie van een investering, met dien verstande dat een zodanige invloed niet geacht wordt aanwezig te zijn uitsluitend als gevolg van een contractuele betrekking ten behoeve van de levering van goederen of de verlening van diensten of de verlening van handelskredieten in verband met zodanige contracten.

2

Met betrekking tot de betekenis van de term „vertraging" in artikel 4: overmakingen geschieden overeenkomstig normale banken handelspraktijken en in elk geval binnen een termijn van 2 maanden vanaf de datum van de aanvraag tot overmaking.

3

De Regering van de Republiek Polen bevestigt haar beleid waarbij erop wordt toegezien dat over binnen het grondgebied van de Republiek Polen aangehouden bankdeposito's een reële rente wordt betaald.

(w.g.) Y. VAN ROOY

(w.g.) OSIATYŃSKI