Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bolivia inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen, La Paz, 10-03-1992[Regeling vervallen per 01-11-2009.]

Geldend van 01-11-1994 t/m 31-10-2009

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bolivia inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bolivia inzake de bevordering en wederzijdse bescherming van investeringen [Vervallen per 01-11-2009]

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Republiek Bolivia,

Geleid door de wens de van oudsher tussen hun landen bestaande vriendschapsbanden te versterken, de economische betrekkingen uit te breiden en te intensiveren, in het bijzonder met betrekking tot investeringen door onderdanen van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij,

Erkennend dat overeenstemming omtrent de aan zodanige investeringen toe te kennen behandeling de kapitaalstroom en de overdracht van technologie, alsmede de economische ontwikkeling van de Overeenkomstsluitende Partijen zal stimuleren en dat een eerlijke en rechtvaardige behandeling van investeringen wenselijk is,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1 [Vervallen per 01-11-2009]

Voor de toepassing van deze Overeenkomst omvat de term:

  • a. „investeringen" alle soorten vermogensbestanddelen en in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

    • (i) roerende en onroerende goederen, alsmede alle andere zakelijke rechten met betrekking tot alle soorten activa;

    • (ii) rechten ontleend aan aandelen, obligaties en andere soorten belangen in ondernemingen en gezamenlijke ondernemingen;

    • (iii) recht op geld, goodwill en andere activa en op iedere prestatie die economische waarde heeft;

    • (iv) rechten op het gebied van de intellectuele eigendom, technische werkwijzen en know-how;

    • (v) krachtens het publiekrecht verleende rechten, met inbegrip van rechten tot het opsporen, exploreren, ontginnen en winnen van natuurlijke rijkdommen.

  • b. „onderdanen", met betrekking tot beide Overeenkomstsluitende Partijen:

    • (i) natuurlijke personen die volgens het recht van die Overeenkomstsluitende Partij haar nationaliteit bezitten;

    • (ii) onverminderd het bepaalde in (iii) hieronder, rechtspersonen die zijn opgericht overeenkomstig het recht van die Overeenkomstsluitende Partij;

    • (iii) rechtspersonen die onder, al dan niet rechtstreeks, toezicht staan van onderdanen van die Overeenkomstsluitende Partij, maar die zijn opgericht overeenkomstig het recht van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • c. „grondgebied" omvat de zeegebieden grenzend aan de kust van de betrokken Staat, voor zover die Staat overeenkomstig het internationale recht soevereine rechten of rechtsmacht in deze gebieden kan uitoefenen.

Artikel 2 [Vervallen per 01-11-2009]

Binnen het kader van haar wetten en voorschriften stimuleert elk der Overeenkomstsluitende Partijen de economische samenwerking door de bescherming op haar grondgebied van investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Elke Overeenkomstsluitende Partij laat zodanige investeringen toe, zulks behoudens haar recht de bij haar wetten en voorschriften toegekende bevoegdheden uit te oefenen.

Artikel 3 [Vervallen per 01-11-2009]

  • 1 Iedere Overeenkomstsluitende Partij waarborgt een eerlijke en rechtvaardige behandeling van de investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en belemmert niet, door onredelijke of discriminatoire maatregelen, de werking, het beheer, de instandhouding, het gebruik en het genot hiervan of de beschikking hierover door die onderdanen.

  • 2 Met name kent iedere Overeenkomstsluitende Partij zodanige investeringen een volledige zekerheid en bescherming toe, die in elk geval niet minder is dan die welke wordt toegekend aan investeringen van haar eigen onderdanen of aan investeringen van onderdanen van een derde Staat, welke van beide het gunstigst is voor de investeerder.

  • 3 Indien een Overeenkomstsluitende Partij onderdanen van een derde Staat bijzondere voordelen heeft toegekend uit hoofde van overeenkomsten tot oprichting van douane-unies, economische unies of soortgelijke instellingen, dan wel op grond van interim-overeenkomsten die tot zodanige unies of instellingen leiden, is deze Overeenkomstsluitende Partij niet verplicht zodanige voordelen toe te kennen aan onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 4 Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt alle verplichtingen in acht, die zij mocht hebben aangegaan met betrekking tot investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 5 Indien de wettelijke bepalingen van één der Overeenkomstsluitende Partijen of de verplichtingen krachtens internationaal recht, die thans bestaan of op een later tijdstip tussen de Overeenkomstsluitende Partijen tot stand komen naast deze Overeenkomst, een algemene of bijzondere regeling bevatten, op grond waarvan investeringen door investeerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij aanspraak kunnen maken op een behandeling die gunstiger is dan in deze Overeenkomst is voorzien, heeft een dergelijke regeling, voor zover zij gunstiger is, voorrang boven deze Overeenkomst.

Artikel 4 [Vervallen per 01-11-2009]

Met betrekking tot belastingen, heffingen, lasten en verminderingen en vrijstellingen van belasting kent iedere Overeenkomstsluitende Partij onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij die zich op haar grondgebied bezighouden met economische activiteiten, een niet minder gunstige behandeling toe dan die welke wordt toegekend aan haar eigen onderdanen of aan die van een derde Staat, welke van beide het gunstigst is voor de betrokken onderdanen. In dit verband wordt evenwel geen rekening gehouden met bijzondere belastingvoordelen door die Partij toegekend krachtens een overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting, uit hoofde van haar deelneming aan een douane-unie, economische unie of soortgelijke instelling, dan wel op basis van wederkerigheid met een derde Staat.

Artikel 5 [Vervallen per 01-11-2009]

De Overeenkomstsluitende Partijen waarborgen de overmaking van de betaling die verband houden met een investering. De overmakingen geschieden in vrij inwisselbare valuta, zonder onredelijke beperking of vertraging. Deze overmakingen omvatten in het bijzonder, doch niet uitsluitend:

  • a. winsten, interesten, dividenden en andere lopende inkomsten;

  • b. gelden nodig

    • (i) voor het verwerven van grondstoffen of hulpmaterialen, halffabrikaten of eindprodukten, of

    • (ii) om kapitaalgoederen te vervangen

      ten einde de continuïteit van een investering te waarborgen;

  • c. bijkomende gelden, noodzakelijk voor de ontwikkeling van een investering;

  • d. gelden voor terugbetaling van leningen;

  • e. royalty's of honoraria;

  • f. inkomsten uit arbeid van natuurlijke personen;

  • g. de opbrengst van de verkoop of liquidatie van de investering.

Artikel 6 [Vervallen per 01-11-2009]

Geen van beide Overeenkomstsluitende Partijen neemt maatregelen, waardoor aan onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij direct of indirect hun investeringen worden ontnomen, tenzij aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a. de maatregelen zijn genomen in het algemeen belang en met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang;

  • b. de maatregelen zijn niet discriminatoir of in strijd met enige toezegging, gedaan door eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij;

  • c. de maatregelen gaan vergezeld van een regeling voor de betaling van rechtvaardige schadeloosstelling. Deze schadeloosstelling dient de echte waarde van de getroffen investeringen te vertegenwoordigen en zij moet, wil zij doeltreffend zijn voor de gerechtigden, zonder onnodige vertraging worden betaald en overgemaakt naar het land dat door de betrokken gerechtigden is aangewezen en in de valuta van het land waarvan de gerechtigden onderdaan zijn of in een vrij inwisselbare valuta die door de gerechtigde wordt aanvaard.

Artikel 7 [Vervallen per 01-11-2009]

Onderdanen van de ene Overeenkomstsluitende Partij die verliezen lijden met betrekking tot hun investeringen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij wegens oorlog of een ander gewapend conflict, revolutie, een nationale noodtoestand, opstand, oproer of ongeregeldheden, wordt door de laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, wat betreft restitutie, schadevergoeding, schadeloosstelling, of een andere regeling, geen minder gunstige behandeling toegekend dan die welke die Overeenkomstsluitende Partij toekent aan haar eigen onderdanen of aan onderdanen van een derde Staat, welke van beide het gunstigst is voor de betrokken onderdanen.

Artikel 8 [Vervallen per 01-11-2009]

Indien de investeringen van een onderdaan van de ene Overeenkomstsluitende Partij krachtens een bij de wet ingesteld stelsel verzekerd zijn tegen niet-commerciële risico's, wordt de subrogatie van de verzekeraar of herverzekeraar in de rechten van genoemde onderdaan, ingevolge de voorwaarden van deze verzekering, door de andere Overeenkomstsluitende Partij erkend.

Artikel 9 [Vervallen per 01-11-2009]

  • 1 Ten einde een oplossing te vinden voor de uit investeringen voortvloeiende geschillen tussen de ene Overeenkomstsluitende Partij en een onderdaan van de andere Partij bij deze Overeenkomst vinden besprekingen plaats met het oogmerk het conflict tussen de betrokken partijen in der minne te schikken.

  • 2 Indien een geschil niet kan worden geregeld binnen een termijn van zes maanden, gerekend vanaf de datum waarop de betrokken onderdaan zijn aanspraak heeft doen gelden, wordt het op verzoek van de betrokken onderdaan voorgelegd aan een scheidsgerecht.

  • 3 Het scheidsgerecht wordt ad hoc gevormd, waarbij elke partij een scheidsman benoemt en de scheidsmannen dienen tot overeenstemming te geraken over de keuze van een onderdaan van een derde staat als voorzitter. De scheidsmannen worden benoemd binnen een termijn van twee maanden, en de voorzitter binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van het tijdstip waarop de betrokken onderdaan te kennen heeft gegeven dat hij het geschil wenst voor te leggen aan een scheidsgerecht.

  • 4 Indien de in het derde lid voorziene termijnen niet in acht worden genomen, heeft elk van de partijen bij het geschil, indien er geen andere regelingen tussen de partijen bij het geschil van toepassing zijn, de bevoegdheid de President van het Hof van Arbitrage van de Internationale Kamer van Koophandel van Parijs te verzoeken over te gaan tot de vereiste benoemingen.

  • 5 Het vierde tot en met het zevende lid van artikel 13 van deze Overeenkomst zijn mutatis mutandis van toepassing.

  • 6 Indien beide Overeenkomstsluitende Partijen zijn toegetreden tot het Verdrag inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten van 18 maart 1965, worden uit investeringen voortvloeiende geschillen tussen een van de Overeenkomstsluitende Partijen en een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig de bepalingen van dat Verdrag, ter beslechting door middel van conciliatie of arbitrage voorgelegd aan het Internationaal Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen.

Artikel 10 [Vervallen per 01-11-2009]

Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst zijn de daarin vervatte bepalingen mede van toepassing op vóór die datum verrichte investeringen.

Artikel 11 [Vervallen per 01-11-2009]

Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden is deze Overeenkomst van toepassing op het deel van het Koninkrijk in Europa, Aruba en de Nederlandse Antillen.

Artikel 12 [Vervallen per 01-11-2009]

Elk van de beide Overeenkomstsluitende Partijen kan de andere Partij voorstellen overleg te plegen inzake enigerlei aangelegenheid betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst. De andere Partij besteedt welwillende aandacht aan en biedt voldoende gelegenheid voor zulk overleg.

Artikel 13 [Vervallen per 01-11-2009]

  • 1 Enig geschil tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst, dat niet binnen een redelijke termijn langs diplomatieke weg kan worden geregeld, wordt, tenzij de Partijen anderszins zijn overeengekomen, op verzoek van een van de Partijen voorgelegd aan een uit drie leden samengesteld scheidsgerecht. Iedere Partij benoemt een scheidsman en de beide aldus benoemde scheidsmannen benoemen te zamen een derde scheidsman, die geen onderdaan is van een der beide partijen, tot hun voorzitter.

  • 2 Indien een van de Partijen nalaat haar scheidsman te benoemen en indien zij geen gevolg heeft gegeven aan het verzoek van de andere Partij binnen twee maanden tot deze benoeming over te gaan, kan de laatstgenoemde Partij de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

  • 3 Indien de beide scheidsmannen binnen twee maanden na hun aanwijzing niet tot overeenstemming kunnen geraken over de keuze van een derde scheidsman, kan een van beide Partijen de President van het Internationale Gerechtshof verzoeken de noodzakelijke benoeming te verrichten.

  • 4 Indien in de gevallen, bedoeld in het tweede en derde lid van dit artikel, de President van het Internationale Gerechtshof verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of onderdaan is van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, wordt de Vice-President verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten. Indien de Vice-President verhinderd is genoemde functie uit te oefenen, of indien hij onderdaan is van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen, wordt het lid van het Gerechtshof, dat het hoogst in anciënniteit is en dat beschikbaar is en dat geen onderdaan is van een van beide Partijen, verzocht de noodzakelijke benoemingen te verrichten.

  • 5 Het scheidsgerecht doet uitspraak op de grondslag van de eerbiediging van het recht daaronder in het bijzonder begrepen deze Overeenkomst en iedere andere terzake doende overeenkomst tussen de Overeenkomstsluitende Partijen, alsmede de algemeen erkende regels en beginselen van het internationaal recht. Alvorens uitspraak te doen, kan het scheidsgerecht in elke stand van het geding een minnelijke schikking van het geschil aan de Partijen voorstellen. De voorgaande bepalingen doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van het scheidsgerecht in het geschil een uitspraak ex aequo et bono te doen, indien de Partijen daarmee instemmen.

  • 6 Tenzij Partijen anders beslissen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen procedureregels vast.

  • 7 Het scheidsgerecht doet zijn uitspraak bij meerderheid van stemmen. Een zodanige uitspraak is onherroepelijk en bindend voor de Partijen bij het geschil.

Artikel 14 [Vervallen per 01-11-2009]

  • 1 Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld, dat aan de in hun onderscheiden landen hiertoe grondwettelijk vereiste procedures is voldaan, en zij blijft van kracht gedurende een tijdvak van 15 jaar.

  • 2 Tenzij door een van beide Partijen ten minste zes maanden voor het vervallen van haar geldigheid kennisgeving van opzegging wordt gedaan, wordt deze Overeenkomst stilzwijgend verlengd voor telkens een volgend tijdvak van 10 jaar, waarbij iedere Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voorbehoudt de Overeenkomst te beëindigen, nadat zij ten minste zes maanden voor het verstrijken van de lopende termijn van geldigheid van dit voornemen kennis heeft gegeven.

  • 3 Ten aanzien van investeringen die zijn verricht voor de datum van beëindiging van deze Overeenkomst, blijven de voorgaande artikelen van kracht gedurende een tijdvak van nog eens 15 jaar te rekenen vanaf die datum.

  • 4 Met inachtneming van de in het tweede lid van dit artikel genoemde opzegtermijn is het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van deze Overeenkomst ten aanzien van één van de delen van het Koninkrijk afzonderlijk te beëindigen.

TEN BLIJKE WAARVAN, de ondertekenende vertegenwoordigers, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN in twee exemplaren, te La Paz, Republiek Bolivia op 10 maart 1992 in de Nederlandse, de Spaanse en de Engelse taal, zijnde de drie teksten gelijkelijk authentiek. In geval van geschillen omtrent de uitlegging is de Engelse tekst doorslaggevend.

(w.g.) H. C. R. M. PRINCEN

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) C. ITURRALDE BALLIVAN

Voor de Regering van de Republiek Bolivia,