Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Polen inzake de binnenvaart, Warschau, 31-01-1992

Geldend van 01-12-1992 t/m heden

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Polen inzake de binnenvaart

Authentiek : NL

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Polen inzake de binnenvaart

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Polen,

Indachtig de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen inzake economische, industriële en technische samenwerking van 2 juli 1974;

Erkennend dat de uit bestaande multilaterale verdragen voortvloeiende rechten en verplichtingen van beide Partijen onverlet moeten blijven;

Geleid door de wens het vervoer van personen en goederen met binnenschepen te regelen;

Ernaar strevend de binnenvaart van beide landen verder te ontwikkelen, en

Ernaar strevend daarbij rekening te houden met de wederzijdse belangen bij de verbetering van de waterwegen die de twee Partijen verbinden,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

  • 1 In deze Overeenkomst wordt verstaan onder

    • a. „Nederlandse schepen": de in een Nederlands binnenschepenregister officieel ingeschreven binnenschepen, waarvoor een verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart is afgegeven;

    • b. „Poolse schepen": binnenschepen die officieel zijn ingeschreven in een Pools administratief register van Poolse binnenschepen;

    • c. „Nederlandse scheepvaartondernemingen": scheepvaartondernemingen of -ondernemers waarvan de schepen officieel zijn ingeschreven in een Nederlands binnenschepenregister en waarvoor een verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart is afgegeven;

    • d. „Poolse scheepvaartondernemingen": scheepvaartondernemingen of-ondernemers waarvan de schepen officieel zijn ingeschreven in een Pools administratief register van Poolse schepen;

    • e. „bevoegde autoriteiten": voor het Koninkrijk der Nederlanden de Minister van Verkeer en Waterstaat en voor de Republiek Polen de Minister van Vervoer en Maritieme Zaken, voor zover dezen elkaar niet mededelen dat andere autoriteiten of instanties bevoegd zijn;

    • f. „havens": de zee- en binnenhavens, laad- en losplaatsen, alsmede de aanlegplaatsen van passagiersschepen.

  • 2 In deze Overeenkomst wordt verstaan onder

    • a. „transitovervoer": vervoer, waarbij op schepen van de ene Partij personen en/of goederen door het grondgebied van de andere Partij worden vervoerd en waarbij geen personen of goederen worden opgenomen of afgezet;

    • b. „wisselvervoer": vervoer tussen havens van beide Partijen met schepen van beide Partijen, waarbij personen en/of goederen worden opgenomen of afgezet;

    • c. „vervoer door derden": vervoer tussen havens van beide Partijen met schepen van een derde staat, waarbij personen en/of goederen worden opgenomen of afgezet;

    • d. „derde-landenvervoer": vervoer met schepen van de ene Partij tussen havens van de andere Partij en van een derde staat, waarbij personen en/of goederen worden opgenomen of afgezet;

    • e. „cabotage": vervoer tussen twee havens van de desbetreffende andere Partij, waarbij personen en/of goederen worden opgenomen of afgezet.

Artikel 2

Nederlandse schepen mogen de Poolse waterwegen en Poolse schepen de Nederlandse waterwegen in het kader van het vervoer overeenkomstig artikel 3 tot en met 7 van deze Overeenkomst bevaren en de havens en ligplaatsen gebruiken. Dit geldt ook dienovereenkomstig voor het vervoer van drijvende werktuigen en drijvende voorwerpen, alsmede voor het transporteren van schepen in aanbouw.

Artikel 3

Nederlandse en Poolse schepen mogen personen en goederen in het transitovervoer door het grondgebied van de andere Partij vervoeren.

Artikel 4

  • 1 Nederlandse en Poolse schepen mogen personen en goederen in het wisselvervoer tussen havens van beide Partijen vervoeren.

  • 2 In het wisselvervoer dienen de scheepvaartondernemingen van beide Partijen lading te kunnen aannemen, zonder dat ladingverdeling plaatsvindt.

  • 3 Op verzoek van de bevoegde autoriteit van een van beide Partijen dienen op voorstel van de Gemengde Commissie economisch toereikende richtprijzen voor de vervoersdiensten en de bijzondere voorwaarden in het wisselvervoer te worden overeengekomen.

Artikel 5

Vervoer door derden is slechts toegestaan in de gevallen die door de bevoegde autoriteiten op voorstel van de Gemengde Commissie worden overeengekomen.

Artikel 6

Derde-landenvervoer is slechts toegestaan in de gevallen die door de bevoegde autoriteiten op voorstel van de Gemengde Commissie worden overeengekomen.

Artikel 7

Cabotage is slechts toegestaan op grond van een speciale vergunning van de bevoegde autoriteit.

Artikel 8

De schepen, de bemanning, de passagiers en de lading zijn onderworpen aan de wetgeving van de Partij waarvan de binnenwateren worden bevaren.

Ten aanzien daarvan komen beide Partijen overeen:

  • a. De bevoegde autoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Staat zullen de in de andere Overeenkomstsluitende Staat verstrekte documenten en attesten die op het schip, de leiding van het schip en de bemanning, alsmede op de lading betrekking hebben erkennen, voor zover deze overeenstemmen met de in de ene Overeenkomstsluitende Staat geldende bepalingen.

  • b. Gevaarlijke stoffen mogen door schepen uitsluitend worden vervoerd, indien zij hiervoor het voor de desbetreffende waterweg voorgeschreven geldige certificaat van toestemming bezitten.

Artikel 9

Beide Partijen zullen de schepen van de ene en van de andere Partij bij de uitoefening van de hun overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 7 van deze Overeenkomst verleende vervoersrechten gelijk behandelen; dit geldt in het bijzonder:

  • a. bij het gebruik van sluizen, haveninrichtingen en ligplaatsen;

  • b. bij de heffing van scheepvaart- en havenrechten;

  • c. bij het afhandelen van de formaliteiten door de bevoegde autoriteiten;

  • d. bij het voorzien van brandstoffen en smeermiddelen.

Artikel 10

Beide Partijen zullen de schepen van de ene en van de andere Partij met betrekking tot de douanebehandeling van de aan boord meegevoerde mond- en scheepsvoorraad gelijk behandelen. Dit geldt dienovereenkomstig voor de op de schepen voor het verbruik of gebruik bestemde brandstoffen en smeermiddelen.

Artikel 11

  • 1 De scheepvaartondernemingen van beide Partijen mogen op het grondgebied van de andere Partij met inachtneming van het aldaar geldende recht slechts in zoverre vertegenwoordigingen oprichten en acquisitie plegen, als dit op basis van wederkerigheid op het grondgebied van de andere Partij is toegestaan.

  • 2 De scheepvaartondernemingen van beide Partijen kunnen ter bevordering van de rendabiliteit van hun vervoer met elkaar overeenkomsten sluiten over bedrijfsmatige, technische en commerciële samenwerking.

Artikel 12

  • 1 Elke Partij verleent de scheepvaartondernemingen van de andere Partij het recht hun inkomsten vrij over te maken naar het grondgebied van de andere Partij.

  • 2 De overmaking geschiedt op basis van de officiële wisselkoers binnen de gebruikelijke termijn.

    Indien de valuta's van beide Partijen vrij converteerbaar zijn, geschieden deze overmakingen op basis van de geldende deviezenmarktkoersen voor lopende betalingen; ze zullen uitsluitend onderworpen zijn aan de voor alle landen in vergelijkbare omstandigheden geldende deviezenbepalingen. Voor de overmaking zullen slechts de voor dergelijke transacties bij de banken gebruikelijke kosten in rekening worden gebracht.

Artikel 13

  • 1 De bemanningsleden van de schepen van beide Partijen hebben voor de grensoverschrijding een reisdocument nodig, alsmede een verblijfstitel, voor zover deze is vereist.

  • 2 Op passagiers- en goederenschepen kunnen samen met de bemanningsleden ook hun echtgenoten en kinderen in- en uitreizen, indien zij in het bezit zijn van de in het eerste lid genoemde documenten. Kinderen beneden de zestien jaar die in het reisdocument van een van hun ouders zijn bijgeschreven kunnen, ook wanneer zij niet in het bezit zijn van de in het eerste lid genoemde documenten, samen met de bemanningsleden reizen.

  • 3 Alle in het eerste en tweede lid genoemde personen aan boord moeten worden ingeschreven in een lijst van opvarenden.

  • 4 Beide Partijen wisselen modellen uit van de in het eerste lid bedoelde documenten.

Artikel 14

In geval van averij, ongeval, ernstige ziekte van een persoon aan boord of om andere redenen, zoals ijsgang, die de doorvaart of thuisvaart onmogelijk maken, scheppen de bevoegde autoriteiten de mogelijkheid aan de schepen of personen van de andere Partij die bij een dergelijk voorval zijn betrokken de nodige hulp te bieden.

Artikel 15

  • 1 Voor de tenuitvoerlegging en het toezicht op de naleving van deze Overeenkomst wordt een Gemengde Commissie gevormd. Door de bevoegde autoriteiten worden drie leden afgevaardigd naar de Gemengde Commissie. Aan de beraadslagingen van de Gemengde Commissie kunnen deskundigen deelnemen. De Gemengde Commissie stelt een reglement van orde vast. De bevoegde autoriteiten van beide Partijen nemen afwisselend het voorzitterschap van de Gemengde Commissie waar.

  • 2 De Gemengde Commissie heeft in het bijzonder de taak:

    • a. een statistiek bij te houden van het vervoer van de schepen van beide Partijen;

    • b. voorstellen te doen aan de bevoegde autoriteiten m.b.t. de vastlegging van de richtprijzen voor de vervoersdiensten en van de bijzondere voorwaarden in het wisselvervoer (artikel 4, derde lid);

    • c. voorstellen te doen aan de bevoegde autoriteiten m.b.t. de overeenkomsten inzake het vervoer door derden (artikel 5) en het derde-landenvervoer (artikel 6).

  • 3 De op basis van de voorstellen ingevolge het tweede lid van dit artikel voorziene overeenkomsten komen tot stand doordat de bevoegde autoriteiten elkaar binnen twee weken hun instemming met de hun door de Gemengde Commissie voorgelegde voorstellen mededelen.

  • 4 Indien in de Gemengde Commissie geen overeenstemming kan worden bereikt, komen op verzoek van een van beide Partijen de vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten binnen vier weken voor overleg bijeen.

  • 5 De Gemengde Commissie heeft verder de taak aan beide Partijen voorstellen te doen met betrekking tot de aanpassing van deze Overeenkomst aan de ontwikkeling van de binnenvaart en met betrekking tot de oplossing van alle vragen die voortvloeien uit de toepassing van deze Overeenkomst.

Artikel 16

De bevoegde autoriteiten zullen de Gemengde Commissie op haar verzoek de stukken doen toekomen, die zij nodig heeft ter vervulling van haar taken overeenkomstig artikel 15, tweede lid, van deze Overeenkomst.

Artikel 17

Meningsverschillen met betrekking tot de interpretatie of toepassing van deze Overeenkomst worden door rechtstreekse onderhandelingen tussen de bevoegde autoriteiten geregeld. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt, worden de meningsverschillen langs diplomatieke weg bijgelegd.

Artikel 18

De bepalingen van deze Overeenkomst gelden wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft slechts voor het grondgebied van het Rijk in Europa.

Artikel 19

Met de in de preambule genoemde multilaterale verdragen worden in het bijzonder bedoeld de Herziene Rijnvaartakte en het EEG-Verdrag, in hun huidige en toekomstige geldige versies.

Artikel 20

  • 1 Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

  • 2 Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand na de dag waarop beide Overeenkomstsluitende Partijen elkaar ervan in kennis hebben gesteld dat de vereiste nationale voorwaarden voor de inwerkingtreding zijn vervuld.

  • 3 Deze Overeenkomst kan door elke Overeenkomstsluitende Partij met inachtneming van een termijn van zes maanden schriftelijk langs diplomatieke weg worden opgezegd. In dat geval treedt, de Overeenkomst buiten werking wanneer de opzegtermijn is verlopen.

GEDAAN te Warschau op 1 januari 1992, in twee exemplaren in de Nederlandse en de Poolse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) J. W. SEMEIJNS DE VRIES VAN DOESBURGH

Voor de Regering van de Republiek Polen

(w.g.) E. WALIGORSKI