Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tweede Facultatieve Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten [...] rechten, gericht op de afschaffing van de doodstraf, New York, 15-12-1989

Geldend van 11-07-1991 t/m heden

Tweede Facultatieve Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, gericht op de afschaffing van de doodstraf

Authentiek : EN

Second Optional Protocol to the International Covenant on Civil and Political Rights, aiming at the abolition of the death penalty

The States Parties to the present Protocol,

Believing that abolition of the death penalty contributes to enhancement of human dignity and progressive development of human rights,

Recalling article 3 of the Universal Declaration of Human Rights adopted on 10 December 1948 and article 6 of the International Covenant on Civil and Political Rights adopted on 16 December 1966,

Noting that article 6 of the International Covenant on Civil and Political Rights refers to abolition of the death penalty in terms that strongly suggest that abolition is desirable,

Convinced that all measures of abolition of the death penalty should be considered as progress in the enjoyment of the right to life,

Desirous to undertake hereby an international commitment to abolish the death penalty,

Have agreed as follows:

Article 1

  • 1 No one within the jurisdiction of a State Party to the present Protocol shall be executed.

  • 2 Each State Party shall take all necessary measures to abolish the death penalty within its jurisdiction.

Article 2

  • 1 No reservation is admissible to the present Protocol, except for a reservation made at the time of ratification or accession that provides for the application of the death penalty in time of war pursuant to a conviction for a most serious crime of a military nature committed during wartime.

  • 2 The State Party making such a reservation shall at the time of ratification or accession communicate to the Secretary-General of the United Nations the relevant provisions of its national legislation applicable during wartime.

  • 3 The State Party having made such a reservation shall notify the Secretary-General of the United Nations of any beginning or ending of a state of war applicable to its territory.

Article 3

The States Parties to the present Protocol shall include in the reports they submit to the Human Rights Committee, in accordance with article 40 of the Covenant, information on the measures that they have adopted to give effect to the present Protocol.

Article 4

With respect to the States Parties to the Covenant that have made a declaration under article 41, the competence of the Human Rights Committee to receive and consider communications when a State Party claims that another State Party is not fulfilling its obligations shall extend to the provisions of the present Protocol, unless the State Party concerned has made a statement to the contrary at the moment of ratification or accession.

Article 5

With respect to the States Parties to the first Optional Protocol to the International Covenant on Civil and Political Rights adopted on 16 December 1966, the competence of the Human Rights Committee to receive and consider communications from individuals subject to its jurisdiction shall extend to the provisions of the present Protocol, unless the State Party concerned has made a statement to the contrary at the moment of ratification or accession.

Article 6

  • 1 The provisions of the present Protocol shall apply as additional provisions to the Covenant.

  • 2 Without prejudice to the possibility of a reservation under article 2 of the present Protocol, the right guaranteed in article 1, paragraph 1, of the present Protocol shall not be subject to any derogation under article 4 of the Covenant.

Article 7

  • 1 The present Protocol is open for signature by any State that has signed the Covenant.

  • 2 The present Protocol is subject to ratification by any State that has ratified the Covenant or acceded to it. Instruments of ratification shall be deposited with the Secretary-General of the United Nations.

  • 3 The present Protocol shall be open to accession by any State that has ratified the Covenant or acceded to it.

  • 4 Accession shall be effected by the deposit of an instrument of accession with the Secretary-General of the United Nations.

  • 5 The Secretary-General of the United Nations shall inform all States that have signed the present Protocol or acceded to it of the deposit of each instrument of ratification or accession.

Article 8

  • 1 The present Protocol shall enter into force three months after the date of the deposit with the Secretary-General of the United Nations of the tenth instrument of ratification or accession.

  • 2 For each State ratifying the present Protocol or acceding to it after the deposit of the tenth instrument of ratification or accession, the present Protocol shall enter into force three months after the date of the deposit of its own instrument of ratification or accession.

Article 9

The provisions of the present Protocol shall extend to all parts of federal States without any limitations or exceptions.

Article 10

The Secretary-General of the United Nations shall inform all States referred to in article 48, paragraph 1, of the Covenant of the following particulars:

  • a) Reservations, communications and notifications under article 2 of the present Protocol;

  • b) Statements made under articles 4 or 5 of the present Protocol;

  • c) Signatures, ratifications and accessions under article 7 of the present Protocol;

  • d) The date of the entry into force of the present Protocol under article 8 thereof.

Article 11

  • 1 The present Protocol, of which the Arabic, Chinese, English, French, Russian and Spanish texts are equally authentic, shall be deposited in the archives of the United Nations.

  • 2 The Secretary-General of the United Nations shall transmit certified copies of the present Protocol to all States referred to in article 48 of the Covenant.

Vertaling : NL

Tweede Facultatieve Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, gericht op de afschaffing van de doodstraf

De Staten die Partij zijn bij dit Protocol,

De mening toegedaan dat de afschaffing van de doodstraf bijdraagt tot de versterking van de menselijke waardigheid en de voortschrijdende ontwikkeling van de rechten van de mens,

In herinnering brengend artikel 3 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, aangenomen op 10 december 1948, en artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, aangenomen op 16 december 1966,

Vaststellende dat artikel 6 van het Internationale Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten verwijst naar afschaffing van de doodstraf in bewoordingen die er sterk op duiden dat afschaffing wenselijk is,

Ervan overtuigd dat alle maatregelen tot afschaffing van de doodstraf moeten worden beschouwd als een vooruitgang wat betreft het recht op leven,

Geleid door de wens hierbij een internationale verplichting op zich te nemen om de doodstraf af te schaffen,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1

  • 1 Niemand die ressorteert onder de rechtsmacht van een Staat die Partij is bij dit Facultatieve Protocol mag worden terechtgesteld.

  • 2 Elke Staat die Partij is neemt alle nodige maatregelen om de doodstraf onder zijn rechtsmacht af te schaffen.

Artikel 2

  • 1 Geen enkel voorbehoud ten aanzien van dit Protocol is toegestaan, behalve een voorbehoud, gemaakt bij de bekrachtiging of toetreding, dat voorziet in de toepassing van de doodstraf in tijd van oorlog op grond van een veroordeling wegens een zeer ernstig misdrijf van militaire aard dat in oorlogstijd is begaan.

  • 2 De Staat die Partij is die een zodanig voorbehoud maakt, doet de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties bij de bekrachtiging of toetreding mededeling van de desbetreffende bepalingen van zijn nationale wetgeving die in oorlogstijd van toepassing zijn.

  • 3 De Staat die Partij is die een zodanig voorbehoud heeft gemaakt, stelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in kennis van het begin en het einde van de staat van oorlog die voor zijn grondgebied geldt.

Artikel 3

De Staten die Partij zijn bij dit Protocol nemen in de rapporten die zij in overeenstemming met artikel 40 van het Verdrag voorleggen aan het Comité voor de rechten van de mens, gegevens op over de maatregelen die zij hebben genomen om uitvoering aan dit Protocol te geven.

Artikel 4

Ten aanzien van de Staten die Partij zijn bij het Verdrag die een verklaring hebben afgelegd krachtens artikel 41, wordt de bevoegdheid van het Comité voor de rechten van de mens om kennisgevingen waarin een Staat die Partij is beweert dat een andere Staat die Partij is diens verplichtingen niet nakomt, in ontvangst te nemen en te behandelen, uitgebreid tot de bepalingen van dit Protocol, tenzij de betrokken Staat die Partij is het tegendeel heeft kenbaar gemaakt op het tijdstip van bekrachtiging of toetreding.

Artikel 5

Ten aanzien van de Staten die Partij zijn bij het Eerste Facultatieve Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, aangenomen op 16 december 1966, wordt de bevoegdheid van het Comité voor de rechten van de mens om kennisgevingen van individuele personen die onder zijn rechtsmacht vallen, in ontvangst te nemen en te behandelen, uitgebreid tot de bepalingen van dit Protocol, tenzij de betrokken Staat die Partij is het tegendeel heeft kenbaar gemaakt op het tijdstip van bekrachtiging of toetreding.

Artikel 6

  • 1 De bepalingen van dit Protocol gelden als aanvullende bepalingen op het Verdrag.

  • 2 Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid een voorbehoud te maken krachtens artikel 2 van dit Protocol, mag het in artikel 1, eerste lid, van dit Protocol gewaarborgde recht niet worden onderworpen aan een afwijking krachtens artikel 4 van het Verdrag.

Artikel 7

  • 1 Dit Protocol staat open voor ondertekening door elke Staat die het Verdrag heeft ondertekend.

  • 2 Dit Protocol dient te worden bekrachtigd door elke Staat die het Verdrag heeft bekrachtigd of daartoe is toegetreden. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

  • 3 Dit Protocol staat open voor toetreding door elke Staat die het Verdrag heeft bekrachtigd of daartoe is toegetreden.

  • 4 Toetreding geschiedt door nederlegging van een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

  • 5 De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt alle Staten die dit Protocol hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden in kennis van de nederlegging van elke akte van bekrachtiging of toetreding.

Artikel 8

  • 1 Dit Protocol treedt in werking drie maanden na de datum van nederlegging bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties van de tiende akte van bekrachtiging of toetreding.

  • 2 Voor elke Staat die na de nederlegging van de tiende akte van bekrachtiging of toetreding dit Protocol bekrachtigt of daartoe toetreedt, treedt dit Protocol in werking drie maanden na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of toetreding.

Artikel 9

De bepalingen van dit Protocol strekken zich uit tot alle delen van federale Staten, zonder enige beperking of uitzondering.

Artikel 10

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt alle in artikel 48, eerste lid, van het Verdrag bedoelde Staten in kennis van de volgende bijzonderheden:

  • a. voorbehouden, mededelingen of kennisgevingen uit hoofde van artikel 2 van dit Protocol;

  • b. verklaringen uit hoofde van artikel 4 of 5 van dit Protocol;

  • c. ondertekeningen, bekrachtigingen of toetredingen overeenkomstig artikel 7 van dit Protocol;

  • d. de datum van inwerkingtreding van dit Protocol ingevolge artikel 8.

Artikel 11

  • 1 Dit Protocol, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd in het archief van de Verenigde Naties.

  • 2 De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet aan alle in artikel 48 van het Verdrag bedoelde Staten gewaarmerkte afschriften van dit Protocol toekomen.