Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering, Straatsburg, 15-10-1975

Geldend van 12-04-1982 t/m heden

Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering

Authentiek : EN

Additional Protocol to the European Convention on Extradition

The member States of the Council of Europe, signatory to this Protocol,

Having regard to the provisions of the European Convention on Extradition opened for signature in Paris on 13 December 1957 (hereinafter referred to as “the Convention”) and in particular Articles 3 and 9 thereof;

Considering that it is desirable to supplement these Articles with a view to strengthening the protection of humanity and of individuals,

Have agreed as follows:

CHAPTER I

Article 1

For the application of Article 3 of the Convention, political offences shall not be considered to include the following:

CHAPTER II

Article 2

[Red: Wijzigt het Europees Verdrag betreffende uitlevering; Parijs, 13-12-1957.]

CHAPTER III

Article 3

  • 1 This Protocol shall be open to signature by the member States of the Council of Europe which have signed the Convention. It shall be subject to ratification, acceptance or approval. Instruments of ratification, acceptance or approval shall be deposited with the Secretary General of the Council of Europe.

  • 2 The Protocol shall enter into force 90 days after the date of the deposit of the third instrument of ratification, acceptance or approval.

  • 3 In respect of a signatory State ratifying, accepting or approving subsequently, the Protocol shall enter into force 90 days after the date of the deposit of its instrument of ratification, acceptance or approval.

  • 4 A member State of the Council of Europe may not ratify, accept or approve this Protocol without having, simultaneously or previously, ratified the Convention.

Article 4

  • 1 Any State which has acceded to the Convention may accede to this Protocol after the Protocol has entered into force.

  • 2 Such accession shall be effected by depositing with the Secretary General of the Council of Europe an instrument of accession which shall take effect 90 days after the date of its deposit.

Article 5

  • 1 Any State may, at the time of signature or when depositing its instrument of ratification, acceptance, approval or accession, specify the territory or territories to which this Protocol shall apply.

  • 2 Any State may, when depositing its instrument of ratification, acceptance, approval or accession or at any later date, by declaration addressed to the Secretary General of the Council of Europe, extend this Protocol to any other territory or territories specified in the declaration and for whose international relations it is responsible or on whose behalf it is authorised to give undertakings.

  • 3 Any declaration made in pursuance of the preceding paragraph may, in respect of any territory mentioned in such declaration, be withdrawn according to the procedure laid down in Article 8 of this Protocol.

Article 6

  • 1 Any State may, at the time of signature or when depositing its instrument of ratification, acceptance, approval or accession, declare that it does not accept one or the other of Chapters I or II.

  • 2 Any Contracting Party may withdraw a declaration it has made in accordance with the foregoing paragraph by means of a declaration addressed to the Secretary General of the Council of Europe which shall become effective as from the date of its receipt.

  • 3 No reservation may be made to the provisions of this Protocol.

Article 7

The European Committee on Crime Problems of the Council of Europe shall be kept informed regarding the application of this Protocol and shall do whatever is needful to facilitate a friendly settlement of any difficulty which may arise out of its execution.

Article 8

  • 1 Any Contracting Party may, in so far as it is concerned, denounce this Protocol by means of a notification addressed to the Secretary General of the Council of Europe.

  • 2 Such denunciation shall take effect six months after the date of receipt by the Secretary General of such notification.

  • 3 Denunciation of the Convention entails automatically denunciation of this Protocol.

Article 9

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council and any State which has acceded to the Convention of:

  • a. any signature;

  • b. any deposit of an instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c. any date of entry into force of this Protocol in accordance with Article 3 thereof;

  • d. any declaration received in pursuance of the provisions of Article 5 and any withdrawal of such a declaration;

  • e. any declaration made in pursuance of the provisions of Article 6, paragraph 1;

  • f. the withdrawal of any declaration carried out in pursuance of the provisions of Article 6, paragraph 2;

  • g. any notification received in pursuance of the provisions of Article 8 and the date on which denunciation takes effect.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, this 15th day of October 1975, in English and in French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding States.

Vertaling : NL

Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag betreffende uitlevering

De Lid-Staten van de Raad van Europa die dit Protocol hebben ondertekend,

Gezien het bepaalde in het Europese Verdrag betreffende uitlevering, opengesteld voor ondertekening te Parijs op 13 december 1957 (hierna te noemen „het Verdrag”) en in het bijzonder de artikelen 3 en 9 van dit Verdrag;

Overwegende dat het wenselijk is deze artikelen aan te vullen, ten einde de bescherming van de mensheid en van individuele personen te verhogen,

Zijn als volgt overeengekomen:

HOOFDSTUK I

Artikel 1

Voor de toepassing van artikel 3 van het Verdrag, worden niet als politieke delicten beschouwd:

HOOFDSTUK II

Artikel 2

[Red: wijzigt het Europees Verdrag betreffende uitlevering; Parijs, 13-12-1957]

HOOFDSTUK III

Artikel 3

  • 1 Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa. Het dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

  • 2 Het Protocol treedt in werking 90 dagen na de datum van nederlegging van de derde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

  • 3 Ten aanzien van iedere ondertekenende Staat die het daarna bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, treedt het in werking 90 dagen na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

  • 4 Geen enkele Lid-Staat van de Raad van Europa kan dit Protocol bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren zonder tegelijkertijd of eerder het Verdrag te hebben bekrachtigd.

Artikel 4

  • 1 Iedere Staat die tot het Verdrag is toegetreden, kan tot dit Protocol toetreden nadat dit in werking is getreden.

  • 2 De toetreding geschiedt door nederlegging bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa van een akte van toetreding die van kracht wordt 90 dagen na de datum van nederlegging.

Artikel 5

  • 1 Iedere Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen waarop dit Protocol van toepassing zal zijn.

  • 2 Iedere Staat kan bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, of op ieder tijdstip daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, de toepassing van dit Protocol uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangewezen grondgebied voor de internationale betrekkingen waarvan hij verantwoordelijk is of waarvoor hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan.

  • 3 Iedere verklaring afgelegd krachtens het voorgaande lid kan, wat betreft ieder in die verklaring aangewezen grondgebied, onder de voorwaarden voorzien in artikel 8 van dit Protocol, worden ingetrokken.

Artikel 6

  • 1 Iedere Staat kan, bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, verklaren dat hij Hoofdstuk I of Hoofdstuk II niet aanvaardt.

  • 2 Iedere Verdragsluitende Partij kan een door haar krachtens het voorgaande lid afgelegde verklaring intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring die van kracht wordt op het tijdstip van ontvangst.

  • 3 Op de bepalingen van, dit Protocol is geen enkel voorbehoud toegestaan.

Artikel 7

De Europese Commissie voor Strafrechtelijke Vraagstukken van de Raad van Europa houdt zich op de hoogte van de tenuitvoerlegging van dit Protocol en bevordert voor zover nodig een schikking in der minne van elke moeilijkheid waartoe de tenuitvoerlegging van dit Protocol aanleiding zou kunnen geven.

Artikel 8

  • 1 Iedere Verdragsluitende Partij kan dit Protocol, wat haar betreft, opzeggen door een daartoe strekkende kennisgeving te richten aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

  • 2 De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum waarop de kennisgeving door de Secretaris-Generaal is ontvangen.

  • 3 De opzegging van het Verdrag heeft automatisch de opzegging van dit Protocol ten gevolge.

Artikel 9

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft de Lid-Staten van de Raad en iedere Staat die tot het Verdrag is toegetreden, kennis van:

  • a) iedere ondertekening;

  • b) de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c) iedere datum van inwerkingtreding van het Protocol overeenkomstig artikel 3 van dit Protocol;

  • d) iedere verklaring ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 5 en iedere intrekking van een zodanige verklaring;

  • e) iedere verklaring afgelegd krachtens het bepaalde in het eerste lid van artikel 6;

  • f) de intrekking van iedere verklaring krachtens het bepaalde in het tweede lid van artikel 6;

  • g) iedere kennisgeving ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 8 en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, hiertoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg, op 15 oktober 1975, in de Franse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan alle Staten die het Verdrag hebben ondertekend en daartoe zijn toegetreden.