Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten 2018[Regeling vervalt per 01-07-2023.]

Geldend van 01-07-2018 t/m heden

Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 21 juni 2018 nr. WJZ/1365698, houdende regels voor subsidieverstrekking voor de restauratie van een groep rijksmonumenten (Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten 2018)

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 7.3, tweede lid, en 7.5, eerste lid, van de Erfgoedwet;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • eigenaar: natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een rijksmonument;

  • Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

  • Minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • restauratiekosten: kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen en andere kosten die in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten, opgenomen als bijlage bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten, als subsidiabel zijn aangemerkt;

  • restauratiewerkzaamheden: werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het herstel van het monument en waarvoor op grond van deze regeling subsidie is verleend.

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Onderdeel d van de begripsomschrijving van financieel verslag, bedoeld in artikel 1.1 van de Kaderregeling, de artikelen 3.1 tot en met 3.5, 4.1, 4.3, alsmede hoofdstuk 7 van de Kaderregeling zijn niet van toepassing.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten en subsidieplafonds

  • 1 De Minister kan subsidie verstrekken aan een eigenaar van een rijksmonument, genoemd in het tweede lid, als tegemoetkoming in de restauratiekosten ten behoeve van dat rijksmonument.

  • 2 Voor subsidieverstrekking is voor de volgende rijksmonumenten ten hoogste het volgende bedrag beschikbaar:

    Rijksmonumenten

    Adres

    Beschikbaar bedrag

    Historische buitenplaats Oldengaerde

    Westeinde, Dwingeloo

    € 420.000,–

    Waterloopbos

    Voorsterweg, Marknesse

    € 315.000,–

    Kerk

    Jeltewei 3, Hommerts

    € 81.845,–

    Boerderijcomplex

    Kanaaldijk 63, Wapenveld

    € 412.783,–

    Historische buitenplaats Keppel

    Dorpsstraat, Laag-Keppel

    € 171.234,–

    Sint Eusebiuskerk

    Kerkplein, Arnhem

    € 969.500,–

    Stevenskerk

    St. Stevenskerkhof, Nijmegen

    € 5.500.000,–

    Villa Alpha

    Rijksstraatweg 2, Warnsveld

    € 322.000,–

    Boerderijcomplex Keunenhuis

    Wooldseweg 127, Winterswijk

    € 875.000,–

    Hervormde Kerk

    Kerkstraat, Bierum

    € 177.835,–

    Klooster Hoog Cruts

    Hoogcruts 47, Noorbeek

    € 332.500,–

    Kloostercomplex St. Anna

    Noordsingel, Venray

    € 3.500.000,–

    Nieuw Ehrenstein

    Nieuw-Erensteinerweg 5, Kerkrade

    € 2.352.099,–

    Generaal de Bons kazerne

    Generaal de Bonsweg, Velp

    € 1.034.447,–

    Grote of Onze Lieve Vrouwe Kerk

    Kerkplein, Breda

    € 4.900.000,–

    Kasteel Groot-Bijsterveld

    Montfortlaan, Oirschot

    € 1.960.000,–

    Bloemgracht 108

    Bloemgracht 108, Amsterdam

    € 210.000,–

    Geldersekade 15

    Geldersekade 15, Amsterdam

    € 192.500,–

    Grote Kerk

    Marktstraat, Naarden

    € 1.890.000,–

    Oude Kerk

    Oudekerksplein, Amsterdam

    € 326.200,–

    Westerkerk

    Prinsengracht, Amsterdam

    € 322.000,–

    Boerderij Erve de Haar

    Twickelerlaan 11, Ambt Delden

    € 99.400,–

    Historische buitenplaats Over Holland

    Rijksstraatweg, Nieuwersluis

    € 148.400,–

    Domkerkcomplex

    Achter de Dom, Utrecht

    € 2.100.000,–

    Parochiekerk ‘Onze Lieve Vrouwe Hemelvaart’

    Nieuwstraat, Oude-Tonge

    € 257.870,–

    Nieuwe Kerk

    Spui, ’s-Gravenhage

    € 210.000,–

    Schiekade 77

    Schiekade 77, Rotterdam

    € 191.100,–

Artikel 4. Subsidiabele kosten en hoogte subsidie

  • 1 Subsidiabel zijn de restauratiekosten. De subsidie bedraagt ten hoogste 70% van de restauratiekosten.

  • 2 Restauratiekosten gemaakt vóór 16 juli 2018 komen niet voor subsidie in aanmerking, met uitzondering van kosten ten aanzien van de voorbereiding van de restauratie van het rijksmonument, bestaande uit aanbestedingskosten, leges, en kosten voor inspectie, onderzoek, planvorming of rapporten.

Artikel 5. Subsidieaanvraag

  • 1 Eigenaren kunnen in de periode van 1 juli 2018 tot en met 15 juli 2018 subsidie aanvragen met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikbaar is gesteld. De subsidieaanvraag wordt digitaal ingediend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed via het e-mailadres subsidies@cultureelerfgoed.nl.

  • 2 Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

  • 3 Een aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een restauratieplan;

    • b. een actueel inspectierapport over de technische staat van het rijksmonument; en

    • c. een financieel dekkingsplan waaruit blijkt dat de financiering van het gedeelte van de restauratiekosten dat niet door subsidie wordt gedekt, naar het oordeel van de Minister voldoende is gewaarborgd.

  • 4 Een restauratieplan als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, bestaat uit:

    • a. een beschrijving van de technische staat van het rijksmonument;

    • b. overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het monument en zijn gebreken;

    • c. tekeningen van de bestaande toestand van het rijksmonument en tekeningen waarop de voorgenomen herstelwerkzaamheden of wijzigingen staan aangegeven;

    • d. een op de onder a bedoelde beschrijving gebaseerd bestek of een op die beschrijving gebaseerde werkomschrijving;

    • e. een gespecificeerde begroting; en

    • f. in voorkomende gevallen rapporten inzake bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, materiaaltechnische of preventieve aspecten.

Artikel 6. Weigeringsgrond

Subsidieverstrekking kan worden geweigerd voor zover voor de restauratiekosten waarvoor subsidie wordt gevraagd reeds vanwege het Rijk of een provincie subsidie wordt verstrekt.

Artikel 7. Subsidieverplichtingen

  • 2 Onverminderd het eerste lid kan de Minister een eigenaar bij de subsidieverlening verplichten om:

    • a. mee te werken aan een onderzoek naar de bouw- of ontstaansgeschiedenis van het rijksmonument;

    • b. de Minister tussentijds te berichten over de voortgang van de restauratiewerkzaamheden;

    • c. werkzaamheden uit te voeren volgens in de beroepsgroep geldende normen;

    • d. het rijksmonument te voorzien van een of meer installaties ter beperking van schade als gevolg van brand of blikseminslag, ter bescherming van de monumentale waarde van het rijksmonument;

    • e. advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed alvorens met de voorgenomen restauratiewerkzaamheden wordt gestart, voor zover de monumentale waarde van het rijksmonument of de restauratiewerkzaamheden daartoe aanleiding vormen;

    • f. de restauratiewerkzaamheden onder nader door de Minister te stellen voorwaarden te doen begeleiden, indien voor de uitvoering van de restauratiewerkzaamheden specifieke kennis is vereist;

    • g. voor de duur van de restauratiewerkzaamheden een construction allrisks-verzekering af te sluiten; of

    • h. vanaf de aanvang van de restauratiewerkzaamheden op eigen kosten het rijksmonument te verzekeren dan wel verzekerd te houden tegen brand-, storm- en bliksemschade en na afloop van de werkzaamheden daartegen verzekerd te houden.

Artikel 8. Verlening subsidie en bevoorschotting

  • 1 In afwijking van artikel 4.1, eerste lid, van de Kaderregeling besluit de Minister vóór 25 augustus 2018 op de aanvragen. Indien de aanvraag incompleet is of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, wordt de beslistermijn met evenzoveel weken verlengd als de aanvrager wordt geboden voor het aanvullen van de aanvraag.

  • 2 In aanvulling op artikel 4.2 van de Kaderregeling neemt de Minister bij het besluit tot subsidieverlening een datum op, waarop de restauratiewerkzaamheden uiterlijk worden afgerond.

  • 3 De Minister verleent voorschotten waarvan de hoogte en de termijnen in het besluit tot subsidieverlening worden vermeld. De Minister kan aan het verlenen van voorschotten de voorwaarde verbinden dat offertes of facturen worden overlegd.

Artikel 9. Verantwoording over prestaties bij subsidies van € 25.000 tot € 125.000

  • 1 Indien de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, doch minder dan € 125.000, toont de subsidieontvanger aan de hand van een prestatieverklaring aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2 De Minister kan voor de prestatieverklaring een model vaststellen.

  • 3 Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of de subsidieontvanger zich niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.

  • 4 Onverminderd het bepaalde in het eerste tot en met derde lid, toont de subsidieontvanger op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij het besluit tot subsidieverlening wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.

Artikel 10. Verantwoording van kosten bij subsidies van € 125.000 of meer

  • 1 Indien de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, legt de subsidieontvanger rekening en verantwoording af aan de hand van een prestatieverklaring en een financieel verslag. Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

  • 2 De Minister kan een model vaststellen voor de prestatieverklaring en voor het financieel verslag.

  • 3 Voor zover uit de prestatieverklaring volgt dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd of de subsidieontvanger zich niet aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen heeft gehouden, bevat de prestatieverklaring de redenen hiervoor.

  • 4 Onverminderd het bepaalde in het eerste tot en met derde lid, toont de subsidieontvanger op verzoek van de Minister aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Bij het besluit tot subsidieverlening wordt aangegeven op welke wijze dit wordt aangetoond.

  • 6 In de verklaring, bedoeld in het vijfde lid, verklaart de accountant dat de bedragen in het financieel verslag juist zijn en doet hij tevens een uitspraak over de naleving door de subsidieontvanger van de in het accountantsprotocol genoemde voorschriften.

  • 7 De subsidieontvanger bedingt bij de accountant dat deze zijn onderzoek inricht volgens een door de Minister vast te stellen accountantsprotocol.

  • 8 De Minister kan de subsidieontvanger verplichten de desbetreffende originele rekeningen en betalingsbewijzen te overleggen.

Artikel 11. Vaststelling subsidie

  • 1 De subsidieontvanger dient binnen 22 weken na de datum, bedoeld in artikel 8, tweede lid, een aanvraag tot vaststelling in, met gebruikmaking van een formulier dat daartoe door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed beschikbaar wordt gesteld.

  • 2 De Minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 12. Inwerkingtreding en vervaldatum

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2018.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2023.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling restauratie rijksmonumenten 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

I.K. van Engelshoven