Besluit medegebruik omroepzendernetwerken en fysieke infrastructuur

Geldend van 31-03-2018 t/m heden

Besluit van 21 maart 2018, houdende regels inzake het medegebruik van antenne-opstelpunten, antennesystemen en antennes bestemd voor omroepzendernetwerken en medegebruik van fysieke infrastructuur ter bevordering van de aanleg van elektronische communicatienetwerken met hoge snelheid (Besluit medegebruik omroepzendernetwerken en fysieke infrastructuur)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 8 december 2017, nr. WJZ / 17196656;

Gelet op richtlijn 2014/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake maatregelen ter verlaging van de kosten van de aanleg van elektronischecommunicatienetwerken met hoge snelheid (PbEU 2014, L 155) en de artikelen 5a.3, tweede lid, 5a.14 en 5a.15 van de Telecommunicatiewet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 13 december 2017, No.W18.17.0389/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 15 maart 2018, nr. WJZ/18013189;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • houder: houder van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte die is bestemd voor het verspreiden van programma’s alsmede degene die in opdracht van die houder door middel van zijn openbaar elektronisch communicatienetwerk dat bestaat uit radioapparaten die geschikt zijn voor het verspreiden van programma's een programma verspreidt;

  • ontvanger: houder of netwerkexploitant, die een verzoek tot medegebruik heeft ontvangen;

  • verzoeker: houder, die een verzoek tot medegebruik bij een andere houder heeft ingediend of aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, die een schriftelijk verzoek tot medegebruik bij een netwerkexploitant heeft ingediend;

  • verzoek tot medegebruik: schriftelijk verzoek tot medegebruik van fysieke infrastructuur als bedoeld in artikel 5a.3, eerste lid, van de wet of tot medegebruik van omroepzendernetwerken als bedoeld in artikel 5a.3, derde lid, van de wet;

  • wet: Telecommunicatiewet.

Artikel 2

  • 1 Een ontvanger beslist of aan een verzoek tot medegebruik kan worden voldaan binnen:

    • a. vier weken na de datum van ontvangst van dat verzoek, indien het betrekking heeft op medegebruik van zijn fysieke infrastructuur;

    • b. twee weken na de datum van ontvangst van dat verzoek, indien het betrekking heeft op medegebruik van zijn omroepzendernetwerk.

  • 2 De ontvanger kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal verlengen en doet daarvan schriftelijk mededeling aan de verzoeker.

  • 3 De verlenging van de termijn bedraagt ten hoogste:

    • a. vier weken, indien het een verzoek om medegebruik van fysieke infrastructuur betreft;

    • b. een week, indien het een verzoek om medegebruik van een omroepzendernetwerk betreft.

Artikel 3

  • 1 Indien onvoldoende gegevens zijn verstrekt voor de beoordeling van het verzoek tot medegebruik, brengt de ontvanger binnen een week na ontvangst van het verzoek de verzoeker hiervan schriftelijk op de hoogte. De ontvanger geeft daarbij aan welke gegevens ontbreken en geeft daarbij een deugdelijke motivering waarom de ontbrekende gegevens noodzakelijk zijn voor de beslissing op het verzoek tot medegebruik.

  • 2 De verzoeker verstrekt de ontbrekende gegevens, bedoeld in het eerste lid, binnen twee weken aan de ontvanger. De termijnen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden opgeschort met ingang van de dag na de datum waarop de ontvanger de verzoeker schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van het ontbreken van gegevens tot de dag waarop de ontvanger de ontbrekende gegevens heeft ontvangen.

  • 3 Indien de ontbrekende gegevens niet zijn verstrekt binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, kan de ontvanger besluiten het verzoek tot medegebruik niet verder te behandelen.

  • 4 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de door de verzoeker te overleggen gegevens bij de indiening van een verzoek tot medegebruik.

Artikel 4

  • 1 Een houder verstrekt op verzoek van een andere houder, teneinde deze in staat te stellen met betrekking tot zijn omroepzendernetwerk een verzoek tot medegebruik in te dienen, binnen twee weken na ontvangst van dat verzoek, de daartoe benodigde gegevens. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de te verstrekken gegevens.

  • 2 Het verzoek, bedoeld in het eerste lid wordt, gelet op de aanwezige behoefte tot medegebruik, beperkt tot een bepaald antenne-opstelpunt dan wel de antenne-opstelpunten in een nader aangeduid deel van het land. Daarbij wordt, indien dit reeds mogelijk is, aangegeven wat voor soort medegebruik met betrekking tot het desbetreffende antenne-opstelpunt dan wel de desbetreffende antenne-opstelpunten wordt gewenst.

  • 3 In het geval, bedoeld in artikel 3, eerste lid, waarbij een ontvanger van een verzoek tot medegebruik van zijn omroepzendernetwerk aan de verzoeker heeft medegedeeld dat deze onvoldoende gegevens heeft verstrekt om een beslissing op het verzoek tot medegebruik te nemen, verstrekt de ontvanger aan de verzoeker die informatie betreffende het antenne-opstelpunt, het antennesysteem of de antenne waarop het verzoek tot medegebruik betrekking heeft, die noodzakelijk is voor de verzoeker om op redelijke wijze aan het verzoek tot het verstrekken van de ontbrekende gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, te kunnen voldoen. De gegevens worden gelijktijdig verstrekt met de mededeling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, eerste volzin.

  • 4 Tot de informatie, bedoeld in het derde lid, behoort in ieder geval:

    • a. een overzicht van de beschikbare ruimte op de desbetreffende antenne-opstelpunten en het frequentiebereik van de desbetreffende antennesystemen of antennes, waarbij in elk geval wordt aangegeven of de ruimte, respectievelijk het gehele frequentiebereik daadwerkelijk in gebruik dan wel gereserveerd is;

    • b. de noodzakelijke technische gegevens van de desbetreffende antenne-opstelpunten en de daarop aanwezige antennesystemen en antennes.

  • 5 Voor de verstrekking van gegevens als bedoeld in het eerste lid kan een vergoeding op basis van werkelijk gemaakte kosten in rekening worden gebracht bij de houder die het verzoek heeft ingediend.

  • 6 Indien een houder niet voldoet aan een verzoek tot gegevensverstrekking als bedoeld in het eerste lid of de ontvanger niet voldoet aan de verplichting tot het verstrekken van de informatie, bedoeld in het derde lid, neemt de Autoriteit Consument en Markt op aanvraag van de houder die het verzoek tot gegevensverstrekking heeft gedaan onderscheidenlijk de verzoeker, bedoeld in het vierde lid, een besluit inzake de plicht tot het verstrekken van de desbetreffende gegevens. Voor zover het gaat om de verstrekking van gegevens als bedoeld in het vierde lid, wordt met ingang van de dag na de datum waarop aan de Autoriteit Consument en Markt is verzocht een besluit als bedoeld in de eerste volzin te nemen, de termijn, bedoeld in artikel 3, tweede lid, eerste volzin, opgeschort tot de dag waarop door de Autoriteit Consument en Markt een besluit is genomen. De Autoriteit Consument en Markt kan bij haar besluit in afwijking van het bepaalde in artikel 3 termijnen stellen waarbinnen:

    • a. de gegevens, bedoeld in het derde lid, door de ontvanger worden verstrekt;

    • b. de ontbrekende gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, door de verzoeker aan de ontvanger worden verstrekt.

  • 7 Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot:

    • a. de beperking van het verzoek, bedoeld in het tweede lid;

    • b. de gegevens, bedoeld in het derde lid;

    • c. de vergoeding, bedoeld in het vijfde lid.

Artikel 5

De gegevens die worden verstrekt om met betrekking tot een omroepzendernetwerk een verzoek tot medegebruik te kunnen indienen en de gegevens die worden verstrekt in het kader van een dergelijk verzoek, worden door degene aan wie de gegevens zijn verstrekt slechts gebruikt voor het doel waarvoor de gegevens zijn verstrekt. Alle informatie wordt vertrouwelijk behandeld.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit medegebruik omroepzendernetwerken en fysieke infrastructuur.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Wassenaar, 21 maart 2018

Willem-Alexander

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

M.C.G. Keijzer

Uitgegeven de dertigste maart 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid,

F.B.J. Grapperhaus

Terug naar begin van de pagina