Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen Infrastructuur en Waterstaat 2018

Geldend van 31-03-2018 t/m heden

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 27 maart 2018, nr. IENW/BSK-2018/66380, houdende vaststelling van de Regeling vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen en integriteit in de arbeidsorganisatie Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikel 9:14 van de Algemene wet bestuursrecht;

Gehoord de departementale ondernemingsraad van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat;

BESLUIT:

Hoofdstuk 1. Definities

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • ambtenaar:
    • de ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

    • gewezen ambtenaren;

    • degenen die anderszins arbeid verrichten of hebben verricht bij een ambtelijke organisatie.

Hoofdstuk 2. Werkingsgebied

Artikel 2

De ambtenaar die wordt of is geconfronteerd met een serieus vermoeden van een vermeende integriteitsschending of een misstand kan zich wenden tot zijn manager, tot een vertrouwenspersoon, tot het bevoegd gezag of, indien dit niet in redelijkheid van hem kan worden gevraagd, kan hij rechtstreeks een melding doen bij de afdeling Onderzoek van het Huis voor klokkenluiders.

Artikel 3

  • 1 De ambtenaar die wordt of is geconfronteerd met ongewenste omgangsvormen kan zich wenden tot zijn manager, tot een vertrouwenspersoon, of tot de klachtencommissie Infrastructuur en Waterstaat.

  • 2 Klachten die meer dan een jaar na het tijdstip waarop de vermeende ongewenste omgangsvormen zich hebben voorgedaan worden ingediend, worden niet in behandeling genomen, tenzij er naar het oordeel van de klachtencommissie sprake is van een gerechtvaardigde reden voor het later indienen van de klacht.

Hoofdstuk 3. Vertrouwenspersoon integriteit en ongewenste omgangsvormen

Artikel 4

  • 1 Er zijn per dienstonderdeel een of meer vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen.

  • 2 De vertrouwenspersoon ressorteert rechtstreeks onder het bestuursorgaan van het dienstonderdeel dat bevoegd is omtrent een vermeende schending van een integriteitsnorm of een ongewenste omgangsvorm besluiten te nemen of beschikkingen af te geven.

  • 3 Een vertrouwenspersoon kan door elke ambtenaar van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, ook buiten diens eigen dienstonderdeel, worden benaderd voor een melding over een zaak aangaande een Infrastructuur en Waterstaat-ambtenaar.

Artikel 5

  • 1 De vertrouwenspersoon wordt in een transparante formele procedure geworven en geselecteerd en bij beschikking benoemd en weer van zijn taak ontheven door de minister.

  • 2 Benoeming vindt, behoudens tussentijdse taakontheffing, plaats voor onbepaalde tijd.

  • 3 De taak wordt opgevat als een volwaardig onderdeel van het takenpakket waarvoor de vertrouwenspersoon wordt vrijgesteld. Afhankelijk van de werklast zal die vrijstelling in omvang door de tijd heen variëren.

Artikel 6

  • 1 De vertrouwenspersoon heeft op het terrein van de integriteit in elk geval de volgende taken en bevoegdheden:

    • a. het opvangen, begeleiden en van advies dienen van eenieder die zich als melder tot de vertrouwenspersoon wendt;

    • b. het met toestemming van de melder inwinnen van inlichtingen welke noodzakelijk zijn om een goed inzicht te verkrijgen in de melding;

    • c. het adviseren van de melder over eventuele vervolgstappen en het behulpzaam zijn van de melder bij eventuele vervolgstappen;

    • d. het verlenen van nazorg aan de melder;

    • e. het signaleren van knelpunten in de uitvoering van het beleid, het verstrekken van inlichtingen over de mogelijkheden tot voorkoming en bestrijding van niet integer gedrag in de organisatie en het geven van gevraagd of ongevraagd advies op deze gebieden aan het bevoegd gezag;

    • f. het geven van voorlichting op het gebied van de eigen rol in relatie tot niet integer en ongewenst gedrag;

    • g. het registreren van en jaarlijks rapporteren aan het bevoegd gezag over de ontvangen meldingen.

  • 2 De vertrouwenspersoon heeft op het gebied van het melden van een vermoeden van een misstand de volgende taken:

    • a. het in overeenstemming met de melder doen van een melding aan het bevoegd gezag;

    • b. het te allen tijde doen van een melding aan het bevoegd gezag in geval van een (ambts)misdrijf;

    • c. het zich maximaal inzetten om de identiteit van de melder te beschermen indien deze dat wenst.

Artikel 7

De vertrouwenspersoon heeft op het gebied van ongewenste omgangsvormen in elk geval de volgende taken en bevoegdheden:

  • a. het opvangen, begeleiden en van advies dienen van eenieder die zich tot de vertrouwenspersoon wendt als klager en het zo nodig doorverwijzen naar een professionele hulpverlenende instantie of hulpverlener;

  • b. het met toestemming van de klager inwinnen van inlichtingen die noodzakelijk zijn om tot een goed inzicht te komen over de klacht en de mogelijkheden om te komen tot een oplossing, de vertrouwenspersoon doet nadrukkelijk niet aan waarheidsvinding;

  • c. het adviseren over het inschakelen van een deskundige, bemiddelaar of mediator, ten einde te komen tot een oplossing;

  • d. het adviseren over eventueel verder te nemen stappen en het behulpzaam zijn van de klager bij eventueel verder te nemen stappen;

  • e. het ondersteunen en begeleiden van de klager bij het indienen van een klacht bij de commissie en bij het horen door de commissie;

  • f. het verlenen van nazorg aan de klager;

  • g. het signaleren van knelpunten in de uitvoering van het beleid, het verstrekken van inlichtingen over de mogelijkheden tot voorkoming en bestrijding van niet integer en ongewenst gedrag in de organisatie en het geven van gevraagd of ongevraagd advies op dit gebied aan het bevoegd gezag;

  • h. het geven van voorlichting op het gebied van ongewenst (en niet integer) gedrag;

  • i. het registreren en (jaarlijks) anoniem rapporteren aan het bevoegd gezag.

Hoofdstuk 4. Rechten en plichten

Artikel 8

De vertrouwenspersonen zijn verplicht tot geheimhouding van enig gegeven over de klager dan wel de melder en de klacht of over een vertrouwelijk gesprek of signaal, dat hen uit hoofde van hun functie is toevertrouwd of is bekend geworden, tegenover eenieder die tot kennisneming daarvan niet bevoegd is.

Artikel 9

  • 1 De vertrouwenspersoon geniet binnen de rijksoverheid verschoningsrecht. Dat een vertrouwenspersoon op grond van zijn verschoningsrecht weigert informatie te verstrekken heeft geen gevolgen voor het verrichten van zijn eigen werkzaamheden of voor zijn arbeidsrechtelijke positie.

  • 2 Het verschoningsrecht geldt niet wanneer er sprake is van een (ambts)misdrijf. De vertrouwenspersoon is verplicht hiervan melding te doen bij het eigen bevoegd gezag, dan wel het bevoegd gezag van de diensteenheid waar het misdrijf betrekking op heeft. In geval van het vermoeden van een strafbaar feit is de vertrouwenspersoon verplicht samen met het bevoegd gezag daarvan aangifte te doen.

Artikel 10

  • 1 De vertrouwenspersoon heeft recht op de faciliteiten welke hij nodig heeft om zijn functie naar behoren te kunnen vervullen. Het dienstonderdeel waar de vertrouwenspersoon werkzaam is, draagt er zorg voor dat de vertrouwenspersoon over deze faciliteiten beschikt.

  • 2 Nieuw aangestelde vertrouwenspersonen nemen deel aan de basistraining.

  • 3 Zittende vertrouwenspersonen nemen deel aan:

    • a. de jaarlijkse bijscholingsdag (verdiepingstraining); en

    • b. de periodieke intervisie.

Artikel 11

  • 1 Een vertrouwenspersoon of gewezen vertrouwenspersoon ondervindt geen nadelige gevolgen in zijn arbeidsrechtelijke positie of in zijn dagelijks functioneren binnen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, als direct of indirect gevolg van een melding, klacht of signaleringsgesprek.

  • 2 De vertrouwenspersoon meldt eventuele nadelige gevolgen bij de Secretaris-Generaal.

  • 3 De inhoud van het werk van de vertrouwenspersoon mag op geen enkele wijze meewegen in het P-gesprek. Wel kunnen de faciliteiten, welke nodig zijn om zijn functie als vertrouwenspersoon naar behoren te kunnen vervullen, ter sprake komen.

Artikel 12

Indien de vertrouwenspersoon proceskosten maakt, dan is de vergoeding zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van de Interne klokkenluidersregeling Rijk, politie en Defensie, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13

Deze regeling wordt twee jaar na inwerkingtreding geëvalueerd.

Artikel 14

De Klachtenregeling Ongewenste omgangsvormen in de arbeidsorganisatie Ministerie van Verkeer en Waterstaat (Staatscourant 2016, 60493) wordt ingetrokken.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgangsvormen Infrastructuur en Waterstaat 2018.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

C. van Nieuwenhuizen Wijbenga