Beleidsregel experimenten samenwerking regulier en speciaal onderwijs

Geldend van 30-03-2018 t/m heden

Beleidsregel van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 14 maart 2018, nr. PO/1290099, houdende regels voor experimenten samenwerking regulier - en speciaal onderwijs (Beleidsregel experimenten samenwerking regulier en speciaal onderwijs)

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

Gelet op artikel 2 van de Experimentenwet onderwijs en artikel 4:81 van de Algemene Wet Bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • minister: minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;

  • WPO: Wet op het primair onderwijs;

  • WVO: et op het voortgezet onderwijs;

  • WEC: Wet op de expertisecentra;

  • bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de WPO, de WEC of de WVO;

  • so-locatie: deel van een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC, deel van het so-gedeelte van een instelling als bedoeld in artikel 1 van de WEC, deel van het so-gedeelte van een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC, deel van een nevenvestiging van een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 76a van de WEC, deel van een nevenvestiging van een instelling waar so wordt aangeboden als bedoeld in artikel 76b van de WEC of deel van een nevenvestiging van het so-gedeelte van een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 76a van de WEC, dat zich op een andere plek bevindt dan die school voor speciaal onderwijs, instelling, nevenvestiging of school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs;

  • vso-locatie: deel van een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC, deel van het vso-gedeelte van een instelling als bedoeld in artikel 1 van de WEC, deel van het vso-gedeelte van een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC, deel van een nevenvestiging van een school voor speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 76a van de WEC, deel van een nevenvestiging van het vso-gedeelte van een instelling als bedoeld in of artikel 76b van de WEC of deel van een nevenvestiging van het vso-gedeelte van een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 76a van de WEC, dat zich op een andere plek bevindt dan die school voor voortgezet speciaal onderwijs, instelling, nevenvestiging of school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs;

  • basisschool: school of nevenvestiging als bedoeld in artikel 1 van de WPO;

  • school voor voortgezet onderwijs: school als bedoeld in artikel 1 van de WVO, of nevenvestiging als bedoeld in artikel 16 van de WVO;

  • school voor speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de WEC of nevenvestiging van een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 76a van de WEC,

  • school voor voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de WEC of nevenvestiging van een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 76a van de WEC;

  • instelling: instelling als bedoeld in artikel 1 van de WEC of nevenvestiging van een instelling als bedoeld in artikel 76b van de WEC,

  • samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de WPO of artikel 1 van de WVO,

  • sovso-school: school voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de WEC of nevenvestiging van een school voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 76a van de WEC.

Artikel 2. Doel experiment samenwerking regulier en speciaal onderwijs

  • 1 Basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs, of so-locaties die toe willen naar een volledige integratie van het speciaal onderwijs op de basisschool en daarop vooruitlopend alle leerlingen van de school voor speciaal onderwijs of so-locatie, onderwijs willen laten volgen op de basisschool, kunnen bij de minister een aanvraag doen voor een experiment als bedoeld in deze beleidsregel.

  • 2 Scholen voor voortgezet onderwijs en scholen voor voortgezet speciaal onderwijs of vso-locaties die toe willen naar een volledige integratie van het voortgezet speciaal onderwijs op de school voor voortgezet onderwijs en daarop vooruitlopend alle leerlingen van de school voor voortgezet speciaal onderwijs of vso-locatie onderwijs willen laten volgen op de school voor voortgezet onderwijs, kunnen bij de minister een aanvraag doen voor een experiment als bedoeld in deze beleidsregel.

  • 3 Basisscholen, scholen voor voortgezet onderwijs en instellingen of sovso-scholen, die toe willen naar een volledige integratie van het speciaal onderwijs op de basisschool en het voortgezet speciaal onderwijs op de school voor voortgezet onderwijs en daarop vooruitlopend alle leerlingen van het so-gedeelte van een instelling of het so-gedeelte van een sovso-school onderwijs willen laten volgen op de basisschool en alle leerlingen van het vo-gedeelte van een instellingen of het vo-gedeelte van een sovso-school onderwijs willen laten volgen op de school voor voortgezet onderwijs, kunnen bij de minister een aanvraag doen voor een experiment als bedoeld in deze beleidsregel.

Artikel 3. Reikwijdte experiment

  • 1 In afwijking van artikel 24 van de WEC kan gedurende het experiment, met behoud van de bekostiging, het gehele schoolplan voor zover het betrekking heeft op speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs worden uitgevoerd door een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs.

  • 3 De tijd gedurende welke de leerlingen onderwijs ontvangen op de basisschool of school voor voortgezet onderwijs, telt mee voor het aantal uren onderwijs dat de leerling ten minste moet ontvangen op de school voor speciaal onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs, instelling of sovso-school waar die leerling staat ingeschreven.

  • 4 In afwijking van artikel 2a van de WVO, mag gedurende het experiment onderwijs aan leerlingen op een school voor voortgezet onderwijs ook worden gegeven door een leraar die slechts bevoegd is om les te geven op een school voor voortgezet speciaal onderwijs en die direct voor het experiment onderwijs gaf op een school voor voortgezet speciaal onderwijs.

  • 5 Gedurende het experiment zijn alle voor het primair onderwijs respectievelijk voortgezet geldende onderwijswetten van toepassing op het bevoegd gezag van de basisschool respectievelijk school voor voortgezet onderwijs, tenzij anders bepaald.

  • 6 Gedurende het experiment zijn, met uitzondering van artikel 24 van de WEC en de bepalingen in de WEC betreffende de kwaliteit van het onderwijs, alle voor het speciaal respectievelijk voorgezet speciaal onderwijs geldende onderwijswetten van toepassing op het bevoegd gezag van de school voor speciaal onderwijs, het so-gedeelte van een instelling of het so-gedeelte van een sovso-school respectievelijk school voor voorgezet speciaal onderwijs, vo-gedeelte van een instelling of vo-gedeelte van een sovso-school, tenzij anders bepaald.

Artikel 4. Aanvraag deelname experiment

  • 1 Een bevoegd gezag dient een aanvraag tot bekostiging van het experiment in bij de minister.

  • 2 Indien meerdere bevoegde gezagsorganen deelnemen aan het experiment, ondertekenen alle bevoegde gezagsorganen de aanvraag.

  • 3 Een aanvraag wordt ingediend uiterlijk op 1 mei voorafgaand aan het eerste schooljaar waarvoor het experiment is aangevraagd.

  • 4 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, omvat:

    • a. een schriftelijke verklaring van instemming met deelname aan het experiment van de medezeggenschapsraad van de scholen of instellingen bedoeld in artikel 2, de betrokken gemeente of gemeenten en de samenwerkingsverbanden waarbij de deelnemende scholen of instellingen als bedoeld in artikel 2 zijn aangesloten,

    • b. een experimenteerplan waarin in ieder geval duidelijk wordt beschreven:

      • 1. de achtergronden van het experiment,

      • 2. een zo concreet mogelijke uitwerking van het experiment, op welke wijze de integratie van voorzieningen zal worden georganiseerd, het onderwijsaanbod, de aanwezigheid van leraren, onderwijsondersteunend personeel en extra ondersteuning van de leerlingen, de huisvesting, op welke wijze dit experiment is ingebed in het systeem van kwaliteitszorg en een voorstel voor het onderwijs- en ondersteuningsaanbod van de basisschool of school voor voortgezet onderwijs met het specifieke profiel, en indien een van de deelnemende scholen een sovso-school betreft, hoe de school voor speciaal onderwijs of de school voor voortgezet speciaal onderwijs die niet onderdeel uitmaakt van het experiment in de nieuwe situatie wordt vormgegeven,

      • 3. een begroting waarin wordt aangegeven hoe de scholen of instellingen, bedoeld in artikel 2, de bekostiging inzet,

      • 4. de evaluatie en de rapportage, bedoeld in artikel 9.

    • c. een door het bevoegd gezag of, indien er meerdere bevoegde gezagsorganen betrokken zijn bij het experiment, een door de bevoegde gezagsorganen, ondertekende intentieverklaring waarin wordt verklaard dat gedurende het experiment wordt toegewerkt naar geheel geïntegreerd onderwijs op de betrokken school, waarna de betrokken school voor speciaal onderwijs, de school voor voortgezet speciaal onderwijs, de instelling of het so- dan wel vso-gedeelte van een sovso-school wordt opgeheven, dan wel de so-locatie of vso-locatie wordt gesloten.

Artikel 5. Verantwoordelijkheidsverdeling

Het bevoegd gezag van de school waar de bij het experiment betrokken leerlingen onderwijs volgen is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs, waaronder ook valt het opstellen en evalueren van het ontwikkelingsperspectief van al die leerlingen als bedoeld in artikel 41a, van de WEC.

Artikel 6. Duur experiment

Een experiment wordt aangegaan voor de periode van vier jaar, van 1 augustus 2018 tot 1 augustus 2022 of van 1 augustus 2019 tot 1 augustus 2023, met mogelijkheid tot verlenging van twee jaar.

Artikel 7. Voorwaarden experiment en intrekkingsgrond

  • 1 Het onderwijs aan de leerlingen betrokken bij dit experiment wordt gegeven op de betrokken basisschool of school voor voortgezet onderwijs.

  • 2 Voor een instelling is het binnen het experiment slechts mogelijk samen te werken met zowel een basisschool als een school voor voortgezet onderwijs.

  • 3 Er komen slechts scholen in aanmerking voor dit experiment waarvan de laatste beoordeling van het onderwijs voor aanvang van het experiment niet als ‘zwak’, ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ is beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs.

Artikel 8. Toekenning en overige verplichtingen van de deelnemende scholen.

  • 1 De minister beslist binnen 8 weken na de uiterste indieningsdatum over toekenning van een experiment

  • 2 Met ingang van augustus 2018 kunnen maximaal 10 experimenten worden toegekend en met ingang van augustus 2019 kunnen maximaal 10 experimenten worden toegekend, tenzij het aantal van 10 in 2018 niet is uitgeput. In dat geval kunnen met ingang van augustus 2019 maximaal 10 experimenten worden toegekend plus resterende aantal uit 2018.

  • 3 De minister zal bij toekenning van het experiment rekening houden met:

    • a. de variëteit van de deelnemende initiatieven, waarbij een gelijke verdeling van de experimenten tussen het primair – en voortgezet onderwijs wordt nagestreefd, en

    • b. de volgorde van indienen.

Artikel 9. Informatieplicht, rapportering en evaluatie

  • 1 De scholen die deelnemen aan het experiment, werken mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die gericht zijn op het verschaffen van nadere inlichtingen aan de minister ten behoeve van de evaluatie en de ontwikkeling van beleid.

  • 2 Bij de evaluatie wordt onderzocht in hoeverre het samenvoegen van leerlingen van het speciaal onderwijs of het voortgezet onderwijs met de leerlingen van het basisonderwijs of voortgezet onderwijs bijdraagt aan:

    • a. het verbeteren van de kwaliteit van de onderwijsondersteuning in het basisonderwijs of voortgezet onderwijs;

    • b. een grotere toegankelijkheid van het basisonderwijs of voortgezet onderwijs voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte;

  • 3 Het bevoegd gezag of, wanneer er meerdere bevoegde gezagsorganen deelnemen aan het experiment, de bevoegde gezagsorganen, rapporteren gezamenlijk voor 1 januari van het laatste jaar van het experiment aan de minister over de stand van zaken en hoe de opheffing dan wel sluiting vorm krijgt. Een eventueel verzoek tot verlenging van het experiment wordt ook op dit moment ingediend.

Artikel 10. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 11. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel experimenten samenwerking regulier en speciaal onderwijs.

De Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media,

A. Slob

Terug naar begin van de pagina