Tijdelijke regeling compensatie zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende [...] bevallen in het tijdvak 7 mei 2005 tot 4 juni 2008

[Regeling vervalt per 01-01-2021.]
Geldend van 15-05-2018 t/m heden

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 maart 2018, nr. 2018-0000027251, tot vaststelling van een tijdelijke regeling ter compensatie van zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten die in het tijdvak 7 mei 2005 tot 4 juni 2008 geen recht hadden op uitkering wegens zwangerschap en bevalling (Tijdelijke regeling compensatie zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten bevallen in het tijdvak 7 mei 2005 tot 4 juni 2008)

Artikel 1. Begripsbepalingen

Artikel 2. Recht op compensatie

Recht op compensatie op grond van deze regeling heeft degene die:

  • a. op of na 7 mei 2005 en voor 4 juni 2008 is bevallen; en

  • b. in het kalenderjaar van bevalling zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot was.

Artikel 3. Recht op compensatie nabestaanden

In plaats van degene die aan de in artikel 2 gestelde voorwaarden voldoet en voor het moment dat de aanvraag kan worden ingediend, is overleden, hebben de volgende personen recht op compensatie:

  • a. degene die ten tijde van het overlijden echtgenoot van de overledene was; of

  • b. bij ontstentenis van de in onderdeel a bedoelde persoon, de kinderen tot wie de overledene ten tijde van het overlijden in familierechtelijke betrekking stond.

Artikel 4. Geen recht op compensatie

  • 2 Geen recht op compensatie heeft de vrouw die in haar hoedanigheid van zelfstandige, beroepsbeoefenaar of meewerkende echtgenoot reeds een uitkering, schadevergoeding, schadeloosstelling of compensatie van het UWV heeft ontvangen in verband met haar zwangerschap en bevalling.

Artikel 7. Indienen aanvraag

  • 1 Het UWV stelt op aanvraag van de zelfstandige, beroepsbeoefenaar, meewerkende echtgenoot dan wel van de persoon of personen, bedoeld in artikel 3, vast of recht op compensatie bestaat.

  • 2 De zelfstandige, beroepsbeoefenaar, meewerkende echtgenoot dan wel de persoon of personen, bedoeld in artikel 3, die in aanmerking wil respectievelijk willen komen voor compensatie, dient respectievelijk dienen de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, in voor 1 oktober 2018.

Artikel 8. Termijnen, vaststelling en betaling

  • 1 Indien het recht op een compensatie door het UWV is vastgesteld, betaalt het UWV de compensatie op of na 1 januari 2019 en uiterlijk voor 1 april 2019.

Artikel 9. Financiering

  • 1 Het Rijk voorziet in de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling.

  • 2 Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 10. Opgave lasten en betaling van de rijksbijdrage

  • 1 Het UWV verstrekt aan de Minister een opgave van het totaalbedrag van de geraamde lasten met betrekking tot deze regeling, uitgesplitst naar de compensaties en de uitvoeringskosten.

  • 3 De Minister kan, na overleg met het UWV, van het in het eerste lid bedoelde bedrag afwijken.

Artikel 11. Afrekening

  • 2 In de jaarrekening worden de te verrekenen rijksbijdragen opgenomen op de wijze als in tabel 10.6.8 in bijlage VI van de Regeling SUWI is aangegeven. De omvang van de op grond van deze regeling toegekende compensaties wordt toegelicht bij deze tabel.

Artikel 12. Verslaglegging

Het UWV brengt aan de Minister inhoudelijk en financieel verslag uit over de uitvoering van deze regeling overeenkomstig artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Artikel 13. Verstrekking gegevens aan het UWV door de Belastingdienst

  • 1 De Belastingdienst verstrekt op verzoek aan het UWV gegevens van de personen, bedoeld in artikel 2, die de Belastingdienst verwerkt voor de heffing van de inkomstenbelasting, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze regeling.

  • 2 De Belastingdienst verstrekt op verzoek aan het UWV tevens gegevens van de echtgenoot van de meewerkende echtgenoot, die de Belastingdienst verwerkt in verband met de toepassing van de meewerkaftrek, bedoeld in artikel 3.78 van de Wet inkomstenbelasting 2001, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze regeling.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling compensatie zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten bevallen in het tijdvak 7 mei 2005 tot 4 juni 2008.

Artikel 15. Inwerkingtreding

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 mei 2018.

  • 2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021, met dien verstande dat voor de reeds verstrekte compensatie deze regeling van toepassing blijft.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 7 maart 2018

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

W. Koolmees

Terug naar begin van de pagina